CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting op de Verordening Aansluitvoorwaarden riolering gemeente Geldrop-Mierlo 2022.pdf

Commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Verordening Afvoer Hemel- en Grondwater Geldrop-Mierlo 20223.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERORDENING AANSLUITVOORWAARDEN RIOLERING GEMEENTE GELDROP-MIERLO 2022 Toelichting Algemeen lnzameling en transport van afvalwater is een taak van de gemeente. Voor het uitvoeren van deze taak heeft de gemeente rioolstelsels aangelegd en zorgt de gemeente voor het beheer van deze stelsels. Een aansluitverordening regelt de verhouding tussen burgers en de gemeente betreffende de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel. ln een aansluitverordening kunnen voorwaarden worden gesteld aan de wijze waarop de aansluiting op het gemeenteriool wordt verkregen. Daarnaast wordt ook geregeld wie verantwoordelijk is voor het beheer van de perceelaansluitleiding. Dit strekt tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat er dan duidelijkheid bestaat over de verwachtingen die burgers en de gemeente van elkaar mogen hebben. Opzet van de verordening Uitgangspunt van deze verordening is dat voor een nieuwe aansluiting op het openbaar riool of een wijziging van de bestaande aansluiting, een vergunning is vereist. Aan het verlenen van de vergunning worden vervolgens voorwaarden gesteld. Deze voorwaarden betreffen allereerst de technische eisen waaraan de aansluiting moet voldoen. De technische eisen betreffen het leidingverloop, de afmetingen, de hoogteligging van de aansluitleiding en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt.

Ook worden nadere voorwaarden gesteld voor het geval er een gescheiden rioolstelsel aanwezig is. Dat wil zeggen dat er dan een aparte aansluiting voor een hemelwaterriool en een aparte aansluiting voor een vuilwaterriool worden aangelegd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de in het Bouwbesluit en Model Bouwverordening genoemde bouwtechnische eisen. Tenslotte zijn er voorwaarden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging van de aansluiting en beëindiging van het gebruik van de aansluiting. De Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Geldrop-Mierlo 2022 vervangt de Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering 2015. De systematíek van de verordening is gelijk gebleven. Het gemeentelijke rioolstelsel wordt op een drietal plaatsen begrensd: 1.

Het punt waar afvalwater of overtollig hemelwater wordt overgenomen van de houder (doorgaans daar waar het particuliere riool overgaat in gemeentelijk eigendom).

2.

Het punt waar afvalwater of overtollig hemelwater wordt overgedragen aan de beheerder van de zuiveringstechnische werken.

3.

Het punt waar overstortingen op het oppervlaktewater plaats vinden.

Deze verordening heeft alleen betrekking op de begrenzing van het eerst genoemde punt. Deze begrenzing, de plaats waar het particulier riool is aangesloten op de perceelaansluitleiding (de uitlegger), wordt het aansluitpunt genoemd. Het aansluitpunt wordt in de verordening gesitueerd op de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel. Burgemeester en Wethouders kunnen in de aansluitvergunning in specifieke situaties een ander aansluitpunt aanwijzen. Het zal daarbij gaan om het gedeelte van aansluitleiding dat in gemeentegrond ligt maar waarbij het eigenlijk meer voor de hand ligt dat het tot het particulier riool behoort. Bijvoorbeeld indien de gevel van het pand op of binnen 0,7 meter van de eigendomsgrens ligt en er daarom een gedeelte van het particuliere riool in gemeentegrond moet komen te liggen of indien de ontstoppingsput op verzoek van een bedrijf in gemeentegrond ligt of het regenwaterriool en vuilwaterriool niet op het particuliere perceel maar op gemeentegrond samenvoegen. De aansluitleiding bestaat dus vanaf het hoofdriool achtereenvolgens uit de perceelaansluitleiding, het aansluitpunt en het particuliere riool. Het gedeelte van de aansluitleiding dat ligt binnen het perceel van rechthebbende is in particulier eígendom. Voor dit deel is rechthebbende verantwoordelijk.

ln het geval het gemeentelijk deel van de aansluitleiding (perceelaansluitleiding) wordt vervangen, wordt, indien daartoe aanleiding is, in overleg met rechthebbende, zijn deel van de aansluitleiding (particulier riool) mede vervangen. ln het systeem van de verordening is een keuze gemaakt voor een verdeling van het beheer van de aansluitleiding. Dit betekent dat de gemeente en de eigenaar elk verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van een deel van de aansluitleiding. Het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens wordt beheerd door de gemeente, tenzij het aansluitpunt is gelegen binnen gemeente-eigendom. ln het laatste geval wordt vanaf het aansluitpunt de aansluitleiding door gemeente beheerd.

