Programma Duurzaamheid - Beleidsdeel.docx
Tekst van het document
Bron: RVO
7.1.2
Afval
Een andere belangrijke bijdrage die we op gemeentelijk niveau kunnen doen is door zo min mogelijk afval te produceren en door wat we produceren zo goed mogelijk te scheiden. Een groot deel van ons afval kan namelijk hergebruikt worden en is dan geen afval meer, maar een nieuwe grondstof. In 2020 gooiden de inwoners van Geldrop-Mierlo gemiddeld zo’n 487 kilo afval per persoon weg. Bijna driekwart hiervan kan worden hergebruikt, omdat dit afval door inwoners gescheiden is ingeleverd. Het overige (ruim 136 kilo per inwoner) werd bij het restafval ingeleverd. Van het afval dat bij het restafval wordt weggegooid is het merendeel eigenlijk geen restafval. Bijna de helft van het restafval bestaat uit Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 46 van 53
GFT-afval en daarnaast voor een aanzienlijk deel uit plastic, lege pakken, luiers, papier, textiel en glas. Ook zat er afval bij het restafval dat naar de milieustraat gebracht kan worden, zoals hout, puin, batterijen, elektrische apparaten en metaal.
7.1.3
Circulair materiaalgebruik
De gemeentelijke organisatie wil circulair materiaalgebruik op twee manieren toe laten nemen: Door in onze eigen aanbestedingen circulair materiaalgebruik als eis op te nemen en door een regulerende rol te pakken. Bijvoorbeeld door bij nieuwbouwprojecten circulair materiaalgebruik als eis mee te geven aan ontwikkelaars en inwoners of door in een vroegtijdig stadium in gesprek gaan met bedrijven die experimentele, circulaire initiatieven hebben en daarvoor een vergunningaanvraag voorbereiden. De Omgevingsdienst kan binnen haar wettelijke mogelijkheden en bevoegdheden meedenken om nieuwe circulaire initiatieven te faciliteren en de (on)mogelijkheden aan te geven. Hierdoor kunnen bedrijven tijdig anticiperen en eventuele aanpassingen doorvoeren.
7.2
Geldrop-Mierlo in 2050
In 2050 is Geldrop-Mierlo circulair. Dit betekent dat nieuwe producten worden gemaakt van gerecyclede, recyclebare en/of hernieuwbare materialen. We hebben geen restafval meer; wat we niet meer nodig hebben recyclen we. In ons afvalbeleid werken we uit hoe we de hoeveelheid afval kunnen reduceren. Kijk ook hier: Afval- en Grondstoffenplan 2022-2025
7.3
Focus 2022 – 2026
Alle gemeenten van Nederland hebben van de overheid de doelstellig gekregen om vanaf 2020 maximaal honderd kilo restafval per inwoner te hebben. Uiteindelijk moet de hoeveelheid restafval in 2026 terug naar gemiddeld 75 kg per persoon. Prioriteit heeft dus voor ons het stimuleren van de reductie van restafval. Maar daarnaast zetten we ook in op circulair inkopen en circulair materiaalgebruik. Zoals beschreven moeten we keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema circulariteit ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden: • • •
7.4
Het stimuleren van het reduceren van restafval. Het verder integreren van circulariteit in ons aanbestedingsproces. De mogelijkheden onderzoeken en benutten om circulair materiaalgebruik te stimuleren / verplichten.
Doelen 2026
Door ons op het bovengenoemde te focussen willen wij in 2026 het volgende bereikt hebben: •
In Geldrop-Mierlo is het hergebruik van materialen toegenomen en de hoeveel restafval afgenomen; o Elke inwoner produceert jaarlijks maximaal 75 kg restafval. o Het aandeel GFT/E in restafval is maximaal 25%. o Cure voert de afvalverwerking / grondstofproductie naar tevredenheid uit. o In alle relevante gemeentelijke aanbestedingen wordt circulariteit meegenomen als gunningscriterium of eis. o In de regels voor nieuwbouw zijn richtlijnen op het gebied van circulariteit opgenomen.
Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 47 van 53
8
Biodiversiteit
8.1
Waar gaat het thema biodiversiteit over?
