RV GM2022-1032462 Rekenkamerrapport MRE&SGE Regionale opgaven.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Rekenkamerrapport MRE en SGE Regionale opgaven Beslispunten 1. De in het raadsvoorstel naar voren gebrachte reflectie op de aanbevelingen in het rekenkamerrapport te onderschrijven; 2. De inzichten die naar voren komen in het rekenkamerrapport te benutten om met de andere raden binnen de samenwerkingen in gesprek te gaan over verbeterpunten voor het samenwerken; 3. Het college te verzoeken om aan het bestuur van de MRE een brief te sturen, waarin: a. Wordt geduid hoe in de raad van Geldrop-Mierlo is gesproken over de bevindingen, conclusies en aanbevelingen in het rekenkamerrapport; b. Het algemeen bestuur wordt gevraagd om in de komende maanden ruimte in te bouwen in het proces naar het samenwerkingsakkoord 2023-2026 om de raden van de 21 gemeenten in de positie te brengen om met elkaar het gesprek aan te gaan over de samenwerking en de gewenste verbetering daarbinnen; 4. Het college te verzoeken om binnen het bestuurlijk platform van het SGE verslag te doen van de reflectie van de raad ten aanzien van de samenwerking in SGE-verband.
Inleiding De rekenkamer(commissie)s van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre hebben gezamenlijk door TwynstraGudde een onderzoek laten uitvoeren naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de regionale samenwerkingsagenda in de MRE en het SGE, in het licht van de maatschappelijke opgaven. De auditcommissie heeft dit rapport besproken in haar vergadering op 19 januari 2022. Zij had hiervoor aan het college om een reactie op het rekenkamerrapport gevraagd. De commissie kan zich vinden in de beschouwing van het college en stelt aan de raad voor om in die lijn te handelen. Wat willen we bereiken Een groot aantal ontwikkelingen die relevant zijn voor Geldrop-Mierlo spelen op bovenlokaal niveau. We geven daar met verschillende gemeenten invulling aan door te samen te werken in MRE-verband en/of samen te werken in SGE-verband. We willen bereiken dat we binnen deze samenwerkingsverbanden met elkaar de goede doelen bepalen, deze realiseren en dat we daarvoor op een efficiënte met elkaar samenwerken.
De inzichten vanuit het rekenkamerrapport kunnen worden benut om o Argumenten 1.1 Reflectie op de aanbevelingen in het rekenkamerrapport Ambities en doelen van de MRE continueren; in gesprek gaan over het herijken van de taken van het MRE-team en de inzet vanuit de gemeenten Aanbeveling 1 in het rekenkamerrapport is om de ambities en doelen van de MRE aan te passen, zodat deze beter aansluiten op de strategische, procesmatige rol. Dit wordt niet door de auditcommissie onderschreven. De ambities en doelen binnen de MRE-samenwerking sluiten goed aan bij de opgaven die we als 21 gemeenten regionaal met elkaar willen oppakken. Dit staat los van de rol die het MRE-team vervult. Wij vinden het wel wenselijk om daarnaar te kijken. De inzet van het MRE-team zou inderdaad op strategisch, procesmatig niveau moeten liggen. Als daar een scherpere afbakening op plaatsvindt, zal in het verlengde daarvan ook gekeken moeten worden welke inzet er vanuit de gemeenten zelf moet zijn om de ambities en doelen te realiseren. Daarbij is relevant om een realistisch tijd-tempo af te stemmen waarin we ambities willen realiseren.
1032462 blad 1 van 4
Raadsvoorstel In gesprek gaan over hoe om te gaan met de verwevenheid van regionale, subregionale en lokale opgaven Aanbeveling 2 in het rekenkamerrapport is om tot een andere verdeling van werkzaamheden te komen tussen MRE, SGE en gemeenten. In het rapport wordt dit idee verder uitgewerkt, door te stellen dat de MRE op een strategisch niveau opereert en het SGE een uitvoeringsclub is voor zaken die in de MRE worden besloten. Dat doet geen recht aan onze samenwerking in SGEverband. De feitelijke strekking is dat in MRE-verband de regionale opgaven landen en dat in SGE-verband de subregionale opgaven landen. Waar eerder is gepoogd om bepaalde thema’s toe te wijzen aan of de MRE of de subregio’s, wordt in de praktijk geconstateerd dat een en hetzelfde thema op verschillende schaalniveaus kan spelen. Daarom is het wenselijk om het gesprek aan te gaan over het oppakken van de juiste (aspecten van) opgaven op het juiste schaalniveau. De keuzes in MRE-verband kunnen wel bepalend zijn voor keuzes die in SGEverband worden gemaakt, maar op beide schaalniveaus is er behoefte aan visie en strategie ten behoeve van de opgaven op dat niveau. Geen inzet vanuit het MRE-team binnen het SGE Aanbeveling 3 in het rekenkamerrapport is om een deel van de capaciteit van het MRE-team in te zetten om de subregio’s te versterken. Dit lijkt niet realistisch en onwenselijk.
