CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Westerhoven natuurtoets.pdf

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente BergeijkBij agendapunt: Advies aanvraag omgevingsvergunning Zoutweg 1 Westerhoven12.454 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis

projectnummer 0490736.100 concept revisie 04 21 januari 2025

www.anteagroup.nl

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 concept revisie 04 21 januari 2025

Auteur(s) L. Desertine

Opdrachtgever Enexis Netbeheer B.V. T.a.v. Afdeling Inkoopfacturen Postbus 6 8446 KP ZWOLLE

Gecontroleerd A.L.G. van der Linden L. Koks

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

datum 21 januari 2025

beschrijving Definitief

vrijgave

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding & planvoornemen Doel Leeswijzer

4 6 6

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling

7

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.3.8 2.4 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.6 2.7

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Zoogdieren vleermuizen Zoogdieren overige zoogdieren Amfibieën Vissen Insecten Zorgplicht Natura 2000 NNB Kleinschalige herbegrenzing Financiële compensatie Compensatie-opgave Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden Ow

7 8 8 8 9 13 15 16 16 17 17 17 18 19 20 20 21 22

3.

Conclusie en advies

23

3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3

Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 NNB Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden Ow

23 24 24 24 25 25

Literatuurlijst

26

Bijlage 1 Wettelijk kader

28

Bijlage 2 Methodiek natuurtoets

37

Bijlage 3 Rode lijst soorten uit NDFF

40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding & planvoornemen Enexis Netbeheer B.V. is voornemens om een nieuw verdeelstation te realiseren. Het plangebied grenst ten zuiden aan de Rijksweg (N397) en ten noorden aan de Schepelenbochten te Westerhoven in de gemeente Bergeijk in de provincie Noord-Brabant. In de gebruiksfase staan er in het plangebied twee 20MVA verdeelstations opgesteld. Het gehele plangebied wordt verhard terrein. Voor de realisatie van het voornemen dienen enkele bomen te worden gekapt, worden prefab bouwwerken geplaatst met een kraan, worden kelders gegraven onder de stations, en worden sleuven gegraven voor kabels en aangesloten op station. De werkzaamheden worden in het eerste kwartaal van 2025 uitgevoerd, de duur van de werkzaamheden is onbekend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of houtopstanden (Omgevingswet (Ow), Natuurnetwerk Nederland, in Noord Brabant; Natuurnetwerk Noord-Brabant (NNB) en overig (provinciaal) beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden).

Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd. In de figuren 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. In Figuur 1.3 is een impressie van het ontwerp weergegeven.

Figuur 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Bron: QGIS, PDOK 2024.

blad 4 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Figuur 1.2. Gedetailleerde ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: QGIS, PDOK 2024.

Figuur 1.3. Impressie ruimtelijke ontwikkeling (voornemen), (Bron: Enexis Netbeheer BV).

blad 5 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

1.2

Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of in het kader van de Omgevingswet als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.

1.3

Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en houtopstanden aan de omgevingswet en overige beleidskaders. Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven. Mooie tekst: Bijlage 3 rode lijst soorten

blad 6 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan beschermde soorten onder de Omgevingswet (Ow), Natura2000-gebieden, NNB, overig provinciaal beleid van de provincie Noord-Brabant en beschermde houtopstanden onder de Ow. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Omgevingswet (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.

2.1

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op vrijdag 26 januari 2024 is vanaf circa 12:30 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door twee deskundig ecologen van Antea Group bij deels bewolkt weer met een temperatuur van circa 10 °C (Weerplaza). Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet geïnspecteerd. Hierbij zijn de bomen, indien nodig, met een verrekijker geïnspecteerd op de aanwezigheid van holtes en nesten. Daarnaast zijn de watergangen visueel geïnspecteerd. Het plangebied is gelegen tussen agrarisch gebied, bos en de bebouwde kom. Het plangebied is verhard, deels geasfalteerd en deels bestraat en volledig omheind met harmonicagaas. Aan de noordkant van het plangebied, langs de weg, loopt een watergang met steile oever, tijdens het veldwerk stond deze grotendeels droog. Aan de noordkant staan loofbomen (eiken). In het oosten staan voornamelijk naaldbomen (dennen), gemengd met jonge loofbomen en opstaand en liggend dood hout. Ten zuiden van het plangebied staat een kantoor/gebouw met opslag van strooizout en materieel, met zuidelijk daarvan een ruig grasland. Ten westen van het plangebied staan naaldbomen (lariksen). Dit alles stond buiten het hekwerk m.u.v. enkele loofbomen (eiken), behangen met nestkasten voor broedvogels, ten oosten buiten het plangebied. In Figuur 2.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Locatie de te plaatsen verdeelstation.

Bomenrij ten noorden van het plangebied

De watergang ten noorden van het plangebied.

Het bos ten oosten van het plangebied.

blad 7 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Vogelhuisjes ten oosten van het plangebied. Figuur 2.1. Impressie van het plangebied.

