Technische vragen en antwoorden MPB 2024
Tekst van het document
Format vragen en antwoorden MPB 2024 – 2027
Politieke partij: VVD Nr.
Programma Vraag en antwoord Nummer/doelstelling/pag.
1.
Pagina 21
2.
Pagina 23
Vraag: Wat wordt bedoeld met ‘onze wegwijzer’? Antwoord: Op pagina 21 wordt met ”Onze Wegwijzer” de digitale sociale kaart van de gemeente (www.onzewegwijzer.nl) bedoeld. Hierop kunnen inwoners terecht met hun hulpvragen, en worden zij gewezen op organisaties die hen mogelijk verder kunnen helpen. Dit zijn ook organisaties in het voorliggend veld waar geen indicaties voor zijn benodigd. Ook kunnen zij daar gewezen worden op regelingen die zij mogelijk aan kunnen vragen. Daarnaast is op dit moment ook een fysiek loket in ontwikkeling dat de naam “Onze Wegwijzer” krijgt. Hier kunnen (niet digitaal vaardige) inwoners met brede zorg- en ondersteuningsvragen rondom welzijn, wonen, zorg en financiën terecht. Dit is een uitwerking van doel 12 binnen het programma Zorg en Ondersteuning: “Organisaties die een loketfunctie aan (willen) bieden zijn fysiek verenigd op één locatie om uniformiteit en duidelijkheid voor de inwoner te realiseren waar hij/zij terecht kan en het loket is vindbaar en bekend bij inwoners”. Vraag: Hoe wordt verklaard dat de kosten onderwijshuisvesting oplopen van 1.072K (2022) naar 2.265K (2027)? We zijn bekend met de afspraken uit het IHP maar die zijn naar onze mening onvoldoende concreet om in de begroting mee te nemen. Hoe is dit bedrag specifiek tot stand gekomen? Antwoord: De stijging in de kosten van 2023 naar 2024 kent 2 belangrijke oorzaken.
In de eerste plaats door een stijging van de rentekosten, daarnaast vindt in 2024 de eerste afschrijving van het Strabrecht College plaats. De stijging van 2024 naar 2025 wordt veroorzaakt door het raadsvoorstel “Integraal Huisvestingsplan Onderwijs & Opvang Mierlo 2021-2025”, waarin de raad op 13 december 2021 heeft besloten om de financiële consequenties van de planvoorstellen (m.n. Van der Putt en Pur Sang) op te nemen in de programma begroting 2022-2025.
3.
Pagina 23
Vraag: Kosten arbeidsparticipatie nemen af van 1.761 (2023) nar 1.278K (2026). Wat is daar de reden van? Heeft dit een relatie met het doel dat 75% in het eerst jaar bijstand weer aan het werk is? Zo ja, hoe rechtvaardigt dit doel dan al om de kosten af te schalen voordat er resultaten zichtbaar zijn? Antwoord: De kosten arbeidsparticipatie omvat grotendeels de uitvoeringstaken van de Participatiewet zoals die zijn gedelegeerd aan onze uitvoeringsorganisatie Senzer. De afname van de kosten zit vooral in het re-integratiebudget. hetgeen te maken heeft met een verschuiving binnen de budgetten van Senzer.
Gelet op de totale bijdrage aan Senzer zien we dat deze de komende jaren stijgt. De begroting van Senzer is één op één overgenomen in de gemeentebegroting. 4.
Pagina 43
Vraag: Waarom gaan de kosten voor bouwen en wonen naar beneden van 1/233 naar 914? Heeft dit te maken met vastgestelde leges/Omgevingswet? Antwoord: We rekenen diverse kosten toe aan taakveld 8.3 Wonen en bouwen. Het merendeel van deze kosten zijn salariskosten. De daling zit grotendeels op deze post (-/- 278). In 2023 stelde de raad € 250.000,- beschikbaar voor de formatie en het werkbudget wijkplan de Coevering. Dit bedrag is toen volledig toegerekend aan taakveld 8.3 Wonen en bouwen. Bij nader inzien vinden we dat deze formatie beter toegerekend kan worden aan taakveld 6.1 Samenkracht en buurtparticipatie. De kosten verschuiven daarmee van taakveld. De daling staat los van de vastgestelde leges/ omgevingswet.
5.
Pagina 46
Vraag: Niet duidelijk wordt waar het college de brede SPUK middelen aan wilt besteden. Niet duidelijk wordt waarom deze uitgave gerechtvaardigd is (immers is het niet enkel een ontvangst van 40% maar ook zelf 60% ter beschikking stellen terwijl daar tot op heden niet eens het debat over is gevoerd). Antwoord: Voor wat betreft het punt op pagina 46 gaat het specifiek om 1 onderdeel van de Brede SPUK, namelijk de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC). Deze regeling bestaat al langer en hier maakt de gemeente ook al langer gebruik van. Op dit moment wordt de regeling namelijk ingezet voor de financiering van de buurtsportcoaches. Ook nu geldt er al een verplichte cofinanciering van 60% voor de gemeente om gebruik te kunnen maken van de 40% die vanuit het Rijk komt. Het enige dat is veranderd is dat de regeling nu ondergebracht is binnen de Brede SPUK, en dat de hoogte van de Rijksbijdrage (40%) is verhoogd zodat gemeenten meer combinatiefunctionarissen kunnen inzetten voor preventie om zo op den duur geïndiceerde zorg te voorkomen. Om te profiteren van deze verhoogde bijdrage, dient de gemeente haar cofinanciering (60%) ook te verhogen. De middelen binnen de BRC worden gebruikt voor de inzet van functionarissen binnen het sport-, beweeg- en cultuurdomein.
Daarbij maken deze functionarissen de combinatie met andere domeinen, zoals onderwijs, preventie, gezondheid, zorg en welzijn c.q. het sociaal domein (zoals sociale zaken inclusief aanpak armoede en schulden). Zij fungeren daarmee als spin in het web om de transformatie naar een preventieve gezondheidsaanpak (Fit & Pit) te kunnen maken om zo uiteindelijk de taakstelling vanuit de hervormingsagenda te kunnen realiseren. De precieze invulling is afhankelijk van het programma van eisen dat nog moet worden opgesteld voor de nieuwe aanbesteding van de BRC die volgend jaar plaats dient te vinden.
6.
Pagina 51
Vraag: Waarom stelt het college voor een Cultureel business centre te openen? Waaruit blijkt nut en noodzaak? Antwoord: Het college heeft dit nog niet concreet voorgesteld. In 2026 start de verkenning hiervan.
7.
