Begroting 2023-2026.docx
Tekst van het document
Europese dienstenrichtlijn Hieronder vallen met name leges in verband met horeca activiteiten en evenementen. Vergunningen voor categorie B evenementen zijn met ingang van 2019 gratis. h. Lijkbezorgingsrechten De gemeente Bergeijk beheert twee actieve begraafplaatsen. In het verleden is met het kerkbestuur afgesproken dat de begraafplaats in Westerhoven als algemene begraafplaats kan dienen. In ruil daarvoor voeren wij alleen het onderhoud uit. We maken geen graven en hebben hieruit ook geen rechten. De andere actieve begraafplaats is in de kern Luyksgestel. Rechten worden geheven voor het gebruik van deze begraafplaats. De tarieven worden opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening Lijkbezorgingsrechten 2022. Het streven was erop gericht om deze begraafplaats kostendekkend te laten zijn. Trend is vermindering van begraven en meer crematies. Onderhoudslasten blijven ongewijzigd.
87
i. Reclamebelasting Op verzoek van de initiatiefgroep Centrummanagement is met ingang van 2014 reclamebelasting ingevoerd. Deze belasting wordt geheven bij ondernemers in een vastgesteld gebied. De hoogte van de belasting is afhankelijk van de WOZ-waarde van het pand. De inkomsten worden volledig doorbetaald aan de stichting Centrummanagement. j. Overige bestemmingsheffingen De overige bestemmingsheffingen bestaan uit de vergoedingen voor staangelden op de woonwagenlocaties en de opbrengsten uit de overeenkomst voor de organisatie van de kermissen. Kwijtscheldingsbeleid In de raad van september 2018 is het kwijtscheldingsbeleid geactualiseerd vastgesteld. De gemeente kent mogelijkheden voor het verlenen van kwijtschelding van de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Dit geldt voor burgers en voor privébelastingen van ondernemers indien er sprake is van recht op een BBZ-uitkering. Kwijtschelding wordt vooral verleend voor de afvalstoffen- en rioolheffing. Voor kwijtschelding van de OZB komt niemand of bijna niemand in aanmerking. Belastingdruk Voor de berekening van de belastingdruk gaan we uit van een gemiddelde WOZ-waarde in Bergeijk. Voor de rioolheffing gaan we uit van een gemiddeld waterverbruik tussen de 100 en 350 m³. Bij de afvalstoffenheffing hanteren we een gemiddeld aanbod aan containers.
De grijze container wordt gemiddeld ca 5 keer per jaar aangeboden, de groene container 6 keer. De belastingcapaciteit gemeente Bergeijk zetten we af tegen de landelijke capaciteit. Begroting 2023 geeft een belastingcapaciteit van 84%. Begroot na wijziging Begroot 2023 2022 (Gemeente) Onroerende zaak belasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale woonlasten Woonlasten landelijk gemiddelde* Woonlasten tov landelijk gemiddelde
314 255 174 743 811 92%
324 263 174 761 904 84%
(*) Bron COELO 2022
De laatst bekende woonlasten zijn door het COELO berekend op € 904 voor een meerpersoonshuishouden in 2023. Hiertegenover hebben wij de berekende belastingdruk 2023 gezet. De conclusie daaruit is dat we als gemeente Bergeijk ruim onder het landelijk gemiddelde zitten.
88
4.2 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Portefeuillehouder
Wethouder S. Luijten
Inleiding Het gemeentelijk weerstandsvermogen geeft de mate aan waarin we in staat zijn financiële tegenvallers op te vangen. Om dit te kunnen moet er een zekere mate van vrije ruimte zijn binnen de begroting en/of de vermogenspositie. Deze vrije ruimte heet ook wel de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit bestaat uit middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet geraamde kosten (onverwachte, onvoorziene omstandigheden) te dekken. Dit met inachtneming dat het niet ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Risico’s worden in dit verband gedefinieerd als gebeurtenissen die de doelrealisatie van de gemeente Bergeijk negatief kunnen beïnvloeden, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële omvang zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente. Wettelijk kader Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten moet in de paragraaf financiering in ieder geval het volgende onderdeel worden vermeld: Onderdeel Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; Een inventarisatie van de risico’s; Het beleid over de weerstandscapaciteit en de risico’s Verplicht opnemen van een aantal kengetallen Beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie
Op grond van art. 11 BBV
Beleid • Nota reserves en voorzieningen gemeente Bergeijk (2019 Wat willen we bereiken? De financiële positie is (ook op lange termijn) zodanig solide dat de gemeente zonder financiële problemen en zonder aanpassingen in het huidige beleid kan inspelen op externe ontwikkelingen. De omvang van de weerstandscapaciteit is toereikend voor het opvangen van financiële tegenvallers met structurele en incidentele gevolgen. De ratio weerstandscapaciteit (verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit) bedraagt minimaal 1,4. Dit is vastgelegd in de nota reserves en voorzieningen 2019.
