Rapport Ontwerp hoogwaardige toegang - De Jeugd- en Gezinspraktijk
Tekst van het document
17
Hilde Tempel, Anouk van Dijk, Bram Orobio de Castro, ‘Eerst begrijpen, dan (be)handelen’, in: ‘Kind en adolescent praktijk’, 2022.
26
Een ander voorbeeld van een format voor een verklarende analyse is het 7-factorenmodel. Hieronder zie je een ingevuld voorbeeld.
Volgens de Kenniswerkplaats Jeugd Friesland is het belangrijk dat bij het maken van een verklarende analyse altijd de VEST-criteria in oog worden gehouden. 27
VEST-criteria: een goede verklarende analyse is volledig, eenvoudig, samenhangend en toetsbaar. ● ● ● ●
Volledig: alle relevante aspecten zijn benoemd. Niet alleen de kindkenmerken, maar ook belangrijke factoren in de omgeving van het kind. Niet alleen problemen, maar ook beschermende factoren en sterke punten. Eenvoudig: de analyse is zo eenvoudig mogelijk in de zin dat alleen factoren en rubrieken zijn opgenomen die op een of andere manier bepalend zijn voor de effectiviteit van de behandeling. Samenhangend: de samenhang en oorzakelijke verklaringen moeten aannemelijk zijn en ondersteund door evidentie en opvattingen van experts binnen de beroepsgroep over dit onderwerp. Toetsbaar: op basis van de verklarende analyse kunnen voorspellingen worden gedaan die je kunt toetsen (bijvoorbeeld door het inzetten van interventies).18
GZ-psycholoog Marca Geeraets en kinder en jeugdpsychiater Harrie van Leeuwen hebben daarnaast nog zeven misvattingen op een rij gezet ten aanzien van de verklarende analyse.19 1. De verklarende analyse is geen waarheidsstatement. De verklarende analyse leidt tot een gezamenlijke met jeugdige en ouders gemaakte werkhypothese (verklaringsvoorstel) over de factoren die een bijdrage leveren aan of de oorzaak zijn van het voortduren van de problematiek.. Het is gebaseerd op het zoeken naar de best mogelijke verklaring die we kunnen bedenken. De Waarheid stel je niet bij, maar werkhypothesen toets je tijdens de behandeling en stel je bij door voortschrijdend inzicht of als de problematiek zich niet ontwikkelt als is voorspeld. 2. De verklarende analyse is geen briljante analyse van de professional. De verklarende analyse is een co-creatie tussen de jeugdige, ouders, andere betrokkenen en de professional.et hulp van de ervarings- kennis van de betrokkenen van het dagelijks functioneren en de profes- sionele kennis van de beroepskracht worden de moeilijkheden in samen- hang gebracht met de ongunstige én gunstige kind-, gezins- en omgevings- invloeden en de mechanismen die de aard, omvang en de ernst kunnen verklaren. Alleen een gezamenlijk gemaakte analyse vormt een goede voedingsbodem voor een interventieplan. 3. Geen statistische analyse met eeuwigheidswaarde.
De grootte van de invloed van de krachten en de samenhang tussen de verschillende factoren verandert gedurende de behandeling en gedurende de levensloop. Aan het begin van een interventie zullen andere factoren een rol spelen dan bij een verklarende analyse die nodig is voor terugvalpreventie. 4. Geen one size fits all-analyse. In de verklarende analyse wordt nagegaan welke factoren bij dit kind, deze adolescent, deze ouder een rol spelen. Bij twee jeugdigen kan dezelfde problematiek bijvoorbeeld ‘moeite met concentreren’ veroorzaakt of in stand worden gehouden door heel verschillende factoren (dit wordt ook wel aangeduid met equifinaliteit). Een goede verklarende analyse is het persoonlijk verhaal van wat er aan de hand is en wat daarbij tegenzit en wat al helpt waardoor de problematiek niet erger is dan hij nu is. Een verklarende analyse leidt dus tot een gepersonaliseerde verklaring. 5. Geen garantie voor het expliciteren van veerkracht of sociale steun. Hoewel elke zichzelf respecterende beroepskracht zal benadrukken dat bij een verklarende analyse en de interventies sterke kanten van betrokkenen en hun natuurlijk steunbronnen een belangrijke rol spelen, is de specificiteit van de veerkracht en ervaren steun in analyses vaak onvoldoende. Als ze al worden benoemd zijn ze vaak te algemeen zoals 18
Kenniswerkplaats Jeugd Friesland & Bureau PEERS strategische zorginnovatie, ‘De verklarende analyse’, 2021.
