CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid'_Bijlagen bij de Motivering_Bijlage 12 Natuurtoets

Commissie Ruimte 9 september 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Tam Omgevingsplan Oudvensestraat-zuid12.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop

projectnummer 0492152.100 definitief revisie 2 11 juli 2024

www.anteagroup.nl

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 definitief revisie 2 11 juli 2024

Auteur(s) L. Desertine

Opdrachtgever Gemeente Geldrop-Mierlo Postbus 10101 5660 GA GELDROP

Gecontroleerd A.L.G. van der Linden

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

datum 11 juli 2024

beschrijving definitief

vrijgave P Kennes

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding & planvoornemen Doel Leeswijzer

4 6 6

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling

7

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.3.6 2.3.7 2.4 2.5 2.6 2.7

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – overige zoogdieren Amfibieën Insecten Zorgplicht Natura 2000 NNB Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap

7 8 8 8 9 12 14 17 17 18 18 19 20 20

3.

Conclusie & advies

21

3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3

Soortbescherming Zorgplicht Gebiedsbescherming Natura 2000 NNB Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap

21 22 22 22 23 23 23

Literatuurlijst

24

Bijlage 1 Wettelijk kader

26

Bijlage 2 Methodiek natuurtoets

35

Bijlage 3 Rode lijst soorten uit NDFF

38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding & planvoornemen De gemeente Geldrop-Mierlo (hierna: de gemeente) is voornemens om in het plangebied een extra wijkontsluiting, waterbergingen en woningbouw te realiseren. Het plan voorziet in de realisatie van deze ontwikkelingen en de sloop van de bestaande bebouwing aan Oudvensestraat 3. In opdracht van de gemeenteraad is eerder onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor een extra ontsluiting van de wijk Luchen op de Geldropseweg. Uit dit onderzoek zijn twee varianten naar voren gekomen. Er is voor onderhavig planvoornemen gekozen voor de variant die een extra aansluiting voorziet op de rotonde Oudvensestraat. Hiervoor wordt de rotonde aangepast. De wijkontsluiting is beoogd vanuit gebied ‘Luchen 3B’ richting de Geldropseweg. De waterbergingen worden gerealiseerd ten aanzien van de verharding die volgt uit ontwikkelingen binnen het plangebied. Ook wordt een waterberging van 480 m 3 gerealiseerd ten behoeve van de kern Mierlo. De gewenste ontwikkelingen zijn op basis van het geldend ruimtelijk kader niet mogelijk. Het doel van het voorliggende wijzigingsplan is een passend juridisch De duur en start van de werkzaamheden is onbekend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden.

Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of houtopstanden (Omgevingswet (Ow), Natuurnetwerk Nederland, in NoordBrabant; Natuurnetwerk Noord-Brabant (NNB) en overig (provinciaal) beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd. In de figuren 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. In figuur 1.3 is een impressie van het ontwerp weergegeven.

blad 4 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Figuur 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Kaart gemaakt met Q-GIS.

Figuur 1.2. Gedetailleerde ligging van het plangebied (rood omkaderd). Kaart gemaakt in Q-GIS.

blad 5 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Figuur 1.3. Impressie ruimtelijke ontwikkeling (voornemen). Bron: CB5.

1.2

Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of op de - in het kader van de Omgevingswet beschermde natuurwaarden - als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.

1.3

Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en houtopstanden aan de Omgevingswet en overige beleidskaders. Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van bekende waarnemingen van rode lijst soorten in het plangebied.

blad 6 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan beschermde soorten onder de Omgevingswet (Ow), Natura 2000-gebieden, NNB, overig provinciaal beleid van de provincie Noord-Brabant en beschermde houtopstanden onder de Ow. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Omgevingswet (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.

2.1

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op 27 mei 2024 is vanaf circa 11:30 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij bewolkt weer met een temperatuur van circa 17 °C (Weerplaza). Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet geïnspecteerd. Het terrein van de Oudvensestraat 1 is hierbij betreden met de bewoner, vanaf hier is de woning aan de Oudvensestraat 3 bekeken. Tijdens terreinbezoek zijn ook bomen met een verrekijker geïnspecteerd op de aanwezigheid van holte en nesten. Het plangebied is gelegen aan de rand van Mierlo ten zuiden van Hockeyclub Mierlo. Het plangebied ligt deels op percelen met bestaande woningen (Oudvensestraat 1 en 3) en deels op agrarische percelen. Op het moment van het veldwerk stond op de agrarische percelen gras en was een deel van de percelen in de directe omgeving van het plangebied ondergelopen met water. Langs de agrarische percelen liggen ondiepe watergangen met steile oevers. Aan de noord-, oost- en zuidkant van de percelen liggen verharde wegen en/of staan loofbomen langs de percelen. Op de Oudvensestraat 1 en 3 staan naast de woningen (open) schuren, hagen, een kippenren en een weide met pony’s. De te slopen woning aan de Oudvensestraat 3 bestaat uit hellende daken met dakpannen, bakstenen muren en heeft raamluiken. Naast de woning staat een garage met een soortgelijke bouw.

