Vragen PvdA over Zienswijze samenwerkingsakkoord MRE (incl. beantwoording).docx
Tekst van het document
Vragen Commissie Commissie en datum: Algemene zaken 24 januari 2023 Datum indienen vragen: 12-01-2023 Aan de voorzitter van de raad, Steller vragen en fractie: Gerloes van Nunen – Partij van de Arbeid Onderwerp: Zienswijze samenwerkingsakkoord MRE 2023 - 2026 Het college / de burgemeester* wordt verzocht de volgende vragen mondeling/schriftelijk* te beantwoorden: Raadsvoorstel In het raadsvoorstel Zienswijze raad Geldrop-Mierlo op concept samenwerkingsakkoord MRE 2023-2026 staat in paragraaf 2.1 de teleurstelling over onbenut laten reactie op bouwstenennotitie. Vraag 1: Hoe kan het college borgen dat er in de toekomst wel een reactie komt op een ingediende zienswijze? Naar de mening van de PvdA zou dat moeten gebeuren conform de werkwijze gemeenschappelijke regelingen. Het is belangrijk om te weten wat wel of niet wordt overgenomen en waarom. Op pagina 2 (paragraaf 2) staat dat het essentieel is dat we de komende maanden scherp krijgen wat we daadwerkelijk binnen de MRE-samenwerking oppakken en wat niet. Vraag 2: Hoe gaat het college dit oppakken en uitwerken? Paragraaf 2.2 Financiële consequenties nog niet in beeld (pagina 3) In een grotere setting is dit samenwerkingsakkoord door een vertegenwoordiging van de Partij van de Arbeid en Groen Links gezamenlijk besproken.
Een gemeenschappelijke deler was dat het bij dit samenwerkingsakkoord ontbreekt aan een visie en ambitie; een vergezicht richting 2040. Ook werd opgemerkt dat de actiepunten bij “wat gaan we samen doen” weinig cohesie laten zien en dat de actiepunten meer vragen oproepen, zoals: wat gaan we exact doen, op welke manier, en wanneer. Kortom dat de actiepunten niet helder zijn geformuleerd. Als dan ook de financiële consequenties niet helder zijn, waar gaan de raden dan mee akkoord? Vraag 3: Hoe kijkt het college aan tegen het ontbreken van een helder vergezicht en de niet duidelijk geformuleerde actiepunten? En hoe kijkt het college naar het ontbreken van de financiële onderbouwing in relatie tot de niet helder geformuleerde actiepunten?
Pagina 1 van 6
Vraag 4: Wat gebeurt er als onze raad of ook andere raden niet akkoord gaan met eventuele financiële consequenties? Zienswijze Paragraaf 1 pagina 1: Het college noemt het een helder plan om de samenwerking tussen de 21 gemeenten vorm te kunnen geven. Vraag 5: Waarop baseert het college de term “helder”. Zie onze opmerking dat de actiepunten meer vragen oproepen dan antwoorden. Paragraaf 3 pagina 1: Wij hopen dat u dit perspectief nog meeneemt richting de vaststelling van het akkoord in de uitvoering, zodat wij het volledig kunnen ondersteunen en uitdragen. Vraag 6: Wat is het standpunt van het college als de zienswijze niet wordt meegenomen? Wat zijn dan de vervolgstappen? Hopen is te vrijblijvend en niet de juiste bewoording en ondersteunen wij op onderdelen of wijzen wij af? Nummer 3 pagina 2: Relatie MRE – subregio’s Vraag 7: Wat gebeurt er als de MRE vasthoudt aan de eigen visie (met of zonder goede onderbouwing)? Nummer 4 pagina 2: Economische groei is geen doel op zich U vraagt meer aandacht voor de brede welvaart concreter vorm krijgen, bijvoorbeeld door meer aandacht te geven aan de balans met zorg en onderwijs. Hiervoor verwijs ik naar het ingebrachte wijzigingsvoorstel nummer 6 SGE van 30 november 2022. Dit voorstel werd ingebracht door de 9 linkse partijen uit de 9 gemeenten in het SGE. Gesteld werd dat 1.
het voor het vestigingsklimaat, maar ook de huidige inwoners, essentieel is dat aanbod en kwaliteit van de aanwezige voorzieningen gelijke tred houdt met de verstedelijking 2. de groei van het inwoneraantal ook gevolgen zal hebben voor voorzieningen met betrekking tot gezondheidszorg en onderwijs 3. de kwaliteit en aanbod van voorzieningen met betrekking tot gezondheidszorg en onderwijs baat hebben bij een regionale aanpak en verdeling. Daarom is het belangrijk dat er actief geacteerd wordt op uitbreiding van aanwezige gezondheidsvoorzieningen en dat speciaal en voortgezet onderwijs op regionaal niveau op orde wordt gebracht en gehouden. 4. De contacten met Brainport Development worden geïntensiveerd om waar mogelijk kansen te benutten o.a. voor financiële middelen die bijdragen aan deze ambities 5. Bedrijven die direct of indirect een buitenproportionele druk leggen op de voorzieningen in onze regio financieel hun aandeel bijdragen. Vraag 8: Hoe wil / kan het college hieraan vorm geven?
