CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels BP Reststroken Geldrop-Mierlo.pdf

Commissie Ruimte 13 maart 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Reststroken' van de gemeente Geldrop-Mierlo16.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

|1

1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 9

2 Bestemmingsregels

10

Artikel 3 Bedrijf Artikel 4 Bedrijf - 1 Artikel 5 Bedrijf - 2 Artikel 6 Centrum - 1 Artikel 7 Maatschappelijk Artikel 8 Verkeer Artikel 9 Wonen Artikel 10 Wonen - 1 Artikel 11 Waarde - Archeologie 1 Artikel 12 Waarde - Archeologie 2 Artikel 13 Waarde - Archeologie 3 Artikel 14 Waarde - Archeologie 4 Artikel 15 Waarde - Archeologie 5 Artikel 16 Waarde - Cultuurhistorie Artikel 17 Waterstaat - Attentiegebied EHS Artikel 18 Waterstaat - Waterberging

10 12 15 18 20 22 23 26 30 32 34 36 38 40 42 43

3 Algemene regels

44

Artikel 19 Anti-dubbeltelregel Artikel 20 Algemene bouwregels Artikel 21 Algemene gebruiksregels Artikel 22 Algemene aanduidingsregels Artikel 23 Algemene afwijkingsregels Artikel 24 Overige regels - parkeren

44 45 46 48 50 51

4 Overgangs- en slotregels

53

Artikel 25 Overgangsrecht Artikel 26 Slotregel

53 54

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan "Reststroken" met identificatienummer NL.IMRO.1771.BPReststrokenVA01 van de Gemeente Geldrop-Mierlo. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en voor zover deze beroepen een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6 achtergevellijn de lijn waarin de achtergevel van het hoofdgebouw is gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.7 achtergevelrooilijn de grens van het bouwvlak die evenwijdig loopt aan de achtergevel van de woning. 1.8 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.9 archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.

1.10 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.11 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.12 bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.13 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is. 1.14 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|3 1.15 bestaand a.

b.

c.

bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan (niet zijnde het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan) of het gebruik krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik; bestaande bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van het bestemmingsplan aanwezig zijn of nog kunnen worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen; bestaande afmetingen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen zoals aanwezig op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.16 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.17 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18 bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.19 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor functies uit de bestemmingsomschrijving geschikt of geschikt te maken is. 1.22 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

1.26 bijbehorend bouwwerk de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|4 1.27 bijzondere woonvormen a. b. c.

een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uur begeleiding); een groep personen die geen (duurzame) gemeenschappelijk huishouden voert, er is geen sprake van continuïteit in de samenstelling en onderlinge verbondenheid; woongroepen: een groep personen die er bewust voor kiezen om met elkaar in één woning samen te wonen, zonder dat er sprake is van een gezinsverband of samenlevingsvorm.

1.28 bijzondere woonvormen met zorg een woonvorm waar bewoners nagenoeg zelfstandig wonen met (voorzieningen voor) verzorging en begeleiding (ook 24-uur begeleiding). 1.29 dak de gesloten bovenbeëindiging van een gebouw. 1.30 dakopbouw opbouw op de bovenste bouwlaag voor zover gelegen binnen de snijlijnen van een schuin dak. 1.31 deskundige een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake archeologie. 1.32 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf. 1.33 dove gevel een bouwkundige constructie die een ruimte in een gebouw scheidt van de buitenlucht, waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een karakteristieke geluidswering – conform NEN5077 – die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB (ingeval van wegverkeerslawaai) en 35 dB(A) (ingeval van industrielawaai), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij wijze van uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte, zoals omschreven in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.34 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond.

1.35 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus. 1.36 functie doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.37 garage(bedrijf) een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor verkoop, onderhoud en reparatie van motorvoertuigen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen is uitgezonderd. 1.38 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.39 geluidzoneringsplichtige inrichtingen bedrijven en/of inrichtingen welke zijn genoemd in artikel 2.4. van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet Milieubeheer (Staatsblad 1993, 50), waarvan op grond van artikel 41 van de Wet geluidhinder een zone vastgesteld dient te worden.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|5 1.40 hoofdfunctie een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt. 1.41 hoofdgebouw een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42 horeca een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en etenswaren voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en/of waar bedrijfsmatig logies wordt verstrekt. 1.43 horeca categorie 1 een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van alcoholhoudende en niet-alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of van zaalverhuur, zoals een (hotel-)restaurant, pannenkoekhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum. 1.44 horeca categorie 2 een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, lunchroom en ijssalon.