In figuur 2.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Rand erf Oudvensestraat 3.

Rand erf Oudvensestraat 3.

Erf Oudvensestraat 1.

Greppel rand plangebied oostzijde.

blad 7 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Woning Oudvensestraat 1.

Straat ter hoogte van Oudvensestraat 3.

Zijaanzicht woning Oudvensestraat 3.

Woning Oudvensestraat 1.

Figuur 2.1. Impressie van het plangebied.

2.2

Effectbepaling voornemen De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: De hoge vegetatie in het plangebied wordt verwijderd; Opgaande vegetatie wordt verwijderd; De aanwezige bebouwing wordt gesloopt; Er worden fietspaden/wegen aangelegd; Er wordt (tijdelijke) verlichting geplaatst; Er is sprake van geluidsverstoring/optische verstoring gedurende de werkzaamheden.

2.3

Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Indien soortgroepen op basis van het oriënterend terreinbezoek op voorhand kunnen worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zijn deze soortgroepen vermeld in paragraaf 2.3.1. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt ingegaan op de mogelijk effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.

2.3.1

Afbakening relevante soortgroepen Op basis van de bureaustudie en het verkennend terreinbezoek kan de aanwezigheid van meerdere soortgroepen worden uitgesloten. Gezien de afwezigheid van (geschikt) open (voortplantings)water in (de directe omgeving van) het plangebied én het bekende verspreidingsgebied kan de aanwezigheid van beschermde reptielen, beschermde vissen, beschermde kreeftachtigen en weekdieren en beschermde zaadplanten, varens en bladmossen in het plangebied worden uitgesloten. Aanwezigheid van de overige soortgroepen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd.

blad 8 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

2.3.2

Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 2019-2024). Soort Categorie Boomvalk 4 Buizerd 4 Gierzwaluw 2 Havik 4 Huismus 2 Kerkuil 3 Oehoe 3 Ooievaar 3 Roek 2 Slechtvalk 3 Sperwer 4 Steenuil 1

Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats, alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving, altijd een omgevingsvergunningsaanvraag flora- en fauna-activiteit moet worden aangevraagd. Dit zijn boombroedende soorten (zoals buizerd en ransuil), gebouwbroedende soorten (zoals huismus en gierzwaluw) en overige soorten (zoals steenuil). Tijdens het terreinbezoek is in de omgeving van het plangebied een huismus waargenomen. Boombroedende soorten Tijdens het terreinbezoek zijn in (de directe omgeving van) het plangebied geen grote nesten in bomen aangetroffen die kunnen toebehoren aan boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest (boomvalk, buizerd, havik, oehoe, roek, sperwer). De aanwezigheid van nestplaatsen van boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest kan in (de directe omgeving van) het plangebied worden uitgesloten. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de functionele leefomgeving van boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nesten die in de wijde(re) omgeving broeden, zoals buizerd of sperwer gezien ontbreken van voldoende foerageergebied en de grootte van het plangebied.

Voor de buizerd, sperwer en overige boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest maakt het plangebied gezien de zeer beperkte (mogelijkheid aan) aanwezige voedselbronnen geen essentieel onderdeel uit van de functionele leefomgeving. Gebouwbroedende soorten In het plangebied is bebouwing aanwezig. De woning aan de Oudvensestraat 1 is ongeschikt voor gebouwbroedende soorten als gierzwaluw als huismus. De woning aan de Oudvensestraat 3 is geschikt voor gebouwbroedende soort huismus maar ongeschikt voor gierzwaluw. Tevens bevinden essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving voor huismus zich binnen het plangebied, waaronder dichte hagen die dient als schuilplaats/overnachtings- en winterverblijfplaats waardoor huismus niet wordt uitgesloten in het plangebied. Zie figuur 2.2 voor essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving voor huismus en de te slopen gebouwen.

blad 9 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Figuur 2.2. Essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving voor huismus en de te slopen gebouwen.

