RV GM2020-018187 Participatie bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte.pdf
Tekst van het document
y'i-i\l --Iï0.", -Míerlo
Raadsvoorstel
Onderwerp Participatie bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte
Beslispunten
1. 2.
Kennis te nemen van bijgaand Plan van aanpak voor het opstellen van de Transitie Visie Warmte; ln te stemmen met het participatietraject zoals beschreven in het Plan van aanpak.
I
llnleiding ln het klimaatakkoord is de opgave geformuleerd dat 1,5 miljoen woningen in Nederland in 2030 verduuzaamd moeten worden om tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050. Er zal dus een transitie in onze warmtevoorziening moeten plaats vinden. ln het
klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeenlein202l een vastgestelde Transitie Visie Warmte moet hebben. Hierin legt de gemeente een realistisch tijdspad vast, waarop wijken aardgasvrij worden. Als we gelijk opgaan met de landelijke doelstelling in het Klimaatakkoord van 1,5 miljoen woningen in Nederland in 2030 verduurzamen, ofwel 19o/o van de woningen, dan gaat het in Geldrop-Mierlo om ca 3.360 woningen. Dat zijn ca 2 wijken. En bij een grotere ambitie gaat het om meer woningen. Voor de wijken waarvan de transitie voor 2030 gepland is, wordt bepaald welke potentiële alternatieve energie infrastructuur toegepast gaat worden. We zetten participatie in om te komen tot een gedragen Transitie Visie Warmte.
Wat willen we bereiken We willen een gedragen Transitie Visie Warmte opstellen, zodat duidelijk is met welke wijken we voor 2030 gaan starten met aardgasvrij maken en wat de alternatieven voor aardgas zijn.
Argumenten 2.1 Acceptatie en draagvlak zijn nodig om de transitie naar aardgasvrij uit te voeren Woningen en panden kunnen heel geschikt zijn om aardgasvrij te worden, maar zonder acceptatie en draagvlak bij de partij die de maatregelen daadwerkelijk moet realiseren, gebeurt er niets. Deze transitie gaat duren tot 2050. ln die 30 jaar worden verschillende stappen doorlopen om tot een duuzame warmtehuishouding te komen voor Geldrop-Mierlo. Deze Transitie Visie Warmte is de eerste stap, maar wel een erg belangrijke stap. ln de Transitie Visie Warmte wordt de basis gelegd. Betrokkenheid van de stakeholders en inwoners uit Geldrop-Mierlo is essentieel.
Kanttekeningen 2.1 Fysieke bijeenkomsten zijn wellicht niet mogetijk De situatie rondom COVID-19 maakt dat participatie in de vorm van fysieke bijeenkomsten wellicht niet mogelijk zal zijn.lndien nodig zoeken we naar alternatieve invulling zoals digitale sessies.
Wat gaan we daarvoor doen We organiseren een participatietraject om samen met stakeholders, inwoners, bedrijven en de raadscommissie een Transitie Visie Warmte op te stellen. We houden daarbij nauw contact met de projectleider van de Omgevingsvisie zodat de wijze van participatie past bij het traject van de Omgevingsvisie en de uitkomsten kunnen landen in de instrumenten van de omgevingswet. Zoveel als mogelijk organiseren we een gezamenlijke participatie in het kader van de omgevingswet of wijkontwikkelingsplannen. We voeren een technische, economische, sociale en ruimtelijke analyse uit op buurten in de gemeente. We bepalen samen welke criteria leidend zijn bij de selectie van 2020-018187 blad 1 van 4
y'i-i\l
--l--
warmteopties en startwijken, en hoe we de criteria wegen. Op basis van een multi criteria analyse maken we een voorstel voor de startwijken. Dit leggen we vast in een Transitie Visie Warmte die we ter besluitvorming aan de Raad zullen aanbieden. Deze bestaat uit infographics, een warmtekaart (welke warmteopties zijn er) en een routekaart (hoe ziet het vervolg eruit, wat doen we wanneer). We hebben een adviesbureau in de arm genomen om ons te helpen deze stappen te doorlopen. Bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte is afstemming met de omliggende gemeenten en andere gemeenten uit de regio belangrijk. We stemmen af rondom de Regionale Structuur Warmte
(onderdeel van de Regionale Energie Strategie Metropool Regio Eindhoven). Deze geeft op regionaal niveau inzicht in de ruimtelijke beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen, de totale warmtevraag en de bestaande en geplande infrastructuur voor warmte. Een goede afstemming is nodig om de gemeentelijke Transitie Visie Warmte en de Regionale Structuur Warmte goed op elkaar aan te laten sluiten. lmmers, de afspraken die in de Regionale Structuur Warmte worden gemaakt en de kaders die worden bepaald, dienen als input voor de TW. En andersom levert de TV\A/ input voor de Regionale Structuur Warmte. Daarnaast kunnen we van elkaars ervaringen leren, waaronder op het gebied van participatie.
ln het plan van aanpak is aangegeven dat de gemeente tijdens het proces verschillende regierollen op zich kan nemen en dat de rol van sturende regisseur het beste past bij de voorgestelde aanpak. De rol past bij de voorgestelde aanpak o.a omdat we er in de basis voor kiezen om inwoners en andere belangstellenden te raadplegen en vertegenwoordigende stakeholders vragen de gemeente te adviseren. We verwachten dat er van coproductie pas meer sprake zal ziin wanneer we van het hogere abstractieniveau van een visie afdalen naar de concretere Wijkuitvoeringsplannen (waarmee we na2021 aan de slag gaan). Ook willen we erop sturen dat er in2O21een Transitie Visie Warmte gereed komt. Hieraan voegen we toe dat ook de rol van procesregisseur past bij de voorgestelde aanpak, omdat we een brede groep stakeholders en inwoners betrekken bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte, we hun ideeën ophalen, zorgen voor een zorgvuldige belangenafweging en we willen aansluiten op bestaande initiatieven in wijken. We zullen ons tijdens het proces bewegen tussen deze regierollen al naar gelang het proces daar om vraagt: op het proces gericht om iedereen aangehaakt te houden en sturend wanneer het gaat om het opleveren van de benodigde producten. Het participatietraject dat we voorzien, bestaat uit de hieronder genoemde onderdelen.
