CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

RV GM2021-270577 Ontwerp-Afvalstoffenverordening 2021.pdf

Commissie Ruimte 14 september 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Ontwerp-Afvalstoffenverordening10.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

-il]rz- -I1],.,'o-Míerlo

Raadsvoorstel

Onderuverp Ontwerp-Afvalstoffenverordeni ng 2021

Beslispunten 1. lnstemmen met de Ontwerp-Afvalstoffenverordening 2021 ; 2. Ermee instemmen dat de Ontwerp-Afvalstoffenverordening 2021wordt vrij gegeven voor inspraak.

lnleiding De huidige Afvalstoffenverordening dateert van 2OO4 en moet geactualiseerd worden. Zo is sinds 1 juli 2020 is het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna Besluit) van kracht. Gemeenten zijn met ingang van I januari202l wettelijk verplicht om gft, papier, metaal, kunststof, glas en elektronische apparatuur gescheiden in te zamelen. Voor textiel en gevaarlijke afvalstoffen gaat deze verplichting in per 1 januari 2025. Eerder is door uw raad besloten tot de invoering van de zogenoemde Ja-Ja sticker. Ook hiervoor is het noodzakelijk dat de huidige Afvalstoffenverordening aangepast wordt. Gemeenten hebben tot 1 januari 2021 de tijd om de afvalstoffenverordening aan te passen aan het Besluit. Conform artikel 10.26,lid 2 van de Wet milieubeheer betrekt de gemeenteraad bij de voorbereiding de ingezetenen en belanghebbenden.

Wat willen we bereiken De verordening, gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen, moet op diverse onderdelen geactualiseerd worden en moet uiteraard voldoen aan het Besluit.

Argumenten 1.1 De Ontwerp-Afualstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2021 voldoet aan de doelstelling ter bescherming van het milieu dat zich richt op doelmatig beheer van afualstoffen. De Afualstoffenverordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Tegenwoordig wordt afval steeds meer benaderd als grondstof. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling zijn daarbijvan wezenlijk belang 1.2 De Afualstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2021 voldoet aan de gescheiden inzameling huishoudelijke afualstoffen uit het Besluit. De lijst uit artikel I van het Besluit, bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die ten minste gescheiden moeten worden ingezameld, is overgenomen in de Ontwerp-Afvalstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2021.

1.3 De Afualstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2021 is gebaseerd op de nieuwe ModelAfual stoffe nverorde ni ng va n de V N G. De verordening biedt de mogelijkheid tot het stellen van voorschriften en beperkingen in aanwijzingsbesluiten m.b.t. de inzameldienst of inzamelaars, is er meer ruimte voor het college om vorm te geven aan de regeling van de gescheiden inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en om te werken met vrijstellingen voor andere inzamelaars. Bovendien biedt de verordening de mogelijkheid om het aanbieden van bedrijfsafvalstoffen aan anderen dan de inzameldienst te reguleren. Overige zaken die nu via de Afvalstoffenverordening geregeld worden zijn: o het aspect zwerfafval in overeenstemming gebracht met het Activiteitenbesluit milieubeheer; . de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren is toegevoegd omdat de Wet dieren de wettelijke plicht bevat om bij verordening regels te stellen over de aangifte, het bewaren en

270577 blad I van 3

-:t),:-

t

-'t

a

a

a

-s Geldrop-Míerlo

Raadsvoorstel

inzamelen van dode gezelschapsdieren. ln onze gemeente is overigens de inzameling van overleden gezelschapsdieren in de praktijk al ingeregeld: op de milieustraat kunnen overleden huisdieren worden ingeleverd, zijn voorzieningen daarvoor getroffen en dit is op de website van Cure vermeld. Het toegevoegde artikel is dus een formele vastlegging van een al bestaande praktijk; opname van een wijzigingsartikel in het kader van de Omgevingswet en overgangsrecht. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet worden hiermee een aantal artikelen van deze verordening meteen juridisch gewijzigd. Dit betekent dat na inwerkingtreding van de Omgevingswet deze verordening niet om die reden opnieuw hoeft te worden geactualiseerd; en last but not least: na vaststelling van de nieuwe verordening kan overgegaan worden tot de daadwerkelijke invoering van de zogenaamde Ja-Ja sticker, zoals al eerder door uw raad is besloten (Artikel 15a). ln de afgelopen periode is er veel jurisprudentie ontstaan over de invoering van deze sticker, waardoor er nu meer duidelijkheid is ontstaan over wat wel en wat niet de gemeente via de verordening kan en mag regelen. Dat geldt met name voor een verbod op het verspreiden van de huis-aan-huis bladen. Uit jurisprudentie is gebleken dat dit niet mogelijk is als het huis-aan-huisblad voor 10o/o of meer een buurtgerichte redactionele inhoud heeft.

