CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzen samengevoegd

Commissie Ruimte 17 juni 2026, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Omgevingsplan Geldrop-Mierlo (wijziging deelgebied Genoenhuis)7.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Geldrop-Mierlo - 24-3-2026 - lnkomend

Zienswijze 1

Waterschap De Dommel

Postbus 10.001 5280 DA Boxtel Bosscheweg 56

Gemeente Geldrop-Mierlo T.a.v. Gemeenteraad Geldrop-Mierlo Postbus 10101 5660 GA GELDROP

5283 WB Boxtel (0411) 618 618 ¡nfodommcl.nl www.dommel.nl

Boxtel Ons kenmerk Uw kenmerk Onderwerp

20 maart 2026 353530 / 381439 E-mail 5 maart 2026 Zienswijze Omgevingsplan Geldrop-Mierlo, deelgebied Genoenhuis

Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Bijlagen Verzonden

20 maart 2026

Beste leden van de gemeenteraad, Op 5 maart 2026 ontving Waterschap De Dommel de melding dat het ontwerp Omgevingsplan Geldrop-Mierlo deelgebied Genoenhuis ter inzage ligt. Waterschap De Dommel heeft op 29 januari 2026 opmerkingen en vragen naar de gemeente gestuurd op het conceptplan. De opmerkingen zijn helaas niet verwerkt in het ontwerp waardoor het waterbelang nog niet goed geborgd is. U ontvangt daarom hieronder onze zienswijze. Vooroverleg Allereerst willen wij u bedanken voor het feit dat het waterschap in een vroeg stadium is betrokken bij het Omgevingsplan voor deelgebied Genoenhuis. Wij waarderen de samenwerking en de mogelijkheid om vanuit Waterschap De Dommel vroegtijdig mee te denken. We zien uit naar de verdere samenwerking voor de andere deelgebieden van het Omgevingsplan. lnhoudelijke opmerkingen ln bijlage 1 zijn de opmerkingen en vragen die in de eerdere planfase zijn toegestuurd opgenomen. Het betreft o.a. het juridisch borgen van de Attentiezone waterhuishouding in de planregels om te voorkomen dat er een negatief effect op de waterhuishouding plaatsvindt. Daarnaast vraag ik u om de rioolwatertransportleiding van Waterschap De Dommel beter te beschermen om te zorgen dat ook in de toekomst beheer en onderhoud aan deze leiding zonder problemen kan worden uitgevoerd.

Omdat het Omgevingsplan een nieuw instrument onder de Omgevingswet is, zijn er ook diverse algemene opmerkingen en vragen gesteld die in bijlage 1 ziin terug te

vinden. We stellen het op prijs om deze zienswijze samen met de gemeente in een ambtelijk overleg te doorlopen om te komen tot een passende verwerking van deze punten in het Omgevingsplan voordat het plan wordt vastgesteld. Tot slot Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze zienswijze? Neemt u dan gerust contact op met de behandelend ambtenaar op telefoonnummer of per e-mail lk hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Bijlage 1 — Reactie Waterschap De Dommel op ûmgevingspian Genoenhuis Geidrop-Mierlo 1. Attentiezone waterhuishouding •

•

•

ln artikel 5.21 lid 1 ontbreekt nog de volgende regel uit de instructieregels van de Provinciale omgevingsverordening: de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage. Verzoek deze alsnog toe te voegen. Advies om in artikel 5.21 lid 1, derde punt (aanbrengen van verharding buiten het bouwvlak), een ondergrens op te nemen, bijvoorbeeld: aanbrengen van meer dan 100 m2 verharding buiten het bouwvlak. Hiermee wordt voorkomen dat voor zeer kleinschalige ontwikkelingen een vergunningplicht ontstaat. ln artikel 5.21 lid 2 ontbreken beoordelingsregels. De volgende voorwaarden kunnen worden toegevoegd: De omgevingsvergunning kan worden verleend als is aangetoond dat de activiteiten geen negatief effect hebben op de waterhuishouding. Het waterschap wordt om advies gevraagd alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning.

2. Rioolwatertransportieiding •

•

•

De beschermingszone is nu vastgesteld op 8 meter. Verzoek om deze te verruimen naar 10 meter (5 meter aan beide zijden van de hartlijn) in verband met beheer, onderhoud, calamiteiten en veiligheid. ln artikel 2.30 (zones waterschap) is momenteel niets opgenomen. Overweeg om hier de kaartlaag van de rioolwatertransportleiding op te nemen, terwijl de vergunningplicht inhoudelijk in artikel 5.18 blijft gerege?d. Verzoek om te controleren of alle bouw-, aanleg- en grondwerkactiviteiten daadwerkelijk geborgd zijn via artikel 5. 18, en of er geen ongewenste vergunningsvrije activiteiten mogelijk blijven via andere artikelen (zie ook opmerking bij artikel 1.7).

3. Algemene opmerkingen en vragen • •

• •

•

Het plangebied is nu begrensd op de gehele gemeente, terwijl het behandelde deel betrekking heeft op de wijk Genoenhuis en een zuidelijk landelijk gebied. Artikel 1 .5 (Geografisch werkingsgebied) stelt dat de regels gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente. Vraag: ls het juridisch mogelijk om de Attentiezone waterhuishouding alleen voor Genoenhuis op te nemen? Of vervallen daarmee bestaande aanduidingen in andere plannen, zoals NNB-waterhuishouding of EHS-waterhuishouding? Opmerking: Artikel 1.5 lid 2 verwijst naar niet in werking zijnde regels, maar het ingetekende gebied lijkt nog niet correct. Advies om dit te controleren. ln artikel 1 .7 (leeswijzer) is de tekst onduidelijk en mogelijk juridisch onjuist geformuleerd. Advies om de tekst te verduidelijken en juridisch te laten toetsen. De toelichtingen bij artikelen ontbreken of zijn niet inzichtelijk. Advies om een algemene doelomschrijving op te nemen waarin expliciet wordt benoemd dat het

• •

omgevingsplan mede gericht is op behoud en herstel van het waterhuishoudkundig systeem. Artikel 3.7 (andere bedrijfsactiviteiten): Overweeg om te verwijzen naar Hoofdstuk 22 (bruidsschat), waarin regets zijn opgenomen voor o.a. lozingen van afvalwater. Artikel 4.68 (algemene aanvraagvereisten): Advies om onder lid d toe te voegen: een situatietekening van het hemelwater- en rioleringssysteem.

