Notitie opvang vluchtelingen__
Tekst van het document
Notitie
Opvang van vluchtelingen Bespreekstuk voor de commissie Algemene Zaken Juli 2024
Inhoud 1.
Inleiding ......................................................................................................................................................... 3
2.
Doelgroepen .................................................................................................................................................. 3
3.
De opgave nu ................................................................................................................................................. 4
4.
Contouren voor het beleidskader .................................................................................................................. 6
Bijlage 1. Toelichting op de Spreidingswet ............................................................................................................ 13 Bijlage 2. Toelichting op doelgroepen ................................................................................................................... 14
2
1. Inleiding De problemen in de opvang van vluchtelingen zijn zodanig nijpend, dat gemeenten een stap naar voren moeten zetten om hierin te ondersteunen. Er wordt vanuit gegaan dat de komende jaren de noodzaak blijft om vluchtelingen in gemeenten op te vangen. Dat maakt dat er opvang moet worden georganiseerd voor een langere duur. Dat is voor de gemeente Geldrop-Mierlo reden om een beleidskader hiervoor vast te stellen, om vervolgens de opvang structureel in te bedden in bestuurlijke en organisatieprocessen. In dit beleidskader wordt uitgegaan van de bestaande wet- en regelgeving. Als de Spreidingswet wordt ingetrokken of wijzigt dan zal de raad opnieuw moeten overwegen wat de intenties zijn en het beleidskader hierop moeten aanpassen. Hoewel het kabinet heeft uitgesproken dat zij de Spreidingswet wil intrekken, is nog niet te zeggen of en wanneer dat mogelijk is. In deze notitie zijn de contouren voor dit beleidskader uitgewerkt. Het in eerste instantie opstellen van contouren is gedaan om hierover het gesprek te kunnen voeren met de raad en om vervolgens via participatie de ideeën en aandachtspunten van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en verdere netwerkpartners op te halen. Vervolgens kan het definitieve beleidskader worden uitgewerkt en aan de raad worden voorgelegd ter vaststelling.
Door deze contouren in de raad te bespreken, willen we nagaan in hoeverre de contouren aansluiten bij het beeld en de wensen binnen de raad. Indien nodig kunnen we bepaalde elementen aanpassen voordat we de participatie ingaan.
Doel Met het structureel organiseren van opvang wordt beoogd dat in voldoende mate kan worden voldaan aan de vraag naar opvangplekken, dat de opvang op humane wijze plaatsvindt en dat de opvang op een maatschappelijk verantwoorde wijze voor de omgeving wordt georganiseerd.
2. Doelgroepen De vier vormen van opvang zijn toegespitst op vier doelgroepen met elk eigen kenmerken en waarvoor verschillende achtergronden spelen. In bijlage 2 zijn de doelgroepen verder toegelicht. Oekraïense vluchtelingen Noodopvang Dit zijn inwoners van Oekraïne die het land vanwege de oorlog zijn ontvlucht. Zij hebben conform de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) in EU-landen tijdelijk recht op opvang, medische zorg, werk en onderwijs. Ze worden tijdens hun verblijf in Nederland in beginsel opgevangen in gemeentelijke noodopvang. Een aantal heeft onderdak bij particulieren; zij vallen buiten de doelgroep voor dit beleidskader. Door overheden wordt niet voorzien in reguliere huisvesting, echter sommige Oekraïners slagen er in om zelfstandig particuliere huisvesting te vinden. Alleenreizende Oekraïners onder de 18 jaar vallen niet onder de vlag van ‘Alleenreizende Minderjarige Vreemdelingen’ en zij vallen dus binnen de brede groep Oekraïense vluchtelingen. Dat is omdat Oekraïners vooralsnog niet in een asielprocedure zitten. De alleenreizende minderjarigen in de noodopvang worden echter wel degelijk extra begeleid. Asielzoekers Opvang tijdens de asielprocedure Dit zijn mensen die bescherming vragen als vluchteling en die vervolgens wachten op een beslissing hierover. Zolang de asielprocedure loopt, hebben zij het recht om in Nederland te blijven.
Zij ontvangen in die periode o.a. eten en onderdak, in principe van het COA. 3
AMV’ers Opvang voor asielzoekers tussen de 15 en 18 jaar tijdens de asielprocedure Er zijn asielzoekers onder de 18 jaar die zonder ouder of verzorger naar Nederland zijn gereisd. Zij hebben intensievere begeleiding nodig. Kinderen onder de 15 jaar worden in pleeggezinnen geplaatst. Jongeren tussen de 15 en 18 jaar worden in een kleinschalige opvanglocatie opgevangen. Nog niet geplaatste statushouders Tussenvoorziening, totdat de statushouder regulier wordt gehuisvest Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, wordt deze statushouder. Statushouders worden toegewezen aan een gemeente, welke vervolgens dient te voorzien in huisvesting. Statushouders voor wie niet direct reguliere huisvesting beschikbaar is, worden zoveel als mogelijk in een tussenvoorziening in de gemeente ondergebracht. Het direct regulier huisvesten blijft de hoofopgave.
3. De opgave nu In de beleidskeuzes zoals opgenomen in het hoofdstuk ‘Contouren voor het beleidskader’ worden bewust geen specifieke aantallen genoemd ten aanzien van de opgave die er ligt voor het opvangen van Oekraïense vluchtelingen, asielzoekers en AMV’ers. Het beleidskader dient namelijk voor langere tijd bruikbaar te zijn, terwijl de opgave kan fluctueren. In dit hoofdstuk is een beeld gegeven van de aantallen waar het nu om gaat.