89
Risico inventarisatie Van de risico’s wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat een risico zich voordoet en wat de mogelijke schadeomvang kan zijn. Daarvoor worden de volgende 2 vragen gesteld: Wat is de financiële impact? Dat wil zeggen de beste inschatting van het bedrag indien het risico zich voordoet. De kans dat de gebeurtenis zich voordoet aan de hand van de volgende score: Kans score • Zeer gering • • Gering • • Waarschijnlijk • • Hoog •
5% 25% 50% 75%
De risicoscore is de vermenigvuldiging van het ingeschatte financiële effect van het risico vermenigvuldigd met het percentage wat aansluit op de kans dat het risico zich voordoet. Indien een risico zich zeker voor zou doen dan wordt dit in de begroting opgenomen vanwege de stelregel dat de begroting realistisch opgesteld moet worden. Alleen risico’s met een gekwantificeerd bedrag van > € 25.000 (ongeveer 0,05% van de totale begroting) worden in de risicomatrix opgenomen. Nadat de risico’s zijn gekwantificeerd kan de benodigde weerstandscapaciteit worden berekend. Vervolgens wordt de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Aan de hand van deze gegevens wordt de ratio weerstandscapaciteit berekend. Risicoanalyse Kans
Af te dekken met:
Jaarrekening 2021
begroting 2023
begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
Hoog
AR
75
150
150
150
150
Waarschijnlijk
AR
150
150
150
150
150
Waarschijnlijk Hoog
AR AR
50 225
50 225
50 225
50 225
50 225
Waarschijnlijk Hoog Zeer gering
AR AR grex AR
50 505 125
50 509 125
50 509 125
50 509 125
50 509 125
Waarschijnlijk Hoog
AR AR
36
53 PM
53 PM
53 PM
53 PM
Waarschijnlijk Hoog
AR AR
84,5
74 PM 1.386
74 PM 1.386
74 PM 1.386
74 PM 1.386
Bedragen x € 1.000 Omschrijving risico 0. Taakveld Bestuur en ondersteuning a Algemene uitkering: effect wijzigingen 6. Taakveld Sociaal domein b Programmakosten jeugdhulp 7. Taakveld Volksgezondheid en milieu c Sanering bodemverontreiniging d Afvalinzameling 8. Taakveld VHROSV e Planschadeclaims actualisering bestemmingsplannen f Risico's grondexploitatie g Programma Aanpak Stikstof Organisatie/bedrijfsrisico h Financieringsfunctie reserve i Energiecrisis Verbonden partijen j GRSK / GGD / ODZOB / VRBZO / MRE k Ontwikkelingen in de doelgroep van KempenPlus Totaal
1.300
Tabel risico-inventarisatie (AR=algemene reserve, AR Grex = algemene reserve risico’s grondexploitatie)
De kwantificeerbare risico’s zijn als input voor het risicosimulatiemodel gebruikt, met uitzondering van het risico op de grondexploitaties. Het risico op de grondexploitatie komt tot stand op basis van scenarioberekeningen van de exploitaties. a. Algemene uitkering (€ 150.000) Het lang verwachte herverdeeleffect is bij de meicirculaire 2022 ingevoerd. Voor Bergeijk is hier sprake van een herverdeeleffect van € 7,50 per inwoner (positief) in 2023 en € 10,47 (positief) per inwoner in 2024 en verder. Naar verwachting wordt in 2025 de herijking van het gemeentefonds geëvalueerd. Daarmee is het herverdeeleffect nog niet definitief en kan nog een positieve dan wel negatieve narekening volgen. Voor de jaren 2023 t/m 2025 is er sprake van ‘zeer’ grote positieve accresontwikkelingen. Dit komt met name door de hoge inflatie, maar ook door beleidsintensiveringen vanuit het Rijk (hogere Rijksuitgaven vanwege defensie, opvang vluchtelingen en koppeling OAW).
