CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo.pdf

Commissie Ruimte 16 januari 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo21.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040

2 Laatst gewijzigd: 05/12/2022

LOS stadomland B.V. Nieuwe Linie 1-3, 5264 PJ Vught

Gemeente Geldrop-Mierlo De Meent 2, 5665 GC Geldrop

Tel: 073 - 7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Tel: 040 289 38 93 gemeente@geldrop-mierlo.nl www.geldrop-mierlo.nl

Inhoudsopgave 1

1.1 1.2 1.3

2

2.1 2.2 2.3 2.4

3

3.1 3.2 3.3

4

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

5

5.1 5.2

6

6.1

Onze ambities

5

Toelichting op onze omgevingsvisie

11

Uitgangspunten

19

Visie Geldrop-Mierlo

53

Algemeen Wat is ons vertrekpunt? Waar gaan we naartoe?

Waarom een omgevingsvisie? Nieuwe integrale thema’s De aanpak om te komen tot een omgevingsvisie Leeswijzer

Bestaande kwaliteiten Regionaal strategisch beleid De trends & ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven

5 5 7

11 14 16 17

19 44 49

Duurzaam verbonden in het netwerk Doorlopend groen Naar een multifunctioneel buitengebied Een stralend middelpunt (in Geldrop en Mierlo) Naar duurzame groene sociale woongebieden Economische kracht

55 59 65 79 91 101

Richting uitvoering

107

Bijlage

117

Samenhang omgevingsvisie met andere beleidsinstrumenten Integrale programma’s in Geldrop-Mierlo

Achtergrondinformatie per speerpunt

107 113

117

HELMOND N270

4

Mierlo

EINDHOVEN

Geldrop

A67

Afbeelding 1. Gemeente Geldrop-Mierlo verweven in het stedelijk netwerk en gescheiden door groengebieden

1 Onze ambities 1.1 Algemeen

1.2 Wat is ons vertrekpunt?

Voor u ligt de omgevingsvisie van de gemeente GeldropMierlo, de integrale strategische visie voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie zetten we een koers uit voor de lange termijn. Een koers waarmee we antwoord geven op de dynamiek in onze samenleving en de trends die op ons afkomen. Dit is tevens een koers waarmee we de kwaliteiten en kenmerken behouden die van oudsher bij ons horen en die we al lange tijd beschermen. Zo staan we niet stil, maar groeien en ontwikkelen we ons heel bewust. Waar gaan we wonen, werken en recreëren? Waar gaan we natuur en landschap ontwikkelen en wat willen we beschermen voor de toekomst?

De gemeente Geldrop-Mierlo is een fraaie groene woongemeente in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Geldrop en Mierlo zijn verweven in het stedelijk netwerk van Eindhoven en Helmond. Enkele groene en agrarische gebieden zorgen voor een ruimtelijke scheiding. Geldrop en Mierlo zijn goed bereikbaar door de ligging aan de A67 (en de nabijheid van de N270), maar worden deels ook gebruikt als doorsteek tussen deze twee grote verkeersaders. Van oorsprong kent Geldrop veel industrie en Mierlo heeft zijn oorsprong als agrarisch dorp. Toch zijn beide dorpen van oudsher al wel met elkaar verweven. Terwijl de textielindustrie zich in Geldrop in het Dommeldal ontwikkelde, had Mierlo daar met de vele thuiswevers ook sterke banden mee. Ook nu nog kent Geldrop en in mindere mate ook Mierlo een stevige portie industrie, die deels verbonden is met high tech bedrijvigheid in de Brainport. Vanaf de jaren ’70 zijn Geldrop en Mierlo sterk gegroeid met uitbreidingswijken en is de verwevenheid met de regio verder versterkt. We zijn nu een groene woongemeente, met een gezonde hoeveelheid werkgelegenheid, sterke recreatieve functies, een ziekenhuis en een licht bovenlokale functie voor winkelen. En niet te vergeten; met gevarieerde groene wijken. Zo passen we in de ‘City of Villages’ die het stedelijk gebied Eindhoven vormen, en voegen we daaraan iets toe. We passen ons aan en ontwikkelen ons door.

5

6

Afbeelding 2. Kwaliteiten Geldrop-Mierlo

1.3 Waar gaan we naartoe? Profileren en doorontwikkelen in het regionale netwerk. Uit het participatietraject dat we voor deze omgevingsvisie hielden, blijkt dat veel inwoners willen dat Geldrop en Mierlo zich in samenhang met de regio ontwikkelen, profiterend van de voorzieningen, werkgelegenheid en kwaliteiten die de regio biedt. Maar we zijn ook trots op de eigen kwaliteiten die daaraan iets toevoegen. Het groene, recreatieve, historische en gemoedelijke willen we nadrukkelijker neerzetten, zij vormen onze kwaliteit van leven en wonen. Ook onze woonwijken willen we doorontwikkelen. We hebben mooie groene wijken, een mooi woningaanbod en een hoge kwaliteit voorzieningen. Maar de wereld verandert. We hebben nieuwe wensen, andere doelgroepen te huisvesten en klimaatverandering vraagt aanpassingen van onze leefomgeving. Dat zijn veel aanpassingen binnen een beperkte ruimte. We zullen daarom stedelijker moeten denken. Maar we koesteren wel de sociale cohesie en het dorpse karakter van onze gemeente. Koesteren en meebewegen met maatschappelijke veranderingen is dus de uitdaging voor onze woonwijken. Wat betreft de recreatiefunctie ligt de nadruk op recreatie door de eigen inwoners, met een licht bovenlokale toon. Qua bedrijvigheid biedt Geldrop-Mierlo vooral plek aan midden- en kleinbedrijf en is er geen ambitie voor uitbreiding van de bedrijventerreinen.

In de toekomst ontwikkelen we ons door als groene recreatieve woongemeente met stadse trekjes en een dorpse gemoedelijkheid.

7

energie

leisure sport beweging vakantie water recreatie horeca spelen 8

biodiversiteit

voedsel

kleinschalig

cultuurlandscap agrarisch

Afbeelding 3. Speerpunten Geldrop-Mierlo

rust

water natuur

1.3.1 Zes speerpunten Om dit te bereiken hebben we zes speerpunten uitgewerkt. In 2042 zijn we een groene woongemeente en ziet de leefomgeving in Geldrop-Mierlo er in grote lijnen als volgt uit: Speerpunt 1:Duurzaam verbonden in de regio De inrichting van onderwijsmogelijkheden, voorzieningen, bedrijvigheid en mobiliteit in Geldrop-Mierlo is afgestemd op het aanbod binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven. We hebben goede wandel- en fietsverbindingen tussen de wijken en het centrum en goede fiets- en OV-verbindingen met Eindhoven en Helmond. Onze autobereikbaarheid is goed, onder andere doordat Geldrop en Mierlo zo min mogelijk een functie hebben voor het regionaal doorgaand verkeer. Het autoverkeer verduurzaamd, door elektrische auto’s en meer deelvervoer. Speerpunt 2: Doorlopend groen Geldrop-Mierlo draagt met haar natuurgebieden bij aan robuuste regionale, doorlopende groenstructuren en daarmee aan bovenregionale ecologische verbindingen voor het versterken van de biodiversiteit. Ook biedt dit recreatiemogelijkheden voor inwoners van GeldropMierlo en het Stedelijk Gebied Eindhoven. Speerpunt 3: Een stralend middelpunt (in Geldrop en Mierlo) Zowel Geldrop als Mierlo heeft een multifunctioneel centrum waar winkelen, recreëren, wonen, verblijven, cultuur en vermaak samen komen.

Ze vormen beide het middelpunt van het dorpse leven en het vertrekpunt voor een recreatief bezoek of bezoek aan een evenement. Het woningaanbod in de centra is afgestemd op de woonbehoefte van ouderen, alleenstaanden en jongeren.