Oekraïense ontheemden Per 1 januari 2025 dient Geldrop-Mierlo 232 Oekraïense ontheemden te hebben opgevangen. Lopende het jaar kan een volgende opgave worden gesteld. Doordat de opgave fluctueert, zal steeds moeten worden gekeken of het aantal beschikbare opvangplekken passend is. Bestaande noodopvangplekken per 1 juli 2024 : 180 Nog te realiseren voor 1 januari 2025 : 52 opvangplekken, waarvan er 20 al voorzien zijn in het najaar 2024 Huidige noodopvangplekken zijn tijdelijke plekken Op dit moment is de noodopvang deels gerealiseerd in gemeentelijke panden, die op termijn nodig zijn voor gebiedsontwikkeling of woningbouw. Ook wordt een pand van een derde gehuurd met een kortlopende huurovereenkomst. De Richtlijn Tijdelijke Bescherming wordt al enkele keren steeds met een jaar verlengd. Het is waarschijnlijk dat de gerealiseerde noodopvangplekken gedurende de termijn dat Oekraïners worden opgevangen niet beschikbaar blijven.
Asielzoekers Het aantal benodigde opvangplekken per 1 juli 2025 hangt af van de verdeling die voor 1 november 2024 binnen de Provinciale Regietafel (PRT) wordt overeengekomen (zie bijlage 1 voor een toelichting). Vooralsnog is de indicatie dat Geldrop-Mierlo 231 opvangplekken dient te bieden, waarvan indicatief 20 AMV’ers. Binnen de regietafel worden de indicaties voor alle Brabantse gemeenten bij elkaar opgeteld en worden de werkelijke aantallen opvangplekken per gemeente afgestemd. De landelijke opgave en de provinciale verdeelsleutel worden jaarlijks bepaald, dus het aantal benodigde opvangplekken in Geldrop-Mierlo zal door de jaren variëren. Bestaande opvangplekken : 54 AMV-opvangplekken Indicatief nog te realiseren voor 1 juli 2025 : 177 opvangplekken (in het aandeel AMV-plekken is al voorzien) Indicatie aantallen opvangplekken Geldrop-Mierlo Per gemeente wordt een wegingsfactor bepaald, die wordt afgezet tegen het aantal opvangplekken dat in totaal in gemeenten moet worden aangeboden. De wegingsfactor wordt berekend aan de hand van het percentage inwoners en de sociaal-economische score van de gemeente (SES-WOA). De wegingsfactor voor
4
Geldrop-Mierlo is 0,24%. Het aantal gevraagde plekken is gesteld op 96.000, waardoor de indicatie voor Geldrop-Mierlo neerkomt op 231 opvangplekken (het aandeel AMV’ers hierbinnen is 20).
AMV’ers Conform de Spreidingswet wordt per gemeente ook het aantal op te vangen AMV’ers bepaald. De indicatie voor Geldrop-Mierlo voor het aantal per 1 juli 2025 op te vangen AMV’er’s is zoals gezegd twintig. Bestaande opvangplekken : 54 Nog te realiseren : geen, tenzij anders wordt afgesproken binnen de Provinciale regietafel
Tussentijds op te vangen statushouders Statushouders die niet direct definitief worden gehuisvest worden bij voorkeur in een tussenvoorziening geplaatst, totdat zij hun intrek kunnen nemen in reguliere huisvesting. De beschikbaarheid van reguliere huisvesting varieert. Dat heeft tot gevolg dat de behoefte aan tussenvoorzieningen wisselt. Ter illustratie worden hieronder eerdere taakstellingen voor Geldrop-Mierlo genoemd met daarbij de aantallen gehuisveste statushouders. Periode 1e helft 2020 2e helft 2020 1e helft 2021 2e helft 2021 1e helft 2022 2e helft 2022 1e helft 2023 2e helft 2023 1e helft 2024 2e helft 2024
Taakstelling periode 13 15 31 25 23 31 49 40 43 39
Totale taakstelling 13 15 38 36 25 35 45 51 47 58
Gerealiseerd in periode 13 8 27 34 21 39 34 47 28 lopend
Saldo einde termijn 0 -7 -11 -2 -4 +4 -11 -4 -19 ntb
Als Geldrop-Mierlo de gekoppelde statushouders in een tussenvoorziening gaat plaatsen, dan is daar structurele capaciteit voor nodig. De mensen die in den lande in een tussenvoorziening verblijven, blijven daar nu gemiddeld een jaar. Er is continu instroom in en uitstroom uit de tussenvoorzieningen. De verwachting is dat de verblijfstermijn zal oplopen naar gemiddeld twee jaar. Dat komt doordat de beschikbare reguliere huisvesting terugloopt. Ook loopt de wachttijd voor gezinshereniging snel op, nu tot twee jaar. Daardoor moeten er veel (tijdelijk) alleenstaanden worden gehuisvest. Er zijn weinig woningen voor eenpersoonshuishoudens. Een oplossing voor dit probleem zou kunnen zijn dat woningen kamergewijs worden verhuurd aan mensen die wachten op gezinshereniging. Zodra de familie er is, kan de statushouder dan met het gezin verhuizen naar een grotere woning. Woningcorporaties zijn echter, om begrijpelijke redenen, terughoudend in het kamergewijs verhuren van woningen. In Geldrop- Mierlo organiseren we momenteel geen tussenvoorziening. Statushouders die niet direct regulier kunnen worden gehuisvest én ook niet in een tussentijdse voorziening in Geldrop-Mierlo kunnen verblijven, blijven noodzakelijkerwijs in een AZC.
Huidig aantal statushouders in een tussenvoorziening : geen Huidige taakstelling voor definitieve huisvesting : 58 mensen in 2024 (voor in ieder geval 15 mensen komt tussen juli en september 2024 een woning beschikbaar) Het koppelen van statushouders aan een gemeente vindt plaats op het moment dat zij een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Per 1 juli 2024 zijn er twaalf statushouders die aan Geldrop-Mierlo zijn gekoppeld en die in een AZC wachten op definitieve huisvesting of op plaatsing in een tussenvoorziening. Twee personen wachten hier al langer dan een jaar op. De overige statushouders wachten tot een half jaar.