Pagina 59
Vraag: Wat wordt bedoeld met wateroverlast aanpakken in centrum Mierlo? Meeste overlast vindt plaats buiten het (winkel)centrum dus hoe wordt centrum gedefinieerd? Antwoord: De afbakening van het centrum is inderdaad niet zo zwart-wit te geven, de formulering is wellicht wat ongelukkig gekozen. Door haar relatief lage ligging is de Dorpsstraat, en dan vooral het gebied nabij de molen, gevoelig voor regenwateroverlast. Aangezien dat wordt veroorzaakt door via maaiveld afstromend water, afkomstig moeten maatregelen hiertegen buiten het centrum worden uitgevoerd. En wel zodanig dat ook in die gebieden overlast kan worden tegengegaan. Overigens moet men zich realiseren dat regenval een natuurlijk fenomeen is wat zich niet laat vangen in rekenregels en rioolbuizen. Er zal zich altijd een situatie kunnen voordoen waardoor er overlast ontstaat.
8.
Pagina 74
Vraag: Wat is de meerwaarde van lidmaatschap NVVK? Antwoord: We streven naar uniform kwaliteitskader. Door het lidmaatschap zou helpend kunnen zijn. Om lid te worden moet je aan bepaalde standaarden voldoen in de dienstverlening op het gebied van schuldhulpverlening.: We gaan dit zorgvuldig aanpakken in samenwerking tussen beleid en uitvoering. Dan wordt ook de definitieve keuze om daadwerkelijk het traject op te starten om lid te worden.
9.
Pagina 63
Vraag: Waarom worden 400K per jaar gereserveerd voor visiekosten overkoepelende beleidsvorming? Welke projecten gaat het om? En kan het niet met minder? Antwoord: Wij merken dat het onderwerp Visiekosten een andere interpretatie heeft gekregen, dan wat het college heeft bedoeld. Het gaat hierbij geenszins om uitbreiding van formatie of toevoegen van extra budget. Het gaat hierbij om de doorbelasting van kosten van ambtelijke uren naar gesloten exploitaties (grond- afval -riool) en naar initiatiefnemers voor projecten. Wij moeten constateren dat we in de afgelopen jaren, kosten hebben doorberekend aan deze exploitaties, welke oneigenlijk waren. Dit betekent dat deze externe exploitaties sterk onder druk zijn komen te zijn.
Doorbelasting van ambtelijke uren kan eerst dan plaatsvinden, als er sprake is van een concreet project. Waarvoor of een grondexploitatie is gevormd (gemeente) of een anterieure overeenkomst (derde) is gesloten of een voorbereidingskrediet is vastgesteld. De werkzaamheden voorafgaand hieraan zijn kosten die in het kader van Ruimtelijke Ontwikkeling ten laste moeten komen van de algemene dienst. 10.
Pagina 67
Vraag: Waar komt het doel vandaan om 25 Ha zonneparken te realiseren? Reeds bij de vorige begroting zijn hierover voorstellen ingediend en zou het blijven bij 1 vergunning die nog niet is gerealiseerd. Waarom wordt dit dan wederom als doel geformuleerd? Antwoord: Bij het opstellen van dit doel is rekening gehouden met de opmerking bij de eerdere begroting om zolang we te kampen hebben met transport- en opslag schaarste bij nieuwe initiatieven voor zonnevelden de keuze te maken om projecten met zon op dak voorrang te verlenen. Op het moment dat die opmerking werd gemaakt was er 1 zonnepark vergund op 12 maart 2021. Daarnaast was er 1 lopend initiatief waarvan het principeverzoek op 23 februari 2021 was goedgekeurd en waarvoor in april 2022 een vergunningaanvraag is ingediend. Het doel van 25 ha wordt behaald als beide initiatieven voor 2027 gerealiseerd worden. Om dit doel te halen zijn dan dus geen nieuwe initiatieven nodig. Kanttekening hierbij is wel dat inmiddels de initiatiefnemer van het lopende initiatief een andere vergunningaanvraag heeft ingediend waarbij de grond waarop het zonnepark is aangevraagd een andere bestemming krijgt. Het is dus voorstelbaar dat dit park niet door zal gaan. In dat geval wordt het doel van 25 ha niet gehaald, of we moeten besluiten alsnog een nieuw initiatief te vergunnen.
Wij zullen dit bij het opstellen van de strategie 2025-2028 meenemen als meer bekend is over de plannen van de initiatiefnemer.
11.
Pagina 81
Vraag: Waarom neemt het budget voor verkeer en vervoer drastisch toe van 3.955 naar 5.618? In hoeverre wordt er nog ingezet op verbreding A67 en vervanging ruitstructuur rondom Brainport? Antwoord: De kapitaallasten stijgen met ruim 1,4 miljoen euro. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de stijging van de rente van 0,4% naar 1,2% (€400.000,-) en door het gereedkomen van een aantal grote projecten in 2023 zoals herinrichting Heuvel, herinrichting Mierloseweg-Peijnenburgweg en het project Santheuvel. De afschrijvingen starten het jaar na gereedkomen dus in 2024. Daarnaast stijgen de toegerekende salariskosten met € 120.000,-. Ook zijn de kosten van straatreiniging die toegerekend worden aan afval en riool met € 160.000,- gestegen. In regionaal verband wordt ingezet op een verbreding van de A67. Dit is onder meer opgenomen in de regionale Bereikbaarheidsagenda. Rijkswaterstaat heeft echter de formele
Planuitwerking A67 on hold gezet, mede a.g.v. de landelijke stikstofdiscussie. Er is derhalve sprake van uitstel, geen afstel. Dit betekent dat we bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van de A67 rekening houden met het te verwachten ruimtebeslag van de te verbreden rijksweg. Het regionale mobiliteitsbeleid is niet gericht op de realisatie van nieuwe grootschalige auto-infrastructuur. Er wordt ingezet op een mobiliteitstransitie naar meer duurzame vervoerswijzen waarbij robuuste (bestaande) randen, zoals de A2, A67 en N279, randvoorwaardelijk zijn. Voorts is de optimalisatie van enkele regionale bundelroutes opgenomen, zoals de A270, om daarmee vooral regionaal verkeer te faciliteren. Er wordt derhalve niet voorzien in de completering van een grote ruit rondom het stedelijk gebied Eindhoven-Helmond. Niet door de regio, noch door de provincie. 12.
Pagina 178
Vraag: In eerdere versies activiteitenplan werd Schoolstraat Mierlo riolering en herinrichting nog opgenomen. Waarom zien we deze niet meer terug? Antwoord: Wellicht wordt gedoeld op een maatregel uit het plan van aanpak wateroverlast uit 2021. Daar stond de aanleg van een waterberging en bijbehorende rioolwerkzaamheden opgenomen. Dit zal worden meegenomen bij de reconstructie van de Burgemeester Verheughtstraat in 2025. In het vorige Gemeentelijke Rioleringsplan stond de rioolvervanging in de rest van de Schoolstraat gepland in 2028. Uit recentere inspecties is gebleken dat de kwaliteit van dit riool nog zodanig is dat vervanging in de komende 10 jaar niet te verwachten is.
Politieke partij: DPM Nr
Programma Vraag en antwoord Nummer/doelstelling/pag.
1.