Mocht tijdens de uitvoering blijken dat het nodig is hierin bijte sturen, dan zullen we dat waar mogelijk doen. Zo voeren we per stap uit wat nuttig en noodzakelijk is om te komen tot een gedragen Transitie Visie Warmte. Voorbereiding, analyse (okt 2020 - mrt2021) Thema avond over participatie met commissie Stakeholdersanalyse en gesprekken met een selectie van stakeholders Formeren overlegtafels Kick-off met kerngroep en stakeholderstafel Sessie met commissie Prioritering (mrt-apr 202 1 ) Sessie met stakeholders over lokale analyses Sessie met commissie Sessie met inwoners en bedrijven Sessie met stakeholders over de multicriteria analyse Digitale enquête onder inwoners en bedrijven
. . . . .
2020-018187 2van4
y'i-:\l
--l--
Opstellen visie (mei-au g 2021)
. . .
Stakeholderssessieoverselectiestartwijken Consultatie inwoners en bedrijven van de startwijken Sessie inwoners en bedrijven over conceptvisie
Vaststellen visie (sep-dec 2021) Beeldvorming en oordeelsvorming door commissie Vaststellen door Raad lnformeren inwoners, bedrijven, stakeholders over resultaat
. . .
ln de bijlage vindt u het plan van aanpak, waarin het te doorlopen proces verder wordt toegelicht. Randvooruvaarden Het is zaak om eerst volop in te zetten op energie besparing, hetgeen al is opgestart.
Planning We zijn intussen gestart met de voorbereidingen voor het opstellen van de Transitie Visie Warmte Het participatietraject vindt plaats volgens bovengenoemde planning. Communicatie Communicatie en participatie zijn een belangrijk onderdeel bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte. Gedurende het traject zal daarom veelvuldig gecommuniceerd worden met stakeholders, inwoners, bedrijven en de raadscommissie. Aan het begin van het traject zal dan ook een communicatiestrategie gemaakt worden.
Wat mag het kosten Naar verwachting is ca €45.000 tot €60.000 nodig voor de ondersteuning bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte. De kosten gemoeid met het participatietraject maken deel uit van deze totale kosten. De kosten voor het opstellen van Wijkuitvoeringsplannen maken hier nog geen deel van uit en worden in de Transitie Visie Warmte geraamd. Onderdeel van het opstellen van de Visie is het inzichtelijk maken van de maatschappelijke kosten en de eindgebruikerskosten van alternatieven voor aardgas. Op voorhand is echter al wel duidelijk dat geïnvesteerd zal moeten worden in de woningen en panden en in de energie infrastructuur om de transitie te maken. Subsrdle De kosten worden deels gedekt vanuit een subsidie van het Rijk die we hebben toegekend
gekregen: te weten de regeling Extern Advies Warmtetransitie met een bijdrage van € 20.660. En deels vanuit een rijksbijdrage van €200.000 in het kader van de Transitie Visie Warmte, die is opgenomen in het Duurzaamheidsprogramma FCL 6740004.
Duurzaamheid De Transitie Visie Warmte en de daarna op te stellen wijkuitvoeringsplannen vormen de routekaart
om woningen en panden te isoleren en over te stappen op duurzame warmtebronnen. Daarmee gaat CO2 gereduceerd worden en werken we aan onze klimaatdoelstellingen.
2020-018187 blad 3 van 4
y'i-i\l
--r--
Burgerparticipatie Dit raadsvoorstel gaat over het participatietraject bij het opstellen van de Transitie Visie Warmte
Evaluatie Met de stakeholders zullen we het traject om te komen tot de visie evalueren, zodat we deze lessen kunnen meenemen bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen.
Bijlagen: Plan van aanpak Transitie Visie Warmte
Geldrop, 8 december 2020
J
Bree
secretaris
2020-018187 blad 4 van 4
Plan van aanpak Transitie Visie Warmte
September 2020
ett;*.Mícrrn -itl?-z-
Inhoud 1 lnleiding..
3
2 Uitgangspunten bij de ontwikkeling van de Transitie Visie Warmte
o
3 Processtappen..............
I
4 lnterne organisatie.. 5 Betrokkenheid van eÍerne stakeholders 6 Communicatie en participatie 7 Financiering .................. Bijlage 1 Mogelijke regierollen bij opstellen Transitie Visie Warmte ..............
2
l lnleiding Met de ondertekening van het klimaatakkoord van Parijs in 2015 heeft Nederland zich gebonden aan maatregelen om de klimaatverandering tegen te gaan. ln het landelijke klimaatakkoord (2019) zijn de doelstellingen uit Parijs vertaald in concrete acties voor Nederland tot 2030. Als onderdeel daarvan is de opgave geformuleerd dat 1,5 miljoen woningenl in Nederland in 2030 verduurzaamd moeten worden om tot een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving te komen in 2050. Dat betekent dat we geen gas meer gebruiken voor koken of het venryarmen van water en dat we onze woningen op een andere manier gaan verwarmen. Er zal dus een transitie in onze warmtevoorziening moeten plaats vinden. Het klimaatakkoord stelt dat gemeenten een belangrijke regisserende rol moeten vervullen in deze transitie en dat zij samen met het Rijk, provincie, waterschappen, netbeheerders en andere partijen tot een aanpak moeten komen om invulling te geven aan de noodzakelijke energietransitie. Daarnaast staat in het klimaatakkoord dat elke gemeenle in 2021 een vastgestelde Transitie Visie Warmte (TWV) moet hebben.
Transitie Visie Warmte ln de TVW legt de gemeenteraad een realistisch tijdspad vast, waarop wijken aardgasvrij worden. Voor de wijken waarvan de transitie voor 2030 gepland is, wordt bepaald welke potentiele alternatieve energie infrastructuur (all electric, (type) warmtenet etc.) toegepast gaat worden. Ook moeten gemeenten inzicht in de maatschappelijke kosten en baten geven en de integrale kosten voor eindverbruikers hiervan. De TVW wordt in eerste instantie elke vijf jaar geactualiseerd. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Rijk evalueren uiterlijk in 2022 of deze actualisatietermijn de juiste is.
Nadat in de TVW mogelijke alternatieven in beeld gebracht zijn, bepaalt de gemeente in het Wijk Uitvoerings Plan (WUP) de uitvoering op wijkniveau en besluit zij over de alternatieve energie infrastructuur van een wijk. Nadat de TVW is vastgesteld in 2021 kan gestart worden met het opstellen van WUPs.
fransitievisie warmte
lwllrt Uitvoerinss Plan
il/armte-opties per wijk op basis van
keuze van alternatieve warmtelevering in ceschikbare bronnen uit RES en leidraad lO"tniti"u" wijk
ran Rijk.