Naast klimaatverandering is er nog een andere belangrijke bedreiging voor onze leefomgeving; de wereldwijde afname van biodiversiteit. Deze afname wordt veroorzaakt door onder meer: habitatverlies, hoge aanvoer van nutriënten, niet-duurzaam gebruik van natuur, invasieve soorten en klimaatverandering. Het effect van klimaatverandering op biodiversiteit zal steeds groter worden.
Waarom aandacht voor biodiversiteit? De mens is in zijn voortbestaan afhankelijk van biodiversiteit. Biodiversiteit is van levensbelang! De mens vergeet te vaak dat hij afhankelijk is van zijn natuurlijke omgeving. Veel levensvormen op aarde zijn afhankelijk van elkaar. Alle levensvormen hebben niet alleen een intrinsieke waarde (waarde die iets van zichzelf bezit zonder dat deze waarde daarvoor van buitenaf hoeft te worden toegekend). Biodiversiteit is ook nuttig en zelfs noodzakelijk. Het zorgt niet alleen voor schoon water, vruchtbare grond en een stabiel klimaat, maar levert ook voedsel en grondstoffen voor huisvesting, kleding, brandstof en medicijnen. Deze natuurlijke hulpbronnen verschaffen bestaanszekerheid en vormen de basis voor welvaart. Biodiversiteit is noodzakelijk voor het leven en welzijn van mensen. Waaruit bestaat de bedreiging? Door wereldwijde klimaatverandering, toename van consumptie, vervuiling, introductie van vreemde soorten, overexploitatie van natuurgebieden en natuurlijke hulpbronnen wordt de biodiversiteit ernstig bedreigd. Plant- en diersoorten verdwijnen en ecosystemen raken verstoord. Schone lucht, zuiver water, een vruchtbare bodem en een stabiel klimaat zijn niet langer vanzelfsprekend. Dit treft mensen in arme landen, omdat zij vaak direct afhankelijk zijn van wat bossen en het land voortbrengen, maar het treft ook onszelf.
Aantasting van de biodiversiteit en uitputting van natuurlijke hulpbronnen bedreigt uiteindelijk het voortbestaan van alle mensen. Sinds het ontstaan van de aarde is biodiversiteit in cyclische bewegingen toegenomen en weer afgenomen. Er zijn zes momenten in de geschiedenis aan te wijzen waarop massaal soorten uitstierven. Het meest bekende voorbeeld daarvan is het uitsterven van de dinosauriërs. Terwijl de vorige massale extincties werden veroorzaakt door aard- of ruimteprocessen (vulkanisme, natuurlijke klimaatwijziging, meteorietinslag), blijkt de huidige uitstervingsgolf te worden veroorzaakt door de mens, een onderdeel van de biodiversiteit zelf. Bas Haring vergelijkt in de Volkskrant van 9 maart 2009 het proces van verlies aan biodiversiteit met de opkomst van winkelketens en teloorgang van unieke zaakjes: Met de biodiversiteit zit 't net als met de diversiteit van winkelstraten. Die neemt lokaal toe, terwijl die globaal afneemt. In de meeste winkelstraten in Nederland zijn meer verschillende winkels dan vroeger - olijfoliewinkels en elektronicawinkels waren er vroeger nog niet. Per winkelstraat is de diversiteit toegenomen. Maar in zijn totaliteit nam de diversiteit van winkels in Nederland juist af. Overal is wel een Blokker, een Dixons en een Hema. Dat was vroeger niet zo.
