CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Heiereind 9 toelichting

Gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Heiereind 912.445 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Binnen de zones wordt geëist, dat de geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de betreffende weg ter plaatse van de gevels van woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen een zekere maximale waarde niet overschrijdt. Buiten de zones worden geen geluidseisen gesteld met betrekking tot wegverkeerslawaai. De nieuwe, tweede woning is gelegen in de geluidszone van Heiereind. Om uitsluitsel te geven over het wegverkeerslawaai is een geluidsonderzoek uitgevoerd. (K+ Adviesgroep, Woningsplitsong Heiereind 9 te Riethoven dd. 13-12-2020. Het rapport is in zijn geheel als bijlage aan de toelichting gevoegd. De conclusie luidt als volgt; • • • •

•

•

28

De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Heiereind is op de linkerzijgevel maximaal 50 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Bij de gemeente Bergeijk kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het een transformatie project betreft voor de splitsing van een bestaande woning. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen worden geraamd op €7.500,- (50 m * 3m * €50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard, maar hoofdzakelijke op bezwaren van praktische uitvoerbaarheid, esthetica, beheer en onderhoud niet wenselijk. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen.

Gezien de voor en achtergevel haaks op de weg staan mag een CL van 3 dB worden gehanteerd. Hiermee zijn de voor en achtergevel van de te splitsen woning geluidluw. Het Bouwbesluit stelt dat moet wordt voldaan aan het rechtens verkregen niveau. Voor verbouwsituaties dient te worden voldaan aan het rechtens verkregen niveau. Aansluiting is gezocht bij de streefbinnenwaarde van sanering wegverkeerslawaai van BSV (38 dB). Het niveau van 38 dB binnenwaarde is overgenomen uit het Besluit Geluidhinder artikel 3.10 lid 2a. Op basis van dit gegeven dient de gevelgeluidwering te voldoen aan de minimale eis van BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

20 dB volgens het Bouwbesluit. Het aspect “Geluid” is, na het verlenen van een besluit hogere waarde, geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. In het besluit hogere waarde zal de voorwaarde worden opgenomen om de gevel zodanig geluidwerend te maken dat voldaan kan worden aan de geluidseisen voor het binnenniveau conform Bouwbesluit. Bij de bouwaanvraag wordt aan deze eisen getoetst.

4.9

Luchtkwaliteit

Op 15 november 2007 is de Wet Luchtkwaliteit in werking getreden. De luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 titel 2 van de Wet milieubeheer (Wm). In artikel 5.16 Wm staat een limitatieve opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen. Het gaat om ruimtelijke besluiten en milieuvergunningen die direct gevolgen voor de luchtkwaliteit hebben en daardoor kunnen bijdragen aan overschrijding van een grenswaarde. Een vaststelling van een bestemmingsplan betreft de uitvoering van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 5.16 van de Wm. Vaststelling van een bestemminsplan is mogelijk als: • • •

De concentratie stoffen in de lucht door de voorgenomen ontwikkeling verbetert of gelijk blijft; Bij beperkte toename van de concentratie, door een met de activiteit samenhangende maatregel of optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbeterd; De toename, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt. Dit is het geval als een project of activiteit maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bijdraagt aan de concentraties PM10 of NO2 (max1,2 μg/m3).

Toetsing initiatief aan “niet in betekenende mate” begrip Projecten die “niet in betekenende mate” bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit hoeven volgens de Wet luchtkwaliteit niet afzonderlijk te worden getoetst op de grenswaarde, tenzij een dreigende overschrijding van één of meerdere grenswaarden te verwachten is. De grens van “niet in betekenende mate” ligt volgens de gelijknamige AMvB bij 3% van de grenswaarde van een stof. Hiervan is volgens de ministeriële regeling van “niet in betekenende mate” sprake bij de realisatie van minder dan 1500 woningen op één ontsluitingsweg of minder dan 3000 woningen op twee ontsluitingswegen. Dit bestemmingsplan betreft de splitsing van een bestaande woonboerderij. Deze herziening is daarom een ontwikkeling die kleiner is dan 1500 woningen met één ontsluitingsweg. De ontwikkeling zal dan ook 'niet in betekenende mate' bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Toetsing initiatief aan “goede ruimtelijke ordening” Naast de toetsing of het bouwplan een bijdrage levert aan de luchtkwaliteit dient beoordeeld te worden of sprake is van een goed woon-, en leefklimaat en daarmee of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De GGD geeft op lokaal niveau advies over luchtkwaliteit in relatie tot gezondheid en ruimtelijke ordening.

