Raadsvoorstel Programmabegroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025.pdf
Tekst van het document
-itl,*;* - -f
ïo*n.Míerlo
Raadsvoorstel Onderwerp P ro g ra m m a be groti n g 2022 en M eerj a re n ra ming 2023 -2025
Beslispunten 1. Vast te stellen de Programmabegroting jaarschijf 2022 2. Kennis te nemen van de Meerjarenraming jaarschijven 2023-2025 3. Vast te stellen het activiteitenplan 2022 en het daarmee het beschikbaar stellen van de bedragen in de exploitatie 4. De kredieten voor investeringen uit het activiteitenplan 2022 te voteren 5. Het nadelige resultaat van begrotingsjaar 2O22le dekken uit de algemene reserve 6. Het voordelige resultaat van de begrotingsjaren 2023 en (gedeeltelijk) 2024 te storten in de algemene reserve tot deze een bedrag van € 3.500.000,- heeft bereikt. Inleiding De Programmabegroting 2O22is de laatste begroting in deze bestuursperiode. Een bestuursperiode waarin we gestaag hebben gewerkt aan het op orde brengen van de gemeentefinanciën met als doelstelling om ons voorzieningenniveau zowel in Geldrop als Mierlo in stand te houden. De Taskforce Sociaal Domein is in dit kader tot stand gekomen. ln de afgelopen jaren is het ons gelukt om elk jaar één begrotingsjaar meer sluitend te krijgen van de meerjarenbegroting. Voor de periode 2022-2025 betekent dit dat alleen het eerste begrotingsjaar niet structureelsluitend is en dat de begrotingsjaren 2023-2025 structureelsluitend zijn. Binnen deze periode komt ook de algemene reserve weer op het minimale niveau. De signalen zijn dat de gevolgen van de coronacrisis voor de economie erg mee lijken te vallen.
De verwachte toename van bijvoorbeeld het aantal uitkeringsgerechtigden blijft uit. Nog onduidelijk is het effect van de coronacrisis op de mentale weerbaarheid van onze inwoners. Binnen het sociaal domein is onze aandacht hierop gevestigd. Vooralsnog zien wij geen enorme toename voor bijvoorbeeld de jeugdzorg. ln dit raadsvoorstel nemen wij u mee in de totstandkoming van de voorliggende begroting. Hoe zijn wij vanuit het saldo 2021 mel tussentijdse wijzigingen gekomen tot het saldo 2022 en welke bijzonderheden zijn er opgenomen in deze begroting. De septembercirculaire maakt geen onderdeel uit van dit boekwerk en het saldo. Over de uitkomsten van de septembercirculaire en de gevolgen hiervan op het begrotingssaldo wordt u per raadsinformatiebrief ge'informeerd. De collegeversie van de meerjarenbegroting en de raadsinformatiebrief over de septembercirculaire vormen samen de basis voor het raadsbesluit behorende bij de begroting.
-:\Jrz--lï*"r-Míerro Raadsvoorstel 1. lJitgangspunt na vaststelling Programmabegroting 2021 en Meeriarenraming 2022-2024 Het uitgangspunt voor het opstellen van een nieuwe begroting is de laatst vastgestelde begroting. Het begrotingstekort wordt in het lopende jaar ten laste van de algemene reserve gebracht. Hierdoor is het saldo bij de start van de nieuwe begroting nihil. Omdat er in de loop van 2O21 raadsbesluiten zijn genomen met gevolgen voor het begrotingssaldo in 2022-2025 geldt de som hiervan als uitgangspunt. \tl?l?FfÍ!
