Paragraaf lokale heffingen 2024
Tekst van het document
Paragrafen Inleiding In deze paragraaf staan de verplichte paragrafen. De paragrafen zijn: 1. Lokale heffingen; 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Financiering; 5. Bedrijfsvoering; 6. Verbonden partijen; 7. Grondbeleid; 8. Wet open overheid. Daarnaast zijn de beleidsindicatoren opgenomen.
Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.
Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn wij onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur; • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de inwoner te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoner mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de uitgangspunten worden de tarieven over 2024 als volgt aangepast: • OZB; de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 5,2% (gewogen kostenindex). Daarnaast is er rekening mee gehouden dat de totale opbrengst niet beïnvloed wordt door de gemiddelde WOZ-waardestijging of -daling van de objecten. Bij de berekening van de opbrengst is uitgegaan van een jaarlijkse areaaluitbreiding. • Afval; de variabele tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 5,9% (materiële kostenindex).
Het vastrecht verhogen met 35,68%. • Riolering; de tarieven blijven gelijk aan 2023. • Hondenbelasting; de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 5,2% (gewogen kostenindex). • Leges; de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 5,2% (gewogen kostenindex). • Reclamebelasting; centrum Geldrop geen aanpassing, centrum Mierlo verhogen met het inflatiepercentage van 5,2% (gewogen kostenindex). • Toeristenbelasting; de tarieven verhogen met het inflatiepercentage van 5,2% (gewogen kostenindex).
100
•
Parkeren; de tarieven blijven gelijk aan 2023.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) De gemeente heft op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen. • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Geldrop-Mierlo uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB.
Conform voornoemde regelgeving worden de tarieven voor 2024 bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden en wel zodanig dat uiteindelijk sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing. Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt na het vaststellen van de begroting aangeboden aan de raad. De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2024 (voorlopige stand 1 september 2023) is als volgt:
Totale waarde woningen
2023
2024
6.966.500.000
7.215.000.000
636.000.000
651.000.000
Totale waarde niet-woningen
De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen één voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2023, omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort OZB eig woningen
Aanslagwaarde
Ons tarief
Opbrengst
Kortingstarief
Korting
Saldo
6.966.500.000
0,0645%
4.493.393
0,06856%
4.776.232
OZB gebr niet woningen
603.500.000
0,1452%
876.282
0,14889%
898.551
- 22.269
OZB eig niet woningen
636.000.000
0,1787%
1.136.532
0,19572%
1.244.779
- 108.247
6.919.563
- 413.356
6.506.207
- 282.840
De begrote opbrengsten uit OZB zijn voor 2024 als volgt: 2024 Eigenaren woning
4.742.900
Eigenaren niet-woning
1.186.600
Gebruikers niet-woning
846.200
101
Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer en de Verordening Reinigingsheffingen wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn verdeeld in twee componenten: • Een vast deel: hiertoe behoren kosten die niet in de invloedssfeer liggen van de individuele inwoners, zoals de kosten van de milieustraat, glas-, papier- en plasticinzameling. • Een variabel deel: het gaat hier om het zogenaamde “vervuiler betaalt” principe; hoe vaker iemand zijn/haar rest- en gft-afval aanbiedt, des te hoger de kosten voor deze aanbieder zijn. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval. De gemeente Geldrop-Mierlo werkt in de laagbouw met een systeem van afvalverwijdering via grijze (restafval) en groene (GFT) bakken. De hoogte van de heffing hangt naast een vastrecht af van het aantal ledigingen en het volume van de containers waarvoor de belastingplichtige zelf heeft gekozen (gedifferentieerd tarief).
Bij de hoogbouw (gestapelde bouw en in het centrum van Geldrop) maken de bewoners en huurders van niet-woningen gebruik van ondergrondse containers. Vanaf 2015 hanteren we weer het diftarsysteem. De hoogte van de heffing bij deze groep bewoners c.q. gebruikers vindt plaats op basis van het aantal keren dat van de ondergrondse container gebruik is gemaakt. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt naar een inworp van een pedaalemmer zak (25 liter) of een vuilniszak (40 liter). Bij de doorrekening van de tarieven 2024 bleek al snel dat bij gelijk blijvende variabele tarieven, het vastrecht exceptioneel zal stijgen. Daarom is ervoor gekozen om de stijging van de variabele tarieven met 5,9% te laten stijgen. Ook bij die stijging zal het vastrecht nog exceptioneel verhoogd moeten worden indien wordt vastgehouden aan het uitgangspunt van kostendekkende tarieven. Maar door de variabele tarieven met ‘slechts’ 5,9% te laten stijgen wordt tegemoet gekomen aan het uitgangspunt van de raad om de scheefgroei tussen variabele tarieven en het vaste tarief verder te beperken omdat dit laatste tarief procentueel veel meer stijgt dan de procentuele stijging van de variabele tarieven. De stijging van de kosten kent een aantal componenten: - Volgens de Ontwerpbegroting Cure 2024 wordt voor onze gemeente een hoger bedrag van € 417.000 geraamd dan de begroting 2023. ( o.a.