3evat volgorde en timing van wijken
Lesultaat is een "vlekkenkaart" Reikwijdte: hele gemeente lqiod iek geactual iseerd
lde
lGemaakt met hulp van bewoners. Participatie is lvoorwaarde. lResultaat is een "detailkaart" lReit<wiiOte: één wiik
lEenmalig
lPrecieze datum waarop de toelevering van aardgas wijk wordt beëindigd (N.8. bekendmaking dient ten lin lminste 8 jaar voor datum plaats te hebben).
De TVW moet inzicht geven in hoe de omschakeling naar aardgasvrij in tijd en geld gerealiseerd kan worden en, niet in de laatste plaats, moet hij gedragen worden door stakeholders in en buiten de gemeente (inwoners, bedrijven, organisaties en andere betrokkenen).
1 Er is geen onderverdeling gemaakt naarwaar deze 1,5 miljoen woningen zich in Nederland bevinden.
3
De TVW beantwoordt de volgende vragen: De huidige situatie: wat is de warmtevraag en het -aanbod? Welke wijken gaan Vm 2030 van het gas af?
. . . r .
o . . . . . .
Om hoeveel woningen/gebouwen gaat het? Welke alternatieve warmte krijgen zij waarschijnlijk? Wat moet er gebeuren om deze woningen klaar te maken voor de alternatieve warmtebron (isolatie, aanpassingen net enz.) Hoeveel gaat dit kosten en wat zijn financieringsmogelijkheden? Hoeveel tijd is hier voor nodig / wat is de planning naar een aardgasvrij Geldrop-Mierlo? Wat zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden? Wat zijn ieders rollen en verantwoordelijkheden? Hoe worden stakeholders/inwoners bij de transitie van de wijk betrokken? Wat kunnen we al zeggen over de wijken die na 2030 aan de beurt zijn en wat kunnen zij al eventueel doen voordatzii aan de beurt zijn? En bij elke actualisatie na vijf jaar: Welke wijken worden toegevoegd?
Relatie met Duurzaamheidsbeleid, Regionale Energie Strategie, Omgevingsvisie en Wijkontwikkel i ngsplannen De gemeente is bezig met het opstellen van een nieuwe duurzaamheidsnota, waarin het opstellen van de TVW een van de uit te voeren activiteiten is. De gemeente heeft volgend uit de Duurzaamheidsnota 2016-2019 de ambitie om energieneutraal te zijn in 2040. Regionaal werken we met de 21 gemeenten van de Metropool regio Eindhoven en andere partners aan een Regionale Energie Strategie (RES). Het concept is intussen opgeleverd. Onderdeel van de RES is een Regionale Structuur Warmte. Deze geeft op regionaal niveau inzicht in de ruimtelijke beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen, de totale warmtevraag en de bestaande en geplande infrastructuur voor warmte. Door op regionaal niveau afspraken te maken over, en een afwegingskader voor, de verdeling van warmte te maken, kan ondanks de schaarse bronnen optimaal worden omgegaan met de warmtepotentie in een gebied. Een goede afstemming is nodig om de gemeentelijke TVW en de Regionale Structuur Warmte goed op elkaar aan te laten sluiten. lmmers, de afspraken die in de Regionale Structuur Warmte worden gemaakt en de kaders die worden bepaald, dienen als input voor de TVW. En andersom levert de TVW input voor de Regionale Structuur Warmte, ook bij een actualisatie elke vijf jaar.
De TVW zal een plek krijgen in de Omgevingsvisie, waardoor het warmtebeleid en de inpassing van de toekomstige energie infrastructuur doorwerkt in de besluiten over ruimtelijke ontwikkeling. De precieze wijze waarop zal bij het traject van de Omgevingsvisie bepaald worden. Daarom zal bij het
opstellen van de TVW nauw contact worden gehouden met de projectleider van de Omgevingsvisie. Het ligt voor de hand om de overkoepelende ambitie en strategie uit de TVW een plek te geven in de omgevingsvisie, eventuele regels in het omgevingsplan en het uitvoerende deel vorm te geven als (een onderdeel van) een onverplicht programma, waar de wijkuitvoeringsplannen onderdeel van zijn. De gemeente maakt samen met wijken Wijkontwikkelingsplannen. We verkennen in hoeverre het haalbaar en wenselijk is om aan te sluiten op processen van het opstellen van
Wijkontwikkelingsplannen.
Leeswijzer ln dit plan van aanpak beschrijven we het proces dat we doorlopen om te komen tot een vastgestelde TVW. ln hoofdstuk 2 beschrijven we een aanzel tot uitgangspunten om te komen tot een TVW. ln hoofdstuk 3 beschrijven we de processtappen. ln hoofdstuk 4 laten we zien hoe we het proces om te komen tot een TVW intern organiseren. Hoofdstuk 5 gaat over de externe stakeholders. ln hoofdstuk 6
4
beschrijven we het communicatie- en participatietraject en de planning van het proces. ln hoofdstuk 7 zijn de kosten geraamd voor het opstellen van de TVW.
5
2 Uitgangspunten bii de ontwikkeling van de Transitie Visie Warmte Voor het opstellen van de TVW is het nodig om uitgangspunten en randvoorwaarden te bepalen. Deze helpen ons in het doorlopen van het proces en ook bij het maken van de keuze van de startwijken en de alternatieven voor aardgas. We onderscheiden: Randvoorwaarden Algemene uitgangspunten voor de TVW Afiilegingskader voor de selectie van alternatieven Mogelijke selectiecriteria voor de prioritering van wijken
o . . .
Onderdeel van het traject om te komen tot de TVW is het bepalen van de uitgangspunten, het afwegingskader en de selectiecriteria voor de prioritering samen met de stakeholders. Hieronder is alvast een eerste aanzet gemaakt. De hieronder genoemde uitgangspunten sluiten aan op de leidende principes van de Regionale Structuur Warmte.
Randvoonrvaarden Er wordt landelijk volop gediscussieerd over beleid en regelgeving om de warmtetransitie mogelijk te maken. Er is wetgeving in voorbereiding. Bij het opstellen van de TVW gaan we er van uit dat de volgende zaken worden gerealiseerd:
- Het recht op warmte voor gebruikers: zij kunnen aanspraak maken op een aansluiting op een (verzwaard) elektriciteitsnet of een warmtenet ;
- Een mandaat van de gemeente wanneer er in welke wijk van het aardgas wordt afgegaan, zodat de gemeente een einddatum kan bepalen tot wanneer aardgas in bepaalde wijken beschikbaar blijft; - Een mandaat van de gemeente om te bepalen welke oplossingen er gerealiseerd kunnen en mogen worden; - Voldoende (financierings-)mogelijkheden voor gebruikers om noodzakelijke investeringen te (laten) doen.
