RV GM2025-2730717 Zienswijze en besluitvorming bovenregionale samenwerking MRE
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Zienswijze en besluitvorming bovenregionale samenwerking MRE Beslispunten 1. Instemmen met het voorleggen van de zienswijze op a) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Meijerijstad, b) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Venlo, c) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Weert, d) de concept Samenwerkingsagenda MRE-Meijerijstad, e) de concept Samenwerkingsagenda MRE-Venlo en, f) de concept Samenwerkingsagenda MRE-Weert, zoals verwoord in bijgevoegde concept-zienswijzebrief. 2. Te besluiten eenzelfde zienswijze namens zowel college als raad gezamenlijk in te dienen bij het Dagelijks Bestuur van de MRE.
Inleiding Op 11 juli 2025 heeft het Dagelijks Bestuur (DB) van de MRE drie concept-gemeenschappelijke regelingen en de daarbij behorende samenwerkingsagenda’s van het openbaar lichaam Metropool Regio Eindhoven met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert aan haar deelnemers voorgelegd. De gemeenteraad is gevraagd om uiterlijk 31 oktober 2025 een zienswijze kenbaar te maken. Deze zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming over de samenwerkingsagenda’s in het Algemeen Bestuur van 17 december 2025 en over de gemeenschappelijke regelingen in het DB van 8 december 2025. De economische en demografische groei in de Brainportregio zet de hele regio onder druk op het gebied van wonen, werklocaties, voorzieningen, talent en bereikbaarheid. Om deze druk gezamenlijk op te vangen, heeft het Algemeen Bestuur (AB) op 3 juli 2024 ingestemd met het verkennen van en zo mogelijk komen tot bovenregionale samenwerkingen met Meierijstad, Venlo en Weert. De gesprekken hierover hebben geleid tot drie concept-gemeenschappelijke regelingen 'zonder meer' en drie samenwerkingsagenda’s. Deze documenten worden nu in een parallel proces behandeld door de MRE en door de colleges en raden van de betrokken gemeenten.
Gedurende het proces zijn colleges en raden van de MRE-gemeenten regelmatig geïnformeerd, onder meer via brieven van het DB op 14 oktober 2024, 24 maart 2025 en 16 juni 2025, en via een openbare presentatie in het AB van 18 december 2024. Ook de Raadstafel21 en diverse subregio’s zijn tussentijds bijgepraat.
Eerdere besluitvorming Op 3 juli 2024 heeft het AB van de MRE zich positief uitgesproken over het aangaan van bovenregionale samenwerkingen met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert om de doelen uit het Samenwerkingsakkoord en de Brainport Agenda te realiseren.
Agendaverzoek Zaaknummer: 2730717, documentnummer: 2739785
blad 1 van 5
Het AB van de MRE heeft ingestemd met de volgende kaderstellende uitgangspunten: - de samenwerking moet passen binnen de doelen van het samenwerkingsakkoord MRE en/of Brainport Agenda; - een samenwerking mag niet ten koste gaan van de bestaande afspraken van gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven (binnen het samenwerkingsakkoord) en met het Rijk en de provincie. Daarom worden portefeuillehouders betrokken wanneer het hun thema betreft, en gemeenten in het geval het een samenwerking met hun buurgemeente betreft; - een samenwerking is een wederzijdse afspraak en werkt alleen als het voor beide partijen voordelen oplevert. Uitgangspunt is dat de beoogde partners ook zelf inzet en/of middelen leveren ten behoeve van het specifieke samenwerkingsprogramma met die partner(s); - bij een samenwerking moet de inhoud leidend zijn en is governance/organisatie volgend en ondersteunend. Een lichte organisatievorm ligt voor de hand waardoor het uitbreiden van de deelnemende MRE-gemeenten of het aangaan van een (zware) gemeenschappelijke regeling, niet opportuun is. Het AB van de MRE heeft aan het DB van de MRE de opdracht gegeven om samenwerkingsovereenkomsten uit te werken met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert en daarbij rekening te houden met de uitgangspunten. Op 19 februari 2025 heeft AB van de MRE kennisgenomen van het advies van de Raadstafel21.