NVT
Vraag: 1) Wat is de reden dat overal in de begroting wordt uitgegaan van een materiele kostenindex van 5,2% en bij afval een indexpercentage van 5,9% is gehanteerd? Antwoord: Het percentage van de materiële kostenindex is ook in de begroting 2023 gebruikt voor afval. Indien we in de begroting 2024 het gewogen indexpercentage van 5,2% zouden gebruiken in plaats van de materiële index van 5,9% zou het vaste tarief nog meer stijgen. Dat is niet wenselijk. Voor 2025 is het de intentie om het tarief te verhogen met de gewogen kostenindex.
2.
NVT
Vraag: 2) Waarom is er voor gekozen om de materiele kostenindex van 5,2% op onze OZB toe te passen? Wij lezen dat de gemeente Gemert-Bakel aangeeft dat de inflatiecorrectie 3,9% is. Kunt u aangeven waarom dit verschil er is? Antwoord: De gemeente Gemert-Bakel hanteert het kengetal ‘overheidsconsumptie Imoc' uit de publicatie Centraal Economisch Planbureau maart 2023. Dat bedraagt 3,9% voor 2024 (en 5,9% voor 2023). In onze financiële verordening staat dat wij gebruik maken van de Macro Economische Verkenning t1 (uitgebracht in jaar t-2). Hierbij was het meest actuele cijfer het percentage van 5,9% voor 2023. Dat hebben wij aangehouden voor 2024. Dit doen we zodat we hetzelfde percentage hanteren als Dienst Dommelvallei, het PlusTeam en de 4 GR-en (MRE ,ODZOB, VRBZO en GGD), die voor het opstellen van hun begroting niet kunnen wachten tot nieuwere indexcijfers in maart t-1. Dit gebruiken we normaliter voor alle jaarschijven. Gezien de huidige hoge inflatie hebben we hier bij het begrotingskader 2024-2027 voor de jaren 2025 t/m 2027 vanaf geweken en gekozen voor de indexen uit de septembercirculaire 2022, gebaseerd op het Centraal Economisch Planbureau.
3.
Pagina 190
Vraag: 3) Onder het hoofd “reservefonds herstructurering woongebieden” staat dat eind 2019 duidelijk moet worden hoe groot de claim van het eerste project Bogaardeind wordt. Wij nemen aan dat dit een vergissing is, maar als dat niet zo is dan ontvangen we graag een nadere toelichting. Als het wel zo is dan vernemen wij graag welk jaar dit wel zou moeten zijn? Antwoord: Er lopen procedures voor het project Bogardeind. Het jaartal moet 2024 zijn.
4.
Pagina 58
Vraag: 4) Hier wordt gerefereerd aan bestaande evenementen in de kern Mierlo zoals Pitpop en het kersenpitfeest. Mogen wij aannemen dat het college met Kersenpitfeest het kersenoogstfeest bedoeld? Zo ja dan graag aanpassen.
Antwoord: Het klopt dat er hier een verhaspeling is gemaakt van de 2 evenementen in Mierlo. De juiste tekst is Kersenoogstfeest. Dit zullen we in de definitieve begrotingstekst aanpassen. 5.
Pagina 100
Vraag: 5) Hier zien wij dat de reclamebelasting voor de kern Mierlo wel wordt verhoogd en die van Geldrop niet. Als we het goed begrijpen is dat op basis van de wensen van het centrummanagement in de twee kernen. Onze vraag is of het juist is om te concluderen dat het centrummanagement van de beide kernen mede de hoogte van deze belasting kunnen bepalen voor hun kern? Antwoord: Reclamebelasting wordt geheven op initiatief van de centrumondernemers en het klopt dat de Stichtingen Centrummanagement van Mierlo en Geldrop zelf de keuze mogen maken om reclamebelasting te indexeren, verhogen of zo te laten. Voor het jaar 2024 heeft Mierlo ervoor gekozen om alleen prijsindexering toe te passen en Geldrop heeft ervoor gekozen om niets te doen.
6.
NVT
Vraag: 6) Wij kunnen in de begroting in de programma’s een capaciteitsbeeld zien. Wij zien wel het aantal FTE’s, maar kunnen niet terug vinden wat de totaal beschikbare capaciteit is. Hoe kunnen wij nu zien dat de gevraagde capaciteit aansluit bij de beschikbare capaciteit? Antwoord: Het capaciteitsbeeld in de programma’s is uitgedrukt in benodigde uren. De beschikbare uren zijn hier inderdaad niet uit af te leiden. Dit komt omdat de beschikbare uren afkomstig zijn uit de formatie- en bezettingsoverzichten van afdeling P&O. Deze overzichten zijn enkel uitgesplitst per afdeling, team en medewerk(st)er. Een vergelijking tussen benodigde en beschikbare uren op programma- of taakveldniveau is om die reden niet te maken. Na actualisatie van de capaciteitsplanning bleek dat de benodigde formatie ongeveer 8 fte hoger was dan beschikbaar. Het MT en college hebben in september de mogelijkheden onderzocht om activiteiten alsnog binnen de beschikbare formatie op te vangen en te (her)prioriteren. De vraag naar extra formatie is hierdoor teruggebracht tot 2,67 fte (naast de vraag naar extra formatie van 4,2 fte die buiten de capaciteitsplanning om is gevraagd).
Politieke partij: D66 Nr
Programma Vraag en antwoord Nummer/doelstelling/pag.
1
Pagina 9 Heroverwegingen
Vraag: Kunt u ons een specificatie geven van het bedrag van € 163.193 waarmee de donatie aan de reserve onderwijshuisvesting wordt verlaagd? Het bevreemdt ons dat er veel nieuwbouwplannen voor scholen zijn, de bouwkosten jaarlijks stijgen en er toch minder geld voor onderwijshuisvesting nodig lijkt te zijn. Antwoord: De dotatie aan de reserve wordt niet verlaagd, maar opgeheven. De huidige reserve wordt ingezet als dekkingsreserve voor de huidige en toekomstige investeringen in onderwijshuisvesting. Het inzetten van de reserve resulteert in een positief effect op het begrotingssaldo. Daarnaast vindt er jaarlijks geen dotatie meer plaats aan de reserve ter dekking van de kapitaallasten, maar worden de kapitaallasten rechtstreeks in de exploitatie geboekt. Doordat de hoogte van de dotatie afhankelijk was van de kapitaallasten doet dit niets voor het gemeentelijk resultaat.
2
Pagina 14 aansluiting jeugdhulp op onderwijs
Vraag: Waarom kiest u ervoor om pas vanaf 2025 met regionale partners aansluiting wil zoeken tussen jeugdhulp en passend onderwijs? Het is toch logischer om dit eerder aan te pakken als er noodzaak is voor nieuwbouw van de Van der Puttschool?! Antwoord: Hier is momenteel al aandacht voor in onder andere de experimenteerregeling OZA (Onderwijs Zorg Arrangementen) Welke breed in de regio is opgestart en doorloopt tot en met 2025. Voor 2025 is dit als aandachtspunt opnieuw benoemd, omdat de experimenteerregeling doorloopt en het een lerend proces is waar mogelijk goede initiatieven uit voortkomen die zorgen voor een betere aansluiting jeugdhulp en passend onderwijs. Eventuele uitkomsten uit de regeling kunnen mee worden genomen in de nieuwbouwplannen van de Van der Puttschool.
