RI GM2022-20078 Nationaal Programma Onderwijs.pdf
Tekst van het document
-i\)r;- -lïor"o-Míerlo Raadsinformatiebrief
Geldrop 18 januari 2022
onderwerp RaadsinformatiebriefNationaal Programma Onderuvijs
registratienr 20078
Beste leden van de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo,
lnleiding Graag brengen wij u verslag uit over de stand van zaken omtrent het Nationaal Programma Ondenruijs (hierna: NPO) en de besteding van de gemeentelijke middelen binnen het NPO. Het afgelopen jaar hebben we gezien dat de coronacrisis impact heeft op het leven van kinderen en jongeren. Hun fysieke leefstijl, mentaal welbevinden en schoolresultaten zijn negatief beïnvloed
ln reactie hierop heeft het kabinet een aantal corona-steunpakketten jeugd in het leven geroepen. Daarnaast krijgen zowel gemeenten als het ondenrijs de komende twee schooljaren van het NPO middelen vanuit het Rijk om onderuvijsvertragingen in te halen die kinderen opliepen tijdens de coronapandemie. Het grootste deel van de middelen gaat naar het ondenvijs en een deel naar gemeenten. ln de periode 1 augustus 2021 Vm 31 juli 2023 krijgen wij in totaal € 531 .186,00 uitgekeerd (welke met terugwerkende kracht per 1 juli '21 kunnen worden ingezet). Om de middelen op zo een effectieve manier te besteden is er een raamwerk ontwikkeld, waarin de doelstelling, kaders, proces en (eventuele) interventies zijn uitgewerkt. Op 20 december 2021 hee'fl het college het raamwerk (bijgevoegd) vastgesteld. ln deze raadsinformatiebrief informeren we u specifiek over de stand van zaken voor Geldrop-Mierlo.
Samenvatting Hieronder volgt een beschrijving van de belangrijkste punten uit het raamwerk. Inzet gemeente De NPO middelen betreft een specifieke uitkering, waarbij de bestedingsdoelen ruim zijn geformuleerd. ln overleg met de schoolbesturen en kinderopvanginstellingen in Geldrop-Mierlo wordt de gemeentelijke inzet hoofdzakelijk gericht op interventies die scholen niet of minder goed zelf kunnen treffen of beter bovenschools georganiseerd kunnen worden. Zo leveren we, zoals ook de opdracht is vanuit het Rijk, een duidelijke toevoeging op wat scholen zelf al doen en ontzorgen we hen zoveel mogelijk. Proces tot nu toe ln de periode oktober - november'21 hebben we ons met de interne gemeentelijke projectgroep NPO gericht op het verzamelen van gegevens en ideeën. We hebben de inzet van de NPO middelen in verschillende overleggen (intern ambtelijk overleg, werkgroep voorschoolse educatie,
lvan3
-:\)rz--l-het educatief beraad, lokaal overleg met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs) toegelicht. Daarna zijn we in november een gespreksronde met het lokale onderwijsveld: primair onderwijs en voortgezet ondenvijs, inclusief de kinderopvang gestart. Op basis daarvan zijn inhoudelijke thema's geformuleerd.
Kaders Met de kaders stelt het college vast waaraan de NPO middelen besteed mogen worden en waarbinnen de lokale uitvoering van het NPO moet plaatsvinden. Nadere besluitvorming door het college over specifiek in te zetten maatregelen is daardoor niet nodig, omdat de kaders waarbinnen het wordt uitgevoerd al voldoende richting geven over de uit te voeren interventies. Daarnaast betreft het een korte periode waarin de middelen besteed kunnen worden, dus is het van belang dat er snel geschakeld kan worden. De verdere afilrregingen die te maken zijn over de uitvoering en het verstrekken van gelden ligt bij de ambtelijke organisatie. Deze kaders betreffen: a) de bestedingsdoelen van het Rijk voor het NPO; b) de leidende principes uit de Visie en Strategie'Persoonlijk, Dichtbij en Verbonden'; de wensen en behoeften vanuit het onderwijs en aanverwante partners en de gemeentelijke organisatie.
c)
Thema's We onderscheiden drie thema's, welke weer bestaan uit nieuwe projecten en bestaande projecten uitbreiden/versterken. Het gaat dan om de volgende drie thema's: 1. Zoro in en rondom school Jeugdigen hebben gedurende de coronacrisis veel meegemaakt. Signalen die dit aantonen worden op school gesignaleerd door onder andere leerkrachten, maar leerkrachten hebben niet altijd de tijd, professie en relatie met de kinderen en jongeren om iets met de signalen te kunnen doen. Er is vanuit het onderwijs dan ook een vraag naar extra zorg in en rondom school, bij voorkeur in de vorm van extra school maatschappelijk werk of een jeugdprofessional. Niet alleen voor jeugdigen is het belangrijk om een laagdrempelige zorg en/of ondersteuning te kunnen krijgen, maar ook voor ouders is dit belangrijk. Vanuit deze vraag willen we dan ook in afstemming met het onderwijs onderzoeken wat er mogelijk is om sterker in te zetten op vroegsignalering en/of tijdig de ondersteuning te kunnen bieden aan de jeugd in hun omgeving. Voor- en vroeoschoolse ontwikkelino Vanuit het ondenrijs zijn meerdere signalen gekomen dat het jonge kind met een achterstand binnen komt en daarmee minder zelfstandig is dan kinderen die een paar jaar geleden binnen stroomden. De zorgen over de motorische, taal en emotionele achterstanden zijn groter dan voor de coronaperiode.