ln de toelichting bij dit artikelwordt uitgebreid beschreven wat wel en niet mogelijk is met de diverse stickers. ln aanvulling op de Model-Afvalstoffenverordening van de VNG leek het ons goed om een extra artikel op te nemen over het houden van afvalproeven (artikel2la), waarbij een aantal voonryaarden van kracht zijn. Diverse gemeenten houden proeven om in praktijk te bezien of via een bepaalde werkwijze/inzamelmethode het ingezamelde afval verder is of kan worden gescheiden of hergebruik kan worden bevorderd zodat grondstoffen opnieuw benut kunnen worden. ln het kader van het nieuwe Afval- en Grondstoffenplan 2022-2025 is het goed mogelijk dat ook in onze gemeente dergelijke proeven gehouden worden. Hierover is echter niets opgenomen in de Model-Afualstoffenverordening van de VNG.

2.1 Op de Ontwerp-Afualstoffenverordening is de lnspraakverordening van toepassing. lndien de inzamelfrequentie lager is dan eenmaal per week, is de lnspraakverordening van toepassing en is artikel 5 (milieustraat) verplicht. Dit vloeit voort uit de Wet Milieubeheer. lndien bioafval, metaal, kunststof of glas niet gescheiden worden ingezameld, is de lnspraakverordening ook van toepassing. Dat is van toepassing op onze gemeente: de inzamelfrequentie van alle afvalstromen is in onze gemeente nu lager dan eenmaal per week en bij de ondergrondse afvalcontainers wordt het bioafval samen met het restafval ingezameld. Dat geldt ook voor het kunststof: dat wordt samen met metalen verpakkingen en drankkartons ingezameld.

Kanttekeningen 1.1 De Afualstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2021 voldoet niet aan de datum van inwerkingtreding, genoemd in het Besluit. Het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen stelt dat gemeenten hun afvalstoffenverordening uiterlijkl januari 2021 moeten aanpassen om te voldoen aan artikel 1 en2, eerste lid van het Besluit. Artikel í geeft een opsomming van de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die ten minste gescheiden moeten worden ingezameld. De vigerende afvalstoffenverordening voldoet hieraan, met uitzondering van "kunststof verpakkingsmateriaal" dat echter in praktijk al vanaf 2010 gescheiden wordt ingezameld en vanaf 2015 tezamen met metalen verpakkingen en drankkartons (PBD). 1.2 De nieuwe afualstoffenverordening is de juridische basÍs van het nieuwe Afual- en G rond stoffe n pl a n 20 22-20 2 5

270577 blad 2 van 3

-it]r;--Iïr*r. Míerlo

Raadsvoorstel

De nieuwe afvalstoffenverordening is de juridische basis voor het nieuwe Afval- en Grondstoffenplan 2022-2025. Het Afval- en Grondstoffenplan 2022-2025 wordt na de zomer ter besluitvorming voorgelegd. De voorgeslelde maatregelen uit het nieuwe Afval- en Grondstoffenplan worden na besluitvorming verwerkt in het Uitvoeringsbesluit behorende bij de nieuwe afualstoffenverordening. Hiermee is zowel het beleid, als de uitvoering juridisch goed geborgd.

Wat gaan we daarvoor doen Als uw raad ermee instemt dat de Ontwerp-Afvalstoffenverordening vrijwordt gegeven voor inspraak, dan zullen alle inwoners en belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze, zowel mondeling als schriftelijk, te geven over de verordening. De uitgebrachte zienswijzen worden becommentarieert in een "Nota van Zienswijzen" en aan uw raad voorgelegd. Aan de hand van deze nota kan uw raad de als dan niet gewijzigde verordening daarna vaststellen. Pas na de bekendmaking ervan wordt de verordening definitief van kracht. Wat mag het kosten Aan deze verordening zijn geen kosten verbonden Concrete voorstellen en/of maatregelen op basis van (nieuwe) uitvoeringsbesluiten dan wel voortvloeiende uit het nieuwe Afval- en Grondstoffenplan kunnen wel tot kosten leiden. Deze kosten worden binnen het normale begrotingsproces van de Gr Cure vertaald en voorgelegd. Duurzaamheid De verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen. Dat komt ten goede aan de duurzaamheid.

Burgerparticipatie Elke inwoner heeft afval en komt daardoor in aanraking met de bepalingen uit de Afvalstoffenverordening. Voordat deze vastgesteld kan worden moet de mogelijkheid gegeven zijn om hierover een zienswijze te geven. Deze zienswijzen worden betrokken bij de vaststelling van de verordening.