Speerpunt 4: Naar groene sociale wijken Geldrop-Mierlo is een plek met een kloppend hart. Onze ambities op het vlak van gezondheid en sociale cohesie worden in de leefomgeving ondersteund door groene wijken en ruimte voor ontmoeting. In 2042 zijn onze wijken bovendien al in belangrijke mate duurzaam ingericht qua energieverbruik en -opwekking. Daarnaast zijn de wijken klimaatadaptief ingericht. In alle wijken is er een goed gevarieerd woningaanbod en we anticiperen continu op de veranderende samenstelling van de bevolking. Speerpunt 5: Naar een multifunctioneel buitengebied In het buitengebied zijn functies en opgaven met elkaar verweven. Landbouw, natuur, recreatie en bedrijvigheid versterken elkaar. Ook is er ruimte ingebed voor waterberging, duurzame opwek van energie en alternatieve woonvormen. Speerpunt 6: Versterken economische kracht De ambitie is niet zozeer om de bedrijvigheid in Geldrop en Mierlo uit te breiden, maar onze bedrijventerreinen zijn wel vitaal. Dat betekent inzet op revitaliseren en verduurzamen. We leggen qua bedrijvigheid via deelgebieden focus op het midden- en kleinbedrijf, de recreatieve sector en eventuele segmenten binnen de Brainport regio.

9

10

2 Toelichting op onze omgevingsvisie 2.1 Waarom een omgevingsvisie? Onze omgevingsvisie is een integrale strategische visie voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie zeggen we welke doelen we voor de lange termijn hebben. Hoeveel woningen willen we bouwen, wanneer willen we energieneutraal zijn en hoe willen we dat het landschap er over 15 jaar uitziet? De omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die we hebben en hoogstens de hoofdlijn van het beleid. De omgevingsvisie helpt om alle plannen en het beleid samenhangend te maken. De omgevingsvisie is een van de instrumenten uit de Omgevingswet. Meer informatie over de omgevingswet is opgenomen in ‘“Blok 1. De doelen van de Omgevingswet.” op pagina 12.

worden gemaakt. In een omgevingsvisie staan dan ook geen concrete plannen of locaties opgenomen, alleen uitbreidingsrichtingen of ontwikkelmogelijkheden.

Hoe werken we de doelen en ambities verder uit? De gemeente werkt de omgevingsvisie uit in (uitvoerings)programma’s of in het omgevingsplan. In een omgevingsprogramma staat hoe we bepaalde doelen willen realiseren. In het omgevingsplan worden de doelen vertaald naar regels.

Moeten inwoners of ondernemers meewerken aan de doelen in de visie? Een omgevingsvisie houdt geen enkele verplichting in voor inwoners of ondernemers. Inwoners en ondernemers hoeven dus niet in actie te komen om de doelen van de gemeente te bereiken, als ze dat niet willen. Bestaande rechten in het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) worden door een omgevingsvisie dan ook niet gewijzigd. Een omgevingsvisie is wel bindend voor de gemeente zelf. Als de gemeente een project wil realiseren of een plan van inwoners wil toetsen, moet ze rekening houden met de doelen die ze in de omgevingsvisie hebben opgenomen. De omgevingsvisie is dus wel richtinggevend voor initiatieven en geeft de uitgangspunten voor het op te stellen omgevingsplan. Afwijken van de doelen in de omgevingsvisie kan alleen door herziening van de visie en instemming van de gemeenteraad.

Kan een omgevingsvisie meteen worden uitgevoerd? De ideeën in de omgevingsvisie moeten eerst door de gemeente of iemand anders met een project concreter

Waarvoor gebruikt de gemeente een omgevingsvisie? De gemeente gebruikt de omgevingsvisie om de lange termijn doelen te formuleren en van daaruit vervolgens

11

12

DE DOELEN VAN DE OMGEVINGSWET:

WAAROM MEER MAATWERK EN STUREN OP DOELEN?

De Omgevingswet

De samenleving verandert en de veranderingen gaan steeds meer in steeds kleinere stapjes. Daarover voert de overheid niet de regie. Zo gaan we bijvoorbeeld anders werken, ons anders verplaatsen, het internetwinkelen neemt in omvang toe en de woningbouwopgaven veranderen door een combinatie van demografische veranderingen en veranderende leefpatronen. Feitelijk spelen er ontwikkelingen op alle terreinen en deze gaan mede onder invloed van technologische ontwikkelingen bijzonder snel. Ook de overheid ontwikkelt mee. Er zijn door decentralisaties nieuwe opgaven op de gemeente afgekomen en mede daardoor zullen we met relatief minder geld meer moeten realiseren. Bovendien zijn mensen mondiger geworden en is er meer behoefte aan invloed en verantwoordelijkheidsdeling. Veel redenen dus om meer ruimte te maken voor initiatieven uit de samenleving. Die initiatieven zijn er ook al volop, ook waar ons beleid niet direct een antwoord op heeft of kan hebben. Beleid of acties vanuit de overheid volgen vaak op ontwikkelingen. Omdat nieuwe ideeën niet altijd voorspelbaar zijn, is er behoefte aan beleid dat flexibiliteit geeft.

De omgevingsvisie is een nieuw (beleids-)instrument, die is geïntroduceerd in de Omgevingswet, die op 1 januari 2023 in werking zal treden. In de loop van de afgelopen decennia zijn er, met de beste bedoelingen, veel regels bijgekomen die moesten zorgen voor een betere veiligheid, gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving, maar deze maken samen de ruimtelijke ordening niet overzichtelijk. Procedures zijn vaak ingewikkeld en traag en de uitkomsten onzeker. Daar wilde men iets aan doen. De omgevingswet bundelt en vereenvoudigt de regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving en het omgevingsrecht. Er is sprake van een grote verandering. Tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water worden geïntegreerd in één wet. Om overzicht te bieden aan burgers en ondernemers en maatwerk mogelijk te maken, dienen gemeenten integraal te werken. De ambities voor de leefomgeving komen daarom in één document bij elkaar te staan. Dat instrument is de omgevingsvisie. De mens centraal De Omgevingswet gaat echter verder. Uitgangspunt van de wet is dat er ruimte komt voor ontwikkelingen, maar met borging van kwaliteit. Daarbij komen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties meer centraal te staan, gaat de overheid meer sturen op doelen en minder op regels en komt er meer ruimte voor maatwerk.

Dat vraagt ook aanpassing van de verschillende gemeentelijke instrumenten en processen. De omgevingsvisie moet een overzicht bieden binnen de doelen van de gemeente.

Blok 1. De doelen van de Omgevingswet.

Blok 2. De achtergronden achter meer maatwerk en het sturen op doelen.

uitvoeringsbeleid te maken, projecten op te starten of om plannen van inwoners en ondernemers te toetsen. Door onze doelen goed op te schrijven, zijn we in staat om meer maatwerk toe te passen en hoeven we minder precieze regels te maken. Op die manier kunnen we op termijn makkelijk met initiatiefnemers meedenken met hun plannen. De reden dat we dat willen hebben we beschreven in “Blok 2. De achtergronden achter meer maatwerk en het sturen op doelen.” op pagina 12. Om projecten die goed passen bij de doelen die in de omgevingsvisie staan te realiseren moet de gemeente (of inwoners die een aanvraag indienen) eerst nog een apart plan maken, bijvoorbeeld voor een woningbouwlocatie of een nieuw bedrijf in het buitengebied. Voor aanvragen die passen in de omgevinsvisie, maar nog niet in het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) zijn goedgekeurd, moet eerst het bestemmingsplan worden gewijzigd. Het is niet zo dat een plan op basis van een omgevingsvisie direct zal worden goedgekeurd. In het bestemmingsplan zit nog een set aan voorwaarden waaraan initiatieven getoetst moeten worden, zoals milieuaspecten, natuur, welstand en dergelijke.

Welke strategische visies hebben we als gemeente? De omgevingsvisie is een visie voor de lange termijn die alle doelen en ambities voor de fysieke leefomgeving bevat. Naast deze omgevingsvisie kennen we als gemeente een visie op het sociaal domein. Samen bevatten deze twee documenten de strategische doelen voor de komende jaren voor de gemeente. Deze twee visies zijn gebaseerd op en worden verbonden door de visie op Geldrop-Mierlo. Deze visie zorgt voor een overall beeld wat voor gemeente we willen zijn, welke ambities er voor Geldrop-Mierlo zijn in de richting van 2040 en welke rol Geldrop-Mierlo voor zich ziet binnen de regio en het stedelijk gebied Eindhoven. Het sectoraal of thematisch beleid zal in de toekomst dus geen strategische doelen meer bevatten, maar op tactisch en uitvoerend niveau een uitwerking zijn van de visie Geldrop-Mierlo, de omgevingsvisie en de visie sociaal domein.

13

Afbeelding 4. (concept) schematische weergave van de samenhang tussen strategische documenten en sectorale documenten in de toekomst (uit: presentatie visie en strategie Geldrop-Mierlo).

