RV GM2023-1015282 Zienswijze samenwerkingsakkoord MRE 2023-2026_getekend.pdf
Tekst van het document
_:\)rz--lïo"o
-Míerlo
Raadsvoorstel
Ondenrerp Zienswijze raad Geldrop-Mierlo op concept-samenwerkingsakkoord
MRE 2023-2026
Beslispunten 1. ln te stemmen met de opgestelde zienswijze en deze te verzenden aan het algemeen bestuur van de Metropoolregio Eindhoven. lnleiding De afgelopen maanden is in MRE-verband ambtelijk en bestuurlijk gewerkt aan het nieuw regionaal samenwerkingsakkoord voor de periode 2023-2026. We staan als regio voor grote opgaven: de energietransitie, de transitie van het landelijk gebied en het in goede banen leiden van de schaalsprong die Zuidoost-Brabant doormaakt. Het samenwerkingsakkoord gaat in de eerste plaats in op de verschillende opgaven die we als 21 gemeenten samen op willen pakken. Daarnaast gaat het akkoord ook over de manier waarop we de samenwerkingskracht in de regio willen invullen. Het concept-samenwerkingsakkoord is door het dagelijks bestuur van de MRE-samenwerking aan de raden voorgelegd zodat zij hun zienswijze kenbaar kunnen maken. Deze zienswijzen worden op 13 februari 2023 besproken door het dagelijks bestuur om te zien of er in het concept nog wijzigingen moeten worden doorgevoerd. Vervolgens wordt het samenwerkingsakkoord op 1 maart 2023ter vaststelling voorgelegd aan het algemeen bestuur van de MRE-samenwerking.
Wat willen we bereiken Met het indienen van een zienswijze wil de raad punten onder de aandacht brengen van het Algemeen Bestuur van de MRE, zodat deze punten worden meegewogen in de besluitvorming over het samenwerkingsakkoord 2023-2026 en in de uitvoering daarvan.
Argumenten 2.1 Teleurstelling over onbenut laten reactie op bouwstenennotitie ln het samenwerkingsakkoord dat nu voorligt herkennen we niet onze reactie die we als raad en college hebben gestuurd naar aanleiding van de bouwstenennotitie. ln de concept-zienswijze wordt melding gemaakt van onze teleurstelling hierover. ln de verdere concept-zienswijze belichten we bepaalde punten die in de reactie aan de orde kwamen opnieuw. We belichten de inhoudelijke accenten niet opnieuw, om focus te leggen op de naar voren gebrachte aandachtspunten. 2. 2'Strate g i sche koe rsbe pal i ng' i n praktijk bre nge n
We staan met dit samenwerkingsakkoord voor een omslag: we gaan binnen verschillende samenwerkingen op gelijke thema's samenwerken. Voor de samenwerking in MRE-verband betekent dat een toespitsing op strategische koersbepaling. Het bepalen van concrete opgaven, maken van tactische keuzes en uitvoering ligt binnen de subregionale samenwerking, zoals het Stedelijk Gebied Eindhoven. Dat vraagt de komende maanden het nodige van het dagelijks bestuur en binnen portefeuillehoudersoverleggen en ambtelijke overleggen. Er is een kritische blik nodig, waarbijwe ervanuit gaan dat een heel aantalwerkzaamheden niet meer binnen de MRE-samenwerking zullen liggen. ln het samenwerkingsakkoord wordt nog wel op operationele zaken ingegaan, met name in hoofdstuk 4. Enkele voorbeelden: Op pag. 19 wordt gezegd dat we in MRE-verband versnelling van woningbouw en mobiliteit stimuleren en organiseren vanuit bestaande plannen. Dat is iets dat binnen de samenwerking binnen het SGE thuishoort. ln MRE-verband zou het kunnen gaan om het verbinden van de diverse plannen in subregio's.
.
1015282
blad I van 4
_:\)rz_ --lï**
a
a
-Míedo
Raadsvoorstel
Op pag. 20 staat de doorontwikkeling van de mobiliteitsaanpak2023-2030 genoemd. Na koersbepaling op regioniveau zal het eerder aan de subregio's zijn om specifieke projecten uit te voeren. De vraag rijst dus hoe omvangrijk een regionaal mobiliteitsprogramma zou moeten zijn. Op pag. 21 staat dat we in MRE-verband gaan werken aan de invulling van zoekgebieden voor grootschalige duurzame opwek uit de RES. Keuzes op dat vlak liggen - binnen de regionaal bepaalde koers - op lokaal niveau.