Het advies luidt dat er bij veel gemeenten behoefte bestaat een zienswijzeprocedure in te lassen op het moment van formele besluitvorming. Vanuit het AB van de MRE is tevens gevraagd de juridische grondslag voor het aangaan van samenwerkingsovereenkomsten na te gaan. Op 14 april 2025 heeft het DB van de MRE ingestemd met de conclusie uit een nadere verkenning. Deze conclusie luidt dat de meest geëigende juridische grondslag voor de samenwerking tussen enerzijds de GR MRE (zijnde een “openbaar lichaam”) en anderzijds een andere gemeente, een ‘regeling zonder meer’ als bedoeld in hoofdstuk IX van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Ook de colleges van de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert hebben ingestemd met deze conclusie. Daarmee is voldaan aan het verzoek van het AB en de Raadstafel21 om te zorgen voor een duidelijke en goed onderbouwde juridische basis voor de afspraken. Op 16 juni 2025 heeft het DB van de MRE ingestemd om de samenwerkingsagenda’s en de regelingen voor een zienswijzenprocedure voor te leggen aan de raden.
Wat willen we bereiken Een verbonden, levendige en groene gemeente waar woongeluk en brede welvaart centraal staat. De groei van de MRE reikt voorbij de regiogrenzen en raakt ook omliggende gemeente. Om de druk op de Brainportregio beter op te vangen en gezamenlijk kansen te benutten heeft de MRE met de gemeenten Weert, Meierijstad en Venlo concept-regelingen en samenwerking agenda’s opgesteld. Het doel van deze samenwerking is om gezamenlijk op te trekken bij de programmering van werklocaties, het versnellen van woningbouw, het verbeteren van mobiliteitsverbindingen en het versterken van talentontwikkeling en voorzieningen.
Argumenten 1.1 De juridische vorm gemeenschappelijke regeling “zonder meer” sluit het beste aan op de voorliggende concept-samenwerkingsagenda’s. De drie ontwerpregelingen bevatten uitsluitend de minimale bepalingen uit de Wgr en procesafspraken om de samenwerking te laten functioneren. Er is geen sprake van overdracht van
Raadsvoorstel Zaaknummer: 2730717, documentnummer: 2739785
blad 2 van 5
bevoegdheden of oprichting van een gemeenschappelijk orgaan. 1.2 Raden van de MRE-gemeenten worden gevraagd om een zienswijze te geven op de samenwerkingsagenda’s en de regelingen. De Raadstafel21 heeft het DB en het AB gedurende het proces geadviseerd om de gemeenteraden te betrekken in het proces en een zienswijzenprocedure in te lassen op het moment dat er formele besluiten komen. Het DB heeft op 16 juni 2025 besloten om de samenwerkingsagenda’s en de regelingen voor een zienswijzenprocedure voor te leggen aan de raden. Daarmee wordt invulling gegeven aan art 25.3 GR MRE, om voor “andere dossiers” deze zogenaamde “voorhangprocedure” te volgen. Alhoewel het geven van een zienswijze op het aangaan van een gemeenschappelijke regeling door het DB van de MRE in dit geval formeel enkel een collegebevoegdheid is, worden de raden vanwege de samenhang tussen regeling en samenwerkingsagenda ook in de gelegenheid gesteld aspecten in te brengen die zij voor de besluitvorming door het DB over de regelingen en door het Algemeen Bestuur over de samenwerkingsagenda’s van belang achten. 1.3 Het indienen van een zienswijze borgt de belangen van Geldrop-Mierlo in de verdere besluitvorming. De samenwerking met Weert, Venlo en Meierijstad raakt aan kernopgaven zoals woningbouw, bereikbaarheid en voorzieningen.
Door nu onze zienswijze in te dienen, worden we in staat gesteld accenten uit de Visie 2044 en de Strategie 2026–2029 te verbinden aan de bovenregionale samenwerking. 2.1 Eén gezamenlijke zienswijze van de raad en college Om een eenduidig signaal af te geven richting de MRE wordt voorgesteld dat raad en college gezamenlijk één zienswijze indienen, waarbij de raad de reeds door het college vastgestelde zienswijze bevestigt.
Kanttekeningen 1.1 De MRE-werkorganisatie moet primair de samenwerking van de 21 gemeenten faciliteren. Capaciteit voor de bovenregionale samenwerking moet daarom ‘lean’ blijven. De uitvoering van de agenda’s ligt bij de drie gemeenten zelf. Waar mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overlegstructuren. Via de regiegroep uitvoeringskracht wordt bewaakt dat bovenregionale samenwerking de kernopgaven van de MRE niet verdringt. Hiermee blijft de balans geborgd. 1.2 De samenwerkingsagenda’s zijn nog algemeen en procesmatig van karakter. De huidige afspraken bevatten veel procesmatige kaders en slechts in beperkte mate concrete aantallen. Dit maakt het lastig om op korte termijn meetbare resultaten te realiseren. De agenda’s zijn bewust procesmatig ingestoken om ruimte te bieden voor gezamenlijke concretisering in de vervolgfase. Daarmee wordt getracht te voorkomen dat afspraken in conflict komen met reeds vastgelegde MRE-afspraken. 1.3 Ook andere gemeenten hebben raakvlakken met de Brainportregio. Naast Meierijstad, Venlo en Weert zijn er meer gemeenten die onder invloed van Brainport staan. De keuze om nu met deze drie gemeenten te starten, kan de indruk wekken dat anderen worden uitgesloten. Het AB van de MRE heeft nadrukkelijk prioriteit gegeven aan deze drie gemeenten vanwege hun groeiambities, ligging en bestaande samenwerkingsrelaties.