1.45 horeca categorie 3 een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren, zoals een café. 1.46 huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: • • • •

voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats.

Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'. 1.47 lichaamsverzorgend beroep als aan-huis-verbonden beroep lichaamsverzorgend beroep middels een aan huis uitgeoefend beroep, zoals schoonheidsspecialiste, manicure, pedicure of gelijksoortige beroepen, in een woning en/of bijbehorende bouwwerken en welke activiteit wordt uitgeoefend door ten hoogste twee personen, waarvan er ten minste één woonachtig is in de betreffende woning. Kappers/kapsalons behoren hier niet toe. 1.48 kamergewijze verhuur het al dan niet bedrijfsmatig verhuren of aanbieden van kamers binnen een woning. 1.49 kap een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65°. 1.50 maatschappelijke en culturele voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijs-, sporten recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|6 1.51 molen inrichting bestemd en geschikt voor het benutten van windkracht. 1.52 netto woonoppervlakte de binnenmaatse oppervlakte van binnenmuur tot binnenmuur van alle ruimten in een woning, met uitzondering van bergruimten, vlieringen en balkons, met dien verstande dat bij schuine daken het oppervlak als woonoppervlakte berekend mag worden vanaf 1,5 meter hoogte (conform NVM meetinstructies). 1.53 nutsvoorzieningen de voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, boven- en ondergrondse schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en openbare verlichting en apparatuur voor telecommunicatie. 1.54 ondergeschikte functie functie waarvoor maximaal 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing als zodanig mag worden gebruikt. 1.55 opbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, die onder de noklijn is gelegen. 1.56 openbaar gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

1.57 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.58 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zonder eigen wanden dat aan maximaal een deel van één zijde een gesloten wand kent, waaronder begrepen een carport. 1.59 parkeervoorziening elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein, die voldoende plaats biedt aan motorvoertuigen op méér dan drie wielen. 1.60 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt bij het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. 1.61 peil a. b.

voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan.

1.62 pergola een bouwwerk bestaande uit verticale pijlers, al dan niet verbonden met een muur van maximaal 1 m hoog, horizontaal met een lat of enige latten verbonden en opgericht met het oogmerk om hierover planten te laten groeien. 1.63 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|7 1.64 productiegebonden detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat die goederen vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.65 publieksverzorgende ambacht en dienstverlening een ambachtelijk c.q. dienstverlenend bedrijf dat zijn goederen en diensten rechtstreeks levert aan de consument zoals een goudsmid, schoenmaker, kapper en videotheek, alsmede commerciële en medische dienstverlening, met dien verstande dat de detailhandelsfunctie ondergeschikt en gerelateerd aan het bedrijf dient te zijn. 1.66 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen. 1.67 regeling voor parkeren en laden en lossen een regeling in een ruimtelijk plan waarbij de parkeervoorzieningen specifiek zijn vastgesteld door middel van: a. b.

specifieke parkeernormen; of het minimum of maximum aantal parkeervoorzieningen.

1.68 seksinrichting het bedrijfsmatig – of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt – gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen. 1.69 slopen het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk. 1.70 straatprostitutie het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.71 supermarkt zelfbedieningszaak met (hoofdzakelijk) een grote verscheidenheid aan levensmiddelen, met een verkoopvloeroppervlak van minimaal 400 m2. 1.72 twee-aaneen een woning, die deel uitmaakt van een blok van twee woningen, waarvan het hoofdgebouw aan één zijde aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd. 1.73 voldoende parkeergelegenheid van 'voldoende parkeergelegenheid' voor wat betreft aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen is sprake indien voldaan wordt aan de parkeerkencijfers van het CROW-uitgave 'Toekomstbestendig parkeren' (publicatie 381). Binnen de gemeente wordt in Geldrop uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk gebied' en in Mierlo van 'weinig stedelijk gebied' en maakt de gemeente gebruik van de bandbreedte (minimum en maximum aantal parkeerplaatsen) afhankelijk van de situatie ter plaatse.

Indien deze regeling wordt gewijzigd of herzien of wordt vervangen door gemeentelijk parkeerbeleid, moet rekening worden gehouden met deze wijziging dan wel herziening. 1.74 voorgevel de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.75 voorgevelrooilijn de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|8 1.76 water- en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.77 wonen het gehuisvest zijn in een woning. 1.78 woning een (gedeelte van) een gebouw dat dient voor de huisvesting van: a. b.