Pagina 2 van 6
Nummer 6 pagina 3: Aanspreekpunt voor Rijk en provincie U stelt als uit het akkoord moet worden afgeleid dat dit een rol is die binnen het MRE-team komt te liggen, dan zijn wij daarop tegen. Vraag 9: Kan het college aangeven wat dan de vervolgstappen zijn? Nummer 7 pagina 3: de rol van het MRE-team irt capaciteit We zullen moeten onderzoeken wat dit concreet van ons vraagt. Vraag 10: Moet deze zin zijn: We gaan onderzoeken wat dit concreet van ons vraagt. Laatste alinea pagina 3: kennisnemen van de zienswijze. Wij hopen dat u met aandacht kennis neemt van onze zienswijze en dat we hier in het samenwerkingsakkoord en de uitvoering ervan ons voordeel mee doen met elkaar. Vraag 11: Dit is naar onze mening erg zwak uitgedrukt (hopen en kennisnemen). Het gaat om gezamenlijkheid en elkaar versterken. Hier hoort ook bij dat er een schriftelijke reactie komt op alle ingediende zienswijzen met een onderbouwing waarom iets wel of niet wordt opgenomen in stukken. Is het college deze mening ook toegedaan.
Toelichting: N.v.t. Datum beantwoording: 12 oktober 2022 Antwoord: Vraag 1. Hoe borgen reactie op ingediende zienswijze Het college kan dit niet borgen; dit is de verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur van de GR. Wel kan het betrokken AB-lid tijdens de behandeling van het onderwerp in het algemeen bestuur van de GR (delen van) de zienswijze van de raad nogmaals voor het voetlicht brengen en er een reactie op vragen. Wat het college daarnaast doet, is het naar voren brengen van standpunten in de zienswijze in portefeuillehoudersoverleggen. De effectiviteit van de zienswijze zit namelijk niet alleen in het verkrijgen van een formele reactie van het DB, maar meer nog in het landen van de standpunten van de raad in gesprekken die we in de regio voeren. Uit die gesprekken blijkt ook waar wel en niet breder draagvlak voor is en waarom. Opgemerkt wordt nog dat voor de bouwstenennotitie geen formeel voorgeschreven zienswijzeprocedure geldt.
Pagina 3 van 6
Vraag 2: Welke rol vervult het college in het scherp krijgen wat binnen de MREsamenwerking wordt opgepakt De komende maanden zullen we binnen de regionale en subregionale samenwerking de uitdaging hebben liggen om met elkaar scherp te krijgen wat we – als 21 gemeenten - binnen de MRE-samenwerking oppakken. Dat is een proces dat plaatsvindt in portefeuillehoudersoverleggen, in overleggen tussen burgemeesters, e.d. Wij zullen als college alert zijn hierop en proactief zijn hierin door actief gesprekken aan te gaan en in portefeuillehoudersoverleggen steeds scherp te acteren op wat op welke tafel thuis hoort. Vraag 3a: hoe kijkt het college aan tegen het ontbreken van een helder vergezicht en het niet helder formuleren van actiepunten Het samenwerkingsakkoord geeft een redelijk zicht op de koers die we als regio willen hanteren. Naar ons idee is het niet zo dat er actiepunten in zouden moeten staan waaruit exact blijkt wat we gaan doen, op welke manier en wanneer. Dat is niet de strekking van het akkoord; het is vooral bedoeld om gezamenlijke ambities vast te leggen. Concrete acties komen jaarlijks in de werkprogramma’s naar voren. Vraag 3b: hoe kijkt het college aan tegen het ontbreken van de financiële onderbouwing Het standpunt van het college is dat het ontbreken van een financiële uitwerking onhandig is, maar wel begrijpelijk gezien de openstaande vragen.
Wij zien het liefst eerst goed uitgewerkt wat er daadwerkelijk aan activiteiten binnen de MRE-samenwerking landt, zodat er een financiële raming komt die ook ergens op slaat. Vraag 4: Wat gebeurt er als onze raad of ook andere raden niet akkoord gaan met eventuele financiële consequenties? Het is nog de vraag of de financiële consequenties zodanig zijn, dat er een begrotingswijziging bij komt kijken. Alleen in dat geval komt dit aan de raden voor te leggen. Het is dan aan het AB van de MRE om de begrotingswijziging vast te stellen, in juni 2023. Aan de raden zal dan in het tweede kwartaal om een zienswijze worden gevraagd. (zie ook de paragraaf financiële consequenties in het raadsvoorstel) Vraag 5: Waarop baseert het college dat het akkoord een helder plan is om de samenwerking tussen 21 gemeenten vorm te geven? In het akkoord zien wij voldoende richtinggevende uitspraken staan, waaruit de gezamenlijke ambitie voor de regio kan worden afgeleid. Vraag 6: Wat is het standpunt van het college als de zienswijze niet wordt meegenomen? Deze zinsnede is opgenomen om te duiden dat de raad kanttekeningen plaatst bij het akkoord. Het geeft aan dat als er bij de vaststelling of in de uitvoering van het akkoord een te grote afstand blijft met de zienswijze van de raad, dat dan het risico bestaat dat u als raad het akkoord niet volledig kunt ondersteunen en uitdragen.
