Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025
Tekst van het document
1. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpleveranciers afspraken over de facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. 2. Het college maakt met de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde jeugdhulpleveranciers afspraken over het monitoren van de gemiddelde trajectduur tijdens de looptijd van een contract. 3. Het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de Jeugdwet en Wmo. 4. Het college streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert het college inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen.
Hoofdstuk 8. Kwaliteit en aanbesteding Artikel 27. Kwaliteit
1. Alle diensten en producten die het college in het kader van deze verordening, door middel van zorg in natura, aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn. 2. De diensten en producten: a. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; b. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; 19 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025 - gemeente Geldrop-Mierlo
c. respecteren de rechten van de inwoner; d. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd. 3. Het college maakt afspraken over de kwaliteitseisen van de diensten en producten met leveranciers en controleert of deze eisen door leveranciers worden nageleefd. Artikel 28. Verhouding prijs en kwaliteit leveranciers jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
1. Het college zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening een belangrijke rol speelt bij de inkoop en de aanbesteding. 2. Het college baseert in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, op ten minste de volgende kostprijselementen: a. kosten van beroepskrachten (cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden); b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten; en d. kosten voor indexering e. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen. 3. het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde leveranciers van preventie, jeugdhulpleveranciers of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 9. Klachten en Medezeggenschap Artikel 29. Inspraak van inwoners
1. Het college kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Participatie- en inspraakverordening Geldrop-Mierlo 2015 zijn daarop van toepassing, maar deze worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. 2. Inwoners kunnen voor wat betreft Jeugdhulp en Wmo inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop het college beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers omgaan met inwoners. 3. Inspraak is ook het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 4. Het college kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. doormiddel van gevraagd en ongevraagd advies van adviesraden; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; c. door samen met inwoners een plan, product of dienst te ontwerpen. 5. Het college kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. Artikel 30. Medezeggenschap bij leveranciers
Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken. Artikel 31. Doelen klacht- en bezwaarprocedure
1. Tegen een beschikking kan een bezwaarschrift worden ingediend. 20 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025 - gemeente Geldrop-Mierlo
2. Het college ziet een klacht (titel 9.1 Awb) of bezwaar (hoofdstuk 6 Awb e.v.) als: a. een stimulans om de vraag om een maatwerkvoorziening van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk (mede door inzet pre-mediation) te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 3. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten. Voor zover het een klacht betreft, kan van de hoorplicht worden afgezien op grond van de gevallen genoemd in artikel 9:10 lid 2 Awb. Voor zover het een bezwaar betreft, kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien, op grond van de gevallen zoals genoemd in artikel 7:3 Awb. 4. De inwoner kan bij het college een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers richting een inwoner; en b. de manier waarop het college meldingen en aanvragen heeft afgehandeld. 5. Het college zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. Artikel 32. Externe commissie gemeente
1. Het college heeft een externe en onafhankelijke klachten- en bezwaarschriftencommissie. 2. De klager of bezwaarmaker kan worden uitgenodigd voor een hoorzitting bij de klachten-en bezwaarschriftencommissie. 3. De klachten-en bezwaarschriftencommissie brengt een advies uit aan het college. Het college beslist vervolgens of zij dit advies opvolgen of dat zij daar gemotiveerd van afwijken. Artikel 33. Klachten over andere personen of organisaties
1. De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door het college is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben. 2. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner hiervan melding doen bij het college. Artikel 34. Klacht over het college als jeugdhulpleverancier
Voor zover er sprake is van een klacht op grond van de Jeugdwet, waarbij het college wordt aangemerkt als jeugdhulpleverancier, zal de klachtprocedure verlopen zoals omschreven in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Artikel 35. Vertrouwenspersoon
Voor een jeugdige en diens (pleeg)ouder(s) geldt dat een onafhankelijke vertrouwenspersoon op diens verzoek kan ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de maatwerkvoorziening door het college, de leverancier, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Artikel 36. Betrekken van ingezetenen bij het beleid
1. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van Wmo Adviesraad en de Jongerenraad vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp en Wmo te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp en Wmo, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 2. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan een inwonerraadpleging, die wordt uitgevoerd door de Wmo Adviesraad, waarbij ingezetenen onderwerpen voor de 21 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025 - gemeente Geldrop-Mierlo
agenda kunnen aanmelden, en dat ingezetenen worden voorzien van de voor een adequate deelname aan de inwonerraadpleging benodigde informatie en ondersteuning.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen Artikel 37. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling volgens het college een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. Artikel 38. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
1. De ‘Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024’ wordt ingetrokken op het gelijktijdige moment van inwerkingtreding van Verordening Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Geldrop-Mierlo 2025. 2. Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024, totdat deze verstrijkt of het college een nieuw besluit heeft genomen. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening. 4. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van het recht dat gold voor de inwerkingtreding van deze verordening. 5. Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 op de gronden van die verordening te herzien 6. Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt onder Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 terug te vorderen op de in die verordening genoemde gronden. Artikel 39. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking op 01-01-2025. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Jeugdhulp en Wmo gemeente Geldrop-Mierlo 2025.
22 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2025 - gemeente Geldrop-Mierlo