CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

SAMEN Algemene beschouwingen Geldrop-Mierlo over strategie 2026–2029

Raadsvergadering 24 juni 2025, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Algemene Beschouwingen1.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene beschouwingen SAMEN Geldrop-Mierlo over strategie 2026– 2029 | Raadsvergadering 24 juni 2025 Voorzitter, Laat er geen misverstand over bestaan: dit is geen rapport, dit is de koers voor de komende jaren. Een document met 84 doelen, 13 opgaven en 19 thema’s. Richtinggevend, herkenbaar, en op punten ook urgent. Maar als fractie SAMEN stellen we vooral deze vraag: wat gaan onze inwoners hier concreet van merken – en wanneer? We waarderen de inzet die zichtbaar is in het stuk. De aandacht voor de Coevering is hard nodig. Dat er wordt geïnvesteerd in veiligheid, vergroening, verlengde schooldagen met leuke leerbare uitdagingen en een stevig wijkteam, is een stap in de goede richting. Ook het scholenbouwplan voor Skandia, Zesgehuchten en Mierlo is een belangrijk signaal. En ja – de strategie noemt thema’s die ons raken: jongerenparticipatie, dementievriendelijkheid, energiearmoede. Maar richting is pas relevant als we ook bepalen hoe we daar komen. Want tegelijk blijft de strategie op veel punten te vaag, te vrijblijvend. Er wordt gesproken over brede welvaart – maar wat bedoelen we daar precies mee? Hoeveel mensen willen we uit armoede halen? Hoeveel jongeren willen we van schooluitval redden? Hoeveel huishoudens ondersteunen we actief bij hun energiekosten? En dan dit: het college schrijft dat deze strategie “op zichzelf geen extra kosten met zich meebrengt”.

Dat is moeilijk te rijmen met de schaal en reikwijdte van de ambities. Als dit écht de koers is, horen daar keuzes en financiële gevolgen bij. Anders blijft het bij papier. Bovendien ontbreekt een risicoanalyse voor het geval rijksmiddelen of capaciteit tegenvallen. Wat betekent dit bijvoorbeeld als de meicirculaire 2026 tegenvalt? Het college stelt dat de strategie grotendeels uit SMART-geformuleerde doelen bestaat, maar erkent tegelijk dat dit op onderdelen nog niet het geval is. Er wordt verwezen naar “verder investeren in datagedreven werken” – maar zonder tijdpad of zicht op verbetering. De raad krijgt dus nog geen gereedschap om te sturen, bij te stellen of af te rekenen. Het grote probleem is: er zijn veel ambities, maar geen prioriteiten. Alles lijkt even belangrijk. En dat betekent in de praktijk: niets is urgent. Dat is geen strategie, dat is wensdenken. Eerder stond er een bushalte bij station Geldrop op het wensenlijstje. Een logische, zichtbare verbetering. In deze strategie komt die niet meer terug. We begrijpen dat de gemeente dit niet volledig in de hand heeft. Maar juist daarom is dit voorbeeld zo sprekend: het laat zien hoe kwetsbaar goede bedoelingen zijn als er geen duidelijke keuzes en verantwoordelijkheden worden benoemd. Voor SAMEN is het duidelijk: deze strategie moet geen papieren werkelijkheid zijn, maar iets wat mensen in de praktijk merken.

Dat begint met prioriteit. Want dat sommige ambities al keuzes weerspiegelen, betekent nog niet dat er gekozen wordt als het schuurt.

1

Bovendien ontbreekt een duidelijk tijdpad. De meeste doelen liggen richting 2028 of verder. Maar wat gebeurt er in 2026, 2027? Wanneer gaan inwoners daar iets van merken? Een strategie zonder jaarschijven is geen koersdocument, maar een opsomming van intenties. Ook de samenhang tussen opgaven blijft onderbelicht. Wat doen we als het schuurt tussen ambities – bijvoorbeeld tussen klimaatmaatregelen en investeringen in bestaanszekerheid? Wat doen we eerst, wat kan wachten? Zonder een integrale afweging tussen domeinen is er geen echte strategie. Deze strategie bouwt voort op de Visie 2044, die we als raad eerder vaststelden. Juist daarom verwachten wij nu geen herhaling van abstracte ambities, maar concrete keuzes – over wat wanneer gebeurt, voor wie, en met welk resultaat. En dan onze eigen rol. Als gemeenteraad zijn we niet alleen gesprekspartner, maar kadersteller. Dan moeten we kunnen toetsen of de strategie uitvoerbaar is, en of het college binnen die kaders blijft. Daarvoor is inzicht nodig in capaciteit, financiële onderbouwing, sturingsinformatie en keuzes. De strategie spreekt over versterking van sturing en monitoring, maar maakt niet duidelijk wie wanneer verantwoordelijk is als doelen niet gehaald worden.

