CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Uitleg wijzigingen diverse verordeningen 2025 NA AMENDEMENT

Gemeenteraad 19 december 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Belastingverordening 20252.853 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een uitleg van de diverse verordeningen waarbij de wijzigingen zijn toegelicht. a. Verordening op de heffing en invordering van leges Onder de naam ‘leges’ worden verschillende rechten geheven van door het gemeentebestuur verstrekte diensten. Leges vallen onder de bestemmingsheffing (meerdere programma’s). Bij de bepaling van de kostendekkendheid van de leges maken we een onderscheid in de 3 titels uit de legesverordening: Algemene dienstverlening Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen Europese dienstenrichtlijn De tarieven zijn volgens de uitgangspunten uit de begroting 2025 met 3,67% verhoogd. Daarnaast zijn de geprognosticeerde hoeveelheden opnieuw op actualiteit beoordeeld. De berekening van de kostendekkendheid van de leges is in de volgende tabel opgenomen: (bedrag x € 1.000)

Berekening kostendekkendheid leges 2025 Kosten totaal Baten totaal Kostendekking leges Dekking titel 1 Dekking titel 2 Dekking titel 3

Bedrag Dekking 2.828 1.848 78% 57% 20%

Algemene dienstverlening Dit betreft vooral het verstrekken van rijbewijzen en reisdocumenten maar ook tal van in omvang kleinere producten die de gemeente verstrekt zoals uittreksels, afschriften. Ook vallen huwelijksvoltrekkingen vanuit de burgerlijke stand onder deze dienstverlening. Het verstrekken van reisdocumenten aan niet-ingezetenen vormt hierin een bijzondere plek. Sinds 2014 geeft de gemeente Bergeijk, samen met 11 andere gemeenten, met succes reisdocumenten af voor niet-ingezetenen. Vanaf 2024 is een toename van het aantal te verstrekken reisdocumenten aan niet-ingezetenen voorzien. Hier is rekening mee gehouden in de begroting. Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen De opbrengsten uit de omgevingsvergunningen schommelen per jaar. Op de omvang van de opbrengsten hebben we maar beperkt invloed. Hier zijn we afhankelijk van de economische situatie. Wordt er veel gebouwd dan nemen de opbrengsten toe, en omgekeerd. De opbrengst voor 2025 is onder andere gebaseerd op circa 60 nieuwbouwwoningen, circa 100 vergunningen voor uitbreiding en verbouw van bedrijven en opbrengsten vanwege verbouwingen van woningen. Europese dienstenrichtlijn Hieronder vallen met name leges in verband met horeca activiteiten en evenementen. Vergunningen voor categorie B evenementen zijn (al vanaf 2019) gratis. Door de vele wijzigingen in hoofdstuk 2 (i.v.m.

de Omgevingswet) is als bijlage ook de Verordening op de heffing en invordering van leges 2024 toegevoegd om zo de verschillen te kunnen zien. Overzicht wijzigingen legesverordening hoofdstuk 2: Artikel 1.12.2: Artikel toegevoegd voor de verlenging van de termijn tot tijdelijke verhuur van woonruimte. Dit is een eenvoudiger proces dan een nieuwe vergunning en daardoor is een gereduceerd tarief hier wenselijk. Binnen de regio (De Kempen) is dit een bestaand artikel. Artikel 2.1.3: • Vooroverleg is gewijzigd in vooroverleg/conceptverzoek. Conceptverzoek wordt als term gebruikt binnen het DSO (omgevingsloket) en vooroverleg is al jarenlang een begrip binnen de legesverordening en VTH.

•

Toevoegen van de begrippen gebruiksfunctie en gebruiksoppervlakte. Deze begrippen zijn per ongeluk niet in de versie van 2024 opgenomen. Deze begrippen zijn noodzakelijk om duidelijkheid te verschaffen in de te berekenen leges op basis van de m2. Daarmee is nu dus duidelijk dat het dan om m2 gebruiksoppervlakte gaat.