Aanzet tot algemene uitgangspunten voor de TVW
r
r .
r . . o
Rol van de gemeente
o De gemeente zal belanghebbenden informeren, betrekken en een stem te geven; o De gemeente heeft een regierol en ondersteunt lokaal initiatief; o De gemeente vertegenwoordigt het maatschappelijke belang en zoekt met de belanghebbende partijen naar maatschappelijk 'de beste' oplossing. o De gemeente biedt al voor 2021 een helder handelingsperspectief en draagt dit uit,
zoals nu isoleren en het treffen van 'no-regret' maatregelen. Daarmee reduceren we de warmtevraag en verminderen de energielasten structureel. De toekomstige warmtevoorziening dient een afiareging te zijn tussen betaalbaarheid, betrouwbaarheid, inpasbaarheid, beschikbaarheid, duuzaamheid, gezondheid, sociale acceptatie, veiligheid etc. Kostenbeheersing: De maatschappelijke kosten die gepaard gaan met investering en onderhoud van bronnen, transport, opslag en levering van warmte moeten zo laag mogelijk zijn. Betaalbaarheid van energievoorziening is essentieel. Kosten bij eindgebruikers om hun woning en installatie aan te passen moeten betaalbaar zijn. Energiearmoede moet voorkomen worden. We benutten natuurlijke momenten We zetten in op energiebesparing (primaire energie & CO2-uitstoot), zodat de (duuzame) warmtevraag wordt verkleind We zorgen voor een zorgvuldig en transparant proces gericht op breed draagvlak (met duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie) We houden ruimte voor en rekening met nieuwe technologieën.
6
Aanzet tot afwegingskader voor de selectie van alternatieven Bij het selecteren van alternatieven voor aardgas maken we een afweging op grond van onder meer: Duurzaamheid/milieu: Benodigde hoeveelheid primaire energie CO2 uitstoot Omgevingsimpact, ruimtebeslag Kwaliteit lucht, water en bodem Duurzaamheid in de keten
o o o o o
Economisch: Nationale kosten Kosten voor de eindgebruiker Kwaliteit business case Onzekerheid in prijsstelling Juridisch kader
o o o o o
a
Sociaal:
o Draagvlak o lnpasbaarheid en wenselijkheid in woning o Gezondheid, welzijn en leefbaarheid o Overlast
a
Technologisch: Beschikbaarheid bronnen: Groen gas is in beperkte hoeveelheid beschikbaar en zal dus alleen voor die woningen ingezet kunnen worden waarbij andere alternatieven niet voorhanden of onevenredig duur zijn. Onzekerheid in prestatie Veiligheid Robuustheid en continuiteit
o
o o o
Mogelijke selectiecriteria voor de prioritering van wijken Technisch-economische analvse: in het Klimaatakkoord staat dat gemeenten in de keuze voor alternatieve warmtebronnen en in de prioritering van de wijkaanpak zo veel mogelijk uit moeten gaan van de laagste nationale kosten en van de laagste kosten voor de eindgebruiker. Gemeenten dienen het te motiveren indien wordt afgeweken van de strategie die de warmtevoorziening tegen de laagste maatschappelijke kosten aardgasvrij kan maken. De nationale kosten zijn de totale kosten in Nederland van alle maatregelen die nodig zijn om ergens (bv in een buurt) een strategie uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het gaat dus zowel om kosten voor het netwerk, als aanpassingen in de woning, als de energiekosten. De eindgebruikerskosten zijn alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij venrvarmen, inclusief belastingen en subsidies. Het zijn kosten voor energie en voor het gebruik van installaties en isolatie. ln principe gaan we van de drie opties met de laagste nationale kosten, de eindverbruikerskosten in beeld brengen, zodat we dit kunnen meenemen in de keuze.
Contracteerbaarheid: voor een versnelling in de uitvoering en een beperking in de kosten voor de contracten van de warmtevraag, is het wenselijk dat de woningen in eigendom zijn van een beperkt aantal eigenaren. Met name voor een collectieve oplossing, zoals een warmtenet, is de contracteerbaarheid relevant. ln een wijk waar veel woningen in het bezit van een woningcorporatie zijn, kunnen mogelijk eenvoudiger maatregelen genomen worden ten behoeve van de warmtetransitie Sociale karakteristieken: er kan gekozen worden om te starten in de buurt of wijk met de sterkste of juist de zwakste schouders. Zo kan Geldrop-Mierlo starten in de buurt of wijk waar inwoners voldoende middelen hebben om in de warmtetransitie te kunnen investeren. Ook kan vanuit
7
sociaaleconomisch oogpunt, ervoor gekozen worden om te starten in een wijk met mindere mate van zelfredzaamheid en bereidheid om te investeren zodatzij daarna minder kosten maken voor verwarmen. Burqerinitiatief: in sommige wijken willen woning of vastgoed eigenaren snel van start en nemen zij zelf het initiatief om gezamenlijk van het aardgas te gaan. Starten in een wijk waar veel lokaal initiatief is kan als vliegwiel dienen voor de warmtetransitie in andere wijken. Verbindinoskansen: in de prioritering van de wijkaanpak kunnen ook verbindingskansen het uitgangspunt zijn. Hierdoor kan de overlast in de openbare ruimte beperkt blijven en kunnen bovendien de kosten zo veel mogelijk beperkt blijven. Denk hierbij aan de verbinding met de plannen voor vervanging of uitbreiding van infrastructuur (riolering, de drinkwaterleidingen, het elektriciteitsnet en het gasnet), met de natuurlijke investeringsagenda van vastgoed (bijv. sloop en renovatie door woningcorporaties) en met de wijkontwikkelingsplannen.