Zienswijze 2

Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12

Gemeente Geldrop-Mierlo Postbus 10101 5660 GA GELDROP

Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043

Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route

Geachte raad, Het ontwerpbesluit wijziging omgevingsplan Omgevingsplan gemeente GeldropMierlo -deelgebied Genoenhuis (hierna: het plan) ligt tot en met 16 april 2026 ter inzage. Op grond van artikel 3:15 Algemene wet bestuursrecht, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit plan.

Datum

14 april 2026 Ons kenmerk

C2371654/6308749 Planbeschrijving

Uw kenmerk

Met het plan wordt voor deelgebied woonwijk Genoenhuis het omgevingsplan gewijzigd. Het betreft een beleidsluwe actualisering zonder grote ontwikkelingen. Bij deze eerste stap naar een nieuw omgevingsplan ligt de focust op de (bouw)regels voor woongebieden. Bestaande regels uit het bestemmingsplan, lokale verordeningen en beleidsregels vormen de basis. Naast de functie Wonen ligt binnen het plangebied ook een gedeelte bedrijven, maatschappelijke functies en recreatieplassen (Landelijk gebied).

-

Vooroverleg

Over het concept-plan heeft eerder via ambtelijke weg overleg plaatsgevonden. De voor ons bekende uitkomsten van dat overleg hebben wij bij onze overwegingen ten aanzien van deze zienswijze betrokken. Provinciaal beleidskader

Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna:OV). Op 11 maart 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking is getreden. Daarna hebben nog enkele wijzigingen plaatsgevonden die zijn opgenomen in de Algemene toelichting onder 13 (overzicht wijzigingsbesluiten omgevingsverordening noordbrabant) van de OV. De omgevingsvisie en de OV zijn te raadplegen via https://www.brabant.nl/omgevingsverordeningnoordbrabant. Inhoudelijk standpunt

Geldrop-Mierlo zet met deze wijziging voor het deelgebied Genoenhuis voortvarend haar eerste stap naar een nieuw grondgebieddekkend omgevingsplan. Wij zijn van mening dat het plan zich in de basis goed verhoudt met de in de OV opgenomen en in instructieregels vertaalde provinciale belangen. Echter, op een aantal onderdelen voldoet het plan nog niet, en is er

Contactpersoon

Telefoon Email

Bijlage(n)

-

Datum

een aanpassing en/of nadere onderbouwing nodig. Hierna volgt per onderdeel een uitleg.

14 april 2026 Ons kenmerk

C2371654/6308749

Natuurnetwerk Brabant (NNB)

In het omgevingsplan is conform artikel 5.30 OV de gebiedsaanduiding NNB opgenomen. Het plan dient hier gericht zijn op sec het behoud en herstel van ecologische waarden en kenmerken. In de hier toegekende functie ‘Bos’ (artikel 3.11) is het gebruik voor houtteelt/ houtproductie toegestaan. Wij betwijfelen of dit gebruik zich verhoudt met de ecologische doelstelling. Daarnaast zijn in het plan gedeelten van het NNB aangeduid voor de functie ‘Groen’. Ondanks dat dit een bestaand recht betreft (overgenomen uit het vigerende plan), zou nu een afweging kunnen plaatsvinden of hier ook de functie ‘Bos’ kan worden opgenomen. Deze functie geeft immers een beschermingsregime dat meer aansluit bij de functie en doelstelling van het NNB. Water & bodem

Bij artikel 5.21, onder lid 2, grondwerkzaamheden in de ‘Attentiezone Waterhuishouding’, ontbreken de voorwaarden waaraan een vergunning moet voldoen. Het is van belang om functies en activiteiten (zoals grondverzet, drainage, verlaging van de grondwaterstand en toename van verharding) met een negatief effect op de instandhoudingsdoelen van het binnen de zone gelegen NNB uit te sluiten. Het beschermen van de waterhuishouding en hydrologische kenmerken kunnen in het omgevingsplan worden opgenomen als oogmerk. Dit is duidelijk van toepassing op delen van het onderhavige plangebied. In het plan staat echter aangegeven dat het thema waar dit onder valt niet relevant is voor Genoenhuis (figuur met twee keer ‘nee’). Het is onduidelijk hoe dit moet worden gelezen. In de motivering zou juist de bescherming, en het expliciet het uitsluiten van bepaalde functies en activiteiten moeten worden benoemd. Niet alle instructieregels omtrent het voorkomen van grondwaterverontreiniging zijn opgenomen (artikelen onder paragraaf 5.2.2 OV). Het gaat hierbij onder andere over de voorafgaand bodemonderzoek bij een bouwenactiviteit en het verbod op bouwactiviteiten bij een mobiele verontreinigingssituatie (artikel 5.20 en 5.21 OV).

Het omgevingsplan moet borgen dat het toedelen van een activiteiten of functies binnen ‘Groenblauwe waarden’ gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en de ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden (artikel 5.46 en 5.11 OV). De nu opgenomen bepaling is uitsluitend een doelomschrijving en voldoet niet aan deze verplichting. Het plan zou voor een gebied waar groenblauwe waarden van toepassing zijn een specifieke beschrijving van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden moeten geven.

2/3

Datum

14 april 2026 Wonen in Landelijk gebied

•

•

In artikel 3.38 wordt woningsplitsing binnen de ‘bebouwde kom’ mogelijk gemaakt. Onduidelijk is of hiermee wordt voorkomen dat splitsing zonder tegenprestatie in delen van het ‘Landelijk gebied’ kan plaatsvinden (komen beide aanduidingen voldoende overeen). Het toevoegen van woningen in ‘Landelijk gebied’ is op basis van artikel 5.77 OV in de basis niet toegestaan. In artikel 4.25 lid 8 wordt zonder vergunning mantelzorg in bijgebouwen toegestaan, ook in ‘Landelijk gebied’. Gemeenten kunnen dit inderdaad toestaan bij bestaande woonfuncties, het is een vorm van afhankelijk wonen. In relatie tot provinciaal beleid is het wel van belang dat er hierdoor geen zelfstandige nieuwe woningen ontstaan. Dit vereist dus regulering waarbij met bepaalde voorwaarden de afhankelijkheid en tijdelijkheid worden gewaarborgd. Dit ontbreekt nu.

Ons kenmerk

C2371654/6308749

Grootschalige logistiek

In het nieuwe deel van het omgevingsplan wordt grootschalige logistiek (artikel 5.56a OV) niet beperkt/ uitgesloten. Dit is in ieder geval voor de bedrijvenstrook in het oosten van het plangebied wel relevant. Overige opmerkingen

• •

Bij de scoutinglocatie in zuidoosthoek van het plangebied ontbreekt het bouwvlak (en maximale bouwhoogte). In artikel 2.27 is een Boringsvrijezone voor het hele nieuwe plangebied opgenomen. Volgens de OV geldt deze aanduiding hier niet.