De achterstand op deze leeftijd kan nog moeilijk worden ingehaald en daarom willen we als gemeente graag extra inzetten op de vroeg- en voorschoolse ontwikkeling, bijvoorbeeld door het inzetten van peutergym in combinatie met een logopedische/ergotherapeutische screening. Dit sluit aan bij een preventieve aanpak. Thuiszitters Door de coronacrisis is het aantal jongeren die thuis zijn komen te zitten of dreigen thuis te zitten toegenomen. Er wordt vanuit het Rijk extra aandacht gevraagd voor deze doelgroep. De gemeente ziet met name kansen om tot een andere aanpak te komen, welke meer gericht is op talent(ontwikkeling) van de jongeren. Veeljongeren hebben veel in hun mars, maar niet alles komt er binnen de huidige (onderwijs)structuren uit. Door in te zetten op alternatieven en/of coaching, kan er zoveel mogelijk uit de jongeren worden gehaald.
2.
3.
blad 2 van 3
y'i-:\l
--l--
Aandachtspunten Het NPO is een (niet-structureel) investeringsprogramma van het kabinet om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen op te vangen. Uiteraard kent het programma naast alle kansen, ook een aantal aandachtspunten. Het betreft: De middelen voor het NPO worden twee jaar uitgekeerd en de extra inzet zal dus (grotendeels) van tijdelijke aard zijn. Het realiseren van de gewenste uitvoering is o.a. afhankelijk van beschikbaarheid van professionals. Binnen het sociale domein heerst momenteel sprake van krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het denkbaar is dat sommige wensen niet (geheel) ten uitvoer kunnen worden gebracht. Om het NPO van de grond te brengen, een plan te ontwikkelen en aan te sluiten bij het onderwijs is er ambtelijke capaciteit nodig. Daarnaast moet het plan ook uitgevoerd worden, ook hiervoor is capaciteit nodig. De gemeente Geldrop-Mierlo kiest ervoor de ambtelijke inzet (deels) te dekken vanuit de NPO middelen, wat ook aansluit bij een van de bestedingsdoelen
-
-
van het Rijk. Vervolgstappen ln 2022 vervolgen we met de verdere uitwerking van de thema's/interventies. Ook zal de jongerengemeenteraad nog om advies gevraagd worden. Om de NPO middelen zo efficiënt mogelijk te kunnen besteden starten we daarbij eerst met een grofmazige uitwerking (tijdspad, budgeUbegroting, intern en extern betrokkenen en benodigde capaciteit). ln februari 2022zullen we starten met deels start van interventies/ deels start met uitwerking van (nieuwe) projecten middels o.a. de opstart van een aantal werkgroepen. Wanneer helder is welke maatregelen wij gaan treffen, zal een overzicht hiervan ter informatie naar uw college en raad verzonden worden
lagen Raamwerk Nationaal Programma Ondenvijs (bijgevoegd)
Burge
en wethouders van Geldrop-Mierlo, bu eester,
t.A-
N.J.H. Scheltens
VA
Bree
blad 3 van 3
Raamwerk besteding gemeentelijke NPO-middelen 7. Inleiding Het afgelopen jaar hebben we gezien dat de coronacrísis impact heeft op het leven van kinderen en
jongeren. Hun fysieke leefstijl, mentaal welbevinden en schoolresultaten zijn negatief beïnvloed. ln reactie hierop heeft het kabinet een aantal corona-steunpakketten jeugd in het leven geroepen. Daarnaast krijgen zowel gemeenten als het onderwijs de komende twee schooljaren van het
Nationaal Programma Onderwijs (NPO) middelen vanuit het Rijk om onderwijsvertragingen in te halen die kinderen opliepen tijdens de coronapandemie. Het grootste deel van de middelen gaat naar het onderwijs en een deel naar gemeenten. ln de periode 1 augustus 2021-tlm 31juli 2023
krijgen wíj in totaal € 531.186,00 uitgekeerdl (welke met terugwerkende kracht per l juli '21 kunnen worden ingezet).