2.2

Effectbepaling voornemen De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden. Er worden twee 20MVA prefab verdeelstations in het plangebied gerealiseerd. De exacte ligging/ontwerp ervan is te vinden in Figuur 1.3; Voor de realisatie van het verdeelstation moeten er bomen worden gekapt; Er worden kelders gegraven onder de verdeelstations; Er worden sleuvels gegraven voor kabels en aangesloten aan de verdeelstations; Er worden hekwerken geplaatst.

2.3

Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Indien soortgroepen op basis van het oriënterend terreinbezoek op voorhand kunnen worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zijn deze soortgroepen vermeld in paragraaf 2.3.1. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de mogelijk effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.

2.3.1

Afbakening relevante soortgroepen Op basis van de bureaustudie en het verkennend terreinbezoek kan de aanwezigheid van meerdere soortgroepen worden uitgesloten. Gezien de afwezigheid van (geschikt) open (voortplantings)water in (de directe omgeving van) het plangebied én het bekende verspreidingsgebied kan de aanwezigheid van beschermde reptielen, beschermde zaadplanten, varens en bladmossen en beschermde kreeftachtigen en weekdieren in het plangebied worden uitgesloten. Aanwezigheid van de overige soortgroepen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd.

blad 8 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

2.3.2

Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1km) (NDFF, 2019-2024). Soort Categorie Boomvalk 4 Buizerd 4 Gierzwaluw 2 Grote gele kwikstaart 3 Huismus 2 Kerkuil 3 Oehoe 3 Ooievaar 3 Roek 2 Slechtvalk 3 Sperwer 4 Steenuil 1 Categorie 1 Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) Categorie 2 Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3 Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) Categorie 4 Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest

Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats, alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving, altijd omgevingsvergunningsaanvraag flora- en fauna-activiteit moet worden aangevraagd. Dit zijn boombroedende soorten (zoals buizerd), gebouwbroedende soorten (zoals huismus en gierzwaluw) en overige soorten (zoals grote gele kwikstaart en steenuil). Tijdens het terreinbezoek zijn in de omgeving van het plangebied geen soorten met een jaarrond beschermd nest waargenomen. Boombroedende soorten In het plangebied zijn geen nesten van boombroedende soorten aangetroffen. Voor de hieronder genoemde en overige vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest maakt het plangebied gezien de zeer beperkte (mogelijkheid aan) aanwezige voedselbronnen door het verharde uiterlijk van het plangebied geen essentieel onderdeel uit van de functionele leefomgeving. Ook zijn er in de omgeving betere leefgebieden aanwezig. Tijdens het terreinbezoek is in de directe omgeving van het plangebied, binnen de invloedssfeer van 75 meter, wel een enkel groot nest in een boom aangetroffen (zie Figuur 2.3 en Figuur 2.5).

Dit nest kan toebehoren aan een boombroedende soort met een jaarrond beschermd nest (boomvalk, buizerd, sperwer). Er zijn geen nesten aanwezig in kolonieverband waardoor de roek is uitgesloten. De aanwezigheid van nestplaatsen van boombroedende soorten met een jaarrond beschermd kan in (de directe omgeving van) het plangebied niet worden uitgesloten. Er kan een nestplaats van de boomvalk, buizerd en/of sperwer aanwezig zijn binnen de invloedssfeer (75 meter) van de werkzaamheden. Er is geen sprake van directe aantasting van nesten, maar er kan wel verstoring door geluid of aanvullende verlichting bij nachtelijke werkzaamheden optreden. Effecten kunnen worden uitgesloten indien buiten het broedseizoen van de soorten gewerkt wordt. Indien niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden, zijn vervolgstappen noodzakelijk.

blad 9 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Vervolgstappen Indien niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden is nader onderzoek noodzakelijk om inzicht te krijgen in het gebruik van het nest door (jaarrond beschermde) soorten. Bij het onderzoek dient het BIJ12 kennisdocument van de buizerd gevolgd te worden. De inventarisatie bestaat uit minimaal vier gerichte veldbezoeken in de periode half maart tot half mei. Om ook de boomvalk volledig te inventariseren wordt een vijfde bezoek gebracht in de periode eind april half juni. De inventarisaties vinden plaats met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Er wordt gelet op bezetting van nesten, roepende vogels (ouders en jongen) en transport van nestmateriaal. Een andere mogelijkheid na de nestinventarisatie is een ecologische vrijgave voorafgaand aan de werkzaamheden. Hierbij bestaat het risico dat een broedgeval aanwezig is en de locatie niet wordt vrijgegeven voor werkzaamheden.

Figuur 2.3. Een mogelijk jaarrond beschermd nest (rood omcirkeld) in directe omgeving van het plangebied.