• Advies

Wij verzoeken u om het plan, onder andere op het hiervoor genoemde genoemde onderdelen, in overeenstemming te brengen met de instructieregels van de OV die daarop van toepassing zijn. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

projectleider uitvoering Omgevingswet In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.

3/3

Gemeente Geldrop-Mierlo - 16-4-2026 - lnkomend

Zienswijze 3

Rijkswaterstaat Ministerie an lrifrastrucruur en Waterstaat

Retouradres: Rijkswaterstaat l Postbus 2232

3500 GE Utrecht

RWS INFORMATIE

Raad van de gemeente Geldrop-Mierlo Postbus 10101 5660 GA Geidrop

Rijkswaterstaat ZuidNederland Magistratenlaan 82 5223 MD s-Hertogenbosch Postbus 2232 3500 GE Utrecht T 088 797 48 80 www, njkswaterstaat. nl Contactpersoon adviseur ruimtelijke ordening

Datum 14 april 2026 Onderwerp Zienswijze ontwerp wijziging omgevingsplan GeldropMierlo, Deelgebied Genoenhuis Ons kenmerk RWS-2026/9536

Geachte Raad,

Uw kenmerk

Naar aanleiding van de ontwerp wijziging omgevingspian Geldrop-Mierlo, deelgebied Genoenhuis die vanaf 6 maart 2026 voor een periode van zes weken ter inzage ligt, dien ik de volgende zienswijze in.

BijlaQe(n)

Het ontwerp-omgevingsplan regelt de (on)mogelijkheden voor diverse functies binnen het deelgebied Genoenhuis ten zuidwesten van de kern Geldrop. Ik begrijp dat deze wijziging een grotendeel beleidsarme omzetting betreft van regels uit bestemmingsplannen naar het omgevingsplan. Eén van de functies waarvoor het gebruik wordt geregeld is de functie verkeer. De functie verkeer betreft in het plangebied zowel gemeentelijke wegen, een spoorlijn als ook de autosnelweg A67. Verkeer is een functie die de komende jaren in meerdere wijzigingen van het omgevingsplan Geldrop-Mierlo aan de orde zal komen. Graag kom ik, bij deze eerste wijziging, in overleg met u voor deze en toekomstige wijzigingen tot een juiste opname van de snelweg binnen de functie verkeer. Voor de rijksweg A67 geeft u in §2.2.4.1, artikel 2.22 aan dat er een Bkl-zone uitbreiding Rijksweg geldt (conform Bkl art. 5.133), waarin ontwikkelingen alleen na overleg en instemming van de wegbeheerder plaats mogen vinden. Ik kan mij vinden in deze wijze van opname van de Bkl-zone in zowel de regels als op de kaart. Het vergunningvrij gebruik binnen de functie Verkeer wordt beschreven in §3.12.2, artikel 3.27. Dit betreft onder andere parkeervoorzieningen en speelvoorzieningen (als ondergeschikte voorzieningen).

Dit gebruik past mogelijk goed bij gemeentelijke wegen, maar niet bij de autosnelweg zoals deze binnen het plangebied ligt. Bij een autosnelweg passen voorzieningen zoals bijvoorbeeld geluidwerende voorzieningen en voorzieningen voor verkeersmanagement die voor gemeentelijke wegen minder relevant zullen zijn. Ik verzoek u in overleg te treden met de contactpersoon in deze brief om te komen tot een beschrijving van het vergunningvrij gebruik binnen de functie

Pagina 1 van 2

Rijkswaterstaat ZuidNederland Datum

Verkeer die recht doet aan de functie van de autosneiweg als bovenregionale stroomweg en daar geen ongewenste ontwikkelingen toestaat.

14 april 2026

Hoogachtend,

RWS2026/9536

Ons kenmerk

DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, Afdelingshoofd Netwerk Ontwikkeling en Visie (NOV) Rijkswaterstaat Zuid-Nederland

RWS INFORMATIE

Pagina 2 van 2

Zienswijze 4

Samenvatting ingevulde gegevens Zaakinformatie Zaaknummer 3649488 Registratiedatum 15 april 2026 15:58

Bevestiging verstuurd naar E-mailadres

Indiener Naam Adres E-mailadres Telefoonnummer

Ingevulde waardes voor Gegevens zienswijze Naam van ontwerpplan, ontwerpbesluit of ontwerpbeleid Ontwerp wijziging Omgevingsplan gemeente Geldrop-Mierlo - deelgebied Genoenhuis Datum van het ontwerpplan, ontwerpbesluit of ontwerpbeleid 06-03-2026 Zaaknummer van het ontwerpplan, ontwerpbesluit of ontwerpbeleid staat niet aangegeven Geef hier uw gemotiveerde zienswijze: Via deze weg dien ik een pro forma zienswijze in, die ik binnen een termijn van 2 weken (dus uiterlijk 29 april 2026) zal aanvullen. Dit omdat ik graag het gesprek op 17 april betrek in mijn zienswijze. Ik hoor graag van u hoe u de aangevulde zienswijze wenst te ontvangen. Ik wil u wel alvast meegeven dat de tekst onder het kopje 'zienswijzen' op deze pagina (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-104953.html) niet klopt. De gegeven termijn is onjuist en de link klopt ook niet, die gaat naar een bezwaar-pagina.

Ik verklaar deze gegevens naar waarheid te hebben ingevuld Ja, dat verklaar ik Uw e-mailadres: Uw telefoonnummer:

Zienswijze 4

Het College van B&W van de Gemeente Geldrop-Mierlo t.a.v. Team Ruimtelijke Ontwikkeling

datum: 19 april 2026 betreft: aanvulling zienswijze m.b.t. ontwerp wijziging omgevingsplan deelgebied Genoenhuis

Geachte heer

, beste

,

Via deze weg vul ik de pro forma zienswijze aan die ik op woensdag 15 april bij de gemeente heb ingediend. Ik heb geprobeerd om deze zo overzichtelijk mogelijk weer te geven. Met links de zienswijze, en rechts aanvullende toelichting op de gemaakte opmerking. Algemene opmerkingen Nr. 1

2

Opmerking Als eerste een compliment voor het werk dat verricht is. Het beleidsluw overgaan klinkt eenvoudig, is het zeer zeker niet. Hiermee heeft de gemeente een grote en belangrijke stap gezet. De kennisgeving bevat enkele onjuistheden.

3

De hoofdstukindeling lijkt niet te kloppen, hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 staan vóór hoofdstuk 1.