2.2 Nieuwe integrale thema’s In de leefomgeving spelen meerdere transities en is er meer aandacht nodig voor nieuwe integraal te benaderen thema’s. Zo dienen klimaatadaptatie en de energietransitie een prominente plek in te nemen. Bovendien zijn de thema’s gezondheid en veiligheid geïntroduceerd om om integraler naar de kwaliteit van onze leefomgeving te kijken. Hiermee leggen we ook de verbinding met het sociaal domein. De relatie tussen gezondheid en veiligheid ten opzichte van de fysieke leefomgeving wordt in deze paragraaf nader uitgelegd. Relatie met het sociaal domein Een nauwe relatie met het sociale domein is gewenst. Veel aspecten, die te maken hebben met het welzijn en de gezondheid van inwoners hebben te maken met de fysieke leefomgeving. 14

Afbeelding 5. Voorbeeld van de verbinding van leefomgeving met de zes domeinen van Positieve gezondheid. Invulling op verschillende schaalniveaus, bijvoorbeeld woning, straat, wijk. Door met alle stakeholders het model gezamenlijk in te vullen, ontstaat een integraal inzicht in 1) factoren die van invloed zijn en 2) de verantwoordelijke actoren voor interventies. Dat biedt concrete handvatten voor verbeteracties. | Bron: Louis Bolk Instituut

In de visie sociaal domein (2019) zet de gemeente inclusiviteit en eigen verantwoordelijkheid centraal. Inwoners voelen zich onderdeel van de gemeenschap en nemen deel aan die gemeenschap. Daarbij ligt de regie en verantwoordelijkheid voor het welzijn van inwoners bij mensen zelf. Gemeenschappelijke opgaven worden door mensen in hun eigen wijk of buurt aangepakt. Mensen zijn autonoom, nemen zelf besluiten, bepalen hun eigen strategie, stellen die bij als de situatie daarom vraagt en ontwikkelen zich hun leven lang. Zij kunnen hulp vragen als het (even) niet zelf lukt. Om de ambities te realiseren wordt gefocust op sterke, vitale en gezonde wijken, betrokken mensen en betrouwbare steun met perspectief. Binnen de focus op sterke, vitale en gezonde wijken staan drie programmadoelen, die terugkomen in de omgevingsvisie: • Wij stimuleren een inclusieve gemeenschap waarin iedereen zich thuis voelt en deel kan hebben in de gemeenschap.

• Wij stimuleren mensen te kiezen voor een gezonde leefstijl en helpen een gezonde woonomgeving te creëren. • Wij helpen sterke wijken en netwerken te creëren zodat het fijn en veilig wonen is. In de omgevingsvisie beperken we ons tot de doelen in de fysieke leefomgeving, maar waar nodig benoemen we wel de achterliggende sociale trends of vraagstukken, die invloed hebben op de keuzes in de fysieke leefomgeving. Gezondheid Waar vroeger gezondheid werd gezien als een thema ter voorkoming of genezing van ziektes, wordt gezondheid nu veel breder gezien. Het gaat in de breedte om je welbevinden, zowel psychisch, lichamelijk als sociaal. Maar ook om je aanpassingsvermogen als je wel een ziekte hebt of een gebrek kent. Het Louis Bolk instituut heeft het in dit opzicht over positieve gezondheid (zie: ‘“Afbeelding 5. Voorbeeld van de verbinding van leefomgeving met de zes domeinen van Positieve gezondheid.” op pagina 14).’ In de Omgevingswet heeft gezondheid een belangrijke positie gekregen. Het dient te worden meegenomen bij de beoordeling van vergunningen en bij het mogelijk maken van initiatieven via wijzigen van het omgevingsplan.

Als er nadelige invloed is op de gezondheid van mensen kan de gemeente een vergunning weigeren en bepaalde functies vermijden (Omgevingswet Artikel 5.32 en Omgevingswet Artikel 2.1 lid 4) Bij het thema gezondheid kan gedacht worden aan: • Het bevorderen van gezond gedrag door voldoende mogelijkheden te creëren voor b.v. wandelen, fietsen en buiten zijn.

• Het voorkomen van stress of overlast door een goede inrichting van wijken met voldoende groen. • Het voorkomen van milieuoverlast, zoals hoge concentraties fijnstof die ontstaat bij veel verkeer. • Een goede groen/blauwe structuur draagt bij aan het voorkomen van hittestress, maar kan ook zorgen voor ontmoeting en het voorkomen van eenzaamheid. Veiligheid Ook veiligheid heeft als thema een belangrijker plek gekregen in de Omgevingswet. Het idee is dat veiligheid minder een formele (op regels gebaseerde) controle achteraf moet zijn, maar een integraal onderdeel van het plan. Hoe maken we onze leefomgeving veilig(er)? Het is wennen voor gemeenten om te sturen op risico’s die niet in regels zijn vervat. Dit gaat dus uit van meer preventie van onveilige situaties in de toekomst op een manier die ook haalbaar is. Ook voor inwoners is veiligheid een belangrijk thema. Met name de verkeersveiligheid wordt veel genoemd in de inwonersavonden. Preventie, het voorkomen van illegale activiteiten, overlast en crimineel gedrag, heeft zowel een sociale als een fysieke uitwerking. Op hoofdlijnen komen de ambities voor preventie terug in de ambities voor het centrum (compact winkelgebied, afbouw van rommelige aanloopstraten met veel leegstand) en de bedrijventerreinen (revitalisering) en de integrale wijkaanpak.

15

2.3 De aanpak om te komen tot een omgevingsvisie De omgevingsvisie is tot stand gekomen door de ambities voor onze leefomgeving af te stemmen op de maatschappelijke vraagstukken die we kennen of verwachten. Met de kwaliteiten in onze leefomgeving, onderwerpen van algemeen belang en wettelijke kaders zijn deze samengevoegd tot een integrale visie op de gemeente. Hierna lichten we toe hoe dit proces in zijn werk is gegaan.

Het doorlopen proces Afbeelding 6. De opbouw van de omgevingsvisie.

16

Eind 2020 zijn we in Geldrop-Mierlo gestart met een uitgebreid participatietraject om de wensen en ideeën van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties mee te kunnen nemen in de omgevingsvisie. Het proces bestond uit drie hoofdstappen: 1. Welke vraagstukken spelen er? Welke trends en ontwikkelingen komen op ons af en welke vraagstukken hebben inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voor de toekomst? Hiertoe hebben we in januari 2021 een interviewronde georganiseerd met beleidsmedewerkers, maatschappelijke organisaties en verenigingen. In april en mei 2021 organiseerden we (vanwege de geldende coronamaatregelen) digitale themabijeenkomsten en een groot aantal straatgesprekken. In totaal hebben we 150 inwoners geïnterviewd in de wijken. Ten slotte hebben we een inwonersenquête gehouden. 2. De ideeënfase We hebben in twee inwonersavonden (in Geldrop en in Mierlo), een groot aantal straatgesprekken, een online enquête en binnen de gemeentelijke organisatie ideeën bedacht en getoetst, die een antwoord kunnen zijn op de vraagstukken voor de toekomst.

3. De visiefase In november 2021 is de omgevingsvisie op hoofdlijnen opgesteld. Deze is besproken met het college en de raad. Vervolgens is de visie op hoofdlijnen in het eerste kwartaal 2022 met de beleidsambtenaren van de gemeente uitgewerkt in een concept omgevingsvisie. De ambities en doelen uit de visie op hoofdlijnen zijn in deze periode uitgebreid met oplossingsrichtingen en de hoofdlijnen van beleid. In april 2022 hebben we themasessies met maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners georganiseerd om de visie te toetsen en te spreken over de rollen van partijen. De themasessies gingen over economie, wonen en zorg, centrum, natuur, water en landschap en een aparte bijeenkomst met ketenpartners. De sessies zijn afgesloten met een brede inwonersavond.

2.4 Leeswijzer In hoofdstuk 1 staat de hoofdlijn van de visie voor Geldrop-Mierlo. Hoofdstuk 3 gaat over de uitgangspunten voor deze omgevingsvisie. Daarin beschrijven we de kwaliteiten van onze fysieke leefomgeving, een aantal trends en ontwikkelingen die op ons afkomen en vraagstukken uit de samenleving (inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties). In hoofdstuk 4 beschrijven we de visie op de leefomgeving. Dit is een uitwerking van de hoofdlijnen, die in hoofdstuk 1 staan beschreven. De programma’s die uit de visie voortvloeien, zijn in hoofdstuk 5 belicht.