5
4. Contouren voor het beleidskader De insteek is dat het beleidskader compact en duidelijk is en een eenduidig beeld geeft van hoe de gemeente Geldrop-Mierlo omgaat met de opvang van vluchtelingen. Het beleidskader moet de intenties van de gemeenteraad weerspiegelen, voor medewerkers een leidraad zijn bij het uitvoeren van hun werkzaamheden en in te zien zijn door inwoners, ondernemers en verdere betrokkenen en belanghebbenden. Hiermee zorgen we voor handvatten voor het inbedden van opvang in bestuurlijke en organisatorische processen en voor transparantie van bestuur. Het beleidskader bestaat uit paragrafen met daarin de keuzes die binnen Geldrop-Mierlo worden gemaakt. Op dit moment zijn het contouren: de keuzes in dit document zijn in potlood opgetekend. Bij diverse keuzes zijn in gekleurde kaders en in cursieve tekst toelichtingen gegeven en eventuele verschillende mogelijkheden geschetst. Dit beleidskader is toegespitst op vier vormen van opvang: de noodopvang van Oekraïense vluchtelingen, de opvang van asielzoekers, de opvang van alleenreizende minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) en de tussenvoorzieningen voor statushouders. Er zijn raakvlakken met de huisvesting van arbeidsmigranten en met het definitief huisvesten van statushouders. Dit zijn echter geen vormen van opvang en deze onderwerpen vallen daarom niet binnen dit beleidskader.
Uitgangspunten organiseren opvang Het college voert het beleidskader uit en is bevoegd om keuzes te maken die binnen het beleidskader vallen. Indien wordt ingeschat dat keuzes veel maatschappelijke, financiële of organisatorische impact hebben, wordt de raad in kennis gesteld dan wel geraadpleegd. Er dient rekening te worden gehouden met de inwoners in de wijken en het draagvlak en de draagkracht die er zijn. De omgeving van de locaties wordt betrokken bij de realisatie van de locatie, het bepalen van voorwaarden voor de locatie en het bepalen van aandachtspunten voor de bezetting van de locatie (zie ook omgevingsmanagement). Aan het COA wordt de voorwaarde gesteld dat alleen asielzoekers en AMV’ers worden opgevangen waarvan de asielaanvraag nog in behandeling is. Er worden geen afgewezen asielzoekers en AMV’ers opgevangen. Er is ruimte om te experimenteren met woonvormen, zodat de opvang ondanks uitdagingen op een humane, efficiënte en omgevingsgerichte manier te realiseren is. Er wordt in beginsel sec uitvoering gegeven aan de opgaven die aan Geldrop-Mierlo worden opgedragen; er wordt niet aangeboden om extra opvang te realiseren, tenzij dit om organisatorische redenen opportuun is. Als het Rijk oproept om bij te dragen aan crisisnoodopvang – wat buiten de vier vormen valt in dit beleidskader – kan een op zichzelf staande afweging worden gemaakt.
Er wordt rekening gehouden met verschillen tussen doelgroepen (o.a. vanwege de verschillende landelijke vereisten en ondersteuningsregels), parallel aan het waar mogelijk verbinden van het aanbod voor de verschillende doelgroepen. Waar mogelijk vindt er clustering plaats ten behoeve van het inrichten van robuuste opvanglocaties op een beperkt aantal plekken in de gemeente; randvoorwaardelijk is dat groepen met verschillende regimes enigszins gescheiden worden opgevangen. De gemeente kan variëren in de bezetting van de opvanglocaties, mits de omgeving goed wordt geïnformeerd als er wijzigingen optreden qua doelgroepen. 6
De spreiding van opvangplekken vindt zoveel als mogelijk evenwichtig plaats over de kern Geldrop en de kern Mierlo op basis van het aantal inwoners; de verhouding is globaal resp. 75% en 25%. De minimale onderlinge afstand tussen opvanglocaties > 20 p. is 500 m Bij de locatiekeuzes voor opvangplekken worden de volgende aspecten meegewogen: • Samenhang met ruimtelijke vraagstukken rondom wonen, groen, duurzaamheid, bedrijventerreinen, mobiliteit, etc. (o.a. op basis van visie en strategie); • Samenhang met opgaven inzake arbeidsmigranten; • Welke mogelijkheden er zijn voor gebruik OV.
Noodopvang Oekraïense vluchtelingen Noodopvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen worden bij voorkeur structureel ingericht voor een periode van twee jaar (gerekend vanaf 1 januari 2025). Na de periode van twee jaar wordt – indien nodig – de termijn voor de instandhouding van de structurele opvangplekken waar mogelijk verlengd, dan wel wordt er gekozen voor het inrichten van noodopvangplekken op een andere locatie; de raad wordt hiervoor geraadpleegd. Het aantal gewenste structurele opvangplekken wordt tweejaarlijks door het college vastgesteld aan de hand van de dan bekende opgave en de verwachtingen die er zijn op basis van analyse. De huidige opvangplekken zijn zoals gezegd niet structureel van aard. Aangezien de Oekraïense vluchtelingen gedurende de looptijd van Richtlijn Tijdelijke Bescherming permanent in de noodopvang verblijven, is een structurele beschikbaarheid gewenst. Dit is wenselijk voor de opgevangen mensen, voor een effectief omgevingsmanagement en voor het efficiënt organiseren van de opvangplekken. Er zal moeten worden gekeken naar het realiseren van circa 330 structurele opvangplekken. Dit aantal is gebaseerd op de opgave per 1 januari 2025 en de verwachtingen die er zijn voor de periode daarna. De periode van twee jaar wordt voorgesteld, omdat rekening wordt gehouden met de eindigheid van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
Als binnen de termijn van twee jaar het aantal structureel georganiseerde opvangplekken voor Oekraïense vluchtelingen wordt overstegen door de opgedragen opgave, dan dient het college de aantallen opvangplekken uit te breiden conform de opgave; de raad dient hierover te worden geïnformeerd. De raad wordt geïnformeerd over wijzigingen in het aantal structurele opvangplekken en wordt geraadpleegd als het aantal structurele opvangplekken met meer dan 50 wijzigt. De omvang van opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen is minimaal 50 en maximaal 100 opvangplekken Er wordt gezocht naar balans tussen beheersbaarheid en kostenefficiëntie (grote locaties) en acceptatie en veiligheid (kleine locaties). Het organiseren van de opvang van Oekraïense vluchtelingen ligt geheel in handen van de gemeenten; het COA is hier niet bij betrokken. Hierdoor hoeven de vereisten van het COA niet te worden meegenomen in de overwegingen. De voorgestelde omvang impliceert dat er 4 tot 7 noodopvanglocaties zijn. Opvanglocaties voor Oekraïense vluchtelingen zijn bij voorkeur in of nabij woonwijken. Het is wenselijk dat zij in een omgeving worden opgevangen waarin zij maatschappelijk kunnen deelnemen. Hierin weegt mee dat Oekraïense vluchtelingen onder een ander regime vallen dan asielzoekers, aangezien zij mogen werken e.d.