Wat mogen we als raad dan verwachten van het college? En wanneer komen we als raad zelf in positie om te kunnen bijsturen? Wij willen dat bestaanszekerheid meer wordt dan een hoofdstuktitel. Geef jongeren op het MBO die opgroeien in armoede toegang tot gratis openbaar vervoer of een aanvullende studietoeslag. Voer een proef uit met schoolmaaltijden op basisscholen in kwetsbare wijken, zodat meedoen niet van de broodtrommel afhangt. En zorg dat jongeren van 18 niet verdwalen in regels, maar automatisch een overzichtelijk pakket krijgen over geld, zorg en rechten – met een mens die dat zo nodig samen met hen doorloopt. Jongerenparticipatie verdient ook meer dan een alinea. Laat jongeren meebeslissen over het welzijnsaanbod in hun wijk. Geef ze ruimte om zich te ontwikkelen op plekken waar ze zichzelf kunnen zijn – met begeleiding, wifi en ontmoeting. Niet pas als er iets misgaat, maar juist daarvoor. Als we het hebben over wonen, moeten we durven zeggen voor wie we bouwen. Starters, jongeren met binding aan onze gemeente, mensen met een zorgvraag. Geef hen lokale voorrang bij toewijzing, in plaats van alles over te laten aan het systeem. Reserveer binnen nieuwbouwprojecten een herkenbaar deel van de sociale huurwoningen voor jongeren onder de 30.

En als we woningen aanpassen voor mensen met een beperking, laten we dan zorgen dat die woningen ook echt terechtkomen bij mensen met een Wmo-indicatie – niet bij degene die het snelst reageert. En durf daarbij ook te kiezen voor andere vormen van wonen: woningdeling, kavelsplitsing en tijdelijke flexwoningen. Daarmee kunnen we sneller en doelgerichter inspelen op de woonbehoefte van jongeren, starters en spoedzoekers – nu, niet pas in 2027. En over uitvoering: wij geloven in Stevige Lokale Teams. Maar alleen als die ook echt iets kunnen doen. Eén vast gezicht in de wijk. Eén spreekuur zonder afspraak. En genoeg ruimte om een klein initiatief of hulpvraag gewoon te regelen. Geen papieren netwerk, maar mensen die het verschil maken. Wat we missen in de uitvoering, missen we ook in de sturing. Wij krijgen als raad veel ambities voorgelegd, maar weinig houvast om die te volgen, bij te stellen of op af te rekenen. Er is nog geen

2

uitvoeringsprogramma, geen indicatorenset, geen overzicht van investeringen. Ja, de strategie verwijst naar de P&C-cyclus – maar zolang de raad daar geen meetbare instrumenten bij krijgt, blijft het samenspel beperkt tot vertrouwen. Als we deze strategie serieus nemen, dan vraagt dat om duidelijke afspraken: een top-10 van investeringen voor de komende jaren, een indicatorenset waarmee we de voortgang kunnen meten, en een vast moment – bijvoorbeeld elk halfjaar – waarop we samen als raad en college bijsturen. Doe daarbij ook een uitvoeringsscan per opgave: wat kunnen we lokaal, waar zijn we afhankelijk van anderen, en wat moeten we actief agenderen in regio, provincie of Den Haag? Dat is geen overbodige bureaucratie, maar gewoon goed bestuur. En als we sturen op brede welvaart, dan moet ook duidelijk worden wat het oplevert voor wie het hardst geraakt wordt. Kwetsbare inwoners vragen om gerichte monitoring, zodat we niet alleen gemiddeld vooruitgang boeken, maar ook ongelijkheid verkleinen. Tot slot: wat ons betreft hoort sport en bewegen structureel bij de inzet op gezondheid en verbondenheid. Neem sport niet alleen op in beleidsvisies, maar ook als uitvoeringsgerichte opgave die zichtbaar wordt in de wijk en op school. Ook inwoners blijven in deze strategie vooral meedenkers, geen meebeslissers. Participatie wordt genoemd als opgave, maar niet als uitgangspunt.

Wij willen dat beleid werkt omdat mensen zich medeeigenaar voelen – in de wijk, bij een project, in het gesprek over wat prioriteit krijgt. Dat vraagt niet om nog een online formulier, maar om vertrouwen en ruimte om invloed uit te oefenen. Overweeg om bij elke opgave standaard een participatieparagraaf op te nemen, waarin staat wat de ruimte is voor meebeslissing, en hoe die benut wordt. Dus vragen wij het college:  Geef aan welke doelen écht prioriteit hebben – en welke minder. Als de organisatie vastloopt, welke ambities worden dan losgelaten?  Maak inzichtelijk welke doelen verplicht, meetbaar en haalbaar zijn vóór eind 2026, en wie daarvoor verantwoordelijk is.  Leg uit hoe een strategie met 84 doelen “geen extra kosten” met zich meebrengt – en wat dat betekent als rijksmiddelen of capaciteit tegenvallen.  Breng de raad structureel in positie met een uitvoeringsprogramma, een voortgangsmoment en meetbare indicatoren.  Wees ook helder over wat lokaal kan, wat samenwerking vraagt, en wat richting Den Haag gebracht moet worden. Voorzitter, SAMEN wil geen strategie die verdwijnt in een bureaula. Wij willen beleid dat zichtbaar is in de wijk, voelbaar voor mensen die nu niet meedoen, en meetbaar – zodat we weten waar we op bijsturen. Voor ons is deze strategie geen boek, maar een belofte.

Laten we die belofte samen waarmaken – met keuzes, met uitvoering, en met participatie die voelbaar is in de wijk.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=d1ee49f5-46a7-40ff-a7a0-438e774573e7