Gebouwbroedende soorten In de directe omgeving van het plangebied is bebouwing aanwezig. De daken en bovenste delen van de muren van deze bebouwing zijn bedekt met golfplaten (zie Figuur 2.4). Dergelijke bebouwing is ongeschikt voor gebouwbroedende soorten, zoals de gierzwaluw en huismus, waardoor nestlocaties in (de directe omgeving van) het plangebied kunnen worden uitgesloten.

blad 10 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Figuur 2.4. Gebouw met overhangende golfplaten.

Overige soorten Verblijfplaatsen van overige soorten als grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar, oehoe, slechtvalk en steenuil worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop. De grote gele kwikstaart is te vinden langs stromende beken, grotere rivieren en aangelegde stromen in (landschaps) parken (Vogelbescherming, z.d.). De kerkuil broedt in ons land veelal in speciale nestkasten en incidenteel in boomholten (Vogelbescherming, z.d.). De ooievaar broedt op kunstmatige nestgelegenheden, op daken en wagenwielen, maar ook in zelfgemaakte nesten in bomen (Vogelbescherming, z.d.). Steenuilen leven in kleinschalige cultuurlandschappen met variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. Een steenuil broedt in allerlei natuurlijke holtes, maar ook in hoeken of nissen in gebouwen of schuren en in speciale nestkasten (Vogelbescherming, z.d.). Deze elementen zijn niet aanwezig in (de directe omgeving van) het plangebied. De oehoe is te vinden in zeer uiteenlopende leefgebieden met voldoende voedsel in winter en zomer (Vogelbescherming z.d.). De slechtvalk heeft kliffen nodig om te broeden, in Nederland gebruiken ze hiervoor grote gebouwen (Vogelbescherming z.d.). De biotopen van deze soorten zijn niet aanwezig in het plangebied, hierom zijn de grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar, oehoe, slechtvalk en steenuil uitgesloten in en nabij het plangebied.

Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.2. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd (NDFF, 2019-2024). Soort Categorie Blauwe reiger 5 Boerenzwaluw 5 Boomklever 5 Boomkruiper 5 Bosuil 5 Ekster 5 Groene specht 5

blad 11 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Soort Categorie Grote bonte specht 5 IJsvogel 5 Kleine bonte specht 5 Koolmees 5 Pimpelmees 5 Spreeuw 5 Torenvalk 5 Zwarte kraai 5 Categorie 5 Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Tijdens het terreinbezoek zijn enkele categorie 5-soorten waargenomen (koolmees, pimpelmees en zwarte kraai). Nesten van de categorie 5 vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 5-soorten vallen daarmee onder de bescherming van algemene broedvogels.

Figuur 2.5. Kaart met (mogelijke) vogelnesten en nestmogelijkheden. Groene kader duidt de te verwijderen bomenrij aan. Bron: QGIS, PDOK 2024.

Algemene broedvogels Tijdens het terreinbezoek is één algemene broedvogel waargenomen (merel). Omliggend van het plangebied zijn meerdere plekken aanwezig in bomen en struiken waar mogelijk nesten van algemene broedvogels kunnen zitten. Op het terrein en ook in het plangebied hangen vogelhuisjes die door algemene broedvogels gebruikt kunnen worden (zie Figuur 2.5). Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Ow aan de orde.

1 Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

blad 12 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Ow (artikel 11.37 Bal). Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli2) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Omgevingswet aan de orde. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, kunnen locatiespecifieke maatregelen worden voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

Vervolgstappen Buiten het broedseizoen werken, indien niet mogelijk moet door een ervaren ecoloog worden nagegaan of er nesten van algemene broedvogels in het plangebied aanwezig zijn. Indien hier sprake van is, mogen deze niet verwijderd of verstoord worden zolang deze in gebruik zijn.

2.3.3

Zoogdieren vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2019-2024). Soort Beschermingsregime Artikel 11.46 Bal Gewone dwergvleermuis X

Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Alle soorten vleermuizen vallen onder de strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal) van de Ow. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. Gebouwbewonende soorten In het plangebied is geen bebouwing aanwezig, verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten in het plangebied zijn uitgesloten. Ten zuiden van het plangebied is een gebouw aanwezig waarbij ruimte aanwezig zijn tussen de muur en Het gebouw ten zuiden van het plangebied wordt uitgesloten als verblijfplaats door een ongunstig microklimaat voor gebouwbewonende vleermuizen. Boombewonende soorten

blad 13 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

In het plangebied zijn geschikte bomen aanwezig, één boom met een holte (zie Figuur 2.5). De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Volgens het voornemen worden bomen gekapt of gerooid en kan er dus direct effect plaatsvinden op de verblijfplaatsen. Echter zal de boom met holte volgens planvoornemen niet gekapt worden.

Figuur 2.6. Boom met holte (rood omcirkeld).

