RV GM2021-969010 Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 Beslispunten 1. Vast te stellen de Programmabegroting jaarschijf 2022 2. Kennis te nemen van de Meerjarenraming jaarschijven 2023-2025 3. Vast te stellen het activiteitenplan 2022 en het daarmee het beschikbaar stellen van de bedragen in de exploitatie 4. De kredieten voor investeringen uit het activiteitenplan 2022 te voteren 5. De uitkomsten van de septembercirculaire 2021 te verwerken (uitsluitend cijf ermatig m.b.t. het begrotingsresultaat) 6. Het voordelige resultaat van het begrotingsjaar 2022 via de nog vast te stellen systematiek van de nieuwe nota reserves en voorzieningen te storten in de algemene reserve 7. Hiertoe vast te stellen de 1e begrotingswijziging 2022 8. Bijgevoegd addendum vast te stellen
Inleiding De Programmabegroting 2022 is de laatste begroting in deze bestuursperiode. Een bestuursperiode waarin we gestaag hebben gewerkt aan het op orde brengen van de gemeentef inanciën met als doelstelling om ons voorzieningenniveau zowel in Geldrop als Mierlo in stand te houden. De Taskf orce Sociaal Domein is in dit kader tot stand gekomen. De signalen zijn dat de gevolgen van de coronacrisis voor de economie erg mee lijken te vallen. De verwachte toename van bijvoorbeeld het aantal uitkeringsgerechtigden blijf t uit. Nog onduidelijk is het ef f ect van de coronacrisis op de mentale weerbaarheid van onze inwoners. Binnen het sociaal domein is onze aandacht hierop gevestigd. Vooralsnog zien wij geen enorme toename voor bijvoorbeeld de jeugdzorg. In dit raadsvoorstel nemen wij u mee in de totstandkoming van de voorliggende begroting. Hoe zijn wij vanuit het saldo 2021 met tussentijdse wijzigingen gekomen tot het saldo 2022 en welke bijzonderheden zijn er opgenomen in deze begroting. De septembercirculaire maakt geen onderdeel uit van dit boekwerk. Dat komt omdat de septembercirculaire 2021 dit jaar relatief laat is gepubliceerd, omdat Prinsjesdag laat valt. Normaal gesproken worden de uitkomsten hiervan wel verwerkt in de begroting, maar dat kon nu niet omdat de begroting al gereed was en het besluitvormingsproces gestart.
Over de uitkomsten van de septembercirculaire en de gevolgen hiervan op het begrotingssaldo bent u per raadsinf ormatiebrief geïnf ormeerd. De collegeversie van de meerjarenbegroting en de raadsinf ormatiebrief over de septembercirculaire vormen samen de basis voor het raadsbesluit behorende bij de begroting. Op uw verzoek zijn de uitkomsten van de sep tembercirculaire in dit raadsvoorstel al wel verwerkt, vooruitlopend op de besluitvorming hierover.