Het is dus essentieel dat we de komende maanden scherp krijgen wat we daadwerkelijk binnen de MRE-samenwerking oppakken en wat niet. 2.3 Benadrukken samenwerkingsrelatie MRE en SGE Een zorg in het verlengde hiervan is dat in het samenwerkingsakkoord wordt uitgegaan van een hiërarchische relatie tussen MRE en SGE. Zoals ook al in onze reactie op de bouwstenennotitie stond, verzetten we ons tegen de gedachte dat de SGE-samenwerking een uitvoeringsorgaan is binnen de MRE-samenwerking. De SGE-samenwerking en MRE-samenwerking staan naast elkaar en versterken elkaar bij voorkeur. Zie hieronder een visualisatie met links zoals het wordt voorgesteld in het samenwerkingsakkoord en rechts de insteek waarin de verschillende gremia naast elkaar en in samenhang opereren.
ffi
@p VS
2
g@re È)
\\
cg[@
2.4 Uitspreken voor passende economische groei ln eerdere besprekingen met de raad kwam naar voren dat het brede welvaarts-perspectief stevig wordt omarmd. ln het samenwerkingsakkoord lrjkt de balans meer door te slaan naar economische groei. Dat zit onder andere in kleine dingen, bijvoorbeeld: . Op pag. 15 staat "Een betere bereikbaarheid is cruciaal voor het vestigingsklimaat". Als brede welvaart voorop staat, dan zou daar staan "... is cruciaal voor de leefbaarheid in de regio en voor het vestigingsklimaat." . Op pag. 16 staat "Onze regionale ambitie is te komen tot een landelijk gebied ... , zodat het bijdraagt aan concurrerend vestigingsklimaat". Een leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal moet brede welvaart borgen. Dat het bijdraagt aan een concurrerend vestigingsklimaat is nevenwinst. Hierom is in de zienswijze een oproep geplaatst om met elkaar scherp te blijven op een passende ambitie voor economische groei, die bijdraagt aan duurzame brede welvaart. 1015282
blad 2 van 4
-:\lrz- -lïr,"r.Míerro
Raad SVoo rstel
2. 5 Voortbordure n op verstedelijkingsakkoord
Het verstedelijkingsakkoord SGE dat in juni 2022 is gesloten, wordt in het samenwerkingsakkoord niet genoemd. Dit tenruijl het een belangrijk vertrekpunt is, o.a. vanwege de afspraken die met het Rijk en de provincie zijn gemaakt over de schaalsprong. Het is logisch dat binnen de MRE-samenwerking wordt vermeden om een te grote rol toe te kennen aan het SGE. Het is belangrijk dat elke gemeente zich kan herkennen in het samenwerkingsakkoord. Dat mag echter geen beletsel zijn om in regioverband voort te borduren op het verstedelijkingsakkoord en het is beter om dit aan de voorkant expliciet te benoemen.
2.6 Duidelijkheid over de MRE als aanspreekpunt voor Rijk en provincie ln het samenwerkingsakkoord komt aan de orde dat we binnen de relatie met Rijk en provincie als regio met één mond moeten optreden. Dat is inderdaad een vraag die door Rijk en provincie wordt gesteld. Bovendien hebben we als regio hierdoor meer zeggingskracht. Er wordt echter in het midden gelaten hoe dit z'n beslag zou moeten krijgen. ln de concept-zienswijze is op voorhand de aanvulling gedaan dat dit een taak is die bijvertegenwoordigende portefeuillehouders en ambtenaren vanuit de gemeenten ligt. Gezien de procesondersteunende rol van het MRE-team lijkt het niet wenselijk dat een dergelijke rol bij het MRE-team wordt neergelegd. Voorzitters van portefeuillehoudersoverleggen of ambtelijke kartrekkers kunnen zo'n rol ínvullen. ln de praktijk zal dit ook veelal door de gemeenten Eindhoven en Helmond kunnen worden opgepakt, gezien hun contacten met Rijk en provincie. 2.7 lnzet MRE-team vs inzet gemeenten ln het concept-samenwerkingsakkoord wordt gesproken over het versterken van de regionale organisatie van de MRE. Hieruit blijkt niet duidelijk of de opzet is dat het MRE-team wordt uitgebreid of dat de inzet van gemeenten moet worden versterkt. ln het gesprek dat wij als raad en college in oktober 2022 hebben gevoerd over de regionale opgaven kwam naar voren dat wij een compact MRE-team voor ogen hebben.