Artikel 2.5 en 2.5.1: Hier is een opsplitsing gemaakt tussen een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef onder a van de Omgevingswet (ruimtelijk deel) en artikel 5.2, tweede lid, aanhef onder a van de Omgevingswet (bouwtechnisch deel). Dat sluit veel beter aan bij de systematiek van de Omgevingswet. In plaats van korting te geven indien de Wet kwaliteitsborging van toepassing is (oude artikel 2.53) is deze korting nu formeel aan de voorkant gegeven. Artikel 2.5 is nu dus enkel nog van toepassing op het ruimtelijk deel van de aanvraag omgevingsvergunning. Het bestaande bedrag wordt in het overgrote deel van dit artikel verlaagd tot 75% van de bestaande bedragen. Hierdoor is de korting als sprake is van de Wet kwaliteitsborging aan de voorkant al gegeven. Artikel 2.5.2 – 2.5.3 – 2.5.4 – 2.5.5 en 2.5.6: • Artikel 2.5.2 is de oude 2.5.3. Het bedrag is gelijk (met uitzondering van indexering) •

Artikel 2.5.3 is de oude 2.5.2. Het bedrag wordt lager dan eerder opgenomen. € 106,55 i.p.v. € 352,90. Dit bedrag is ook afdoende voor extra tijd die noodzakelijk is bij een binnenplanse afwijking (kostendekkend).

•

Artikel 2.5.4 is de oude 2.5.4.b. De tijdelijke buitenplanse omgevingsplanactiviteit was voorheen opgenomen in de kruimelgevallenregeling (artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht). Bedrag blijft gelijk met uitzondering van de indexering.

•

Artikel 2.5.5 is de oude 2.5.4.b (kruimelgevallen). De kruimelgevallen zijn eigenlijk 1 op 1 opgenomen in de bijlage. Bedrag blijft gelijk met uitzondering van de indexering.

•

Artikel 2.5.6 is de oude 2.5.4.c (uitgebreide omgevingsvergunning). Bedrag blijft gelijk met uitzondering van de indexering.

Artikel 2.6: Hier is een opsplitsing gemaakt tussen een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef onder a van de Omgevingswet (ruimtelijk deel) en artikel 5.2, tweede lid, aanhef onder a van de Omgevingswet (bouwtechnisch deel). Dat sluit veel beter aan bij de systematiek van de Omgevingswet. In plaats van korting te geven indien de Wet kwaliteitsborging van toepassing is (oude artikel 2.53) is deze korting nu formeel aan de voorkant gegeven. Artikel 2.6 is nu dus enkel nog van toepassing op het bouwtechnische deel van de aanvraag omgevingsvergunning. Het bestaande bedrag wordt in het overgrote deel van dit artikel verlaagd tot 25% van de bestaande bedragen. Als er dus geen sprake is van de Wet kwaliteitsborging betaalt men in totaal weer 100% van de leges door de noodzakelijke combinatie van artikel 2.5 en 2.6 (75% van artikel 2.5 en 25% van artikel 2.6. Artikel 2.34: Dit artikel moet worden aangevuld door het ontbreken van binnenplanse en buitenplanse vergunningen enkel voor gebruik, zonder dat de aanvraag betrekking heeft op bouwwerken. Artikel 2.5 is onderdeel van paragraaf 2.3 en zijn van toepassing indien het gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken. Enkel strijdig gebruik van gronden is hierdoor niet goed een duidelijk vastgelegd.