4

Het is onduidelijk hoe de voorrangsbepalingen m.b.t. een aantal situaties geregeld zijn. Dat is belangrijk, omdat ofwel álle regels op een locatie vervangen moeten worden door het nieuwe deel omgevingsplan, ofwel er met een voorrangsbepaling geregeld moet worden dat

Nadere toelichting De opzet van artikel 1.3, 1.4, en afdeling 1.2 is slim gedaan! En de structuur (hoofdstukindeling en andere structuurelementen) draagt bij aan de duidelijkheid, leesbaarheid en vindbaarheid.

Op https://www.geldrop-mierlo.nl/omgevingsplan-genoenhuis is de kennisgeving in te zien. Onder het kopje "zienswijzen" staan onjuiste data én staat een onjuiste verwijzing (naar de bezwaar pagina, dat had de zienswijze pagina moeten zijn). In het ontwerp (tabje 'Overzicht') is dit te zien (plaatje bewust hier klein gemaakt). Graag een check dat dit bij de definitieve versie wel goed gaat (leuk, die techniek af en toe).

Dit is een lastig juridisch puzzelstukje. De tip die ik wil meegeven is: zorg ervoor dat het onmiskenbaar is hoe regels gelezen moeten worden. In Genoenhuis is dat duidelijk, maar búiten Genoenhuis kan die verwarring ontstaan.

de regels in het nieuwe omgevingsplan "in aanvulling zijn op" o.i.d.

Dat kan niet met een verduidelijking in de artikelsgewijze toelichting. De regel in het omgevingsplan zelf moet onmiskenbaar zijn.

Dit gaat onder meer over de regels over archeologie: die zijn gemeentebreed doorgevoerd.

Voor TAM: Er is sprake van één omgevingsplan. Het is daarmee in mijn professionele mening noodzakelijk om eventuele vastgestelde TAM's (zoals die voor bedrijfsunits) te regelen in dit omgevingsplan. Dat kan m.i. met een eenvoudige bepaling, die neerkomt op "deze TAM bestaat, en die is van toepassing zoals hier [directe link naar TAM zoals die op Regels staat] bepaald". Bijvoorbeeld door een hoofdstuk 22a aan te maken (of: "hoofdstuk 21 Hoofdstuk 22a TAM omgevingsplan" als de techniek niet meewerkt), met daarin één artikel die dit regelt. In het omgevingsplan staan meerdere artikelen die niet gekoppeld zijn aan een activiteit. Of in ieder geval: uit de tekst bij een artikel blijkt niet direct bij welke activiteit(en) dit een toetsingskader is.

Het gaat ook over TAM-omgevingsplan. Vastgestelde TAM-omgevingsplannen zullen geregeld moeten worden in deze omgevingsplanwijziging. Er is immers één omgevingsplan. 5

In het omgevingsplan worden regels aan activiteiten gekoppeld. Bij een aantal artikelen is mij niet duidelijk bij welke activiteit hieraan getoetst moet worden. Dat geldt bijvoorbeeld bij artikel 2.7, bedoeld om de bomenstructuur en de groenstructuur te beschermen. Maar wanneer doet dit artikel "mee" in de beoordeling? Dit werkt beduidend anders dan de werkwijze bij een bestemmingsplan. Dit is een van de fundamentele verschillen.

De systematiek van de Omgevingswet (en het omgevingsplan) is daarin heel duidelijk: bij een activiteit mag alléén getoetst worden aan de regels (algemene regels / beoordelingsregels) die gelden voor die activiteit. Ik twijfel of het voldoende duidelijk is voor gebruikers en toetsers (incl. vergunningverleners) welke artikelen relevant zijn. Het enkele feit dat een artikel van toepassing is op dezelfde locatie waar een aanvraag voor wordt gedaan, betekent niet dat daaraan getoetst mag worden. Zo mag een aanvraag voor het uitoefenen van een beroep-aan-huis immers niet getoetst worden aan de algemene regels voor het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk (als die geen onderdeel is van de aanvraag). Evenzo mag je niet toetsen aan regels t.b.v. de bescherming van de bomenstructuur als deze regels niet expliciet zijn aangewezen als relevant bij het toetsen van bepaalde activiteiten.

6

Een aantal werkingsgebieden op de kaart lijken niet geannoteerd te zijn zoals bedoeld.

Mijn opmerking betekent niet dat de huidige wijze van regelen fout is. Ik denk wel dat het goed is om hier nogmaals naar te kijken. Zodat eenieder weet welke regels het toetsingskader vormen voor activiteiten en waar inwoners/initiatiefnemers rekening mee moeten houden. Voor het blauw/witte vlak gaat het onder meer om artikelen 2.7 en 3.9, en dat ziet er zo uit:

Voor een aantal geldt: Er is geen "gekleurd" vlak zichtbaar, enkel het blauw/witte vlak. Anderen lijken te eng geannoteerd te zijn, zoals de gebiedsaanwijzing 'Water'. Kijkend naar art. 3.29 lid 1 en lid 2 (voor 'Water') zou het werkingsgebied groter moeten zijn dan enkel de oppervlakte van het oppervlaktewater. Dit geldt mogelijk ook voor artikel 4.10. De regels zijn alleen van toepassing binnen het werkingsgebied "waardevolle bomen". Terwijl de bedoeling lijkt te zijn dat in de omgeving

Voor 'Water':

van deze waardevolle bomen deze regels gelden.

In art. 3.29 (beide leden) gaat het ook over het toestaan van diverse voorzieningen. Niet alles wat genoemd is in lid 1 en lid 2 vindt volledig binnen dit werkingsgebied plaats, maar zal ook deels/volledig búiten het oppervlak van het oppervlaktewater plaatsvinden. Deze zelfde geldt overigens ook voor 'Sport' m.b.t. het zwembad. Had dat niet ook het buitenterrein van het gebouw moeten omvatten?