90
Door de hoge mate van onzekerheid in de accres ontwikkelingen hanteren wij een hoog risico van 75%. b. Programmakosten Jeugdhulp (€ 150.000) Het CJG+ De Kempen onderkent een aantal risico’s wat wordt doorvertaald naar een bedrag van € 150.000. Deze risico’s worden veroorzaakt door de volgende onderwerpen: Achterblijvend rijksbudget Wijzigingen in inkoop Kwetsbaarheid kleine gemeenten Wijziging woonplaatsbeginsel, compensatie voordij en 18+ Ouderproblematiek Geen / beperkte invloed gemeente/CJG+ Uitvoering Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg c. Sanering bodemverontreiniging (€ 50.000) Een substantieel gedeelte van de Openbare Ruimte is verontreinigd. Dit is vooral gerelateerd aan het gebruik in het verleden van zinkassen op wegen (en bermen). Een gedeelte van met name onze wegen en bermen buiten de kom zijn zinkassenverdacht. Op zinkassenverdachte wegen moet per definitie vooraf onderzoek plaatsvinden en op veel van die wegen en bermen is een zinkassen gerelateerde verontreiniging homogeen of heterogeen aanwezig. In 2019 is verontreiniging met PFAS ook actueel geworden. Ook bij de uitvoering van reguliere onderhoudswerkzaamheden is dit een reëel risico geworden, waarvan de extra kosten niet vooraf zijn in te schatten. Derhalve handhaven wij het ingeschatte risico. d.
Afvalinzameling (€ 225.000) Voor de periode 1-2-1997 t/m 1-2-2017 hebben de 6 Brabantse gewesten (vertegenwoordigd door de Vereniging van Contractanten (VvC)), namens de Brabantse gemeenten, een overeenkomst gesloten met Afvalsturing Brabant (nu: Attero) voor de verwerking van huishoudelijk restafval. Hierbij is ook een garantieplicht (hoeveelheid aan te leveren afval) afgesproken. Door betere scheiding werd in 2011 voor het eerst niet meer voldaan aan de garantieplicht. Attero en de Brabantse gewesten hebben een juridisch geschil over de garantieplicht van aanlevering van brandbaar restafval. De zaak tussen Attero en de Brabantse gewesten over de garantieplicht van aanlevering van brandbaar restafval over de jaren tot en met 2014 is afgesloten en heeft niet geleid tot naheffing voor de MRE gemeenten. Tegenstrijdig aan het vonnis over de jaren tot en met 2014 heeft de rechter in een vonnis bepaald dat de Brabantse 104 gewesten over de periode 2015 tot en met 2017 wel verplicht zijn de minderlevering te compenseren aan Attero. Als gevolg van deze uitspraak heeft de MRE (contractpartner namens de deelnemende gemeenten van de MRE) een naheffing ontvangen en is voorlopig een bedrag van € 6,1 mln betaald. Dit bedrag is gebaseerd op de totale minderlevering van de MRE gemeenten samen. Het geld staat op een geblokkeerde rekening en is betaald om verdere naheffingsrente te voorkomen.
