CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitspraak Rechtbank Oost-Brabant 24 november 2023 SHE 23 2240

Commissie Ruimte 26 augustus 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Verordening naamgeving en nummering gemeente Geldrop-Mierlo 20241.587 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

uitspraak RECHTBANK OOST-BRABANT Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 23/2240 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2023 in de zaak tussen

eiser (gemachtigde; P.J.C. van der Westen),

en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo, het college

Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de beslissing van het college van 20 december 2022 om de straatnaam en het huisniimmer van eiser te wijzigen. 2. Met het bestreden besluit van 20 juli 2023 op het bezwaar van eiser is het college bij dat besluit gebleven.

3.

Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

4. De rechtbank heeft het beroep op 31 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank moet beoordelen of het college het bezwaar van eiser tegen de wijziging van zijn straatnaam en huisnummer terecht ontvankelijk en ongegrond heeft verklaard. De voorgeschiedenis en het bestreden besluit

6. Vanwege de bouw van een viertal nieuwbouwwoningen in een hofje tussen de Burgemeester Pankenstraat en de Heer de Heuschweg in Mierlo heeft het college omstreeks augustus 2021 het voornemen geuit om de straatnaam en de huisnummering van een gedeelte van de Burgemeester Pankenstraat te wijzigen. Niet alle bewoners van de Burgemeester Pankenstraat konden zich in dit voornemen vinden. Dat leidde ertoe dat het college diverse beslissingen heeft genomen en meerdere bezwaarprocedures zijn gevoerd.

zaaknummer; SHE 23/2240

2

Ook heeft het college geprobeerd om met de buurtbewoners tot overeenstemming te komen. Dat is niet gelukt. Uiteindelijk heeft deze lange voorgeschiedenis geleid tot de beslissing van het college van 20 december 2022. Deze beslissing luidde als voIgt:

i) vanaf de T-splitsing in de Burgemeester Pankenstraat ter hoogte van huisnummer 16 en 18 de straat te hemoemen naar Burgemeester Berkhouthof onder de volgende vernummering: - Burgemeester Pankenstraat 18, 20, 20a, 20b en 20c naar huisnummers 1 tot en met 5; - Burgemeester Pankenstraat 20e en 20d naar huisnummers 11 en 10, en ii) de Burgemeester Berkhouthof 1 tot en met 4 te vemummeren naar huisnummers 6 tot en met 9.

7. Voor eiser hield deze beslissing in dat zijn (oude) adres "Burgemeester Pankenstraat 20" werd gewijzigd in het (nieuwe) adres "Burgemeester Berkhouthof 2”. Ambtshalve beoordeling van de ontvankeliikheid van het bezvvaar 8. De rechtbank overweegt allereerst dat de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) over de ontvankelijkheid van bezwaar en beroep van openbare orde zijn. Deze bepalingen zal de rechtbank daarom ambtshalve toepassen. Dat betekent dat de rechtbank eerst zal beoordelen of het college het bezwaar van eiser in het bestreden besluit terecht ontvankelijk heeft verklaard. De vraag die de rechtbank in dat kader moet beantwoorden, is of de beslissing van het college om de straatnaam en het huisnummer van eiser te wijzigen als een besluit moet worden aangemerkt. zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

Juridisch kader 9. Op grond van artikel 1:3 van de Awb wordt onder een besluit verstaan; een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. In artikel 7:1 van de Awb staat dat slechts tegen een besluit bezwaar kan worden gemaakt.

In artikel 6, eerste lid, van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet 10. bag) wordt bepaald dat de gemeenteraad het grondgebied van de gemeente indeelt in een of meer woonplaatsen, de openbare ruimten vaststelt en nummeraanduidingen toekent aan de op het grondgebied van de gemeente gelegen verbiijfsobjecten, standplaatsen en ligplaatsen. 11. Vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is dat artikel 6 van de Wet bag weliswaar aan de gemeenteraad de verplichting oplegt om straatnamen en huisnummers toe te kennen, maar dat uit dit artikel niet voortvloeit dat een rechthebbende ook de verplichting heeft de toekenning of wijziging van de straatnaam en/of het huisnummer te gedogen (ECLI:NL;RVS:2018;3618 en ECLl:NL:RVS:2013:BY9258). Dat betekent dat als de beslissing van de gemeenteraad tot het toekennen of wijzigen van een straatnaam en/of huisnummer gebaseerd is op artikel 6 Wet bag de rechten en plichten van een rechthebbende door deze beslissing niet veranderen. De beslissing is in dat geval niet aan te merken als een publiekrechtelijke rechtshandeling, zoals bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