3
Pagina 45 padelbanen
Vraag: Het is ons bekend dat naast TC de Helze ook TPV De Mast plannen heeft om nieuwe padelbanen aan te leggen. Waarom is hierover niets opgenomen in de begroting 2024? Heeft de TPV De Mast ook de mogelijkheid om extra padelbanen aan te leggen i.p.v. 2 tennisbanen te vervangen? Antwoord: TPV de Mast heeft te kennen gegeven uit te willen breiden met Padelbanen. Er was eerder al een ondergrond voorzien voor een derde baan en de club wenst daarnaast nog 2 extra banen te realiseren. Met de club worden hierover gesprekken gevoerd. De club wil zelf de investering doen voor deze 3 extra banen. Met de club wordt bekeken in welke vorm dit mogelijk is.
4
Pagina 44/45 clubgebouw HC Vraag: De investering van € 1,6mio uit de begroting 2023 is Mierlo geschrapt en vervangen door een PM post in de begroting 2024. Klopt het dat daarmee ook de kapitaallasten zijn komen te vervallen? Wat is de reden waarom er geen concreet bedrag wordt geraamd?
Wordt er bij de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden dat het bouwen van een nieuwe kantine door de vereniging zelf dient te worden gefinancierd en dat de gemeente zich beperkt tot alleen de bouw van kleedaccommodaties, zoals ook bij andere sportverenigingen is gebeurd? Antwoord: Het initiële bedrag van 1,6 miljoen is niet uit de begroting gehaald. Dit bedrag is al eerder beschikbaar gesteld en dus ook nog steeds beschikbaar. Omdat we al wel weten dat, onder andere door de gestegen bouwkosten, dit bedrag niet toereikend is, is er wel een PM-post opgenomen. Het college komt, als er meer duidelijkheid is over de opties en mogelijkheden rondom bouw en wijze van financieren, in 2024 met een separate kredietaanvraag voor de meerkosten. 5
Pagina 46 SPUK
Vraag: Er wordt € 196.650 extra gemeentelijke bijdrage gevraagd om de maximale subsidie op grond Regeling specifieke uitkering sport en bewegen, gezondheidsbevordering, cultuurparticipatie en sociale basis te kunnen ontvangen. Uit de RIB die wij hierover van 26 september jl kunnen wij niet afleiden of voor dit budget al concrete projecten of acties zijn geformuleerd. Is dit een juiste constatering? Kunt u ons aangeven op welke wijze de Sportraad bij het opstellen van projecten is/wordt betrokken. Antwoord: De middelen binnen de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC, onderdeel 2 van de Brede SPUK) worden gebruikt voor de inzet van functionarissen binnen het sport-, beweeg- en cultuurdomein. Daarbij maken deze functionarissen de combinatie met andere domeinen, zoals onderwijs, preventie, gezondheid, zorg en welzijn c.q. het sociaal domein (zoals sociale zaken inclusief aanpak armoede en schulden). Zij fungeren daarmee als spin in het web om de transformatie naar een preventieve gezondheidsaanpak te kunnen maken om zo uiteindelijk de taakstelling vanuit de hervormingsagenda te kunnen realiseren. De precieze invulling is afhankelijk van het programma van eisen dat nog moet worden opgesteld voor de nieuwe aanbesteding van de BRC die volgend jaar plaats dient te vinden.
De sportraad wordt meegenomen in het opstellen van specificaties en uitvoeringsvoorwaarden in het aanbestedingsdocument en wordt gevraagd advies te geven over de opdracht die uiteindelijk uitgezet wordt. Een afvaardiging van de combinatiefunctionarissen is onderdeel van de sportraad.
6
Pagina 7 Staat van investeringen
Vraag: Wat is de reden/oorzaak dat de actualisatie van de staat van investeringen zo veel oplevert? Antwoord: Dit komt doordat een aantal investeringen zijn doorgeschoven in de tijd (dit is terug te zien in de jaarstukken 2022). Hierdoor starten de kapitaallasten later dan eerder werd verondersteld.
7
Pagina 64 Visiekosten overkoepelende -beleidsvorming
Vraag: Bij de presentatie van de begroting op 10 oktober zei de wethouder dat het bedrag van € 400.000 niet over nieuw beleid gaat, maar het overhevelen van budgetten van het Grondbedrijf naar de Algemene Dienst. Zo staat het niet in de begrotingsstukken uitgelegd.
a. Kan het college ons aangeven hoeveel er de afgelopen 3 jaar (2020 t/m 2022) is uitgegeven aan externe inhuur voor visie-ontwikkeling, waarvoor nu budget in de algemene dienst wordt geraamd? b. Voor welke concrete projecten wordt het jaarlijkse bedrag van € 400.000 bestemd? c. Op grond van welke besluiten uit het verleden is het volgens het college noodzakelijk om de genoemde werkzaamheden over te hevelen van het Grondbedrijf naar de algemene dienst. Met andere woorden: is het ook mogelijk om deze kosten ten laste van het Grondbedrijf te laten komen? d. Wat zijn de consequenties als de gemeenteraad besluit om niet in te stemmen met het beschikbaar stellen van het bedrag van € 400.000? Antwoord: Zie antwoord vraag 9 VVD. 8
Pagina 100/102/163 Afval
Vraag: Bij de beleidsindicatoren op pag. 163 staat dat het restafval over de jaren 2022 tot en met 2024 136 kg per jaar bedraagt. En ons doel is op korte termijn dit terug te brengen naar 100 kg. We constateren dus dat de kosten van inzameling behoorlijk stijgen, maar dat er geen afname is van het restafval (richting 100 kg). Door het vastrecht te verhogen met 35,68% (!!) en het variabele tarief met 5,9% is er geen stimulans voor inwoners om minder restafval aan te bieden. Het principe van DIFTAR (de vervuiler betaalt) wordt verlaten als het vastrecht zoveel meer stijgt dan het variabel tarief. a. Op welke wijze denkt u met de fors stijgende kosten van afvalinzameling onze inwoners te stimuleren om minder restafval in te zamelen? b. Welke mogelijkheden heeft de gemeenteraad om de afvalstoffenheffing in 2024 minder te laten stijgen? c. Wat is de reden dat de bijdrage van de gemeente Heeze-Leende aan de milieustraat minder wordt volgend jaar? Over de stelling dat “Het principe van DIFTAR (de vervuiler betaalt) wordt verlaten als het vastrecht zoveel meer stijgt dan het variabel tarief” willen wij u het volgende meedelen: Eind februari 2022 is de inzamelfrequentie van het restafval verlaagd van 1 x per 2 weken naar 1 x per 4 weken. Deze wijziging heeft ertoe geleid dat eind 2022 de hoeveelheid restafval gereduceerd is richting de 100 kg per inwoner.
