CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Oudvensestraat-Zuid'_Bijlagen bij de Motivering_Bijlage 8 Mer-beoordeling

Raadsvergadering 16 september 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Tam Omgevingsplan Oudvensestraat-zuid1.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

referentienummer 1 datum 4 september 2024 aan College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Geldrop-Mierlo van Peter Verhoeven Vicky Speet kopie projectnummer 0492152.100 project TAM IMRO Luchen Geldrop betreft mer-plicht TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Oudvensestraat-Zuid

1.

Inleiding en wettelijke context mer-beoordeling

1.1

Aanleiding De gemeente Geldrop-Mierlo is voornemens om in het plangebied Oudvenseweg-Zuid een extra wijkontsluiting, waterberging en woningbouw te realiseren. Het plan voorziet in de realisatie van deze ontwikkelingen. In deze memo wordt stilgestaan bij de verplichtingen die gelden vanuit mer-wetgeving die opgenomen is in Afdeling 16.4 van de Omgevingswet en Hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Aan eventuele verplichtingen wordt in deze memo voldaan.

1.2

Te nemen besluit De gemeente gaat een besluit nemen over het ontwerp TAM-IMRO-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Oudvensestraat-Zuid. In juridische zin gaat het hier om een wijziging van het omgevingsplan. De merverplichtingen gaan dus ook uit van de verplichtingen die gelden bij dit besluit (omgevingsplanwijziging).

1.3

Mer-eisen voor TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Oudvensestraat-Zuid De wet- en regelgeving voor milieueffectrapportage (mer) is vastgelegd in hoofdstuk 11 in het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is, kan worden afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bijlage V heeft als ingang (kolom 1) de omschrijving van het project van de initiatiefnemer. In kolom 4 staan de besluiten genoemd waarvoor dan de mer-plicht of mer-beoordelingsplicht van toepassing zijn. Of er voor het besluit een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, volgt uit kolom 2 en kolom 3. In kolom 2 zijn de gevallen opgenomen waarvoor een mer-plicht geldt en in kolom 3 zijn de gevallen opgenomen waarin een mer-beoordelingsplicht geldt. De ontwikkeling van Oudvensestraat-Zuid valt onder de mer-categorie ““J11 Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen”. In Bijlage V van het Omgevingsbesluit is vastgelegd dat voor een besluit over een omgevingsplan voor deze activiteit geen projectmer-plicht geldt, maar wel een mer-beoordelingsplicht.

Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

blad 1 van 4

datum 4 september 2024 projectnummer 0492152.100 betreft mer-plicht TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Oudvensestraat-Zuid

1.4

Inhoudelijke eisen aan de mer-beoordeling In artikel 11.11 van het Omgevingsbesluit zijn de procedurele regels opgenomen ten aanzien van het besluit met het resultaat van de beoordeling of sprake is van aanzienlijke milieueffecten. Ook is opgenomen aan welke beoordelingsregels de motivering van de beslissing moet worden voldaan. In de motivering van de beslissing wordt in ieder geval verwezen naar: 1. de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn: In bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’ zijn criteria opgenomen waaraan moet worden getoetst. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: • kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; • plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; • kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. 2.

als is beslist dat geen milieueffectrapport moet worden gemaakt, dient een beschrijving te worden verstrekt van de kenmerken van het voorgenomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke milieueffecten te vermijden of te voorkomen en het moment waarop die maatregelen moeten zijn gerealiseerd.

2.

Onderzoek en resultaten

2.1

Kenmerken van het project Aard en omvang activiteit

Cumulatie

Natuurlijke hulpbronnen

Productie van afvalstoffen Risico op ongevallen Verontreinigingen

Te verwachten hinder

Het omgevingsplan maakt woningbouw met bijbehorende infrastructuur en waterberging. Het gaat om 49 woningen, een waterberging van 450m3 en een weg door het plangebied. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van 2,7 hectare. Binnen de systematiek van mer gaat het om activiteiten met een beperkte impact. Het project is een op zichzelf staand plan waarbij geen directe relaties met andere plannen of projecten in Mierlo bestaan. De voorgenomen uitbreiding van het sportpark Oudven is wel relevant, maar doordat dit reeds een vastgesteld bestemmingsplan betreft is de uitbreiding hiervan onderdeel van de referentiesituatie. Eventuele cumulatie met andere plannen kan bestaan uit verkeershinder of cumulatieve negatieve effecten op natuur. Gelet op de uitkomsten van de onderzoeken zijn er geen aanzienlijke cumulatieve gevolgen voor het milieu te verwachten. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen is geen onderdeel van het eindbeeld van het ruimtelijke plan. De te bouwen woningen maken gebruik van elektriciteit en de te verwachten verkeersstroom grotendeels van fossiele brandstof. Voor de realisatie van woningen wordt gebruik gemaakt van daarvoor benodigde bouwmaterialen. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen. Het voornemen bevat geen risicovolle activiteiten. Eventuele toenamen van veiligheidsrisico’s zijn opgenomen in paragraaf 2.3.