I

I

i

I

zaaknummer: SHE 23/2240

3

12. Uit deze rechtspraak van de Afdeling voIgt ook dat uit lokale regelgeving, bijvoorbeeld uit een gemeentelijke verordening, wel een verplichting voor een rechthebbende kan volgen om toekenning ofwijziging van een straatnaam of huisnummer te gedogen. Als daarvan sprake is, dan wijzigt de beslissing wel degelijk de rechten en plichten van de rechthebbende: de rechthebbende is dan op grond van de lagere regelgeving gehouden de toekenning of wijziging van de straatnaam en/of het huisnummer te gedogen en dus toe te staan. In dat geval is de beslissing tot het toekennen of wijzigen van een straatnaam of huisnummer wel op rechtsgevolg gericht en kan deze worden aangemerkt als een besluit, zoals bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Toepassing van het jiiridisch kader op deze zaak

Bij toepassing van het hiervoor geschetste juridische kader komt de rechtbank tot 13. het oordeel dat de beslissing van het college om de straatnaam en het huisnummer van eiser te wijzigen geen besluit is. zoals bedoeld in artikel 1 ;3, eerste lid, van de Awb. Bij besluit van 7 September 2009 heeft de gemeenteraad van de gemeente 14. Geldrop-Mierlo zijn bevoegdheden op grond van artikel 6 van de Wet bag gedelegeerd aan het college. In datzelfde besluit heeft de gemeenteraad de verordening straatnaamgeving en huisnummering van 18 december 2006 (met onmiddellijke ingang) ingetrokken.

15. Het college heeft tijdens de zitting toegelicht dat de gemeente Geldrop-Mierlo ten tijde van de beslissing van 20 december 2022 geen regelgeving had waarin aan een rechthebbende de verplichting wordt opgelegd het toekennen of wijzigen van een straatnaam en/of een huisnummer te gedogen. Die regelgeving heeft weliswaar bestaan, maar die verordening is met het delegatiebesluit van 7 September 2009 ingetrokken. Er is voor de ingetrokken verordening geen nieuwe regelgeving in de plaats gekomen.

16. De rechtbank stelt vast dat er geen regelgeving van de gemeente Geldrop-Mierlo ten grondslag heeft gelegen aan de beslissing van het college om de straatnaam en het huisnummer van eiser te wijzigen en dat die beslissing alleen is gebaseerd op artikel 6 van de Wet bag. 17. Onder verwijzing naar de rechtspraak van de Afdeling dat het gebruikmaken van de verplichting uit artikel 6 van de Wet bag geen verandering brengt in de rechten en plichten van een rechthebbende en omdat de gemeente Geldrop-Mierlo geen regelgeving heeft waaruit een gedoogverplichting volgt, is de rechtbank van oordeel dat het wijzigen van de straatnaam en het huisnummer van de woning van eiser voor eiser geen verplichting meebrengt om de wijziging van de straatnaam en het huisnummer te gedogen en dus toe te staan. Er is daardoor geen verandering in de rechten en plichten van eiser ontstaan. Daarmee is de beslissing van het college om de straatnaam en het huisnummer van eiser te wijzigen van 20 december 2022 niet gericht op rechtsgevolg en dus geen besluit zoals bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

18. Gelet hierop en omdat alleen tegen een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb bezwaar kan worden gemaakt, had het college het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk moeten verklaren in plaats van ongegrond.

zaaknummer: SHE 23/2240

Conclusie en gcvolgen

19. Omdat het bestreden besluit niet juist is, is het beroep van eiser daartegen wel gegrond. Het bestreden besluit moet daarom worden vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Awb te bepalen dat het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank komt om die reden niet toe aan het bespreken van de beroepsgronden van eiser tegen het bestreden besluit. Omdat de reclitbank het beroep gegiond verklaart, bepaalt de rechtbank dat het college aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Voor een vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding, omdat geen sprake is van door een derde verleende beroepsmatige rechtsbijstand en van andere voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten niet is gebleken. 20.

4

zaaknummer: SHE 23/2240

5

Beslissing

De rechtbank; verklaart het beroep gegrond; vernietigt het bestreden besluit van 20 juli 2023; verklaart het bezwaar van eiser alsnog niet-ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit; bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.C. Veelenturf, rechter, in aanwezigheid van R.G.B.M Spapens, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2023.

7

griffier

rec

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

2 9 NOV 2023

Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afvvachten, omdat de zaak spoed heeft. dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=0b5094bb-19bc-4672-ab94-a34752e0182c