Juist bij gevoelige bestemmingen nabij drukke wegen is het wenselijk dat de gemeente om advies vraagt aan de GGD. De ontwikkeling is niet gelegen in de nabijheid van en drukke weg. Toch is inzicht gezocht in de luchtkwaliteit. Dit is onderzocht door middel van de actuele kaartgegevens met betrekking tot de aspecten stikstofdioxide, fijnstof, zeer fijnstof en roet. (atlasleefomgeving.nl). Hieruit blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden (stikstofdioxide: 40 μg/m3 en fijn stof: 40 μg/m3). Voor stikstofdioxide en PM10 is de achtergrondwaarde gelegen tussen 0 en 20 μg/m3 en voor zeer fijn stof (PM2,5) is de waarde gelegen lager 12 μg/m3. Omdat de projectlocatie op basis van de actuele kaartbeelden niet is gelegen in een gebied met een slechte luchtkwaliteit (in de buurt van de grenswaarden), niet is gelegen in de nabijheid van een drukke weg kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

29

Uitsnede kaart Fijnstof 2018 (pm2,5) met in rood de projectlocatie; bron: atlasleefomgeving.nl Het aspect “Luchtkwaliteit” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10 Bodemkwaliteit Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening dient inzicht te bestaan in de bodemkwaliteit teneinde de geschiktheid van de bodemkwaliteit voor een beoogde (nieuwe) bestemming te kunnen aantonen. Bij een bestemmingswijziging is het van belang dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. De beoogde ontwikkeling voorziet in het splitsen van een bestaande woonboerderij naar twee aparte burgerwoningen. De bestemming wijzigt hierdoor niet. Er vinden geen bouwwerkzaamheden en daarmee ook geen bodemingrepen plaats. Voor het wijzigen van de bestemming Agrarisch naar Wonen voor de noordelijk gelegen gronden is een vooronderzoek uitgevoerd. Het gebruik van deze grond wijzigt immers. De rapportage van dit onderzoek is in zijn geheel als bijlage aan de toelichting toegevoegd. De conclusie luidt als volgt: Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek kan de onderzoekslocatie als “onverdacht” worden beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Er bestaat geen aanleiding te vermoeden dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een bodemverontreiniging. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (niet verdacht).

De resultaten van dit vooronderzoek in combinatie met de bodemkwaliteitskaart geven een voldoende beeld van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. De verwachte bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik (wonen). 30

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Als de bodem van de locatie op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek “onverdacht” lijkt, dan kan op basis van de bodemkwaliteitskaart een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 achterwege blijven. Het is nadrukkelijk de keuze van de initiatiefnemer of hij gebruik maakt van de bodemkwaliteitskaart of dat hij toch een bodemonderzoek laat uitvoeren. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het tijdelijk handelingskader PFAS van toepassing. Het aspect “Bodemkwaliteit” is geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.11 Externe Veiligheid De externe veiligheidsregelgeving is gericht op het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet. Om voldoende ruimte aan te houden tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid rondom een risicobron kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans dat een persoon, die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit.