Op aanvraag van het DB van MRE heeft de VVC op 12 november 2019 een vernietigingsprocedure opgestart. Het Hof Den Haag heeft in deze vernietigingsprocedure op 29 juni 2021 het vonnis over de jaren 2015 t/m 2017 vernietigd. Dit houdt in dat er ook geen compensatie aan Attero niet verplicht is over deze jaren en er zal dus geen afrekening plaatsvinden. De reeds betaalde € 6,1 miljoen zal dan door de MRE terug ontvangen worden. Na deze beslissing van het hof bestaat nog de mogelijkheid dat Attero in cassatie gaat bij de Hoge Raad. Zij hebben tot uiterlijk 29 september 2021 om cassatie in te stellen. Wanneer er cassatie komt, zullen de gewesten en gemeenten daartegen verweer moeten gaan voeren. De looptijd van een eventuele cassatieprocedure zal ongeveer 1,5 jaar zijn. Mocht uit deze cassatie komen dat de gewesten en gemeenten wel compensatie moeten betalen aan Attero dan wordt het voorlopig
91
betaalde bedrag ad € 6,1 mln door MRE definitief. Dit zal dan doorgelegd worden naar de deelnemende gemeenten. e. Planschadeclaims actualisering bestemmingsplannen (€ 50.000) Inwoners hebben bij de actualisatie van bestemmingsplannen de mogelijkheid om een beroep te doen op planschade. Bij particuliere initiatieven is het uitgangspunt dat het risico op planschade middels een overeenkomst bij de betreffende ontwikkelaar wordt gelegd. Voor de gemeentelijke grondexploitaties wordt hiervoor verwezen naar de paragraaf grondbeleid. Door het verminderen van het aantal plannen is het risico beperkt. De omvang handhaven we op € 100.000 met een waarschijnlijk risico dat dit zich voordoet van 50%. f. Risico´s grondexploitatie (€ 509.000) Bij het opstellen van de begroting 2023 is een actuele doorrekening van de grondexploitatie gemaakt. Daarnaast worden scenario’s beschreven waarin rekening is gehouden met tegenvallers als langere looptijden en geen indexering van de opbrengsten. g. Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) (€ 125.000) De PAS was tussen 15 juli 2015 en 29 mei 2019 de basis voor vergunningverlening in het kader van de Wet natuurbescherming. Op 29 mei 2019 is door de Raad van State bepaald dat de Programma Aanpak Stikstof (PAS) in strijd is met het Europees recht. Toepassing van het PAS in het kader van de Natuurbeschermingswet is niet meer toegestaan.
Inmiddels zijn landelijk de normen aangepast. In de gevoeligheidsanalyse van de grondexploitaties was grotendeels rekening gehouden met dekking in de Algemene reserve risico grondexploitaties voor het deels afdekken van een mogelijke afwaardering van de grond van Waterlaat 7. Dit risico is kleiner geworden omdat het bestemmingsplan is vastgesteld. In het meest negatieve geval is het risico ca € 2,5 miljoen. We schatten dit risico op het moment van schrijven van de begroting 2022 als “zeer gering”, maar wel aanwezig in. h. Financieringsfunctie reserve (€ 53.000) Conform het beleid in de gemeente Bergeijk wordt de bespaarde rente toegevoegd als baat aan de exploitatie. Dit betekent dat niet vrij beschikt kan worden over de reserves. Het gaat daarbij om het deel van de reserves dat als weerstandsvermogen wordt gezien ter dekking van de risico’s. Dit deel zal immers ingezet moeten worden indien risico’s zich daadwerkelijk voordoen. Bij een inschatting dat maximaal 50% van de risico’s zich gelijktijdig werkelijk voordoen en een rekenrente van 4% betekent dit een risico van afgerond € 53.000 in de exploitatie. Deze systematiek is opgenomen in de nota reserves en voorzieningen zoals vastgesteld in de raad van februari 2014. i. Energielasten (PM) De energielasten bereiken op het moment ongekende hoogte.
Als gemeente herkennen we dit probleem, maar is de impact van de stijgende energielasten op onze begroting moeilijk in te schatten. j. Verbonden partijen (GRSK, GGD, Kempenplus ODZOB, VRBZO en MRE) (€ 74.000) De GRSK houdt geen eigen vermogen aan als weerstandscapaciteit. Dit op basis van vastgesteld beleid. Als calamiteiten zich voordoen worden de deelnemende gemeenten aangesproken, volgens de vastgestelde systematiek. Wij handhaven het eerder gehanteerde uitgangspunt van een risico van € 0,5 miljoen voor de 5 Kempengemeenten (ca. € 100.000 per gemeente). Het is aan de deelnemende gemeenten om weerstandscapaciteit aan te houden. De verbonden partijen hebben in hun begroting 2023 een risicoanalyse gemaakt. Deze risicoanalyse is afgezet tegen hun reservepositie. Daaruit resteert een deel niet afgedekte risico's. Indien zich dit voordoet kan dat betekenen dat de gemeente moet bijdragen. Dat deze risico’s zich gaan manifesteren is als “waarschijnlijk” gewogen.