één afzonderlijk huishouden; of één huishouden én maximaal 2 personen niet zijnde een huishouden.

1.79 woningsplitsing Het wijzigen van een bestaande woning in twee of meer woningen.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|9

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.3 bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de voorschriften nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.6 dakhelling langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.8 inhoud van een bouwwerk tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftopbouwen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, overstekende daken en goten van dakkapellen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|10

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Bedrijf 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 1 (Staat van bedrijfsactiviteiten) onder de categorieën 1, 2 en 3.1 ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1'; detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; rioolgemaal; groenvoorzieningen;

onverminderd het bepaalde onder a zijn geluidzoneringsplichtige inrichtingen, Bevi-inrichtingen alsmede MER-plichtige en MER-beoordelingsplichtige bedrijven niet toegestaan. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; een perceel moet voor minimaal 25% en mag voor maximaal 80% worden bebouwd; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 m; gebouwen dienen georiënteerd te zijn op de openbare weg, waarbij de kantoren aan de voorzijde gelegen zijn.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

b. c. d.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte voor erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer mag bedragen dan: 1. 1 m voor schuttingen en/of muren; 2. 1,5 m voor transparante hekwerken; de bouwhoogte van antennes en lichtmasten mag niet meer dan 15 m respectievelijk 6 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m2.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|11 3.3 Nadere eisen a. b.

burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundige beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is met het oog op een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. indien dit noodzakelijk is in verband met de sociale veiligheid dan wel verkeersveiligheid; 3. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

3.4 Specifieke gebruiksregels Parkeervoorzieningen ten behoeve van bedrijven dienen op eigen terrein en achter het hoofdgebouw te worden gerealiseerd.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|12

Artikel 4 Bedrijf - 1 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c. d. e. f.

bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 1 (Staat van bedrijfsactiviteiten) onder de categorieën 1 en 2, met uitzondering van: 1. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; 2. risicovolle inrichtingen; bestaande bedrijven in de categorie 3; productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen; een garagebedrijf uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'garage'; een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; opslag en uitstalling;

met daaraan ondergeschikt: g. h. i.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding anders is aangeduid; de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter; de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.

4.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b.

c.

nieuwbouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan; voor een bestaande vrijstaande woning gelden de volgende bepalingen: 1. bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen; 4. de breedte van de woning mag niet meer bedragen dan 15 m; 5. de diepte van de woning mag niet meer dan 15 m bedragen; 6. de goot- en bouwhoogte zoals toegestaan voor het bijbehorende bedrijfsgebouw mag niet worden overschreden; voor een in de bedrijfsbebouwing opgenomen bestaande bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: 1. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m 3; 2. de goot- en bouwhoogte zoals toegestaan voor het bijbehorende bedrijfsgebouw mag niet worden overschreden.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|13 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

bijbehorende bouwwerken en overkappingen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de oppervlakte per bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 45 m2 de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 80 m2; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m.

4.2.4 Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de perceelsgrens te worden gebouwd; de diepte, gemeten vanuit de voorgevellijn, mag niet meer bedragen dan 1,5 m; de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5 m2; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw.

4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.

c. d. e.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van antennes en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 15 m respectievelijk 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m2.

4.3 Nadere eisen a. b.

burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundige beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is met het oog op een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. indien dit noodzakelijk is in verband met de sociale veiligheid dan wel verkeersveiligheid; 3. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|14 4.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde: a.

b.

in lid 4.1 voor het toestaan van bedrijvigheid die niet voorkomt in de Bijlage 1 (Staat van bedrijfsactiviteiten), onder voorwaarde, dat deze bedrijvigheid naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorieën 1 en 2; in lid 4.1 voor het toestaan van bedrijvigheid in milieucategorie 3 van de in de Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten dan wel voor bedrijven die niet voorkomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: 1. het bedrijf geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft; 2. het bedrijf geen risicovolle inrichting betreft; 3. de milieubelasting van het te vestigen bedrijf naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorieën en de belangen van de gevestigde bedrijven en van de nabijgelegen woonwijk niet in onevenredige mate door hinder worden geschaad.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|15

Artikel 5 Bedrijf - 2 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c. d. e.

bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 1 (Staat van bedrijfsactiviteiten) onder de categorieën 2 en 3, met uitzondering van: 1. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; 2. risicovolle inrichtingen; bestaande bedrijven in de categorieën 1 en 4; productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voedings- en genotmiddelen; een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; opslag en uitstalling;

met daaraan ondergeschikt: f. g. h.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen.