Evaluatie n.v.t.

Bíjlagen: o Ontwerp-Afvalstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2021 inclusief Toelichting Geldrop, 2O juli 2021

Secretaris

meester

270577 blad 3 van 3

ONTWERP

Afvalstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2OZI Besluit van de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo tot vaststelling van de Afva lstoffenverordeni ng Geld rop- M ie rlo 2O2L De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer];

gelet op de artikelen 10.23, eerste lid,10.24, tweede lid, 10.25 en 1"0.26, eerste lid, van de Wet milieubeheer en artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen; gezien het advies van de commissie Ruimte en het verslag van de inspraakprocedure;

besluit vast te stellen de volgende verordening Afva lstoffenverorden i ng Geld rop- M ie rlo 2O2l

5 1. Algemeen Artikel 1. Definities ln deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden; - inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats; - inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of plaats ten behoeve van meerdere huishoudens; - perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. - huis-aan-huisblad: ongeadresseerd blad dat met een vaste frequentie gratis huis aan huis wordt verspreid in een geografisch beperkt gebied, waarvan tenminste tO%van de inhoud bestaat uit informatie over en nieuws uit het eigen verspreidingsgebied, niet zijnde reclame; - ongeadresseerd reclamedrukwerk: reclamedrukwerk of proefmonsters van producten die gratis huis aan huis worden verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a. een huis-aan-huisblad of andere informatie over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om

te weten; b. drukwerk van vrijwilligers of niet-commerciële organisaties.

Artikel 2. Doelstelling De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.

S 2. Huishoudelijke afvalstoffen Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst 1. De Gemeenschappelijke regeling Cure is als inzameldienst belast met de inzameling van

huishoudelijke afvalstoffen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst

huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.

Artikel4. Regulering van andere inzamelaars 1. Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen,

tenzij de inzamelaar: a. daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;

b. bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld; of c. verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde

lid, van de Wet milieubeheer. 2. Burgemeester en wethouders kunnen aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, onder a, voorschriften verbinden en beperkingen stellen. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de gemeente waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, achter te laten.

Artikel 6. Algemene verboden Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen: a. ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als

bedoeld in artikel4, eerste lid; b. over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid; of c. achterte laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.

Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling 1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen

die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel. 2. ln ieder geval de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld: - bioafvol; - papier en karton;

- metaal; - glas;

- textiel; - ku nststof ve r po kki n gs mate ria o I; - elektrische of elektronische apparotuur; - klein gevaarlijk afvol.

3.

a. Bioafval wordt ingezameld met restafval op de locaties waarbij door middel van een ondergrondse restafvalcontainer wordt ingezameld; b. plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons worden gezamenlijk ingezameld.

Artikel 8. Gescheiden aanbieding 1. Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan

afzonderlijk: a. ter inzameling aan te bieden;

b. achterte laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende besta nddelen verschillend worden vastgesteld.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouder te stellen regels over het gebruik van: a. inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel; b. inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel. 2. Het is verboden om een inzamelmiddel na afloop van de bepaalde dag en tijden, bedoeld in artikel 9, buiten een perceel te laten staan. 3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor categorieën van percelen. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

S 3. Bedrijfsafvalstoffen Artikel 11. lnzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst Burgemeester en wethouders kunnen bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen aanwijzen die worden ingezameld door de inzameldienst die is aangewezen op grond van artikel 3, in gevallen waarin de voor deze inzameling krachtens de "Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten" verschuldigde heffing is voldaan.

Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het is verboden anders dan in overeenstemming met artikel L1 bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen L. Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling van de krachtens artikel 11 aangewezen bedrijfsafvalstoffen, 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst, Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden.

5 4. Zwerfafval en overige Artikel 14. Dumpingsverbod 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder

of nadelige beïnvloeding van het milieu te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bed rijfsafva lstoffen in overeenstem m ing m et deze verordening; b. het composteren van huishoudelijk groente-, fruit- of tuinafval op het perceel waar dit is

ontstaan; c. het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel L van de Wegenverkeerswet L994; d, handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit. 3. lndien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan

buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen. 2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde. 3. Het is verboden zwerfafval te veroorzaken door ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins te behandelen.

Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk L. Een huis-aan-huísblad mag worden bezorgd bij een perceel, tenzij de bewoner of gebruiker expliciet kenbaar heeft gemaakt geen prijs te stellen op het ontvangen ervan, 2. Het is verboden ongeadresseerd reclamedrukwerk te bezorgen bij een perceel, tenzij de bewoner kenbaar heeft gemaakt prijs te stellen op het ontvangen ervan.