Het groepsrisico (GR) bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit op het terrein van een inrichting of bij een transportmodaliteit. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. Ten behoeve van het beoogde ontwikkeling is er op basis van de Risicokaart geïnventariseerd in hoeverre er sprake is van veiligheidsgevaren vanuit de omgeving.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

31

Uitsnede uit de Risicokaart met in rood aangeduid de projectlocatie; bron: risicokaart.nl Op basis van de risicokaart zijn er geen risicobronnen gevonden. Wel is bekend dat er een leiding onder het wegdek van de Heiereind is gelegen. Deze is in het geldende bestemmingsplan “2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017” met een dubbelbestemming bestemd, zie onderstaande afbeelding:

Uitsnede uit geldend bestemmingsplan “Buitengebied Bergeijk 2011” waarop de gasleiding is aangeduid; bron: risicokaart.nl 32

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Deze buisleiding betreft een gasleiding. Voor deze buisleiding geldt dat er een overschrijding van de wettelijke norm is op 5 meter afstand van de buis. Deze wettelijke norm is het plaatsgebonden risico 10-6. De nieuwe zelfstandige woning zal niet binnen een zone van 5 meter van deze buisleiding zijn gelegen. De projectlocatie is daarmee niet gelegen binnen een invloedsgebied. Het aspect “externe veiligheid” is daarom geen belemmering.

4.12 Technische infrastructuur Planologische relevante leidingen zijn leidingen die bescherming in het wijzigingsplan behoeven. Dit zijn bijvoorbeeld rioolwaterpersleidingen met een grote diameter en waterleidingen met een regionale functie. Op deze leidingen zijn geen veiligheidsafstanden van toepassing, maar wordt wel rekening gehouden met een zakelijk rechtstrook van de leidingen. Door binnen deze strook een bouwverbod op te nemen, wordt beschadiging van de leiding voorkomen. In het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig. De gasleiding zuidelijk van het plangebied is middels het ruimtelijke spoor beschermd.

4.13 Gezondheid Ten aanzien van eventuele gezondheidsrisico’s in relatie tot veehouderijen in de nabijheid van het plangebied is een aantal aspecten van belang. In het bijzonder gaat het om eventuele risico’s als gevolg van varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) en geitenhouderijen. Varkens-, en pluimveehouderijen (endotoxinen) Een veehouderij in de omgeving van een woning kan effecten hebben op de gezondheid. Omwonenden van veehouderijbedrijven worden blootgesteld aan bepaalde micro-organismen en endotoxinen. Zowel micro-organismen en endotoxinen kunnen effecten op de gezondheid hebben. Het gaat dan vooral om effecten op de luchtwegen. Op basis van de “Notitie endotoxine toetsingskader 1.0” kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. In de nabijheid van het plangebied is één bedrijf met de volgende fijnstof emissie aanwezig: •

Eind 10, varkens en rundvee, PM10: 181 kg/jaar,

afstand: 215 meter;

Rond de pluimvee- en varkenshouderijen in Noord-Brabant zijn individuele endotoxine cirkels te trekken, gebaseerd op de fijnstof emissie, de situering en de diersoort volgens Web-BVB, gecombineerd met de afstandsgrafieken uit bijlage 2 van de bovengenoemde Notitie. Binnen deze cirkels of risicocontour is in beginsel geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen en is bijvoorbeeld woningbouw in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De mogelijke blootstelling aan endotoxine is daar hoger dan de advieswaarde van de Gezondheidsraad van 30 EU/m3). Voor de aanwezige bedrijven betekent dit dat op basis van de afstandsgrafieken uit bijlage 3 van de “Notitie endotoxine toetsingskader 1.0” een afstandsmaat van 80 meter moet worden aangehouden.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

33

Grafiek 3, Vleesvarkens, horizontaal de fijnstof emissie in kg per jaar, verticaal de afstand in meters. Bron: bijlage 2, Notitie endotoxine toetsingskader 1.0. Geitenhouderijen Mogelijk is er een verband tussen het langdurig verblijven in de nabijheid van een geitenhouderij en het krijgen van longontsteking. In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO). Gegevens van 110.278 patiënten, die ingeschreven stonden bij 27 huisartspraktijken in het VGO-onderzoeksgebied, zijn hiervoor geanalyseerd. Op 16 juni 2017 is een aanvullend VGO-rapport gepubliceerd. In het aanvullend VGO-onderzoek (VGO-2) zijn de onderzoeksgegevens statistisch uitvoeriger geanalyseerd. Onder andere is onderzocht of er in de jaren 2009-2013 een verband bestond tussen de woonafstand tot geitenhouderijen en het risico op longontsteking. Gemiddeld over deze onderzoeksjaren laten de aanvullende analyses een 29% verhoogde kans op longontsteking zien voor mensen die rondom een individuele geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km (dit is vergeleken met bewoners zonder een geitenhouderij binnen deze afstand van de woning).