Daarom is in de zienswijze expliciet stelling genomen hierop.
Kanttekeningen 2.1 Meer inzet nodig dan een zienswijze Gezien de eerdere ervaringen met zienswijze- en reactieprocedures en het besef dat er vanuit 21 gemeenten uiteenlopende zienswijzen worden ingediend, is het niet realistisch om te venryachten dat alle door ons aangedragen punten in het samenwerkingsakkoord zullen worden verwerkt. De standpunten van de raad kunnen echter op meer manieren naar voren worden gebracht. Portefeuillehouders en betrokken ambtenaren zullen de standpunten in verschillende overleggen inbrengen. 2.2 Financiele consequenties nog niet in beeld De komende maanden zullen verschillende keuzes praktisch worden uitgewerkt. Kijk bijvoorbeeld naar de uitspraak op pag. 25 "De regionale organisatie van de MRE zal daartoe worden versterkt. Voorstellen daartoe zullen begin 2023 worden uitgewerkt.". De komende maanden worden ook de financiële consequenties uitgewerkt. Voor nu blijven deze nog buiten beschouwing en zal het algemeen bestuur op I maart 2023 bij de vaststelling van het samenwerkingsakkoord de focus hebben op de inhoudelijke strekking van het akkoord. 2. 3 Traject same nwerkingsage nd a SG E 2023-2026 Tegelijk met dit traject in MRE-verband loopt in SGE-verband het traject om tot een samenwerkingsagenda 2023-2026 te komen.
Hoewel er wel interactie is tussen beide samenwerkingen via de portefeuillehouders en betrokken ambtenaren, is er ook nog veel ongewis. De keuzes op regionale schaal werken ook door binnen de SGE-samenwerking, bijvoorbeeld doordat in
1015282
3van4
_:\)rz_ --lï*"0. Míerlo
Raadsvoorstel
MRE-verband nu ook op thema's als wonen en ruimte gaat worden samengewerkt. Een andere uitkomst op termijn kan zijn dat we in SGE-verband op meer thema's nauwere samenwerking gaan zoeken omdat in MRE-verband alleen de strategische koersbepaling plaatsvindt.
Wat gaan we daarvoor doen De zienswijze die door de raad wordt vastgesteld wordt daags na de raadsvergadering aan het dagelijks bestuur van de MRE gestuurd. Zij zullen de verschillende ontvangen zienswijzen beoordelen en mogelijk het voorstel aan het algemeen bestuur nog op punten wijzigen. De zienswijzen en de reactie hierop van het dagelijks bestuur worden bij de stukken voor het algemeen bestuur gevoegd bij de vaststelling van het samenwerkingsakkoord op 1 maarl2023. Wat mag het kosten Zoals gezegd worden de financiële consequenties van dit samenwerkingsakkoord nog uitgewerkt in de komende maanden. Als deze dermate groot zijn dat een begrotingswijziging (en daarmee aanpassing van de inwonerbijdrage van gemeenten) nodig is, dan zullen de raden in het tweede kwartaal van2O23 om een zienswijze hierop worden gevraagd. Dit ter voorbereiding op besluitvorming door het algemeen bestuur van de MRE-samenwerking in juni 2023. Het is echter nog onduidelijk of een begrotingswijziging nodig is.
Duurzaamheid
BurgerpaÉicipatie Evaluatie
Bijlagen:
o Concept-zienswijze raad Geldrop-Mierlo op samenwerkingsakkoord MRE 2023-2026 o Concept-samenwerkingsakkoord 2023-2026 . Aanbiedingsbrief MRE Geldrop, 13 december 2022
.J.H
van Bree
secretaris
1015282
blad 4 van 4