1
Raadsvoorstel Hierdoor wijken onderstaande tabellen af van de gepresenteerde tabellen in het boekwerk. Als gevolg van het cijf ermatig verwerken van de septembercirculaire zijn voor de periode 2022-2025 alle begrotingsjaren structureel sluitend. Binnen deze periode komt ook de algemene reserve weer op het minimale niveau. De f inanciële tabellen en kengetallen in het boekwerk worden niet aangepast op basis van de septembercirculaire. 1. Uitgangspunt na vaststelling Programmabegroting 2021 en Meerjarenraming 2022-2024 Het uitgangspunt voor het opstellen van een nieuwe begroting is de laatst vastgestelde begroting. Het begrotingstekort wordt in het lopende jaar ten laste van de algemene reserve gebracht. Hierdoor is het saldo bij de start van de nieuwe begroting nihil. Omdat er in de loop van 2021 raadsbesluiten zijn genomen met gevolgen voor het begrotingssaldo in 2022-2025 geldt de som hiervan als uitgangspunt. Verloop begrotingssaldo
2022
2023
2024
2025
Begrotingssaldo in MPB 2021-2024 voor mutaties reserve - waarvan incidenteel - waarvan structureel
-173.291 30.460 -203.751
741.325 -630.256 1.371.581
2.004.964 23.648 1.981.316
2.555.930 0 2.555.930
Tekort ten laste van Algemene reserve
173.291 -741.325
-2.004.964
-2.555.930
18.664
13.446
8.184
-15.402
18.664
13.446
8.184
-15.402
Overschot ten gunste van Algemene reserve Eerdere besluitvorming raad in 2021 Uitgangspunt MPB 2022-2025
2
Raadsvoorstel 2. Structurele effecten tussentijdse rapportages, autonome ontwikkelingen, actualisatie reserves, voorzieningen en investeringen en gesloten exploitaties Een belangrijk aspect bij het opstellen van de begroting betref t het actualiseren van budgetten door autonome ontwikkelingen. Het gaat hierbij om het bestaande beleid. Voor de jaren 2022-2025 betref t het onderstaande mutaties. Een toelichting per onderdeel staat beschreven in de begroting. Verloop begrotingssaldo
2022
2023
Uitgangspunt MPB 2022-2025
18.664
13.446
8.184
-15.402
-193.864
-153.543
-153.269
-152.990
47.552
15.033
11.896
104.885
0
0
0
0
Actualisatie staat van salarissen
347.493
519.968
702.747
908.982
Berekening diverse gesloten exploitaties
74.199
72.795
78.031
88.182
Correcties budgetten bestaand beleid
-85.409
-39.964
5.688
-278.155
Gevolgen Meicirculaire 2021
-62.502
-353.323
-555.046
-615.012
Geactualiseerd begrotingssaldo bestaand beleid
146.133
74.412
98.231
40.490
Structurele gevolgen 1e tussentijdse rapportage 2021 Actualisatie staat van investeringen Actualisatie staat van reserves en voorzieningen
2024
2025
3. Mutaties als gevolg van knelpunten bestaand beleid, uitbreiding bestaand beleid en nieuw beleid (nieuw in de begroting) In aanloop naar het opstellen van de begroting hebben we als college gekozen om terughoudend te zijn in het opnemen van nieuw beleid in de begroting. Binnen de vraag naar middelen hebben we vervolgens een onderscheid gemaakt of er sprake is van een vraag naar middelen uit een knelpunt binnen het bestaande beleid of er sprake van uitbreiding van bestaand beleid dan wel daadwerkelijk van nieuw beleid. Uiteindelijk resulteert deze aanpak voornamelijk in de vraag naar middelen vanuit knelpunten in het bestaande beleid. In de begroting is per programma de vraag naar middelen opgenomen met een toelichting daarbij. Daarnaast is alle vraag naar middelen opgenomen op het activiteitenplan (pagina’s 173-177 boekwerk begroting). Verloop begrotingssaldo Saldo na aanpassing bestaand beleid
2022 146.133
2023 74.412
2024 98.231
2025 40.490
Nieuw in de begroting (activiteitenplan)
-1.034.633
-591.461
-634.015 -1.104.143
Begrotingssaldo na nieuw beleid
-888.500
-517.049
-535.784 -1.063.653
3
Raadsvoorstel Het bedrag van € 1.034.633,- is als volgt samen te vatten: Nieuw in begroting (samengevat)
2022
Reeds opgenomen in kadernota
223.728
Nieuw in MPB 2022-2025 Personele aangelegenheden (knelpunten bezetting en ICT sociaal domein)
256.000
Opstellen nieuwe beleidsstukken (accommodatiebeleid en klimaatadaptatieplan)
80.000
Continuering cultuurverkenner
35.000
Eikenprocessierups bestrijding
71.000
Extra groot onderhoud
101.000
Omgevingswet (doorgeschoven gelden, overschot 2021)
170.000
Verschillen < € 25.000,-
97.905
Totaal
1.034.633