?lttEt
71V4
?IjfF,
74',1.325
2.555.930
- waaryan incidenteel
30.460
-630.256
2.004.964 23.648
- waarvan structureel
-203.751
1.371.581
1.981.316
2.555.930
Tekort ten laste van Algemene reserve
173.291
Begrotingssaldo in MPB 2021-2024 voor mutaties reserve
-173.291
741,325
2.004.964
2.555.930
18.664
13.446
8.1 84
-15.402
íFmFr4
ÍFETti
FTEI]
ÍEEf']
Overschot ten gunste van Algemene reserve Eerdere besluitvorming rcad in 2021
WEEEIIIIil IIT';IJ9T'tr,EX'F
0
2. Structurete effecten Íussenfldse rapportages, autonome ontwikkelingen, actualisatie reserves, voorzieningen en investeringen en gesloten exploitaties Een belangrijk aspect bij het opstellen van de begroting betreft het actualiseren van budgetten door autonome ontwikkelingen. Het gaat hierbij om het bestaande beleid. Voor de iaren 2022-2025 betreft het onderstaande mutaties. Een toelichting per onderdeel staat beschreven in de begroting.
zw1
itElif.7.TJ
w
q Structurele gevolgen 1e tussentijdse rapporlage 2021
-193.864 -í53.543 -153.269 -152.990 47
Actualisatie staat van investeringen Actualisatie staat van reserves en voorzieningen
.552 0
15.033 0
11
.896 0
104.885 0
Actualisatie staat van salarissen
347.493 519.968 702.747
Berekening diverse gesloten exploitaties
74.199 72.795
78.031
Correcties budgetten bestaand beleid
-85.409 -39.964
5.688 -278.155
Gevolgen Meicirculaire 2021
-62.502 -353.323 -555.046 -615.012 tllrrFEnmrm:r
ÍETÍFE
1paÍn
i!T:f.kll
908.982 88.1 82
4li[f'Tt'l
2
-i\)rz--lï*"p.Míerro Raadsvoorstel 3. Mutaties als gevolg van knelpunten bestaand beleid, uitbreiding bestaand beleid en nieuw beleid (nieuw in de begroting) ln aanloop naar het opstellen van de begroting hebben we als college gekozen om terughoudend te zijn in het opnemen van nieuw beleid in de begroting. Binnen de vraag naar middelen hebben we vervolgens een onderscheid gemaakt of er sprake is van een vraag naar middelen uit een knelpunt binnen het bestaande beleid of er sprake van uitbreiding van bestaand beleid dan wel daadwerkelijk van nieuw beleid. Uiteindelijk resulteert deze aanpak voornamelijk in de vraag naar middelen vanuit knelpunten in het bestaande beleid. ln de begroting is per programma de vraag naar middelen opgenomen met een toelichting daarbij. Daarnaast is alle vraag naar middelen opgenomen op het activiteitenplan (pagina's 173-177 boekwerk begroting).
ro
EEEElEErr.ÍniliEEHm
Ef,f,FT'It]
van € 1.034
-tstn
M
-1.034.633 -591.461 -634.015 -1.104.143
Nieuw in de begroting (activiteitenplan)
Het
EIiFF
n als vol
E@@Eti?*t{:!!
samen te vatten
Reeds opgenomen in kadernota
223.728
Nieuw in MPB2022-2025 Personele aangelegenheden (knelpunten bezetting en ICT sociaal domein)
256.000
Opstellen nieuwe beleidsstukken (accommodatiebeleid en klimaatadaptatieplan)
80.000
Continuering cultuurverkenner
35.000
Eikenprocessierups bestrijding
71.000
Extra groot onderhoud
101 .000
Omgevingswet (doorgeschoven gelden, overschot 202í )
'r70.000
Verschillen < € 25.000,-
97.905
IËíEETI
ífrFZrFF
4. Opgenomen sÍe/posÍen in de begroting 2022-2025 Bijde begroting202l hebben we, om een zo getrouw mogelijk begrotingsresultaat te presenteren, een aantal stelposten gecreëerd. Onderwerpen waarvoor in programma 11 een stelpost is opgenomen en die na raadsbesluit worden overgebracht naar het inhoudelijke programma. Ook in de voorliggende begroting hebben wij deze methodiek voortgezet. Bij de raming van deze budgetten is nog de nodige onduidelijkheid aanwezig.
