CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

RO-BP-619.116.30 Bestemmingsplan 'Bogardeind 85 tm 123'.pdf

Raadsvergadering 7 juni 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en Exploitatieplan Bogardeind 85 t/m 12328.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Geldrop-Mierlo Bestemmingsplan ‘Bogardeind 85 t/m 123’ Vaststelling

April 2021

Gemeente Geldrop-Mierlo Bestemmingsplan ‘Bogardeind 85 t/m 123’

werknummer: 619.116.30 datum: April 2021 bestand: J:\619\116\30\3.Projectresultaat

Procedureoverzicht Fase

Datum

Ontwerp

Januari 2021

Terinzagelegging Vaststelling

28 januari t/m 10 maart April 2021

KuiperCompagnons BV Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw, Architectuur, Landschap Rotterdam

Gemeente Geldrop-Mierlo Bestemmingsplan ‘Bogardeind 85 t/m 123’ Toelichting

April 2021

1

Inhoudsopgave van de toelichting

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.5

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer

1 1 2 3

2

Planbeschrijving

4

2.1 2.2 2.3 2.4

Geschiedenis Ruimtelijke beschrijving Toekomstige ontwikkelingen Juridische aspecten

4 5 7 13

3

Beleidskader

16

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

15 17 18 21 21

4

Natuur

23

4.1 4.2 4.3

Kader Onderzoek Conclusie

23 26 28

5

Water

30

5.1 5.2 5.3

Kader Onderzoek Conclusie

30 34 36

6

Archeologie en cultuurhistorie

37

6.1 6.2

Archeologie Cultuurhistorie

37 39

7

Milieu

41

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

Algemeen M.e.r.-procedure Bodemkwaliteit Akoestische aspecten Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Overige belemmeringen Duurzaamheid

41 41 42 44 47 50 51 56 57

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

2

8

Uitvoerbaarheid

59

8.1 8.2 8.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingaspecten

59 59 60

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

Notitie Haalbaarheid Herontwikkeling Bogardeind, december 2019 Beeldkwaliteitplan, KuiperCompagnons, december 2020 Flora- en Faunaonderzoek, ABO-Milieuconsult, 2 juni 2020 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 14 januari 2021 Historisch bodemonderzoek, ABO-Milieuconsult, 28 november 2019 Milieukundig (asbest)bodemonderzoek, ABO-Milieuconsult, 22 februari 2021 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 6 januari 2021 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 7 januari 2021 Ontwerpbeschikking Wet geluidhinder, 26 januari 2019 Bezonningsstudie, KuiperCompagnons, 2 april 2021 Windonderzoek, Peutz, 30 april 2021 Nota van beantwoording zienswijzen

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

1

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Het Bogardeind vormt een belangrijke entree van Geldrop. Dagelijks passeren 17.000 voertuigen het Bogardeind. Een groot deel van het Bogardeind is aangepast aan deze verkeersdruk. Het deel tussen de Beukelaar en de Laan der Vier Heemskinderen is niet aangepast en vormt een flessenhals. Het tracé is te smal voor de huidige hoeveelheid verkeer, zeker in relatie tot de leefomgeving. Deze situatie is niet langer acceptabel. De woningen staan (te) dicht op het wegprofiel en worden aan de oostzijde alleen door een trottoir van de rijweg gescheiden. Dit leidt tot onveilige situaties en een slechte leefkwaliteit voor de bewoners. In 2008 bestonden er plannen om dit deel van het Bogardeind te herontwikkelen. Door de economische crisis is dit stil komen te vallen. Om bewoners zekerheid te bieden en de bouw van nieuwe woningen dicht tegen de weg aan te voorkomen heeft de gemeenteraad op 28 januari 2019 een voorbereidingsbesluit genomen ten behoeve van de verbreding van het wegprofiel. Omdat de voorbereiding van de plannen meer tijd kostte dan gepland, heeft de gemeenteraad op 27 januari 2020 een tweede voorbereidingsbesluit genomen. Voorliggend bestemmingsplan komt voort uit dit tweede voorbereidingsbesluit en vormt het planologisch-juridisch kader voor de herontwikkeling.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in het zuidwesten van Geldrop, ten zuiden van het centrum (zie afbeelding 1.1). Het plangebied betreft de oostzijde van het Bogardeind van nummer 85 tot en met nummer 123 tussen de Laan der Vier Heemkinderen en de Beukelaar (afbeelding 1.2).

Afbeelding 1.1: ligging plangebied op grote schaal

2

Afbeelding 1.2: ligging plangebied op kleine schaal

1.3

Vigerende bestemmingsplannen Voor het plangebied geldt de ‘beheersverordening kern Geldrop’, vastgesteld op 15 mei 2017 als vigerend plan. Het ‘onderliggend’ plan ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Woongebieden Zuid-West Geldrop’, welke is vastgesteld op 12 juni 2006. Het plangebied kent in de huidige situatie grotendeels de bestemmingen ‘Woondoeleinden 1’ en ‘Verkeersdoeleinden’. De panden op de nummers 105, 105A en 107 kennen de bestemming ‘Detailhandelsdoeleinden’. Daarnaast geldt ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming ‘Molenbeschermingszone’. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

3

Afbeelding 1.3: Vigerend bestemmingsplan

1.4

Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit 8 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 de planbeschrijving. Hier wordt tevens een toelichting gegeven op de bestemmingsmethodiek. Hoofdstuk 3 geeft het relevante beleid op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau weer. De hoofdstukken 4 t/m 7 gaan achtereenvolgens in op de onderzoeksaspecten natuur, water, archeologie en de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 8 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aangetoond en wordt ook ingegaan op het overleg- en inspraaktraject.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