19
Marca Geeraets & Harrie van Leeuwen, ‘Zeven misvattingen over de verklarende analyse’, in: Kind en Adolescent Praktijk, 2021.
28
‘aantrekkelijk uiterlijk’, ‘heeft humor’, ‘betrokken ouders’, en is het onvoldoende duidelijk op welke manier ze een positieve bijdrage leveren aan het verminderen van de problematiek. Dat kan en moet beter. 6. Niet het alleenrecht van één discipline of één therapeutisch paradigma. Voor een integrale analyse zijn casusverklaringen gebaseerd op etiologische theorieën (psychoanalyse, systeemtheorie, CGT, oplossingsgericht) niet de eerste keus. Een trans- theoretische discipline overstijgende benadering is te prefereren (Christon e.a., 2015). Christon stelt een ‘science informed’ hypothesetoetsende benadering voor. De interventies behoren de wetenschappelijk en in de praktijk onderbouwde best werkzame elementen te bevatten. Alleen een transtheoretische benadering biedt alle beroepskrachten binnen een multidisciplinair team de mogelijkheid om vanuit hun expertise bij te dragen aan de verklarende analyse. 7. Geen lineair monocausale verklaring Monocausaliteit in de jeugdhulp bestaat niet. Kenmerkend aan problematiek waarbij ondersteuning vanuit de jeugdhulp is gewenst, is dat niet kan worden gesproken van ‘oorzaken’, maar op zijn hoogst van deeloorzaken. Er zijn nauwelijks oorzaken bekend die in hun eentje bepaalde problematiek veroorzaken.
Dat wordt bewezen door alle uitzonderingen; kinderen die hetzelfde hebben meegemaakt, maar geen of andere problematiek vertonen (ook wel multifinaliteit genoemd). Veelal hebben deeloorzaken ofwel een mediërend karakter (ze zijn een tussenstap) dan wel modererend (afzwakkend of versterkend) karakter. Ook een eenzijdig focus, op alleen omgevingskenmerken of persoonskenmerken van ouders of jeugdigen, leidt tot een gemankeerde verklarende analyse. Verklarende analyses die voornamelijk historische deeloorzaken beschrijven die voor het huidige functioneren van de jeugdige geen praktische relevantie hebben, zijn overbodig. Alleen zorgvuldige analyses over factoren die ertoe kunnen doen, en waarvan we ouders en jeugdigen kunnen overtuigen dat ze ertoe doen, kunnen de besluitvorming over gerichte interventies onderbouwen. En dan nog biedt onze beperkte informatieverwerkingscapaciteit niet de garantie dat we betere resultaten kunnen halen dan de state of the art toelaat. Maar een goede verklarende analyse kan wel een hoop willekeur en geknoei voorkomen.20
20
Marca Geeraets & Harrie van Leeuwen, ‘Zeven misvattingen over de verklarende analyse’, in: Kind en Adolescent Praktijk, 2021.
29
Bijlage B De indicatoren Nr.
Indicator
Eenheid
1.
Meldingen toegang
Aantal meldingen.
2.
Jeugdigen die begeleid worden door gezinswerkers
Aantal jeugdigen
3.
Verwijzers jeugdvoorzieningen
Percentage per verwijzer
4.
Jeugdigen waarvan beoogde doelen afgesloten jeugdhulp trajecten zijn behaald
Percentage van totaal afgesloten jeugdhulp trajecten
5.
Mate waarin jeugdige / diens ouders ervaart/ ervaren dat beslissingen over de hulp samen met hen worden genomen.
Schaal.
6.
Mate waarin jeugdige / diens ouders ervaart / ervaren dat zij beter problemen kunnen oplossen door de hulp
Schaal.
7.
Mate waarin volgens de jeugdige / diens ouders de geboden hulp past bij zijn / haar / hen hulpvraag.
Schaal.
8.
Caseload Jeugd-en gezinsspecialist
Gemiddelde actieve caseload, gewogen naar complexiteit
9.
Caseload gezinswerker.
Gemiddelde actieve caseload, gewogen naar complexiteit
10.
Ervaren werkdruk door jeugd- en gezinsspecialist en gezinswerkers.
Schaal.
30