4. Opgenomen stelposten in de begroting 2022-2025 Bij de begroting 2021 hebben we, om een zo getrouw mogelijk begrotingsresultaat te presenteren, een aantal stelposten gecreëerd. Onderwerpen waarvoor in programma 11 een stelpost is opgenomen en die na raadsbesluit worden overgebracht naar het inhoudelijke programma. Ook in de voorliggende begroting hebben wij deze methodiek voortgezet. Er wordt een stelpost geraamd als er over de inzet van deze budgetten nog onduidelijkheid is. Stelposten
2022
a. Post onvoorzien
77.500
77.500
77.500
b. Stelpost gevolgen van terugdraaien materiële kostenindex 2021
76.469
76.469
76.469
76.469
c. Geoormerkte gelden uit Meicirculaire 2021
191.297
196.501
208.921
222.194
d. Indexering
163.391
797.861
1.448.006
2.131.432
e. Stelpost coronacrisis (meerkosten > compensatie Rijk)
300.000
0
0
0
f. Stelpost PlusTeam
43.000
43.000
43.000
43.000
g. Stelpost Laco Totaal
2023
2024
2025 77.500
100.000
100.000
100.000
100.000
1.115.048
2.089.192
3.401.902
4.782.027
a. De post onvoorzien vormt een jaarlijkse stelpost en bedraagt elk jaar € 77.500,-. b. Eén van de maatregelen in het kader van de ombuigingen uit de begroting 2021 was om geen materiële kostenindex toe te passen op budgetten. Omdat dit niet in alle gevallen kan, is een stelpost opgenomen om de extra (structurele) kosten alsnog te dekken. Bij de jaarrekening 2021 zal duidelijk zijn of deze post nog benodigd is en tot welk bedrag. Het eventuele overschot kan op dat moment ten gunste van het resultaat worden gebracht.
4
Raadsvoorstel c.
In de circulaire uit de algemene uitkering zijn gelden opgenomen met een doel. Deze gelden worden bij de begroting op een stelpost opgenomen en pas vrijgegeven als blijkt dat voor dat doel nog geen budgetten in de begroting zijn opgenomen. d. Voor de indexering van de loonkosten, materiële kosten en gewogen kostenontwikkeling is een stelpost opgenomen. e. Voor extra kosten die ontstaan als gevolg van de coronacrisis hebben wij in de begroting van vorig jaar een extra bedrag opgenomen voor 2021 en 2022. f. Van de stelpost voor het PlusTeam, die vorig jaar in de begroting is opgenomen, is op dit moment nog structureel € 43.000,- beschikbaar. g. De onderhandelingen met Laco over de toekomst van het zwembad De Smelen lopen nog steeds. Het is hierbij ook reëel te veronderstellen dat hiervoor uiteindelijk extra budget nodig is. Hiervoor is in de vorige begroting een stelpost op genomen die we laten staan. Na vaststelling van het nieuw beleid door de raad komt hier de stelpost IHP bij. Deze staat nu nog op het activiteitenplan. De stelpost IHP is geraamd vanaf begrotingsjaar 2025 (2025: € 475.000,-). Voor de voorgestelde stelposten op basis van de septembercirculaire zie punt 6. 5. Voorstellen tot heroverwegingen In de vorige begroting hebben we de negatieve begrotingssaldi uit 2021 en 2022 aangevuld via de algemene reserve.
De positieve begrotingssaldi uit 2023 en 2024 hebben we juist gestort in de algemene reserve. Dit laatste is onderdeel van het herstelplan algemene reserve, omdat de raad het minimum van deze reserve op € 3,5 miljoen heef t gesteld. Door "af rekening" van het begrotingssaldo met de algemene reserve bedraagt het begrotingssaldo in alle jaren onder d e streep € 0,-. In de nieuwe (nog in de commissie en raad te bespreken) nota Reserves en voorzieningen stellen wij voor om positieve begrotingssaldi niet meer te storten in de algemene reserve wanneer het minimum saldo van € 3,5 miljoen is bereikt. Hierd oor blijf t het verwachte (positieve) resultaat in de exploitatie staan. Negatieve begrotingssaldi worden wel onttrokken aan de algemene reserve. Als er tijdens het lopende boekjaar overschotten zijn, dan worden eerdere onttrekkingen aan de algemene reserve ongedaan gemaakt. Het saldo wat dan resteert blijf t in de exploitatie. Bij de jaarrekening is dan een zuivere vergelijking te maken tussen het werkelijke rekeningresultaat en het verwachte resultaat. Vooruitlopend op het bovenstaande stellen wij voor om dit al toe te passen in deze meerjarenbegroting. Dit betekent dat het positieve begrotingssaldo uit 2023 nog volledig in de algemene reserve moet blijven staan (immers: het saldo in de algemene reserve is nog < € 3,5 miljoen).