Er zit veel verschil tussen de verschillende subregio’s en de soorten opgaven die binnen de subregio’s worden opgepakt. Dat maakt een gerichte inzet van het MRE-team moeilijk. Het is onwenselijk, omdat de essentie is dat het juist gaat om het samenwerken op verschillende schaalniveaus. Er is geen behoefte aan inzet van capaciteit vanuit het MRE-team ten behoefte van het samenwerken in SGE-verband. Het MRE-team moet zich focussen op het faciliteren van het samenwerken op regionaal niveau. Continueren van de huidige insteek voor het RHCe en Gulbergen Aanbeveling 4 in het rekenkamerrapport is om expliciet te besluiten om het RHCe en Gulbergen buiten de MRE te plaatsen of te besluiten dat dit niet meer nodig is. Deze aanbeveling gaat voorbij aan de stappen die op dit vlak zijn gezet en de insteek die wordt gevolgd. Met betrekking tot het RHCe heeft het dagelijks bestuur van de MRE besloten om een onderzoek te laten doen aar de wenselijke governancestructuur (bestuurlijke positiionering). De onderzoek moet in de tweede helft van 2022 leiden tot een advies aan het algemeen bestuur van de MRE. Wat betreft Landgoed Gulbergen is er de nodige inzet om het eigendom op termijn bij een commerciele partij te beleggen en om de nazorg voor de afvalberg over te dragen aan de provincie. De komende jaren is inzet in MRE-verband nog noodzakelijk.
Zoek de samenwerking op de juiste schaalniveaus Aanbeveling 5 in het rekenkamerrapport is om regionaal te denken en te handelen. Het motto is eerder om de samenwerking op de juiste schaalniveaus te zoeken. Daarbij blijkt een groot deel van de opgaven inderdaad regionaal te spelen. 2.1 Met andere raden in gesprek In het rekenkamerrapport wordt aangestuurd op het verstrekken van opdracht aan het college om in samenwerking met andere colleges te rapporteren hoe de vijf aanbevelingen worden geïmplementeerd en na een jaar de stand van zaken van de implementatie inzichtelijk te maken. Deze lijn is niet te verkiezen, aangezien de aanbevelingen in het rapport niet worden onderschreven. Bovendien strekt het onderzoek en het rapport tot slechts zeven van de 21 gemeenten binnen de MRE-samenwerking. Het is daardoor niet realistisch om te verwachten dat de zeven betrokken colleges de aanbevelingen kunnen implementeren. Het ligt eerder voor de hand om in de breedte van beide samenwerkingsverbanden als raden met elkaar in gesprek te
1032462 blad 2 van 4
Raadsvoorstel gaan over de opgedane inzichten en de gewenste verbeterpunten binnen de samenwerking. Waar nodig kan een dergelijk gesprek binnen de MRE-samenwerking en/of binnen de SGEsamenwerking leiden tot een gedragen verzoek aan het algemeen bestuur, dan wel het bestuurlijk platform om bepaalde verbeterpunten op te pakken. 3.1 Collegebrief aan algemeen bestuur MRE Om actie te verbinden aan de uitspraken van de raad over de MRE-samenwerking wordt de stap gezet om het algemeen bestuur van de MRE hier deelgenoot van te maken en concreet de vraag voor te leggen om het gesprek tussen de raden te organiseren. Dit zou deel moeten uitmaken van het proces naar het samenwerkingsakkoord 2023-2026, omdat dit een natuurlijk moment biedt om met elkaar verbeterpunten voor het samenwerken af te spreken en de ambities en doelen in lijn te brengen met uitspraken. In de reactie aan het algemeen bestuur van de MRE op het ambitiedocument is al aangestuurd op het inbouwen van ruimte in het proces voor een fundamenteel gesprek over de samenwerking. 4.1 Verslag doen binnen het bestuurlijk platform SGE De uitkomsten ten aanzien van het SGE sluiten aan bij het gevoel dat er in de negen betrokken gemeenten tevredenheid is over die samenwerking.
Er lijkt geen aanleiding te zijn om actie te ondernemen ten aanzien van de samenwerking, anders dan de aanscherping die al plaatsvindt binnen het proces om tot een nieuwe samenwerkingsagenda voor de periode 2023-2026 te komen. Wel kan verslag worden gedaan van de insteek van de raad van Geldrop-Mierlo binnen het bestuurlijk platform en met interesse kennis worden genomen van de reacties van de andere raden binnen het SGE. Kanttekeningen 2.1 Behoefte en bereidwilligheid andere raden Voor het breed binnen de MRE- en/of SGE-samenwerking aangaan van een gesprek tussen de raden is de raad van Geldrop-Mierlo afhankelijk van de behoefte en bereidwilligheid van de andere raden. Verwacht mag worden dat de zes andere betrokken raden het gesprek willen aangaan. De andere veertien raden binnen de MRE-samenwerking zullen afstand hebben ten opzichte van het rekenkamerrapport en in die raden is wellicht minder behoefte of bereidwilligheid om een dergelijk gesprek te voeren. Hier kan – in het verlengde van de collegebrief - binnen het algemeen bestuur van de MRE op worden verkend en ook worden afgestemd in welke vorm een gesprek tussen de raden kan worden georganiseerd. Wat gaan we daarvoor doen Na besluitvorming door de raad stelt het college de gevraagde brief aan het algemeen bestuur van de MRE op.
Het college zal vinger aan de pols houden hoe het algemeen bestuur de vragen van deze raad oppakt. Daarnaast zal door de burgemeester in het overleg van het bestuurlijk platform van het SGE verslag worden gedaan van de bespreking in de raad. Het college koppelt hierover terug aan de voorzitter van de auditcommissie. Wat mag het kosten Niet van toepassing Duurzaamheid Niet van toepassing Burgerparticipatie Niet van toepassing
1032462 blad 3 van 4
Raadsvoorstel Evaluatie In de auditcommissie wordt over circa een half jaar gereflecteerd op de acties die zijn gevolgd op het rekenkamerrapport. Waar nodig komt de auditcommissie hierop terug bij de raad. Bijlagen: • Rekenkamerrapport inzake MRE/SGE • Reactie college op het rekenkamerrapport MRE/SGE Geldrop, 19 januari 2022
M.G.A.F. van Schaijk, Voorzitter auditcommissie
1032462 blad 4 van 4