Blijkbaar kan dat: dat overal de diversiteit toeneemt, terwijl de totale diversiteit toch afneemt. Zo zit 't ook met planten en dieren. Die lijken wereldwijd steeds meer op elkaar terwijl lokaal de verscheidenheid toeneemt. Regeringsleiders realiseren zich dat dit proces gestopt moet worden. Om de afspraken van de top in Johannesburg na te kunnen komen, is het nodig maatregelen uit te voeren op verschillende schaalniveaus. De Europese Commissie heeft beleid geformuleerd. Het is nu aan de EU-lidstaten om dat beleid uit te voeren. De Nederlandse overheid heeft duurzaam gebruik en meer kennis van biodiversiteit hoog op de agenda staan. Zij neemt initiatieven voor het ontwikkelen van effectief nationaal en internationaal beleid. Maar niet alleen de overheid is verantwoordelijk. Een doeltreffende aanpak van dit levensbelangrijke probleem is alleen mogelijk als overheid, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties nauw met elkaar samenwerken. De term biodiversiteit is de samentrekking van de woorden 'biologische diversiteit'. Het leven op aarde is divers; het kent vele variaties. Of het nu gaat om de kleinste bacteriën, schimmels en
Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 48 van 53
planten of de grootste dieren, de tropische regenwouden of de Nederlandse weilanden, elke levensvorm is uniek en onvervangbaar. Deze grote verscheidenheid noemen we biodiversiteit. Biodiversiteit kan worden beschouwd op verschillende schaalniveaus. Het begrip kan worden bekeken vanuít díversiteit in genen, individuen, populaties, soorten, gemeenschappen en ecosystemen. De meest eenvoudige manier om biodíversiteit te meten is door het totaal aantal soorten op een bepaalde plaats te bepalen. Vervolgens kan men nagaan in welke mate of aantallen deze soorten voorkomen. Als op een locatie veel verschíllende soorten voorkomen wil niet altijd zeggen dat de plaats als waardevolle natuur aan te merken is. Sommige zeldzame soorten komen bijvoorbeeld juist voor op plaatsen die relatief soortenarm zijn. Biodiversiteit is dan ook niet zozeer een weergave van kwantiteit van soorten, als wel een uitdrukking van de kwaliteit van een systeem. Een toename van het aantal soorten (kwantitatief) in bijvoorbeeld een hoogveen kan het gevolg zijn van degradatie van het systeem door bijvoorbeeld verdroging en vermesting, een indicatie dat de kwaliteit van het systeem 'hoogveen' achteruit gaat. Alle soorten, zeldzaam tot algemeen, spelen allemaal een essentiële rol in de werking van ecosystemen. Bron: Geldrop-Mierlo Biodiversiteit, Inventarisatie binnen de gemeente Geldrop-Mierlo.
De ongekend snelle achteruitgang van de biodiversiteit vormt een minstens even grote bedreiging voor de mensheid als de opwarming van de aarde, zo stelt IPBES in haar rapport ‘First Global Assessment Report on Biodiversity and Ecosystem Services’. Zonder ingrijpende maatregelen zullen er volgens hen tussen de 500.000 en een miljoen planten- en diersoorten de komende decennia uitsterven.
De wereldwijde afname van biodiversiteit kan worden gestopt met een geïntegreerd pakket van maatregelen gericht op natuurbescherming enerzijds en transformatie van het voedselsysteem anderzijds. Bron: BPL
Nederland is dichtbevolkt en het grootste deel van het landoppervlak is zeer productieve landbouwgrond. Allerlei maatregelen om de landbouwproductie te verhogen, zoals de ontwatering van natte gebieden en het gebruik van kunstmest, maar ook verstedelijking, vervuiling en overbevissing hebben afgelopen eeuw geleid tot een achteruitgang van biodiversiteit. Daarnaast staat de kwaliteit van de weinige natuur die nog over is staat onder druk. Dit komt door vermesting, verzuring, verdroging en versnippering. Van 18 soortgroepen is inmiddels een officiële Rode Lijst opgesteld waarin de Rode Lijststatus voor iedere inheemse soort die tot de groep behoort, is vastgesteld. In elk van de 18 soortgroepen blijkt ten minste één derde van de soorten op de Rode Lijst te staan. In sommige soortgroepen is het aandeel bedreigde en verdwenen soorten zelfs nog Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 49 van 53
aanzienlijk hoger.
Het verbeteren van biodiversiteit is dan ook erg belangrijk. Hierbij geldt dat ingezet moet worden op drie niveaus: • • •
Het uitbreiden van de hoeveelheid groen/natuur. Het verbinden van het groen/natuur. Het verhogen van de diversiteit en kwaliteit van het groen/natuur.
We kijken daarbij zowel naar maatregelen voor binnen als buiten de bebouwde kom. Want niet alleen in natuurgebieden, maar ook binnen de bebouwde kom komt waardevolle flora en fauna voor. En zowel binnen als buiten de bebouwde kom zien we een daling van soorten.