Vervolgstappen Realisatiefase Om tijdens de realisatiefase verstoring te voorkomen is het belangrijk om enkel overdag te werken. Indien verlichting nodig is, is het noodzakelijk dat er geen verlichting of aangepaste vleermuizenverlichting richting de aangrenzende bomenrijen en omliggend bos wordt geplaatst. Volgens planvoornemen dienen enkele bomen uit de bomenrij ten noorden van het plangebied te worden gekapt. De boom met mogelijke verblijfplaats (boomholte zie Figuur 2.5) zal volgens het planvoornemen behouden blijven. Als deze boom toch gekapt dient te worden zal moeten worden aangetoond of de holte geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen, dit kan door middel van een endoscoop. Mocht hieruit resulteren dat het om een geschikte verblijfplaats gaat dient extra nader onderzoek plaats te vinden naar de functie van de boom als verblijfplaats. Dit nader onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het vleermuisprotocol, waarbij minimaal vier bezoeken plaats dienen te vinden in de periode 15 mei tot en met 15 september. (Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2021).

Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. De bomen ten noorden van het plangebied (zie groene kader Figuur 2.5) die mogelijk gekapt moeten worden bestaan uit een lijnvormig element in het landschap, namelijk een bomenrij. Het kappen van bomen uit deze bomenrij kan versnippering veroorzaken in potentieel essentiële vliegroutes van vleermuizen. Echter kan worden blad 14 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

uitgesloten dat met de kap van deze bomenrijen potentieel essentiële vliegroutes van vleermuizen verloren gaan. Er zijn voldoende andere lijnvormige elementen in de vorm van direct aansluitende bosranden/bomenrijen in de omgeving waardoor de ruimte die er ontstaat in de bomenrij minder effect heeft en de vleermuizen deze andere lijnvormige elementen kunnen gebruiken als vliegroute. Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In het plangebied is mogelijk foerageergebied aanwezig in de vorm van de luwe zone tussen de bomen en het gebouw. Dit foerageergebied zal echter niet verloren gaan door de werkzaamheden. In het plangebied is sprake van opgaande begroeiing. Daarbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. Bij verwijdering van deze begroeiing blijft er voldoende beschut en geschikt foerageergebied over in de directe omgeving van het plangebied. Er is daardoor geen sprake van essentieel foerageergebied in het plangebied. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten.

2.3.4

Zoogdieren overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.4 Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2019-2024). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde zoogdieren Bever X Eekhoorn X Wolf X

Bever De bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water zoals moerassen, beken, rivieren en meren. De voorkeur gaat uit voor meren en rivieren omzoomd door (broek)bossen met bomen als wilg en populieren. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste, oevers zonder bos worden ook gebruikt. Een waterdiepte van minimaal 50 cm is een vereiste (Zoogdiervereniging, z.d.). De bever kan worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop in het plangebied en de directe omgeving. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Eekhoorn De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Ze komen ook voor in bebouwd gebied, mits er voldoende voedsel beschikbaar is. De voorkeur gaat uit naar oud bos door meer voedsel- en nestgelegenheden (Zoogdiervereniging, z.d.). Tijdens het terreinbezoek zijn in en nabij het plangebieden geen sporen en/of verblijfplaatsen van eekhoorns aangetroffen. De eekhoorn is uitgesloten van het plangebied. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Wolf Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden. De soort is echter een namelijk vaak veel dekking en er leven veel reeën.

De wolf heeft een grote behoefte aan drinkwater (omdat hij dagelijks lange afstanden loopt) en komt dus weinig voor in droge landschappen (Zoogdiervereniging, z.d.). Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen aangetroffen. Er zijn geen foerageergebieden binnen het plangebied aanwezig doordat het plangebied volledig verhard is. In de omgeving is wel geschikt leefgebied aanwezig. Daarnaast is er over de wolven in Nederland een duidelijk beeld over de roedellocaties, nabij het plangebied wordt niet over een roedellocatie gesproken. Het voorkomen van de soort binnen het plangebied is daarmee uitgesloten.

blad 15 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde zoogdieren niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop. Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er worden binnen het plangebied geen algemeen voorkomende (vrijgestelde) zoogdieren verwacht aangezien het plangebied bestaat uit verharde ondergrond waardoor verblijfplaatsen ontbreken.

2.3.5

Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.5 Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20192024). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde amfibieën Alpenwatersalamander X

Alpenwatersalamander De Alpenwatersalamander komt voornamelijk voor in stilstaande, niet te voedselrijke wateren, zoals greppels, bospoelen en vennen. Op land komt hij voor in de buurt van bossen en/of houtwallen. De soort heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen. De Alpenwatersalamander heeft voldoende beschutting nodig in de vorm van een strooisellaag en de aanwezigheid van struweel. Als schuilplaats worden allerlei vochtige plekken gebruikt. De Alpensalamander overwintert voornamelijk op land (Ravon, z.d.). Er is geen geschikt leefgebied binnen het plangebied aanwezig voor de Alpenwatersalamander door het verharde uiterlijk van het plangebied. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde amfibieën niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop. Vrijgestelde amfibieën in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er worden binnen het plangebied geen algemeen voorkomende (vrijgestelde) amfibieën verwacht aangezien het plangebied bestaat uit verharde ondergrond waardoor verblijfplaatsen en voorplantingshabitat ontbreekt.