8
3 Processtappen De gemeente kan voor het opstellen van de TVW gebruik maken van een aantal hulpmiddelen. Zo stelt de provincie Noord-Brabant inhoudelijke en procesmatige ondersteuning door de adviseurs aardgasvrije wijken ter beschikking om de warmtetransitie in de provincie te versnellen. De Rijksoverheid heeft een technische economische analyse ter beschikking gesteld (de Leidraad) die op wijkniveau inzicht geeft in de alternatieven die beschikbaar zijn voor aardgas en in de nationale kosten. ln september 2020 is daarvan een geactualiseerde versie verschenen. Ook heeft Enexis een analyse gemaakt op wijkniveau van laagste kosten voor de eindgebruiker van verschillende alternatieven voor aardgas. Deze hulpmiddelen gaan we gebruiken bij het opstellen van onze TVW. ln een aantal processtappen wordt de TVW opgesteld waarbij we beginnen met een verkenning, een analyse, waarna we een prioritering van de wijken maken en de visie kunnen opstellen en vaststellen Voorbereidinq De eerste stap is het formeren van de verschillende overlegstructuren waarin we het gesprek voeren over deze transitie. We kiezen ervoor om drie tafels in te richten die we in praktijk veelal proberen te combineren in overleggen: Een kerngroep tafel met daarin de gemeentelijke projectgroep (gemeentelijke projectleider, beleidsmedewerker volkshuisvesting en beleidsadviseur communicatie).
ln dit periodieke overleg zetten we gezamenlijk de lijnen uit en bespreken we de bijeenkomsten van stakeholders- en bestuurlijke tafel voor. Een stakeholderstafel met daarin de georganiseerde stakeholders. Een bestuurlijke tafel met daarin de verantwoordelijke wethouder(s) eventueel aangevuld met enkele directeuren van de belangrijkste stakeholders. Aan deze bestuurlijke tafel worden de verschillende eindproducten per fase opgeleverd, zodat naar de volgende fase overgegaan kan worden. Om de stakeholders- en kerngroep tafel te formeren voeren we een stakeholdersanalyse uit.
r
o o
Op basis van deze analyses stellen we een Nota van uitgangspunten op voor het opstellen van de
TVW. ln hoofdstuk 2 is hiertoe al een eerste aanzet gemaakt Analvse We vervolgen met een analyse van data over hoe de buurten in elkaar zitten. Bijvoorbeeld aantallen woningen en bedrijven per buurt, energielabels van huizen, bouwjaren, de warmtevraag. Uit de analyse moet blijken of de wijken of andere eenheden: een bepaalde sociale cohesie hebben, zodat er een potentiële basis is voor zelforganisatie; een groep vergelijkbare warmtegebruikers zijn, bijvoorbeeld een buurt met veelal dezelfde rijwoningen kan geclusterd worden in de uitvoering van maatregelen. Wijken zijn niet allemaal homogeen. Sterker nog, in veel wijken zijn het eerder kleinere plukken woningen die meer gelijk van soort zijn. Hieruit volgt of het logisch is om de CBS indeling van wijken te hanteren zoals ook in de landelijke leidraad gebeurt of dat in sommige delen een andere clustering van woningen logischer is om alternatieven voor aardgas te bepalen.
. .
Per wijk (of andere eenheid) kunnen bijvoorbeeld warmteprofielen worden opgesteld. Een warmteprofiel is afgeleid van woningkenmerken zoals het bouwjaar en energielabel. Een
warmteprofiel geeft een beeld van de besparingsmogelijkheden, het benodigde temperatuurniveau voor de warmtevooziening en de resterende warmtevraag in 2050. ln figuur 1 is een voorbeeld van een warmteprofiel te zien. Beschikbare bronnen en oplossingsrichtingen worden in kaart gebracht. De landelijke Leidraad maar ook andere modellen geven daarbij inzicht in de kosten voor de eindgebruiker en de maatschappelijke kosten. We voeren een technische en economische analyse uit
I
om de alternatieven voor aardgas door te rekenen. We voeren een sociale analyse uit om een beeld te krijgen van het sociale karakter van een wijk. ln een ruimtelijke analyse worden de ruimtelijke consequenties van de verschillende warmteopties ondezocht. Ook brengen we andere planningen in beeld waar mogelijk meekoppelkansen zijn voor de warmtetransitie, zoals vervanging van riolering of netwerken, groot onderhoud van wegen, renovatie van woningbouw door woningcorporaties.
Warmrepofielon
-!
-Q
Bbkctusrerrwoningen
! I
Lage temperotuu. rvoningen
I
Hoge- ol m dccntÈmpèrèruur
.!l f I -!l $ E E
N{iddên- of l!gè rèmpÈ.6!us. woninger woningèn
Btokctusters kantoan Legetemperarour
kantoren
lKoóí ^Ís!fl
t\,liddcn- oi lage tempêrètuu. kÀ^tqÍèn
Blok lu.e," o'r"Íige urilitê;t Lugu temperarur overigè utilltè:i [',!,Cden- oí Idgè FmpèrÈruuÍ ut;l{er
Fiogê- ol niddentÈmpeÍàtuuí riilte;t
Figuur 1 Voorbeeld warmteprofiel Prioriterinq Als we gelijk opgaan met de landelijke doelstelling in het Klimaatakkoord van 1,5 miljoen woningen in Nederland in 2030 verduurzamen, ofwel 19% van de woningen, dan gaat het in Geldrop-Mierlo om ca 3.360 woningen. Dat zijn ca 2 wijken. We maken een keuze of we behoudend willen zijn (minder woningen dan ca 3.360), gelijkwillen lopen (even veel) of voorop (meerdan 3.360)willen lopen op het landelijke doel. De technische, economische, sociale en ruimtelijke analyses worden samengebracht. We bepalen welke criteria leidend zijn bijde selectie van start\/ijken en hoe we de criteria wegen. Op basis van een multi criteria analyse maken we een keuze voor de startwijken. Opstellen visie We stellen de TVW op. De TVW beschrijft de opgave, analyse van vraag en aanbod, de wijkplanning tot 2030 (waaronder de startwijken en de algemene besparingsopgave), een doorkijk naar de periode 2030-2050 en de governance (waaronder een beschrijving van de regierol van de gemeente, het instrumentarium en de samenwerking met belanghebbenden). Ook brengen we de kosten en de financiering in beeld voor het verdere traject van het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen. Vervolo na TVW Na het vaststellen van de Transitie Visie Warmte zullen we samen met de startwijken Wijkuitvoeringsplannen gaan maken. Dat maakt geen deel uit van dit Plan van Aanpak
10
4 Interne organisatie De projectleider TVW zorgt ervoor dat de TVW wordt opgesteld. Het opstellen van een TVW gaat dwars door de organisatie heen. We venrachten dat we de volgende personen ervoor nodig hebben: Directe betrokkenheid: wethouders duuzaamheid en volkshuisvesting, medewerker duurzaamheid, communicatie, volkshuisvesting, buurtregisseurs, programmamanager wijkontwikkeling, projectleider omgevingsvisie Afstemmen: wethouder wijkontwikkeling, medewerker netwerken/bekabeling/riolering, verkeer, vastgoed, monumenten/erfgoed, accountmanager bedrijven, vergunningverlening De projectleider zorgt ervoor dat de medewerkers van wie we directe betrokkenheid venryachten input leveren bij de totstandkoming van de TVW. Daarnaast stemt de projectleider af met andere genoemde medewerkers. De wethouder duurzaamheid is bestuurlijk opdrachtgever voor het opstellen van de TVW. De projectleider is verantwoordelijk voor de uitvoering van de opdracht. Hij/zij rapporteert naar de bestuurlijk opdrachtgever. De projectleider is verantwoordelijk voor de kwaliteit, planning, budget en betrekken van medewerkers. De gemeente kan in het proces verschillende rollen op zich nemen. Onderstaande rollen zijn uitgewerkt in het Rijksprogramma Aardgasvrije wijken (zie bijlage 1 voor een beschrijving van de rollen):
. De afiryachtende regisseur r De procesregisseur . De sturende regisseur o De integrale regisseur.