Als er bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in het particuliere riool, dan moet de rechthebbende zelf en voor eigen rekening zorgdragen voor het verhelpen van het probleem. Dit kan bijvoorbeeld door het inschakelen van een installateur of ontstoppingsbedrijf. ls er een verstopping ontstaan in de perceelaansluitleiding door een constructief gebrek aan het deel van de aansluitleiding dat door gemeente wordt beheerd, dan draagt de gemeente zorg voor de reparatie. De kosten van renovatie en vervanging van de perceelaansluitleiding zijn voor de gemeente. lndien onderhoud moeten worden uitgevoerd als gevolg van een onjuist gebruik van het riool, dan zijn de kosten voor rekening van de rechthebbende of de veroorzaker. De aanleg van de perceelaansluitleidìng geschiedt in de regel door de gemeente of door een namens de gemeente in te schakelen aannemer. Deze legt de perceelaansluitleiding aan voor rekening van de aanvrager van de vergunning. De kosten die de aanvrager moet betalen, zijn in beginsel de daadwerkelijke kosten van de aanleg, vermeerderd met 10% ten behoeve van voorbereiding en toezicht. Voor de eerste aansluitingen voor woningen op een gescheiden of gemengd stelsel met een bepaalde diameter wordt een bijzonder tarief gehanteerd. De tarieven worden vastgelegd door de gemeenteraad.

De verlening van de vergunning kan door de gemeente worden geweigerd indien aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieu hygiënische redenen bezwaarlijk is. ln de verordening is geen uitputtende regeling opgenomen met betrekking tot weigeringsgronden voor het verlenen van de vergunning. Wel zijn situaties opgenomen die in ieder geval bezwaarlijk zijn voor het verlenen van een vergunning. Een van deze weigeringsgronden is de aansluiting van drainagewater wat in de lijn ligt van het beleid van de vierde Nota waterhuishouding. Het Gemeentelijk Rioleringsplan biedt de basis voor het weigeren van dit type lozingen. Als een vergunningaanvraag wordt geweigerd moet deze weigering voorzien zijn van een goede motivering. De verordening is opgebouwd uit 14 artikelen, die zijn ondergebracht in zes afdelingen. ln afdeling l worden de begripsbepalingen gegeven. Afdeling ll regelt de vergunning: een omschrijving van de vergunningsplicht, de aanvraag, de verlening en tot slot de gronden tot weígering. ln afdeling lll komt het tot stand brengen van de aansluiting aan de orde. Hierin worden het verzoek tot aanleg of wijzigíng, de kosten en de uitvoering geregeld. Het onderhoud komt in afdeling lV aan de orde, de verwijdering en sloop van de aansluiting in afdeling V.

De laatste afdeling tenslotte, afdeling Vl. betreft de overgangs- en slot bepalingen. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 ln artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. Voor de uitleg van de bepalingen in de aansluitverordening en de voorschriften in een aansluitvergunning, gelden de definities van artikel 1. ln de vorige paragraaf is al stilgestaan bij de begrippen perceelaansluitleiding, particulier riool en aansluitpunt. ln specifieke situaties en op verzoek kan het college in de aansluitvergunning bepalen dat het aansluitpunt op een andere plaats is gelegen, bijvoorbeeld in gemeentegrond. Voor aanleg van het particulier riool zal eerst toestemming van de gemeente verkregen moeten worden. Artikel 1 geeft ook een omschrijving van bronneringswater en drainagewater omdat ook verzoeken aan de gemeente voor (tijdelijke) lozingen van dit water onder het regime van de aansluitverordening vallen. Niet alleen de rechthebbende kan een aansluitvergunning aanvragen. Dit kan ook de projectontwikkelaar of de gebruiker zijn. lndien de gebruiker de vergunning aanvraagt, dient de naam en het adres van de rechthebbende in de aanvraag opgenomen te worden. Hierdoor kan de rechthebbende op de hoogte van de aanvraag en vergunning worden gebracht. Als rechthebbende wordt niet alleen aangemerkt de (perceel eigenaar maar ook de zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten perceel.