4

2

Planbeschrijving

2.1

Geschiedenis Het Bogardeind, oorspronkelijke de Heezerweg, is één van de belangrijkste invalswegen van Geldrop. Op historische kaarten is de weg steeds terug te vinden. Aan het begin van de vorige eeuw is het deel van het Bogardeind wat nu het plangebied vormt nog niet of nauwelijks bebouwd. Dat verandert pas in de jaren 50 van de vorige eeuw. In die tijd begint de lintbebouwing langs het Bogardeind zich geleidelijk te sluiten. De omvang van Geldrop blijft lang beperkt. Geldrop groeit nauwelijks en breidt zich voornamelijk uit in noordelijke richting. Pas in de jaren 70 komt hier verandering in en begint de uitbreiding aan de zuidkant met de Beekweide, de Akert en de Coevering. Het beeld van het Bogardeind verandert mee. Het profiel wordt aangepast en er worden steeds meer straten aangesloten op het Bogardeind. Tot in de jaren 90 blijft het karakter van de weg als doorgaande weg, naar en door het centrum, in stand. Na het afsluiten van de Korte Kerkstraat en het aansluiten van de Johan Peijnenburgweg op de Mierloseweg vervalt deze functie. Doorgaand verkeer wordt vanaf dat moment omgeleid om het centrum. Een uitzondering in de ontwikkeling vormt het plangebied. Daar blijft de historische situatie bestaan met het smalle profiel waarbij de huizen dicht op de weg staan.

De verstedelijking zet zich na de jaren 70 door, maar dit heeft een beperkt effect op het beeld van het Bogardeind. Het oude (en nu huidige) profiel blijft in stand. De bomen aan weerszijden van de weg verdwijnen pas aan het einde van de jaren 70. Het Bogardeind blijft als een oud lint in de nieuwe stedelijke structuur liggen. De verkeersdrukte neemt in deze tijd wel sterk toe. Om het Bogardeind te ontlasten wordt er rond de eeuwwisseling voor gekozen om de kruising met het Emopad te wijzigen en het belang van het Emopad voor het verkeer te vergroten ten gunste van het Bogardeind. Dit zorgt wel voor verlichting van de verkeersdruk, maar het aantal auto’s op het Bogardeind blijft groot en de noodzaak voor reconstructie blijft bestaan.

Afbeelding 2.1: Geldrop aan het begin van de vorige eeuw

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

5

De wens om de oostzijde van het Bogardeind tussen de Beukelaar en de Laan der Vier Heemskinderen te herontwikkelen bestaat dan ook al lang. Bij een vorige start van de herontwikkeling in 2008 zijn woningen gekocht, maar is besloten om slechts één fase te realiseren. Voor de reconstructie van de kruising Bogardeind/ de Beukelaar is indertijd besloten de woning met nummer 129 aan te kopen. De woningen met de nummers 125 en 127 waren al eigendom van de gemeente. Deze laatste twee woningen zijn in 2011 gesloopt. De woning op nummer 129 is in 2015 gesloopt, waarna de herinrichting van het kruispunt is uitgevoerd en de parkeerplaats is gerealiseerd. Na de realisatie van deze eerste fase is de ontwikkeling gestopt. Elders in de straat zijn indertijd de woningen met de nummers 95C (appartement) en 103 aangekocht. Deze zijn weer verkocht en nu in particuliere handen. 2.2

Ruimtelijke beschrijving Het bestemmingsplangebied omvat een woongebied dat net buiten het centrum is gelegen. Hieronder wordt per thema een omschrijving gegeven van de ruimtelijke opbouw van het plangebied.

2.2.1 Wonen Wonen vormt de belangrijkste functie in het plangebied. De woningen staan dicht op het wegprofiel en worden aan de oostzijde alleen door een trottoir van de rijweg gescheiden. Aan de westzijde is dit beeld genuanceerder. Een deel van de woningen staat ook daar dicht tegen de rijbaan. Een klein deel van de woningen beschikt over een voortuin waarin ook geparkeerd wordt. De kwaliteit van de woningen op de planlocatie wisselt. Deze varieert van goed tot zeer slecht. Zo zijn de woningen met de nummers 91 en 113 van goede kwaliteit, terwijl de woningen met de nummers 99 en 101 bouwvallen zijn. De kwaliteit van de overige woningen zit daartussen. De algehele kwaliteit neemt af door de onzekerheid over de toekomst bij de bewoners als gevolg van de plannen van de gemeente. De bewoners geven aan onderhoud aan hun woningen uit te stellen totdat er helderheid over de toekomst kan worden geboden.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

6

Afbeeldingen 2.2: impressie huidige situatie

2.2.2 Voorzieningen In het plangebied zelf zijn geen voorzieningen gesitueerd. Tegenover het plangebied, aan het Bogardeind, bevind zich een dierenartsenpraktijk en grenzend aan het plangebied aan de Laan der Vier Heemskinderen bevindt zich een fietsenwinkel. Deze behoren niet tot het plangebied. Daarnaast is op korte afstand van het plangebied het centrum van Geldrop gelegen. 2.2.3 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied ligt aan het Bogardeind en grenst in het noorden aan de Laan der Vier Heemskinderen. Deze wegen vormen samen de ontsluitingswegen van het plangebied. Beide wegen kennen een snelheidsregime van 50 km/uur. Met name in de avondspits staat er een lange wachtrij voor het verkeerslicht bij de Laan der Vier Heemskinderen, die 'terugslaat' tot voorbij het kruispunt Bogardeind/ Molenakker. Het gevolg daarvan is dat het verkeer sluiproutes zoekt door de wijk Akert. Dit deel van het Bogardeind is het enige wegvak binnen de gemeente waar langs de hoofdweg geen vrije fietsvoorzieningen aanwezig zijn in de vorm van een vrijliggend fietspad of een fietsstraat. Het is één van de laatste wegvakken die in het kader van de herinrichting van de infrastructuur van Geldrop-Mierlo moet worden heringericht en is het sluitstuk van een langjarig programma voor de verbetering van de infrastructuur in het zuidelijk deel van kern Geldrop.