7
Zodra er geen Oekraïense vluchtelingen meer in de noodopvang worden opgevangen (doordat zij alsnog als asielzoeker worden aangemerkt of doordat de oorlog in Oekraïne is beëindigd), wordt bezien of de opvangplekken moeten vervallen of anders worden ingezet; het college doet hiertoe een voorstel aan de raad.
Opvang asielzoekers Opvanglocaties voor asielzoekers worden bij voorkeur structureel ingericht voor een periode van minimaal tien jaar en maximaal vijftien jaar (gerekend vanaf 1 januari 2025). Er zal naar verwachting gedurende een langere periode opvang van asielzoekers in gemeenten noodzakelijk zijn. Met het oog op een effectief omgevingsmanagement en efficiënt organiseren, is het wenselijk om een opvanglocatie voor een lange periode in te richten. Het is voor de omgeving en mogelijk voor beoogde ontwikkelingen in de gemeente ook gewenst om een maximum te stellen aan de termijn. Het aantal plekken dat structureel wordt georganiseerd voor het opvangen van asielzoekers wordt elke twee jaar door het college herijkt aan de hand van de dan bekende opgave en de verwachtingen die er zijn op basis van analyse. De raad wordt geïnformeerd over wijzigingen in het aantal structureel georganiseerde opvangplekken en wordt geraadpleegd als het aantal opvangplekken met meer dan 50 wijzigt. Als binnen de termijn van twee jaar het aantal structureel georganiseerde opvangplekken voor asielzoekers wordt overstegen door de opgedragen opgave, dan dient het college de aantallen opvangplekken uit te breiden conform de opgave; de raad dient hierover te worden geïnformeerd, dan wel voor te worden geraadpleegd. De omvang van de eerste opvanglocatie voor asielzoekers is 300 opvangplekken.
De omvang van volgende opvanglocaties voor asielzoekers is 50 tot 100 opvangplekken, zijnde een satellietlocatie van de hoofdopvanglocatie. Er zijn op hoofdlijnen twee opties mogelijk: 1. Er wordt gekozen voor een omvang waarbij het COA alles regelt (ook bijvoorbeeld zorg en onderwijs). In dat geval dient de omvang van de opvanglocatie (of van het cluster van dichtbij elkaar gelegen opvanglocaties) minimaal 300 opvangplekken te zijn. 2. Er wordt gekozen voor een kleinere omvang. Gevolg is dat we als gemeente dan alles zelf moeten organiseren, inclusief zorg en onderwijs. Ook moet er dan vervoer georganiseerd worden voor de momenten dat asielzoekers op een hoofdlocatie moeten zijn. Het COA levert dan slechts beperkte ambulante begeleiding. Hoewel duidelijk is dat een opvanglocatie van 300 opvangplekken een grotere impact heeft voor de directe omgeving dan een kleinere opvanglocatie, is het voorstel toch om hiervoor te kiezen. De eerste overweging hiervoor is dat dit de minste belasting op oplevert voor de systemen voor zorg, onderwijs en dagbesteding. De tweede overweging is dat bij het zelf organiseren een grotere belasting bij de gemeente ligt dan in de situatie dat het COA de opvang organiseert. Ten derde is het voor de asielzoekers zelf prettig dat alle voorzieningen op de locatie voorhanden zijn.
Dit scheelt hen veel in reistijd, die zij wel hebben in een opvang < 300 plekken. Een aantal van 300 opvangplekken overstijgt de huidige opgave van 231 opvangplekken. De verwachting is echter dat de opgave door de tijd heen zal worden opgehoogd. Als de opgave boven 300 opvangplekken komt te liggen, dan kunnen volgende opvanglocaties een omvang van 50-100 opvangplekken hebben. Dit zijn dan satellietlocaties van de eerste locatie, waarbij gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen voor onderwijs, zorg en dagbesteding op de hoofdlocatie. Ook satellietlocaties worden dan door het COA georganiseerd. De opvanglocatie met 300 opvangplekken voor asielzoekers wordt in het buitengebied gesitueerd.
8
Opvanglocaties met 50-100 opvangplekken voor asielzoekers worden aan de randen van de kernen gesitueerd. Hoewel ook voor asielzoekers een plek dichtbij de samenleving de voorkeur is, is het onwenselijk en nagenoeg onmogelijk om een opvanglocatie met een dergelijke omvang in of nabij woonwijken te organiseren. Omdat voor hen bovendien een mindere urgentie is om in te burgeren, wordt voorgesteld om vast te leggen dat deze opvanglocatie(s) in buitengebied worden ingericht. Als structureel georganiseerde opvanglocaties langdurig niet (volledig) bezet zijn, kan worden overwogen om spoedzoekers te huisvesten; hier zullen duidelijke voorwaarden aan moeten worden verbonden qua leefomstandigheden, betaling van huur en beëindiging van het verblijf. De opvangplekken moeten op korte termijn beschikbaar kunnen worden gemaakt voor de oorspronkelijke doelgroep. Waar mogelijk wordt er gestuurd op het bezetten van opvangplekken door aan Geldrop-Mierlo gekoppelde statushouders die nog in een AZC verblijven doordat er in Geldrop-Mierlo nog geen reguliere huisvesting én er geen tussenvoorziening beschikbaar is. Deze groep statushouders wordt in principe opgevangen op een AZC-locatie van het COA. Nu de gemeenten door de Spreidingswet moeten bijdragen aan de opvang van asielzoekers, kan deze groep statushouders mogelijk in de gemeentelijke opvanglocatie voor asielzoekers worden opgevangen.