Indien er nestplaatsen van de huismus aanwezig zijn, kunnen deze verloren gaan als gevolg van de voorgenomen sloop van de woningen. Er is dan sprake van een schadelijke handeling onder de Ow. Ook aantasting van essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de huismus is in overtreding met de Ow. Om overtreding van de Ow te voorkomen, dient allereerst de aan- of afwezigheid van beide soorten te worden vastgesteld middels nader onderzoek. Dit nader onderzoek bestaat voor de huismus uit twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens 3 gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni (BIJ12, 2023b). Vervolgstappen Om de aan- of afwezigheid van de huismus aan te kunnen tonen, is nader onderzoek noodzakelijk. Voor de huismus bestaat dit nader onderzoek uit twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens 3 gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni (BIJ12, 2023). Overige soorten De kerkuil broedt in ons land veelal in speciale nestkasten en incidenteel in boomholten (Vogelbescherming, z.d.). De oehoe is te vinden in zeer uiteenlopende leefgebieden met voldoende voedsel in winter en zomer (Vogelbescherming z.d.). De ooievaar broedt op kunstmatige nestgelegenheden, op daken en wagenwielen, maar ook in zelfgemaakte nesten in bomen (Vogelbescherming, z.d.).

De slechtvalk heeft kliffen nodig om te broeden, in steden gebruiken ze hiervoor hoge gebouwen zoals kantoorgebouwen en torens (Vogelbescherming z.d.). De roek nest in kolonieverband (Vogelbescherming z.d.). De steenuil broedt in natuurlijke holtes van oude bomen, in rustige hoekjes of nissen van gebouwen of schuren en in speciale nestkasten (Vogelbescherming z.d.). Deze nesten zijn niet aangetoond omdat de benodigde elementen niet aanwezig zijn zowel in als rondom het plangebied. De aanwezigheid en effecten op nesten van deze soorten is uitgesloten. Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. blad 10 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Tabel 2.2. Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2019-2024). Soort Categorie Blauwe reiger 5 Boerenzwaluw 5 Bonte vliegenvanger 5 Boomklever 5 Boomkruiper 5 Bosuil 5 Ekster 5 Groene specht 5 Grote bonte specht 5 IJsvogel 5 Koolmees 5 Oeverzwaluw 5 Pimpelmees 5 Raaf 5 Spreeuw 5 Torenvalk 5 Zwarte kraai 5 Zwarte mees 5 Zwarte roodstaart 5

Tijdens het terreinbezoek zijn enkele categorie 5-soorten waargenomen (koolmees, zwarte kraai). Nesten van de categorie 5-vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 5-soorten vallen daarmee onder de bescherming van algemene broedvogels. Algemene broedvogels Tijdens de terreinbezoeken zijn enkele algemene broedvogels waargenomen (o.a. merel, houtduif). De bosschages en overige vegetatie in en rondom het plangebied bieden nestgelegenheid aan deze algemene soorten. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Ow (artikel 11.37 Bal). Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn.

Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Omgevingswet aan de orde. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, kunnen locatiespecifieke maatregelen worden voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

1

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

blad 11 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Vervolgstappen Buiten het broedseizoen werken, indien niet mogelijk moet door een ervaren ecoloog worden gecontroleerd of er nesten van algemene broedvogels in het plangebied aanwezig zijn. Indien hier sprake van is, mogen deze niet verwijderd of verstoord worden zolang deze in gebruik zijn.

2.3.3

Zoogdieren – vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2019-2024). Soort Beschermingsregime Artikel 11.46 Bal Gewone grootoorvleermuis X

Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. Gebouwbewonende soorten Bij de woning gelegen in het plangebied, de Oudvensestraat 1 te Mierlo, is er ruimte aanwezig tussen de muur en de kant- en nokpannen (zie figuur 2.3). Deze openingen geven vleermuizen toegang tot de spouwmuur van de woningen en/of het dak waar ze naar toe weg kunnen kruipen. De woning aan de Oudvensestraat 3 is geschikt voor verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten, zo kunnen vleermuizen zich achter raamluiken bevinden, regenpijpen of onder dakpannen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten (o.a.

gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis ) kan bij de woningen aan de Oudvensestraat 1 en 3 niet worden uitgesloten.

Figuur 2.3. Ruimte tussen kantpannen (rood omcirkeld) woning Oudvensestraat 1, potentiële ingang tot verblijfplaats gebouwbewonende vleermuizen.

Alle soorten vleermuizen vallen onder de strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal) van de Ow. Mocht er sloop of werkzaamheden aan daken van de woning Oudvensestraat 1 en 3 worden uitgevoerd, worden mogelijke verblijfplaatsen vernield. Dit valt onder schadelijke handelingen onder de Ow. Om het gebruik van de woning Oudvensestraat 1 en 3 als verblijfplaats door vleermuizen al dan niet vast te kunnen stellen, is nader onderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Vleermuizen gebruiken hun verblijfplaats

