Voorlopige evaluatie Heppie (t)Huis - Rijksuniversiteit Groningen.Pdf
Tekst van het document
Voorlopige evaluatie Heppie (t)Huis Maart 2023 Dr. Elianne Zijlstra, Prof. dr. Annemiek Harder, Dr. Wendy Post, Prof. dr. mr. Margrite Kalverboer, Ymke Riemersma, Msc
Inleiding Deze rapportage bevat een overzicht van de voorlopige resultaten van het project “Onderzoek naar de uitkomsten van alternatieve vormen van residentiële jeugdhulp” over de voorziening Heppie (t)Huis. Het doel van het gehele onderzoeksproject is om de uitkomsten van de alternatieve vormen van residentiële jeugdhulp in kaart te brengen en daarnaast de factoren die bijdragen aan een stabiel toekomstperspectief voor jeugdigen. In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van herhaald single-case studies design (N=1) en een Q-methodologisch onderzoek (interview). In het onderzoek worden de perspectieven van jeugdigen, ouders en pedagogisch medewerkers betrokken. Jeugdigen worden vanaf de start van de hulp gedurende een periode van 1,5 jaar gevolgd. De dataverzameling bij Heppie (t)Huis is gestart in maart 2020 bij jeugdigen vanaf de start van hun plaatsing. Inmiddels hebben alle meetmomenten bij de acht jeugdigen vanuit Heppie (t)Huis plaatsgevonden. In dit rapport geven we de uitkomsten weer ten aanzien van het leefklimaat en de stabiliteit van de plaatsingen. Het leefklimaat Jeugdigen, ouders en professionals hebben het leefklimaat beoordeeld nadat de jeugdige minimaal 2 à 3 maanden verbleef in de vorm van hulp.
Uit de analyses blijkt dat jeugdigen, ouders en medewerkers binnen Heppie (t)Huis hoger scoren op de ervaren sensitiviteit van professionals en sfeer dan de jeugdigen, ouders en medewerkers binnen de residentiële behandelgroepen. De verschillen voor ouders en professionals binnen Heppie (t)Huis ten aanzien van de residentiële behandelgroepen waren significant. Verder zien we dat de groep van kleinschalige voorzieningen (waaronder Heppie (t)Huis) significant hoger scoort op sensitiviteit en sfeer vanuit het perspectief van de jeugdigen, ouders en medewerkers. Alle resultaten moeten met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden gezien de kleine aantallen jeugdigen, ouders en professionals. Stabiliteit van de plaatsingen Bij de acht jeugdigen die meededen aan het onderzoek en verbleven in het Heppie (t)Huis hebben geen overplaatsingen plaatsgevonden binnen de eerste 1,5 jaar na de plaatsing. Dit betekent dat de plaatsingen stabiel zijn geweest. Jeugdigen geven aan het fijn te vinden dat zij een langere tijd op één plek konden blijven. Een jeugdige zegt bijvoorbeeld: “Mm, tis wel opzich wel, het was eerst wel redelijk stabiel zegmaar, zegmaar dat er niet te veel mensen weggingen hier enzo en dat is wel fijn. Niet dat ik van plek naar plek moest enzo.” Daarnaast zegt een andere jeugdige met een stabiele plaatsing in een gezinshuis (alternatieve vorm) het volgende: “Ja fijn.
Gewoon een beetje stabiliteit. Gewoon weten waar ik aan toe ben. En niet van plek naar plek moet verhuizen. Dus gewoon beter. Kan ik gewoon een beetje dingen
regelen enzo. Regelen en zorgen dinges moet ik regelen en allemaal andere dingen moet ik ook regelen.” Ondanks dat jeugdigen geen overplaatsingen ervaren kunnen ze wel instabiliteit ervaren als gevolg van wisselingen in het team en in de samenstelling van jeugdigen in het huis. Een jeugdige bij Heppie (t)Huis zegt hierover: “En toen kwam (naam jeugdige) en (naam jeugdige) drie dagen na elkaar, dus dat ging wel echt heel snel”