Het wegvak voldoet niet aan het landelijk beleid Duurzaam Veilig en is bovendien strijdig met de kwaliteitseisen van een belangrijke regionale fietsverbinding. Parkeren De meeste woningen in het plangebied kennen geen parkeerplaatsen op eigen terrein waardoor de parkeerdruk in de huidige situatie bijna volledig rust op de openbare ruimte. In de praktijk wordt er regelmatig op de aanliggende fietsstrook en/of op het trottoir geparkeerd. Fietsers zijn hierdoor genoodzaakt op de rijbaan voor het autoverkeer uit te wijken en voetgangers worden gehinderd. 2.2.4 Groen en water Het aantal groenvoorzieningen in het plangebied is beperkt. Naast de kruising met de Beukelaar bevindt zich een groenstrook. In het plangebied is geen water gelegen.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

7

2.3

Toekomstige ontwikkelingen Voorliggend bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de ontwikkelingen in het plangebied. Ten behoeve van de ontwikkeling is een verkeersontwerp gemaakt en een stedenbouwkundige studie verricht. Na het vaststellen van het bestemmingsplan zal dit verder worden uitgewerkt.

2.3.1 Stedenbouwkundige opzet Bij de stedenbouwkundige studie is rekening gehouden met het gewenste beeld van deze invalsstraat. De woningen langs het Bogardeind zijn vooral grondgebonden woningen. Tussen de kruising met het Emopad en de Beukelaar verdicht het beeld zich geleidelijk van vrijstaande woningen naar geschakelde woningen. Tussen de woningen bevinden zich ook in het plangebied nog enkele bedrijven. De gesloten, geschakelde bebouwing zet zich door richting centrum. Aan de westzijde van het deel van het Bogardeind tussen de Beukelaar en de Laan der Vier Heemskinderen is dit ook te zien. Hier bevinden zich ook geschakelde woningen. De richting van de kap varieert. Karakteristiek voor de oudste woningen is de langskap. Op sommige plekken aan het Bogardeind (niet op de planlocatie) zijn zelfs referenties naar de oude langgevelboerderijen te zien. Nieuwere woningen beschikken vaak over een kap haaks op de rijbaan. Er is weinig verschil in hoogte. De woningen beschikken over één woonlaag met een ruime kap – dit zijn meestal de woningen met een langskap - of over twee lagen met een kap. In hoogte verschillen deze typen niet veel. Het enige appartementencomplex langs het Bogardeind is het complex Bogardeind 93 – 95. De hoogte van dit complex overstijgt de hoogte van een forse woning met twee lagen en een kap nauwelijks.

Het betreft een appartementencomplex met twee lagen en een kap. De appartementen op de begane grond hebben één woonlaag. De appartementen op de eerste verdieping beschikken ook nog over een zolderverdieping. Uitgangspunten In het stedenbouwkundige plan worden 11 grondgebonden woningen gerealiseerd en 24 appartementen. De bebouwing vormt een wand aan de weg. Er ontstaat een gevarieerd woningaanbod. Er wordt een nieuw wegprofiel ingepast. Dit profiel past beter bij het vele verkeer wat hier doorheen rijdt. De woningen staan niet meer direct aan de straat maar worden hiervan gescheiden. Tussen de rijweg en de woning worden nu een groenstrook, parkeerplaats, fietsstraat, voetpad en een voortuintje aangelegd. Het huidige woningbeeld van het Bogardeind is het uitgangspunt voor het plan. Het accent ligt op het ontwikkelen van grondgebonden woningen en appartementen. De toekomstige aanleg van de weg beperkt de oppervlakte en de diepte van de percelen, maar maakt de ontwikkeling van woningen niet onmogelijk. De kaveldiepte is na aanleg van de weg globaal nog 30 meter. Dat maakt een mogelijk om goede woningen met een redelijke tuin te ontwikkelen. Dat is anders op de locatie waar het profiel maximaal wordt verbreed in verband met de aanleg van de opstelvakken. Daar resteert een kaveldiepte van ongeveer 17 meter.

Dat maakt de realisatie van een grondgebonden woning op die plek minder aantrekkelijk. Een woonvorm met

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

8

minder buitenruimte ligt daar voor de hand. Op het smallere deel zullen daarom appartementen worden ontwikkeld. Een andere beperking van de locatie is de geluidsoverlast. Hiervoor zullen maatregelen moeten worden getroffen. Dat geldt voor de nieuwe woningen, maar ook de bestaande woningen in de omgeving. Hier wordt in paragraaf 7.4 nader op ingegaan. Variantenstudie In een eerste variantenstudie zijn drie varianten uitgewerkt, welke zijn doorgerekend in een indicatief geluidonderzoek. Op basis van deze resultaten en gesprekken met eigenaren en bewoners zijn twee opties verder uitgewerkt. Vervolgens is een financiële verkenning uitgevoerd. Veel van de huidige eigenaren/bewoners willen in het plangebied blijven wonen. Op basis van de financiële verkenning en het benodigde programma om de huidige bewoners een alternatief te kunnen bieden, is een voorkeursvariant opgesteld. Leidend blijft het ruimtelijk beeld van de rest van het Bogardeind. Dat maakt dat de verdichting van het programma beperkt blijft tot geschakelde woningen en de ontwikkeling van appartementen op het deel waar de resterende ruimte het smalst is. Het beoogde programma bevat 24 appartementen en 11 grondgebonden woningen, variërend in twee-onder-een-kap, geschakeld en vrijstaand.