92
k. Kempenplus (PM) KempenPlus heeft als opdracht om de Sociale Werkvoorziening (SW) en Participatiewet (Pw) uit te voeren. In 2015 is de wetgeving hieromtrent veranderd, waardoor nieuwe instroom in de Sociale Werkvoorziening (SW) niet meer mogelijk is. De doelgroep die voorheen onder de SW viel, valt sinds 2015 onder de Participatiewet (Pw). Inwoners die voor 2015 een SW-indicatie hebben gekregen, kunnen tot aan hun pensioen vanuit de SW aan het werk blijven. Dit betekent dat deze groep steeds kleiner en (gemiddeld genomen) steeds ouder wordt. De groep SW-ers zijn o.a. werkzaam voor de afdeling Externe Dienstverlening bij KempenPlus. Onder deze afdeling vallen werkzaamheden zoals de groenvoorziening, schoonmaak, catering en facilitair. De terugloop van de grootte van de doelgroep betekent dat KempenPlus bepaalde werkzaamheden voor gemeenten niet of in mindere mate nog kan uitvoeren, waardoor we deze werkzaamheden dan op de markt moeten aanbesteden en inkopen. Wat dit financiële risico materieel betekent voor de gemeente Bergeijk is op dit moment nog niet bekend. Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen wordt gevormd door: • Algemene reserve • Algemene reserve resultaat • Algemene reserve risico grondexploitaties • Post onvoorzien. De algemene reserves betreft incidentele capaciteit en de post onvoorzien structurele capaciteit.
Dit is vastgelegd in de nota reserves en voorzieningen, vastgesteld in de raad van 31 januari 2019. In de nota is eveneens bepaald dat de algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties, de bestemmingsreserves, stille reserves en de beschikbare ruimte in de belastingcapaciteit niet meegenomen worden in de bepaling van de weerstandscapaciteit. Bestemmingsreserves kunnen eventueel tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden gerekend indien de Raad de bestemming kan veranderen zonder financieel nadelige gevolgen. De dekkingsreserves maken geen deel uit van de weerstandscapaciteit, omdat de bestemming van dekkingsreserves niet kan wijzigen zonder nadelige gevolgen voor de exploitatie. De gemeente heeft een aantal stille reserves (verschil tussen marktwaarde en boekwaarde) door het bezit van vaste activa zoals pachtgronden, erfpachtgronden, bosgronden, gebouwen en terreinen. Een benadering van de marktwaarde van de bos- en landbouwgrond is per ultimo 2021, zoals opgenomen in de jaarrekening 2021: Omschrijving Aantal ha. per ha. in € per m² in € Marktwaarde in € Bosgronden
1.443
13.500
1,35
19.480.500
Geliberaliseerde pacht (1 jr)
215
74.000
7,40
15.910.000
Geliberaliseerde pacht (6 jr)
78
74.000
7,40
5.772.000
Reguliere pacht
660
74.000
7,40
48.840.000
Erfpacht
359
37.000
3,70
13.283.000
Totaal
2.755
103.285.500
Tabel stille reserves
Met betrekking tot de onbenutte belastingcapaciteit van gemeenten zijn de belangrijkste eigen inkomstenbronnen de ozb-inkomsten, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht. Uitgangspunt bij het bepalen van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing is 100% kostendekkendheid. De weerstandscapaciteitsratio drukt de verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit uit. Hoe groot de beschikbare weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van
93
de risico’s die de gemeente loopt. Het gaat hierbij om de risico’s die niet goed kwantificeerbaar en niet regulier zijn. In het algemeenheid gaat het om risico’s die de gemeente zelf niet of slechts deels kan beïnvloeden. Voor de overige risico’s zijn beheersmaatregelen genomen, voorzieningen getroffen of verzekeringen afgesloten. In de nota reserves en voorzieningen 2019 is vastgelegd dat de beschikbare reserves die betrokken worden bij de bepaling van de weerstandscapaciteit minimaal € 6,0 miljoen moet bedragen. De geprognosticeerde omvang van de algemene reserves, exclusief de algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties, is per 1 januari 2022 € 13.4 miljoen. Dit leidt tot de volgende weerstandscapaciteitsratio: Weerstandsratio (bedragen x € 1.000) 2023 2024 2025 2026 (balansstanden ultimo jaar) 1. Beschikbare weerstandscapaciteit 10.892 11.346 13.190 13.499 2. Benodigde weerstandscapactiteit 1.386 1.386 1.386 1.386 Weerstandsratio (1 / 2) 7,86 8,19 9,52 9,74 De minimale norm van deze ratio is in de nota reserves en voorzieningen 2019 vastgesteld op 1,4. Aan deze norm wordt voldaan. Ontwikkeling van algemene reserves Een aparte positie wordt ingenomen door de Algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties. De andere algemene reserves maken allemaal onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.