Dit sluit verdere samenwerking met andere gemeenten in de toekomst niet uit.
Raadsvoorstel Zaaknummer: 2730717, documentnummer: 2739785
blad 3 van 5
Wat gaan we daarvoor doen Indienen zienswijze Zowel het college als de raad zijn verzocht een zienswijze in te dienen. Het college heeft reeds een zienswijze vastgesteld. Aan de raad wordt nu voorgesteld deze zienswijze over te nemen, zodat namens Geldrop-Mierlo één gezamenlijke zienswijze (college en raad) bij het Dagelijks Bestuur van de MRE wordt ingediend Inbreng in MRE-proces De ingediende zienswijze van onze raad wordt betrokken bij de besluitvorming in het Dagelijks Bestuur (8 december 2025) en het Algemeen Bestuur (17 december 2025) van de MRE over de concept-regelingen en de samenwerkingsagenda’s. De planning is als volgt: Actie Dagelijks Bestuur (vrijgave zienswijzen) Algemeen Bestuur (informeren) Zienswijzeperiode
Portefeuillehoudersoverleg - Economie - Mobiliteit - Ruimte en wonen Laatste aanpassingen voorstel DB / AB Dagelijks Bestuur Algemeen Bestuur Tekenmomenten Publicatie
Datum ma. 16 juni 2025 wo. 2 juli Vanaf ma. 18 augustus t/m vrij. 31 oktober Meierijstad: 18 sept. in de raad; Weert: 24 sept. in de raad; Venlo: 22 okt. in de raad. Data: do. 20 november wo. 26 november do. 27 november Na poho t/m vrij. 28 november ma. 8 december wo. 17 december 2025 do. 18 en/of vrijdag 19 december 2025 Direct aansluitend
Communicatie De communicatie over de besluitvorming en vervolgstappen verloopt via de reguliere P&C-cyclus van de MRE en de daaraan verbonden informatiekanalen (begroting, bestuursrapportages, jaarrekening, openbare besluitvorming in DB en AB). De MRE verzorgt de externe communicatie richting deelnemende gemeenten en publiceert de besluiten via haar gebruikelijke kanalen. Gemeente Geldrop-Mierlo koppelt via de reguliere raadscyclus terug over de uitkomsten en effecten.
Wat mag het kosten Er zijn geen directe financiële consequenties voor de gemeente (zoals verhoging van de inwonerbijdrage) verbonden aan het aangaan van de samenwerking door MRE met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert.
Raadsvoorstel Zaaknummer: 2730717, documentnummer: 2739785
blad 4 van 5
Duurzaamheid n.v.t.
Burgerparticipatie n.v.t.
Evaluatie De verantwoording over de voortgang vindt binnen de MRE-samenwerking plaats via de bestuursrapportages en jaarverslagen van de MRE. De samenwerkingsagenda’s hebben een looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2029. Uiterlijk in 2028 worden de bovenregionale samenwerkingen tussen MRE en Meijerijstad, Venlo en Weert geëvalueerd.
Bijlagen: Onderdeel van besluit: 1. Zienswijzebrief bovenregionale samenwerking MRE Achtergrondinformatie: 2. Concept Regeling MRE-Meierijstad 3. Concept Regeling MRE-Venlo 4. Concept Regeling MRE-Weert 5. Concept Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad 6. Concept Samenwerkingsagenda MRE-Venlo 7. Concept Samenwerkingsagenda MRE-Weert
Geldrop, 09-09-2025 ValidSigned door N. Scheltens op 11-09-2025
ValidSigned door J.C.J. van Bree op 11-09-2025
N.J.H. Scheltens secretaris
J.C.J. van Bree burgemeester
Raadsvoorstel Zaaknummer: 2730717, documentnummer: 2739785
blad 5 van 5