CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

RV GM2023-1744497Ontwerpregeling GR ODZOB 2024__ondertekend

Raadsvergadering 25 september 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling ODZOB 2024 (RV GM2023-1744497)2.066 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling ODZOB 2024 Beslispunten 1. Kennis te nemen van de Ontwerpregeling Gemeenschappelijk regeling ODZOB 2024. 2. Geen zienswijze over het ontwerp van de Gemeenschappelijk regeling ODZOB 2024 naar voren te brengen. Inleiding De Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is gewijzigd en dit noopt tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling ODZOB (GR ODZOB). In dit voorstel wordt de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024 aan u voorgelegd, waarin de wetswijziging van de Wgr verwerkt is. Tussen de GGD, Metropoolregio Eindhoven, Veiligheidsregio en ODZOB heeft afstemming plaatsgevonden met als doel waar dat kan gezamenlijk op te trekken op proces en inhoud. Tevens is van de gelegenheid gebruikgemaakt om de tekst van de GR ODZOB daar waar nodig te actualiseren, een harmonisatieslag te maken met de tekst van de gemeenschappelijke regelingen van de andere twee omgevingsdiensten in Brabant én de regeling op te stellen in overeenstemming met de Aanwijzingen voor de regelgeving. De GR ODZOB is een collegeregeling waarbij de bevoegdheid om te beslissen over deze regeling daarom in de eerste plaats bij het college ligt. De rol van de raad is het kaderstellen en controleren. Er zijn aanpassingen in de Wgr die rechtstreeks werken. Dit zijn: 1.

de raden/Staten krijgen de mogelijkheid zienswijzen in te dienen bij het aangaan of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling; 2. de termijnen in de P&C cyclus zijn aangepast, zodat raden en Staten een termijn van 12 weken hebben (i.p.v. 8) voor het indienen van een zienswijze op de Ontwerpbegroting; 3. de gemeenschappelijke regeling dient een terugkoppeling te geven aan de raden/Staten op de zienswijze voordat zij een definitief besluit nemen; 4. de raden/Staten krijgen de mogelijkheid een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen; 5. het bestuur van een gemeenschappelijke regeling krijgt een actieve informatieplicht naar de raden/Staten. Voor andere aanpassingen in de Wgr geldt dat de concretisering daarvan wordt overgelaten aan de betrokken partijen. Dit vanuit de gedachte dat er samenwerkingsverbanden zijn in alle soorten en maten en de aanpassing moet worden afgestemd op de specifieke omstandigheden van dat samenwerkingsverband. Dit moet zijn gerealiseerd voor 1 juli 2024 om te voldoen aan de gewijzigde Wgr. Eerdere besluitvorming Er heeft nog niet eerder besluitvorming plaatsgevonden in het kader van het lopende traject. Voor de herziening van de GR ODZOB is het regionaal afstemmingskader wijziging Wgr 2022 richtinggevend waar het AB ODZOB op 8 december 2022 mee heeft ingestemd.

Dit kader is een initiatief van de 4 GR’en in Zuidoost-Brabant en heeft als doel om de uniformiteit binnen de regio te bevorderen waar dat mogelijk is. Vanwege het uiteenlopende karakter van de regelingen zijn er ook

Agendaverzoek Zaaknummer: 1744497, documentnummer: 1745991

blad 1 van 5

elementen waar elke GR een eigen afweging moet maken. Het regionaal afstemmingskader wijziging Wgr 2022 is opgenomen in bijlage 2 Wat willen we bereiken De Wgr is op 1 juli 2022 gewijzigd. De wetswijziging heeft als doelstelling om de politieke verantwoording over gemeentelijke en provinciale samenwerkingen te versterken. Dit vanuit de gedachte dat het bestuur van een samenwerkingsverband geen rechtstreekse democratische legitimatie heeft. De wet introduceert daarom nieuwe instrumenten waarmee gemeenteraden en Provinciale Staten hun controlerende en kaderstellende taken beter kunnen uitvoeren. Argumenten Voor een overzicht van de wijzigingen wordt verwezen naar de bijgevoegde was-wordt lijst in bijlage 3. Hieronder worden de inhoudelijke wijzigingen toegelicht die samenhangen met de wetswijziging van de Wgr en wordt kort ingegaan op een aantal andere relevante inhoudelijke wijzigingen. 1.1 Inhoudelijke wijzigingen - Wgr Burgerparticipatie: (artikel 1.3 GR ODZOB 2024 en artikel 10 Wgr) De gewijzigde Wgr verplicht om in elke GR te beschrijven hoe om te gaan met participatie van burgers en belanghebbenden en daarom artikel 1.3 toe te voegen. De reden voor de keuze om geen burgerparticipatie bij de ODZOB te organiseren is dat de ODZOB (als uitvoeringsorganisatie) een beleidsarme gemeenschappelijke regeling is.