Verder is de vereniging van eigenaren als rechthebbende aangemerkt, omdat bij appartementsgebouwen vaak maar één aansluitleiding aanwezig is voor het gehele gebouw. De vereniging van eigenaren wordt dan de vergunninghouder voor de betreffende aansluiting en zal vervolgens met de leden moeten regelen hoe binnen het gebouw met verstoppingen en storingen wordt omgegaan. Dit geldt ook voor de rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij díent er zelf voor te zorgen dat de huurder de voorschriften van de aansluitvergunning naleeft. Artikel 2 ln artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden is zonder vergunning. Deze vergunningsplicht voor het verkrijgen van een aansluiting op de riolering is een belangrijk uitgangspunt van de aansluitverordening. De vergunning geldt niet alleen voor de rechthebbende, maar ook voor aanvragers die geen rechthebbende zijn, bijvoorbeeld

projectontwikkelaars, en voor rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere titel van de rechthebbende ten tijde van de vergunningverlening. ln de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen over het particulier riool zoals dat aanwezig moet zijn op het moment dat de aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast is het raadzaam de voor de rechthebbende geldende regels uit de verordening met betrekking tot het onderhoud, de renovatie, vervanging en sloop, expliciet in de vergunning te vermelden. Zolang de betreffende aansluiting bestaat, blijven deze voorschriften gelden. Bij wijziging van de aansluiting moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. ln lid 2 wordt aangegeven dat Burgemeester en Wethouders alleen aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met het rioolstelsel ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning kan worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige afvalwater als ter plaatse een gescheiden stelsel ligt. Maar ook bij een gemengd stelsel wordt in nieuwbouwsituaties slechts een vergunning verleend voor gescheiden afvoer. Bij toekomstige vervanging van een gemengd openbaar riool voor een gescheiden openbaar riool hoeven de perceelaansluitleidingen dan niet meer aangepast te worden. De negatieve gevolgen van vervanging van het rioolstelsel wordt op deze manier zoveel mogelijk voorkomen.

Lid 3 betreft een aanvulling op lid 2. Voor elke aansluiting afzonderlijk, bijvoorbeeld bij een gemengd stelsel voor de afvoer van vuilwater en de afvoer van hemelwater, moet een vergunning worden aangevraagd. Bij het aansluiten van een perceel op een gemengd stelsel zullen deze aansluitingen doorgaans tegelijk worden gerealiseerd zodat in dat geval de voorwaarden voor aansluitingen op dat perceel in één vergunning kunnen worden opgenomen. Om te voorkomen dat de gemeente aansluitvergunningen verleend voor percelen waar uiteindelijk geen aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen Burgemeester en Wethouders, indien een jaar na de vergunningverlening geen aansluiting is gerealiseerd, de vergunning intrekken. Omdat net als een vergunningverlening de intrekking is aan te merken als een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, dient de rechthebbende in de gelegenheid te worden gesteld toe te lichten waarom nog niet tot aansluiting is overgegaan en moet de intrekking worden voorzien van een deugdelijke motivering. Artikel 3 Artikel 3 bepaalt dat de vergunning moet worden aangevraagd bij Burgemeester en Wethouders. ln principe kan een ieder de vergunning aanvragen, bijvoorbeeld de rechthebbende, de gebruiker van het bouwwerk of de projectontwikkelaar.