Ditzelfde als links benoemd voor art. 4.10 speelt ook onder andere bij artikel 5.16 (gasleiding). In dit gebied zijn een aantal zaken alleen toegestaan met een omgevingsvergunning. Maar: op korte afstand van deze leiding is het wel mogelijk om zonder vergunning dingen te doen die art. 5.16 juist zou moeten voorkomen. Het is bijvoorbeeld mogelijk om net buiten dit werkingsgebied wél diepwortelende gewassen te planten, of te heien. Dat is niet strijdig met art. 5.16. Hiermee wil ik ter overweging meegeven: het werkingsgebied van art. 5.16 kan vergroot worden om dit te voorkomen (zoals ook in art. 5.17 gedaan is), maar er zijn ook andere manieren om het doel te bereiken dat binnen korte afstand van de gasleiding (wat die afstand dan ook moet zijn) bepaalde activiteiten niet zomaar plaats kunnen vinden. 7

Het zoeken in het omgevingsplan vind ik soms lastig:

Als ik bij Plekinfo klik op gebiedsaanwijzing 'Wonen', kom ik hier uit:

Bij het doorklikken vanuit "Plekinfo" kom ik een beperkte regelset terecht. Ik moet dan zelf van "gekozen filter" naar "gekozen locatie" gaan (professionele gebruikers hebben dit ook niet altijd in de gaten). En dan krijg ik álles voor die locatie, óók als ik alleen iets wilde weten over regels die met wonen te maken hebben. Dit betekent ook dat "klik op de kaart" niet werkt. In de zin dat het niet mogelijk is om met één klik op de kaart alle woonregels naar voren te toveren. Er zijn meer klikken voor nodig én het interpreteren of bepaalde afdelingen/paragrafen wel of juist niet van toepassing zijn.

En bij "gekozen locatie" (ipv "gekozen filter") krijg ik héél veel:

Dit vind ik zelf lastig, zo moet ik alsnog alle afdelingen en paragrafen gaan lezen om te bepalen of ik er iets mee moet. Natuurlijk zit er wel een zoekfunctie op Regels, maar die zoekt alleen exact (bij zoeken op "wonen" krijg je geen resultaten met "woning"). En dat betekent dat ik eigenlijk al de exacte zoekterm van tevoren moet weten. Dat is vaak niet het geval, zeker niet bij niet-professionals. Dit is een punt waarvan ik het zeker zou aanraden om hier nogmaals naar te kijken bij de volgende omgevingsplanwijziging. Werkt de gekozen annotatiemethode zoals bedacht? Kunnen de gebruikers (ook ambtenaren) ermee overweg? 8

Een aantal werkingsgebieden zijn heel klein. Als voorbeeld: de molenbiotoop (art. 2.16) is onvindbaar. Het vlak is zo klein dat het oplichten van de locatie niet zichtbaar is. Voorstel is om een groter werkingsgebied hieraan te koppelen, bijvoorbeeld door te werken met een "attentiezone". Die is beter vindbaar op de kaart. Hetzelfde geldt o.a. voor "waardevolle bomen", artikel 4.10.

Op Regels en via deze weg: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dc2026-5742/1/html zie ik niet waar dit vlakje op zou moeten lichten. Het is mogelijk met een puntbron gedaan? Veel gemeenten kiezen voor een relatief ruim werkingsgebied van de molenbiotoop: vaak gelden er beperkingen op bepaalde bouwwerken tot enkele tientallen meters vanaf een molen. Een molenbiotoop is daarom meestal uitstekend op een kaart te vinden. Later (art. 4.51) komt de molenbiotoop nogmaals langs, nu mét in de regels vereiste afstanden. Een (kruis)verwijzing tussen art. 2.16 en 4.51 had hier mogelijk geholpen. Wat maakt dat deze afstandseisen/maatvoeringen niet zijn ingetekend als het werkingsgebied molenbiotoop? Met een "attentiezone" is het mogelijk een groter vlakje te tekenen. Het artikel van die attentiezone heeft enkel als doel iets zichtbaar te maken, en eenieder erop te attenderen dat het belang van deze molen/boom/anders een rol kan spelen. Er kunnen uiteraard ook regels aan een attentiezone gehangen worden.

9

In het omgevingsplan is een activiteit nu vergunningsvrij of vergunningsplichtig. Er zijn een aantal activiteiten die als vergunningsvrij opgenomen zijn, maar waarvan de gemeente dit mogelijk wil heroverwegen. Er kan dan alsnog gekozen

Voor artikel 3.6: Lid 1 onder a: er is geen Bijlage IV toegevoegd. Dit artikel kan hierom niet inhoudelijk worden beoordeeld. Lid 1 onder b: wat wordt verstaan onder "werkzaamheden"? Gaat dat om productie, kantoor, transportbewegingen, laden/lossen? Alles?

worden voor een vergunningplicht, of een meldingsplicht als tussenoplossing. Dit gaat o.a. om artikel 3.6, voor bedrijven, waarbij ook geldt dat artikel 3.6 verschillend gelezen kan worden en daarmee ongewenste gevolgen kan hebben. Idem voor activiteiten die nu als vergunningplichtig zijn aangewezen, maar waar mogelijk ook volstaan kan worden met een meldingsplicht. Bij het volgen van de lijn "beleidsluw" is het voorstelbaar dat deze keuzes alleen aangepast kunnen worden als er beleid dat doorwerking kent op het omgevingsplan (dus in de omgevingsvisie en de omgevingsprogramma's) wordt vastgesteld.

-

Lid 1 onder c: het vermogen van 85 dB: bronvermogen? Om interpretatieverschillen te voorkomen zou ik dit duiden. Lid 2: klopt het dat hieruit volgt dat voor internetwinkels geen vergunningplicht, geen meldingsplicht en geen informatieplicht nodig is? En dat zij 24 uur per dag mogen opereren? Waarbij er (in theorie) meerdere vrachtwagens in de nachtelijke uren kunnen komen voor laden en lossen? Is de gemeente van mening dat dit een wenselijke situatie is?

Lid 2 lezend lijkt het erop dat alle locaties met aanduiding "bedrijf" internetwinkels kunnen worden met deze regeling. Zonder dat de gemeente daar iets tegen kan doen. Is dat de bedoeling? Dit kan forse effecten hebben op de omgeving. Art. 3.7 lid 1 lezend in samenhang met art. 3.6, klopt het dat de inhoud van art. 3.6 (alle leden) gelezen moet worden als zijnde algemene regels? Dit ook graag zo noemen. Het is nu niet duidelijk wat de juridische status is van de inhoud van artikel 3.6. Daarbij is de lezing van art. 3.7 lid 1 niet prettig, het leest heel complex. Verder lijkt art. 3.7 een verkapte "het mag als het ETFAL is" argumentatie te zijn, én met bijna uitsluitend open normen. Dat maakt het lastig bij vergunningverlening en toezicht/handhaving.

Opmerkingen m.b.t. gebruiksregels Nr. 10

Opmerking De formulering van artikel 5.5 (aanhef, lid 1) is mij niet helemaal duidelijk. Dat gaat om: Het mag krachtiger, zodat er geen ruimte voor interpretatie is wanneer deze verplichting geldt. Een zin "… die kunnen leiden tot verstoring" kan aanleiding geven tot interpretatieverschillen en discussie. Overweeg om "bij xx diepte is een omgevingsvergunning nodig" (o.i.d.).