2. Doelstelling De NPO middelen dienen wij te gebruiken om onderwijsvertragíngen in te halen die kinderen
opliepen tijdens de coronapandemie. Het gaat om achterstanden op cognitÍef, executieí socíaal en emotioneel vlak. Het is de bedoeling dat gemeenten in samenwerking met schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs en eventuele andere lokale partijen maatregelen nemen die aansluiten op de behoeften van kinderen en bij de interventies die scholen al nemen. Het NPO programma richt zich op de versterking van de brede ontwikkeling van kinderen en jongeren. Hun sociale en persoonlijke ontwikkeling en hun mentale welbevinden. Definitie mentaal welbevinden (Trimbos): 'Een positieve mentale gezondheid, bepoold door optimisme, zelfvertrouwen, geluk, gevoelvan betekenis hebben, het om kunnen gdan met emoties en het ervaren von ondersteuning uit de
omgeving.' De gemeente zorgt in samenspraak met samenwerkingspartners voor een lokaal, integraal en
meerjarig plan, waarin staat op welke wijze zij de extra middelen inzet om activiteiten aan te bieden om de vaardigheden van leerlíngen op cognítief, sociaal en emotioneel vlak te stimuleren. Onderliggend raamwerk biedt een kader en keuze van inhoudelijke thema's. De projectgroep NPO gaat in 2O22met betrokkenen (intern en extern)op basis van 'wat is haalbaar?'een nadere
prioritering en focus aanbrengen. Belangrijke vragen daarbij zijn: 'Wat gunnen we de kinderen/
1
NPO-middelen onderwijs: ln schooljaar 2027-2022 krijgt elke school per leerling € 701,16 voor een eigen schoolprogramma. Er is extra geld voor scholen waar de problemen groter zijn dan gemiddeld. Belangrijk is om te benoemen dat we naast de NPo-middelen ook beschikken over een aanzienlijk restantbudget aan oABmiddelen (Onderwijsachterstandenbeleid). Bij de thema's die in dit raamwerk staan benoemd kij ken we kritisch welke inzet van welk budget het meest logisch is. Bepaalde projecten zoals de ontwikkeling van het lokale NT2 onderwijs zullen specifiek bekostigd worden vanuit de OAB-middelen.
L
jeugdigen op de korte en lange termijn?' en 'Op welke manier kunnen we met incidentele middelen, structu rele verbeteringen rea liseren?'
3. Kaders Met de kaders stelt het college vast waaraan de NPO middelen besteed mogen worden en waarbinnen de lokale uitvoering van het NPO moet plaatsvinden. Nadere besluitvorming door het college over specifiek in te zetten maatregelen is daardoor niet nodig. De verdere afwegingen die te maken zijn over de uitvoering en het verstrekken van gelden ligt bij de ambtelijke organisatie. Deze kaders betreffen:
a) de bestedingsdoelen van het NPO; b) de leidende principes uit de Visie en Strategie 'Persoonlijk, dichtbij en verbonden'; c) de wensen en behoeften vanuit het onderwijs en de gemeentelijke organisatie. Sub A) De bestedingsdoelen van het Nationool Progromma Onderwiis
Het Rijk heeft de bestedingsdoelen verdeeld in verschillende maatregelen waarvoor het NPO budget kan worden ingezet. De bestedingsdoelen zijn:
-
(Bovenschoolse) maatreselen die nodig zijn om COVID-19 vertragingen in te halen bij kinderen en waarbij de gemeente een toegevoegde waarde heeft. Te denken valt aan
-
ouderbetrokkenheid of activiteiten op het gebied van sport/cultuur/techniek. Maatregelen gericht op het inhalen van vertragingen opgelopen door COVID-l9 in de voorschoolse periode. zoals het inhalen van uren voorschoolse educatie, extra begeleiding in de groep, en extra inspanningen gericht op de toeleiding van kinderen.
-
Maatregelen gericht op zorg en welziin in de school of in de verlengde leertijd om vertragingen op sociaal en emotioneel vlak als gevolg van COVID-19 in te halen, zoals extra jeugdhulp in de school of schoolmaatschappelijk werk.
-
Maatregelen gericht op het bevorderen van lokale (en resionale) samenwerkins tussen schoolbesturen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, en andere lokale partijen ten behoeve van de aanpak van COVID-19 vertragingen en een integrale ondersteuning van jongeren op sociaal, emotioneel, executief en cognitief vlak. Het gaat hier bijvoorbeeld om het
-
bevorderen van de inzet van pedagogisch medewerkers en jeugdartsen in het onderwijs. Maatregelen gericht op het betrekken van (dreigende) thuiszitters bij de aanpak van het inlopen van vertragingen als gevolg van COVID-19.
Sub B) de leidende principes uit de Visie en Strotegie 'Persoonliik, dichtbii en verbonden' De lokale uitvoering van het NPO moet in lijn zijn met de leidende principes van de Visie en Strategie
'Persoonlijk, dichtbij en verbonden'. Dit betreft de lntegrale beleidsnota van het Sociaal Domein 202l-2024.1n deze beleidsnota staan uitgangspunten benoemd waarlangs de ambities en de daaraan gekoppelde maatschappelijke resultaten van de gemeente worden uitgewerkt. Deze leidende principes gelden ook voor de uitvoering van het NPO. Het leidende principe is: Het vergroten von de veerkrocht van onze inwoners. Hierbij zijn de volgende kernwaarden van
belang.
o lnclusief, voor iedereeni mensen voelen zich onderdeel van onze gemeenschap en nemen deel aan die gemeenschap,' 2
o Toekomstbestendig: een vitale gemeenschap nu en in de toekomst. o Maatwerk: een passende samenhangende aanpak voor elke situatie o Ontwikkeling; flexibiliteit en meebewegen met ontwikkelingen en trends. o Resultootgericht: actieve inspanning om concrete resultaten te behalen. Sub C) de wensen en behoeften vanuit het onderwijs en de gemeentelijke organisatie.