Vanaf de begroting 2023 worden de geprognosticeerde opbrengsten gefaseerd afgebouwd (was eerst vanaf jaar 2024). De algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties is in het leven geroepen om schommelingen in de opbrengsten uit grondtransacties op te vangen. Daarom wordt deze niet betrokken bij de weerstandscapaciteit. De omvang van deze reserve is gemaximeerd op € 2,5 miljoen en wordt herzien bij de actualisatie van de nota reserve en voorzieningen. De overige algemene reserves zijn er voor het opvangen van risico’s. De ondergrens hiervan is bepaald op € 6,0 miljoen. In grafiekvorm geeft dit de meerjarige ontwikkeling algemene reserves in relatie tot de ondergrens voor het opvangen van risico’s weer. Dit per 31-12 van het jaar. Grafiek verloop algemene reserves. Ontwikkeling algemene reserves 16.000 14.000
x € 1.000
12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2022 Algemene reserve
2023
2024 Jaar
Ondergrens
Grafiek opbouw algemene reserves
94
2025
2026
Opbouw Algemene reserve 18.000 16.000
Algemene reserve behoedzaamheid grondtransacties
x € 1.000
14.000 12.000
Rekeningresultaat
10.000 8.000 6.000
Algemene reserve risico grondexploitatie
4.000 2.000
Algemene reserve
0 2022
2023
2024 Jaar
2025
2026
Ontwikkeling van bestemmingsreserves De bestemmingsreserves bestaan uit dekkingsreserves en overige bestemmingsreserves.
Ontwikkeling bestemmingsreserves 5.000
x € 1.000
4.000
3.000
2.000 2022
2023
2024
2025
2026
Jaar
Grafiek verloop bestemmingsreserves
Op basis van een jaarlijks door de raad vast te stellen programmaplan BEergeijkENERGY vindt onttrekking plaats. Wanneer het saldo van de bestemmingsreserve niet afdoende blijkt zal er in het jaarlijkse voorstel van het programmaplan ook een storting meegenomen worden.
95
Ontwikkeling dekkingsreserves
x € 1.000
9.000
8.000
7.000
6.000 2022
2023
2024
2025
2026
Jaar
Grafiek verloop dekkingsreserves
De dekkingsreserves nemen jaarlijks af met een vast bedrag ter dekking van, een deel van, de kapitaallasten. De jaarlijkse vrijval vindt plaats totdat de dekkingsreserve nihil is geworden. Kengetallen Kengetallen:
Werkelijk 2021
Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
40% 39%
79% 78%
93% 91%
109% 107%
88% 86%
93% 92%
Solvabiliteit
37%
28%
28%
27%
29%
29%
Structurele exploitatieruimte
1%
0%
1%
1%
1%
0%
Grondexploitatie
15%
9%
9%
1%
-2%
-5%
Belastingcapaciteit
92%
97%
84%
84%
84%
84%
Het Rijk, en dus ook onze toezichthouder, heeft aan deze financiële kengetallen geen normen verbonden. Dit wordt nadrukkelijk overgelaten aan raden en besturen. Wel wordt geadviseerd om de kengetallen te relateren aan bijvoorbeeld signaleringswaarden die voor stresstesten gelden. De toezichthouder hanteert bij haar beoordeling van de begroting de volgende signaleringswaarden:
Tabel: signaleringswaarden financiële kengetallen
Onderlinge verhouding van de kengetallen (conclusie) De financiële kengetallen geven samen een beeld van de financiële ontwikkelingen in de gemeente. Een los kengetal zegt echter weinig over de totale financiële positie. Of een hoge schuldquote voor een gemeente nadelig is, hangt bijvoorbeeld af van het eigen vermogen en hoe groot de kans is dat de schuld weer wordt afgelost. Vandaar dat er een toelichting wordt gegeven.