De toekomstige bebouwing aan het Bogardeind bestaat uit twee bebouwingsclusters: een aaneengesloten appartementenwand aan de noordzijde en enkele vrijstaande en twee-onderéén-kap woningen aan de zuidzijde. Alle gebouwen hebben representatieve voorkanten aan het Bogardeind. Naast de uitstraling van de architectuur is ook de samenhang van de bebouwing van groot belang voor de totale sfeer en beleving van het straatbeeld. Er vindt variatie plaats in de rooilijn, bouwhoogte en kapvorm. Samenhang wordt gezocht in materiaal, kleur, massa en korrel van de bebouwing. De grondgebonden woningen hebben dezelfde hoogte. De appartementen zijn voornamelijk 2 lagen met kap met op de kruising Bogardeind – Laan der Vier Heemskinderen een hoogteaccent van 3 lagen met kap. De gewenste beeldkwaliteit is nader uitgewerkt in een beeldkwaliteitplan, deze is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Bezonning Ten behoeve van de ontwikkeling is een bezonningsstudie uitgevoerd. In deze bezonningsstudie zijn zowel de huidige situatie als toekomstige situatie in beeld gebracht. De studie is opgenomen als bijlage 10 bij deze toelichting. Er zijn geen wettelijke normen en eisen omtrent bezonning. In het algemeen wordt door gemeenten als richtlijn de ‘lichte’ TNO-norm gehanteerd.

Deze is: ‘Ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag op de gevels van woningen in de periode van 19 februari tot 21 oktober’. Het aantal bezonningsuren op de achtergevel van de woningen aan de Elzenhof en de Hazelaar bedraagt op de genoemde data respectievelijk 2,75 en 3 uur. Tussen die twee data is het aantal bezonningsuren groter. Er treedt weliswaar meer schaduwwerking op dan in de huidige situatie, maar de nieuwe situatie voldoet nog ruim aan de norm van TNO.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

9

Afbeelding 2.3: plattegrond toekomstige situatie

Afbeelding 2.4: impressie toekomstige situatie

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

10

2.3.2 Verkeersontwerp Wegverbreding Bij de stedenbouwkundige studie is het verkeersontwerp uit 2009 (Exante) als randvoorwaarde benut. Het verkeersontwerp uit 2009 is in mei 2019 door de afdeling verkeer van de gemeente geactualiseerd. Deze actualisatie heeft geen invloed gehad op de maatvoering van het ontwerp. Het verkeersontwerp volgt de opzet van het profiel dat de weg in het deel van de Beukelaar tot de kruising met Emopad heeft. Dit profiel is in de kern opgebouwd uit een voetpad/ trottoir (2,1 meter) aan beide zijden van de weg, een fietsstraat (3,60 meter) en parkeerstrook (2,0 meter) aan beide zijden en een rijbaan (6,50 meter). Tussen parkeerstrook en rijbaan wordt aan beide zijden 1,50 meter ruimte gereserveerd voor groen. De parkeerstrook wordt op een aantal plekken onderbroken door groen. Het groen is op die plek dan 3.5 meter breed en biedt dan ruimte voor een boom. De totale breedte voor een standaardprofiel is 24,90 meter. Op voldoende parkeerplaatsen te kunnen generen is op de planlocatie een extra parkeerstrook toegevoegd aan de zijde van de woningen. Het profiel wordt daardoor twee meter breder (26,90 meter). Bij de kruising met de Laan der Vier Heemkinderen verbreedt de weg zich. Dit komt door de verbreding van de rijbaan. Deze wordt 12 meter breed en bestaat uit één rijstrook en drie opstelstroken.

Eén opstelstrook is voor verkeer dat rechtdoor gaat of linksaf slaat. De andere twee opstelstroken zijn voor verkeer dat naar rechts afslaat. Aan de kant van de opstelstroken wordt afgezien van een parkeerstrook en wordt de fietsstraat omgezet naar een fietspad. De totale breedte voor dit profiel is 27,30 meter. De impact van het uitvoeren van het verkeerontwerp is dat alle huizen aan de oostzijde van dit deel van het Bogardeind ten behoeve van de aanleg van de weg gesloopt moeten worden. De lijn van de oostgrens van het profiel loopt grotendeel parallel met de achtergevels van de bestaande woningen.

Afbeelding 2.5: Verkeersontwerp

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

11

Verkeersgeneratie In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een twee-onder-een-kapwoningen, drie vrijstaande woningen, acht geschakelde woningen en 5 appartementen. Daarnaast wordt een van de panden (105A) gebruikt voor kamerbewoning door 5 huurders, bevindt zich er een bedrijfspand en staan er twee bouwvallige woningen (nr. 99-101). De gemeente Geldrop-Mierlo gaat voor Geldrop uit van een stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk gebied'. Op basis van de CROW-publicatie 381 is de verkeersgeneratie van de huidige en toekomstige situatie bepaald (zie tabellen 2.1 en 2.2). In de CROW-publicatie staan de minimale en maximale verkeersgeneratie, hiervan is het gemiddelde genomen. Vanwege de ligging in een belangrijke aanloopstraat is er gekozen om te rekenen met de cijfers voor een ligging in de schil van het centrum. Huidig programma Appartement, koop (midden) Twee-onder-een kap Geschakelde woningen Vrijstaande woningen Kamerverhuur, zelfstandig Totaal

Aantallen/ m2 5 2 8 3 5

Norm 5,4 per woning 7,6 per woning 6,9 per woning 8 per woning 1,9 per kamer

Verkeersgeneratie 27 15,2 55,2 24 9,5 131

Aantallen/ m2 21

Norm 3,4 per woning

Verkeersgeneratie 71,4

3 6 4 1 35

5,4 per woning 7,6 per woning 6,9 per woning 8 per woning

16,2 45,6 27,6 8 169

Tabel 2.1: berekening verkeersgeneratie huidig programma

Nieuw programma Appartement, huur (goedkoop/midden) Appartement, huur (duur) Twee-onder-een kap Geschakelde woningen Vrijstaande woningen Totaal

Tabel 2.2: berekening verkeersgeneratie nieuw programma

Uit bovenstaande berekening blijkt dat de verkeersgeneratie met ca. 38 verkeerbewegingen zal toenemen. In het plangebied bevinden zich nog een bedrijfspand en een aantal bouwvallige woningen. Deze zijn nog wel aanwezig, maar niet meer in gebruik, waardoor deze niet zijn meegenomen in de berekening. De lichte toename van verkeersbewegingen die met de ontwikkeling gepaard gaat kan door de reconstructie van het Bogardeind ruimschoots worden opgevangen. Parkeren Bij de uiteindelijke uitwerking van de plannen zal rekening moeten worden gehouden met voldoende parkeerplaatsen. Het beoogde programma is voorgelegd aan de afdeling Verkeer van de gemeente Geldrop-Mierlo. Hier is de volgende parkeerberekening uit naar voren gekomen.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