8.1.1
Binnen de kernen
Binnen de kernen zijn er verschillende maatregelen te nemen om biodiversiteit te bevorderen. Bij sommige hiervan is de gemeentelijke organisatie aan zet, bij andere inwoners en bedrijven. Binnen de kernen moeten we inzetten op: •
het vergroten van de hoeveel groen/natuur door het vervangen van verhardingen door groen en natuurinclusieve bouw te stimuleren. Ook is het belangrijk het huidige bomenareaal in stand te houden. Grote oudere bomen houden jaarlijks meer CO2 vast dan jongere bomen. Ook zorgen ze voor meer verkoeling en houden ze meer water vast. Als oude bomen gekapt moeten worden door aantasting en/of ouderdom is het niet mogelijk even grote bomen terug te plaatsen. Om dit verlies op te vangen moeten er meer kleine, jongere bomen worden aangeplant.
Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 50 van 53
• •
het verbinden van groen/natuur door strategische keuzes te maken bij het toevoegen van groen/natuur, zodat aaneengeschakelde stukken groen ontstaan. Ontsnipperen kan ook betekenen dat verschillende kleine stukjes groen samengevoegd worden. het verhogen van de diversiteit en kwaliteit door de soorten die we aanplanten. Inheemse soorten hebben hierbij vaak een meerwaarde. Zo plant de gemeente tegenwoordig in plantenvakken meerdere soorten en ‘vaste planten’ die veel waardevoller zijn voor bijen en vlinders. Ook heeft de manier waarop wij het groen onderhouden invloed op de kwaliteit en diversiteit. Manieren om dat te doen zijn door bijvoorbeeld ecologisch onderhoud en het extensiveren van het onderhoud.
Maatregelen om het klimaatadaptieve vermogen van de kernen te vergroten dragen ook vaak bij aan het bevorderen van de biodiversiteit en andersom. Dit effect kan versterkt worden door hier al vanaf het begin bij de keuze en uitwerking van de maatregelen op in te zetten. Dit kan bijvoorbeeld door bij uitbreiding van groen al bewust rekening te houden met waterbergend vermogen van dit groen of daar waar bomen aangeplant worden om hittestress tegen te gaan soorten te kiezen die bijdragen aan de biodiversiteit.
Bron: Inspiratie voor een biodiverse akkerbouw – Wageningen University & Research.
8.1.2
Buitengebied
In het buitengebied kan biodiversiteit met name versterkt worden in natuurgebieden en op landbouwgronden. Daarnaast kunnen ook bermen bijdragen aan het bevorderen van de biodiversiteit. Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 51 van 53
Hierbij geldt ook dat in sommige gevallen de gemeentelijke organisatie aan zet is en andere gevallen inwoners en bedrijven. In natuurgebieden werken we aan het uitbreiden en verbinden van onze natuur met ecologische verbindingszones (EVZ). Daarnaast werken we ook aan het verhogen van de diversiteit en kwaliteit van onze natuur. Zo zijn we onze bossen van naaldbossen om aan het vormen naar gemengde bossen. Dit heeft daarnaast als voordeel dat ze hiermee klimaatadaptiever worden. Ook buiten natuurgebieden is het belangrijk om de biodiversiteit te beschermen en te vergroten. De landbouw speelt hierin een belangrijke rol. Biodiversiteit is nodig voor de voedselproductie. Bijen bestuiven fruit, wormen zorgen voor een vruchtbare bodem en zwaluwen vangen steekinsecten weg van het vee. Een divers landbouwgebied is andersom goed voor de natuur, bijvoorbeeld voor weidevogels zoals grutto’s, maar ook patrijzen en leeuweriken in akkers. We willen in Nederland omschakelen naar een landbouw waar boeren samenwerken met de natuur. Ze produceren niet alleen voedsel, maar zorgen tegelijkertijd voor de kwaliteit van het landschap. In deze transitie zetten we in op natuurinclusieve landbouw, het sluiten van kringlopen, het klimaatadaptief van de landbouw, extensiveren en het opzetten van korte en lokale ketens.