96
Ten opzichte van de begroting 2022 zien we een stijging van de schuldquote. Dit was eerder ook al voorzien en wordt nu bevestigd. Naar de toekomst neemt de schuldpositie verder toe. Dit omdat de grondvoorraden van de grondexploitaties afnemen. Netto Schuldquote
160% 140% 120%
109% 93%
100% 80%
88%
79%
93%
60% 40% 20% 0% Begroot 2022
Begroot 2023
Begroot 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
De solvabiliteit verwachten we redelijk constant te houden. Wij blijven hier op begrotingsbasis ongeveer op het landelijk gemiddelde. Een percentage tussen de 20% en 50% wordt als goed beschouwd. Hier voldoen we aan. We sturen continu op een structureel sluitende begroting. Voor de jaren 2023 t/m 2025 zien we een positief begrotingssaldo mede als gevolg van de toename in de algemene uitkering als gevolg van de meicirculaire 2022. Echter als gevolg van de onzekerheid in de algemene uitkering vanaf 2026 zien we vanaf 2026 een negatief begrotingsbeeld. wat ook terug te zien in de verwachte meerjarenraming zoals weergegeven in hoofdstuk 2.2 De grondexploitatie is voor 2023 relatief groot qua omvang, dit komt door een drietal resterende grondposities vanaf 2023. De grondexploitatie neemt wel af door met name een drietal plannen waarvoor negatieve resultaten worden verwacht zoals ook te zien is in paragraaf 4.7. Die verwachte negatieve resultaten zijn afgedekt door de voorziening tekorten grondexploitaties. Door grondverkopen zal de ratio de komende jaren verder dalen. Op basis van de huidige prognoses verwachten we dat de grondexploitaties eind 2027 volledig zijn gerealiseerd.
97
4.3 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen Portefeuillehouder
Wethouder M. Kuijken Wethouder S. Luijten
Wettelijk kader Op grond van het besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten moeten in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in ieder geval de volgende onderdelen worden vermeld: Onderdeel
Op grond van
De paragraaf bevat tenminste de volgende kapitaalgoederen: Wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Van deze kapitaalgoederen wordt aangegeven: Het beleidskader; De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; De vertaling van de financiële consequenties in de begroting en de jaarrekening.
art. 12, lid 1 BBV art. 12, lid 2 BBV
Wat willen we bereiken? In de toekomstvisie van de gemeente Bergeijk zijn diverse uitgangspunten opgenomen die van toepassing zijn op het onderhoud van kapitaalgoederen, namelijk: Als overheid ligt er een duidelijke voorbeeldfunctie om te investeren in duurzame ontwikkelingen die aansluiten op het heden, zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. De bouwstenen van het toekomstig leefklimaat zullen daarom herbruikbaar zijn met grondstoffen die gekenmerkt worden door een hoge mate van circulariteit. Het beheer van de kapitaalgoederen binnen de leefomgeving wordt gekenmerkt door een goede afstemming met de huidige behoeften. De inrichting zal veilig en klimaat robuust zijn. De openbare ruimte zal flexibel inspelen op toekomstig ontwikkelingen zoals het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Dit alles met respect voor het dorpse karakter en haar groene structuurelementen. Het huidige coalitieakkoord geeft ten aanzien van het onderhoud kapitaalgoederen de volgende aanknopingspunten: Het voorzieningenniveau blijft minimaal op het huidige peil. Sportaccommodaties, gemeenschapshuizen en scholen blijven in alle kernen bestaan. Zelfwerkzaamheid door verenigingen bij onderhoud en beheer van accommodaties wordt gestimuleerd door middel van TUOB.
De gemeente heeft een voorbeeldfunctie als het gaat om duurzaam werken, afvalverwerking en energiegebruik. Beleid • BORA III Focus (Beheer Openbare Ruimte & TUOB-Accommodaties 2019-2023 • VGRP (Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2020-2024) • GVM (Gemeentelijke Visie Mobiliteit 2019-2022) • Bewegen, Ontmoeten en Spelen (BOS) (2020) BORA: Beheer Openbare Ruimte & Accommodaties In 2019 zijn we gestart met de derde periode van BORA. Daarvoor zijn de beheerplannen geactualiseerd, en zijn de benodigde middelen voor de periode 2019 – 2028 inzichtelijk gemaakt.
98