Er is geen sprake van een verontreiniging in de huidige situatie, noch leidt het voorgenomen gebruik tot te verwachten verontreinigingen. Eventuele hinder wordt toegelicht onder de te toetsen milieuaspecten in paragraaf 2.3.

blad 2 van 4

datum 4 september 2024 projectnummer 0492152.100 betreft mer-plicht TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Oudvensestraat-Zuid

2.2

Plaats van het project Bestaand gebruik

Natuurlijke hulpbronnen Gevoeligheid van het milieu

2.3

Het plangebied is hoofdzakelijk agrarisch in gebruik. In recente jaren is de agrarische grond voornamelijk als grasland in gebruik geweest. De gronden met een woon- of tuinbestemming zijn in ook als zodanig in gebruik. De referentiesituatie (2040) is op hoofdlijnen gelijk aan de huidige situatie, behalve dat rekening gehouden wordt met uitbreiding van het sportpark ten noorden van het plangebied. In het onderzoek moet rekening gehouden worden met geluid- en lichtemissies op kortere afstand dan in de huidige situatie. Het gebied biedt gronden die gebruikt kunnen worden in het kader van voedselproductie. In het geval van grasland dient dit voornamelijk als onderdeel van een veeteeltbedrijf. Er zijn geen wezenlijke gevoeligheden op voorhand. Belangrijk vanuit milieuperspectief zijn • De aanwezige bebouwing aan de Oudvensestraat 1 vertegenwoordigt erfgoedwaarde; • Omliggende Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor verslechtering door stikstofdepositie.

Kenmerken van het potentiële effect Natuurgebieden

Natuursoorten

Geluidhinder

Luchtkwaliteit

Trillingen

Verkeer

Bodemkwaliteit Cultureel erfgoed

Nabij het plangebied bevinden zich Natura2000-gebieden op 2,7 km afstand en een NBB-gebied op 150 m afstand. De mogelijke negatieve effecten (verzuring en vermesting door stikstofdepositie), zijn in kaart gebracht met een AERIUS-berekening. Voor de voorgenomen ontwikkeling toont de AERIUS Calculator voor beide fasen geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Directe effecten op gevoelige natuurgebieden worden uitgesloten. Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Voor deze soortgroepen is nader onderzoek nodig. Door het nemen van de in het ecologisch onderzoek voorgeschreven maatregelen worden negatieve effecten voorkomen. Het omgevingsplan voorziet in aanvullende regels geluid, hierin zijn aanvullende beoordelingsregels geluid opgenomen waaraan voldaan moet worden alvorens een omgevingsvergunning van het bouwen van een geluidgevoelig gebouw kan worden verleend. De maximale (worstcase) bijdrage van de ontwikkeling aan de luchtkwaliteit bedraagt 0,41 µg/m3 NO2 en 0,06 µg/m3 PM10. Dit is geen aanzienlijk milieueffect. Er wordt geen trillinghinder verwacht voor de nieuw te bouwen woningen door de afstand van zwaar verkeer en industriële activiteiten tot de planlocatie. Het plan leidt tot een verkeersgeneratie van 308 mvt/werkdag.

Gelet op de capaciteit op de Geldropseweg, de aanpassing van de aanwezige rotonde en de aanleg van nieuwe infrastructuur, levert dit naar verwachting geen aanzienlijke knelpunten op. Er is geen sprake van een verontreiniging in de huidige situatie, noch leidt het voorgenomen gebruik tot nieuwe verontreinigingen. Effecten kunnen optreden op archeologische waarden en cultuurhistorische waarden.

blad 3 van 4

datum 4 september 2024 projectnummer 0492152.100 betreft mer-plicht TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Oudvensestraat-Zuid

•

Omgevingsveiligheid

Water

3.

Voor archeologische waarden geldt dat het omgevingsplan voorziet in een regeling die aanzienlijke milieueffecten op archeologische waarden voorkomt. • Voor cultuurhistorie geldt dat het planvoornemen geen afbreuk doet aan de waarden en kenmerken van de omgeving of het in het plangebied aanwezige gemeentelijke monument. Veiligheidsbronnen in de zin van omgevingsveiligheid zijn op voldoende grote afstand van het plangebied gelegen, waardoor geen negatieve effecten te verwachten zijn. Het omgevingsplan voorziet in een regel die verplicht tot het volwaardig compenseren van het toevoegen van verharding. Daarnaast voorziet het plan in een waterberging van 450 m3.

Conclusie Uit de m.e.r.-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse. Het voornemen heeft weliswaar mogelijke effecten, maar deze zijn in aard en omvang niet aanzienlijk. De onderzochte aspecten leiden geen van alle tot aanzienlijke milieueffecten die noodzaak geven tot het opstellen van een milieueffectrapport.

blad 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=ca73aca3-03f5-4587-a4c6-daedf1157da1