Afbeelding 7. Het doorlopen proces

17

18

Afbeelding 8. Historische kaart uit 1925, www.topotijdreis.nl.

3 Uitgangspunten In dit hoofdstuk kijken we naar de onderdelen, die input hebben gevormd voor de visie. In de eerste plaats zijn dat de bestaande kwaliteiten. In de tweede plaats is dat het bestaande regionaal strategische beleid. In de derde plaats zijn dat (maatschappelijke) vraagstukken. Deze bestaan uit algemene trends en ontwikkelingen en uit vraagstukken, die inwoners en ondernemers hebben ingebracht.

3.1 Bestaande kwaliteiten 3.1.1 Ontstaansgeschiedenis Het grondgebied van de gemeente Geldrop-Mierlo is gelegen in de Centrale Slenk, een lager gelegen zuidoost noordwest lopend gebied in Midden-Brabant dat langs enkele breuken in de aardkorst (waaronder de Peelrandbreuk van de hoger gelegen Horst) langzaam daalde. Na de ijstijd had de wind in Nederland vrij spel en is een groot deel van Nederland bedekt onder een laag zand: dekzand. De laag gelegen slenk werd zo opgevuld. Dit dekzand heeft een glooiend landschap opgeleverd. Op een aantal plekken ontstonden hoge ruggen met zandduinen. Op andere meer laaggelegen delen in het landschap sneden zich tal van grote en kleine beken in, wat het hoogteverschil in het landschap verder heeft aangezet. Geldrop wordt doorsneden door de beekdalen van de Kleine Beekloop en de Kleine Dommel, terwijl Mierlo wordt doorsneden door de beekdalen

van de Luchensche wetering en de Goorloop. Alleen de Goorloop waterde af op het oostelijk gelegen brede beekdal van de Aa, terwijl de andere beken uiteindelijk uitkwamen in de westelijk lopende rivier de Dommel. Het landschap van Geldrop en Mierlo wordt zodoende gevormd door een aantal hoger gelegen dekzandruggen met daartussen laaggelegen gronden, zoals beekdalen en moerassige laagten. In het lagergelegen gebied treffen we daarnaast enkele kleine dekzandruggen of donken aan. Op de dekzandruggen komen lokaal kleine depressies voor die, als gevolg van hoge grondwaterstanden, soms een zeer humeuze samenstelling hebben. Deze depressies kunnen, zeker in natte tijden, een klein ven hebben gevormd. Juist op de grens van de natte laaggelegen beekdalen en de hooggelegen drogere dekzandruggen ontstonden de eerste nederzettingen, die later uitgroeiden tot de dorpen Geldrop en Mierlo. Rondom de vroegere gehuchten en dorpen ontstonden de oude bouwlanden (de Essen) en de kleinschalige individuele ontginningen (de Kampen). De bouwlanden kenmerken zich door de open akkers met bebouwing en groen aan de randen. De kampen zijn individuele akkers met singels en houtwallen. Ten slotte kent de gemeente enkele plekken waar het bos en de heide pas na WOII zijn ontgonnen. Dit worden ook wel de kleinschalige zandontginningen genoemd.

19

20

Afbeelding 9. Kwaliteitenkaart Geldrop-Mierlo

21

22

Afbeelding 10. De vier kenmerkende landschapstypen

3.1.2 Kwaliteit van het landschap Verschillende ruimtelijke structuren, lijnen, verkavelingspatronen en objecten hebben de huidige inrichting van het landschap medebepaald. Een totaalbeeld van de kwaliteiten staat op de erfgoedkaart van ODZOB (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant). De beemden, akkers en bossen hebben elk hun eigen kenmerkende verkavelingspatroon. De beemden hebben bijvoorbeeld een fijnmazig patroon dat nodig is voor de ontwatering van deze natte gebieden. De akkers kennen juist een grover en onregelmatig rechthoekig patroon. Deze akkers waren vaak omsloten door houtwallen. Dit patroon is typisch voor kampontginningen. Echter verloor dit verkavelingspatroon haar kleinschaligheid door de industrialisatie van de landbouw na de Tweede Wereldoorlog. De droge productiebossen zijn tot slot deels aangelegd in een orthogonaal grid om de exploitatie te optimaliseren van deze gebieden. De gemeente kent een aantal gebouwen die cultuurhistorisch waardevol zijn. Voorbeelden hiervan zijn de drie molenbiotopen en verschillende hoeves. Ook zijn er enkele landgoederen te vinden zoals bij het kasteel Geldrop. Tot slot zijn er enkele archeologisch waardevolle gebieden die beschermd worden. De ruïnes van het Kasteel Mierlo en het kerkhof in Mierlo behoren tot deze beschermde sites. Tussen de dorpen Geldrop en Mierlo ligt een dekzandrug, waarop de Molenheide ligt.

Dit hoog gelegen bos- en natuurgebied ligt op de waterscheiding van de Dommel en de Aa. Binnen dit zandlandschap met de Molenheide in het midden en het dal van de Dommel met Gijzenrooi aan de ene kant en de Goorloop met het natuurgebied Sang en Goorkens aan de andere kant, ligt een variatie aan kleinschalige landschappen. De cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van de vier landschapstypen worden hieronder verder beschreven.

Gijzenrooi Het landschap van Gijzenrooi is ontstaan in de vroege middeleeuwen door ontginningen. Het gebied heeft van oorsprong een afwisselend landschap met bronbossen en laagveenmoerascomplexen. Door de aanleg van de Beekloop en ontginningen van de bossen en moerassen zijn er een essen- en kampenlandschap en kleinschalige zandontginningen ontstaan. Het gebied kent een zeer complex en fijnmazig watersysteem, omdat boeren het water op allerlei manieren hebben gebruikt, afgevoerd en geborgen. Dit heeft gezorgd voor een groot complex van allerlei bronnen en bergingen, van gecontroleerde opvoer en afvoer. Zo’n watersysteem is uniek voor Brabant. Aan de beplanting is door de eeuwen gebouwd, waardoor er oude houtwallen, beemden met bevloeiingsstelsels en meestromende moerassen aanwezig zijn. Veel van deze unieke beplanting is echter verdwenen. Het oude watersysteem van de Gijzenrooi, waarmee veel water werd vastgehouden en geborgen is hier deels verdwenen. Molenheide De Molenheide is van oorsprong een uitloper van de Strabrechtse Heide met dekzanden en stuif-zandcomplexen. Op verschillende plekken waar water niet goed kan infiltreren zijn vennen ontstaan. Dat zijn nu archeologische vindplaatsen uit de steentijd en ijzertijd. In de middeleeuwen is er geprobeerd om akkerbouw te plegen op de zandgronden, maar vele van deze bouwlanden zijn overstoven door het zand.

Daarna werd het centrale gedeelte met heide en vennen gebruikt voor de veeteelt en de randen voor akkerbouw. Delen van de heide waren toen al bebost, waarschijnlijk om overstuiving van de akkers te voorkomen. In de jaren 30 is in het kader van de werkverschaffing een een groot oppervlak van het gebied bebost met naaldhout. Het heidelandschap komt nog bij enkele vennen voor waar het gebied open is gehouden. Doordat grote delen van het

23

24

Afbeelding 11. Cultuurhistorie

gebied uit een goed doorlatende zandbodem bestaan, infiltreert veel regenwater in de bodem. Het water dat infiltreert komt via kwelstromen uiteindelijk terecht in de beeksystemen van de Kleine Dommel of Aa. Mierlo-oost Het gebied ten oosten van Mierlo is van oorsprong een oud dekzandgebied. Door eeuwenlange bemesting van de gronden zijn er essen ontstaan met vruchtbare enkeerdgronden. Deze akkers hebben altijd een open karakter gehad. De beplanting van het gebied bestaat voornamelijk uit bomenrijen en houtwallen langs wegen met af en toe een sloot. Deze elementen zijn positief voor vleermuizen en insecten. Tussen de voormalige dekzanden van Mierlo en de Strabrechtseheide is een lagergelegen brongebied en beekdal ontstaan. Dit is nu het natuurgebied Sang en Goorkens. Het gebied is een brongebied geworden doordat het gevoed wordt door kwelstromen vanuit de omliggende dekzanden. De bijzondere geomorfologie van het hele gebied zorgt ook voor een bijzondere cultuurhistorie. In de middeleeuwen werd op een van de bronnen het Kasteel van Mierlo gebouwd. Met de bescherming van het kasteel zijn er later boerderijen rondom verschenen die in eigendom waren van de Heren van Mierlo. In het gebied zijn ook jonge heideontginningen te vinden die nog steeds een open landschap hebben dat nauwelijks is verkaveld.