In de praktijk werd wel gewoon de artikel 2.5 gebruikt maar door dit te splitsen is dit juridisch beter vastgelegd. De bedragen zijn identiek aan die van artikel 2.5. Bijlage 1: In de legesverordening van 2024 is gekozen om een verschil in buitenplanse omgevingsplanactiviteiten op te nemen door te verwijzen naar artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingswet (Wabo). Deze systematiek is in de basis helder en goed uitlegbaar, ook nog binnen de Omgevingswet. Hoewel er bij toepassing van artikel 2.12 van de Wabo verschil was in het proces van een omgevingsvergunning is dat binnen de Omgevingswet niet (niet altijd) het geval. Wel geeft dit een verschil weer in ruimtelijke impact van het plan. Dat is nu ook getracht met de lijst kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Daarin zijn de oude kruimelgevallen opgenomen, dit zijn plannen met een relatief kleine ruimtelijke impact.

b. Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen De onroerende zaakbelastingen 2025 worden geheven als een percentage van de waarde op grond van de Wet waardering onroerende zaken (de WOZ-waarden) met waardepeildatum 1 januari 2024. Nog niet alle WOZ-waarden zijn op dit moment definitief. De waarde van de woningen zijn in de gemeente Bergeijk, ten opzichte van de waardepeildatum 1-1-2023, met 1,03% gestegen (voorlopig cijfer). De waarde van de niet-woningen zijn in de gemeente Bergeijk, ten opzichte van de waardepeildatum 1-12023, met 1,09% gestegen (voorlopig cijfer). Bij de begrotingsbehandeling heeft de raad besloten om de opbrengst van de OZB in 2025 met 3.67% te verhogen. Bij de berekening van de tarieven ozb zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - het behalen van de begrote ozb-opbrengst 2025; - waardepeildatum 01-01-2024 voor woningen en niet-woningen; - verwachte leegstand en vrijstelling volgens amendement Pater; - verwachte negatieve invloed van bezwaarschriften op de opbrengst van 0,30%; In de begrote ozb-opbrengst 2025 houden we geen rekening met extra opbrengsten in 2025 vanwege gerealiseerde areaaluitbreiding in 2024. De extra opbrengsten worden gemeld in de 1e Burap 2025 en Perspectievennota 2026-2029. Deze handelswijze hebben wij ook in voorgaande jaren toegepast. Het voorstel is om de volgende tarieven vast te stellen voor: a.

de gebruikersbelasting 0,1574% (was 0,1535%) b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0738% (was 0,0719%) 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,1968% (was 0,1919%) Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Op basis van de verwachte gemiddelde WOZ waarde van € 476.000 (werkelijk 2024 € 471.000) wordt de gemiddelde opbrengst, op basis van de voorgestelde tarieven, voor een woning € 351,00 (afgerond).Ter vergelijking, in 2024 was dit werkelijk € 339,00 (afgerond). c. Verordening op de heffing en invordering van een forensenbelasting Op grond van artikel 223 van de Gemeentewet zijn gemeenten gerechtigd tot het heffen van forensenbelasting. Forensenbelasting is een directe belasting die geheven wordt van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente een hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar een woning tot zijn of haar beschikking hebben. Het is hierbij niet noodzakelijk dat iemand daadwerkelijk meer dan negentig dagen per jaar in de woning aanwezig is. Het gaat erom dat men er meer dan negentig dagen per jaar zou kunnen verblijven.

Ook is het niet vereist dat in een aaneengesloten periode over de woning beschikt kan worden. De belasting wordt berekend naar de WOZ-waarde van de woning. Voor 2025 wordt de forensenbelasting verhoogd van 0,166% naar 0,170%. (Hierbij is rekening gehouden met de waardestijging van de woningen en de trendmatige belasting verhoging van 3.67%) d. Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De gemeente heeft de wettelijke inzamelplicht voor het ophalen en verwerken van het huishoudelijk afval (als gevolg van artikel 10.11 van de Wet milieubeheer). De functie van de afvalstoffenheffing is het dekken van de kosten die de gemeente maakt voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen. De afvalstoffenheffing is geregeld in de Wet milieubeheer. Het feit dat de gemeente verplicht is om binnen het gehele gebied huisvuil in te zamelen is reden voor de heffing. Het belastbaar feit is het feitelijk gebruik van een perceel waarvoor op basis van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Afvalstoffenheffing moet worden betaald als een perceel feitelijk wordt gebruikt én de gemeente hier op basis van de wet verplicht is huishoudelijk afval in te zamelen.