7. De uitkomsten von de gesprekken met onderwijsportners en kinderopvong; de maatregelen moeten aansluiten op de behoeften van leerlingen in onze gemeente en bij de
interventies die scholen al nemen. Daarom is er in november een gespreksronde georganiseerd, waarbij we in gesprek zijn gegaan met directeuren en bestuurders in het PO en VO, de samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs PO en VO en de kinderopvangorganisaties om de behoeften en wensen in kaart te brengen. Daarb'rj heeft het onderwijs de uitkomsten van de zogenaamde schoolscans met ons gedeeld. Het onderwijs heeft vóór aanvang van het schooljaar
'2Lf 22 deze schoolscans binnen de afzonderlijke locaties afgenomen om zodoende te kunnen bepalen waar z'rjn hun eigen NPO-middelen het beste voor in kunnen zetten.
2. lnterne behoeften en wensen; voor sommige maatregelen hoeven wij de gesprekken met de samenwerkingspartners niet af te wachten. Binnen de kaders van het gemeentelijk beleid en de bestedingsdoelen van het NPO zijn er namelijk al concrete ideeën om bestaande initíatieven en/of projecten uit te breiden en/of te versterken om achterstanden als gevolg van COVID-19 in te halen. Denk bijvoorbeeld aan uitbreiding van de ureninzet van de verzuimarts in het VO als gevolg van de wetenschappelijk bewezen M@ZL aanpak en de uitbreiding van matchmentor ten behoeve van steunen van kwetsbare gezinnen en van de uitbreiding van het preventieve project True Friend. Ook het
thema Zorgin en rondom de school speelt al langer vanwege de aansluiting passend onderw'rjs en jeugdhulp, de vindplaatsgerichte werkwijze van Ouderwijzer, maar ook de thuiszittersproblematiek. Vanwege de relatief beperkte tijd om de NPO middelen te kunnen besteden en vanwege krapte op de arbeidsmarkt is het zaak om dit snel in gang te zetten.
Tot slot is het natuurl'tjk het meest relevant om aan te sluiten bij de stand van zaken als het gaat om het welbevinden van de kinderen en jongeren in onze gemeente. ln bijlage 1 ís een analyse opgenomen van wat hierover landelijk en lokaal aan informatie beschikbaar is.
4. Proces Het NJI heeft een stappenplan opgesteld om te komen tot een integraal, gedragen NPO-plan. Deze stappen zijn: Stap 7: Zoek noar de gezamenlijkheid in de urgentie; Stap 2: Organiseer de somenwerking en besluitvorming; Stap 3: Verzomelgegevens en anolyseer en interpreteer ze gezomenlijk; Stop 4: Formuleer concrete mootschoppelijke resultaten; Stap 5: Kies de passende aonpak; Stap 6: Moak ofsproken over meten en bijsturen;
Stap 7: Voer het plon uit! ln de periode oktober - november'21 hebben we ons met de interne gemeentelijke projectgroep NPO gericht op de stappen 1t/m 3. We hebben de inzet van de NPO-middelen ín verschillende 3
overleggen (intern ambtelijk overleg, werkgroep voorschoolse educatie, het educatief beraad, lokaal
overleg met het samenwerkingsverband Passend Onderwijs)toegelicht. Daarna zijn we in november een gespreksronde met het lokale onderwijsveld PO en VO, inclusief de kinderopvang gestart. Op basis daarvan zijn inhoudelijke thema's geformuleerd, waarmee we het raamwerk in concept klaar
hebben. ln januari '22 vervolgen we met de verdere uitwerking van de thema's/ interventies:
stappen 4tlmT.Ookzalindezemaanddejongerengemeenteraadnogomadviesgevraagd worden2. Om de NPO-middelen zo efficiënt mogelijk te kunnen besteden starten we daarbij eerst met een grofmazige uitwerking (tijdspad, budget/begroting, intern en extern betrokkenen en benodigde capaciteit). In februari '22 hopen we te kunnen starten met deels start van interventies/ deels start met uitwerking van (nieuwe) projecten middels o.a. de opstart van een aantal werkgroepen. Wanneer helder is welke maatregelen wij gaan treffen, zal een overzicht hiervan ter informatie naar uw college en raad verzonden worden.
5. Uitwerking Thema's ln dit hoofdstuk staan een aantal thema's met bijpassende interventies beschreven. Om vanuit alle mogelijkheden toe te spitsen en uiteindelijk te komen tot concrete interventies hebben we drie thema's gekozen waar de gemeente zich op kan focussen. De thema's zijn samengesteld aan de hand van de bestedingsdoelen, de visie 'persoonlijk, dichtbij en verbonden' en de wensen en behoeften vanuít het onderwijs en de interne organisatie van de gemeente. De thema's zijn leidend voor de uiteindelijke keuze aan interventies. De benoemde interventies in dit
hoofdstuk z'rjn allemaal nog ideeën en er is nog geen definitieve beslissing gemaakt over welke interventies er worden uitgevoerd.