3
7i-i\l --lï**-Míerlo Raadsvoorstel EIEilIEETN
4W
a. Post onvoozien
77.500
77.500
77.500
b. Stelpost gevolgen van terugdraaien materiële kostenindex 202't
76.465
76.469
76.469
76.469
c. Geoormerkte gelden uit Meicirculaire 2021
151.297
196.50í
208.921
222.194
d. lndexering
163.391
797.861
1.448.006
2.131.432
e. Stelpost coronacrisis (meerkosten > compensatie Rijk)
300.000
0
0
0
Í. Stelpost Plusteam
43.000
43.000
43.000
43.000
g. Stelpost Laco
100.000
100.000
100.000
100.000
TIIETTA
EtrFPXEz
EEIIXIU
6JT*T''.'I
IEÍEET
7II9F.
?ItYZ,
7IVE1
77.500
a. De post onvoorzien vormt een jaarlijkse stelpost en bedraagt elk jaar € 77.500,-. b. Eén van de maatregelen in het kader van de ombuigingen uit de begroting 2021 was om geen
c. d. e.
f. g.
materiële kostenindex toe te passen op budgetten. Omdat dit niet in alle gevallen kan, is een stelpost opgenomen om de extra (structurele) kosten alsnog te dekken. Bij de jaarrekening 2021 zal duidelijk zijn of deze post nog benodigd is en tot welk bedrag. Het eventuele overschot kan op dat moment ten gunste van het resultaat worden gebracht. ln de circulaire uit de algemene uitkering zijn gelden opgenomen met een doel. Deze gelden worden bij de begroting op een stelpost opgenomen en pas vrijgegeven als blijkt dat voor dat doel nog geen budgetten in de begroting zijn opgenomen. Voor de indexering van de loonkosten, materiële kosten en gewogen kostenontwikkeling is een stelpost opgenomen. Voor extra kosten die ontstaan als gevolg van de coronacrisis hebben wij in de begroting van vorig jaar een extra bedrag opgenomen voor 2021 en 2022. Van de stelpost voor het Plusteam, die vorig jaar in de begroting is opgenomen, is op dit moment nog structureel € 43.000,- beschikbaar. De onderhandelingen met Laco over de toekomst van het zwembad De Smelen lopen nog steeds. Het is hierbij ook reëel te veronderstellen dat hiervoor uiteindelijk extra budget nodig is. Hiervoor is in de vorige begroting een stelpost op genomen die we laten staan.
Na vaststelling van het nieuw beleid door de raad komt hier de stelpost IHP bij. Deze staat nu nog op het activiteitenplan. De stelpost IHP is geraamd vanaf begrotingsjaar 2025 (2025: € 475.000,-).
5. Voorstellen tot heroverweginge n ln de vorige begroting hebben we de negatieve begrotingssaldi uit 2O21 en 2022 aangevuld via de algemene reserve. De positieve begrotingssaldi uit 2023 en 2024 hebben we juist gestort in de algemene reserve. Dit laatste is onderdeelvan het herstelplan algemene reserve, omdat de raad het minimum van deze reserve op € 3,5 miljoen heeft gesteld. Door "afrekening" van het begrotingssaldo met de algemene reserve bedraagt het begrotingssaldo in alle jaren onder de streep € 0,-.
4
-i\Jrz--lï*"p.Míerlo Raadsvoorstel ln de nieuwe (nog in de auditcommissie en raad te bespreken) nota Reserves en voorzieningen stellen wij voor om positieve begrotingssaldi niet meer te storten in de algemene reserve wanneer het minimum saldo van € 3,5 miljoen is bereikt. Hierdoor blijft het verwachte (positieve) resultaat in de exploitatie staan. Negatieve begrotingssaldiworden welonttrokken aan de algemene reserve. Als er tijdens het lopende boekjaar overschotten zijn, dan worden eerdere onttrekkingen aan de algemene reserve ongedaan gemaakt. Het saldo wat dan resteert blijft in de exploitatie. Bij de jaarrekening is dan een zuivere vergelijking te maken tussen het werkelijke rekeningresultaat en het verwachte resultaat. Vooruitlopend op het bovenstaande stellen wijvoor om dit al toe te passen in deze meerjarenbegroting. Dit betekent dat het positieve begrotingssaldo uit 2023 nog volledig in de algemene reserye moet blijven staan (immers: het saldo in de algemene reserve is nog < € 3,5 miljoen). Het positieve begrotingssaldo uit 2024 kan voor een deel (€ 1.353.147,-) terugvloeien naar de exploitatie. Het resterende deel moet in de algemene reserve blijven staan (zodat het saldo in de algemene reserve = € 3,5 miljoen).