blad 12 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om het plangebied meerdere malen (minimaal vijf keer) verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) te bezoeken voor het vleermuisonderzoek. Vervolgstappen De woning aan Oudvensestraat 3 worden gesloopt mogelijk worden daken van Oudvensestraat 1 aangetast. Hiervoor geldt dan het volgende: Om de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis) aan te kunnen tonen, is nader onderzoek conform het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal vijf bezoeken verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober). Mochten de woningen aan Oudvensestraat 1 en 3 niet worden gesloopt en de daken niet worden aangetast dan geldt het volgende: Er wordt geadviseerd ’s avonds geen werkzaamheden uit te voeren zodat het gebruik van licht niet noodzakelijk is. Om tijdens de realisatiefase verstoring te voorkomen is het belangrijk dat indien verlichting nodig is het noodzakelijk is dat er geen verlichting of aangepaste vleermuizenverlichting richting de bebouwing wordt geplaatst. Ook tijdens de gebruiksfase wordt geadviseerd geen extra verlichting richting bestaande woning(en) te plaatsen.

Boombewonende soorten In het plangebied zijn geen holtes in bomen aangetroffen, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten kan worden uitgesloten. Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. In het plangebied zijn lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als (essentiële) vliegroute, namelijk in de vorm van bomen- en struikenrijen. Onder andere ten zuiden en westen van de Oudvensestraat 1 ligt langs het gehele erf een bomen- en struikenrij. Deze bomen en struikenrij kan deel uitmaken van een essentiële vliegroute. In figuur 2.4 staan de potentiële vliegroutes in het plangebied ingetekend. Bij verwijdering of aantasting van deze structuren dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. De aanwezigheid van (essentiële) vliegroutes in het plangebied kan niet worden uitgesloten en dient nader onderzocht te worden.

Figuur 2.4. Potentieel essentiële vliegroutes vleermuizen.

blad 13 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Vervolgstappen Bij verwijdering of aantasting van lijnvormige elementen (bomen- en struikenrijen) die aanwezig zijn in het plangebied (zie figuur 2.4) dient nader onderzoek uit te worden gevoerd. Om de aan- of afwezigheid van essentiële vliegroutes aan te kunnen tonen, is nader onderzoek conform het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal twee bezoeken verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober). Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In het plangebied is marginaal geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen, vanwege het zeer geringe oppervlak aan (en grotendeels afwezigheid van) opgaande beplanting. Daarbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied is vergelijkbaar alternatief foerageergebied aanwezig. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten.

2.3.4

Zoogdieren – overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.4 Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2019-2024). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde zoogdieren Bever X Eekhoorn X Steenmarter X Wolf X

Bever De bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water zoals moerassen, beken, rivieren en meren. De voorkeur gaat uit voor meren en rivieren omzoomd door (broek)bossen met bomen als wilg en populieren. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste, oevers zonder bos worden ook gebruikt. Een waterdiepte van minimaal 50 cm is een vereiste (Zoogdiervereniging, z.d.). Tijdens het terreinbezoek zijn in en nabij het plangebieden geen sporen en/of verblijfplaatsen van bevers aangetroffen. Daarnaast biedt het plangebied geen geschikt leefgebied aan de bever. De bever is uitgesloten in het plangebied. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Eekhoorn De eekhoorn komt voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Ze komen ook voor in bebouwd gebied, mits er voldoende voedsel beschikbaar is. De voorkeur gaat uit naar oud bos door meer voedsel- en nestgelegenheden (Zoogdiervereniging, z.d.). Tijdens het terreinbezoek zijn in en nabij het plangebieden geen sporen en/of verblijfplaatsen van eekhoorns aangetroffen waardoor ze uitgesloten worden in het plangebied. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Wolf Bij voorkeur leeft de wolf in uitgestrekte open bossen en afgelegen moerasgebieden.

De soort is echter een ‘cultuurvolger’ en heeft geleerd te overleven in gebieden waar ook mensen wonen. Deze gebieden bieden namelijk vaak veel dekking en er leven veel reeën. De wolf heeft een grote behoefte aan drinkwater (omdat hij dagelijks lange afstanden loopt) en komt dus weinig voor in droge landschappen (Zoogdiervereniging, z.d.). Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen aangetroffen. Er zijn geen foerageergebieden binnen het plangebied

blad 14 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

aanwezig. In de omgeving is wel geschikt leefgebied aanwezig. Daarnaast is er over de wolven in Nederland een duidelijk beeld over de roedellocaties, nabij het plangebied wordt niet over een roedellocatie gesproken. Het voorkomen van de soort binnen het plangebied is daarmee uitgesloten. Steenmarter Steenmarters komen voor in steenachtige biotopen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt vooral voor in parklandschap, maar ook in volkomen bosloze gebieden. Steenmarters zijn vooral te vinden in nabijheid van dorpen, boerderijen en grote steden en wordt gezien als een ‘cultuurvolger’. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw, met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes. Hierbij zijn de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang (Zoogdiervereniging, z.d.). Tijdens het terreinbezoek zijn structuren in het landschap gevonden, o.a. heggen, bosjes, greppels. Dergelijke structuren kunnen als foerageerbiotoop voor steenmarter dienen (zie figuur 2.5). Het plangebied biedt geschikt biotoop voor steenmarter. De locaties van geschikt foerageerbiotoop binnen het plangebied (heggen) staan weergegeven in zie figuur 2.6. De steenmarter kan niet worden uitgesloten in (en rondom) het plangebied.