lndien de aanvrager niet gelijk is aan de rechthebbende dient de aanvrager de naam en het adres van de rechthebbende in het aanvraagformulier op te nemen. De aanvraag moet worden ingediend met een daartoe bestemd formulier. Dit formulier is op te vragen bij de gemeente. ln het tweede lid is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen. Omdat het mogelijk is dat de gevraagde gegevens die nodig zijn om een aansluiting goed tot stand te brengen, al zijn vastgelegd in een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer, kan de aanvrager in dat geval volstaan met een kopie van deze gegevens. Op grond van lid 4 krijgt de aanvrager, na daarover geïnformeerd te zijn, nog vier weken de tijd om de gegevens aan te vullen indien de overlegde gegevens incompleet zijn. Als na het verstrijken van die periode de gegevens nog steeds onvolledig zijn of opnieuw een onvolledige aanvraag wordt ingediend, kunnen Burgemeester en Wethouders op basis van art. 4:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Artikel 4 ln artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden. ln lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om technische, juridische of milieu hygiënische weigeringsgronden. ln lid 2 worden voorbeelden gegeven van mogelijke weigeringsgronden.

De hoogteligging is bijvoorbeeld een technísche weigeringsgrond, de lozing van niet verontreinigd drainagewater is bijvoorbeeld een milieu hygiënische grond en de verlening van andere vergunningen een juridísche grond. De in lid 2 genoemde weigeringsgronden zijn niet uitputtend bedoeld en moeten worden gezien als ondersteuning van de motivering om een vergunning te weigeren. Bij een weigering wordt altijd aangegeven aan welke eisen moet worden voldaan om alsnog voor de aansluitvergunning in aanmerking te komen. Artikel 5 Burgemeester en Wethouders moeten op grond van artikel 5 lid 1 binnen 8 weken beslissen op de aanvraag. Dit is een termijn van orde. ln geval de rechthebbende voor het betreffende perceel ook nog een aanvraag voor een bouwvergunning of een Wet milieubeheer vergunning heeft lopen, wordt de aanvraag voor de aansluitvergunning

aangehouden totdat deze vergunningen zijn verleend. Een weigering deze vergunningen te verlenen, vormt een directe weigeringsgrond voor de aansluitvergunning. Deze weigeringsgrond is opgenomen in artikel 4. Artikel 7 Het bedrag dat de aanvrager voor de aanleg van de perceelaansluitleiding dient te betalen wordt op basis van de bij deze verordening vastgestelde tarievenlijst vastgesteld. lndien al kosten voor de aansluitleiding zijn voldaan uit andere hoofde, bijvoorbeeld via gronduitgifte door gemeente, worden geen kosten berekend. Omdat in sommige situaties ten behoeve van meerdere woningen of woningen met verschillende eígenaren één aansluitleiding wordt aangelegd, is bepaald dat in dat geval de kosten naar evenredigheid worden toegerekend. Burgemeester en wethouders zijn niet gehouden tot feitelijke uitvoering als de kosten voor de aanleg niet zijn voldaan en als de leges voor het behandelen van de vergunningaanvraag niet zijn voldaan. De hoogte van de leges die de gemeente hiervoor in rekening brengt, zijn vastgelegd in de legesverordening. Artikel 8 ln artikel 8 wordt bepaald dat de aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt door of vanwege de gemeente. De gemeente legt naast de perceelaansluitleiding in de regel ook een gedeelte van het particulier riool aan. Dit zal meestal tot één meter over de erfgrens zijn. Daarbij wordt tevens een ontstoppingsput aangelegd.

ln sommige gevallen zal dit niet mogelijk of gewenst zijn. ln dat geval wordt in de aansluitvergunning een andere regeling opgenomen. Op verzoek kan het college in de aansluitvergunning vastleggen dat de aanvrager of rechthebbende de perceelaansluitleiding zelf mag aanleggen. Dit gebeurt slechts onder toezicht van de gemeente. Deze mogelijkheid wordt in principe slechts gegeven aan bedrijven. Voor het houden van toezicht wordt door de gemeente kosten berekend. De aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt door de particulier zelf gerealiseerd. Om te kunnen controleren of deze aansluiting deugdelijk tot stand is gebracht, moet de rechthebbende melden dat hij de aansluiting heeft uitgevoerd, waarna het aansluitpunt nog drie werkdagen in het zicht moet blijven. ln de aansluitvergunning kunnen hiervoor nadere bepalingen worden opgenomen. Artikel 9 Artikel 9 geeft nadere regels over het beheer, onderhoud, de renovatie en vervanging. De gemeente verricht op haar eigen kosten de onderhouds- en herstelwerkzaamheden aan de perceelaansluitleiding, tenzij het aannemelijk is dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van de aansluitleiding door de rechthebbende of de gebruiker. ln dat geval komen de kosten voor rekening van de rechthebbende.