Uit het onderzoek volgt dat het risico op longontsteking rond een geitenhouderij bijna drie keer groter is dan het risico op longontsteking tot een afstand van ca. 1 km rond een pluimveehouderij. De oorzaak van deze verhoogde kans op longontstekingen rondom geitenhouderijen kan door de onderzoekers niet worden aangegeven. Het gevolg is dat het nemen van effectieve bedrijfsgerichte maatregelen nu nog niet mogelijk is. Verspreid over het grondgebied van de gemeente Bergeijk zijn drie geitenhouderijen aanwezig. Uit de VGO-onderzoeken is naar voren gekomen dat tot 2 km rond geitenhouderijen een verhoogde kans op longontsteking bestaat. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om uitbreiden van dierenverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. In verband hiermee heeft de gemeente zich afgevraagd of woningbouwontwikkelingen binnen de 2 km nog verantwoord zijn. Met andere woorden is de vraag of er sprake van een goede ruimtelijke ordening bij het voornemen tot woningbouw binnen afstand van 2 km van een geitenhouderij. Het plangebied is gelegen binnen de straal van 2 kilometer van een geitenhouderij. De gemeente Bergeijk heeft een zorgvuldige afweging gemaakt.

Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied (rood) aan ten opzichte van de voor het project relevante geitenhouderij (blauw). De locatie is gelegen binnen de 500 meter straal. 34

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Ligging projectlocatie ten opzichte van geitenhouderijen. De afweging is opgenomen in een memo (Omgekeerde werking geitenmoratorium, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, dd 4 juni 2018). De afweging uit het memo die relevant is voor de beoogde ontwikkeling luidt als volgt: “Gebruikmakend van de voorgaande overwegingen (red. uit het memo) kan de gemeente de afweging maken om woningbouwontwikkeling doorgang te laten vinden en uit voorzorg daarbij de volgende richtlijnen hanteren: •

Waar mogelijk medewerking verlenen aan ontwikkeling van enkele woningen, of een kleine woonwijk. De gemeente zal hiervoor meewerken aan: o het voorkomen van een toename van het aantal geiten op de bestaande locaties; o bedrijfsgerichte maatregelen om de uitstoot van de stoffen te verminderen c.q. tot een minimum te beperken die de verhoogde kans op longontsteking veroorzaken, zodra uit het vervolgonderzoek VGO welke stof(fen) dit zijn. Dit past binnen de strekking van de “niet-in-betekenende-mate (nibm)” dat een kleine verhoging van de blootstelling accepteert met een perspectief dat deze op termijn wordt gecompenseerd.

•

Bij grootschalige projecten overwegen medewerking te verlenen als maatregelen bij de bron genomen worden om de risico’s te reduceren, bijvoorbeeld door het houden van minder geiten houden of door het nemen bedrijfsgerichte maatregelen nemen zodra bekend is welke stof(fen) de oorzaak zijn van de verhoogde kans op longontsteking. In dit verband kan bij grootschalige projecten met de fasering van worden gestuurd worden op realisatie van de woningbouw na 2020. De periode tussen woningbouw en implementatie van bedrijfsgerichte maatregelen zijn dan kort zo mogelijk. NB. Dit gaat er vanuit in het vervolgonderzoek van VGO de oorzaak wordt gevonden en bedrijfsgerichte maatregelen mogelijk zijn. Bij zowel klein- als grootschalige ontwikkelingen rekening houden met de afstand van de woningbouwlocatie tot de geitenhouderij: o Geen woningen dichterbij de geitenhouderij bouwen dan de al bestaande woningen (alleen inbreiding toestaan). De huidige gezondheidsrisico’s voor bestaande woningen worden vooralsnog aanvaard. Door niet dichterbij te bouwen wordt voorkomen dat BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

35

o •

eventuele toekomstige maatregelen om de gezondheidseffecten van geitenhouderijen te verminderen minder effectief worden of dat een grotere inspanning moet worden gedaan om te voldoen aan toekomstige eisen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De omvang van de woningbouw relateren aan de afstand tot de geitenhouderij.