Ten zuidoosten van Mierlo ligt het kleinschalige verkavelde beekdallandschap van de Kasteelloop, Overakkerse Loop en Goorloop. Dit gebied bestaat uit een complex van beemden, oude akkerlanden, broekbossen (met eiken), elzen- en essenhakhout en populierenaanplant. Gulbergen en ’t Broek Het gebied van Landgoed Gulbergen is van vroeger uit een plek geweest waar mensen zich wilden vestigen.

Het gebied was in de steentijd aantrekkelijk voor bewoning, hier worden dan ook archeologische vindplaatsen verwacht. Het gebied ligt namelijk op de overgang tussen de hogere dekzandruggen en lagere gebieden met vele waterstromen zoals de Luchenseloop. Gulbergen is nog steeds een kwelwatergebied met veel water. In het gebied zijn de oorspronkelijke landschapspatronen, ondanks de schaalvergroting, nog in het huidige landschap herkenbaar. Agrarisch gebruik vormt een belangrijke functie in het gebied. Ook de voormalige vuilnisstortplaats is onderdeel van het gebied. De vuilnisstortplaats in het hoogste punt van de gemeente en Noord-Brabant. Rond de berg zijn verschillende recreatieve voorzieningen te vinden zoals een mountainbikeroute, een golfbaan en het Dierenrijk Europa. ‘t Broek is een historisch boerderijlint, dat als ‘beschermd dorpsgezicht’ bekend staat. Opgaven landschappelijke kwaliteiten: • Beschermen en herkenbaar maken van de cultuurhistorische kwaliteiten in het landschap. • Beschermen van de archeologische vindplaatsen. • Behouden van het beschermd dorpsgezicht. • Beschermen en versterken van het bodem- en watersysteem (geomorfologie).

25

INTERMEZZO: KASTEEL GELDROP De eerste bewoners die we in de archieven tegenkomen zijn Philip en Jan van Geldrop, die omstreeks 1350 het kasteel bouwen. De volgende twee eeuwen was het kasteel in bezit van het geslacht Van Horne, maar het werd nauwelijks bewoond. Rond 1600 vestigde Amandus van Horne zich op een woontoren vlak naast het kasteel. In 1616 liet hij het middeleeuwse bouwval opknappen. Dit hooghuis, met karakteristieke trapgevels, vormt nu het middendeel van het huidige kasteel; aan de grachtzijde is het jaartal 1616 in de muurankers nog terug te vinden. Kasteel Geldrop lag in een moeilijk toegankelijk moerassig gebied. Daarom zijn de muren niet heel erg dik. Bescherming tegen ongewenste indringers werd verkregen door de aanleg van verschillende grachtengordels rond het complex. Daarvan zijn nog enkele resten in het park te vinden.

26

Het kasteel is de laatste 150 jaar aan de buitenkant weinig veranderd. Van binnen is het huis getransformeerd van adellijke woonplek tot huiselijk ingericht kasteel waarin jaarlijks vele activiteiten plaatsvinden. Op zolder is een Oudheidkamer ingericht. Hierin zijn diverse oudheidkundige voorwerpen en andere bezienswaardigheden uit het Geldropse van de afgelopen eeuwen te bezichtigen. In de bibliotheek is een grote collectie historische boeken aanwezig, die men elke zondagmiddag kan inkijken. Op de overloop van de eerste verdieping hangt een interessante verzameling oude foto’s van Geldrop uit de vorige eeuw. Het gehele landgoed bestaat uit een kasteelpark, kasteelhoeve, bloemenhof, zintuigentuin en kinderboerderij. Daarnaast heeft ook het IVN hier een vaste plaats op het landgoed.

Bron: www.kasteelgeldrop.nl

INTERMEZZO: TEXTIELINDUSTRIE Al voor 1700 bloeide de ‘lakennijverheid’ in ‘heerlijkheid’ Geldrop. Toch leefde Geldrop-Mierlo rond 1850 pas echt op door de textielindustrie. In die periode werden de grote fabrieken gebouwd, schoorstenen, arbeiderswoningen en de statige huizen van de fabrikanten. De grote huizen aan de Heuvel, in de Kerkstraat en de Langstraat in Geldrop laten de weelde van de fabrikanten nu nog zien. En zo zijn er meer plaatsen die je terugbrengen naar toen.

Bron: www.visitgeldropmierlo.nl B

27

Hoo

idon

eek

Luchensche Wetering

n

ove

h ind

al

na

a sk

kseb

Mierlo

E

p

oo

G

p tloo

l

me

om eD

op

Beeklo

Geldrop

u Vle

in Kle

Kleine

eloop

Riels

28

rl oo

G W oor ilh loo elm p in tot ak aa an n aa l

Afbeelding 12. Watersysteem (Bron: Gecombineerd kaartbeeld op basis van de hoofdwaterlopen-, bodemtypes-, bodemhoofdklassen-, beregeningsputten-, en sloten & greppelkaart die in de Bodem- en Wateratlas staan van de Kaartenbank Provincie Noord-Brabant.)

3.1.3 Watersysteem Het watersysteem bestaat uit vier beken die zorgen voor de hoofdafwatering van het gebied. De Kleine Dommel, Hooidonksebeek en Kleine beekloop zijn zijbeken van de Dommel. De Goorloop is onderdeel van het stroomgebied van de Aa. In de beekdalen is een netwerk van sloten en greppels gegraven om het land in cultuur te brengen als akkers en beemden. Op dit moment is het watersysteem van Mierlo niet verbonden met Sang en Goorkens, omdat de waterkwaliteit niet voldoet aan de kwaliteit voor het natuurgebied. Dit zorgt soms voor wateroverlast in het Mierlose watersysteem.

Opgaven watersysteem: • Versterken van het natuurlijke watersysteem, waardoor fluctuaties in neerslag beter kunnen worden opgevangen en de natuurlijke kwaliteiten van de beekdalen worden versterkt. • Schoner maken van het oppervlaktewater zodat het watersysteem in Mierlo weer verbonden kan worden met Sang en Goorkens. • De ecologische verbinding versterken door middel van verschillende waterlopen (Luchense Wetering, Overakkerseloop en Goorloop).

Op de dekzandruggen zijn enkele schijnwaterspiegels te vinden. Dit zijn de vennen die zich hebben ontwikkeld doordat er lokaal in de bodem een ondoordringbare laag ligt. Dit kunnen oerbanken zijn of een laag leem die er ooit is afgezet. Deze vennen waaronder de Galgenven vormen de natte natuurparels in het gebied. Kwel en inzijging Het gebied kent zowel kwel- als inzijgingsgebieden. Kwelgebieden bevinden zich in de beekdalen. Inzijgingsgebieden zitten op hogere dekzandruggen en lage landduinen. Tussen deze twee gebieden ligt er vaak een overgangszone. Waterbuffering Langs de Kleine Dommel en Hooidonksebeek zijn verschillende zones aangewezen om water te bufferen. Die zorgen voor extra ruimte als de watergangen tijdelijk een hogere waterafvoer hebben. Langs de twee andere beken is hier (nog) geen sprake van.

29

ONZE NATUURGEBIEDEN De Gijzenrooise Zegge In het laagstgelegen deel van de Gijzenrooi ligt de Gijzenrooise Zegge, een ondoordringbaar elzenbroekbos. In het natste deel van het natuurgebied ligt een zone van natte graslanden met pinkster- en koekoeksbloemen. Op de hoogste delen van de Gijzenrooi zijn de onregelmatige verkavelde bolakkers waar naast biologisch geteeld graan ook korenbloemen, klaprozen en kamilles te vinden zijn. De Gijzenrooi is niet alleen een heel aantrekkelijk foerageergebied, voor onder andere vogels. Dankzij de (meidoorn)heggen zijn er veel beschermde broedgelegenheden voor zangvogels. Naast een interessante plek voor vogels is de Gijzenrooise Zegge ook een paradijs voor amfibieën. Er zijn acht verschillende soorten te vinden, waaronder de zeer zeldzame knoflookpad. Die gedijen bij een gebied met zandgronden en voedselrijke waterpoelen in de buurt. Deze combinatie, met deze overgangen komt niet vaak voor. Sang en Goorkens Sang en Goorkens is een natuurreservaat waar de waterhuishouding sterke invloed heeft op de flora. Het natuurgebied kent afwisselende gebieden met elzenbroekbossen, schraalgraslanden, elzenhakhout, populierenaanplant en op wat drogere delen, eikenbos. Door het lichtglooiende beekdallandschap wisselen de nattere weilanden en broekbossen elkaar af met de drogere delen.