ln 2025 kan het positieve begrotingssaldo in z'n geheel in de exploitatie blijven (hoeft niet meer gestort te worden in de algemene reserve, want saldo = € 3,5 miljoen). De verwerking hiervan in de begroting laten we zien aan de hand van 2 stappen
Stap 1: het achterwege laten van de storting van het positieve saldo in de algemene reserve
m ro
l. Herovenregingen Achteruvege laten storting positief saldo in algemene reserve
ril[EIEf[EEt[m
o
741.325 2.004.964 2.555.930 tÁsmm
FFFFÍIIl
TrtníF,
ÍEFFrfd|I
- waarvan incidenteel
305.971
-562.032
100.308
26.666
- waarvan structureel
-'t.194.471
786.308
1.368.872
í.465.611
Na de herovenveging van stap 1 ziet het verloop van de algemene reserve er als volgt uit:
gffirlrÍrTËl'f{|tlt
wn WB ÍF'FFIIz zreEFf[z
WA
trlpgttn
frtEi tr'EEFTI
Omdat de algemene reserve hierdoor ver onder het minimum van € 3,5 miljoen blijft, storten we een gedeelte van het positieve saldo alsnog (stap 2).
5
-i\Jrz--lï*'r-Míerlo Raadsvoorstel Stap 2: herstelplan algemene reserve
E@IE@
l. Heroverwegingen Herstelplan algemene reserve
ffi
o -741.325 -651.817
w 0
tlsFftn
rrnr*E
iÍtiÉr*t
- waarvan incidenteel
305.971 -1.303.357
-551.509
26.666
- waarvan structureel
-1.194.471 786.308
1.368.872
1.465.611
lFIlI:-Frrm
Na de heroverweging van stap 2 ziet het verloop van de algemene reserye er als volgt uit: ,It rl TlirF 7$ÍA TFIA F*n]ermt iEEFíl'i EIIFIIIE Ef[nEm E@-EEmr?!t',riill
EI@E
ln 2O24 is de algemene reserve weer op het minimum van € 3,5 miljoen Om inzichtelijk te maken wat het eigen vermogen van de gemeente bedraagt op begrotingsbasis, staat hieronder het saldo van de algemene reserve in gevalvan resultaatbestemming. Bij de jaarrekening worden de overschotten in de exploitatie namelijk verrekend met eventuele tekorten en daarna gestort in de algemene reserve. qwl wa ?rvz' Ef'EFl rFrtFl?Fl FFfrEFfn íF.tB*rm 2XII:If*]
ffi
6. Ratio we e r sta nd sve rmog e n Een belangrijk derde element in de financiële positie van de gemeente is het zogenaamde weerstandsvermogen. Een verzamelterm om aan te geven of de vrij beschikbare reserves voldoende groot zijn om mogelijke financiële tegenvallers te kunnen bekostigen. ln de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing zijn de risico's in beeld gebracht. Met daarbij de beschikbare vrije reserves. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het weerstandsvermogen van de algemene dienst en die van het grondbedrijf. Het weerstandsvermogen van de algemene dienst op basis van deze begroting bedraagt 1,65 en die van het grondbedrijf 0,84. Beide ratio's passen hiermee binnen de normen. 7. Capaciteitenraming Bij de raadsbehandeling van de kadernota in juli heeft de raad een amendement vastgesteld waarbij is besloten om bijde (financiële) begroting ook een capaciteitenraming op te stellen. Dit met als doel dat alle in de begroting 2022 opgenomen onderuverpen ook daadwerkelijk binnen de bestaande organisatie kunnen worden uitgevoerd. ln paragraaf Bedrijfsvoering hebben wij de resultaten uit deze capaciteitenraming opgenomen. Daar waar wij de opdracht niet binnen de bestaande organisatie kunnen uitvoeren is hiervoor een vraag naar middelen opgenomen.
ln deze begroting gaat het om formatie in het kader van de Centrum lmpuls en projectleiderschap voor de uitvoering van het lHP, Laco en Hofdael.