De gemeente Bergeijk hanteert de diftar methode. Dat betekent dat er een bedrag per lediging wordt betaald naast een vast tarief per perceel. De diftar methode is gericht op gedifferentieerde tarieven en houdt in dat de afvalstoffenheffing voor huishoudens afhangt van de hoeveelheid restafval die zij aanbieden. Door te sturen op het gescheiden aanleveren van afval blijven grondstoffen beschikbaar voor recyclen/upcyclen en daalt de hoeveelheid restafval. We trekken met dit beleid één lijn met de andere Kempengemeenten. Ook vanuit het Rijk blijft het streven gericht op het streven om door middel van goede afvalscheiding hoogwaardige recycling te faciliteren. Het doel voor heel Nederland is om in 2050 volledig circulair te zijn. (bron: Uitvoeringsprogramma VANG - Huishoudelijk Afval ). In Bergeijk werd in 2023 64 kilo restafval (fijn en grof restafval) per inwoner ingezameld . We voldoen daarmee aan de VANG-doelstelling van 100 kilo restafval per persoon per jaar. De berekening van de Afvalstoffenheffing is gebaseerd op zo goed mogelijke inschattingen van het aantal ledigingen van de containers en de hoeveelheden (tonnages) van de verschillende afvalstromen. Het tarief van het vastrecht gaat met ruim 13% omhoog. De variabele tarieven voor restafval gaan met 5% omhoog en voor GFT gaan deze met 20% omhoog. De variabele tarieven gaan met circa 13% omhoog.

De tarieven van de milieustraat trekken we gelijk met de tarieven van de milieustraten in de rest van de Kempen. De gemiddelde afvaldruk als gevolg van de geprognosticeerde lasten zijn voor 2025 circa € 213,- per huishouden. Deze stijgen in 2025 met circa € 19,- ten opzichte van 2024. Dit wordt veroorzaakt door hogere energiekosten en loonkosten die verwerkt worden in de nieuwe contracten die we afsluiten voor 2025. Voor 2025 geldt dat er nieuwe contracten gaan lopen voor de verwerking van GFT, huishoudelijk restafval, verwerking en transport milieustraat en de inzameling en verwerking van oud papier. Bij de GFT verwerking geldt ook nog eens een dat er een landelijke ondercapaciteit is in het verwerken van GFT. Voor de inzameling van oud papier geldt hetzelfde maar dan omdat er maar een enkele inzamelaar met vrijwilligers wil werken. Ook dit zorgt voor een prijsstijging. Daarnaast wordt een stijging van de afvalstoffenheffing veroorzaakt door kosten die aanwezig zijn als gevolg van een hogere doorbelasting van personele lasten en de overhead. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren is de verwachting dat een gemiddeld huishouden in 2025 ongeveer 5 keer de restafvalcontainer aanbiedt en ongeveer 7 keer de GFT container. Ook de tarieven van de milieustraat gaan in 2025 omhoog ten opzichte van 2024.

Vastrecht

Opbrengst 2025 € 1.045.038

Tarief 2024 € 111,87

Tarief 2025 nieuw Verschil tarief 2024 € 127,09 13,6%

Restafval 40 liter € 2.841 € 4,40 € 4,62 5,0% 140 liter € 586.580 € 15,38 € 16,15 5,0% 240 liter € 1.661 € 26,36 € 27,68 5,0% 1100 liter € 1.142 € 120,84 € 126,88 5,0% Groenafval 25 liter € 536 € 0,27 € 0,32 20,0% 140 liter € 112.630 € 1,70 € 2,04 20,0% 240 liter € 3.105 € 2,85 € 3,42 20,0% Omzet milieustraat € 137.480 € 134.433 € 137.480 2,3% Ondergrondse containers € 6.844 € 5,83 € 6,12 5,0% Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft de afvalstoffenheffingen voor 2023 in Nederlandse gemeenten met elkaar vergeleken. In 2023 is de gemiddelde afvalstoffenheffing ten opzichte van 2022 met 4,1 % gestegen.