Het positieve begrotingssaldo uit 2024 kan voor een deel (€ 1.353.147,-) terugvloeien naar de exploitatie. Het resterende deel moet in de algemene reserve blijven staan (zodat het saldo in de algemene reserve = € 3,5 miljoen). In 2025 kan het positieve begrotingssaldo in z'n geheel in de exploitatie blijven (hoef t niet meer gestort te worden in de algemene reserve, want saldo = € 3,5 miljoen).
5
Raadsvoorstel De verwerking hiervan in de begroting laten we zien aan de hand van 2 stappen. Stap 1: het achterwege laten van de storting van het positieve saldo in de algemene reserve Verloop begrotingssaldo
2022
2023
2024
Begrotingssaldo in MPB 2022-2025 (subtotaal)
-888.500
-517.049
-535.784
-1.063.653
0
741.325
2.004.964
2.555.930
-888.500
224.276
1.469.180
1.492.277
305.971 -1.194.471
-562.032 786.308
100.308 1.368.872
26.666 1.465.611
I. Heroverwegingen Achterwege laten storting positief saldo in algemene reserve Begrotingssaldo in MPB 2022-2025 (subtotaal) - waarvan incidenteel - waarvan structureel
2025
Na de heroverweging van stap 1 ziet het verloop van de algemene reserve er als volgt uit: Algemene reserve (zonder herstelplan) Stand per 31 december
2022
2023
2024
2025
1.973.907
2.623.907
2.623.907
2.623.907
Omdat de algemene reserve hierdoor ver onder het minimum van € 3,5 miljoen blijf t, storten we een gedeelte van het positieve saldo alsnog (stap 2). Stap 2: herstelplan algemene reserve Verloop begrotingssaldo
2022
2023
2024
2025
Begrotingssaldo in MPB 2022-2025 (subtotaal)
-888.500
224.276
1.469.180
1.492.277
0
-741.325
-651.817
0
-888.500 -517.049 305.971 -1.303.357 -1.194.471 786.308
817.363 -551.509 1.368.872
1.492.277 26.666 1.465.611
I. Heroverwegingen Herstelplan algemene reserve Begrotingssaldo in MPB 2022-2025 - waarvan incidenteel - waarvan structureel
Na de heroverweging van stap 2 ziet het verloop van de algemene reserve er als volgt uit: Algemene reserve (met herstelplan) Stand per 31 december
2022 1.973.907
2023 2.848.183
2024 3.500.000
2025 3.500.000
In 2024 is de algemene reserve weer op het minimum van € 3,5 miljoen. Om inzichtelijk te maken wat de stand van de algemene reserve bedraagt op begrotingsbasis, staat hieronder het saldo van de algemene reserve in geval van volledige resultaatbestemming ten gunste van de algemene reserve. Bij de jaarrekening worden de overschotten in de exploitatie namelijk verrekend met eventuele tekorten en daarna (in dit geval volledig) gestort in de algemene reserve. Verloop algemene reserve (incl. resultaatbestemming)
2022
2023
2024
2025
Stand per 31 december
1.973.907
2.848.183
4.317.363
5.809.640
6
Raadsvoorstel 6. Uitkomsten septembercirculaire Hieronder zijn de uitkomsten van de septembercirculaire weergeven. 2022
2023
2024
2025
4.673.232
1.334.741
1.350.392
1.615.814
- Storten in reserve Rijkscompensatie corona (#)
68.883
0
0
0
- In exploitatie opnemen als stelpost (^)
66.285
22.284
22.284
22.284
- Storten of onttrekken egalisatiereserve Sociaal Domein (*)
2.817.188
0
0
0
Effect begrotingssaldi (resultaat algemene uitkering)
1.720.876
1.312.457
1.328.108
1.593.530
230.000
230.000
230.000
230.000
Stelpost extra middelen Jeugd 2023 e.v.