Thema 1:Zorg op en rondom de school Jeugdigen hebben gedurende de coronacrisis veel meegemaakt. Signalen die dit aantonen worden op school gesignaleerd door onder andere leerkrachten, maar leerkrachten hebben niet altijd de tijd, professie en relatie met de kinderen en jongeren om iets met de signalen te kunnen doen. Er is
vanuit het onderwijs dan ook een grote vraag naar extra zorg op en rondom school, bij voorkeur in de vorm van extra school maatschappelijk werk of een jeugdprofessional. Niet alleen voor jeugdigen is het belangrijk om een laagdrempelige zorg enlof ondersteuning te kunnen krijgen, maar ook voor ouders is dit belangrijk.
Met dit thema willen we dan ook bereiken om vroeg te signaleren en/of de ondersteuning te kunnen bieden aan de jeugd in hun omgeving. Voorafgaand aan de interventies Om dit thema om te zetten in interventies is het belangrijk dat de gemeente een visie op zorg op en rondom de school ontwikkeld. Vanuit deze vísie kan maatwerk voor de scholen worden ingericht, zo kan elke school de ondersteuning op gebied van zorgen krijgen die passend is bij de vragen die om en
rondom de desbetreffende school spelen.
2 De jongerenraad heeft zelf nadrukkelijk aangegeven graag te willen reageren op een concreet stuk in plaats
van op voorhand mee te denken in de kaderstelling.
4
B e sta q n d e p roj e cten /in terven ti es
De gemeente investeert al in projecten en interventies die bijdragen aan het welbevinden van de
jeugd. Er zijn een aantal projecten/interventies die we vanuit het Nationaal Programma Onderwijs zouden willen versterken en/of uitbreiden. Het betreft de volgende projecten/ interventies:
a. Matchmentor. Matchmentor is een middel binnen het onderwijs dat wordt ingezet om talenten van jongeren te ontwikkelen. De doelgroep van dit project zouden we graag willen uitbreiden, naar de doelgroep kwetsbare gezinnen, waarbij vooral wordt gekeken naar vraag-aanbod.
b. True Friend. True Friend is een initiatief om basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8 meer te
verbinden met elkaar en hun gemeente. We zouden graag een uitrolen uitbreiding zien naar True Friend Forever, wat is bedoeld voor oudere kinderen (12+).
c. Verzuimarts op het voortgezet onderwijs. Het uitbreiden van de uren van de jeugdarts en de aanpak ziekteverzuim (VO). Het
betreft dan een urenuitbreiding van de GGD. Dit sluit aan bij de M@ZL aanpak. Zie ook thema 3: thuiszitters (verzuim). d. Centrum Maatschappelijke Deelname (CMD) / School Maatschappelijk Werk (SMW). Vanuit het primair onderurijs komt een duidelÍjke behoefte naar voren om een jeugdprofessional op school te hebben. Deze zou dan preventief en laagdrempelig. Vergelijkbaar met het oude SMW.
e. Mindchange OuderWijzer / Klimaat van aandacht. Met het preventieproject OuderWijzer willen we een mindchange rondom het ouderschap bewerkstelligen, waardoor het je voorbereiden op je rol als ouder heel vanzelfsprekend wordt. Dit streven we na door een gemeenschap te creëren met aandacht voor (de kwetsbaarheid van) het ouderschap en concreet:
.
I
door het aanbieden van ouderbijeenkomsten (is leerzaam, leuk en biedt ouders tips, inspiratie)en; door het uitdragen van een oudergerichte benadering door professionals, inclusief leerkrachten en pedagogisch medewerkers.
Basisscholen/ kindcentra zijn een belangrijke vindplaats van ouders en biedt hen een laagdrempelige ingang. Graag willen we Ouderwijzer uitbreiden door de
bijeenkomsten van ouderwijzer te laten plaatsvinden in basisscholen/ kindcentra met als bijvangst dat we de gezamenlijke pedagogische structuur/ het educatief partnerschap versterken.
f. Praktijkondersteuner Jeugd (POH Jeugd). ln het kader van meer zorg op en rondom school, is het belangrijk om de POH Jeugd meer te betrekken bij het onderw'tjs. Dit kan door de POH Jeugd (af en toe) op school
te station. De POH Jeugd is er dan voor ondersteuning en eventueel voorlichting en advies (ook voor leerkrachten) en niet voor indicatiestelling. g. Bouwen aan zorgstructuur om het kind. De zorgstructuur rondom kinderen kan steviger worden neergezet dan hoe het nu is. Dit willen we bereiken door in te zetten op onderstaande (overleg)structuren.
5
i. lntern: doorontwikkeling team toegang en team jeugd (van het CMD). Er moet een visie komen en een duidelijk takenpakket voor team toegang en team jeugd.
ii. Extern: Samenwerking en zorgstructuur met (externe) partners (GGD, POH, CMD/PT, e.a.)versterken. De samenwerking tussen deze partijen moet
(opnieuw) opgezet worden en/of worden versterkt, door elkaar regelmatig te ontmoeten. Zodra mensen elkaar kennen, is de samenwerking, en daarmee de betrokkenheid rondom het kind sterker.