5.2 Bouwregels 5.2.1 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding anders is aangeduid; de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter; de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.

5.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. b.

c.

nieuwbouw van bedrijfswoningen is niet toegestaan; voor een bestaande vrijstaande woning gelden de volgende bepalingen: 1. bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen; 4. de breedte van de woning mag niet meer bedragen dan 15 m; 5. de diepte van de woning mag niet meer dan 15 m bedragen; 6. de goot- en bouwhoogte zoals toegestaan voor het bijbehorende bedrijfsgebouw mag niet worden overschreden; voor een in de bedrijfsbebouwing opgenomen bestaande bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: 1. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m 3; 2. de goot- en bouwhoogte zoals toegestaan voor het bijbehorende bedrijfsgebouw mag niet worden overschreden.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|16 5.2.3 Bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.

bijbehorende bouwwerken en overkappingen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de oppervlakte per bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 45 m2 de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 80 m2; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m.

5.2.4 Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken op een afstand van ten minste 2 m achter de perceelsgrens te worden gebouwd; de diepte, gemeten vanuit de voorgevellijn, mag niet meer bedragen dan 1,5 m; de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5 m2; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw.

5.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.

c. d. e.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van antennes en lichtmasten mag niet meer bedragen dan 15 m respectievelijk 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m2.

5.3 Nadere eisen a. b.

burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundige beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is met het oog op een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. indien dit noodzakelijk is in verband met de sociale veiligheid dan wel verkeersveiligheid; 3. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|17 5.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde: a.

b.

in lid 5.1 voor het toestaan van bedrijvigheid die niet voorkomt in de Bijlage 1 (Staat van bedrijfsactiviteiten), onder voorwaarde, dat deze bedrijvigheid naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorieën 2 en 3; in lid 5.1 voor het toestaan van bedrijvigheid in milieucategorie 4 van de in de Bijlage 1 opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten dan wel voor bedrijven die niet voorkomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: 1. het bedrijf geen geluidzoneringsplichtige inrichting betreft; 2. het bedrijf geen risicovolle inrichting betreft; 3. de milieubelasting van het te vestigen bedrijf naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorieën en de belangen van de gevestigde bedrijven en van de nabijgelegen woonwijk niet in onevenredige mate door hinder worden geschaad.

5.5 Specifieke gebruiksregels Op de gronden gelegen binnen de op de verbeelding aangegeven 'veiligheidszone - pr' is geen nieuwbouw van (beperkt) kwetsbare objecten, zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, toegestaan.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|18

Artikel 6 Centrum - 1 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: op de begane grond: a. b. c. d. e.

detailhandel, met uitzondering van supermarkten; horeca in de categorieën 1, 2 en 3; kantoren met baliefunctie; publieksverzorgende ambacht en dienstverlening; bestaande functies die niet nader zijn aangeduid op de verbeelding;

op de verdieping: f. g.

wonen; bestaande kantoren en maatschappelijke en culturele voorzieningen;

met daaraan ondergeschikt: h. i. j. k. l.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen.

6.2 Bouwregels 6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn; de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.

6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.

c. d. e.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m 2.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|19 6.3 Nadere eisen a. b.

burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundige beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is met het oog op een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. indien dit noodzakelijk is in verband met de sociale veiligheid dan wel verkeersveiligheid; 3. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|20

Artikel 7 Maatschappelijk 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

educatieve voorzieningen; sociaal-medische voorzieningen; sociaal-culturele voorzieningen; levensbeschouwelijke en religieuze voorzieningen; voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening;

met daaraan ondergeschikt: f. g. h.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen.

7.2 Bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding anders is aangeduid; de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van niet meer dan 3 m; de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.

7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.

c. d.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m 2.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|21 7.3 Nadere eisen a. b.

burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundige beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is met het oog op een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. indien dit noodzakelijk is in verband met de sociale veiligheid dan wel verkeersveiligheid; 3. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|22

Artikel 8 Verkeer 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; speelvoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudingkundige voorzieningen.

8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen In of op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b.

de bouwhoogte van kunstobjecten, palen en masten, inclusief voorziening voor de verkeersbegeleiding bedraagt maximaal 12 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 4 m.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|23

Artikel 9 Wonen 9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

wonen; aan-huis-verbonden beroepen; kleinschalig kamperen; trekkershutten tot een maximum van 30 m2; paden en wegen en parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen.