De rol van sturende regisseur (zie flguur 2) past het beste bij het tempo dat de gemeente wil maken, de mate van realisatie in samenhang met andere opgaven en de wijze waarop de gemeente wil omgaan met de omgeving en de beschikbare financiële middelen.
f$r hrd*nrrí mr.h dr ltnrrdr ngbrclrl StuuÍdêí legt de tranlitiê{isie l€Í inrage voor aan inwoners ronform de Omgeïinqswet. StuuÍder bellist Fmrn m€t een bepeÍkt€ qroep stakeholdes die nodig is om nsultaten tÉ halÊn. SluurdÊr niltempo in de yarmtÊtransitiê rn wil snel duideliil nr!ltail lèhàl€n. Dt Stuurder behardalt d€ wamtetÍtffiitie in prinripe als ten opriórelírtaande opgaw.
fÍr*r dchn din trmn*md roor dc tftsrndr nglr*rrt Da slDuÍder wtltÈmpo màk€n met d€ wáÍmtetÍansitie Êa {indt de richtbaarheid ran dê Iesultatên b€laí}gÍiit. DeStuurds wilwor inrwoenen:lalaholders heldwlwid vhappen omrwameer welke wilbnyan het gas afuaan. DÊ Sluurdeíwil starten om op basis ran roffiÍ€te eÍvaÍingên
Sturcnde regisseul
tlÊ SluuÍdeí wil dildkEótig
le kunnen leren rroor het verwlg. stuÍrn om l€iding te gewn aan d€ze compl€rg meatschapp€liile opgal".
frt b hnlnÉfidrorda ÍarlrdFahll d. Strnndr ngknnl
Ë
DÈ StuuÍd€Í kiesl voor een beptrkte gmep slakêholdeÍr di€ me€b€slilt om voortgàrg ên tempo l€ bêsdteft. 0Ê Stuord€r píob€eÍt inwonêÍr €n stákeholdorsru veel mogeliik duideliikheid te gwrn o,ver de wiikaanpak.
Se Sluurder geeft inwoner en ttaleholdes een doo*iil naar hoe de warmletransitip Êr na zoio Íitriet.
Figuur 2 Beschrijving rol sturende figuur (Bron: Regierollen Transitievisie Warmte, opgesteld door de ArgumentenÍabriek i.o.v. het Programma Aardgasvrije Wijken)
11
5 Betrokkenheid van externe stakeholders Stakeholders De gemeente kan de warmtetransitie niet alleen realiseren, maar is afhankelijk van diverse
stakeholders. Het gaat om mensen die willen en marktpartijen die durven instappen. De manier waarop de gemeente de stakeholders betrekt kan variëren van consultatie tot co creatie van de visie. Afhankelijk van de specifieke situatie. Het is ook zinvol te weten, hoe stakeholders zelf betrokken willen en kunnen zijn. Daarom zullen wij bij de eerste processtap van de voorbereiding verkennende gesprekken met stakeholders houden. We hebben de verschillende stakeholders in Geldrop-Mierlo in kaart gebracht. We kunnen stakeholders onderscheiden naar de grootte van de invloed of macht die een stakeholder heeft en naar de grootte van het belang voor de stakeholder, zie figuur 3. o)
o
o
-c o) Ë
Platform Duurzaam Geldrop-Mierlo Waterschappen de Dommel en Aa en Maas
o
-c
c)
Senioren Belangen Geldrop-Mierlo Jongerenraad
.Y
(U
tt
()
E c(5 (U
E
E
o
OO, >(! co
I
Huurders (van woningen en bedrijven) Energieloket (toekomst nog onduidelijk) Evt. exploitant collectieve voorziening Leveranciers (van producten nodig voor energ ietransitie zoals installateurs, isolatiebedrijven)
Morgen Groene Energie Klimaatcoaches Milieudefensie
-c o
Woningcorporaties Woonlnc, Woonbedrijf en Compaen ndividuele woningeigenaren Verhuurders vastgoed VvE's Bedrijvenverenigingen OVM, Gemini, OGM Bedrijven met eigen pand Netbeheerder Enexis Stichtino Huurders Belanqen Geldrop-Mierlo
Commercieel adviseurs Banken laag
hoog
Belang voor stakeholder Figuur 3 Stakeholderanalyse Er is een aantal types stakeholder: Ze hebben belangen bij het vastgoed en beslissen zelf, ze ondervinden zelf de gevolgen van veranderingen van het pand of de warmtevooziening (individuele woningeigenaar/eigenaren, VvE) Ze hebben belangen bij het vastgoed, beslissen zelf, maar ondervinden als verhuurder niet zelf de gevolgen van veranderingen van het pand of de warmtevoorziening (eigenaar meerdere vastgoedobjecten, woningcorporaties). Ze hebben belangen bij het vastgoed maar beslissen niet zelf (huurders) Ze hebben andersoortige belangen zoals de netbeheerder (leveringszekerheid, stabiel netwerk, zorg voor lage maatschappelijke kosten) of het waterschap (kwaliteit van het water bij warmte uit oppervlaktewater). Ze zijn kennisdrager bijvoorbeeld een energiecoóperatie, wijkplatform, waterschap. Ze zijn exploitant, aannemer/installateur, financier, investeerder, zij hebben een financieel belang bij de energietransitie en hebben kennis.
o
o
o o
o o
ln de TVW verkennen we de stakeholders verder en brengen we hun belangen in kaart. Het is niet mogelijk om met alle individuele eigenaren en gebruikers in gesprek te gaan. We proberen zoveel mogelijk met vertegenwoordigers daarvan te praten. We benoemen daarbij de belangrijkste partijen die besluiten moeten nemen. 12
Tijdens de consultatie van stakeholders willen we de volgende vragen beantwoorden: Hoe zien stakeholders hun rol? Wat hebben zij nodig om aan tafel te komen? (o.a. in hoeverre voelen ze zich probleemeigenaar, hoe is de relatie gemeente / stakeholder?) Welke rol/ relatie venruachten ze in de toekomst? Hoe willen ze dat de samenwerking georganiseerd wordt (ambtelijk - bestuurlijk)?