Bloem- en kruidenrijke bermen zijn belangrijk voor insecten en daarmee de biodiversiteit als geheel. De variatie aan bloemen en kruiden langs wegen neemt toe door de bermen ecologisch te beheren.
8.2
Geldrop-Mierlo in 2050
In 2050 is Geldrop-Mierlo natuurpositief. De biodiversiteit in Geldrop-Mierlo is aan het herstellen en is zelfs toegenomen. Ook is de (beschermde) natuur in Geldrop-Mierlo toegenomen. Er is meer biodivers stedelijk groen in Geldrop-Mierlo; zowel in tuinen als in de openbare ruimte. Het aantal bomen is toegenomen. Het groen en de natuur in Geldrop-Mierlo is minder versnipperd en vormt een netwerk. Landbouw is natuurinclusief. Maar ook bedrijventerreinen en woonwijken zijn natuurinclusiever. Bij nieuwbouw is een van de ontwerpuitgangspunten dat gebouwen natuurinclusief zijn en bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit.
8.3
Focus 2022 – 2026
De komende vier jaar zetten we in op het uitbreiden en verbinden van onze natuur binnen het bestaande NatuurNetwerk Brabant (NNB). Voor 2028 hebben we als gemeente de verantwoordelijkheid om de resterende natuuropgave van ruim 40 ha te realiseren. Daarnaast werken we aan het verhogen van de diversiteit en kwaliteit van deze natuur, waarbij we inzoomen op een beter beheer van onze natuur- en bosgebieden. Daarnaast zetten we ook in op het verbeteren van de biodiversiteit in onze kernen, door bijvoorbeeld beleid uit te werken voor natuurinclusief bouwen en door de hoeveelheid groen binnen de bebouwde kom te verhogen. Zoals beschreven moeten we wel keuzes maken in waar wij de komende vier jaar mee aan de slag gaan. Binnen het thema biodiversiteit ligt onze focus de komende vier jaar bij de volgende aandachtsgebieden: • • • • • • • • • •
Uitbreiden en tegen gaan van versnippering van de natuur (Sang en Goorkens, Molenheide en Dommeldal). Versnellen omvorming naaldbos naar gemengd loofbos van onze bossen op de Molenheide. Opstellen (uitvoerings)programma natuur onder de omgevingsvisie. Opzetten monitoring biodiversiteit voor doelsoorten ‘kleine ijsvogelvlinder’ en ‘tuinvogels’. Uitbreiden ecologisch bermbeheer. Stimuleren van vergroening bij inwoners en bedrijven. Integreren van de natuur bij nieuwbouw (natuurinclusief bouwen). Omslag van bestrijding van de eikenprocessierups naar beheersing van de overlast door eikenprocessierups. Daar waar mogelijk omvormen van gazon naar extensief beheerd gras. Deelname aan project Ervenplus om erven in buitengebied biodiverser te maken.
Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 52 van 53
8.4
Doelen 2026
Door ons op de bovengenoemde onderwerpen te focussen willen wij in 2026 het volgende bereikt hebben: •
Er is in Geldrop-Mierlo een toename van biodiversiteit / ecologische waarde; o Gazon is daar waar mogelijk omgevormd naar extensief beheerd gras. o De hoeveelheid groen binnen de bebouwde kom is toegenomen. o De kwaliteit van het bomenareaal blijft in ieder geval behouden en wordt daar waar mogelijk versterkt. o De groenstructuren in en tussen wijken zijn versterkt. o Er zijn 50 geveltuintjes en 100 boomtuintjes aangelegd. o Er zijn flora- en faunapassages en groene verbindingen tussen natuurgebieden gerealiseerd, zodat de natuurgebieden deel uitmaken van het regionale natuurnetwerk. o Er is 20 ha extra natuur aangelegd om bij te dragen aan het Natuurnetwerk Brabant. o 40% van de landbouw is (op weg naar) natuurinclusief / extensief. o Het aantal tuinvogels is gelijk gebleven of toegenomen. o Het aantal kleine ijsvogelvlinders is gelijk gebleven of toegenomen. o Nieuwbouw wordt natuurinclusief gebouwd conform nog op te stellen richtlijnen.
Afgedrukt 26 januari 2023 Documentversie 2.1
Pagina 53 van 53