Hierdoor kunnen zij al starten met hun inburgeringstraject en kunnen zij gaan werken. Dat biedt ook kansen dat zij door hun inkomsten zelf woonruimte kunnen vinden. Het is dan wel belangrijk dat zij enigszins kunnen worden afgescheiden van asielzoekers vanwege het andere regime dat op hen van toepassing zal zijn. Het is nog niet duidelijk of met het COA een dergelijke afspraak kan worden gemaakt.
Opvang AMV’ers Opvanglocaties voor AMV’ers worden structureel ingericht voor bij voorkeur een periode van minimaal vijf jaar en maximaal tien jaar (gerekend vanaf 1 januari 2025). De huidige opvanglocatie in de Akert is beschikbaar voor drie jaar. Er zal op termijn dus gekeken moeten worden naar een vervangende opvanglocatie. Het aantal plekken dat structureel wordt georganiseerd voor het opvangen van AMV’ers wordt elke twee jaar herijkt door het college aan de hand van de dan bekende opgave en de verwachtingen die er zijn op basis van analyse. De raad wordt geïnformeerd over wijzigingen in het aantal structureel georganiseerde opvangplekken en wordt geraadpleegd als het aantal opvangplekken met meer dan 50 wijzigt. De omvang van een opvanglocatie voor AMV’locaties is minimaal 50 opvangplekken en maximaal 80 opvangplekken. Door deze omvang te hanteren, vallen opvanglocaties binnen de vereisten van het COA. Het COA organiseert de opvang. Het is de verwachting dat we met het inrichten van één locatie binnen gemeente gedurende een langere tijd voldoen aan de opgave, ook als deze toeneemt. Opvanglocaties voor AMV’ers worden bij voorkeur in een sociale omgeving gesitueerd. Dit is voor AMV’ers meer urgent dan voor de doelgroep asielzoekers. Ook is het vanwege de kleinschaligheid beter uit te voeren.
9
Tussenvoorziening statushouders Er is op één locatie een tussenvoorziening voor twintig statushouders die niet direct definitief kunnen worden geplaatst nadat zij aan Geldrop-Mierlo zijn gekoppeld Er zijn momenteel geen tussenvoorzieningen in Geldrop-Mierlo. Het is wel wenselijk om deze in te richten. Het is namelijk zowel voor de statushouders als de gemeente beter als zij zo snel als mogelijk het AZC verlaten, zodat zij het inburgeringstraject starten en kunnen gaan werken. Voor het COA is van belang dat zij deze plekken in een AZC weer kunnen gebruiken voor het opvangen van asielzoekers. Het is echter niet realistisch dat GeldropMierlo aan al deze mensen een tussenvoorziening kan aanbieden. Er is geen taakstelling voor de gemeente, dus Geldrop-Mierlo kan het gewenste aantal zelf bepalen. Er wordt voorgesteld om een aantal van twintig statushouders te hanteren, omdat wordt verwacht dat dit het maximale aantal is dat realiseerbaar is. De locatie wordt structureel ingericht voor bij voorkeur een periode van minimaal tien en maximaal vijftien jaar. Als structureel georganiseerde tussenvoorzieningen langdurig niet bezet zijn, kan worden overwogen om spoedzoekers te huisvesten. Hier zullen duidelijke voorwaarden aan moeten worden verbonden, zodat de tussenvoorzieningen op korte termijn beschikbaar kunnen worden gemaakt voor statushouders.
De hotel- en accommodatieregeling wordt in Geldrop-Mierlo niet toegepast. Er is een landelijke regeling van kracht, waardoor statushouders tussentijds kunnen worden gehuisvest in hotels of recreatiewoningen. Hier maken we bij voorkeur geen gebruik van, omdat op deze manier maximaal 6 maanden verblijf kan worden geboden en de wijze van verblijf niet prettig is. Ook ontstaat er na die 6 maanden alsnog een probleem als er geen uitsluitsel is over vervolghuisvesting. De toewijzing van tussenvoorzieningen is maatwerk: Gezinnen met minderjarige kinderen krijgen voorrang ; Een medische noodzaak of kwetsbaarheid kan reden zijn om voorrang te verlenen; Vervolgens vindt toewijzing in beginsel plaats op basis van de datum dat een statushouder een tijdelijke verblijfsvergunning kreeg Het beschikbare woningaanbod en de samenstelling van het huishouden kunnen aanleiding geven om plekken in een tussenvoorziening anders toe te wijzen De tussenvoorziening dient geschikt te zijn om er twee jaar in te verblijven De termijn waarbinnen een statushouder regulier kan worden gehuisvest loopt op. Hoewel de gemiddelde termijn nu nog op een jaar ligt, is de verwachting dat iemand over niet al te lange tijd gemiddeld twee jaar in een tussenvoorziening blijft. De lange verblijfsduur stelt eisen aan de tussenvoorziening.