Bij ontwikkelingen uit voorzorg rekening houden met de doelgroep, waarbij niet meegewerkt wordt aan ontwikkelingen gericht op voorzieningen waar grote groepen meer kwetsbare mensen gebruik van maken, zoals bijvoorbeeld een verzorgingstehuis, een school of kinderopvang.

In het geval van een onherroepelijk bestemmingsplan is te overwegen om de betrokken mensen (toekomstige bewoners en ontwikkelaar) per brief te informeren over de gezondheidsrisico’s (zoals de gemeente Oss dit onlangs heeft gedaan). Dit doet zich voor in het geval dat een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld de bouw van woningen is afgegeven maar de bouw is nog niet gerealiseerd èn in het geval dat de omgevingsvergunning (nog) niet is verleend. In dit laatste geval kan de gemeente immers niet anders dan de omgevingsvergunning voor de bouw van de bestemde woningen afgegeven.” Met de beoogde ontwikkeling is sprake van de bestemming van één extra woning. Deze woning ligt bovendien niet dichter op de betreffende geitenhouderijen dan dat reeds bestaande woningen dat doen. Met de beoogde ontwikkeling is er geen sprake van een ontwikkeling die gericht is op voorzieningen waar grote groepen, kwetsbare mensen gebruik van zullen maken. Rekening houdend met de zorgvuldige afweging die door de gemeente is gemaakt betekent dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar woon-, en leefklimaat.

36

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1

Verantwoording planvorm

Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Wat betreft systematiek van de integrale herziening is aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Er is sprake van een specifiek bestemmingsplan voor een specifiek kadastraal perceel, oftewel een postzegelplan. Het perceel ligt in het bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’. Dit postzegelplan sluit qua systematiek en bestemming zo veel mogelijk aan op dit bestemmingsplan.

5.2

Systematiek bestemmingen

De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. 1. Hoofdstuk 1 'Inleidende Regels' gaat in op de begripsomschrijvingen en de wijze van meten. 2. In hoofdstuk 2 van de regels - 'Bestemmingsregels’- wordt een regeling gegeven voor de bestaande functies in het plangebied die positief zijn bestemd. Bepaald is welke vormen van gebruik en bouwwerken rechtstreeks (dus zonder voorafgaande wijziging of afwijking) zijn toegestaan. Indien een bepaalde vorm van bebouwing past binnen de doeleinden van de bestemming en voldaan is aan de bouwregels, dan kan hiervoor in de regel zonder meer een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden verleend. 3. In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels weergegeven (anti-dubbeltelbepaling, algemene bouwregels etc.). 4. In hoofdstuk 4 zijn de overgangs- en slotbepalingen opgenomen.

5.3

Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen In dit artikel is omschreven wat in onderhavig plan onder een aantal van de in de regels gebruikte begrippen wordt verstaan. Wijze van meten In dit artikel is vastgelegd hoe bij de toepassing van de bouwregels van onderhavig plan moet worden gemeten. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Het bestemmingsplan kent de bestemmingen ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3 en 4.1‘. Hierna volgt een korte toelichting op deze bestemmingen. Wonen De voor ‘Wonen’ bestemde gronden zijn onder andere bedoeld voor wonen en beroepsmatige activiteiten als ondergeschikte activiteit bij de woningen. Er zijn maximaal twee woningen toegestaan. Voor de verdere bouwregels wordt aangesloten bij de regels behorende bij de bestemming ‘Wonen’ conform het bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’. Na splitsing is één woning groter dan wat regulier is toegestaan. De maximale inhoud van deze woning is via een aanduiding in de regels benoemd. Waarde – Archeologie 3 en 4.1 Overeenkomstig het bestemmingsplan ‘2e Herziening Buitengebied Bergeijk 2017’ zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4.1’ opgenomen. In de dubbelbestemmingen zijn een bouwregelingen opgenomen voor het realiseren van bouwplannen BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