Door de invloed van het kalkrijke kwelwater vanuit de Strabrechtse heide is het bosgedeelte een laagveenbos waar voornamelijk de zwarte els en moerasplanten groeien. Er komen verschillende orchideeën voor. Door de aanwezigheid van deze planten zijn er ook karakteristieke dagvlinders, zoals de kleine ijsvogelvlinder te vinden. De schrale graslanden zijn gevoelig voor veranderingen, zoals verdroging, verzuring en vermesting. De Molenheide en de Luchense Heide De Molenheide en Luchense Heide bestaan nu voornamelijk uit een droog productiebos. De voedselarmere delen worden grotendeels gedomineerd door den, eik en beuk, op de wat rijkere bo-

dems is er een hogere groei van beuk, Douglas, lariks en spar. Het bos heeft een mindere natuurwaarde dan andere natuurgebieden in de gemeente, omdat de biodiversiteit relatief laag is. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de uniforme aanleg en beheer in het verleden, door de jonge leeftijd van de bossen en onvoldoende abiotische kwaliteit als gevolg van verzuring en vermesting. Naast de bossen zijn er op de Molenheide ook nog kleine gebieden met droge en natte heide te vinden. De vegetatie op de droge heide wordt gekenmerkt door dwergstruiken waarvan struikheide meestal de dominante soort is. Op de natte heide komt vaker de dophei voor en zijn er verschillende warmteminnende diersoorten als adder en levendbarende hagedis te vinden. Voor zowel de droge als de natte heide geldt dat deze natuur in standgehouden moet worden door groei van bomen en struiken te voorkomen. Op de meest natte plekken van de Molenheide waar het water niet kan infiltreren zijn vennen te vinden die vaak bestaan uit relatief zuur water, omdat deze uitsluitend gevoed worden met zuurder regenwater of grondwater dat nog sterk op regenwater lijkt. Kleine Dommel De Kleine Dommel is een natuurlijke beek die tussen hogere zandruggen door Brabant stroomt. Hierdoor is er een uitgerekt beekdalsysteem te vinden dat dwars door Brabant loopt.

De beek wordt zowel gevoed door regenwater als grondwater vanuit de hogere flanken. Het gebruik van het Dommeldal is heel gevarieerd. Deels wordt het gebruikt als park, rond het centrum lopen stedelijke functies soms tot in het beekdal, verder naar het noorden is het Dommeldal veel natuurlijker en daarom ook minder toegankelijk. Het Dommeldal in onze gemeente is bijzonder vanwege de combinatie van cultuurhistorie en ecologische kwaliteiten. Bijzondere kwaliteiten zijn de watermolen in combinatie met het Weverijmuseum en het landgoed kasteel Geldrop. Het kasteelcomplex van kasteel Geldrop is onderdeel van het Dommeldal, waardoor ook een hoger gelegen zandgrond onderdeel is van het beekdal.

3.1.4 Natuur en groenstructuur De groenstructuur in het buitengebied bestaat uit natte en droge natuur. De natte natuur bevindt zich in de blauwe aders langs de beken en het kanaal. Ze vormen de ecologische verbindingen in het natuurnetwerk van Noord-Brabant. Deze natuur bestaat hoofdzakelijk uit hooilanden, faunarijke graslanden, veenbossen, broekbossen en rietmoerassen. De droge natuur bestaat voornamelijk uit droge productiebossen en heide. De Molenheide is het grootste bosgebied. In het agrarische buitengebied bestaat de groenstructuur uit houtwallen, kleine bosjes en boomsingels. Deze zijn typerend voor het agrarisch gebied rondom Gijzenrooi, Zesgehuchten, het Broek, Overakker en Bekelaar. De houtwallen zijn overblijfsels van de (om) gesloten akkers en akkerwallen die in deze gebieden zijn aangelegd. Op de meeste plekken in het landschap is het aantal houtwallen en singels afgelopen 50 jaar sterk afgenomen ten behoeve van het verbeteren van de productieomstandigheden in de landbouw. Historisch Groen Het historisch groen bestaat voornamelijk uit de overblijfsels van de houtwallen en de bomenrijen die langs de hoofdwegen en het kanaal staan. Verder is een aantal bossen bestempeld als historisch groen. Deze bossen zijn het resultaat van de eerste bosaanleg in de 19de eeuw. Voorbeelden hiervan zijn de Weijer en een gedeelte van de Luchense Heide.

Er staan tot slot enkele monumentale bomen in de dorpskernen. Dit is het op het landgoed van het kasteel Geldrop, de Heilige Geeststraat en de Stationsstraat. Opgave natuur en groenstructuur • Beschermen en versterken van de bestaande historische groenstructuren.

31

3.1.5 Opbouw van de dorpen Op 1 januari 2004 fuseerden de dorpen Geldrop en Mierlo tot één gemeente, Geldrop-Mierlo.

Verdeling inwoners over de verschillende wijken:

De gemeente Geldrop-Mierlo is uitgegroeid tot een woongemeente. Vooral Geldrop is eind vorige eeuw flink gegroeid. Mede door de afnemende textielindustrie zijn er verschillende inbreidings- en stadsvernieuwingsplannen in Geldrop uitgevoerd. Beide dorpen hebben een eigen centrum waar alle (winkel)voorzieningen aanwezig zijn. Mierlo en Geldrop hebben beide een breed palet aan functies. In Geldrop zijn er meer winkels, kantoren en industrie, in Mierlo is het percentage logiesfuncties en woon-gezondheidsfuncties hoger.

32

Per wijk zijn er ook verschillen. Zo verschilt de leeftijd van woningen per wijk, waarbij opvalt dat Mierlo een hoog percentage woningen heeft van na 1980. Daarnaast verschilt het percentage koop- en huurwoningen in de wijken. In de Coevering is het percentage huurwoningen het hoogst. Ook verschilt de beleving van inwoners, bijvoorbeeld ten aanzien van de tevredenheid over het aantal ontmoetingsplekken in de wijk. Totaal aantal inwoners 1 januari 2021: • Geldrop 28.397 inwoners • Mierlo 11.695 inwoners

Begin 20e eeuw is de nederzetting Geldrop samengegaan met de toenmalige gemeente Zesgehuchten. Waarna het in 1972 de wijk Tivoli en de gehuchten Riel en Gijzenrooi verloor aan de gemeente Eindhoven. Mierlo heeft in 1968 Mierlo-Hout en in 1995 Brandevoort aan Helmond afgestaan. In 2004 zijn Geldrop en Mierlo samengegaan.

In totaal is de gemeente Geldrop-Mierlo 3190 ha groot! Geldrop heeft een oppervlakte van 1381 ha. Mierlo heeft een oppervlakte van 1809 ha. In totaal is de gemeente Geldrop-Mierlo 3190 ha groot!

Eigendom, gebruiksdoelen en WOZ waarde:

Bouwjaar woningen (2016):

Mierlo:

Geldrop:

33

Percentage inwoners per wijk dat vindt dat er voldoende ontmoetingsplaatsen zijn in hun wijk:

Percentage inwoners per wijk dat geen of weinig last heeft van rondhangende jongeren:

Percentage koopwoningen in de verschilende wijken:

34

Afbeelding 13. Leeftijd van de gebouwen | Bron: code.waag.org

3.1.6 Geldrop Ruimtelijke opbouw Geldrop is van oorsprong een kleine nederzetting rond het kasteel van de heren van Geldrop. De omliggende gehuchten en het kasteel zijn langzaam naar elkaar gegroeid tot het voormalige dorp. Het kasteel met de kasteeltuin en de oude linten tussen de gehuchten zijn (deels) nog kenmerkend aanwezig door o.a. de aanwezigheid van oudere panden, groenstructuren en omdat ze afwijken van de woonwijken daar tussenin. Doordat het dorp gegroeid is vanuit meerdere kleinere gehuchten is het huidige dorp zichtbaar doorsneden door twee grote structuren: Het Beekdal van de Kleine Dommel en het spoor. Door de aanwezigheid van de Kleine Dommel is de textielnijverheid eeuwenlang de hoofdbron van inkomsten geweest voor Geldrop. Ook nu nog getuigen fabrieksgebouwen van de grote bloei in de 19e eeuw. Ten behoeve van de energievoorziening voor een textielfabriek is in het hart van het dorp in een aftakking van de Kleine Dommel gegraven en een waterrad gebouwd. Het aldus ontstane eiland is nog steeds herkenbaar. De hermeandering van de Kleine Dommel in de jaren ’90 heeft ervoor gezorgd dat het beekdal meer herkenbaar is geworden in het dorp, een ecologisch en landschappelijk hoogwaardig gebied met de recreatieve nevenfunctie van het kasteel met de kasteeltuinen en het kasteelpark.