0
1.699.813
1.555.979
1.383.057
Oormerken extra middelen Jeugd 2023 e.v.
0
-1.699.813
-1.555.979
-1.383.057
-577.000
-642.000
-657.500
-749.500
0
-88.150
-87.720
-87.290
1.373.876
812.307
812.888
986.740
Verschil September- en Meicirculaire
Vrijval handmatige correctie i.v.m. WOZ-waarden
Verhogen stelpost loon- en prijsbijstelling 2022-2025 Stelpost noodlokalen Luchen Netto resultaat
Hieronder is het ef f ect van de septembercirculaire op het verloop van het begrotingssaldo weergeven. Verloop begrotingssaldo Begrotingssaldo in MPB 2022-2025
2022 -888.500
2023 -517.049
2024 817.363
2025 1.492.277
Uitkomsten septembercirculaire (netto resultaat)
1.373.876
812.307
812.888
986.740
Begrotingssaldo na uitkomsten septembercirculaire - waarvan incidenteel
485.376 295.258 305.971 -1.303.357
1.630.251 -551.508
2.479.017 26.666
- waarvan structureel
179.405
2.181.760
2.452.231
1.598.615
Indien we dezelf de methodiek als bij punt 5 toepassen ziet het verloop van de algemene reserve met herstelplan inclusief de septembercirculaire er als volgt uit: Algemene reserve (met herstelplan) Stand per 31 december*
2022 3.347.783
2023 3.997.783
2024 3.997.783
2025 3.997.783
*in de RIB over de septembercirculaire is abusievelijk de stand per 1 januari weergeven, daardoor wijken de bedragen in 2022 en 2023 af.
In 2023 is de algemene reserve weer boven het minimum van € 3,5 miljoen. Indien we dezelf de methodiek als bij punt 5 toepassen ziet het verloop van de algemene reserve met resultaatbestemming en inclusief de septembercirculaire er als volgt uit: Verloop algemene reserve (incl. resultaatbestemming) Stand per 31 december*
2022 3.347.783
2023 5.034.366
2024 7.316.434
2025 9.795.451
*in de RIB over de septembercirculaire waren de stortingen en onttrekkingen uit besluitvorming eerdere jaren abusievelijk niet meegenomen, hierdoor wijkt de totaalstand € 657.436,- positief af (€ 7.436,- vanaf 2022 en € 657.436,- vanaf 2023).
7
Raadsvoorstel 7. Ratio weerstandsvermogen Een belangrijk derde element in de f inanciële positie van de gemeente is het zogenaamde weerstandsvermogen. Een verzamelterm om aan te geven of de vrij beschikbare reserves voldoende groot zijn om mogelijke f inanciële tegenvallers te kunnen bekostigen. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn de risico’s in beeld gebracht. Met daarbij de beschikbare vrije reserves. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het weerstandsvermogen van de algemene dienst en die van het grondbedrijf . Het weerstandsvermogen van de algemene dienst op basis van deze begroting bedraagt 1, 65 en die van het grondbedrijf 0,84. Beide ratio’s passen hiermee binnen de normen. De ratio’s zijn niet herrekend op basis van de septembercirculaire. 8. Capaciteitenraming Bij de raadsbehandeling van de kadernota in juli heef t de raad een amendement vastgesteld waarbij is besloten om bij de (f inanciële) begroting ook een capaciteitenraming op te stellen. Dit met als doel dat alle in de begroting 2022 opgenomen onderwerpen oo k daadwerkelijk binnen de bestaande organisatie kunnen worden uitgevoerd. In paragraaf Bedrijf svoering hebben wij de resultaten uit deze capaciteitenraming opgenomen. Daar waar wij de opdracht niet binnen de bestaande organisatie kunnen uitvoeren is hiervoor een vraag naar middelen opgenomen.