12

Nieuw programma Appartement, huur (midden/goedkoop) Appartement, huur (duur) Twee-onder-een kap Geschakelde woningen Vrijstaande woningen

Aantallen/ m2

Norm

21

1,0 per woning + 0,2 bezoekers 3 1,4 per woning + 0,2 bezoekers 6 1,7 per woning + 0,2 bezoekers 4 1,5 per woning + 0,2 bezoekers 1 1,7 per woning + 0,2 bezoekers Totaal naar boven afgerond

Aantal parkeerplaatsen 25,2 4,8 11,4 6,8 1,9 50

Tabel 7.3: berekening verkeersgeneratie nieuw programma

Op basis van de voorkeursvariant is het programma doorgerekend. Hieruit blijkt dat er voor de ontwikkeling 50 parkeerplaatsen benodigd zijn. Deze parkeerplaatsen worden op de volgende manier gerealiseerd: Aan de oneven zijde van de straat, langs de ventweg en aan de achterzijde van de appartementen en rijwoningen worden 35 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd; Aan de even zijde, langs de nieuw te realiseren fietsstraat, wordt 1 parkeerplaats gerealiseerd; In de bestaande parkeerkoffer op de hoek Bogardeind/Beukelaar kunnen maximaal 2 parkeerplaatsen worden toegerekend aan dit bouwplan. Met de herinrichting van het kruispunt is rekening gehouden met de parkeerbehoefte van de huidige bewoners van dit deel van het Bogardeind; 7 woningen parkeren op eigen terrein, alleen het bezoekersparkeren wordt in de openbare ruimte opgevangen. Het aantal parkeerplaatsen komt daarmee op: Langsparkeren aan ventweg en fietsstraat: 10 pp; Achterzijde appartementen en rijwoningen: 26 pp; Eigen terrein op langere oprit: 12 pp; Hoek Bogardeind/Beukelaar: 2 pp; Totaal: 50 parkeerplaatsen Vertaling bestemmingsplan Als gekeken wordt naar de stedenbouwkundige denkrichtingen, wordt daar in het bestemmingsplan op een aantal manieren bij aangesloten.

De rooilijn van de woningen verschuift, waardoor er voldoende ruimte wordt geboden voor het verbreden van het wegprofiel en het realiseren van bomen en hagen langs de weg. Qua bouwhoogte wordt er een maximale bouwhoogte van 10 meter gehanteerd. Ter plaatse van de grondgebonden woningen geldt een goothoogte van maximaal 6 meter. Alleen ter plaatse van de hoek Bogardeind – Laan der Vier Heemskinderen bestaat ruimte voor een hoogteaccent. Hier wordt dan ook een maximale bouwhoogte van 12 meter gehanteerd, met een maximale goothoogte van 10 meter.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

13

2.4

Juridische aspecten

2.4.1 Planmethodiek Het uitgangspunt van dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van de herontwikkeling van het noordelijke deel van het Bogardeind. In het bestemmingsplan is sprake van eindbestemmingen. 2.4.2 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Inleidende regels (hoofdstuk 1) Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Algemene regels (hoofdstuk 3) Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard die worden gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn in sommige bestemmingen, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Wonen De voor ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bestemd voor wonen, aan-huis-verbonden beroepen en behorende voorzieningen waaronder parkeervoorzieningen, groen, water, erven, tuinen en paden.

De bouw van een appartementencomplex is daarmee planologisch mogelijk gemaakt. De hoofdgebouwen, oftewel de woningen zelf, mogen alleen worden gebouwd binnen een bouwvlak. Dakopbouwen zijn ook mogelijk, hierbij is aangesloten bij het welstandsbeleid en het (herziene) kruimelgevallenbeleid. Er geldt een standaardregeling voor beroep en bedrijf aan huis. Verkeer De voor “Verkeer” aangewezen gronden betreffen het deel van het Bogardeind dat gereconstrueerd dient te worden. Ook klein buurtgroen (bermen) en parkeervoorzieningen vallen onder deze bestemming, evenals de bijbehorende bouwwerken. Tuin Om het onbebouwde karakter van voor- en bepalende zijtuinen te beschermen, is daarvoor de afzonderlijke bestemming “Tuin” opgenomen. Bebouwing is binnen deze bestemming niet toegestaan. Parkeren is hier wel toegestaan. Vrijwaringszone – Molenbiotoop De gronden binnen deze bestemming zijn naast de overige daaraan gegeven bestemmingen primair bestemd voor het beschermen van de functie van de in dit gebied voorkomende molen

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

14

als werktuig en van zijn waarde als landschapsbepalend element. Met het oog op bovenstaande bescherming kent deze bestemming een afwijkende bebouwingsregeling en een aanlegvergunningenstelsel teneinde te waarborgen, dat het huidige en/of het toekomstige functioneren van de molen als werktuig door windbelemmering en/of de waarde van de molen als landschapsbepalend element, niet onevenredig in gevaar wordt of kan worden gebracht. Onder voorwaarden kan van de afwijkende bebouwingsregeling vrijstelling worden verleend. Hoofdstuk 3 Algemene regels In deze paragraaf worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden. Het gaat bijvoorbeeld om extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen en kelders, en andere bouwwerken. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is het verbod op seksinrichtingen opgenomen.

Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

15

2.4.3 Geometrische plaatsbepaling (verbeelding) Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGT-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

16

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet Voorliggend projectgebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL)11. Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat.