Artikel L6. Twerfafval rondom inrichtingen 1. Degene die een inrichting drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de inrichting van een steeds voor

gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval. 2. Degene die de inrichting drijft verwijdert zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, afval of andere materialen, die kennelijk uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting zijn bestemd, binnen een straal van ten minste 25 meter van de inrichting. 3. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin wordt voorzien door het Activiteitenbesluit

milieubeheer.

Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg 1. Het is verboden een weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1.994, te verontreinigen of het milieu nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten. 2. Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of het milieu nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.

Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel L.L van de Wet milieubeheer op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overd ragen va n h u ishoud el ij ke afva lstoffen.

Artikel 19. Ontdoen van autowrakken Het is verboden zich te ontdoen van een autowrak dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken.

9 4a. Kadovers van gezelschapsdieren Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren L. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gezelschapsdier verstaan: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier. 2. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld. 3. Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij Rendac Son B.V. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan Rendac Son B.V, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren. 4. Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af [op een aangewezen verzamelplaats OF aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lidl. 5. Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal. 6. Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening LO69/2009/EG.]

I 5. Handhaving en toezicht Artikel 20. Strafbare feiten Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met L0 en 12 tot en met 19[o] bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel La, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 21. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.

S 6. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 21a. Het houden van afvalproeven

t. ln dit artikel wordt verstaan onder afvalproef: het afwijken van het bepaalde in artikelen 7 en/of 8 van deze verordening met het oog op verder scheiden ofjuist samenvoegen van door het college van burgemeester en wethouders te bepalen afvalstromen teneinde kennis op te doen waardoor verdere afvalscheiding dan wel hergebruik wordt bevorderd.

2. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten tot het houden van een afvalproef/pilot.

3. Deelname aan een afvalproef/pilot mag geen financieel nadeel opleveren voor de deelnemers ervan.

4. ln het besluit, zoals genoemd in het tweede lid, wordt in ieder geval opgenomen: a. het precieze doel van de betreffende afvalproef/piloq

b. de tijdsduur van de betreffende afvalproef/piloq c. van welke regels wordt afgeweken;

5. 6.

d. voor welk geografisch gebied de betreffende afvalproef/pilot geldt; e. de aan de betreffende afvalproef/pilot verbonden voorwaarden. De raad wordt uiterlijk vier weken voor aanvang van een afvalproef/pilot door het college van burgemeester en wethouders geïnformeerd over de betreffende afvalproef/pilot. ledere afvalproef/pilot wordt geëvalueerd. Als de evaluatie daarvan aanleiding geeft tot het aanpassen van deze verordening, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de in lid 3 onder b genoemde tijdsduur van de betreffende afvalproef/pilot te verlengen met het oog op het aanpassen van de verordening.

Artikel 22.Wiizigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht

L. Op aanvragen om een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 23, waarop op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. Besluiten ter uitvoering of handhaving van bepalingen van de verordening als bedoeld in artikel 23 worden geacht te zijn genomen ter uitvoering of handhaving van deze verordening. 2. Op het tijdstip waarop de Omgevingswet in werking treedt, wordt deze verordening gewijzigd als volgt: a. in artikel 1.4, tweede lid, onder d, wordt "Waterwet" vervangen door "Omgevingswet"; b. in artikel L6 vervallen de aanduiding"T." voor het eerste lid, en het tweede en derde lid;

c. in artikel 18 vervalt "en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet

milieubeheer" en na het slot van het artikel wordt toegevoegd "Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven."; d. in artikel 19 wordt "anders dan door afgifte aan een inrichting als bedoeld in artikel 5 van het Besluit beheer autowrakken" vervangen door "anders dan door afgifte aan de houder van een omgevingsvergunning voor het demonteren van autowrakken of wrakken van tweewielige motorvoertuigen"; e. in artikel 21 wordt na "Wet algemene bepalingen omgevingsrecht" ingevoegd "of artikel 18.6 van de Omgevingswet".

Artikel 23. lntrekking oude verordening De Afvalstoffenverordening Geldrop-Mierlo uit 2004 wordt ingetrokken

Artikel 24. lnwerkingtreding en citeertitel L. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de bekendmaking ervan

2. Deze verordening wordt aangehaald als: "Afvalstoffenverordening Geldrop-Mierlo 2027"

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ldotrtm], De voorzitter,

De griffier,

TOELICHTING

Algemeen L. Inleiding De Afvalstoffenverordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van

een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. ln een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. Welke bestanddelen van het afval gescheiden dienen te worden veranderd. Nieuwe technieken maken bijvoorbeeld de scheidíng van kunststof mogelijk. Gemeenten werken mee in het Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval om te komen tot minder huishoudelijk afval en tot het beschikbaar krijgen van meer waardevolle grondstoffen van de juiste kwaliteit. Deze verordening moderniseert de regels van de gemeente op dit terrein.