11

Verder is de bepaling onduidelijk. Wat is nu bepalend voor de vergunningplicht? Er staat in de aanhef van art. 5.5 lid 1 immers dat de vergunningplicht alleen geldt vanaf de norm oppervlakte grondwerkzaamheden. De diepte is daarmee niet relevant. Enkele bepalingen lijken tegenstrijdig met elkaar te zijn. Een voorbeeld zijn art. 5.9 onder e met art. 5.10 onder a. Het is niet duidelijk wat hier geldt. Iets vergelijkbaars komt ook voor bij art. 5.19 (lid 1 en lid 2), in vergelijking met art. 5.25. In art. 5.19 staat een vergunningplicht aangewezen met beoordelingsregels. Er staat geen verwijzing naar de indieningsvereisten die gelden (die staan in art. 5.25). Is dit

Nadere toelichting Dit artikel vind ik lastig leesbaar en interpreteerbaar. Wat is bedoeld te regelen? De oppervlaktemaat lijkt maatgevend te zijn: alleen vanaf een bepaalde oppervlakte (én i.c.m. punten a t/m i) is een vergunning nodig. En zijn a t/m i dan of / en / en/of? En hoe zit het met artikel 4.53? Wat hier staat lijkt niet te passen bij artikel 5.5. Hoe moeten deze samen gelezen worden? Ze hebben immers hetzelfde werkingsgebied.

Artikel 5.9 en artikel 5.10 lijken deels tegenstrijdig met elkaar te zijn. In art. 5.9 staat welke activiteiten vergunningplichtig zijn (Opa), art. 5.10 bevat een verbodsbepaling (dit kan dus alleen met een Bopa / wijziging omgevingsplan). Dit zijn dus hele andere artikelen. Maar: in art. 5.9 onder e staat precies hetzelfde als in art. 5.10 onder a. Wat is het? Is dit toegestaan of juist verboden? En dat geldt voor bijna alle punten van art. 5.9 en 5.10, zoals art. 5.9 onder f t.o.v. art. 5.10 onder d, en art. 5.9 a en art. 5.10 c. Enzovoort. Mogelijk komt dit op meerdere plekken voor, ik heb niet de mogelijkheid om op dit niveau alles na te lopen. Deze valt toevallig op.

voldoende duidelijk voor gebruikers van het omgevingsplan?

12

Er is geen gebied garageboxen aangewezen, terwijl planregels daar wel naar verwijzen. Waar ligt dit gebied? Ook het gebied begraafplaats (die staat wél benoemd in art. 4.40) mist als werkingsgebied. Idem kent artikel 3.32 lid 3 geen werkingsgebieden met omgevingsnormen voor aantal woningen per bouwperceel. Ook art. 4.31 kent geen omgevingsnormen. Staan die elders?

De samenhang tussen artikelen vind ik soms lastig. Ik zie geen (kruis)verwijzing tussen art. 5.19 en art. 5.25. Dat betekent dat ik zelf op zoek moet naar artikelen die "bij elkaar horen". Dat vind ik lastig. En ja, het klopt dat ik kan zoeken op "uitweg" in de regels. Het is ook mogelijk om art. 5.19 een interne verwijzing te maken naar waar de indieningsvereisten staan. Hetzelfde geldt voor artikelen 5.24 en 5.26, ook dat zijn indieningsvereisten die niet goed vindbaar zijn. Om bij de inritten/uitritten te blijven, daar zit nóg een samenhang-vraag: Voor art. 4.44, punt a lezend is het duidelijk dat er alleen direct onder gebouwen gebouwd mag worden. Een aflopende inrit (zoals de ingang bij een parkeergarage) is daarmee niet toegestaan als die begint buiten het hoofdgebouw. Maar mogelijk maakt punt b dat wel weer mogelijk? Wat is "aansluitend aan de bovengrondse bebouwing"? Is het wenselijk om maatvoering te benoemen hoe ver zo'n inrit/uitrit mag uitsteken tov de bovengrondse bebouwing? En doen hier de regels over inritten/uitritten (art. 5.19 en art. 5.25) ook mee? Hoe weet ik dat als reguliere inwoner? Voor art. 3.27 lid 3: er staat "gebied garageboxen". Maar dit gebied is niet aangewezen (niet via een gebiedstype, niet via een functie en ook niet als activiteit). Wel is functie (?) verkeer aangewezen, maar dat is niet "gebied garageboxen".

Is bedoeld te regelen dat bestaande en nieuwe garageboxen uitsluitend gebruikt mogen worden voor het stallen van motorvoertuigen/fietsen/opslag/... tbv wonen in <<werkingsgebied>>? Idem voor artikel 4.22. Onder punt a staat dat die in het gebied garagebox mag worden gebouwd, maar wat dat gebied dan precies moet zijn is niet aangegeven. Het is dus niet te bepalen waar wel en waar niet een garagebox gebouwd mag worden. Daarnaast lijkt punt c ("moet binnen bouwvlak") strijdig te zijn met het werkingsgebied dat gekoppeld is aan art. 3.27 (lid 3). Voor art. 3.32 lid 3, er staat dat er maximaal 1 woning per bouwperceel mag zijn tenzij voor een locatie een andere omgevingsnorm geldt. Onduidelijk is waar dit gevonden kan worden. Bestaat die omgevingsnorm? In welk artikel? En is het niet logisch om die omgevingsnorm te koppelen aan art. 3.32 lid 3, zodat het bij elkaar staat?

13

14

In het omgevingsplan zijn regels voor bedrijven opgenomen. Als op deze bedrijfslocaties activiteiten (binnen de regels van het omgevingsplan) kunnen plaatsvinden die genoemd zijn in het Omgevingsbesluit Bijlage V, dan moet er een mer-beoordeling of een volledig MER gedaan worden bij de omgevingsplanwijziging. Een onderbouwing waarom er wel/geen noodzaak is tot een mer/MER ontbreekt. De algemene regels voor volumineuze detailhandel en andere bedrijfsmatige activiteiten (o.a. paragraaf 3.4.2) lijken te missen.

Ditzelfde aandachtspunt speelt bij art. 3.19 lid 1: waar is de maximaal toegestane horecacategorie? Die is niet vindbaar. Dit is de reden dat het Rijk een omgevingsprogramma overgedragen milieuregels maakt, en een aantal gemeenten de hoop hebben opgegeven dat het Rijk een nuttig product oplevert en zelf maar aan de MER zijn gegaan (zoals gemeente Ede). Dit kan ook gelden voor niet-bedrijfsmatige activiteiten. Er staat meer op de lijst van Bijlage V Omgevingsbesluit. In de ETFAL motivering dient dit onderbouwd te worden.