Thema 2: Voor- en vroegschoolse ontwikkeling Vanuit het onderwijs zijn meerdere signalen gekomen dat de jonge jeugd met een achterstand binnen komt en daarmee minder zelfstandig is dan kinderen die een paar jaar geleden binnen stroomden. De zorgen over de motorische, taal en emotionele achterstanden zijn groot. De achterstand op deze leeftijd kan nog moeilijk worden ingehaald. Daarom willen we als gemeente graag inzetten op de vroeg- en voorschoolse ontwikkeling. Dit sluit aan bij een preventieve aanpak. B es tqq n d e proj e cten
/ n tew e n ti e s i
Er zijn diverse projecten in de gemeente die zich richten op het jonge kind. Een project dat in
ontwikkeling is, is Kluppluz; waarbij ingezet wordt op de versterking van de zorgstructuur rondom het jonge kind. Naast dit project willen wÍj graag extra inzetten de vroege jeugd, door middel van het uitbreiden van een aantal andere projecten/interventies die al in de gemeente actief zijn. Twee van deze interventies zijn:
a. Kans!overleg. Het Kans!overleg is een samenwerking tussen jeugdzorg en ondenruijs voor kinderen met een ondersteuningsvraag, gericht op het jonge kind (0-6 jaar). Dit overleg wordt als waardevol beschouwd door zowel het onderwijs als het samenwerkingsverband, maar zouden graag een uitbreiding zien naar een lokaal overleg.
b. Mindchange OuderWijzer / Klimaat van aandacht. Zie de omschrijving hierboven. N i euw e proj ecten /i n terventi es
Aangezien er achterstanden zijn op het gebied van de zelfstandigheid van het jonge kind, willen wij
inzetten op het vergroten van de zelfredzaamheid van het jonge kind. Met name (taal)ontwikkeling en motoriek zijn aandachtspunten. Een project wat we willen uitvoeren met de NPP middelen is:
a. Combinatie speel-inloopuren met ouderbijeenkomsten. door bijvoorbeeld buurtsportcoaches die inzetten op peutergym. Tijdens deze bijeenkomsten kan een kind een logopedÍsche of De speel-inloopuren kunnen worden georganiseerd
ergotherapeutische screening doorlopen om vroeg te signaleren waar eventuele achterstanden zitten. Daarnaast kan de inzet van een kinderfysiotherapeut worden ingezet. De speel-inloopuren kunnen gekoppeld worden aan een bijeenkomst voor ouders
(bijvoorbeeld door de inzet van OuderWijzer), zodat ouders elkaar kunnen ontmoeten.
Thema 3: Thuiszitters Door de coronacrisis is het aantal jongeren die thuis zijn komen te zitten of dreigen thuis te zitten toegenomen. Er wordt vanuit het Rijk extra aandacht gevraagd voor deze doelgroep. De gemeente 6
ziet hier ook belang van in en ziet met name kansen om het anders aan te pakken dan nu. ln de huidige situatie blijkt dat veel thuiszitters deelnemen aan standaard dagbesteding, terwijl er wellicht ook andere mogelijkheden voor hun zijn. Veeljongeren hebben veel in hun mars, maar niet alles
komt er binnen de huidige (onderwijs)structuren uit. Door in te zetten op alternatieven en/of coaching, kan er zoveel mogelijk uit de jongeren worden gehaald. B esta a n d e proj e cten
/ in te ruen ti e s
Ook binnen het thema thuiszitters wordt er binnen de gemeente al het een en ander aangepakt
Vanuit dit thema zouden we graag twee interventies extra willen uitbreiden, namelijk:
a. Verzuimbegeleiding of preventieve inzet leerplicht. Het doel van deze preventieve en/of vroeg signalerende aanpak is om te voorkomen dat
jongeren thuis gaan zitten. Jongeren coachen die (af en toe) ongeoorloofd of geoorloofd verzuimen kan uitstroom naar volledig thuis zitten verkleinen. Daarnaast kan het de school ontlasten om de jongeren die dreigen thuis te komen zitten te begeleiden vanuit deze aanpak.
b. De impulsklas. Het samenwerkíngsverband Passend onderwijs Helmond PO heeft in Helmond de eerste lmpulsklas neergezet. ln de lmpulsklas verbeteren kinderen hun werkhouding en gedrag. Dat doen ze samen met één van hun ouders, een dagdeel in de week gedurende 12 weken. De
kinderen hebben zelf gedragsdoelen opgesteld. Daarbij worden ze geholpen door speciale impulsklasbegeleiders èn door hun ouders. Kinderen krijgen een duwtje in de rug om het op de eigen schoolte kunnen redden. De eigen schoolwordt nadrukkelijk betrokken bij de impulsklas.