De ODZOB voert met name het beleid uit dat door het bevoegd gezag (gemeente/provincie) wordt vastgesteld. Het is daarom meer voor de hand liggend om de inspraak bij het orgaan te laten waar het beleid gemaakt wordt. Deze optie voldoet ook het meest aan de wens om de inspraak te laten verlopen via het orgaan met de meeste democratische legitimiteit. Actieve informatieplicht: (artikel 6.3 GR ODZOB 2024 en artikel 17 lid 2 en 3, artikel 52 lid 1 Wgr) In artikel 17 lid 2 van de Wgr wordt geregeld dat het bestuur van de ODZOB een actieve informatieplicht heeft naar de raden/Staten. Het bestuur (bestaande uit AB, DB en de voorzitter) dient alle inlichtingen te verstrekken die de raden/Staten nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. In de GR dient vervolgens (op grond van artikel 17 lid 3) te worden opgenomen de wijze waarop die inlichtingen worden verstrekt. Er is voor gekozen op te nemen dat deze inlichtingen schriftelijk of op een andere passende wijze worden verstrekt. Bijvoorbeeld een webinar, een informatiebrief na vergaderingen of bijeenkomsten. In de hedendaagse tijd zijn de mogelijkheden voor informatieverstrekking talrijk. In de GR hoeft dus niet beschreven te worden welke inlichtingen of documenten verstrekt worden.

Uittreder betaalt kosten bij uittreding: (artikel 9.2 GR ODZOB 2024 en artikel 9 lid 1 Wgr) Bij een uittreding ontstond vaak een juridische en financiële discussie die wel tot jaren kon duren. In de jurisprudentie is daarom een berekeningswijze ontwikkeld voor de kosten. Deze wordt vaak als erg kostbaar gezien. De ODZOB heeft als algemeen uitgangspunt gekozen dat de uittreder de kosten van uittreding betaalt. De ‘achterblijvers’ moeten niet opgezadeld worden met extra kosten. Daarbij moeten beide partijen zich inspannen om de kosten zo laag mogelijk te houden. Uit praktijkervaringen is bovenstaande afspraak als de meest praktische gekomen. Overigens is uittreding uit een omgevingsdienst technisch gezien wel mogelijk, maar zeer lastig en zal daarom naar verwachting niet, dan wel zeer sporadisch voorkomen. Evaluatie van de GR: (artikel 11.1 GR ODZOB 2024 en artikel 11a Wgr)

Raadsvoorstel Zaaknummer: 1744497, documentnummer: 1745991

blad 2 van 5

De wetswijziging ziet op een evaluatie van de juridische regeling, maar doelt ook op een evaluatie van het functioneren van het samenwerkingsverband als orgaan. Wetgeving en omgeving kunnen immers veranderen. Er kan voor gekozen worden om een termijn op te nemen waarna geëvalueerd wordt. Daarbij is een raadsperiode van vier jaar een vrij logische keuze. De ODZOB heeft er voor gekozen om geen termijn op te nemen, maar dit over te laten aan het algemeen bestuur. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een evaluatie eerder of juist later gewenst is. Het algemeen bestuur kan in zijn verzoek dan ook de opdracht van de evaluatie concreter omschrijven. Er is opgenomen dat het verslag van die evaluatie altijd verstrekt wordt aan de deelnemers, zodat ook een raad/Staten hierover geïnformeerd wordt. Zienswijzeprocedure: (artikel 10 lid 5 en 6 Wgr) Met de gewijzigde Wgr is het mogelijk, maar niet verplicht, om aanvullend op de wettelijke zienswijzeprocedure voor de begroting afspraken te maken over besluiten die voor een zienswijze worden voorgelegd aan de raden/Staten van de deelnemers. Naast deze wettelijke zienswijzeprocedure (en de andere in de Wgr reeds geregelde situaties) zien wij geen noodzaak voor het uitbreiden van de besluiten waarvoor een zienswijze wenselijk is.

De Memorie van Toelichting van de Wgr noemt besluiten met een aanzienlijk financieel belang, een politiek gevoelig karakter en besluiten over beleidsmatige keuzes. Besluiten met een aanzienlijk financieel belang worden vrijwel altijd ondervangen door de zienswijzeprocedure op de begroting en de begrotingswijzigingen. De formulering van een aanzienlijk financieel belang of politiek gevoelig karakter moet naar onze mening ook gespecificeerd worden. Deze begrippen zijn te ruim om in een GR te gebruiken. Het zal tot interpretatie verschillen leiden en daarmee een bron voor discussies waar geen van de partijen mee gediend is. De extra zienswijzeprocedure is naar onze mening bij uitstek bedoeld voor samenwerkingsverbanden waarin beleidsmatige keuzes gemaakt worden. Dan moet een raad/Staten de mogelijkheid hebben bij te sturen en te bewaken dat het samenwerkingsverband die taken uitvoert die bijdragen aan de doelstelling als raad/Staten voor de gemeente/provincie. Aangezien de ODZOB een beleidsarme gemeenschappelijke regeling is maken wij geen beleidskeuzes. De ODZOB voert met name het beleid uit dat door het bevoegd gezag wordt vastgesteld. Het opnemen van een zienswijzeprocedure daarop treft daarom voor de ODZOB geen doel. Veranderende termijnen in de P&C-cyclus: (artikel 59 Wgr) In de huidige GR ODZOB worden termijnen genoemd in het kader van de P&C cyclus.