De rechthebbende moet zorgen dat de door hem gebruikte aansluiting vrij blijft van aanslag, slib, en dergelijke, waardoor op den duur de leiding verstopt kan raken. De rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het particuliere riool, tenzij aannemelijk is dat de noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door een constructief gebrek aan de perceelaansluitleiding. Artikel 10 Artikel 10 geeft nadere regels over het handelen bij calamiteiten. ln geval van een calamiteit is de normale werking van de riolering verstoord door verstopping of een andere oorzaak. Bij een calamiteit in het particuliere riool meldt de rechthebbende of gebruiker dit bij de afdeling Ruimte, of het (ontstoppings-)bedrijf dat hiervoor door de gemeente Geldrop-Mierlo is aangewezen. Het (ontstoppings-)bedrijf graaft de controleput open en lokaliseert de plaats van de verstopping of storing. Als deze plaats in de perceelaansluitleiding is gelegen of indien de calamiteit wordt veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool dan zijn de kosten voor onderzoek en herstel voor rekening van de gemeente. ln alle andere gevallen komen de kosten voor onderzoek en herstel voor rekening van de rechthebbende of gebruiker die dan zelf kan bepalen hoe de calamiteit wordt opgelost.

Artikel 11 ln artikel 11 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet worden bij werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan het openbaar riool. De zorgplicht geldt zowel in het geval er sloop- of andere werkzaamheden worden uitgevoerd met een vergunning, als voor werkzaamheden die zonder vergunning worden uitgevoerd. lndien de rechthebbende deze zorgplicht niet in acht neemt, kan de gemeente uit het oogpunt van het voorkomen van schade aan het gemeentelijk riool overgaan tot het afsluiten van de aansluiting op het gemeentelijk riool. Tenzij de ernst van de situatie dit niet toelaat, zal de gemeente de rechthebbende vooraf wijzen op het niet naleven van de zorgplicht. Hiermee kan worden voorkomen dat er onnodige kosten worden gemaakt. ln het derde lid is bepaald dat de rechthebbende verplicht is de definitieve beëindiging van het gebruik

van een aansluitleiding aan de gemeente te melden. De gemeente kan de aansluitvergunning dan intrekken en de leiding kan worden verwijderd. Artikel 12 Het is niet mogelijk om met de regels van de verordening in alle mogelijke situaties te voorzien. Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen over het verlenen van de aansluitvergunning in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 6 een hardheidsclausule opgenomen. Artikel 13 Omdat met het van kracht worden van de aansluitverordening juridisch een nieuwe situatie ontstaat, zijn in artikel 13 een aantal overgangsbepalingen opgenomen. Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de inwerkingtreding van de verordening nog in behandeling moeten worden genomen, worden behandeld volgens de regeling in de verordening. ln lid 2 zijn op alle al bestaande aansluitingen de bepalingen met betrekking tot het beheer en onderhoud en de zorgplicht bij verwijdering en sloop uit deze verordening van toepassing verklaard. Uiteraard mag deze toepassing geen strijd opleveren met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Bij wijziging van een bestaande aansluiting bestaat uiteraard de plicht om daarvoor een aansluitvergunning te verkrijgen.

Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van rioolaansluitingen in het verleden met perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten waarin afspraken zijn gemaakt die strijd opleveren met de aansluitverordening, is in lid 3 vastgelegd dat in dergelijke situaties de bepalingen van de overeenkomst prevaleren. Het zou immers in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken zomaar opzij kunnen worden gezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=86f121b1-65d7-48f7-b8e5-c010f4855bfb