3.1.1 Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid twee en drie Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

17

Onderhavige ontwikkeling voorziet in het mogelijk maken van 35 woningen. Dit wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor een ladderonderbouwing benodigd is. Ladderonderbouwing In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een twee-onder-een-kapwoningen, drie vrijstaande woningen, acht geschakelde woningen en vijf appartementen. Daarnaast wordt een van de panden gebruikt voor kamerbewoning door vijf huurders, bevindt zich er een bedrijfspand en staan er twee bouwvallige woningen. Deze zullen allen worden gesloopt. Met aftrek van de huidige bewoning worden er maximaal zeventien extra woningen toegevoegd. Hierin zijn de kamerbewoning, het bedrijfspand en de bouwvallen niet meegenomen. De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor sprake is van een intensivering van de bestaande ruimte. Ook sluit de ontwikkeling aan bij het (volkshuisvestings)beleid van de regio en gemeente (zie de hier op volgende paragrafen). Daarmee past het project binnen het beleid van de provincie Noord-Brabant. Derhalve kan worden voldaan aan de Ladder. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij wil dat de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zal zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verder uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma’s. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgave: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die in strijd zijn met de omgevingsvisie van Noord-Brabant. Nadere regels vanuit de provincie voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hier wordt in de volgende paragraaf op ingegaan. 3.2.2 Interim omgevingsverordening provincie Noord-Brabant De provincie heeft als eerste stap naar integraal beleid begin 2020 een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

18

op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsvergunning vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt.

Afbeeldingen 3.1: Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In de omgevingsverordening verstedelijking’.

is

het

plangebied

aangeduid

als

’Concentratiegebied

Voor stedelijke ontwikkeling zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: • stedelijk concentratiegebied • kernen in landelijk gebied 2. Verstedelijking afweegbaar Er is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in Stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in ‘Verstedelijking afweegbaar’. Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio's te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom streeft de provincie naar duurzame verstedelijking. Om te verduidelijken welke aspecten daarbij een rol spelen, zijn een aantal

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

19

aspecten benoemd die daarbij om aandacht vragen. Er wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. Zorgvuldig ruimtegebruik als basisprincipe vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit, is hierbij het uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen Stedelijk gebied en dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Vanuit de ladder voor verstedelijking die in het besluit ruimtelijke ordening is opgenomen gelden dienaangaande ook voorwaarden. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt in een kern in het Concentratiegebied verstedelijking. Het herontwikkelen van dit deel van Bogardeind sluit aan bij het concentreren van de verstedelijking in het stedelijk gebied. Conclusie Gelet op het voorgaande is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Woonvisie Regio Eindhoven / Regionaal Woningbouwprogramma 2010-2020 Op 17 december 2009 heeft de Regioraad van het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE)2 het ‘Regionaal Woningbouwprogramma 2010-2020’ vastgesteld. Bij dit woningbouwprogramma is de daadwerkelijke woningbehoefte van de inwoners van ZuidoostBrabant als uitgangspunt genomen. Hierbij is er sprake van een flexibel woningbouwprogramma, waarbij jaarlijks wordt geëvalueerd of het programma nog aansluit op de behoeften van de regionale woonconsument. Uit het RWP vloeit voort dat de gemeente Geldrop-Mierlo in de periode 2017-2030 de taakstelling heeft om 1.075-1.505 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Op 28 juni 2012 is de Woonvisie Regio Eindhoven ‘Samen werken aan drie uitdagingen voor de regionale woningmarkt’ vastgesteld. De visie richt zich op die uitdagingen die de 21 regiogemeenten gezamenlijk kunnen en moeten oppakken: • Oog voor kenniswerkers en lage-lonenarbeidsmigranten: De aanwezigheid van kenniswerkers en lage-lonenarbeidsmigranten loont en is kansrijk voor de regio Eindhoven. Kenniswerkers hebben geen specifieke woonwensen en zijn daarmee dus gewoon onderdeel van de reguliere woningmarkt. Maar om de kenniswerkers blijvend te kunnen binden aan de regio is het belangrijk dat de specifieke woon- een leefkwaliteiten getoond en beter gecommuniceerd worden.

De aanwezigheid van lage-lonenarbeidsmigranten is permanent. Zij vragen tijdelijke of zelfs structurele woonruimte. Een steeds groter wordend deel vestigt zich hier permanent. Zij dienen benaderd te worden als een gewone woningzoekende. • Naar een nieuw evenwicht van sterke steden en een vitaal landelijk gebied: Door demografische ontwikkelingen (groeiende regio met enkele krimpende gemeenten, vergrijzing, toename een- en tweepersoonshuishoudens) en door de gevolgen van de economische crisis verandert de toekomstige vraag op de woningmarkt structureel. Het streven naar “een nieuw evenwicht van sterke steden en een vitaal landelijk gebied” is een

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

20

•

complexe en veelomvattende uitdaging, die door deze ontwikkelingen wel noodzakelijk is. Om tot concrete resultaten te komen, zal deze uitdaging veel meer vanuit een breder perspectief aangepakt moeten worden. Dat betekent een andere manier van denken en handelen, waarbij initiatieven van onderop veel meer gestimuleerd moeten worden. Het denken over deze uitdaging is nog niet afgerond. Duurzaam vernieuwen en transformeren van de bestaande voorraad: De grootste opgave waar de regio de komende jaren voor staat, is het transformeren van de bestaande voorraad. Deze opgave bestaat uit drie componenten: inspelen op demografische ontwikkelingen, het energievraagstuk en het herbestemmen /transformeren van kantooren werklocaties. Dat de bestaande voorraad de grootste opgave is, wil niet zeggen dat er de komende jaren niks nieuws meer gebouwd wordt. De nieuwbouw zal zich primair richten op het kleinschalig toevoegen van kwaliteit aan de bestaande voorraad, passend bij de bestaande kwaliteiten en identiteiten van de steden en dorpen.