Benaderen van stakeholders Bij het opstellen van de TVW gebruiken we zoveel als mogelijk bestaande netwerken en communicatiekanalen. Collega's binnen de gemeente, zoals de buurtregisseurs, bieden ondersteuning bij het benaderen van doelgroepen en het agenderen van het project. Waar mogelijk proberen we participatietrajecten te bundelen, zodat stakeholders niet te vaak gevraagd worden voor zo'n traject (participatiemoeheid). Dus we onderzoeken mogelijkheden om te combineren met trajecten van de omgevingsvisie/duurzaamheidsnota en wijkontwikkelingsplannen. Daar waar het niet haalbaar is of er te weinig tijd en ruimte is om de TVW uitgebreid te bespreken, kiezen we voor een eigen fasering en tijdspad in de ontwikkeling van warmteplannen.
í3
6 Communicatie en participatie Gommunicatie Om deze transitie naar aardgasvrij te maken moeten inwoners en ondernemers in beweging komen. De gemeente zal daarom iedereen goed mee moeten nemen in het proces en duidelijkheid moeten geven. De gemeente zal daarom communicatie inzetten om iedereen bewust te maken van wat eraan komt en wat ze zelf kunnen doen. Niet alleen de betrokken stakeholders, maar alle woningeigenaren en bewoners moeten op de hoogte blijven van de planning en ontwikkelingen van de warmtetransitie en mogelijke alternatieve warmtebronnen. Naast gesprekken met stakeholders en informatiesessies is het nodig om informatie te verstrekken via persberichten. Dit wordt verder uitgewerkt in een communicatiestrategie voor de warmtetransitie. Hierdoor kunnen aan de mijlpalen van het proces de juiste communicatiemomenten en middelen gekoppeld worden.
Participatietraject Om de TVW op te stellen richten we een participatieproces in. Het belangrijkste wat we willen bereiken met participatie is draagvlak en commitment om de doelstellingen te bereiken. Het college stelt dit plan van aanpak vast, waarbijwe de raad laten instemmen met het
participatieproces. De inrichting van het participatieproces (incl. betrokkenheid van de raad) wordt hieronder weergegeven. Dit gaat nadrukkelijk om participatie bij het opstellen van de TVW. Bij de Wijkuitvoeringsplannen zal het participatieproces anders ingericht worden, zodat er meer directe betrokkenheid mogelijk is van wijken zoals de bewoners of ondernemers. ln de Geldrop-Mierlose participatiestandaard worden verschillende niveaus van participatie beschreven. ln het traject om te komen tot een warmtetransitie visie wordt gekozen voor het niveau van participatie van raadplegen en van adviseren, zie voor een toelichting op deze niveaus onderstaand kader. Raadplegen: De gemeente bepaalt zelf de agenda, maar ziet betrokkenen als gesprekspartners bij ontwikkeling van beleid. Meningen, ervaringen en ideeën worden geïnventariseerd, maar zijn voor de gemeente niet bindend. De rol van de participant is geconsulteerde. Plannen worden door de gemeente opgesteld en voorgelegd aan belanghebbenden. De reacties van belanghebbenden worden meegenomen in het vervolgproces. Adviseren: De gemeente bepaalt de agenda, maar betrokkenen kunnen problemen en oplossingen aandragen. Deze ideeën spelen een volwaardige rol bij het ontwikkelen van beleid. De gemeente verbindt zich in principe aan de resultaten, maar kan bij de uiteindelijke besluitvorming hiervan beargumenteerd afwijken.
De rol van de participant is adviseur. De betrokken partijen kunnen ook zelf met een voorstel komen. Dit hoeft niet aan te sluiten op een plan van de gemeente of ontwikkelaar. Bron: Geldrop-Mierlose participatiestandaard Gezien het abstractieniveau van het opstellen van de TVW kiezen we er in de basis voor inwoners en andere belangstellenden te raadplegen. Een selectie van vertegenwoordigende stakeholders zal gevraagd worden de gemeente te adviseren, en deel te nemen in de stakeholdertafel. ln de stap hierna waarbij het gaat om het opstellen van Wijk Uitvoerings Plannen gaan we uitgebreid met de inwoners van de wijken aan de slag en zal het niveau van participatie opschuiven naar adviseren en mogelijk ook coproduceren. Hieronder is het participatietraject weergegeven dat we voorzien. Mocht tijdens de uitvoering blijken dat het nodig is hierin bij te sturen, dan zullen we dat waar mogelijk doen.
14
Voorbereidinq, analvse Stakeholdersanalyse, gesprekken met een selectie van stakeholders, te denken valt aan woningcorporaties, de netbeheerder Enexis, de waterschappen de Dommel en Aa en Maas, Brabant Water, Platform Duurzaam Geldrop-Mierlo, bedrijvenverenigingen (OVM, Gemini en OGM), Stichting Huurders Belangen Geldrop-Mierto, Morgen Groene Energie, wijkverenigingen/dorpsraden, gebiedsregisseurs.
e
. . .
Formerenoverlegtafels Kick-off met kerngroep en stakeholderstafel Sessie met commissie
Doel a
Bewustwording: informeren over de warmtetransitie en hoe het proces eruit ziet mensen meenemen in wat er gaat gebeuren Verkennen: ophalen van zorgen, wensen: wat leeft bij mensen, welke belangen spelen? ophalen van kansen: bij welke mensen zit energie, in welke buurten willen bewoners zelf aan de slag met aardgasvrij worden, hoe willen stakeholders betrokken worden? Waar zijn meekoppelkansen?
o o
o o
Prioriterinq Sessie met stakeholders over lokale analyses Sessie met commissie Sessie met inwoners en bedrijven Sessie met stakeholders over de multicriteria analyse
. . . .