Er is dus wel degelijk een afname van de hoeveelheid restafval. Vanaf medio 2022 is onder leiding van de Stout Groep een discussie gevoerd over de tarieven voor de afvalstoffenheffing. In de raadsvergadering van september zijn de uitgangspunten hiervoor vastgesteld. Gebleken was namelijk dat er een scheefgroei is ontstaan tussen de werkelijke variabele kosten en de variabele kosten die verwerkt zijn in het tarief. Met name het restafval-tarief is hoger dan de werkelijke kosten die hiervoor gemaakt worden. Dat betekent dat er een deel van de vaste kosten verwerkt zijn in dit variabele tarief. Als er minder containers aan de staat worden gezet, betekent dat er minder inkomsten zijn uit het variabele tarief en dus ook een lagere dekking van de vaste kosten. Daarmee loopt de gemeente een financieel risico.
Daarom is in september 2022 ervoor gekozen om de volgende uitgangspunten te hanteren: de variabele tarieven stijgen niet of nauwelijks en kostenstijgingen worden verwerkt via het vaste tarief. Hiermee zal op termijn de scheefgroei verminderen en daarmee het financieel risico voor de gemeente te verlagen. De verwachte kosten zoals deze zijn opgenomen in de begroting 2024 zijn echter zo fors gestegen dat wij niet geheel aan deze uitgangspunten kunnen voldoen, maar wel aan de onderliggende gedachte: vandaar dat wordt voorgesteld om de variabele kosten veel minder te laten stijgen dan het vastrecht. In antwoord op uw vragen reageren wij als volgt: A. We verlaten het uitgangspunt dat alsmaar stijgende tarieven de bewoners moeten bewegen om beter afval te scheiden en daarmee minder restafval aan te bieden. De reden waarom is hierboven uitgelegd. Zoals in het Afval- en Grondstoffenplan is aangegeven willen wij een verdere afvalscheiding bereiken door een verlaging van de inzamelfrequentie voor restafval (dat is al ingevoerd), invoering van GFE-inzameling in de hoogbouw (proeven worden daarmee op dit moment gehouden), invoering van een mobiele milieustraat (ook daarmee worden proeven gehouden) en op termijn de invoering van omgekeerd inzamelen.
Daarnaast zien wij mogelijkheden om op termijn de inzameling van GFT in de laagbouw te optimaliseren en blijft voorlichting en communicatie van belang voor een verdere afvalscheiding. B. De gemeenteraad stelt de tarieven vast. De raad kan besluiten om bepaalde kosten niet te verrekenen via de afvalstoffenheffing. Als voorbeelden hiervan kunnen onder andere worden genoemd: de kosten voor kwijtschelding, de kosten voor opruimen bijzet, verlaging van de bijdrage uit de afvalstoffenheffing aan de straatreiniging. Men met er echter wel rekening mee houden dat deze kosten wel worden gemaakt. Als deze kosten uit de afvalstoffenheffing worden gehaald, zal het vaste tarief dalen, maar komen de kosten voor rekening van de algemene dienst van de gemeente. Ook kan de raad besluiten om geen kostendekkende tarieven vast te stellen. Omdat de voorziening afval echter leeg is, zal dit ook leiden tot extra lasten voor de algemene dienst. Ook hiervoor zal dan dekking gezocht moeten worden. C. Het aantal bezoekers van de milieustraat HeezeLeende is in 2022 gedaald t.a.v. 2021, namelijk van 18,28% naar 14,17%. De bijdrage van HeezeLeende wordt berekend op basis van dit percentage. Gezien de daling van dit percentage worden minder kosten doorberekend naar Heeze-Leende. 9
Pagina 158 Bogardeind 85 t/m 123
Vraag: De verwerving van panden loopt minder snel dan gehoopt, staat er. Er is een groot algemeen belang om dit project snel uit te voeren. De keuze om het project in fasen uit te gaan voeren, zal leiden tot hogere kosten. a. Wat kunnen we als gemeente doen om het proces te versnellen? b. Wat zullen (bij benadering) de extra kosten zijn als het project in 2 of 3 fasen wordt uitgevoerd?
Antwoord: We delen de mening dat het verbreden van het Bogardeind van groot algemeen belang is. Het faseren van de uitvoering is nu echter nog niet mogelijk. a. De vertraging die is ontstaan is een gevolg van beroep tegen het bestemmingsplan. Momenteel duurt de afhandeling van alle zaken, en dus ook onze zaak, bij Raad van State lang. In de tussentijd lopen de gesprekken over verwerving met vastgoedeigenaren door. Er is onlangs nog een woning aangekocht. Zodra Raad van State uitspraak heeft gedaan kunnen we de vervolgstappen zetten in het project en kunnen we bepalen of fasering al dan niet wenselijk is; b. Op het moment dat het wenselijk is om het project gefaseerd uit te voeren zullen wij een kostenraming daarvoor maken. Mocht dit leiden tot hogere kosten dan geraamd in de begroting dan zullen wij dat aan u voorleggen.
Politieke partij: DGG Nr
Programma Vraag en antwoord Nummer/doelstelling/pag.
1.
Programma 4 Pagina 73
Vraag: Waarom worden er geen kosten bedragen genoemd in programma 4? Ontbreekt hier een tabel? Antwoord: Nee, er ontbreekt geen tabel. Er worden geen bedragen genoemd in programma 4 omdat aan dit programma geen taakvelden zijn gekoppeld. Het taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht)recreatie zou hier onder kunnen vallen vanwege onderwerpen als natuur- en landschapsontwikkeling en bossen. Maar dit taakveld is al gekoppeld aan programma 2 vanwege het onderwerp groen in de openbare ruimte (wat ook onder dit taakveld valt). Het beleidsmatige deel zit daarom in programma 4, de financiën in programma 2 (zie pagina 47 van de begroting, blauw gearceerd).
2.
Programma 5 Pagina 74
Vraag: Hoe gaan we de toegenomen mobiliteit binnen onze gemeente terugdringen? Wat is de status van deelmobiliteit binnen de gemeente Geldrop-Mierlo? Antwoord: We zetten als regio en gemeente in op een mobiliteitstransitie naar meer milieuvriendelijke vervoerswijzen. Dit vereist een kwaliteitssprong van o.a. het openbaar vervoer en fietsvoorzieningen. Aanvullend daarop speelt deelmobiliteit een steeds belangrijkere rol. Deelmobiliteit is op dit moment op een bescheiden schaal aanwezig in de vorm van deelfietsen en deelscooters. De bedoeling is dit verder uit te breiden, onder andere door in 2024 het implementeren van deelmobiliteit voor onze eigen medewerkers. Deze voertuigen worden buiten werktijd beschikbaar gesteld voor onze inwoners. Daarnaast zijn wij gestart met een onderzoek waarbij middels een datagestuurde aanpak wordt bezien in hoeverre lokale hubs met vormen van deelmobiliteit kansrijk kunnen zijn binnen GeldropMierlo.