-

Grondslagen De verordening geeft uitvoering aan de verplichting van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (hierna: Wm), waarin de raad wordt opgedragen om in het belang van de bescherming van het milieu een Afvalstoffenverordening vast te stellen. De regels over het zwerfafval houden verband met de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de openbare ruimte maar zijn vanwege de samenhang met het onderwerp van de Afvalstoffenverordening opgenomen in deze verordening. De artikelen 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26, eerste lid, van de Wm bevatten voorschriften waa raa n d e Afva lstoffenverordeni ng moet voldoen. De opname van paragraaf 4a inzake de inzamelingvan kadavers van gezelschapsdieren heeft als grondslag artikel 3.5, eerste lid, van de Wet dieren. Artikel 2, eerste lid, van het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen (hierna: Besluit GIHA) biedt een grondslag voor het niet gescheiden inzamelen van bioafval of kunststoffen, metaal en glas. Deze grondslag is gebruikt voor artikel 7, derde lid.

2. Hoofdlijnen vq n de Afvalstoffenverordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoor-, winkel- en dienstensector (hierna: KWD-sector)) waar die afvalstoffen ontstaan - of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De Afvalstoffenverordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimteI en kadavers van gezelschapsdieren].

H

uishoudelijke afvalstoffen

Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe bij deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en

van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld. Gescheiden inzameling van huishoudelijk afval Scheiden van de volgende bestanddelen van huishoudelijk afval is op grond van artikel l van het Besluit GIHA de norm: a. bioafval; b. papier; c. metaal;

d. kunststof; e. glas;

f. textiel (treedt in werking met ingang van l januari 2025); g. gevaarlijke afvalstoffen (treedt in werking met ingang van 1 januari 2025); h. afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

De Afvalstoffenverordening geeft uitvoering aan de opdracht van artikel 3 van het Besluit GIHA om de verordening aan te passen om te voldoen aan de artikelen 1 en 2 van het Besluit GIHA. Afzien van scheiding van bioafval is, op grond van artikel 2, eerste lid, onder a, van het Besluit GIHA mogelijk, indien daarbij voldaan is aan artikel 10, derde lid, onder c of d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. De scheiding van bioafval is technisch niet haalbaar. ln artikel L0, eerste lid, onder c en d, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen staat:

"c. gescheiden inzameling is technisch niet haalbaar wanneer rekening wordt gehouden met goede praktijken op het gebied van afvalinzameling; d. gescheiden inzameling zou buitensporig hoge economische kosten meebrengen, rekening houdend met de kosten van negatieve milieu- en gezondheidseffecten van gemengde afvalinzameling en -verwerking, het potentieel voor efficiëntieverbeteringen op het gebied van afvalinzameling en -verwerking, inkomsten uit de verkoop van secundaire grondstoffen alsook de toepassing van het beginsel ,,de vervuiler betaalt" en uitgebreide producentenvera ntwoordelijkheid.". Het is toegestaan om af te zien van gescheiden inzameling van glas, metaal of kunststoffen als voldaan is aan artikel 10, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Voor de gemeente is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt voor wat betreft plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (hierna: PMD) De gezamenlijke inzameling van PMD is niet van invloed op het potentieel van hergebruik, recycling of andere nuttige toepassing.

Artikel L0, eerste lid, onder a, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen regelt: "a, het inzamelen van bepaalde soorten afval is niet van invloed op het potentieel ervan om overeenkomstig artikel 4 (van de Kaderrichtlijn afvalstoffen) voorbereiding voor hergebruik, recycling of andere behandelingen voor nuttige toepassing te ondergaan en levert een output van die handelingen op waarvan de kwaliteit vergelijkbaar is met die welke door middel van gescheiden inzameling wordt bereikt;".

ln de nota van toelichting bij het Besluit GIHA wordt verwezen naar het Landelijk afvalbeheerplan (hierna: LAP). Daarin staat, met name voor bioafval, uitgebreid toegelicht in welke gevallen van de uitzondering op de plicht tot gescheiden inzameling van de in artikel 1 van het Besluit GIHA genoemde huishoudelijke afvalstoffen, gebruik kan worden gemaakt.

Als een uitzondering voor gescheiden inzameling wordt opgenomen in de Afvalstoffenverordening,

dient de gemeente met enige regelmaat de rechtmatigheid van deze bepaling(en) te bezien. Deze beoordeling vindt op zijn minst elke keer plaats op het moment dat in het LAP op dit punt nieuwe inzichten en beleid worden opgenomen. Met ingang van l januari 2025 treden de onderdelen f en g van artikel 1 van het Besluit GIHA in werking. Op grond daarvan moeten textiel en gevaarlijke afvalstoffen ook gescheiden worden ingezameld. De verordening hoeft, met het oog op de voorziene inwerkingtreding van deze onderdelen van het Besluit GIHA niet aangepast te worden.

Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door KWD-sector binnen de gemeente van belang. De inzameling van bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wm en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels voor de inzameling door de inzameldienst of de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte.

Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping en bewuste ontdoening (weggooien of achterlaten) maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt, verwaaid of aangevreten door dieren. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eeten drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval.

Kadavers van gezelscha psdieren De Afvalstoffenverordening geeft eveneens uitvoering aan de verplichting van artikel 3.5 van de Wet

dieren om regels op te nemen over het aangeven, ophalen, overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie paragraaf 4a).1

De gemeentelijke Duurzaa mheidsnota. Bij de vaststelling van deze verordening is rekening gehouden met het de nota Duurzaamheid 2016-

2019. ln deze nota is voor wat betreft afval een doelstelling van95% hergebruik van het ingezamelde huishoudelijke afval opgenomen. Daarmee zijn er geen tegenstrijdigheden met deze verordening. Op

dit moment wordt gewerkt aan een actualisatie van deze Duurzaamheidsnota. Uiteraard zullen wij daarbij ook erop letten dat hierin er geen tegenstrijdigheden staan in relatie tot deze verordening.

3. Wettelijke begrippen ln het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel L.L van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn ofvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen.

Het begrip inzameling is door de Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. lnzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer. Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars.

Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten. Anderzijds regelt de verordening dat deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. lnzameling door of het aanbieden ter inzameling aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze de aanbieding plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. ln onderstaand schema is de terminologie van artikel LO.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt ten aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen: De gebruiker van een perceel

De inzameldienst of inzamelaar

Overdragen (aan een inzamelaar)

lnnemen (door een inzamelaar)

Ter inzameling aanbieden (al dan niet via

inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)

lnzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst

Achterlaten op een ter beschikking gestelde

lnzamelplaats

plaats

De begrippen inzameldienst en inzomelaor behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het begrip wegin artikel 17.

Ten behoeve van het nieuwe artikel 15a. (Ongeadresseerd drukwerk) zijn hier de definities van "huisaan-huisblad" en "ongeadresseerd reclamedrukwerk" opgenomen.

4. Verhouding met ander hoger recht Ve rwerking vo n pe rsoo nsgegeve ns

De gemeente verwerkt persoonsgegevens onder meer voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De inzameling en verwerking van huíshoudelijk afval is een publieke taak, die verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor verwerking van de persoonsgegevens is artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening

gegevensbescherm i ng (2OL6 / 67 9 / EUl. Omgevingswet

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) kunnen de gemeentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen worden in het omgevingsplan. Regels die opgenomen worden in het omgevingsplan, zullen in deze Afvalstoffenverordening vervallen. Voor

zwerfafval (artikel 16) is een bepaling opgenomen in het tijdelíjk deel van het omgevingsplan. Die bepaling wordt om die reden aangepast op het moment dat de Ow in werking treedt (zie artikel 22)

5. Nadere regels

Uitvoeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders De Afvalstoffenverordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college):

Nadere regels over de wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 3, [tweede) Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid). Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling

(artikel 7, Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke

afvalstoffen (artikel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan. Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10, derde lid). Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13, tweede lid).

Houden van afvalpilots (artikel 2La,lid 2). Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door het college die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhoudt maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kan worden in het uitvoeringsbesluit van het college. Deze besluitvorming gaat over: De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel e). De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21).

De aanwijzing van de specifieke locaties van inzamelvoorzieningen kan ook opgenomen worden in

het uitvoeringsbesluit.

Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven zijn hieronder nader toegelicht.

Artikel 1. Definities De begrippen inzamelmiddel, inzamelplaats en inzamelvoorziening zijn opgenomen om deze van elkaar te onderscheiden. Een inzamelmiddel is bestemd voor een enkel huishouden en is bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag. Een inzamelplaats is aangewezen op grond van artikel 5. Meestal wordt de inzamelplaats gemeentelijke afvaldepot, brengdepot of milieustraat genoemd.

Een inzamelvoorziening is bestemd voor meerdere huishoudens. Een inzamelvoorziening is bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot. Uit artikel l-0 wordt duidelijk dat inzamelmiddelen gebruikt worden voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel en inzamelvoorzieningen voor het aanbieden nabij een perceel.

Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen, Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstoan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met de artikelen 1"0.21 en IO.22van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen "bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan". Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld. lngevolge het arrest van de Hoge Raad van L8 september 199L, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden.

lngevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 20L5 (ECLI:NL:HR:2Ot5:17731kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag L9 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862).