Dit type bedrijven kan een forse impact hebben op de omgeving. Wat maakt dat er geen regels gesteld lijken te zijn / dat die niet eenvoudig vindbaar zijn? Ditzelfde komt voor bij dagrecreatieve voorzieningen (afdeling 3.10): ook die hebben potentieel significante effecten op de omgeving.

15

Art. 3.4 lid 3 is onduidelijk. Een maatwerkvoorschrift mag niet zomaar gesteld worden, waar is dit aangewezen? En waar is de vergunningplicht aangewezen? Of gaat dit om een beoordelingsregel die aanvullend is op beoordelingsregels bij ándere vergunningplichtige activiteiten? En hoe is duidelijk wanneer hier wel (of juist niet) aan getoetst moet worden?

Een maatwerkvoorschrift mag alleen gesteld worden als specifiek in het omgevingsplan geregeld is dat voor een bepaald onderwerp bij een bepaalde vergunningplicht een maatwerkvoorschrift gesteld mag worden. Waar is dit aangewezen? En waar komt de vergunningplicht vandaan? Is de gemeente voornemens om een vergunningplichtige parkeeractiviteit te maken? Gaat dit om een beoordelingsregel die aanvullend is op beoordelingsregels bij andere vergunningplichtige omgevingsplanactiviteiten? De term "parkeernormen" is verwarrend bij het kopje dat gaat over "algemene regels". Algemene regels betekenen bij definitie (in het omgevingsplan) dat er geen sprake kan zijn van een vergunningplicht (bij een vergunningplicht spreken we immers over beoordelingsregels). Normen zijn geen algemene regels. Dat is in dagelijks taalgebruik en juridisch een ander begrip. En als het bedoeld is als algemene regels voor parkeren, dan is het niet mogelijk (!) om daar een vergunningvoorschrift op te geven. Een maatwerkvoorschrift kan wel, maar dat vereist dat er óók een meldingsplicht geldt.

Opmerkingen m.b.t. overige zaken Nr. 16

Opmerking Bij verwijzingen naar een (ontwerp) omgevingsplan met een url naar Omgevingswet, hanteer bij voorkeur de permalink. Dat is nu niet gedaan.

17

In de algemene toelichting (of een andere geschikte plek) kan de werking van de beleidscyclus duidelijker aan bod komen.

Nadere toelichting De verwijzing naar het ontwerp zoals die op het Omgevingsloket staat (link staat op deze pagina: https://www.geldrop-mierlo.nl/omgevingsplangenoenhuis) is geen permalink. Die is te herkennen aan "resolver" in de url. Een niet-permalink blijft niet altijd werken. Zie deze pagina voor meer informatie: https://omgevingswet.overheid.nl/helpcentrum/documenten -bekijken-regels-kaart/permalinks Omdat alleen "Omgevingswet-besluiten" directe doorwerking hebben op de instrumenten (een Gemeentewet-beleid heeft geen directe doorwerking, een omgevingsprogramma wel) kan dit slim zijn om te benoemen. Overweeg hierbij om niet "programma" maar "omgevingsprogramma" te hanteren. Dit is het enige programma dat door het college wordt vastgesteld en het is meteen duidelijk om welk type programma het gaat. It's in the name. De ervaring is dat het enkel benoemen van "programma" tot veel spraakverwarring leidt.

18

19

Voor de functiekaarten: ik heb tweestrijd over deze functie. Aan de ene kant: joepie, want een duidelijke overzichtskaart. Tegelijkertijd: functies zijn niet juridisch bindend (activiteiten wél), en functies kunnen en mogen overlappen. Geeft dit dan niet een misleidend beeld? In een aantal gevallen zijn zaken nog niet ingevuld, maar staat er niet dat deze gereserveerd zijn.

Net zoals niet duidelijk is dat 'nota ruimte' eigenlijk de Nationale Omgevingsvisie 2.0 is. n.v.t.

Gaat onder meer over: Art. 5.21 lid 2 Art. 5.23 (lid 1 en lid 2), met werkingsgebied "Niet_in_werking -

#1" Art. 2.4, met werkingsgebied "Niet in werking"

20

21

22

23

24 25

Voor artikel 5.24 lid 1: deze begrijp ik niet. Wat doet deze bepaling, en hoe moet dit gelezen worden? In het omgevingsplan staan een aantal werkingsgebieden aangegeven die uit Rijksregels (Bkl) en provinciale regels (provinciale omgevingsverordening) komen. Deze kunnen wijzigen zonder dat de gemeente hier invloed op heeft, en het kan ook sneller dan dat de gemeente kan bijbenen. Hoe gaat de gemeente om met een dergelijke situatie? Het gaat hier bijvoorbeeld om de gebieden genoemd in paragraaf 2.2.4. Het bijzondere aan het omgevingsplan is dat tegelijkertijd meerdere regelsets kunnen gelden. Is de gemeente van mening dat dit voldoende duidelijk is? Ter illustratie: op basis van art. 4.32 is het aanleggen van een zwembad/vijver/dergelijke toegestaan zonder vergunning. Dat betekent niet dat er niet alsnog een vergunningplicht kan gelden voor het roeren van de grond. Is voldoende duidelijk dat niet volstaan kan worden met enkel kijken naar de regels voor het zwembad? Ter overweging: Is het wenselijk om bepaalde activiteiten vergunningsvrij te maken, bijvoorbeeld als die ten dienste staan van een NNB? Dat voorkomt dat beheerders van NNB gebieden een Bopa nodig hebben als zij (het wettelijk verplichte) onderhoud gaan uitvoeren. Dit kan voor meerdere gebiedstypen gelden waar bescherming aan de orde is.

Dus naast natuur (Natura 2000 / NNB) ook voor infrastructuur als gasleidingen en andere grote buisleidingen, enzovoort. In art. 3.4 lid 2 wordt verwezen naar een beleidsregel. Onduidelijk is welke. In enkele artikelen (zoals art. 4.19 lid 2) staat dikgedrukte tekst. Wat betekent dit?

Met vriendelijke groet,

Mijn contactgegevens: -

?

Dit zou toegelicht kunnen worden in de algemene toelichting. Er ontstaat pas een probleem als de werkingsgebieden tussen gemeente en rijk/provincie van elkaar verschillen en mensen hiervan last ondervinden.

Dit is systematiek: systematiek omgevingsplan versus systematiek bestemmingsplan.

Gaat o.a. om afdeling 4.6.

n.v.t. n.v.t.