c. Coaching terug naar onderwijs. Onderwijs in Nederland is een recht en erg belangrijk. Echter lukt het niet elk kind om deelte nemen aan de Nederlandse onderwijsstructuur. Het is daarom belangrijk om in te zetten op passend onderwijs voor jongeren of om hen te coachen en ze te leren omgaan met de huidíge onderwijsvorm. Vanuit deze coaching kunnen jongeren ook naar ander onderwijs
toegeleid worden zoals een vorm van dagbesteding inclusief onderwijs. Om dit te bewerkstelligen willen wij een nieuwe project in de gemeente introduceren (zie: Nieuwe projecten). Door jongeren te coachen richting, voor hun passend, onderwijs, draag je als gemeente bij aan inclusiever onderwijs. Om een goede coaching terug naar onderwíjs te bewerkstelligen is het belangrijk om afspraken te maken met de aanbieders van dagbesteding waar thuiszitters naar toe gaan. De dagbesteding wordt nu regelmatig gezien als 'eindstation', terwijl er voor veel jongeren
nog kansen liggen om terug te gaan naar onderwijs. De afspraken met de aanbieders zou dan gaan om meer contact te (onder)houden met scholen, zodat de toeleiding naar onderwijs
soepeler kan verlopen. Nieuwe projecten Zoals boven genoemd is het belangrijk om andere mogelijkheden te bieden aan thuiszitters dan regulier onderwijs of standaard dagbesteding. Landelijk zijn er al een aantal projecten gestart om deze jongeren op te vangen. Eén van deze projecten zouden wij ook graag willen introduceren in
Geldrop-Mierlo:
7
Job Factory/Walhal lalab/Outdoor EnZo. Bovenstaande projecten zijn voornamelijk gericht op VO leerlingen. ln de projecten werken de jongeren aan hun talenten i.p.v. standaard dagbesteding.
6. Aandachtspunten met betrekking tot de uitvoering Het NPO is een (niet-structureel) investeringsprogramma van het kabinet om de gevolgen van de coronacrisis voor leerlingen op te vangen. Uiteraard kent het programma naast alle kansen, ook een aantal aandachtspunten. Het betreft: De middelen voor het NPO worden twee jaar uitgekeerd. De extra inzet zal dus grotendeels van
tijdelijke aard zijn. Aan de ene kant zullen we aandacht hebben voor maatregelen met een langdurig effect (thema'Zorgop en rondom de school'en Thuiszitters'). Aan de andere kant zullen we de effecten van bepaalde inzet gaan monitoren. Wanneer die inzet voor langere termijn gewenst is én positieve effecten laat zien, zullen we bij u terug komen voor een mogelijk vervolg. Het realiseren van de gewenste uitvoering is o.a. afhankelijk van beschikbaarheid van professionals. Binnen het sociale domein heerst momenteel sprake van krapte op de
arbeidsmarkt, waardoor het denkbaar is dat sommige wensen niet (geheel) ten uitvoer kunnen worden gebracht. Om het Nationaal Programma Onderwijs van de grond te brengen, een plan te ontwikkelen en aan te sluíten bij het onderwijs is er ambtelijke capaciteit nodig. Daarnaast moet het plan ook
uitgevoerd worden, ook hiervoor is capaciteit nodig. Dit willen wtj bij de gemeente GeldropMierlo ook doen en we kiezen ervoor de ambtelijke inzet (deels)te dekken vanuit de NPOmíddelen, wat ook aansluit bij één van de bestedingsdoelen van het Rijk. Opgesteld door: N. Fentener -van Vlissingen, E. Hollonder, L. Koniin, L. von Krooy Versie: 74 december 2027
8
Bijlage 1-: Analyse huidige situatie Landelijke analyse Cognitieve achterstanden De coronacrisis heeft onze samenleving de afgelopen anderhalf jaar enorm beïnvloed. Het onderwijs
heeft te maken gehad met lange schoolsluitingen en onlineonderw'rjs. De inhoudelijke focus van het onlÍneonderwijs lag dan ook voornamelijk op de cognitieve basisvaardigheden, terwijl de andere aspecten van het onderwijs minder aandacht kregen. Het resultaat hiervan is dat de zorgen om de
inhoudelijke leerachterstanden die leerlingen hebben opgelopen minder groot zijn dan de achterstanden op sociaal-emotioneel gebied3.
Sociaal emotioneel welbevinden Het onderwijs heeft hard gewerkt om ondanks de focus op cognitieve vaardigheden, alle (kwetsbare) kinderen en jongeren in beeld te houden. Ondanks de inzet hier op, hebben veel leerlingen toch een achterstand opgelopen. Het aanbod is tijdens de coronapandemie versmald, dit is merkbaar in de sociaal-maatschappelijke en sociaal-emotionele vaardigheden van leerlíngen. De stages in het voortgezet (speciaal) onderwijs vervielen deels. Hierdoor zijn er voor een aantal domeinen zorgen
over achterstanden op belangrijke vaardígheden die nodig zijn in de nab'rje toekomst. Het afgelopen anderhalfjaar hebben kinderen naast school ook het aanbod aan buiten- en naschoolse activiteiten grotendeels moeten missen, wat impact kan hebben op hun sociale vaa rd igheden, zelfuertrouwen en/of a ndere ontwikkeling.