door hogere salariskosten, overhead en vervanging vrachtwagens), Dit is een stijging van 11,7%. - Bijzet; Er is een bedrag geraamd voor de acute aanpak van bijzet en een structureel plan met uitvoeringsmiddelen. - Aandeel toerekening straatreiniging is omhoog gegaan. - Lagere inzamelfrequentie heeft effect op het variabele deel. De variabele inkomsten zijn lager dan voorheen. - Ook aan de zijde van de gemeente is er een stijging van salaris- en overheadkosten. - Daling bijdrage gemeente Heeze-Leende Milieustraat
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een perceel, van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De kosten voor verbetering, vervanging, beheer en onderhoud van het rioolstelsel worden gedekt uit de rioolheffing. Deze belasting wordt geheven van de gebruikers van woningen en niet-woningen vanwege het lozen van afvalwater en hemelwater op de riolering. De in principe kostendekkende tarieven zijn gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2027 en deze begroting. Bij de invoering van de verbrede rioolheffing is de mogelijkheid geboden om naast de kosten van afvalwater ook de kosten van verwerking en afvoer van hemelwater in de rioolheffing te betrekken. Voor het afvoeren van hemelwater zijn en worden ook investeringen gedaan. Het afvalwater heeft een relatief klein aandeel in de totale hoeveelheid water die verwerkt/afgevoerd wordt via de riolering. Het overgrote deel betreft hemelwater, maar dit moet mede in relatie gezien worden tot het weer. In de komende jaren gaan we veel klimaat adaptieve maatregelen nemen. Hiervoor zijn grote investeringen vereist.
102
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het (kosten)dekkendheidspercentage weer. Dekkendheid afvalstoffenheffing
2024
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat
1.721.836
Lasten overige afvalstromen
3.287.033
Kapitaallasten Mutatie voorziening Totaal lasten afval taakveld 7.3
89.066 1.184 5.099.118
Toerekenbare lasten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
170.759
Kwijtschelding taakveld 6.3
185.000
Straatreiniging taakveld 2.1
212.098
BTW taakveld 0.11*
989.678
Totaal toerekenbaar
1.557.535
Totaal lasten
6.656.653
Baten afvalstoffenheffing
5.438.121
Baten milieustraat
612.683
Baten overige afvalstromen
605.849
Totaal baten taakveld 7.3
6.656.653
Dekkendheidpercentage afval
100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
103
Dekkendheid rioolheffing
2024
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
1.365.452
Kapitaallasten
1.362.477
Mutatie voorziening
-733.022
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
1.994.907
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
320.593
Kwijtschelding taakveld 6.3
136.000
Straatreiniging taakveld 2.1
209.169
Watertaken taakveld 5.7
265.117
BTW taakveld 0.11
1.276.802
Totaal toerekenbaar
2.207.681
Totaal lasten
4.202.588
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
4.202.588
Baten totaal
4.202.588
Dekkendheidpercentage riool
100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229b van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de btw compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als de riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per paragraaf is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn.
Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf, mogen kosten binnen een ander paragraaf compenseren. In onderstaande overzichten zijn per paragraaf en per hoofdstuk de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend.
104
De salaris- en overheadlasten in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor overhead bepaald. Baten
Salaris
Overhead
Lasten
Percentage
Hoofdstuk 1
Algemene Dienstverlening
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand
62.478
36.431
30.970
73.472
44%
Paragraaf 1.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
385.875
166.290
141.363
81.702
99%
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
186.949
95.308
81.022
81.311
73%
Paragraaf 1.4
Verstrekkingen in het kader van de BRP
7.112
7.239
6.154
14.466
26%
Paragraaf 1.5
Bestuursstukken
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 1.6
Vastgoedinformatie
n.v.t.
Paragraaf 1.7
Overige publiekszaken
Paragraaf 1.8
-
-
-
-
12.289
9.089
7.727
9.873
46%
Gemeentearchief
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 1.9
Bijzondere wetten
48.358
30.911
26.277
-
85%
Paragraaf 1.10
Diversen
2.200
10.093
8.580
3.412
10%
705.261
355.361
302.093 264.236
77%
Totaal hoofdstuk 1
De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de omgevingsvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. Hoofdstuk 2
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 Voorfase Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
Baten
Salaris Overhead Lasten Percentage -
-
-
3.144 10.724
-
9.117
-
16%
245.434 128.120
105%
694.313 288.711 425
252
215
-
322 23.796
n.v.t.
91%
13.200
378
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
7.200
4.542
3.861
-
86%
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
125
252
215
-
27%
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.10
Gelijkwaardigheid
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.11
Overige tarieven
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.12
Modaliteiten
22.775
7.444
6.328 18.609
70%
Paragraaf 2.13
Vermindering
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.14
Teruggaaf
-
-
-
-
n.v.t.