2.3.6

Vissen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vissen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.6 Overzicht van waargenomen vissen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20192024). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage Bijlage IX IX Vrijgestelde vissen Beekprik X

Beekprik De beekprik leeft in beken en riviertjes met een matige stroming, zandige trajecten met slibrijke delen. De beekprik is een stromingsminnende soort (Ravon z.d.). De beekprik kan op voorhand worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop in (de directe omgeving van) het plangebied. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde vissen niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

blad 16 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

2.3.7

Insecten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van insecten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.7 Overzicht van waargenomen insecten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20192024). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde insecten Bosbeekjuffer X

Bosbeekjuffer De bosbeekjuffer komt voor langs beschaduwde, koude en zuurstofrijke beken. De bosbeekjuffer stelt als belangrijke factoor aan water een lage geleidbaarheid, een lage watertemperatuur en hoge zuurstofverzadiging. Het omringende landschap is vaak gevarieerd met bosjes, hooilanden, struwelen, houtwallen en ruigten. Larven leven in holle oevers tussen uitgespoelde wortels van bomen en struiken op de beekoever maar ook in waterplanten en in het water hangende kruiden. De vliegtijd is van mei tot eind augustus (Vlinderstichting z.d.). De bosbeekjuffer wordt uitgesloten in het plangebied vanwege het ontbreken van geschikt biotoop door het verharde karakter van het plangebied. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde insecten niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

2.3.8

Zorgplicht Er worden geen algemeen voorkomende zoogdieren of amfibieën verwacht in het plangebied. Er worden wel algemene broedvogels verwacht in het plangebied. Maatregelen m.b.t. broedvogels worden beschreven in paragraaf 2.3.2.

2.4

Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux en ligt op circa 900 meter afstand ten zuiden van het plangebied (zie Figuur 2.7). Dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn. Binnen een straal van 15 km liggen nog twee andere Natura 2000gebieden. Het betreft Kempenland-West en Strabrechtse Heide en Beuven.

blad 17 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Figuur 2.7. Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving het plangebied (rode cirkel). Bron QGIS, PDOK 2024.

Bij voorliggend planvoornemen is er enkel sprake van een realisatiefase. Er is daardoor hoogstens sprake van tijdelijke effecten. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van alle storingsfactoren, zoals bijvoorbeeld verdroging of geluid- en lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatiefase niet op voorhand uit te sluiten. De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden, is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator. Geadviseerd wordt dan ook om een dergelijke berekening uit te voeren. Indien uit de AERIUS-berekening volgt dat er als gevolg van het voornemen een verhoogde stikstofdepositie plaats vindt op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden, dient dit ecologisch te worden beschouwd door middel van een ecologische Voortoets Stikstof. Vervolgstappen Er dient een AERIUS-berekening voor de realisatiefase te worden opgesteld. Indien sprake is van een toename in stikstofdepositie, dient dit nader ecologisch beoordeeld te worden.

2.5

NNB In het plangebied is NNB-gebied aanwezig. Zie ook Figuur 2.8. Het NNB is beschermd conform Artikel 5.30 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Mogelijke effecten van ontwikkelingen moeten worden getoetst aan dit beschermingsregime. De onderhavige ontwikkeling betreft een kleinschalige ingreep in het NNB met een oppervlakte van ca. 300 m2. Het betreft bos met beheertype N16.03 Droog bos met productie.

blad 18 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Figuur 2.8. Ligging NNB-gebieden in de omgeving het plangebied (rode cirkel). Bron QGIS, PDOK 2024

Met het oog op toekomstig gebruik is het ongewenst om op de locatie het huidige NNB te handhaven. Daarom is van het ruimtebeslag in de vorm van financiële compensatie. Deze herbegrenzing en de te volgen stappen zijn onderstaand nader uitgewerkt.

2.5.1

Kleinschalige herbegrenzing (passage uit Omgevingsverordening Noord-Brabant). Artikel 5.36 Kleinschalige herbegrenzing 1. Een omgevingsplan kan een ontwikkeling binnen het Natuur Netwerk Brabant mogelijk maken in het geval dat: a. de aantasting van het areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; b. de aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant beperkt is; c. de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; d. er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; e. er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; f. bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 5.37 Compensatie ; en g. op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd. Voor een omgevingsplan als bedoeld in het eerste lid doet het gemeentebestuur een verzoek tot grenswijziging van het Natuur Netwerk Brabant aan Gedeputeerde Staten Aan de bovengenoemde voorwaarden wordt als volgt voldaan: Ad 1: a. De oppervlakte van 300 m2 is te beschouwen als kleinschalig; b.