Leeftij dsgebonden problemati eken Oudere leerlingen en studenten ondervinden meer hinder van de pandemie dan jonge leerlingen, constateert de Onderwijsinspectiea. Het gaat dan onder andere om negatief welbevinden, problemen
met motivatie en concentratie, en een gebrek aan binding en contact. Hier speelt uiteraard een rol dat de maatregelen per sector en per leeftijdsgroep verschillend zijn geweest. Oudere leerlingen en studenten moesten veel langer op afstand onderwijs volgen. Het belang van fi7siek onderwijs is opnieuw zeer duidelijk. Ongeveer een derde van de studenten in het hoger onderurijs (ho)geeft aan vertraging te hebben
opgelopen, de besturen van instellingen in het ho geven in gesprekken een positiever beeld van de studievoortgang.
Leerlingen in een kwetsbare situatie Het onderzoek van de Onderwijsinspectie laat ook zien dat vooral kinderen en jongeren met een
kwetsbare sociale emotionele ontwikkelingenlof die opgroeien in een problematische thuissituatie extra hard zijn geraakt door de coronacrisis. Met name kwetsbare leerlingen hebben dan ook een onderwijsvertraging opgelopen die de ka nsenongelij kheid kan vergroten.
3 Onderwijsinspectie a Onderwijsinspectie
lz02tl. Gevolgen van 16 maanden corona voor het onderwijs. (2021!'. Gevolgen van 16 maanden corona voor het onderwijs. 9
Effecten op lange termijn Het is op dit moment moeilijk te voorspellen wat de coronamaatregelen op de lange termijn betekenen voor leerlingen en studenten. Denk daarbij aan hun ontwikkeling, hun schoolloopbaan, hun start op de arbeidsmarkt en hun welzijn.
Lokale analyse Geldrop-Mierlo Sociaal emotioneel welbevinden ln Geldrop-Mierlo worden er op het primaír onderwijs voornamelijk gedragsproblemen gesignaleerd als gevolg van de coronacrisis. Het verschilt per kind hoe dit zÍch uit, de uitingen zijn erg tegenstrijdig. De een trekt zich terug, de ander gedraagt zich juist provocerend en weer een ander gaat pesten. De problemen op gebied van sociaal emotioneelwelbevinden uiten zich zowel individueel als in de groep. M otorische achterstanden
Naast de zorg om het emotioneel-welbevinden lijken er ook problemen te zijn op motorisch gebied. De jeugd beweegt tegenwoordig minder door de coronacrisis, wat kan leiden tot motorische
achterstanden en bij sommige kinderen ook al heeft geleid tot deze achterstanden.
Leeftij dsgebon den problemati ek Bij het jonge kind (0-6) lijken ook meer achterstanden en gedragsproblematiek te zijn. Echter blijft het lastig om bij jonge kinderen helemaal te achterhalen waar de gedragsproblemen vandaan komen, aangezien deze kinderen voor de lockdown vaak nog niet in beeld waren. ln het voortgezet onderwijs lijken grotere achterstanden gesignaleerd te zijn dan op het primair onderwijs. Veel leerlingen ervaren stress en komen nu binnen op school met angstklachten en -
problematiek. Ook snelle overprikkeling is een probleem die op het voortgezet onderwijs bij veel jongeren wordt gesignaleerd. Deze klachten zijn mogelijk een voorbode voor een depressie. Op het onderwijsgebied zijn er ook veel achterstanden gesignaleerd op het voortgezet onderwijs. Leerlingen scoren slechter dan jaren daarvoor. De resultaten van examenleerlingen zijn zorgwekkend.
Leerlingen in een kwetsbare situatie Veel kinderen hebben tijdens de lockdown/coronaperiode dingen meegemaakt in de thuissituatie die traumatisch zijn geweest. Dit geldt niet alleen voor gezinnen die voor de coronaperiode ook al kwetsbaar en/of multiprobleemgezinnen waren. Kinderen die het moeilijk hadden voor de lockdown, hadden scholen vaak tijdens de lockdown wel al in beeld. Nieuwe problematiek is echter veel minder in beeld door de letterlijke afstand met het onderwijs, en wat er dan speelt is lastig te achterhalen. Kwetsbare leerlingen lijken toch minder te hebben geprofíteerd van de thuisonderwijsperiode. Dit kan bíjvoorbeeld komen doordat ouders de taal niet (voldoende) beheersen, minder digitale middelen beschikken, minder motivatie is naar het onderwijs toe of dat andere probleem al op de
voorgrond ligt. Deze problematieken lijken vooral te spelen in bepaalde stimuleríngswijken in Geldrop-Mierlo, maar ook bij kinderen die op het Speciaal Basisonderwijs (SBO) zitten. De school bemerkte dat een grote groep ouders niet (goed genoeg) ín staat waren om onderwijs te verzorgen.
10
Positieve ontwikkelingen Er zijn gelukkig ook kinderen die juist in de thuiswerkperiode sprongen vooruit hebben gemaakt of
waarvoor een prikkelarme omgeving goed heeft uitgepakt. Denk hierbij aan de kinderen die (primair) passend/incl usief ondenrvijs volgen.
11