9.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 9.2.1 Algemeen a. b.

nieuwbouw van woningen is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw; bij vervangende nieuwbouw mogen de woningen uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen of bestaande locatie en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend.

9.2.2 Woningen (hoofdgebouwen) Voor het bouwen van woningen (hoofdgebouwen) gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 650 m3; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.

9.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij woningen Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen gelden de volgende bepalingen: a.

b. c. d. e. f.

bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd of op de fundamenten van een bestaand bijbehorend bouwwerk of een bestaande bijbehorend bouwwerken dat vervangen wordt; de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 80 m2; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; de afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning mag niet meer bedragen dan 20 m; bij afbraak van een bestaand(e) vrijstaand(e) bijbehorende bouwwerk(en) met een oppervlakte van meer dan 80 m2, mag de in sub b genoemde oppervlakte worden verhoogd met 50% van het oppervlak van de te slopen vrijstaande bijbehorende bouwwerk(en) met dien verstande dat het in sub b genoemde oppervlakte bij de berekening mag worden betrokken. Het maximaal toegestane gezamenlijke oppervlak van de bijbehorende bouwwerken na afbraak mag niet meer bedragen dan 150 m2.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|24 9.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevellijn niet meer mag bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 6 m; de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 25 m2; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m 2; voor het bouwen van onoverdekte zwembaden gelden de volgende bepalingen: 1. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 m; 2. de oppervlakte van het zwembad mag niet meer bedragen dan 150 m 2; 3. het zwembad mag uitsluitend achter de achtergevelrooilijn van de woning worden gesitueerd; 4. de bouwhoogte van een zwembad mag niet meer bedragen dan 0,5 m.

9.2.5 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.

b.

op plaatsen waar hoofd- en bijbehorende bouwwerken zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 3,5 m.

9.3 Afwijken van de bouwregels 9.3.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2.3 sub e voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 20 m van het hoofdgebouw indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel. 9.3.2 Omgevingsvergunning herbouw op andere locatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2.1 sub b voor het herbouwen van een woning op een andere locatie, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

d. e. f. g. h.

de herbouw dient op de andere locatie stedenbouwkundig aanvaardbaar te zijn; de nieuwe locatie dient direct aan te sluiten op de voormalige locatie van de woning; de afstand tot de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 15 m dient bij de herbouw op een andere locatie de afstand tot de weg groter te zijn dan de bestaande afstand; de afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 5 m; de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven mogen niet onevenredig worden beperkt; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; de locatie is vanuit het oogpunt van goed woon- en leefklimaat aanvaardbaar; uitbreidingen van het verhard oppervlak dienen hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden.

9.3.3 Omgevingsvergunning ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2.5 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangetast.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|25 9.4 Specifieke gebruiksregels 9.4.1 Aan-huis-verbonden beroep a.

b.

binnen de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan. Hiervoor gelden de volgende bepalingen: 1. aan-huis-verbonden beroepen zijn uitsluitend toegestaan als ondergeschikt activiteit bij de woonfunctie. Dit houdt in dat de omvang niet meer mag bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 50 m2; 2. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; 3. de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner; 4. detailhandel is niet toegestaan. kleinschalig kamperen is toegestaan, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. het aantal kampeermiddelen mag per woning niet meer bedragen dan 15; 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 0,5 ha.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|26

Artikel 10 Wonen - 1 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

wonen; aan-huis-verbonden-beroepen;

met daaraan ondergeschikt: c. d. e. f.

voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen;

alsmede voor: g. h.

de instandhouding en bescherming van de op de verbeelding als 'specifieke bouwaanduiding - monument' aangeduide gebouwen; de instandhouding en bescherming van de op de verbeelding als 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' aangeduide gebouwen.

10.2 Bouwregels 10.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h.

i. j. k.

hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' zijn uitsluitend hoofdgebouwen in de vorm van aaneengebouwde woningen toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend hoofdgebouwen in de vorm van halfvrijstaande woningen toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend hoofdgebouwen in de vorm van vrijstaande woningen toegestaan; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen gestapelde woningen worden gebouwd; ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - monument' of 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' is vervangende nieuwbouw niet toegestaan; de voorgevel moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn of op een afstand van niet meer dan 3 m daarachter; de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bij: 1. aaneengebouwde woningen mag alleen bij de eindwoningen niet minder bedragen dan 3 m; 2. halfvrijstaande woningen mag aan één zijde niet minder bedragen dan 3 m; 3. vrijstaande woningen mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 m; Indien de bestaande afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minder bedraagt dan de hierboven genoemde afstand, geldt deze bestaande afstand als de minimaal toegestane afstand.

de goothoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; in afwijking van het bepaalde onder i en j, geldt ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - monument' of 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' de bestaande maatvoering als maximale maatvoering.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|27 10.2.2 Bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken achter de voorgevellijn van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f. g. h.

bijbehorende bouwwerken en overkappingen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak bedraagt maximaal 80 m2; de gronden gelegen achter de achtergevelrooilijn van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mogen voor maximaal 50% worden bebouwd; bij vrijstaande hoofdgebouwen mogen slechts aan één zijgevel bijbehorende bouwwerken worden opgericht; bij vrijstaande hoofdgebouwen mag in de zijstrook grenzend aan het openbaar gebied geen bijbehorend bouwwerk worden opgericht; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.

10.2.3 Bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevellijn van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.

bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de perceelsgrens te worden gebouwd; de diepte, gemeten vanuit de voorgevellijn, mag niet meer bedragen dan 1,5 m; de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 5 m2; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het bijbehorende hoofdgebouw.

10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.

d.

e.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel niet meer bedragen dan 1 m; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de voorgevel niet meer mag bedragen dan 1 m; de oppervlakte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 30 m 2.

10.2.5 Voorwaardelijke verplichting dove gevel Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' dient de bebouwing tot een hoogte van 6 meter vanaf maaiveld te worden voorzien van een dove gevel of ander type (schijn)gevel waarmee een vergelijkbaar resultaat wordt behaald.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|28 10.3 Nadere eisen a. b.

burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; de onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundige beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is met het oog op een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. indien dit noodzakelijk is in verband met de sociale veiligheid dan wel de verkeersveiligheid; 3. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

10.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 10.2.2 voor de bouw c.q. het plaatsen van kleine hobbyruimten van lichte constructie, waaronder volières, buitenrennen en kassen met een maximale oppervlakte van 10 m2 én indien niet hoger dan 5 meter. 10.5 Specifieke gebruiksregels 10.5.1 Aan-huis-verbonden beroep Binnen de bestemming 'Wonen - 1' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a.

b. c. d. e.

aan-huis-verbonden beroepen zijn uitsluitend toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de omvang niet meer mag bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 50 m2; het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; de activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving; de activiteit dient te worden uitgeoefend door de bewoner(s) van de woning; detailhandel is niet toegestaan.

10.6 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 10.1 onder b voor het toestaan van de uitoefening van een lichaamsverzorgend beroep als aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat: a.

b. c. d. e.

aan huis verbonden beroepen uitsluitend zijn toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie. Dit houdt in dat de omvang niet meer mag bedragen dan 30% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 50 m²; het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte mag veroorzaken; de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving; de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; detailhandel niet is toegestaan.

10.7 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 10.7.1 Sloopverbod zonder vergunning Het is verboden op de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - monument' of 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|29 10.7.2 Uitzonderingen op het sloopverbod Het verbod van lid 10.7.1 is niet van toepassing: a. b.

indien reeds een omgevingsvergunning is verleend; ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag.

10.7.3 Voorwaarden van een omgevingsvergunning a.

b.

een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.7.1 is slechts toelaatbaar, indien de monumentale waarden zoals bedoeld in lid 10.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheid voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; voordat een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid 10.7.1, wordt verleend wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de erfgoedcommissie.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|30

Artikel 11 Waarde - Archeologie 1 11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 11.2 Bouwregels Het is niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a.

b. c.

de verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijke gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld; de bouw van een bijbehorend bouwwerk van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met een oppervlakte van niet meer dan 100 m2; bouwwerken ten dienste van de in deze bestemming genoemde functies en ten dienste van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, voor zover de oppervlakte niet meer dan 100 m2 bedraagt.

11.3 Afwijken van de bouwregels a.

b.

c.

het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 11.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover: 1. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; 2. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving; in het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichtingen de activiteiten die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; alvorens een omgevingsvergunning als bedoeld in sub a wordt verleend, wordt archeologische advies ingewonnen.

NL.IMRO.1771.BPReststroken-VA01

bestemmingsplan Reststroken

|31 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.4.1 Werken en werkzaamheden a.

het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van de volgende werken geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 100 m2 of meer: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; 3. het ophogen en egaliseren van gronden; 4. het verlagen van het waterpeil; 5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 6. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; 7. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 8. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; 9. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,3 m onder maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=918776b5-f85b-4019-8cf5-3c3a866a4513