Doel a
Bewustwording: informeren over de voorlopige keuze voor startwijken, beschikbare bronnen en oplossingsrichtingen informeren over hoe het proces eruit ziet Verkennen: aanvullen lokale (technische, economische, sociale en ruimtelijke) analyse ophalen of alle relevante uitgangspunten/voonruaarden meegenomen zijn en of deze uitgangspunten/voonryaarden juist zijn. ophalen van zorgen en wensen over de keuzes van de startwijken: welke belangen spelen is er draagvlak voor de gemaakte keuzes? ophalen van kansen: bij welke mensen zit energie, welke bewoners willen zelf aan de slag met aardgasvrij worden? Waar zijn meekoppelkansen?
o
o
a
o o o
o o
Opstellen visie Stakeholderssessie overselectie startwijken Consultatie inwoners en bedrijven van de startwijken Sessie met inwoners en bedrijven over conceptvisie
. r .
Doel a
Bewustwording: informeren over keuze voor startwijken, beschikbare bronnen en oplossingsrichtingen informeren over hoe het vervolgproces met wijkplannen eruit ziet Verkennen: zijn de juiste wijken geselecteerd?
o o
a
o
15
o is er draagvlak voor de gemaakte keuzes? o zijn er reacties op de conceptvisie? Vaststellen visie beeldvorming en oordeelsvorming door commissie vaststellen door Raad informeren inwoners, bedrijven, stakeholders over resultaat
r . r
Doel
Bewustwording: informeren over keuze voor startwijken, beschikbare bronnen en oplossingsrichtingen informeren over hoe het vervolgproces met wijkplannen eruit ziet
o o
Planning en besluitvorming ln onderstaande tijdlijn staan het proces en het participatietraject om te komen tot de TVW beschreven.
. Stakeholdersanalyse,
rSessie aanvullen
. Stakeholderssessie
. Raadsbehandeling
gesprekken
lokale analyse door stakeholders
over selectie startwijken
.lnformeren over
.Randvoorwaarden en
.Wijkplanning tot 2030 .Doorkijk 2030-2050 rAlternatieven aard gas rRollen en verant-
.Verzamelen data .Formeren
.Nota van
afwegingskader formuleren
uitgangspunten
.lnformatiesessie
overlegtafels
rKick-off met kerngroep en stakeholderstafel
.lnformatiesessie commissie
.Visualiseren data .Technische analyse .Economische analyse .Sociale analyse .Ruimtelijke analyse
commissie
.Sessie inwoners en bedrijven . Multicriteria analyse .Sessie stakeholders Multicriteria analyse .Voorlopige startwijken selecteren
woordelijkheden . Kosten en financiering .Sessie inwoners en bedrijven over conceptvisie .Consultatie inwoners en bedrijven van de startwijken
. Alternatieven aard gas
in kaart
16
resultaat
7 Financiering Het opstellen van de TVW wordt uitbesteed. De werkzaamheden die vanuit de gemeente ten dienste van het opstellen van de TVW nodig zijn, worden uitgevoerd binnen de huidige beschikbare capaciteit. Naar verwachting is ca €45.000 tot €60.000 nodig voor het opstellen van de TVW. Deze kosten worden deels gedekt vanuit een subsidie van het Rijk die we toegekend hebben gekregen: te weten de regeling Extern Advies Warmtetransitie met een bijdrage van € 20.660. En deels vanuit een rijksbijdrage van €200.000 in het kader van de Transitie Visie Warmte, die is opgenomen in het Duurzaamheidsprogramma FCL 6740004. De kosten voor de Wijkuitvoeringsplannen worden in de TVW geraamd.
17
i Ar
s
*g Fg
ï
c
n
É Ë
$ .E E
h d
Ë'
Ë g d
g
T E É
{ 6 g Ë ! t ar .fl
E
f,
a
b b È Ë
*
r{
4
II
Li
(É 4
.L
E
Ë * t
*! Ê
Ë
Í
7 F
I
E
E
r
r 5
f
r
!E
I a oa t
ï
I{
5 6 e
(L
g,u
g'á
-gg
!i
o
E F{
c) bo
É
E-
ê!ffi !i
I
ri Ë
r
Ff;
I g
n5
Ë
! ËF tÍ
r!
5E H6
t I a f
ET
Ë$
c
CE ir
gÈ
Ës
n ia F
s
g
* rÈ f,
fre Íh !$ ÉÍ ÈË
{: à rE lb E
gi ÈE b $
È
c
t
EÊ
I
I
Ea & Ë
5 g
t
ËË E :E j :i Ë g a
t9 R,E eE t ËË
a
rt
.Í Éá 6
Ë
a
rE
ï6
ii{ïr$i$ ïffffi
F -E
È
3i
*
! Ê I t
*
óà
I
t
s 6
Í4 $ í Í q
T ts 3 b
fi È
n
Ë
t
E
€
E g_
iËtiiï{
5
s
fl
ï{ifi#
É
_8
;8.
{; *Í f;
n g
{
*$ àe
ËE
È
t
.E
*
ts
TË E Bs 6
fr F
a0
$
Ë
;! gs x'ó t2
Ë
6J
Ë
!o a
-c
o
o L o
5
&
Ë ,! À o c
.t 5E
ê0
s
d
t
s
q)
T
E E Ê
E
Ë
lrl
O. ^q, OE
o li
i !4
fI
6Jo
qJ
Ê & !
I
I * iiá I I i
s
o à
ÁO
!
t
F
É 6
co
EF tt
c
rI
t
F
*
I I II
á t
I
6 R
g
E
o.g r'l
ï
t ,
5 6
B
=g .9ol'6 .2 .i
g s
!
t
:
t6
Ê
!
$
t ! g
T
E
ë
x x 8
'i
(Ë
zà s *, €
s Ê 6
á T
l!
{
t
E E
!
Ë
e i
cÊ 6
E
Ë È Ë
6 ó
6
It
Ë
à b
I
u
I Ê
{
ó
I
,s
è n
{{
r
Êa fi
{
d é
a
t
E
!p I6
4
6
-8
T
t|.t
F
F
a &
rl a gs! d
x
l-r
*
ff
E
E
I
i 6
E
It
Ëtu
b
I s a Ë
à c
ïc Í*
Ê
$I
6
B
! E E&
I
o
$
6
d!
t
i * l-
T
!
E
I* 4 E ! 6
È t
6 6
5
.4
E .A
E
E
*I
Ë E
!g
t $I
-E
q
If E 6 a c
á Ë s
-E
F
il E
Ë'
ót
R
I 0
I
I
H
Íd
I
Ë s B
d
fl
{
6 $
sE
t
r
I{
0
Ë
fÍ
:l
v b
L*ffi ïiÍiïïi
{
I6
É
iÍt
{g i x
t_