6
-it|ir;* -*Iï,r*o.Mierlo Raadsvoorstel Wat willen we bereiken ln deze voor gemeenten financieel moeilijke jaren willen we de goede balans bereiken tussen een gezonde financiële situatie en meerjarenbegroting, een reservepositie die voldoende is om toekomstige risico's op te vangen en een weerstandsvermogen van zowel grondexploitaties als de algemene dienst die vallen binnen de positieve waarden. Binnen dit geheel willen wij het voorzieningenniveau zo goed mogelijk in stand houden en daar waar nodig verbeteren.
Argumenten 1.1 De gemeenteraad stelt jaarlijks de programmabegroting vast. Met het vaststellen van de programmabegroting worden de inhoudelijke en financiêle kaders door de gemeenteraad verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.
2.1 Gemeenten zijn verplicht om naast de begroting voor het komende jaar ook een meerjarenraming op te stellen en vast te stellen. De budgetcyclus bedraagt hiermee vier jaren. Als het gaat om investeringen in de begrotingsjaren2O23-2025 worden deze nu nog niet vastgesteld. Besluitvorming over het daadwerkelijk beschikbaar stellen vindt plaats bij de begroting van het betreffende jaar. Dit is ook van toepassing daar waar het gaat om extra budgetten in de exploitatie. Bij vaststelling van het activiteitenplan vindt de formele besluitvorming plaats. 3.1 ln het activiteitenplan (pagina's 173-177 boekwerk begroting) zijn de mutaties in budgetten opgenomen voor de exploitatie. ln de toelichting bij de programma's is de inhoudelijke toelichting bij deze aanpassing opgenomen. 4.'1 ln het activiteitenplan (pagina's 173-177 boekwerk begroting) zijn de mutaties in investeringen
opgenomen. ln de toelichting bij de programma's is de inhoudelijke toelichting bij deze aanpassing opgenomen. 5.1 Bij de vaststelling van een niet sluitende meerjarenbegroting wordt het bedrag van het begrotingstekort ten laste gebracht van de algemene reserve. Aan de hand van het voorliggende voorstel gaat het hierbij om € 888.500,- in 2022. 6.1 Om te voldoen aan het minimum van € 3,5 miljoen bijde algemene reserve wordt voorgesteld om het voordelig resultaat van de begrotingsjaren 2023 en (gedeeltelijk) 2024 te storten in de algemene reserve.
7
-i\Jr>_ --Iï,r-o
-Mierlo
Raadsvoorstel Kanttekeningen 1.1 De kosten voor de zorgzijn aljaren vele malen hoger dan de gelden die we als gemeente ontvangen. Dat heeft geleid tot een forse bezuinigingsdoelstelling die de komende jaren in een cruciale fase belandt. Nog steeds moeten alle zeilen worden bijgezet om beter grip te krijgen op die zorgfinanciering. Dit blijft een continue aandachtspunt, zeker ook omdat de tekorten zich naast de jeugdzorg nu verder toespitsen op de Wmo. Het is daarom denkbaar dat we de bezuinigingen slechts ten dele of pas later zullen realiseren. in programma 6 van de begroting wordt naar verwachting eind 2021 de toekomstvisie Hofdael vastgesteld. Afhankelijk van de gekozen koers zou dit tot extra kosten kunnen leiden. Hier is in deze begroting nog geen rekening mee gehouden. 1 .2 Zoals beschreven
5.1 Met het voorliggende voorstel is er enkel gedurende het eerste begrotingsjaar sprake van een structureel tekort. Hierdoor wordt de algemene reserve belast.
Bijlage Boekwerk Meerjarenbegroti ng 2022-2025
Geldrop, I oktober 2021
6,.c.
J.C.J. van
N.J.H ris
8