Figuur 2.5. Foerageerplekken voor de steenmarter.

blad 15 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Figuur 2.6. Locaties geschikte foerageerplekken en steenmarter.

De steenmarter valt onder artikel 11.54 van de Bal. Het is hierom verboden dieren te doden/vangen en verblijfplaatsen aan te tasten. Het verstoren van dieren is wettelijk wel toegestaan. In het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Voor steenmarter wordt de aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen binnen het plangebied daarom uitgesloten. Er is hierom geen sprake van aantasting van verblijfplaatsen van de steenmarter. Echter kan steenmarter de heggen binnen het plangebied gebruiken als foerageergebied, waarbij kapwerkzaamheden en graafwerkzaamheden in het plangebied kunnen leiden tot het doden van dieren. Ook overige werkzaamheden buiten deze heggen zoals het vergraven van de grond kunnen leiden tot het doden van de dieren. Het doden van dieren bij de kap- en graafwerkzaamheden kan worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (ecologische werkprotocol) en het ecologisch begeleiden van de werkzaamheden. Vervolgstappen Het doden van dieren bij de kap- en graafwerkzaamheden kan worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (ecologische werkprotocol) en het ecologisch begeleiden van de werkzaamheden. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde zoogdieren niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten als egel (struweel). Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.7 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

blad 16 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

2.3.5

Amfibieën In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van amfibieën in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.5. Overzicht van waargenomen amfibieën in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20192024). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde amfibieën Alpenwatersalamander X

Alpenwatersalamander De Alpenwatersalamander komt voornamelijk voor in stilstaande, niet te voedselrijke wateren, zoals greppels, bospoelen en vennen. Op land komt hij voor in de buurt van bossen, struweel en/of houtwallen. De soort komt voor in heidegebieden, agrarisch gebied en op ruderale terreinen. De Alpenwatersalamander heeft voldoende beschutting nodig in de vorm van een strooisellaag en de aanwezigheid van struweel. Als schuilplaats worden allerlei vochtige plekken gebruikt, ook niet natuurlijke plekken zoals onder worteldoeken en in kelders. De Alpenwatersalamander overwintert voornamelijk op land op vorstvrije plekken, meestal onder de grond of in de strooisellaag in bosjes en onder struwelen (NGB, 2023). Tijdens terreinbezoek is voor de Alpenwatersalamander in (de directe omgeving van) het plangebied geen geschikt biotoop aangetroffen. De greppels in de randen van het plangebied hebben te steile oevers en in de omgeving van het plangebied zijn geen schuilmogelijkheden of overwinteringsplekken aanwezig in de vorm van struweel, houtwallen of ruigtestructuren. Door het ontbreken van geschikt water en schuilmogelijkheden wordt de Alpenwatersalamander uitgesloten in het plangebied. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde amfibieën niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

Vrijgestelde amfibieën in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soort als gewone pad (kleinschalig gevarieerd landschap). Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Noord-Brabant geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt. In paragraaf 2.3.7 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

2.3.6

Insecten In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van insecten in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.6 Overzicht van waargenomen insecten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 20192024). Soort Beschermingsregime Art. 11.46 Bal Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Kleine ijsvogelvlinder X Teunisbloempijlstaart X

Kleine ijsvogelvlinder De vlinders leven vooral hoog in de bomen maar komen ’s morgens naar beneden om van mest, rottend fruit of vocht van de grond te drinken. De waardplant van de kleine ijsvogelvlinder is de wilde kamperfoelie die wordt gebruikt voor de ei-afzet en die als voedsel voor de uitgekomen rupsen dient. De eerste vlinders verschijnen in juni (Vlinderstichting z.d.). Tijdens veldbezoek is geen geschikt biotoop voor de waardplant of vlinder in het plangebied aangetoond, aangezien het plangebied grotendeels bestaat uit bewerkte (agrarische) grond. De kleine ijsvogelvlinder wordt uitgesloten in het plangebied door het ontbreken van geschikt biotoop. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde.

blad 17 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart komt voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. De teunisbloempijlstaart heeft als waardplanten de teunisbloem, het wilgenroosje, de basterdwederik en de kattenstaart. De vlinder overwintert als pop in de strooisellaag (Vlinderstichting, z.d.). Tijdens veldbezoek is geen geschikt biotoop voor de waardplant of vlinder in het plangebied aangetoond, aangezien het plangebied grotendeels bestaat uit bewerkte (agrarische) grond. De teunisbloempijlstaart wordt uitgesloten in het plangebied door het ontbreken van geschikt biotoop. Effecten zijn uitgesloten, er zijn geen vervolgstappen aan de orde. Overige beschermde soorten Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde insecten niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop.