37

die groter zijn dan de ondergrens die is opgenomen in de regel en een diepere verstoring tot gevolg hebben dan in de regels is bepaald. Voor dergelijke bouwplannen moet een onderzoeksrapport worden aangeleverd, waaruit blijkt dat geen archeologische waarden worden geschaad, dan wel dat maatregelen (het treffen van technisch maatregelen, het doen van een opgraving of archeologische begeleiding) kunnen vervolgens als voorwaarde aan de omgevingsvergunning worden gekoppeld. Daarnaast bevatten de dubbelbestemmingen een omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden. Ook voor het omgevingsvergunningenstelsel voor werken en werkzaamheden zijn ondergrenzen van toepassing. Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel Deze bepaling wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels is een bepaling opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn bepaalde specifieke gebruiksregels opgenomen voor het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen het gehele plangebied.

Algemene afwijkingsregels In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om afwijking te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Overige regels In de overige regels zijn eisen gesteld ten aanzien van het parkeren en laden/ lossen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In deze bepaling wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Deze regeling is op grond van de Wro verplicht. Slotregel Als laatste wordt de slotbepaling opgenomen. Deze bepaling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsbepaling.

38

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De grond en het pand is in eigendom van een particulier waardoor er geen kosten zijn voor de gemeente als gevolg van de wijziging van de bestemming. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt ook de procedurele kosten. Eventuele kosten voor de gemeente zijn hiermee afgedekt en de ontwikkeling wordt daardoor financieel uitvoerbaar geacht. Als met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In deze procedure is de exploitatie gewaarborgd door een privaatrechtelijke -met de initiatiefnemer te sluiten- overeenkomst over de verdeling van de kosten bij de grondexploitatie. Voorgaand aan het besluit omtrent vaststelling van het bestemmingsplan zal daarom worden besloten dat het niet noodzakelijk is om een exploitatieplan vast te stellen.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

39

Hoofdstuk 7 Procedure 7.1

Omgevingsdialoog

De plannen zijn door initiatiefnemer op 1 juli 2021 met omwonenden besproken. Uit deze omgevingsdialoog kwam naar voren dat alle omwonenden zich kunnen verenigen met de plannen. Er zijn geen bezwaren. Initiatiefnemer heeft de omwonenden aangegeven altijd open te staan voor vragen of opmerkingen gedurende de procedure of toekomstige bouwfase.

7.2

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt het bestemmingsplan aan de Provincie Noord-Brabant en Waterschap de Dommel voorgelegd. Op deze wijze worden de Provincie en het Waterschap in de gelegenheid gesteld een reactie op het plan te geven.

7.3

Vervolg van de procedure

Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening dient de kennisgeving als bedoeld in artikel 3:12 van de Awb in de Staatscourant en een huis-aan-huis blad te worden geplaatst en via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan de wettelijke overlegpartners. Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken, vanaf 5 augustus 2021 ter inzage gelegd. In deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Tegen het plan is één zienswijze door Gedeputeerde Staten (GS) ingediend. De zienswijze heeft geleid tot inzicht in de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en hoe deze met de beoogde splitsing wordt geborgd. Hiervoor zijn de regels aangevuld. Voor een volledige weergave van de zienswijze en de wijzigingen die dit voor het plan hebben betekend wordt verwezen naar de Nota van zienswijzen en wijzigingen. Deze is als bijlage aan de toelichting gevoegd. Tegen het besluit tot vaststelling staat direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Direct na de beroepstermijn treedt het plan in werking, tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt ingediend. In dat laatste geval wordt de werking van het vaststellingsbesluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist.

40

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

Separate bijlage(n) • • • • •

Bouwhistorisch onderzoek met waardenstelling, Heiereind 9 Riethoven, januari 2020 Quick scan flora en fauna, dd 16 december 2020; Onderzoek geluid wegverkeerslawaai, dd 13, december 2020 Vooronderzoek bodem, dd 17 november 2020 Nota van zienswijzen en wijzigingen.

BuroGkracht, creatief met leefomgeving, sterk in omgevingsrecht

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=495a0c9e-a0dd-4f3f-ac69-82ecfa61675a