Gezien de beperkte oppervlakte en de ligging in de rand van het NNB, grenzend aan een openbare verharde weg, is de aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken beperkt; op de locatie zijn geen bijzondere waarden aanwezig in vergelijking met de aangrenzende bosstroken; c. Er is geen sprake van versterking van de ecologische waarden; het verlies is echter zeer gering; d. Er heeft een afweging van alternatieven plaatsgevonden, waarbij de gekozen oplossing als integraal meest wenselijke naar voren is gekomen; e. De ingreep is beperkt; de landschappelijke inpassing is beperkt tot een groene afwerking van de locatie als een grazige strook met een extensief maaibeheer; blad 19 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

f. g.

De compensatie wordt uitgewerkt conform de voorwaarden uit artikel 5.39 Financiële compensatie; N.v.t.

Ad 2: De gemeente zal in het Omgevingsplan een verzoek indienen tot herbegrenzing.

2.5.2

Financiële compensatie (passage uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant). Artikel 5.39 Financiële compensatie 1. De financiële compensatie wordt bepaald op grond van de omvang van de compensatieverplichting, bedoeld in artikel 5.37 , tweede lid, en omvat de volgende kostenelementen: a. kosten voor de planontwikkeling en planuitvoering; b. kosten van de aanschaf van vervangende grond; c. kosten van de basisinrichting; en d. kosten van ontwikkelingsbeheer gedurende de ontwikkelingstijd. 2. De financiële compensatie wordt uiterlijk zes weken na de vaststelling van het omgevingsplan gestort in de provinciale compensatievoorziening ter uitvoering van de geformuleerde compensatietaakstelling. Aan de bovengenoemde voorwaarden kan als volgt worden voldaan: Ad 1: Voor de kosten van de compensatie worden de kostenelementen zoals benoemd onder a t/m d samengevoegd tot een eenheidsprijs per m2 van 11,32 (peildatum oktober 2024). Ad 2: Afstemming initiatiefnemen en Provincie.

2.5.3

Compensatie-opgave De voorwaarden voor compensatie-opgave van het NNB zijn opgenomen in onderstaand tekstkader (passage uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant). Artikel 5.37 Compensatie 1. De verplichte compensatie vindt plaats door: a. fysieke compensatie als bedoeld in artikel 5.38; of b. financiële compensatie als bedoeld in artikel 5.39. 2. De omvang van de compensatie is in ieder geval gelijk aan de omvang van het vernietigde of verstoorde areaal en wordt verder bepaald door de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur, conform de volgende uitgangspunten: a. natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag; b. tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak; c. tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak; d. bij een ontwikkelingsduur van de natuur van meer dan 100 jaar: e. de toeslag in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk; f. bij verstoring van natuur: maatwerk.

blad 20 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Aan de eisen van Artikel 5.37 kan als volgt worden voldaan: De groenstrook zoals aangegeven in onderstaande Figuur betreft loofbos van naar schatting 60 80 jaar oud, en valt daarmee voor ontwikkeltijd in de categorie 25 100 jaar. Daarmee geldt voor de oppervlaktecompensatie een toeslag van 2/3. De oppervlakte in het NNB bedraagt 300 m2. De compensatieopgave bedraagt zodoende 500 m2.

Figuur 2.9. Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNB (in groen weergegeven). Geel omkaderd het ruimtebeslag van de te leggen kabels in het NNB. Bron: QGIS, PDOK 2024.

2.6

Overig provinciaal beleid Groenblauwe mantel Het plangebied ligt binnen de begrenzing van Groenblauwe mantel (zie Figuur 2.10). Als gevolg van het planvoornemen kunnen er effecten optreden. Er dient contact te worden opgenomen met de provincie NoordBrabant over de te nemen vervolgstappen.

blad 21 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Figuur 2.10. Ligging groenblauwe mantel (blauw gearceerd) ten opzichte van het plangebied (rood omkaderd). Bron: Provincie Noord-Brabant.

De groenblauwe waarden ter plaatse van de ontwikkeling betreffen de landschappelijke waarde van bosranden en de bijbehorende rust van het buitengebied. De nabije ligging van de verharde weg vormt echter een bron van verstoring, zodat de waarden daardoor enigszins beperkt worden. Na afloop van de herinrichting keren de landschappelijke waarden en de rust ter plekke weer terug naar de oorspronkelijke (huidige) waarden. Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van de rust- en foerageergebieden van ganzen en smienten. Er zijn geen effecten aan de orde.