2.3.7

Zorgplicht In het plangebied kunnen egel en gewone pad aanwezig zijn. Deze soorten zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht voor de Omgevingswet (Ow) in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is de zorgplicht van toepassing. Zo moet een initiatiefnemer een beeld hebben van de (bijzondere) natuurwaarden op en nabij het plan- of projectgebied. In het kader van de specifieke zorgplicht dient een initiatiefnemer in het geval van verslechterende effecten actief te anticiperen op het voorkomen of verzachten van deze effecten. Onder de Ow dient onder andere extra aandacht besteed te worden aan soorten van de Rode Lijsten. Provincies kunnen onder de Ow beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld. In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied. De Rode Lijst soorten waarvan waarnemingen in de NDFF bekend zijn, zijn opgenomen in Bijlage 3. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 2.7. Tabel 2.7. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten. Soort(groep) Maatregel (Grondgebonden) zoogdieren en • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort amfibieën (egel en gewone pad). maaien. • Stapvoets rijden tijdens het maaien. • In één richting maaien zodat dieren tijdig kunnen vluchten, in de richting van een vluchtmogelijkheid. Bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een ruigte of bosschage. • Overdag werken en geen gebruik maken van kunstmatige verlichting. • Voorkom of beperk de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom het direct schijnen op groenelementen zoals bosschages en ruigtes. • Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen verblijven. • Voorkom het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april tot en met augustus).

2.4

Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Strabrechtse Heide en Beuven en ligt op circa 2,7 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied (zie figuur 2.7). Dit gebied

blad 18 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn. Binnen een straal van 15 km ligt één ander Natura2000 gebied namelijk Leenderbos, Groote Heide & De Plateau, dit gebied is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn.

Figuur 2.7. Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving het plangebied. Bron: AERIUS-calculator, versie 2023.1.2.

Bij voorliggend planvoornemen is er zowel sprake van een realisatiefase als gebruiksfase. Er kan daardoor sprake zijn van zowel tijdelijke als permanente effecten. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van de storingsfactoren, zoals verdroging of geluiden lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens de realisatiefase als gebruiksfase niet op voorhand uit te sluiten. De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden, is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator. Geadviseerd wordt dan ook om een dergelijke berekening uit te voeren. Indien uit de AERIUS-berekening volgt dat er als gevolg van het voornemen een verhoogde stikstofdepositie plaats vindt op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden, dient dit ecologisch te worden beschouwd door middel van een ecologische Voortoets Stikstof. Vervolgstappen Er dient een AERIUS-berekening voor de realisatiefase en gebruiksfase te worden opgesteld. Indien sprake is van een toename in stikstofdepositie, dient een ecologische Voortoets Stikstof te worden opgesteld.

2.5

NNB In het plangebied is geen NNB-gebied aanwezig (zie figuur 2.8). Het dichtstbijzijnde NNB-gebied bevindt zich op circa 150 meter ten noorden van het plangebied. Op grond van de provinciale verordening in de provincie Noord-Brabant wordt getoetst op externe werking, echter ligt het NNB-gebied op zodanige afstand van het plangebied en wordt afgeschermd van het plangebied middels een sportcomplex waardoor wezenlijke kenmerken van het NNB-gebied niet verloren gaan. Er zijn vervolgstappen niet aan de orde.

blad 19 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Figuur 2.8. Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNB (in groen weergeven). Bron: Provincie Noord-Brabant.

2.6

Overig provinciaal beleid Groenblauwe mantel Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van Groenblauwe Mantel. Er zijn geen effecten aan de orde. Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van de rust- en foerageergebieden van ganzen en smienten. Er zijn geen effecten aan de orde.

2.7

Beschermde houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap In (de directe omgeving van) het plangebied zijn bomen aanwezig. Mochten er als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden houtopstanden worden gekapt of mogelijk worden aangetast dan is een nadere toetsing beschermde houtopstanden noodzakelijk. In deze nadere toetsing wordt in eerste instantie bepaald of de houtopstanden beschermd zijn, en zo ja onder welk beschermingsregime (buiten de bebouwingscontour houtkap en/of Omgevingsplan). Daarnaast wordt in de nadere toetsing houtopstanden bepaald of eventuele vervolgstappen noodzakelijk zijn. Mogelijke vervolgstappen bij kap van bomen zijn: een melding houtkap (op basis van Bal – Omgevingswet) of een omgevingsvergunning houtkap (gemeentelijke beleid). Ook kan het noodzakelijk zijn een Boom Effect Analyse (BEA) op te stellen, waarbij wordt getoetst in hoeverre bomen in de invloedssfeer daadwerkelijk negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden ondervinden.

blad 20 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

3.

Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.

3.1

Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels, vleermuizen en zoogdieren. In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. De onderbouwing van de conclusies zijn beschreven in paragraaf 2.3 van voorliggende natuurtoets. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort(groep) Essentieel leefgebied in Nader onderzoek (directe omgeving van) nodig? plangebied? Vogels met een jaarrond beschermd nest (huismus) Vogels (algemene broedvogels) Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) - verblijfplaatsen

Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) – essentiële vliegroutes

Zoogdieren (steenmarter)

Vrijgestelde soorten

Ja woning Oudvensestraat 3 en groenstructuren (hagen) in plangebied Ja, nestgelegenheid in opgaande begroeiing Woning aan Oudvensestraat 1 heeft daken die geschikt zijn voor gebouwbewonende soorten vleermuizen Elementen in het plangebied kunnen deel uit maken als essentiële vliegroutes vleermuizen

Dergelijke structuren in plangebied als foerageerbiotoop voor steenmarter Zie tabel 3.4

Maatregelen?

Omgevingsvergunning floraen fauna-activiteit Ow aan de orde? Nog onbekend

Ja, zie tabel 3.2

Nader te bepalen

N.v.t.

Ja, zie tabel 3.3 Ja, zie tabel 3.3

Nee

Ja, zie tabel 3.3

Nog onbekend

Ja, zie tabel 3.3

Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.

Ja, zie tabel 3.2

Nee, tenzij elementen langs vliegroutes ( zie figuur 2.3) worden verwijderd of aangetast (beschrijving nader onderzoek zie tabel 3.2) Nee

Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.

In tabel 3.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar de vleermuizen. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in tabel 3.2 uiteengezet. Tabel 3.2. Beschrijving nader onderzoek. Soort Onderzoeksmethode Vogels met een Om de aan- of afwezigheid van de huismus aan te kunnen tonen, is nader onderzoek jaarrond beschermd noodzakelijk. Voor de huismus bestaat dit nader onderzoek uit twee gerichte veldbezoeken in nest (huismus) de periode 1 april tot en met 15 mei of tijdens 3 gerichte veldbezoeken in de periode 10 maart tot en met 20 juni (BIJ12, 2023). Vleermuizen Mochten de woningen aan Oudvensestraat 1 en/of 3 worden gesloopt of daken worden (gebouwbewonende aangetast dan geldt het volgende: Om de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van soorten) gebouwbewonende vleermuizen (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis) aan te kunnen tonen, is nader onderzoek conform het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal vijf bezoeken verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober).

blad 21 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Vleermuzien (essentiële vliegroutes)

Bij verwijdering of aantasting van lijnvormige elementen (bomen- en struikenrijen) die aanwezig zijn in het plangebied (zie figuur 2.3) dient nader onderzoek uit te worden gevoerd. Om de aan- of afwezigheid van essentiële vliegroutes aan te kunnen tonen, is nader onderzoek conform het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal twee bezoeken verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober).

In tabel 3.3 is aangegeven dat een overtreding van de Ow voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3. Beschrijving maatregelen om overtreding van de Ow te voorkomen. Soort(groep) Maatregelen Algemene broedvogels Werken buiten het broedseizoen Vleermuizen Mochten de woningen aan Oudvensestraat 1 en 3 niet worden gesloopt en de daken niet worden aangetast dan geldt het volgende: Er wordt geadviseerd ’s avonds geen werkzaamheden uit te voeren zodat het gebruik van licht niet noodzakelijk is. Om tijdens de realisatiefase verstoring te voorkomen is het belangrijk dat indien verlichting nodig is het noodzakelijk is dat er geen verlichting of aangepaste vleermuizenverlichting richting de bebouwing wordt geplaatst. Ook tijdens de gebruiksfase wordt geadviseerd geen extra verlichting richting bestaande woning(en) te plaatsen. Steenmarter Het doden van dieren bij de kap- en graafwerkzaamheden kan worden voorkomen door het treffen van mitigerende maatregelen (ecologische werkprotocol) en het ecologisch begeleiden van de werkzaamheden.

3.1.1

Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.7 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel 3.4. Tabel 3.4. Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten. Soort(groep) Maatregel (Grondgebonden) zoogdieren en • Voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het plangebied kort amfibieën (egel en gewone pad). maaien. • Stapvoets rijden tijdens het maaien. • In één richting maaien zodat dieren tijdig kunnen vluchten, in de richting van een vluchtmogelijkheid. Bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een ruigte of bosschage. • Overdag werken en geen gebruik maken van kunstmatige verlichting. • Voorkom of beperk de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom het direct schijnen op groenelementen zoals bosschages en ruigtes. • Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen verblijven. • Voorkom het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april tot en met augustus).