35

Afbeelding 14. Groeicirkels van (rood) oud naar (donker blauw) nieuw

36

Afbeelding 15. Groenkaart Geldrop

37

Afbeelding 16. Kwaliteiten en knelpunten opgehaald tijdens de internetenquête en straatgesprekken De wijken Geldrop bestaat uit 9 wijken. Iedere wijk heeft zijn eigen kenmerken, kwaliteiten en knelpunten. De gemeente werkt zoveel mogelijk wijkgericht. Voor de inventariatie van de opgaven voor deze omgevingsvisie hebben we

straatgesprekken en interviews gehouden. De belangrijkste uitkomsten hebben we hierboven in de afbeelding opgesomd.

38

3.1.7 Mierlo Mierlo was een heerlijkheid van de heren van Mierlo, die vanuit hun kasteel aan de Kasteelseweg vanaf de middeleeuwen een groen gebied bestuurden waaronder Mierlo-Hout, Brandenvoort en een groot deel van de Strabrechtse heide. Het huidige Mierlo is ontstaan uit verschillende agrarische gehuchten en buurtschappen. Het agrarische karakter is vooral in het buitengebied nog nadrukkelijk aanwezig door een enkele kersenboer en een paar veehouderijen. De oude akkercomplexen rond Mierlo hebben door de schaalvergroting enige verandering ondergaan. De kern van Mierlo heeft zich door de ligging tussen Eindhoven en Helmond de laatste jaren ontwikkeld tot een woondorp. Mierlo is niet opgebouwd uit wijken, maar kent wel verschillende buurten. Op de pagina hiernaast zijn op de kaart weergegeven wat de verschillende gehuchten en buurten zijn.

39

40

Afbeelding 17. Groeicirkels van (rood) oud naar (donker blauw) nieuw

41

Afbeelding 18. Groenkaart van Mierlo

42

43

Afbeelding 19. Meest genoemde kwaliteiten en knelpunten tijdens de straartgesprekken en internetenquête voor Mierlo.

3.2 Regionaal strategisch beleid De gemeente Geldrop-Mierlo ligt in de regio ZuidoostBrabant. De 21 gemeenten binnen deze regio werken op de thema’s economie, mobiliteit, transitie landelijk gebied en energietransitie met elkaar samen via de Metropoolregio Eindhoven (MRE). Daarnaast zijn we ook onderdeel van het stedelijk gebied Eindhoven (SGE). Aan beide samenwerkingsverbanden hechten we als gemeente veel waarden. Op het niveau van het SGE werken we aan het verstedelijkingsakkoord en zijn we samen met de SGE ook partner in Van Gogh Nationaal Park. In het MRE verband hebben we veel gezamenlijke documenten opgesteld. In deze paragraaf zetten we uiteen wat de regionale opgaven zijn binnen de thema’s waarbij we samenwerken.

44

Omgevingsagenda Zuidoost-Brabant De regio Zuidoost-Brabant, ook wel aangeduid als Brainport Eindhoven, moet de concurrentie met andere stedelijke regio’s in de wereld aan kunnen gaan en het verdienvermogen van Nederland versterken. Dit moet gedaan worden door de innovatiekracht, de productiviteit en de agglomeratiekracht van de regio te vergroten. Om dit te bereiken werken alle partners aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke woon-, werk- en leefomgeving met gewenste ontwikkelingen en het versterken van het duurzaam verdienvermogen. De opgaven voor de regio zijn een stedelijke schaalsprong maken, verduurzaam verstedelijken en streven naar een betere bereikbaarheid. Om de stedelijke schaalsprong te verwezenlijken wordt in de regio ingezet op het toevoegen van unieke en aantrekkelijke woon- en werklocaties, plekken voor ontmoeting en evenementen en topvoorzieningen op het vlak van cultuur en sport. Om met de toename van de verstedelijking ook de regio te verduurzamen, zal er aandacht

moeten zijn voor gezondheid, klimaatadaptatie, behoud van dorpse en stedelijke kwaliteiten, sociale cohesie en inclusie. Om de bereikbaarheid van de regio te verbeteren, wordt er op verschillende schaalniveaus gewerkt aan betere verbinding vor duurzame en schone soorten van vervoer. Daarnaast wordt in de regio ingezet op het verbeteren van de digitale bereikbaarheid, wat bijdraagt aan slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen. Ook het landelijk gebied kan bijdragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat dat bijdraagt aan de concurrentiepositie van Brainport Eindhoven. Daarom moet het landelijk gebied leefbaar, toekomstbestendig en economisch vitaal blijven. De opgaven voor het landelijke gebied zijn: • Een herstel van de natuurlijke systemen en een ruimtegebruik dat daarmee in balans is. • Versterking van landschap, natuur en de verbinding tussen stad en platteland. Creëren van ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. • Economische en sociale ontwikkeling van het landelijk gebied die bijdraagt aan de kwaliteit en vitaliteit van de regio. Met een streefbeeld voor het landelijk gebied zijn deze opgaven verder uitgewerkt. Streefbeeld transitie landelijk gebied De Brainport Eindhoven heeft naast een stedelijk gebied met een High-Tech en design karakter ook een landelijk gebied waar het groene landschap de ruime ondergrond vormt voor dorpen en landbouw.

Een gezonde leefomgeving en aantrekkelijke landschappen dragen in belangrijke mate bij aan het welbevinden van onze inwoners en van onze gasten. Als regio willen we de fysieke en functionele verbinding van het landelijk gebied met de steden en dorpskernen versterken. Hierbij gaat het onder andere om de transitie van de agrarische sec-

tor en het buitengebied om de steden en dorpskernen heen. Om de transitie van het landelijk gebied vorm te geven, hanteert de regio drie richtinggevende uitspraken als uitgangspunten. Ten eerste wordt ingezet op het versterken van het landschap, natuur en de verbinding tussen stad en platteland en het creëren van ruimte voor klimaatadaptatie en de energietransitie. Dit houdt in dat in de regio de kwaliteit van het landschap in de keuzes die gemaakt worden, meegenomen moeten worden voor het landelijke gebied. Verrommeling en versnippering wordt voorkomen en waardevolle natuur- en landschapsstructuren worden versterkt. Daarnaast wordt het opwekken van duurzame energie ingepast met het oog voor versterking van de kwaliteit van het landschap, de bodem, landbouwkundige waarden en biodiversiteit. Waar mogelijk wordt energieopwekking gecombineerd met andere functies. Ook bij maatregelen voor klimaatadaptatie wordt rekening gehouden met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Om de stikstofproblematiek aan te pakken wordt er ingezet op verduurzaming, natuurherstel en het creëren van ontwikkelruimte in stedelijk en landelijk gebied. De verbinding tussen landelijk en stedelijk gebied komt tot uiting doordat beide zich evenredig inzetten voor de gemeenschappelijke opgave in kader van klimaatadaptatie en energietransitie.