Zienswijze 5

ZIENSWIJZE Betreft: Ontwerp wijziging Omgevingsplan Genoenhuis – perceel Emopad 50/52/54 (52A) Gemeente: Geldrop-Mierlo Datum: 15-4-2026 1. Gegevens indiener Naam: Adres: Postcode en woonplaats: E-mail: Telefoonnummer: 2. Inleiding en ontvankelijkheid Ondergetekende dient hierbij, overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een zienswijze in tegen het ontwerpbesluit tot wijziging van het Omgevingsplan gemeente Geldrop-Mierlo – deelgebied Genoenhuis. De zienswijze wordt ingediend binnen de termijn van terinzagelegging en is derhalve ontvankelijk. Deze zienswijze heeft betrekking op het perceel Emopad 50/52/54 (52A). 3. Omschrijving van het initiatief Het initiatief omvat: • • •

het wijzigen van de functie van een bestaande bedrijfshal naar een woonfunctie; het toestaan van een ondergeschikte atelierfunctie binnen deze woonfunctie; het wijzigen van bestemming bedrijfswoning naar wonen (met kantoor aan huis)

Het betreft een hergebruik van bestaande bebouwing zonder uitbreiding van het bouwvolume. 4. Toetsingskader 4.1 Omgevingswet Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet dient het omgevingsplan te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Daarbij dient rekening te worden gehouden met: •

het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving (art. 1.3 Ow);

• •

het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving; het waarborgen van een goede omgevingskwaliteit.

4.2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Bij de beoordeling van een functiewijziging zijn met name relevant: • • •

instructieregels omtrent geluidgevoelige functies; regels omtrent milieubelastende activiteiten en afstanden; het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Een nieuwe woonfunctie dient te voldoen aan de normen voor geluid en andere milieufactoren zoals opgenomen in het Bkl. 4.3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Voor de atelierfunctie geldt dat: • • •

deze moet kwalificeren als een activiteit met beperkte milieubelasting; voldaan moet worden aan algemene rijksregels omtrent geluid, emissies en veiligheid; geen vergunningplichtige milieubelastende activiteit ontstaat.

4.4 Omgevingsplan Geldrop-Mierlo Relevante bepalingen: • • • • •

Artikel 3.2: toegestaan gebruik (hoofdgebruik); Artikel 3.3: verboden gebruik bij strijd met regels; Artikel 3.4: parkeernormen; Artikel 3.6 en 3.7: bedrijfsactiviteiten en milieubelasting; Artikel 3.32: wonen toegestaan binnen woonbestemming;

Daarnaast geldt artikel 1.3 (uitsluiting niet-benoemde activiteiten), waarmee wordt geborgd dat ongewenste activiteiten niet zijn toegestaan. 4.5 Gemeentelijk beleid (NvU en Plan van Aanpak) Uit beleidsstukken volgt: • • • •

toepassing van een “ja, mits”-benadering; ruimte voor maatwerk en functiemenging; gebiedsgerichte afweging; nadruk op duidelijke en juridisch handhaafbare regels.

5. Integrale beoordeling (ETFAL-afweging) 5.1 Functionele inpassing De voorgenomen functiewijziging:

• • •

sluit aan bij het overwegend woonkarakter van de omgeving; voorkomt planologisch ongewenste zwaardere bedrijfsactiviteiten; past binnen het principe van functiemenging (wonen/werken).

Conclusie: positief. 5.2 Milieubelasting (Bal/Bkl) De atelierfunctie: • • •

betreft een activiteit met een beperkte milieubelasting (categorie 1); voldoet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 3.6 Omgevingsplan; leidt niet tot overschrijding van normen voor geluid, geur of emissies;

Daarnaast: • •

worden geen activiteiten verricht in de nachtperiode; is de verkeer aantrekkende werking beperkt.

Conclusie: aanvaardbaar. 5.3 Woon- en leefklimaat (Bkl) De nieuwe woonfunctie: • • •

is een geluidgevoelige functie in de zin van het Bkl; kan voldoen aan de geldende normen voor geluidbelasting; ondervindt geen onevenredige hinder van omliggende functies;

Bovendien: • •

leidt de functiewijziging tot een verbetering van het leefklimaat; neemt de potentiële milieuhinder af.

Conclusie: goed woon- en leefklimaat geborgd. 5.4 Verkeer en parkeren (artikel 3.4 Omgevingsplan) • • •

De parkeerbehoefte wordt bepaald conform gemeentelijke parkeernormen; De functiewijziging leidt tot een lagere parkeerdruk dan de bedrijfsfunctie; Parkeren kan op eigen terrein worden opgelost.

Conclusie: voldoet aan artikel 3.4. 5.5 Ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid De ontwikkeling: • •

betreft hergebruik van bestaande bebouwing; voorkomt leegstand;

• •

draagt bij aan duurzaam ruimtegebruik; versterkt de ruimtelijke kwaliteit.

Conclusie: positief. 5.6 Evenwichtige toedeling van functies (eindafweging) Gelet op: • • • •

de beperkte milieubelasting; de verbetering van het woon- en leefklimaat; de goede inpassing in de omgeving; het ontbreken van negatieve effecten op de fysieke leefomgeving;

kan worden geconcludeerd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 6. Juridische borging (randvoorwaarden) Voor een juridisch houdbare regeling wordt verzocht de volgende regels op te nemen: 1. Wonen als hoofdfunctie; 2. Atelier als ondergeschikte functie (max. oppervlak of percentage); 3. Alleen milieucategorie 1 activiteiten toegestaan; 4. Geen detailhandel of publieksintensieve functies; 5. Activiteiten uitsluitend inpandig; 6. Geen werkzaamheden tussen 23:00 en 06:00 uur; 7. Voldoen aan artikel 3.4 (parkeren); 8. Geen overschrijding van normen uit het Bkl en Bal; 9. Geen onevenredige aantasting van de fysieke leefomgeving. 7. Conclusie Op basis van: • • • •

artikel 1.3 en 4.2 Omgevingswet; de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving; de algemene regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving; de relevante bepalingen uit het Omgevingsplan Geldrop-Mierlo;

wordt geconcludeerd dat: • • •

de functiewijziging juridisch-planologisch aanvaardbaar is; wordt voldaan aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; sprake is van een goede fysieke leefomgeving;

8. Verzoek Ondergetekende verzoekt het bevoegd gezag om: 1. deze zienswijze gegrond te verklaren; 2. de functiewijziging planologisch mogelijk te maken; 3. de ontwikkeling te borgen middels passende regels in het omgevingsplan; 9. Ondertekening Plaats: Geldrop Datum: 15-04-2026 Handtekening:

Naam:

Zienswijze 6

Zienswijze 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=ac25a3ac-7488-446c-acfc-8cfbc99a5832