265.492 170.525
99%
Totaal hoofdstuk 2
741.182 312.303
54%
105
De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Hoofdstuk 3
Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Paragraaf 3.1
Horeca
Paragraaf 3.2
Seksbedrijven
-
Paragraaf 3.3
Winkeltijdenwet
-
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement of markt
Paragraaf 3.5
Standplaatsen
-
Paragraaf 3.6
Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]
Paragraaf 3.7
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Totaal hoofdstuk 3 Totaal kostendekkendheid hoofdstuk 1, 2 en 3
Baten
Salaris Overhead Lasten Percentage
7.563 11.229
9.546
-
36%
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
18.966 79.674
67.731
-
13%
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
-
n.v.t.
-
-
-
-
n.v.t.
26.529 90.903
77.277
0
16%
644.862 434.761
80%
1.472.972 758.567
Overige belastingen Parkeren De parkeertarieven bedragen € 2,80 per dag en € 0,70 per uur. Hierbij geldt: donderdag- en vrijdagavond gratis parkeren en het tweede uur gratis parkeren. De tarieven voor een parkeerboete worden opgetrokken naar het wettelijke maximum tarief dat door de minister is vastgesteld (artikel 3.1 van het Besluit Gemeentelijke Parkeerbelastingen). Toeristenbelasting Het huidige tarief van € 1,46 wordt met het inflatiepercentage van 5,2% verhoogd, waarna het tarief € 1,54 zal bedragen. De toeristenbelasting wordt beschouwd als een doelbelasting. Alle opbrengsten uit toeristenbelasting zetten wij in ter verbetering van de sector Recreatie en Toerisme. Binnen een werkgroep, bestaande uit ondernemers uit deze sector, worden projecten gekozen die tot uitvoering worden gebracht. Hondenbelasting De opbrengst uit hondenbelasting wordt ingezet voor uitgaven op het gebied van hondenbeleid en handhaving op hondenbeleid. Een eventueel overschot of tekort wordt verrekend met de reserve Hondenbeleid. Wanneer de opbrengsten uit hondenbelasting hoger zijn dan de kosten voor hondenbeleid, dan wordt het restant toegevoegd aan de reserve, en vice versa. De tarieven voor 2024 zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 5,2%.
Reclamebelasting We heffen reclamebelasting in de twee vastgestelde centrumgebieden ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds Geldrop en Mierlo. Het tarief voor het centrumgebied Geldrop is in 2024 gelijk gebleven aan het tarief van 2023. Het tarief voor het centrumgebied Mierlo is in 2024 verhoogd met het inflatiepercentage van 5,2%. Dit op basis van de wensen van Centrummanagement Geldrop en Centrummanagement Mierlo.
106
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de inwoners toetsen wij bij het inlichtingenbureau indien er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing. • Begrote kwijtschelding
2024
Afvalstoffenheffing
185.000
Rioolheffing
136.000
Overzicht tarieven De hiervoor genoemde beleidsuitgangspunten leiden tot de in onderstaande tabel berekende tarieven voor 2024. Ter vergelijking zijn tevens de werkelijke cijfers van 2022 en de begrote cijfers van 2023 opgenomen. 2022
2023
2024
OZB eigenaar woning
0,0756%
0,0645%
0,0659%
OZB eigenaar niet-woning
0,1792%
0,1787%
0,1834%
OZB gebruiker niet-woning
0,1456%
0,1452%
0,1490%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)
137,40
144,96
196,68
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval
5,49
5,59
5,92
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval
9,30
9,48
10,04
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval
14,95
15,23
16,13
Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds
1,94
1,97
2,09
Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds
3,19
3,25
3,44
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval
2,82
2,88
3,04
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval
4,81
4,90
5,19
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval
7,78
7,93
8,40
Rioolheffing < 200 m3
199,20
199,20
199,20
Rioolheffing > 200 m3 t/m 500 m3
265,80
265,80
265,80
Rioolheffing > 500 m3
265,80
265,80
265,80
Toeristenbelasting
1,46
1,46
1,54
Hondenbelasting per hond
51,72
52,80
55,44
Hondenbelasting per kennel
219,48
223,80
235,44
107
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2023 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning
0,0754%
0,1061%
0,09153 %
0,0805%
0,0645%
OZB Eig. niet-woning
0,1954%
0,2392%
0,29512 %
0,2092%
0,1787%
OZB Gebr. niet-woning
0,1610%
0,1920%
0,21170 %
0,1681%
0,1452%
Afvalstoffenheffing *) (meerpers. huishouden)
326
275
241
339
292
Rioolheffing
200
140
187
182
199
(*): Het bedrag in DIFTAR gemeenten is gebaseerd op de gemiddelde hoeveelheid afval in deze gemeenten. Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter. Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde
2022
2023
2024*
305.000
350.000
361.000
6,18%
15%
3%
OZB
221
225
237
Afvalstoffenheffing
240
249
307
Rioolheffing
199
199
199
Totaal
660
673
743
Lastenontwikkeling
2,0%
2,0%
10,4%
(*): Inschatting op basis van de op 1-9-2023 bekende gegevens.
108