De tussenvoorziening voor statushouders worden bij voorkeur gesitueerd in woonwijken. Dit heeft de voorkeur met het oog op het inburgeren van de statushouders. De tussenvoorzieningen worden bij voorkeur ingericht in een complex dat hiervoor geschikt wordt gemaakt op een locatie die geen woonbestemming heeft en waar deelname aan de samenleving goed mogelijk is. Het is wenselijk dat tussenvoorzieningen bij elkaar kunnen worden gerealiseerd op locaties die zich daar goed voor lenen. Het uitgaan van locaties zonder woonbestemming geeft meer mogelijkheden. Bovendien staat dit het realiseren van woningen niet in de weg. De termijn zegt iets over de eisen aan de opvangplek (qua humane omstandigheden)
10
Inwonerparticipatie Ten tijde van het overwegen van het vestigen van een opvanglocatie dient te worden verkend welke mogelijkheden en nadelen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zien qua locatie, omvang en bezetting. Het college dient bij de besluitvorming rekenschap te geven van de ontvangen inbreng en de raad te informeren over de afwegingen die zijn gemaakt. Voor het nemen van een besluit over de locatie, omvang en bezetting van een opvanglocatie vindt er participatie plaats op het niveau van ‘raadplegen’. De reactie van participanten wordt gebruikt om een beter besluit te kunnen nemen. De reacties zijn niet bindend, maar het college dient het afwijken van de verkregen reacties wel te motiveren. Ten tijde van het inrichten van een opvanglocatie dient samen met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties te worden gekeken naar de praktische invulling van zaken in de omgeving van de opvanglocatie. Het college dient de raad te informeren over het verloop van de participatie en over hoe de inbreng benut is. Voor het daadwerkelijk inrichten van een opvanglocatie vindt er participatie plaats op het niveau van ‘adviseren’. De participanten wordt gevraagd om mee te denken, waarbij zij problemen, belangen en oplossingen kunnen aandragen.
De gemeente bepaalt, maar de reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen en uitvoeren van de plannen. Er is kortom veel ruimte voor discussie en inbreng. Als adviezen niet worden overgenomen, is het belangrijk om dit te motiveren. Tijdens de participatie wordt gekeken naar een acceptabele impact op de omgeving en hoe gezamenlijk een tijdelijk thuis kan worden geboden aan de mensen die worden opgevangen.
Evaluatie Er vindt jaarlijks een evaluatie plaats met betrekking tot de georganiseerde opvang, waarin wordt gekeken naar: De noodzaak tot continueren van de opvanglocaties; Goede en verbeterpunten ten aanzien van omvang en bezetting; Goede en verbeterpunten ten aanzien van de exploitatie van de opvanglocaties; De kwaliteit en beleving van het omgevingsmanagement, participatie en communicatie; De veiligheid(sbeleving). De uitkomsten van de evaluaties worden gebruikt om de uitvoering te verbeteren, dan wel bij het maken van nieuwe keuzes.
Exploitatie en beheer Als de gemeente zelf verantwoordelijk is voor de inrichting en exploitatie van opvanglocaties, dan vindt dit plaats in eigen beheer. In situaties dat het organiseren bij ons ligt – dat is alleen het geval bij de noodopvang voor Oekraïners en de tussenvoorziening voor statushouders –, zijn er verschillende opties om de exploitatie en het beheer te organiseren. De voorkeur gaat vooralsnog uit naar eigen beheer. In de eerste plaats geeft dit maximale grip op de kwaliteit van opvang en op het omgevingsmanagement. In de tweede plaats kan hiervoor een tijdelijke beheerorganisatie worden ingericht, waardoor de staande gemeentelijke organisatie beperkter wordt belast. De kosten voor een dergelijke beheerorganisatie worden vergoed door het Rijk. Bij het organiseren van de opvang wordt per doelgroep invulling gegeven aan de levensdomeinen werk & inkomen, onderwijs & ontwikkeling, welzijn & gezondheid en meedoen.
11
Veiligheid Voorafgaand aan een locatiekeuze, inrichting van een locatie en keuzes qua bezetting wordt een veiligheidsanalyse gemaakt in samenwerking met relevante partners (bijv. veiligheidsregio en politie). Op basis van de veiligheidsanalyse worden waar nodig andere keuzes gemaakt ten aanzien van de locatie, omvang en bezetting. Ook worden op basis van de analyse (via een bestuursovereenkomst met de aanvrager) randvoorwaarden gesteld aan de mate van beveiliging en het instellen van huisregels. Per locatie dient er een actueel veiligheidsplan te zijn, afgestemd op de aanwezige bezetting in de opvanglocatie. Hierin worden o.a. de veiligheidsbeleving, verkeersveiligheid en bereikbaarheid voor de hulpdiensten belicht. De gemeente is verantwoordelijk voor (tijdelijk) extra toezicht in de omgeving. De burgemeester stelt de raad in kennis van de getroffen maatregelen op dit vlak.
Communicatie Er dient voortdurend een actuele communicatiestrategie te worden gehanteerd waarin de kernboodschap steeds centraal staat. Er dient regelmatig over de voortgang te worden gecommuniceerd, zowel intern, naar de raad en naar inwoners.
Organisatorische aspecten Het is niet de opzet om organisatorische aspecten mee te nemen in het beleidskader. Om toch een beeld te geven van enkele aandachtspunten, zijn deze hieronder belicht.
Samenwerking Met gemeenten In de provincie en regio Bestuurlijke afstemming De voorzitter van het portefeuillehoudersoverleg wonen (SGE) neemt mede namens Geldrop-Mierlo deel aan de bestuurlijke afstemming die voor 1 november dient plaats te vinden binnen de Provinciale Regie Tafel. De PRT dient een voorstel aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid voor te leggen voor het verdelen van aantallen asielzoekers over de gemeenten. De insteek die vooralsnog binnen het PRT lijkt te worden gekozen, is dat elke gemeente zelf zorgdraagt voor het realiseren van opvangplekken conform de indicatie. Hoewel wij mogelijk meer opvangplekken realiseren dan dat de indicatie aangeeft, willen wij – gezien de vooralsnog gekozen insteek - deze ruimte niet inbrengen in het overleg. We verwachten namelijk dat de opgave toeneemt en dat die ruimte benut kan worden voor de opgave die bij Geldrop-Mierlo wordt neergelegd. Ambtelijke samenwerking De ambtelijke organisatie / beheerorganisatie zal samenwerking zoeken met andere gemeenten binnen de regio om kennis en ervaring uit te wisselen en waar mogelijk samen zaken te ontwikkelen of af te stemmen met het COA of de provincie. Waar relevant kan ook contact worden gezocht met gemeenten buiten de regio die vergelijkbare vraagstukken hebben. Met netwerkpartners Bij het opvangen van de verschillende doelgroepen zijn veel organisaties betrokken.