Verbindingen tussen stad en land kunnen versterkt worden door bijvoorbeeld beekdalen te versterken, aaneengesloten natuurgebieden tot in de stad, het verbinden van groenstructuren, het versterken van recreatieve netwerken, en nieuwe bedrijvigheid aan te moedigen. Ten tweede wordt er gestreefd naar een ruimtegebruik dat in balans is met de natuurlijke systemen. Waarbij de transitie naar een duurzaam en vitaal, “natuurinclusief” landbouw- en voedselsysteem, is gebaseerd op gesloten kringlopen. Daarnaast worden agrarische bedrijven

gestimuleerd om kansen rondom energietransitie en grondstoffenbewerking op te pakken. Het streven is dat er minder impact is op het milieu van fijnstof, ammoniak, en uitspoeling van nutriënten ten behoeve van landschapsontwikkeling en gezondheid. Samen met de landbouwsector wordt er gewerkt aan een gezonde bodem, verbetering van de water- en luchtkwaliteit en een grotere biodiversiteit. Ten derde wordt er samen met de landbouwsector en andere stakeholders gezocht naar mogelijkheden om in het landelijk gebied meer maatschappelijke en economische meerwaarde te genereren. Zo moeten de mogelijkheden voor andere economische activiteiten verruimd worden. Daarbij komt er een focus op de sectoren kringlooplandbouw en landbouwinnovaties, energie, zorg, startups in de maak-industrie en leisure. Bij nieuwe ontwikkelingen kunnen ook ecologische kwaliteiten versterkt worden. Regionale mobiliteitsagenda Om de leefbaarheid in Brainport Eindhoven te versterken is er onder andere een goede bereikbaarheid nodig voor personen en goederen. Hierdoor kunnen inwoners makkelijker naar het werk reizen en zijn recreatieve en culturele voorzieningen dichterbij. Dit zorgt ervoor dat onze regio aantrekkelijk is en blijft om in te wonen.

Een snel en betrouwbaar mobiliteitssysteem zorgt er ook voor dat goederen van bedrijven beter getransporteerd kunnen worden, waardoor bedrijven zich hier willen vestigen of willen blijven. Om het mobiliteitssysteem in onze regio toekomstbestendig te maken, wordt toegewerkt naar een systeem waarin duurzaamheid het uitgangspunt is en waarin de negatieve effecten van mobiliteit verminderen. Mobiliteitsnetwerken worden daarvoor de komende jaren verbonden, slimmer gebruikt en verbeterd.

45

46

In het nieuwe mobiliteitssysteem staat de reiziger centraal. De reiziger moet zelf kunnen kiezen welk vervoersmiddel past bij de reis, waardoor er een reis op maat is. Kanttekening is dat de eigen wensen in balans zijn met die van andere reizigers en met de andere ambities van de regio, bijvoorbeeld voor de kwaliteit van de omgeving en duurzaamheid. Dit betekent dat het vervoersmiddel dat een reiziger het liefst wil gebruiken niet altijd de beste keuze is. De totale mobiliteitsvraag wordt naar de toekomst toe beter verdeeld over alle vervoermiddelen, over de tijd en over de beschikbare infrastructuur. Hiervoor worden de verschillende mobiliteitsnetwerken geoptimaliseerd én wordt een uitwisseling tussen netwerken mogelijk gemaakt. In Geldrop-Mierlo zetten we hier ook op in. We willen niet dat inwoners alleen afhankelijk zijn van de auto, maar ook gebruik maken van de fiets en het openbaar vervoer. Dit geldt voornamelijk als de bestemming binnen de metropoolregio Eindhoven ligt.

kwaliteit is onderdeel van de mobiliteitsopgave. 4. Stimuleren slimme mobiliteit in de regio. Slimme en duurzame mobiliteit is een belangrijke economische factor voor de regio. De regio wil dit verder versterken. Vanwege het economisch belang, maar ook voor bereikbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid binnen onze regio. 5. Verbinding van mobiliteit met de andere regionale thema’s zoals economie, energietransitie en transitie landelijk gebied. Mobiliteit heeft een sterke relatie met andere onderwerpen. Waar mogelijk worden opgaven aan elkaar gekoppeld om meerwaarde te creëren. 6. Logistiek. Logistiek brengt economische kansen met zich mee en is vaak een randvoorwaarde om kansen te kunnen benutten. Logistiek moet goed worden ingepast in het mobiliteitssysteem en de leefomgeving, ook om de bijeffecten van intensieve logistiek te beperken.

Om tot het gewenste mobiliteitssysteem te komen in de regio ligt de focus op de volgende zes punten: 1. Internationale connectiviteit met economische centra. Omdat de Brainport Eindhoven een internationaal georiënteerde economie heeft, is het van belang goede verbindingen te hebben via weg, spoor en lucht met en via omliggende regio’s. 2. Bereikbaarheid in dagelijkse omgeving. Ieder deel van de regio heeft waarde, of het nu is als economische hotspot, als aantrekkelijke woonlocatie of als omgeving om te recreëren. Mobiliteit zorgt dat de delen samen de regio maken. 3. Leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid. De kwaliteit van de leefomgeving is voor onze inwoners, werknemers en bezoekers van belang voor een aangenaam verblijf, nu en in de toekomst. Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgevings-

Voor Geldrop-Mierlo ligt het belang voornamelijk bij de punten bereikbaarheid in dagelijkse omgeving, leefbaarheid, verkeersveiligheid & duurzaamheid en verbinding van mobiliteit met de andere regionale thema’s zoals economie, energietransitie & transitie landelijk gebied. Als aantrekkelijke woon- en recreatiegemeente moet Geldrop-Mierlo goed bereikbaar zijn voor inwoners en bezoekers. Inwoners moeten makkelijk met een vervoersmiddel naar het werk kunnen in de regio. Bezoekers die naar Geldrop-Mierlo komen, moeten dat kunnen zonder dat dit meteen overlast geeft op onze lokale infrastructuur. Om een aantrekkelijke woon- en recreatiegemeente te blijven zal de leefbaarheid ook gewaarborgd moeten blijven. Dit betekent dat het verblijven in de gemeente aangenaam blijft en een verandering in het gebruik van het mobiliteitsnetwerk geen overlast veroorzaakt. Daarnaast is belangrijk dat ieder-

een in het verkeer veilig is. Het meer voorop stellen van de fiets zorgt ervoor dat er meer aantrekkelijke fietsroutes komen in het stedelijk en landelijk gebied, wat aantrekkelijk is voor zowel inwoners van Geldrop-Mierlo als voor recreanten van buitenaf. Hierdoor kan onze economie op het gebied van recreatie en toerisme verder aantrekken. Regionale energiestrategie Op basis van de Klimaatwet moet in 2050 de CO2uitstoot met 95% zijn afgenomen en streven we ernaar om in 2030 de uitstoot van CO2 met 49% te verminderen. In het kader van het Nationaal Klimaatakkoord is een regionale energiestrategie opgesteld waarin is uitgewerkt hoe en waar in de regio energie kan worden bespaard en energie duurzaam kan worden opgewekt. De regio Zuidoost-Brabant wil vooroplopen in de energietransitie, met als einddoel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Als tussenstap moet er uiterlijk in 2030 49% minder CO2 uitgestoten worden dan in 1990. Daarnaast is het uitgangspunt dat vanuit het landschap bepaald wordt wat haalbaar is voor opwek van duurzame elektriciteit. Zoals in de concept-RES is uitgewerkt gaan we nu uit van een bijdrage van 2 TWh voor onze regio aan de landelijke opgave van 35 TWh. Kleinschalige zon-op-dak-installaties worden in het Klimaatakkoord niet meegeteld voor het doel van 35 TWh.

In deze doelstelling is immers al rekening gehouden met een autonome groei van kleinschalig zon-op-dak tot ongeveer 7 TWh. Uiteraard zien we wel het belang van zon-op-dak en onderzoeken we de mogelijkheden om zon-op-dak te stimuleren en bewoners aan te zetten tot besparing en duurzame opwek van energie.

Er zijn vijf leidende proncipes binnen de regionale energiestrategie: • Een toekomstgerichte strategische visie. De focus in de RES ligt nu op 2030 en er is een doorkijk naar de doelen in 2050. In kleine stappen wordt naar het doel toegewerkt. • Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij. Samen met alle partijen wordt gewerkt om de doelen van de regionale energiestrategie te behalen. Alleen niet elke partij kan evenveel doen om de doelen te behalen. In gemeenten waar veel waardevolle natuurgebieden en/of landschappen aanwezig zijn, kunnen bijvoorbeeld minder zonnevelden en windmolens gerealiseerd worden. Daarom dragen alle belanghebbenden bij naar vermogen. • Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit. De regio heeft waardevolle landschappen die behouden moeten blijven voor inwoners en bezoekers. Daarom wordt ingezet op het sparen van deze landschappen en een zorgvuldig proces om te onderzoeken waar zonnevelden en windmolens gerealiseerd kunnen worden. • De energietransitie als kans voor de regio. De regionale energiestrategie wordt ook als hefboom gebruikt ten behoeve van kwaliteitsverbetering. • Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal. Bij de uitvoering van de regionale energiestrategie moet er draagvlak zijn. Daarom moet ervoor gezorgd worden dat iedereen meeprofiteert door de transitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=5058a407-5750-4f79-8805-dd644e7850ce