2.7

Beschermde houtopstanden Ow In het plangebied zijn bomen aanwezig, namelijk de bosstrook als onderdeel van het bosgebied rondom de projectlocatie. Gezien de ligging in het buitengebied vallen de houtoopstanden onder de bescherming van de Omgevingswet. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden houtopstanden gekapt. Deze houtopstanden dienen te worden gecompenseerd. Als er een buffer wordt aangehouden van de kroondiameter van de resterende bomen aan weerszijden van de graafwerkzaamheden kan worden uitgesloten dat die bomen schade ondervinden en is een bomen effectenanalyse (BEA) overbodig. In de beschouwing van de effecten op het NNB is aangegeven dat de compensatie in beginsel moet worden ingevuld met hetzelfde beheertype als dat wordt aangetast. Bij financiële compensatie is er echter geen zicht meer op de wijze waarop de verplichting wordt ingevuld; het compensatiebedrag wordt aangewend voor de inrichting van nieuwe natuur elders in de provincie.

blad 22 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

3.

Conclusie en advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.

3.1

Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: vogels met een jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort(groep) Essentieel leefgebied in Nader (directe omgeving van) onderzoek plangebied? nodig?

Vogels met een jaarrond beschermd nest (boomvalk,

buizerd en sperwer)

Ja, nestgelegenheid in aangrenzende bomenrijen en bosschages.

Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 (algemene broedvogels) worden opgevolgd. Anders zie nader onderzoek tabel 3.2 N.v.t.

Vogels (algemene broedvogels)

Ja, nestgelegenheid in opgaande begroeiing en vogelhuisjes.

Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) - verblijfplaatsen

Holte in boom geschikt Ja, zie tabel als verblijfplaats voor 3.2 boombewonende vleermuizen Zie algemene broedvogels en tabel 3.3

Vrijgestelde soorten

Maatregelen?

Ja zie tabel 3.3 algemene broedvogels

Ja, zie tabel 3.3

Ja, zie tabel 3.3

Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit Ow aan de orde? Nog onduidelijk

Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd. Nog onduidelijk

In tabel 3.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar de boomvalk, buizerd en sperwer. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 3.2 uiteengezet. Tabel 3.2. Beschrijving nader onderzoek. Soort Onderzoeksmethode Boomvalk, buizerd, en Indien niet buiten het broedseizoen gewerkt kan worden is nader onderzoek noodzakelijk om sperwer inzicht te krijgen in het gebruik van het nest door (jaarrond beschermde) soorten. Bij het onderzoek dient het BIJ12 kennisdocument van de buizerd gevolgd te worden. De inventarisatie bestaat uit minimaal vier gerichte veldbezoeken in de periode half maart tot half mei. Om ook de boomvalk volledig te inventariseren wordt een vijfde bezoek gebracht in de periode eind april half juni. De inventarisaties vinden plaats met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Er wordt gelet op bezetting van nesten, roepende vogels (ouders en jongen) en transport van nestmateriaal. Een andere mogelijkheid na de nestinventarisatie is een ecologische vrijgave voorafgaand aan de werkzaamheden. Hierbij bestaat het risico dat een broedgeval aanwezig is en de locatie niet wordt vrijgegeven voor werkzaamheden.

blad 23 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Vleermuizen verblijfplaatsen (boombewonende soorten)

Volgens planvoornemen dienen enkele bomen uit de bomenrij ten noorden van het plangebied te worden gekapt. De boom met mogelijke verblijfplaats (boomholte zie Figuur 2.5) zal volgens het planvoornemen behouden blijven. Als deze boom toch gekapt dient te worden zal moeten worden aangetoond of de holte geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen, dit kan door middel van een endoscoop. Mocht hieruit resulteren dat het om een geschikte verblijfplaats gaat dient extra nader onderzoek plaats te vinden naar de functie van de boom als verblijfplaats. Dit nader onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van het vleermuisprotocol, waarbij minimaal vier bezoeken plaats dienen te vinden in de periode 15 mei tot en met 15 september. (Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2021).

In tabel 3.3 is aangegeven dat een overtreding van de Ow voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Ow te voorkomen. Soort(groep) Maatregelen Algemene broedvogels Buiten het broedseizoen werken, indien niet mogelijk moet door een ervaren ecoloog worden gecontroleerd of er nesten van algemene broedvogels in het plangebied aanwezig zijn. Indien hier sprake van is, mogen deze niet verwijderd of verstoord worden zolang deze in gebruik zijn. Vleermuizen Om tijdens de realisatiefase verstoring te voorkomen is het belangrijk om enkel overdag te werken. Indien verlichting nodig is, is het noodzakelijk dat er geen verlichting of aangepaste vleermuizenverlichting richting de aangrenzende bomenrijen en omliggend bos wordt geplaatst.

3.2

Gebiedsbescherming

3.2.1

Natura 2000 In tabel 3.4 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.4. Conclusies Natura 2000-gebieden. Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden? Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit of akkoord van de provincie noodzakelijk?

3.2.2

Natura 2000 Ja, Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (op circa 900 meter afstand). Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja, er is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Effecten niet aan de orde, enkel AERIUS-berekening noodzakelijk (zie onderdeel stikstof).