3.
Programma 5 Pagina 74
Vraag: Kunnen we de snelfietsroutes versnellen i.p.v. te wachten op 2026? Wat houdt dit dan in? Antwoord: Bij de schaalsprong die Brainport Eindhoven ondergaat is het de bedoeling een aanvullend regionaal maatregelenpakket op te stellen, waar nieuwe snelfietsroutes onderdeel van uitmaken. Op dit moment is echter nog niet aan te geven of de beoogde snelfietsroutes welke het grondgebied van Geldrop-Mierlo raken, ook daadwerkelijk regionaal geprioriteerd gaan worden. Dit is noodzakelijk om deze projecten subsidiabel te maken. Het versnellen van de realisatie van nieuwe fietsroutes is helaas niet realistisch, mede gelet op het gegeven dat deze routes gemeentegrensoverschrijdend zijn en daarmee in de afstemming, financiering en procedures meer voorbereidingstijd vergen.
4.
Pagina 100
Vraag: vastrecht verhogen met 35,68%? Is het reëel om de kosten hiervoor in één jaar bij onze inwoners neer te leggen? Welke alternatieven zijn er? Antwoord: De gemeenteraad stelt de tarieven vast. De raad kan besluiten om bepaalde kosten niet te verrekenen via de afvalstoffenheffing. Als voorbeelden hiervan kunnen onder andere worden genoemd: de kosten voor kwijtschelding, de kosten voor opruimen bijzet, verlaging van de bijdrage uit de afvalstoffenheffing aan de straatreiniging. Men moet er echter wel rekening mee houden dat deze kosten wel worden gemaakt. Als deze kosten uit de afvalstoffenheffing worden gehaald, zal het vaste tarief dalen, maar komen de kosten voor rekening van de algemene dienst van de gemeente waarvoor dekking gezocht moet worden. Ook kan de raad besluiten om geen kostendekkende tarieven vast te stellen. Omdat de voorziening afval echter leeg is, zal dit ook leiden tot extra lasten voor de algemene dienst. Ook hiervoor zal dan dekking gezocht moet worden.
Politieke partij: GroenLinks Nr.
Programma Vraag en antwoord Nummer/doelstelling/pag.
1.
Pagina 84
Alle fietsknooppunten, fietsroutes en fietspaden in de directe omgeving zien wij als enthousiaste fietsers zeer regelmatig. Echter, door de volgende tekst werden wij zeer verrast: Herinrichting Patrijslaan (fietsstraat) – De Patrijslaan vereist een integrale herinrichting zodat de ingestelde maximumsnelheid redelijkerwijs voortvloeit uit de weginrichting. Ook faciliteert een fietsstraat het (recreatief) fietsverkeer. Een aantal jaar geleden is een nieuwe fietsverbinding gerealiseerd door het bos vanuit de Fazantlaan (Luchen) naar de Patrijslaan. De Patrijslaan zelf is echter een ontbrekende schakel in de fietsroute omdat hier geen fietsvoorzieningen zijn aangebracht. De totale investering bedraagt € 247.000. We moesten op de kaart opzoeken waar de Patrijslaan is: het blijkt de verbinding te zijn tussen Geldropseweg en het Wolfsven. De Patrijslaan loopt vervolgens door over het terrein van het Wolfsven en gaat voor Hotel Heppie langs. Dat deze Patrijslaan een “integrale herinrichting” zou vereisen en dat het een ontbrekende schakel zou zijn in “de fietsroute”, komt voor ons volledig uit de lucht vallen. Vraag: Het plan lijkt alleen maar ten goede te komen van het Wolfsven.
Is hier sprake van cocreatie met het Wolfsven? Zo ja, betaalt het Wolfsven een deel van de kosten? Antwoord: Nee, er is geen sprake van cocreatie en ’t Wolfsven betaalt ook niet mee aan de realisatie van de fietsstraat. Het plan komt ook niet alleen ten goede van ’t Wolfsven. De Patrijslaan maakt namelijk onderdeel uit van de fietsverbinding tussen de Geldropseweg en woonwijk Luchen. Fietsers vanuit Luchen/Brandevoort die richting Geldrop willen en vice versa kunnen van deze fietsverbinding gebruik maken. Het betreft hier dus ook alleen het gedeelte van de Patrijslaan dat op gemeentegrond is gelegen (tussen de Geldropseweg en de Spechtlaan). Het resterende deel van de Patrijslaan op grondgebied van ’t Wolfsven valt buiten het project. Uiteraard staat het ’t Wolfsven vrij om op eigen kosten voor hun grondgebied op ons herinrichtingsproject aan te sluiten.
2.
Vraag: Welke fietsroute wordt bedoeld als er gesproken wordt over ontbrekende schakel”? Antwoord: Hier wordt dus de fietsverbinding tussen Luchen en de Geldropseweg mee bedoeld. Een groot deel van deze fietsroute is gereed. Een aantal jaar geleden is het fietspad/fietsstraat Spechtlaan en Eksterlaan aangelegd en is het fietspad parallel aan de Vlinderlaan gerealiseerd. Deze fietsverbinding houdt op dit moment op ter hoogte van het kruispunt SpechtlaanPatrijslaan. De Patrijslaan is in de huidige situatie een asfaltrijbaan zonder fietsvoorzieningen.
Omwille van de verkeersveiligheid voor (recreatieve) fietsers en de herkenbaarheid van deze fietsverbinding is het van belang om de Patrijslaan te herinrichten tot fietsstraat. 3.
Vraag: Wie vindt eigenlijk dat er sprake is van een ontbrekende schakel? Dat zou veel meer gelden voor de Spechtlaan, daar loopt de route van fietsknooppunt 37 naar 38 en is sprake van een onverharde weg. Antwoord: Ambtelijk wordt de Patrijslaan als een ontbrekende schakel in het bestaande fietsnetwerk gezien. Online is inderdaad te zien dat de route tussen de fietsknooppunten 37 en 38 via het onverharde bospad Spechtlaan loopt, maar in de praktijk wordt deze route bewegwijzerd via de Patrijslaan en Geldropseweg.
4.
Vraag: Wij fietsen wel vaker vanaf de Geldropseweg naar het Wolfsven: nooit een onveilige situatie meegemaakt. Waarom moet de weginrichting dan een maximumsnelheid laten voortvloeien? Antwoord: Vanuit ’t Wolfsven bereiken ons wel meldingen dat fietsers zich onveilig voelen op de Patrijslaan. Het betreft meldingen dat er te hard wordt gereden door autoverkeer en dat fietsvoorzieningen ontbreken. Middels deze herinrichting beogen wij de verkeersveiligheid t.b.v. fietsers op de Patrijslaan te verbeteren en voltooien we deze fietsverbinding tussen Luchen en de Geldropseweg.
5.