Uit de vergelijking blijkt onder meer dat: - de afvalstoffenheffing in Nederland in 2023 is gemiddeld € 303,- per huishouden; - de afvalstoffenheffing in een volume-frequentie Diftar-gemeente is in 2023 gemiddeld € 267,- bedroeg. (Bron: ‘Afvalstoffenheffing 2023, februari 2024, Rijkswaterstaat) Met een gemiddelde afvalstoffenheffing van € 213,- per huishouden zit Bergeijk onder het gemiddelde van andere volume-frequentie gerichte Diftar-gemeenten.

e. Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing De rioolheffing in de gemeente betreft de rioolafvoerrechten. Deze heffing wordt geheven van de gebruikers van de panden op basis van het afgenomen drinkwater (met als uitgangspunt: geloosd afvalwater), volgens opgave van Brabant Water over het voorgaande jaar. Uitgangspunt is hierbij: De gebruiker betaalt. Op grond van artikel 228a Gemeentewet wordt de rioolheffing geheven. De baten en lasten in de begroting zijn het uitgangspunt van kostendekkendheid. Het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (verder: ‘VGRP’) 2025-2029 is op 26 september 2024 door uw raad vastgesteld. Het VGRP is een beleidsstuk met een visie hoe Bergeijk omgaat met de rioleringszorg in de komende periode. Dit plan vormt de basis voor de in te begroting te ramen lasten welke voortvloeien uit deze wettelijke taak. Om de rioleringszorg conform de wettelijke eisen en ambities van de gemeente uit te kunnen blijven voeren, is in het VGRP voorzien om de rioolheffing in 2025 te verhogen met 3,5%. Dit betekent de volgende rioolheffingstarieven: Klasse (waterverbruik) ≤ 100 m³ 101 – 350 m³ ≥ 350 m³: opslag per 350 m³

2024 180,39 270,54 360,72

2025 186,72 279,99 373,35

De berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing is in de volgende tabel opgenomen:

Berekening rioolheffing Bedragen x € 1.000 Kosten taakveld Storting/ontrekking egalisatievoorziening Inkomsten taakveld (excl. Heffingen) Netto kosten taakveld 7.2 Toe te rekenen kosten Kosten kwijtschelding Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen

Bedrag Dekking 1.631 16 -23 1.624 17 226 270 2.137 2.137

100%

De rioolheffing bedraagt per belastingtijdvak bij een geloosd aantal kubieke meters: a. van 0 m3 tot en met 100 m3: € 62,24 (3x p.j. = € 186,72) b. van 101 m3 tot en met 350 m3: € 93,33 (3x p.j. = € 279,99) c. voor elke volgende volle 350 m3 afvalwater, boven de hoeveelheid van 350 m3, wordt het tarief genoemd in onderdeel b verhoogd met € 93,33. Hierbij wordt een gedeelte van een eenheid van 350 m3 afvalwater als een volle eenheid gerekend. f. Verordening op de heffing en invordering van aansluitrechten riolering De rioolaansluitrechten hebben betrekking op het aansluiten van woningen en andere gebouwen op het gemeentelijk rioolstelsel en het toerekenen van de kosten van een dergelijke aansluiting. De heffingsgrondslag is opgenomen in de gemeentelijke aansluitverordening waarin de verhouding wordt geregeld tussen de gemeente en de burgers betreffende het aansluiten op het rioolstelsel. De tarieven worden voor het begrotingsjaar 2025 met 3,5% verhoogd. Het tarief bedraagt voor 2025 per aansluiting: - op de vrij-vervalleiding € 2.196,00 (was € 2.122,00) - op de drukleiding € 3.002,00 (was € 2.900,00) g. Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten De tarieven voor 2025 zijn ten opzichte van 2024 trendmatig met 3,67% verhoogd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=4dbd8ac4-6676-47ad-90f2-0956706a20ab