Op 30 november 2016 heeft de RRO Zuidoost-Brabant de Regionale Agenda Wonen 2016 vastgesteld, waarin de actuele woningbouwafspraken voor de periode 2016 – 2025 zijn opgenomen. De Regionale Agenda Wonen 2016 geeft aan dat de woningbouwopgave voor de periode 2016-2025 ca. 35.600 woningen bedraagt voor de gehele regio Zuidoost-Brabant. Ruim twee derde hiervan, 24.375 woningen, zal gerealiseerd moeten worden in de subregio Stedelijk Gebied Eindoven. De bouwplannen passen binnen de regionale afspraken die zijn gemaakt. 3.3.2 Intergemeentelijke Structuurvisie: Rijk van Dommel en Aa Het Rijk van Dommel en Aa is één van de ruimtelijke onderdelen van Brainport: dé toptechnologie regio van Nederland. De ontwikkeling van het Rijk van Dommel en Aa zal de ‘quality of life’ van de Brainport versterken. Het Rijk van Dommel en Aa moet als robuust regionaal landschapspark de Brainportbewoner een aantrekkelijke landschappelijke omgeving bieden waarin gerecreëerd kan worden. De intergemeentelijke structuurvisie is in 2011 opgesteld. Op basis van intensief overleg tussen de gemeenten, waterschappen, provincie en rijk is het Wensbeeld Middengebied ontstaan, waarin de ambities voor de ontwikkeling van het gebied zijn aangegeven. Dit Wensbeeld wordt door de verschillende organisaties en bestuursorganen gedragen.

De gezamenlijke aanpak voor de uitvoering van het Wensbeeld is opgenomen in de intergemeentelijke structuurvisie. De koersen geven de beleidsrichtingen aan die ten grondslag liggen aan de intergemeentelijke structuurvisie (ISV). De koersen komen voort uit bestaand beleid (gemeentelijke structuurvisies, wensbeeld, Europees-, rijks-, provinciaal- en regionaal beleid). De koersen bepalen de agenda voor deze ISV. De koersen geven een visie op de belangrijkste functies in het gebied; het groenblauwe raamwerk, de recreatie en het landelijk gebied. In de Intergemeentelijke structuurvisie zijn geen specifieke uitspraken opgenomen voor het plangebied. Conclusie Gelet op het voorgaande is er geen strijdigheid met de regionale belangen.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

21

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Geldrop-Mierlo In 2010 is door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo een structuurvisie vastgesteld voor het hele grondgebied van de gemeente. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn op hoofdlijnen beschreven. In de structuurvisie is ook opgenomen hoe de voorziene ontwikkelingen uitgevoerd worden. In 2015 is de structuurvisie geactualiseerd. In de structuurvisie worden geen concrete uitspraken gedaan met betrekking tot het plangebied. In de visie wordt wel het zuidelijk deel van Bogardeind genoemd, dat inmiddels is geherstructureerd. De visie geeft wel enkele richtlijnen met betrekking tot wonen en bereikbaarheid: Wonen Geldrop-Mierlo wordt gekenmerkt door een evenwichtige woningmarkt waarbij ruimte en een hoogwaardige (technologische) infrastructuur aanwezig zijn. Door zorgvoorzieningen zijn burgers in staat om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Bereikbaarheid Dit is een belangrijk onderdeel omdat zonder goede bereikbaarheid de kans bestaat dat andere ontwikkelingen niet van de grond komen. We moeten zoeken naar nieuwe manieren om verkeersbewegingen te reguleren. Aandacht moet er worden besteed aan het binnenstedelijke gebied. We moeten ervoor waken dat dit dichtslibt.

De focus ligt op het beperken van de groei van met name autoverkeer en het treffen van maatregelen waardoor zoveel mogelijk overlast wordt tegengegaan. 3.4.2 Woonvisie Geldrop-Mierlo 2020-2028 Medio 2019 is de Woonvisie Geldrop-Mierlo 2020-2028 opgesteld. In de Woonvisie geeft de gemeente Geldrop-Mierlo haar volkshuisvestelijk beleid weer en stelt zij vast wat zij de komende jaren voor ogen heeft. De Woonvisie geeft daarbij invulling aan de ambities van de gemeente op het gebied van het wonen. Voorop staat dat het toekomstige woningaanbod zo goed mogelijk aansluit op de woonwensen en behoeften op de woningmarkt in Geldrop-Mierlo. Daarbij wordt gestreefd naar een goede mix van woningen, doelgroepen en leeftijden in elke wijk met de overtuiging dat dit bijdraagt aan leefbaarheid en sociale cohesie. Voor Geldrop-Mierlo, als onderdeel van het Stedelijk Gebied Eindhoven, wordt door de provincie een groei verwacht van ongeveer 3% tot een inwonertal van 40.225 in 2040. De bevolkingsgroei valt hoger uit dan eerder door de provincie geprognotiseerd in 2017. Dit komt vooral door de hoger dan geraamde binnen- en buitenlandse migratiesaldi. Wanneer de bevolkingsgroei die zich vanaf 2015 wordt doorgetrokken, verwacht de gemeente in de periode 2020-2025 de grens van 40.000 inwoners te passeren.

De bevolkingsopbouw van Geldrop-Mierlo, en vooral de ontwikkeling daarin de komende decennia, illustreert goed wat de effecten van de vergrijzing zijn. De groep inwoners van 60 jaar en ouder neemt tot 2040 toe met 25%. Waar nu ongeveer 28% van de bevolking in GeldropMierlo 60 jaar en ouder is, zal dat in 2040 bijna 34% zijn. Als we inzoomen op de groep inwoners van 80 jaar en ouder dan zien we dat die bijna verdubbelt de komende twee decennia. Tegelijkertijd zien we dat deze groei van de groep 60 jaar en ouder vooral ten koste gaat van de