Bij het inrichten en beheren van de opvanglocaties wordt daarom samengewerkt met de veiligheidsregio, politie, GGD, eerstelijnszorg, onderwijs, LEV-groep, etc.
Organisatie De belasting op de gemeentelijke organisatie is bij voorkeur zo minimaal mogelijk. Daarom wordt voor situaties dat de gemeente zelf de opvanglocaties dient te organiseren een tijdelijke beheerorganisatie voor ‘opvang’ 12
opgericht. De functies binnen deze beheerorganisatie worden tijdelijk ingevuld. Ondanks dit zal er sprake zijn van enige belasting op de organisatie vanwege de benodigde aansluiting tussen de reguliere taken en processen en de beheerorganisatie voor opvang. Er wordt betrokkenheid voorzien op taakvelden zoals veiligheid, CMD, wonen, verkeer, vrijwilligers, communicatie, etc.
Kostendekking De kosten voor het opvangen van vluchtelingen (incl. de kosten voor de beheerorganisatie) zijn voor rekening van het Rijk. In de Spreidingswet is bovendien opgenomen dat gemeenten een vrij besteedbare bonus krijgen uitgekeerd voor elke opvangplek die zij beschikbaar stellen bovenop hun opgave. Als wordt ingestemd met de voorgestelde beleidskeuzes kan Geldrop-Mierlo in de eerstkomende periode deze bonus tegemoet zien.
Bijlage 1. Toelichting op de Spreidingswet De Wet gemeentelijke taken mogelijk maken asielopvangvoorzieningen – ook wel de spreidingswet genoemd regelt dat het Rijk per provincie kan aangeven hoeveel opvangplekken voor asielzoekers gemeenten samen dienen te realiseren (met een indicatief aantal per gemeente). Daarnaast regelt de wet dat er vanuit het Rijk een financiële tegemoetkoming tegenover kan staan. Dit betekent dat gemeenten minder keuze hebben en dat niks doen geen optie is. Tenslotte regelt de spreidingswet dat de gemeente een grotere rol kan krijgen in het beheer en exploitatie van een opvangvoorziening. Werking Het Rijk raamt hoeveel opvangplekken de komende twee jaar nodig zijn. Dan wordt er een indicatieve verdeling gemaakt over de gemeenten op basis van inwoneraantal en de sociaaleconomische score van een gemeente (SES-WOA score). De scores van alle gemeenten in een provincie worden opgeteld, wat resulteert in de ‘provinciale opgave’. Vervolgens vindt er onder coördinatie van de commissaris van de Koning (CdK) bestuurlijke afstemming plaats aan de provinciale regietafel (PRT) hoe de gemeenten gezamenlijk die opgaven gaan aanpakken. De CdK dient voor 1 november 2024 verslag uit te brengen aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Wanneer gemeenten tot een sluitende verdeling komen, komt dit vast te liggen in een verdeelbesluit van de staatssecretaris.
Als er geen sluitende verdeling is, kan de staatssecretaris gemeenten aanwijzen om opvangplekken te realiseren. Opvangplekken die er nu zijn of die voor 1 juli 2025 beschikbaar komen, kunnen meetellen als onderdeel van de provinciale opgave. Vereisten De opvangplekken dienen uiterlijk 30 juni 2025 beschikbaar te zijn en tot in ieder geval 1 februari 2026 beschikbaar te blijven. Daarna start er een nieuwe cyclus van inschatten en verdelen. Het Rijk geeft daarom aan dat het belangrijk is dat gemeenten opvangplekken realiseren die langere tijd (duurzaam) beschikbaar zijn. Vergoeding en beloning De opvangkosten worden vergoed door het Rijk. Daarnaast biedt het Rijk beloningen aan voor het beschikbaar stellen van duurzame opvangplekken bovenop hun opgave. De bonus varieert van 1.000,- euro tot 4.000,- euro per opvangplek, afhankelijk van het soort opvangplek en hoe lang de plek beschikbaar wordt gesteld.
13
Bijlage 2. Toelichting op doelgroepen Oekraïense vluchtelingen Mensen die de oorlog in Oekraïne zijn ontvlucht en onder de voorwaarden vallen voor tijdelijke bescherming worden aangemerkt als ‘Oekraïense ontheemden’. Zij kunnen zowel door gemeenten als door particulieren worden opgevangen. Voor de duur van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) hebben zij o.a. in Nederland recht op opvang, medische zorg, onderwijs voor minderjarige kinderen en de mogelijkheid om te werken. De RTB duurt vooralsnog tot 4 maart 2025. Dit kan worden verlengd. De gemeentelijke opvang voor vluchtelingen uit Oekraïne wordt binnen Brabant-Zuidoost verzorgd door de afzonderlijke gemeenten. Via de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (LRT) vindt afstemming plaats over de omvang van de opvangopgave. Binnen de provincie vindt provinciale bestuurlijke afstemming plaats via de Provinciale Regietafel (PRT). Het PRT stemt dus af over zowel de asielopgave als de opgave voor noodopvang van Oekraïense vluchtelingen. Een ontheemde uit Oekraïne moet zich in de gemeente waar deze wordt opgevangen laten inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP). Als een Oekraïense vluchteling niet in de noodopvang wil verblijven, kan deze proberen om bij een particulier onderdak te vinden of om zelf woonruimte te vinden.