Vraag: Wordt de hele Patrijslaan bedoeld? De Patrijslaan eindigt op de Rederijklaan. Moet deze Rederijklaan dan ook “integraal worden heringericht”? Antwoord: Het project betreft alleen het gedeelte van de Patrijslaan dat op gemeentegrond is gelegen (tussen de Geldropseweg en de Spechtlaan). Het resterende deel van de Patrijslaan op grondgebied van ’t Wolfsven valt buiten het project.
6.
Pagina 38
In het themaprogramma wonen punt 1 wordt het volgende gezegd; Toezien op het realiseren van voldoende sociale, betaalbare woningbouw om te voldoen aan de afspraken in de regionale woondeal (30% sociale woningbouw, 36% betaalbare woningen). Vraag: Dragen de 30% sociale woningen bij aan de 36% betaalbare woningen of staat dit los van elkaar (30% sociaal én 36% betaalbaar)? Antwoord: De totale opgave is twee derde betaalbaar. Dit valt uiteen in 30% sociale huur en 36% betaalbare koop en middeldure huur.
7.
Pagina 11
Bij punt 8 wordt gezegd; In Geldrop-Mierlo wordt het praktijkonderwijs versterkt, zodat inwoners (binnen de regio) praktijkonderwijs kunnen volgen dat opleidt tot beroepen die relevant zijn binnen Brainport Eindhoven.
Vraag: Wat voor soort beroepen vallen volgens de gemeente hieronder? Antwoord: De beroepen waar momenteel in onze arbeidsmarktregio veel krapte heerst en die (mede daardoor) relevant zijn, zijn onder meer respectievelijk elektriciens en elektronicamonteurs, machinemonteurs, timmerlieden, technici bouwkunde en natuur en transportplanners en logistiek medewerkers. 8.
Pagina 18
Vraag: Waarom is de insteek om lid te worden van de NVVK pas in 2025 en niet eerder? Antwoord: We gaan dit zorgvuldig aanpakken in samenwerking tussen beleid en uitvoering. Dan wordt daarna ook de definitieve keuze gemaakt om daadwerkelijk het traject op te starten om lid te worden.
Politieke partij: CDA Nr
Programma Vraag en antwoord Nummer/doelstelling/pag.
1.
Pagina 9
Vraag: Op pagina 9 onder “I. Heroverwegingen” wordt gesteld dat het huidige gebruik van de reserve onderwijshuisvesting onvoldoende aansluit bij het doel van de reserve. De reserve zou hiermee steeds groter worden zonder een concreet bestedingsdoel. Wat is het huidige gebruik van deze reserve onderwijshuisvesting? En wat is het bestaande doel van deze reserve? Antwoord: In de nota “Reserves en voorzieningen 2021” is de doelstelling als volgt geformuleerd: “Het realiseerbaar maken van toekomstige huisvestingsplannen onderwijs. In de praktijk kwam het erop neer dat de dotatie aan de reserve werd aangepast aan (toekomstige) afschrijvingskosten. Bij hogere investeringen werd ook de dotatie verhoogd, om de kapitaallasten te kunnen dekken uit de reserve. Hierdoor heeft de reserve geen functie. In plaats van de kapitaallasten te boeken als exploitatiekosten wordt eerst de reserve gevuld, waarna de kosten gedekt worden door de reserve. Per saldo doet dit niets. In de praktijk bleek dat de reserve alleen maar groeide, doordat investeringen uitliepen waardoor ook de afschrijvingslasten later kwamen. Sinds 2022 is dit aangepast door de dotatie aan de reserve gelijk te houden aan de onttrekkingen van de reserve. Aanpassingen vanuit de staat van activa leiden hierdoor ook tot een aanpassing aan de dotatie van de reserve.
De voorgestelde inzet van de reserve als dekkingsreserve voor de afschrijvingslasten geeft gedeeltelijke dekking voor de kosten die voortvloeien uit de recente investeringen in het onderwijs en de kosten die voortvloeien uit de komende investeringen vanuit het Integraal Huisvestingsplan.
2.
Programma 1 Doel 8 Pagina 11
Vraag: Is die versterking van het praktijkonderwijs mogelijk binnen de reeds aanwezige praktijkschool in Mierlo? Of dienen we hierbij te denken aan een nieuwe praktijkschoollocatie elders in onze gemeente? Antwoord: Versterking van het Praktijkonderwijs (Pro) is een belangrijk speerpunt in onze arbeidsmarktregio en vindt plaats onder leiding van centrumgemeente Helmond. Dit gebeurt onder meer via de sluitende aanpak van school naar werk (VSNW), waarbij de Pro-scholen in onze arbeidsmarktregio zijn aangesloten. Dit stelt ook onze inwoners in staat om in de regio praktijkonderwijs te volgen tot beroepen die relevant zijn in onze arbeidsmarkt. Of versterking van de praktijkschool in Mierlo of een nieuwe praktijkschoollocatie in onze gemeente nodig is, wordt op het niveau van de arbeidsmarktregio bekeken.
3.
Programma 1 Doel 7 Pagina 13
Vraag: Zijn de huidige budgetten voor onderwijshuisvesting (inclusief business case opties met woningbouw) toereikend om alle aankomende nieuwbouwprojecten te realiseren? Of zou het verstandig zijn als de raad hiervoor een extra/hogere reserve bestemd?
Antwoord: De huidige budgetten in het IHP zijn gebaseerd op prijspeil 2021 en per nieuwbouwproject zal het budget waarschijnlijk bijgesteld moeten worden. In deze budgetten is geen rekening gehouden met eventuele opbrengsten uit woningbouw. Lopende de uitwerking van de business case zal blijken of dit tot de mogelijkheden behoort. Met inzet van de huidige reserve IHP als dekkingsreserve ontstaat er al ruimte in de begroting om de (toekomstige) afschrijvingslasten van onderwijshuisvesting (gedeeltelijk) te dekken. Het is mogelijk om deze reserve opnieuw te vullen. Hiermee zouden de toekomstige afschrijvingslasten gedekt kunnen worden. Voor een dekkingsreserve is het wel belangrijk om in de afweging mee te nemen dat deze meeloopt met de afschrijvingslasten van de investering. Elke € 1.000.000.- aan reserve zal resulteren in een positief effect voor het begrotingssaldo van € 25.000,- per jaar, voor de duur van 40 jaar. Daarnaast is het belangrijk om te bepalen hoe een nieuwe dotatie aan de reserve gedekt zal worden. 4.