NNB In tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNB-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.5. Conclusies NNB-gebieden. Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNB-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?

NNB In het plangebied Ja. Ja. Ja. Ja.

blad 24 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

3.2.3

Overig provinciaal beleid Groenblauwe mantel Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de groenblauwe mantel. Als gevolg van het planvoornemen kunnen er effecten optreden. Er dient contact te worden opgenomen met de provincie Noord-Brabant over de te nemen vervolgstappen. Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van rust- en foerageergebied van ganzen en smienten. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.

3.3

Beschermde houtopstanden Ow In het plangebied zijn bomen aanwezig, namelijk de bosstrook als onderdeel van het bosgebied rondom de projectlocatie. Gezien de ligging in het buitengebied vallen de houtoopstanden onder de bescherming van de Omgevingswet. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden houtopstanden gekapt. Deze houtopstanden dienen te worden gecompenseerd. Als er een buffer wordt aangehouden van de kroondiameter van de resterende bomen aan weerszijden van de graafwerkzaamheden kan worden uitgesloten dat die bomen schade ondervinden en is een bomen effectenanalyse (BEA) overbodig. In de beschouwing van de effecten op het NNB is aangegeven dat de compensatie in beginsel moet worden ingevuld met hetzelfde beheertype als dat wordt aangetast. Bij financiële compensatie is er echter geen zicht meer op de wijze waarop de verplichting wordt ingevuld; het compensatiebedrag wordt aangewend voor de inrichting van nieuwe natuur elders in de provincie.

blad 25 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Literatuurlijst Enexis Netbeheer BV, 2024 20-140kv opstelling nieuw.pdf Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009 Netwerk Groene Bureaus, 2023. Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Versie november 2023. Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2021. Vleermuisprotocol 2021. Overig Accuweather AERIUS-calculator, versie 2023.2 NDFF Street Smart www.floron.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl

blad 26 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Bijlage 1 Wettelijk kader blad 27 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving; de Omgevingswet (Ow) en het beleidskader. Naast bescherming vanuit de Ow zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. aanwijzing en bescherming van het NNN gebeurt in de Omgevingsverordening. Ow - Algemeen De Ow is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Ow beschermt: De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming); De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming); Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis. LNV is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten). Gemeenten kunnen een loketfunctie hebben omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet.

De Ow richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Ow - Soortbescherming In de Ow is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie geldt een vergunningsplicht bij verschillende schadelijke handelingen die zijn vermeld in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 Bal van de Ow. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal); 2) Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal); 3) Andere soorten (artikel 11.54 en bijlage IX, onder A en onder B Bal).

blad 28 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal, Ow) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 11.37 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is mogelijk om omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aan te vragen het optreden van schadelijke handelingen. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze

-

(dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten); Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort.

Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal, Ow) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.46 Bal e.v.: 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onder de Ow is het mogelijk om voor strikt beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 11.46 Bal bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht bij schadelijke handelingen uit artikel 11.46 Bal. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen artikel 11.46 Bal van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu -

Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

blad 29 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Andere soorten (artikel 11.54 Bal, Ow) opgenomen in bijlage IX, onder A en onder B Bal van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.54 Bal e.v. Het is verboden: a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van een vergunningsplicht bij schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 11.27 Bal). Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht.

als gevolg van het voornemen schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal optreden, dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. -

Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

blad 30 van 40

Natuurtoets BOPA Westerhoven Enexis projectnummer 0490736.100 21 januari 2025 revisie 04 Enexis Netbeheer B.V.

Samenvatting gronden waarop een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verleend mag worden per categorie beschermde soorten (artikel 311.37, 11.46 en 11.54 Bal). Vergunningsgronden Artikel 11.37 Artikel 11.46 Artikel 11.54 Bal Bal Bal en bijlage IX Vogels Strikt Andere beschermde soorten soorten 1 Er bestaat geen andere bevredigende Ja Ja Ja oplossing 2 Leiden niet tot verslechtering van de staat van Ja Ja Ja instandhouding 3 volksgezondheid en openbare veiligheid Ja Ja Ja veiligheid van luchtverkeer Ja Nee Ja ter voorkoming van schade aan gewassen, Ja Ja Ja vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna Ja Ja Ja voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en Ja Ja Ja herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, Nee Ja Ja met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling Nee Nee Ja schade en overlast, ter beperking omvang Nee Nee Ja populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud (ook natuurbeheer), algemeen belang, bestendig gebruik

Zorgplicht Er dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 11.27 Bal van de Ow. Deze zorgplicht houdt o.a. in dat als een activiteit wordt ondernomen waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig kan zijn voor in het wild levende dieren en planten, deze activiteit niet plaats mag vinden. Ook moeten alle maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht heeft betrekking op de gebieds- en op de soortbescherming. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=4d65988c-9972-49ee-b745-7c8d77346afa