De ODZOB heeft ervoor gekozen deze termijnen niet opnieuw over te nemen in de nieuwe GR ODZOB 2024. Reden hiervoor is dat de termijnen in de Wgr genoemd worden en dus niet herhaald hoeven te worden in de eigen GR. Het is dus niet nodig of wenselijk om hierover bepalingen op te nemen in de GR ODZOB 2024. Gemeenschappelijke adviescommissie (artikel 24a Wgr) De mogelijkheid voor de raden om gezamenlijk een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen is geregeld in artikel 24a van de Wgr. Hierover hoeft niets opgenomen te worden in de GR ODZOB 2024. Indien de raden gezamenlijk met een voorstel daartoe komen is het AB verplicht die commissie in te stellen en het AB regelt dan de bevoegdheden, taken en werkwijze van de commissie. Dit geschiedt door middel van een aparte regeling en komt dus niet in de GR ODZOB 2024 te staan.

Raadsvoorstel Zaaknummer: 1744497, documentnummer: 1745991

blad 3 van 5

1.2 Andere relevante inhoudelijke wijzigingen Algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomsten. De ODZOB heeft nu met elke deelnemer een dienstverleningsovereenkomst (DVO) afgesloten voor de uitvoering van basis- en verzoektaken. Deze heeft een looptijd tot 1 juli 2024. Nader bezien moet worden of deze op onderdelen aangepast moet worden of dat een alternatief beter is in de vorm van algemene leveringsvoorwaarden. Een (privaatrechtelijke) dienstverleningsovereenkomst is eigenlijk een vreemd construct om in een bestuursrechtelijke omgeving tussen overheidsorganen toe te passen. De keuze tussen DVO of algemene leveringsvoorwaarden hoeft nu niet gemaakt te worden en daarom zijn beide opties in de GR benoemd. Daarom geeft de GR flexibiliteit in het maken van deze keuze op een later moment. Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht Het artikel over het Bestuurlijk platform omgevingsrecht is vervallen. Bij de oprichting van de omgevingsdiensten werd veel waarde gehecht aan dit BPO. Het heeft als doel om gezamenlijk de aanpak van Brabant brede en regio-overstijgende zaken te bepalen en provinciebreed afstemming te regelen. Het BPO is opgericht en de instelling en werkwijze ervan worden niet in de GR geregeld. Er is daarom geen toegevoegde waarde om dit artikel in de GR op te nemen.

Paragraaf 8 Archief De paragraaf over het archief is herzien in samenspraak met de provinciearchivaris. De tekst is geactualiseerd naar de huidige wetgeving en richtlijnen. De veranderingen zijn dat de archivaris van het BHIC toezicht houdt op alle archiefbescheiden van de ODZOB, dus ook die van de gemandateerde taken van de deelnemers. Daarnaast kan de archivaris op verzoek of eigen initiatief advies uitbrengen aan het dagelijks bestuur. Ook de verantwoording door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur is nu beschreven in de GR. Tot slot is het artikel over ter beschikking stellen van archiefbescheiden aangepast aan de huidige werkwijze (geen fysieke dossiers meer) en is de mogelijkheid van het opstellen van algemene leveringsvoorwaarden ook hier opgenomen, conform artikel 2.4. Kanttekeningen 1.1 Geen eenduidigheid trajecten gemeenschappelijke regelingen De wijziging van de Wgr noodzaakt alle gemeenschappelijke regelingen om hun regeling aan te passen. Binnen elke GR loopt dus een dergelijk traject. Daar waar mogelijk hebben de MRE, VRBZO, GGD en ODZOB het traject op elkaar afgestemd. In de praktijk is toch verschil te zien, ook in timing. Voor een belangrijk deel is dat gekoppeld aan het verschil in het type gemeenschappelijke regeling. Ondanks dat is de insteek dat binnen de Geldrop-Mierlo de vier raadsvoorstellen in dezelfde raadsvergadering aan de orde komen.

Wat gaan we daarvoor doen Het college verstuurt de vastgestelde reactie naar het DB ODZOB. De reacties van de raden/Staten worden betrokken bij de opstelling van de definitieve regeling. In maart 2024 zal aan het AB worden voorgesteld om de regeling voor te leggen aan de colleges van de deelnemers. Het college neemt een voorgenomen besluit tot vaststelling van de nieuwe GR ODZOB en vraagt de raad om toestemming voor vaststelling nieuwe GR ODZOB. College besluit tot vaststelling nieuwe GR ODZOB en publiceren dit besluit.De gewijzigde regeling kan dan per 1 juli 2024 ingaan.

Raadsvoorstel Zaaknummer: 1744497, documentnummer: 1745991

blad 4 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=a6d70de8-96ae-463e-910d-07a44f09d032