Programma 1 Pagina 20
Vraag: Is de geformuleerde doelstelling van de taskforce sociaal domein (nog) realistisch? Of dienen we deze bij te stellen of op een andere manier met elkaar te verwezenlijken? En zo ja, wat zijn eventuele opties? Antwoord: Het hebben van een taskforce sociaal domein motiveert om in control te komen, het ontwikkelen van voorliggende oplossingen in de samenleving als alternatief voor individuele professionele hulp en op een kostenbewuste wijze te indiceren. Hierdoor dalen de kosten van Wmo ondanks dat steeds meer inwoners een beroep doen op Wmo. Maar ook bij de jeugdhulp zien we de effecten terug bijvoorbeeld bij het bieden van zelf ondersteuning en het stimuleren van zelfredzaamheid bij leerlingenvervoer. Vanwege een landelijke autonome groei, toename van complexiteit en grote druk op de arbeidsmarkt bij alle zorgaanbieders stijgen de kosten van jeugdhulp. De kosten voor Geldrop-Mierlo overschrijden vooral door een forse toename van het aantal verblijfsindicaties met intramurale behandeling. Dit is tegenstrijdig aan de landelijke trend waar dit type indicaties juist daalt door meer aandacht voor ambulante hulp aan het gezin. Door de druk op het PlusTeam is deze ontwikkeling voor Geldrop-Mierlo nog niet te zien. Voorwaarde om de taskforce te kunnen halen is dat ook het PlusTeam een bijdrage levert.
Op dit moment wordt geprobeerd de taakstelling te halen door het voorliggend veld te versterken, het ontwikkelen van afwegingskaders, versterken van het netwerk door betere samenwerking met huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen en scholen en de doorontwikkeling van producten. We zouden nog meer domein overstijgend naar de vragen kunnen kijken. De problematiek waarmee de jeugdzorg van doen heeft kent immers vaak oorzaken die in verschillende domeinen liggen.
5.
Programma 2 Doel 4 Pagina 36
Vraag: Op pagina 36 wordt onder doel 4 aangegeven dat alle gemeentelijke publiekstoegankelijke gebouwen voor 2027 goed toegankelijk zijn voor mensen met een fysieke beperking. Het CDA hoopt dat we als gemeente dit doel serieus eerder gaan realiseren dan 2027 en vraagt zich af of het genoemde jaartal te maken heeft met een eventuele relatie tussen het toegankelijk maken van gemeentelijke publiekstoegankelijke gebouwen en bepaalde (reeds geplande) werkzaamheden die aan betreffende gebouwen verricht moeten worden? Antwoord: De Gemeente Geldrop-Mierlo is reeds een samenwerking aangegaan met Ongehinderd. Ongehinderd is een maatschappelijk gedreven organisatie die zich inzet voor toegankelijk Nederland. Samen met Ongehinderd heeft Gemeente Geldrop-Mierlo een plan van aanpak opgesteld om in de toekomst te voldoen aan de maatschappelijke taak en wettelijke verplichting om toegankelijk te zijn voor mensen met een beperking. Voor twaalf maatschappelijke gemeentelijke gebouwen zijn reeds nulmetingen uitgevoerd van de huidige stand van zaken van het gebouw ten aanzien van toegankelijkheid en de te nemen maatregelen om deze te verbeteren/ optimaliseren.
De gemeente Geldrop-Mierlo verkent de mogelijkheden om lokale ervaringsdeskundigen te betrekken bij het toegankelijker maken van maatschappelijke gemeentelijke gebouwen.” Onderstaand de (technische) werkwijze voor het uitvoeren van deze maatregelen. Maatregelen op langere termijn vanwege het MJOP en het clusteren van projecten: In sommige gevallen is het mogelijk om bepaalde toegankelijkheidsmaatregelen te integreren in het reguliere vervangingsonderhoud van het gemeentelijk vastgoed. Deze gelegenheid doet zich vaak voor wanneer specifieke ruimtes, zoals toiletruimtes of mindervalidevoorzieningen (MIVA), worden aangepakt. Bij het renoveren of upgraden van toiletruimtes of MIVA-voorzieningen wordt er bewust gekeken naar mogelijke aanpassingen op het gebied van toegankelijkheid. Tijdens dit proces kan er geëvalueerd worden welke extra maatregelen genomen kunnen worden om de toegankelijkheid te verbeteren. Dit kan bijvoorbeeld inhouden dat er rekening wordt gehouden met de maatvoering en toegankelijkheidsnormen voor rolstoelgebruikers, zoals voldoende manoeuvreerruimte, de aanwezigheid van steunbeugels en de juiste hoogte van wastafels en toiletten. Daarnaast kan er gekeken worden naar specifieke voorzieningen voor mensen met visuele of auditieve beperkingen, zoals tactiele signalering of communicatiehulpmiddelen.
Het integreren van toegankelijkheidsmaatregelen in het reguliere vervangingsonderhoud biedt meerdere voordelen. Ten eerste kan het leiden tot efficiëntere implementatie en besparing van middelen, omdat de werkzaamheden al plaatsvinden als onderdeel van het normale onderhoudsproces. Ten tweede draagt het bij aan een geleidelijke en systematische verbetering van de toegankelijkheid van het vastgoed. Het is echter belangrijk om hierbij een realistisch perspectief te behouden.
Niet alle toegankelijkheidsmaatregelen kunnen worden geïntegreerd in het reguliere vervangingsonderhoud, vooral wanneer er sprake is van grootschalige renovaties of nieuwbouwprojecten. In dergelijke gevallen kan het nodig zijn om aparte budgetten en plannen op te stellen om de gewenste mate van toegankelijkheid te bereiken. Laagdrempelige maatregelen en snelle resultaten: Wanneer het gaat om het beheer en onderhoud van gemeentelijk vastgoed, kan een gefaseerde aanpak met een focus op makkelijke maatregelen van toepassing zijn. Deze maatregelen kunnen relatief snel en tegen een lage kostprijs worden uitgevoerd, waardoor de veiligheid van de gebouwen direct wordt verbeterd. Kortom, een gefaseerde aanpak met een focus op makkelijke en belangrijke maatregelen is een effectieve strategie om de toegankelijkheid van gebouwen aan te pakken. In het geval van het beheer en onderhoud van gemeentelijk vastgoed, kan het focussen op makkelijke maatregelen leiden tot snelle resultaten, verbeterde veiligheid, gezondheid en toegankelijkheid, en de basis leggen voor verdere verandering en verbetering. Samenvattend streven we er dus naar om de toegankelijkheid van onze gebouwen te optimaliseren maar dat vergt een balanceerde gefaseerde aanpak.
Grotere ingrepen zullen bijvoorbeeld in ons MJOP worden opgenomen en kleinschalige werkzaamheden worden in principe met gebruikers besproken omdat hierin een samenwerking noodzakelijk is. Diverse ingrepen hebben bijvoorbeeld betrekking op ons GVO (zoals het aanpassen van een sanitaire ruimte bijvoorbeeld). Het is dus in sommige gevallen efficiënter zaken met het GVO te combineren. 6.
Programma 2 Doel 2 Pagina 38
Vraag: Zijn er mogelijkheden om in de urgentieregeling binnen de huisvestingsverordening lokale voorwaarden op te nemen waardoor het mogelijk is eigen inwoners voorrang te verlenen? Antwoord: Ja, dit kan. In overleg met de gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven en de woningcorporaties zijn we aan het bekijken hoe we hieraan invulling kunnen geven in de Huisvestingsverordening. Dit nemen we mee in de actualiseringsslag voor de nieuwe verordening die per 1 januari 2025 in werking moet treden.