Bij verhuizing binnen Nederland is de vluchteling verplicht om zich in de nieuwe gemeente in te schrijven. Oekraïners hebben allen al een asielaanvraag ingediend, maar zij worden door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming vooralsnog niet aangemerkt als asielzoeker. Als er geen zicht is op een einde aan de oorlog in Oekraïne, moeten we er rekening mee houden dat de Richtlijn Tijdelijke Bescherming op termijn niet wordt verlengd. De Oekraïense vluchtelingen worden dan alsnog aangemerkt als asielzoeker, waardoor hun asielaanvraag in behandeling zal worden genomen. Gemeenten zullen in zo’n scenario Oekraïense vluchtelingen waarschijnlijk niet meer opvangen in noodopvang. Zij komen dan namelijk binnen hetzelfde regime te vallen als asielzoekers of AMV’ers en – bij het verkrijgen van een tijdelijke verblijfsvergunning – als statushouder.
Asielzoekers Een asielzoeker is iemand die asiel heeft aangevraagd. Hij of zij vraagt om bescherming als vluchteling en wacht op een beslissing van de overheid hierover. Een asielzoeker krijgt een verblijfsvergunning als: • Hij of zij gegronde redenen heeft om in het land van herkomst te vrezen voor vervolging vanwege ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging. Of omdat deze behoort tot een bepaalde sociale groep. • Hij of zij gegronde redenen heeft om te vrezen voor doodstraf of executie, marteling. Of een andere onmenselijke of vernederende behandeling in het land van herkomst. • Hij of zij gegronde redenen heeft om te vrezen dat hij of zij slachtoffer wordt van willekeurig geweld door een gewapend conflict in het land van herkomst. • De partner, vader, moeder of minderjarig kind kort geleden een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft gekregen. Zolang de asielprocedure loopt, hebben asielzoekers het recht om in het land te blijven. Asielzoekers worden opgevangen in asielszoekerscentra’s (AZC’s), waar zij eten, onderdak en een dagtoelage ontvangen. Ook hebben asielzoekers toegang tot juridische bijstand en bepaalde diensten. Doordat er in de AZC’s te weinig opvangplekken zijn om alle instromende asielzoekers op te vangen, wordt een beroep op de gemeenten gedaan.
De opvang van asielzoekers blijft wel een taak van de landelijke overheid; dat is waarom gemeenten de kosten voor het organiseren van opvang vergoed krijgen door het Rijk.
Statushouders Een statushouder is een asielzoeker die officieel als vluchteling is erkend. Deze krijgt een verblijfsstatus: een tijdelijke verblijfsvergunning voor vijf jaar. Dat betekent dat zij deel gaan uitmaken van de samenleving. De eerste vijf jaar kan de asielvergunning van een statushouder worden ingetrokken als de situatie in het land van 14
herkomst verbetert. Na vijf jaar en een succesvol inburgeringstraject krijgt de statushouder een permanente verblijfsvergunning en krijgen zij de mogelijkheid om te naturaliseren. Gemeenten dienen statushouders te huisvesten in passende woonruimte op basis van de taakstelling die door het Rijk wordt opgelegd. Gemeenten beslissen zelf wat voor soort woning ze aanbieden. Dat kan een zelfstandige huurwoning zijn, een flexwoning of een gedeelde woning met meer mensen. Een statushouder mag ook zelf naar woonruimte zoeken. Via de huisvestingsverordening kan een gemeente regelen dat statushouders recht hebben op voorrang bij een sociale huurwoning. Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, verbindt het COA deze binnen twee weken aan een gemeente waar deze de beste kans heeft om in te burgeren. Dit gebeurt op basis van bijv. de grootte van het gezin, land van herkomst, taal, opleiding, werkervaring, toekomstplannen, etc. Gemeenten hebben – conform de afspraak die de VNG heeft gemaakt met het ministerie - tien weken de tijd om woonruimte te vinden. De statushouder heeft vervolgens twee weken om de woonruimte in te richten, zodat deze het AZC in principe binnen twaalf weken kan verlaten. Er is een halfjaarlijkse taakstelling per gemeente.
Het aantal mensen dat in de afgelopen periode meer of minder is gehuisvest ten opzichte van de geldende taakstelling wordt hiervan afgehaald of hierbij opgeteld. Geldrop-Mierlo kan niet altijd tijdig woonruimte aanbieden aan de statushouders die zijn toegewezen aan de gemeente. In beginsel verblijft een statushouder die nog geen woonruimte kan krijgen binnen Geldrop-Mierlo binnen een AZC van het COA. Statushouders voor wie niet direct reguliere huisvesting beschikbaar is, worden zoveel als mogelijk in een tussentijdse voorziening in de beoogde gemeente ondergebracht. Het direct regulier huisvesten blijft de hoofopgave. Statushouders die niet direct regulier kunnen worden gehuisvest en ook niet in een tussentijdse voorziening in Geldrop-Mierlo kunnen verblijven, blijven in een opvanglocatie. Dat is echter een onwenselijke situatie voor zowel de statushouder als het COA.
AMV’ers Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV) zijn jongeren die alleen of samen met andere kinderen of ‘vreemde’ volwassenen (in de zin van ‘geen ouder of verzorger’) naar Nederland komen en hier asiel aanvragen. Hoewel dezelfde voorwaarden gelden om in aanmerking te komen voor asiel, zijn AMV’ers een aparte doelgroep. Zij krijgen bijvoorbeeld een voogd tot te ze 18 jaar zijn of weggaan uit Nederland, krijgen intensievere begeleiding en vallen onder de leerplicht. AMV’ers jonger dan 15 jaar worden opgevangen in een pleeggezin. Vanaf 15 jaar wordt een AMV’er opgevangen in een kleinschalige opvanglocatie. Elke jongere heeft een COA-mentor die ondersteunt dat hij of zij zich kan ontwikkelen. De jongeren leren een vast dagritme om structuur in hun leven te brengen. Ook leert de mentor de jongeren over Nederlandse gewoonten en gebruiken en begeleidt deze hen in het verder ontwikkelen van vaardigheden. De jongeren worden bovendien gestimuleerd om deel te nemen aan activiteiten op de opvanglocaties en in de omgeving. Waar nodig maken de AMV’ers gebruik van jeugdhulp.
15