Artikel 2. Doelstelling ln dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen als: "inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars".

Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst ln het eerste lid wordt de Gemeenschappelijke regeling Cure aangewezen als inzameldienst die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en tO.22van de Wm op de raad en het college. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven. ln het tweede lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de wijze waarop de inza meldienst h uishoudelijke afvalstoffen inzam elt. Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten

zijn gemoeid, dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een daartoe strekkende aanvraag zou worden beslíst. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de rede dat dit alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden.

Artikel4. Regulering van andere inzamelaars Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. ln beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kan het college bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels. ln het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden. De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst.

Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing heeft - anders dan de aanwijzing van de inzameldienst - het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht.

Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen

achter te laten. Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. lngevolge artikel 10.26, tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten.

Artikel 5. Algemene verboden Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen alleen mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 4 en 5 zijn aangewezen. Dit verbod is de keerzijde van de bij of krachtens die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte gebod om het afval in te zamelen en het in artikel 4, eerste lid, opgenomen verbod voor anderen om afval in te zamelen.

Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Het Besluit GIHA bevat ook voorschriften over de gescheiden inzameling van afvalstoffen. Deze verordening vult de verplichting tot gescheiden inzameling aan door nader te bepalen welke bestanddelen gescheiden worden ingezameld. Deze verordening maakt een fijnmaziger onderscheid dan artikel L van het Besluit GIHA, dat voorschrijft dat'ten minste'bepaalde bestanddelen gescheiden worden ingezameld. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. De raad kan tevens een onderscheid maken binnen de genoemde bestanddelen. Artikel L0.2L van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan, Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan

uitgezonderd.

De raad kan volgens artikel L0.21, vierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van ndere bestandd elen va n h u ishoudel ijke afva lstoffen.

a

Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de raad in het belang van een doelmatig beheer van h u ishou delijke afvalstoffen bij de Afvalstoffenverord

ening afwijken :

a. van de inzameling br.l elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel); b. van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de verordening);

c. van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van het grondgebied ge e n h uishoudelijke afva lstoffen worden i ngezameld );

Artikel 2, eerste lid, van het Besluit GIHA bepaalt verder dat onder voorwaarden voor de volgende bestanddelen afgezien kan worden van de gescheiden inzameling voor: d. bioafval (wanneer gescheiden inzameling technisch niet mogelijk is of buitensporig duur);

e. metaal, kunststof of glas (als de kwaliteit voor hergebruik of recycling gelijk blijft). lndien de frequentie lager is dan eenmaal per week, is de lnspraakverordening van toepassing en is artikel 5 verplicht. Dit vloeit voort uit artikel 10.26, tweede lid, en artikel LO.27 van de Wm. lndien bioafval, metaal, kunststof of glas niet gescheiden worden ingezameld, is de lnspraakverordening ook van toepassing. Dit volgt uit artikel 2, tweede lid, van het Besluit GIHA jo. artikel 10.26, tweede lid, van de Wm. Een Afvalstoffenverordening die een van deze mogelijkheden benut, dient te worden voorbereid met toepassing van de lnspraakverordening die op grond van artikel L50 van de Gemeentewet is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). lndien toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe ter beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen. Dat laatste is geregeld in artikel 5.

Het regelen van de frequentie en locatie van de inzameling wordt in beginsel overgelaten aan het college. De raad bepaalt wel welke bestanddelen in ieder geval afzonderlijk ingezameld dienen te worden. Dit is onder meer van belang omdat artikel 8 aan burgers het verbod oplegt om die bestanddelen ongescheiden ter inzameling aan te bieden.

Artikel 8. Gescheiden aanbieding Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Voor de bestanddelen die niet gescheiden worden ingezameld, geldt dat het tweede lid regelt dat niet-afzonderlijke aanbieding is toegestaan. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door het college in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden ('welles/nieteslijst'). Ook kan van de vrijstellíngsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen.Zo zal het niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval voorkomt. Het is niet mogelijk om bij nadere regels af te wijken van de verplichting om gescheiden in te zamelen en aan te bieden, voor zover die verplichting voortvloeit uit artikel 1 van het Besluit GlHA.l

Artikel 9. Tijdstip van aanbieding De tijdstippen voor de inzameling van huishoudelijk afval worden door het college bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het besluit is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep.

Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding Er is een onderscheid tussen inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. lnzamelmiddelen dienen het ter inzameling aanbieden door een huishouden, zoals een minicontainer, afvalemmer, plastic afvalzak. lnzamelvoorzieningen, dienen het collectief ter inzameling aanbieden door meerdere huishoudens, zoals een verzamelcontainer of een wijkcontainer, voor het inzamelen daarvan. Op grond van dit artikel kunnen inzamelmiddelen worden voorgeschreven. Ook kunnen hier regels worden gesteld over het gebruik van inzamelvoorzieningen. De regels over het gebruik van de inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen zijn in beginsel algemeen verbindende voorschriften. Het college kan in deze regels ook concreet locaties aanwijzen voor de inzamelvoorzieningen. Een dergelijk onderdeel van de regels is geen algemeen verbindend voorschrift dus daartegen staat bezwaar en beroep open. Het tweede lid bevat een verbod om de inzamelmiddelen buiten het perceel te laten staan na afloop de bepaalde dag en tijden. Gebruikers van een perceel zijn gehouden de inzamelmiddelen binnen het perceel te bewaren. Het verbod geldt ook voor afval dat op de ophaaldag is buitengezet, maar om wat voor reden dan ook, niet is opgehaald. Het derde lid bevat een grondslag voor nadere regels over de wijze van gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen voor categorieën van percelen.

Te denken valt aan een onderscheid dat gemaakt kan worden tussen hoogbouw en laagbouw. De regels kunnen een vrijstelling van het verbod in het eerste lid [of het verbod in het tweede lid] inhouden. Deze vrijstelling blijkt dan uit de nadere regels van het college.

Artikel 11. lnzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst De inzameldienst kan ook bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente.

lnzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. ln de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KwD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). Daarnaast geeft dit artikel de bevoegdheid regels te stellen over de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen, bijvoorbeeld om te waarborgen dat de aanbieding van bedrijfsafvalstoffen zodanig geschiedt dat de reguliere inzameling van (grof) huishoudelijk afval niet wordt gehinderd, en regels om te voorkomen dat particulieren de regels voor aanbieding van (grof) huishoudelijk afval omzeilen. Denk daarbij aan regels voor aanbieders die bedrijfsafvalstoffen eerst zelf als (grof) huishoudelijk afval aangeboden hebben gekregen, bijvoorbeeld charitatieve instellingen/kringloop, die dan verplicht worden (grof) huishoudelijk afval te weigeren dat kennelijk geschikt is voor rechtstreekse aanbieding aan de inzamelplaats door de particulier. Uiteraard kunnen de regels bedoeld in dit artikel voor alle betrokken inzamelaars gelden die bedrijfsafvalstoffen ophalen.

Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bed rijfsafva lstoffen aan bieden aa n de inza meld ienst.

Artikel 13. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: "Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10,48 van de Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt."(Kamerstukken 26 638, nr. 3, blz. 48). Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels gelden voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen.

Artikel 14. Dumpingsverbod Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. ln het eerste lid worden bewust de termen sfolen voorwerp gebruikt en niet alleen de term afvolstol, omdat niet altijd duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn. Artikel 10.25, onder a, van de Wm is de grondslag voor het opnemen van een dergelijk artikel in de Afvalstoffenverordening.

Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in de Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht.

Het eerste lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle

gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2.

ln het derde lid behoeft het begrip zwerfafvalzelf geen verdere definítie. Uit de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, enz. De redactie brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die geen zwerfafval veroorzaakt, bijvoorbeeld door morgensterren of stadsjutters, niet onder het verbod valt.

Artikel 15a. Ongeadresseerd drukwerk Artikel 15a heeft als doel om de verspreiding van ongewenst drukwerk, en daarmee uiteindelijk afval, te voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wm.

Ten behoeve van dit artikel zijn in artikel 1 (Definities) de definities opgenomen met het onderscheid tussen ongeadresseerd reclamedrukwerk voor commerciële doeleinden en huis-aan-huisbladen of drukwerk van niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke partijen. Met ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt in deze verordening bedoeld al het reclamedrukwerk dat zonder adres wordt aangeboden. Onder deze definitie vallen alle aanduidingen zonder toevoeging van een feitelijk adres, zoals bijvoorbeeld "aan de bewoners van dit pand of gebouw". De gemeente kiest voor dit onderscheid omdat huis-aan-huisbladen en pamfletten een belangrijke functie vervullen voor onder meer de nieuwsverspreiding op lokaal niveau en de sociale cohesie in de buurt. Daarbij hebben deze bladen een lage frequentie. ln de definitie van huis-aan-huisblad is aangesloten bij de landelijke norm van de Stichting Reclamecode van !O% aan buurtgerichte redactionele inhoud. ln het tweede lid is bepaald dat huis-aan-huisbladen bezorgd mogen worden bij een perceel (een woning, bedrijf of woonschip), tenzij de ontvanger onmiskenbaar duidelijk heeft gemaakt deze bladen niet te willen ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=8ac82f25-aae3-4466-a033-1a56488f2cc6