In deze begroting gaat het om f ormatie in het kader van de Centrum Impuls en projectleiderschap voor de uitvoering van het IHP, Laco en Hof dael. Wat willen we bereiken In deze voor gemeenten f inancieel moeilijke jaren willen we de goede balans bereiken tussen een gezonde f inanciële situatie en meerjarenbegroting, een reservepositie die voldoende is om toekomstige risico’s op te vangen en een weerstandsvermogen van zowel grondexploitaties als de algemene dienst die vallen binnen de positieve waarden. Binnen dit geheel willen wij het voorzieningenniveau zo goed mogelijk in stand houden en daar waar nodig verbeteren.
8
Raadsvoorstel Argumenten 1.1 De gemeenteraad stelt jaarlijks de programmabegroting vast. Met het vaststellen van de programmabegroting worden de inhoudelijke en f inanciële kaders door de gemeenteraad verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 2.1 Gemeenten zijn verplicht om naast de begroting voor het komende jaar ook een meerjarenraming op te stellen en hiermee in te stemmen. De budgetcyclus bedraagt hiermee vier jaren. Als het gaat om investeringen in de begrotingsjaren 2023-2025 worden deze nu nog niet vastgesteld. Besluitvorming over het daadwerkelijk beschikbaar stellen vindt plaats bij de begroting van het betref f ende jaar. Dit is ook van toepassing daar waar het gaat om extra budgetten in de exploitatie. Bij vaststelling van het activiteitenplan vindt de f ormele besluitvorming plaats. 3.1 In het activiteitenplan (pagina’s 173-177 boekwerk begroting) zijn de mutaties in budgetten opgenomen voor de exploitatie. In de toelichting bij de programma’s is de inhoudelijke toelichting bij deze aanpassing opgenomen. 4.1 In het activiteitenplan (pagina’s 173-177 boekwerk begroting) zijn de mutaties in investeringen opgenomen. In de toelichting bij de programma’s is de inhoudelijke toelichting bij deze aanpassing opgenomen.
5.1 Het cijf ermatig verwerken van de septembercirculaire 2021 geef t een getrouwer beeld van het begrotingssaldo en de stand van de algemene reserve weer. 6.1 Om voor zover mogelijk te voldoen aan het minimum van € 3,5 miljoen bij de algemene reserve wordt voorgesteld om het voordelig resultaat van het begrotingsjaar 2022 te storten in de algemene reserve. 7.1 Middels de 1e begrotingswijziging 2022 worden de aanpassingen ten opzichte van het boekwerk cijf ermatig verwerkt. 8.1 Via het bijgevoegde addendum worden een aantal onvolkomenheden hersteld.
9
-i\hz- -lï*"r-rv{íerlo Raadsvoorstel Kanttekeningen 1.1 De kosten voorde zorg zijn al jaren vele malen hoger dan de gelden die we als gemeente
ontvangen. Dat heeft geleid tot een forse bezuinigingsdoelstelling die de komende jaren in een cruciale fase belandt. Nog steeds moeten alle zeilen worden bijgezet om beter grip te krijgen op die zorgf inanciering. Dit blijft een continue aandachtspunt, zeker ook omdat de tekorten zich naast de jeugdzorg nu verder toespitsen op de Wmo. Het is daarom denkbaar dat we de bezuinigingen slechts ten dele of pas later zullen realiseren.
1.2Zoals beschreven in programma 6 van de begroting wordt naar verwachting eind 2021 de toekomstvisie Hof dael vastgesteld. Af hankelijk van de gekozen koers zou dit tot extra kosten kunnen leiden. Hier is in deze begroting nog geen rekening mee gehouden.
Bijlage
1. Boekwerk Meerjarenbegroïing 2022-2025 2. Addendum Meerjarenbeg roting 2O22-2025 Geldrop, 2 november 2021
{ Bree
secretaris
b