Dat betekent bijvoorbeeld dat wij in portefeuillehoudersoverleggen ons afwijkende geluid blijven uiten en dat u als raad in onze lokale visie, strategie en beleid soms zal willen afwijken van de regionale koers. Vraag 7: Wat gebeurt er als de MRE vasthoudt aan een model met een hiërarchische relatie tussen MRE en SGE
Pagina 4 van 6
Wij zijn als 21 gemeenten de MRE, dus dat zou betekenen dat de meerderheid van de gemeenten zich in die hiërarchische relatie kan vinden. In dat geval vraagt het van raad en college een voortdurende inzet in de regio om hierover in gesprek te blijven. Bijvoorbeeld in AB-vergaderingen, in portefeuillehoudersoverleggen, binnen de raadstafel21 en binnen de SGE-samenwerking. Belangrijker is nog dat we in aanloop naar de AB-vergadering in maart dit gesprek al aangaan, zodat de meerderheid van de gemeenten een dergelijke hiërarchische relatie afwijst. Nummer 4 pagina 2: Economische groei is geen doel op zich U vraagt meer aandacht voor de brede welvaart concreter vorm krijgen, bijvoorbeeld door meer aandacht te geven aan de balans met zorg en onderwijs. Hiervoor verwijs ik naar het ingebrachte wijzigingsvoorstel nummer 6 SGE van 30 november 2022. Dit voorstel werd ingebracht door de 9 linkse partijen uit de 9 gemeenten in het SGE. Gesteld werd dat 1. het voor het vestigingsklimaat, maar ook de huidige inwoners, essentieel is dat aanbod en kwaliteit van de aanwezige voorzieningen gelijke tred houdt met de verstedelijking 2. de groei van het inwoneraantal ook gevolgen zal hebben voor voorzieningen met betrekking tot gezondheidszorg en onderwijs 3. de kwaliteit en aanbod van voorzieningen met betrekking tot gezondheidszorg en onderwijs baat hebben bij een regionale aanpak en verdeling.
Daarom is het belangrijk dat er actief geacteerd wordt op uitbreiding van aanwezige gezondheidsvoorzieningen en dat speciaal en voortgezet onderwijs op regionaal niveau op orde wordt gebracht en gehouden. 4. De contacten met Brainport Development worden geïntensiveerd om waar mogelijk kansen te benutten o.a. voor financiële middelen die bijdragen aan deze ambities 5. Bedrijven die direct of indirect een buitenproportionele druk leggen op de voorzieningen in onze regio financieel hun aandeel bijdragen. Vraag 8: Hoe wil / kan het college vorm geven aan aandacht voor brede welvaart? U verwijst naar de regioconferentie voor de samenwerkingsagenda die we in SGE-verband willen vaststellen. Ook daar is brede welvaart inderdaad een belangrijke component. In regionaal en subregionaal zullen we continu dat geluid inbrengen in overleggen, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Daarnaast geven we lokaal ruim invulling aan brede welvaart via de visie, strategie en programma’s. Het is aan u om bij de vaststelling van visie, strategie en ander beleid aan te geven of u uw punten daarin voldoende terug ziet. Vraag 9: Kan het college aangeven wat de vervolgstappen zijn ten aanzien van het zijn van aanspreekpunt voor Rijk en provincie? Dat hangt af van hoe dit wordt benaderd in het AB en in de portefeuillehoudersoverleggen.
Als andere gemeenten er hetzelfde in zitten, dan zal die rol bij aangewezen bestuurders of ambtenaren liggen. Die rol vervullen zij dan namens de 21 gemeenten. Als men toch meer neigt naar inzet van het MRE-team hierop, dan kunnen we hoogstens constructief-kritisch zijn naar hoe dat in de praktijk z’n beslag krijgt.
Pagina 5 van 6
Vraag 10: Moet bij punt 7 de zin zijn: “We gaan onderzoeken wat dit concreet van ons vraagt”? De zinsnede zoals deze in de concept-zienswijze staat (“we zullen moeten onderzoeken”), is zo gekozen om aan te geven dat we ons beseffen dat een uitspraak over inzet vanuit de gemeenten ons dan ook verplicht om aandacht te hebben voor voldoende inzet hierop. Vraag 11: De zin “Wij hopen dat u met aandacht kennis neemt van onze zienswijze en dat we hier in het samenwerkingsakkoord en de uitvoering ervan ons voordeel mee doen met elkaar” is naar onze mening erg zwak uitgedrukt (hopen en kennisnemen). Het gaat om gezamenlijkheid en elkaar versterken. Dit is geen vraag. Wij doen de suggestie dat u middels een amendement aan de raad voorstelt om deze zin in de zienswijze aan te passen.
Pagina 6 van 6