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

22

inwonertallen in de leeftijdscategorie 40 tot 60 jaar: in 2017 vormen zij nog 29% van het totale inwonertal in Geldrop-Mierlo maar in 2040 zal dit zijn afgenomen tot 24%. Daarentegen is de verwachting dat de groep van 40 jaar en jonger min of meer stabiel blijft en lijkt Geldrop-Mierlo minder geconfronteerd te worden met ontgroening van de bevolking. De beoogde ontwikkeling geeft invulling aan de gemeentelijke ambities. De ontwikkeling zorgt met name voor herhuisvesting van bestaande bewoners en voegt slechts enkele nieuwe woningen toe. Met de herontwikkeling wordt ingespeeld op het verbeteren van de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van dit deel van Bogardeind. 3.4.3 Welstandsnota Geldrop-Mierlo 2013 In 2013 heeft de gemeente een (verruimd) welstandsbeleid vastgesteld. Dit is opgenomen in de Welstandsnota Geldrop-Mierlo 2013. Op de welstandskaart (2014) is het plangebied aangeduid als ‘Dorpsgebieden en linten’ en behoort het plangebied tot het toetsingsniveau ‘Bijzonder’. Deze toetsing houdt in dat de gemeente de bijzondere kwaliteiten van het betreffende gebied wil behouden en/of verbeteren, ofwel een gebied met bijzondere kwaliteiten wil realiseren. Dat betekent voor nieuwe plannen, wijzigingen en toevoegingen dat deze een bijdrage dienen te leveren aan het gestelde doel.

Het zijn de gebieden die van cruciale betekenis voor het totaalbeeld van de gemeente (bijvoorbeeld het centrumgebied) en van het landschap (bijvoorbeeld waardevolle boerderijen), of gebieden met een hoge cultuurhistorische waarde (bijvoorbeeld een beschermd stads- en dorpsgezicht). Daarnaast geldt dit voor niveau in bestaand stedelijk gebied dat er een beeldkwaliteitplan moet worden opgesteld. Dit geldt voor de ontsluitingswegen met de aan deze wegen grenzende bebouwing, voor zover het bouwplannen betreft die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg en het openbare groen. De uiteindelijke uitwerking zal beoordeeld moeten worden aan de hand van strenge criteria, zoals opgenomen in de kenmerkenmatrix behorende bij het gebiedstype. Afwijkingen van deze criteria zijn slechts mogelijk wanneer het plan een overduidelijke meerwaarde voor de omgeving krijgt. Een afwijking behoeft een zorgvuldige motivering van de welstandscommissie. Om toekomstige bouwplannen beter te kunnen beoordelen is voor dit plangebied een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan sluit aan de op criteria van de Welstandsnota Geldrop-Mierlo 2013. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. 3.4.4 Groenbeleidsplan 2014-2024 In februari 2014 is de module Kaders van het Groenbeleidsplan 2014-2024 door de raad vastgesteld.

Gemeente Geldrop-Mierlo wil een aantrekkelijke groene gemeente zijn met een grote aantrekkingskracht en een gezond klimaat. Openbaar groen van hoge kwaliteit heeft een positieve invloed op de leefbaarheid. In de module Kaders zijn de doelen en uitgangspunten gesteld waarbinnen de inrichting en het beheer van het (openbaar) groen in de gemeente Geldrop-Mierlo verder ontwikkeld worden. In de module Structuren van het groenbeleidsplan zijn de bomen- en groenstructuur van de gemeente opgenomen. Het groen in deze structuren is van waarde voor een groot aantal inwoners van de gemeente en niet alleen voor de direct aanwonenden. Dit onderstreept het belang van de structuren. De bomenstructuur vormt het groene raamwerk en is opgebouwd uit bomenlanen. Het zijn op zichzelf staande elementen die met elkaar in verbinding staan en die een verbinding vormen

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

23

tussen de grotere groenvlakken. Ook het groen waar de structuurbomen in staan, zoals bermen of beplantingsstroken, behoort tot de structuur. De grotere groenvlakken vormen de groenstructuur en zorgen voor de invulling en versteviging van het raamwerk. De groenstructuur is per dorp en vervolgens per wijk beschreven. Het overige groen valt buiten het raamwerk en wordt bestempeld als overig groen.

-

Voor het Bogardeind is de volgende aanbeveling opgenomen: Bogardeind is de toegangsweg het dorp in vanaf de snelweg. De weg heeft een breed profiel maar dit wordt helemaal gevuld met rijbanen, fietspaden, trottoirs en parkeerplaatsen. Waar mogelijk zijn bomen geplant, maar deze zijn nog jong en geven de weg nog geen groene uitstraling. Hierdoor wordt de weg ervaren als stenig en onaantrekkelijk. De reconstructie bij Molenakker-Beukelaar biedt gelegenheid voor het versterken van de structuur. Voor het overige gedeelte van Bogardeind is het wenselijk te kijken naar mogelijkheden om groen toe te voegen. Dit kan ook in de vorm van beplanting of hagen. Met de verbreding van het wegprofiel ontstaan er mogelijkheden om bomen en hagen toe te voegen langs de weg. In het schetsontwerp hebben de bomen ook al een plek gekregen. Bij de nadere uitwerking kan worden gekeken of het aanplanten van hagen ook tot de mogelijkheden behoord. Conclusie Gelet op het voorgaande is er overeenstemming met de gemeentelijke belangen.

3.5

Conclusie Voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan ruimtelijk beleid. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de herontwikkeling past binnen de kaders van rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

24

4

Natuur

4.1

Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN.

4.1.1 Wnb: soorten Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen. Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl.

Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn. Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en ✓ sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen:

Bestemmingsplan “Bogardeind 85 t/m 123” Toelichting Vaststelling

25

• de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of • de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: ✓ er geen andere bevredigende oplossing is, en ✓ indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden. De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Geldrop-Mierlo is de provincie Noord-Brabant het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk.

Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren. 4.1.2 Wnb: Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen daarbuiten die van invloed kunnen zijn (door ‘externe werking’) op die beschermde natuurgebieden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht.

Middels een ‘habitattoets’ dient te worden onderzocht of een activiteit (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. 4.1.3 Natuurnetwerk Nederland en natuurwaarden buiten het Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=47aa6e22-9916-4bc8-a96f-de5dd73323c8