Onder de Ow dient nadere aandacht te worden besteed aan soorten van de Rode Lijsten. Onder de Ow kunnen provincies beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld. In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied. Door middel van de maatregelen beschreven in tabel 3.4 kunnen op negatieve effecten worden gemitigeerd op (een deel van) de opgenomen Rode Lijst soorten.

3.2

Gebiedsbescherming

3.2.1

Natura 2000 In tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van voorliggende natuurtoets. blad 22 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Tabel 3.1. Conclusies Natura 2000-gebieden. Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden? Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit of akkoord van de provincie noodzakelijk?

3.2.2

Natura 2000 Ja, Strabrechtse Heide & Beuven (op circa 2,7 kilometer afstand). Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Nog onbekend

NNB In tabel 3.2 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNB-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.2. Conclusies NNB-gebieden. Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNB-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?

3.2.3

NNB Circa 150 meter. Ja Nee Nee Nee

Overig provinciaal beleid Groenblauwe mantel Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van Groenblauwe Mantel. Er zijn geen effecten aan de orde. Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van de rust- en foerageergebieden van ganzen en smienten. Er zijn geen effecten aan de orde.

3.3

Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap In (de directe omgeving van) het plangebied zijn bomen aanwezig. Mochten er als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden houtopstanden worden gekapt of mogelijk worden aangetast dan is een nadere toetsing beschermde houtopstanden noodzakelijk. In deze nadere toetsing wordt in eerste instantie bepaald of de houtopstanden beschermd zijn, en zo ja onder welk beschermingsregime (buiten de bebouwingscontour houtkap en/of Omgevingsplan). Daarnaast wordt in de nadere toetsing houtopstanden bepaald of eventuele vervolgstappen noodzakelijk zijn. Mogelijke vervolgstappen bij kap van bomen zijn: een melding houtkap (op basis van Bal – Omgevingswet) of een omgevingsvergunning houtkap (gemeentelijke beleid). Ook kan het noodzakelijk zijn een Boom Effect Analyse (BEA) op te stellen, waarbij wordt getoetst in hoeverre bomen in de invloedssfeer daadwerkelijk negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden ondervinden.

blad 23 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Literatuurlijst BIJ12, 2023. Kennisdocument huismus (Passer domesticus). Versie 2.1, februari 2023. Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2023. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie nov 2023). Provincie Noord-Brabant Geraadpleegd op 24-05-2024. Kaartenbank; Interim omgevingsverordening NoordBrabant (regels geconsolideerd 21-03-2023, geometrie 01-10-2022) Overig NDFF Street Smart AERIUS-calculator, versie 2023.2. www.floron.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl

blad 24 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Bijlage 1 Wettelijk kader

blad 25 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving; de Omgevingswet (Ow) en het beleidskader. Naast bescherming vanuit de Ow zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De aanwijzing en bescherming van het NNN gebeurt in de Omgevingsverordening. Ow - Algemeen De Ow is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Ow beschermt: • De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming) • De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming) • Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LNV bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis. LNV is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten). Gemeenten kunnen een loketfunctie hebben.

Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Ow richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Ow - Soortbescherming In de Ow is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie geldt een vergunningsplicht bij verschillende schadelijke handelingen die zijn vermeld in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 Bal van de Ow. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) Vogels (artikel 11.37 Bal); 2) Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal); 3) Andere soorten (artikel 11.54 en bijlage IX, onder A en onder B Bal).

blad 26 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal, Ow) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 11.37 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is mogelijk om omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aan te vragen het optreden van schadelijke handelingen. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’ (dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten); - Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal, Ow) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.46 Bal e.v.: 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onder de Ow is het mogelijk om voor strikt beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 11.46 Bal bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht bij schadelijke handelingen uit artikel 11.46 Bal. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen artikel 11.46 Bal van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

blad 27 van 38

Natuurtoets TAM IMRO Luchen Geldrop projectnummer 0492152.100 11 juli 2024 revisie 2 Gemeente Geldrop-Mierlo

Andere soorten (artikel 11.54 Bal, Ow) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage IX, onder A en onder B Bal van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.54 Bal e.v.. Het is verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LNV goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van een vergunningsplicht bij schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies.

Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 11.27 Bal) Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht. Indien de ‘andere soorten’ niet zijn vrijgesteld en daarmee als gevolg van het voornemen schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal optreden, dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang h ‘in het algemeen belang’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=47abe9e1-5fcb-409e-982c-170648cea849