Memo voorbereiding Raadsvoorstel delegatie, adviesrecht raad, verplichte participatie onder de Omgevingswet.docx
Tekst van het document
MEMO voorbereiding Raadsvoorstel delegatie, adviesrecht raad, verplichte participatie onder de Omgevingswet Doel van dit memo Dit memo geeft achtergronden bij de sheets, die dit memo op hoofdlijnen samenvatten. De Omgevingswet regelt een aantal zaken anders dan nu onder de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht het geval is. De implementatie van de Omgevingswet houdt ook een andere manier van samenwerking in tussen raad, college en inwoners. Dit maakt het noodzakelijk of zinvol dat vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet de raad en het college een aantal besluiten nemen. Dit memo is bedoeld als voorbereiding van die besluitvorming over drie onderwerpen waarover de raad kan of moet besluiten. Namelijk: a. Delegatie tot vaststelling van onderdelen van het omgevingsplan b. Het adviesrecht van de raad bij afwijkingen van het omgevingsplan c. Al of niet verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan Met de inbreng van de raad tijdens de beeldvormende voorbereiding zal vervolgens een raadsvoorstel over deze drie onderwerpen worden voorbereid.
Leeswijzer 1. Aanleiding: Omgevingswet en terminologie 2. De Omgevingswet: Rolverdeling raad-college: wat blijft en wat is nieuw 3. Vaststellen van het omgevingsplan en delegatie (in relatie met bijlage 1) a. Concrete keuzes 4. Afwijken omgevingsplan en adviesrecht raad (in relatie met bijlage 2 en 3) a. Concrete keuzes 5. Afwijken omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplan activiteit) en participatie (in relatie met bijlage 4) a. Concrete keuze 6. Alternatieven 7. Algemene gevolgen en risico’s 8. Evaluatie 9. Bijlagen: 1. Mogelijke delegatie 2. Huidige aanwijzing categorieën geen bedenkingen 3. Mogelijk adviesrecht raad 4. Voorbeelden van andere gemeentes: Horst aan de Maas, Asten, Purmerend, Betuwe, Nuenen
1. Aanleiding: Omgevingswet en terminologie Voorafgaand is het belangrijk om de gewijzigde terminologie van de omgevingswet te verduidelijken: Het bestemmingsplan wordt: het omgevingsplan De buitenplanse afwijking (projectbesluit, vrijstelling) wordt: de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. (hierna: BOPA). De veranderde manier van samenwerken uit de omgevingswet betreft deze instrumenten.
Pagina 1 van 18
2. De Omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van B&W In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad houdt gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. De raad is bevoegd om de omgevingsvisie vast te stellen; alsmede het omgevingsplan voor de gehele gemeente. Dat blijft met de komst van de Omgevingswet hetzelfde. Door middel van programma’s kan de gemeente aangeven op welke manier zij de doelen uit de omgevingsvisie wil behalen. Een programma kan themagericht (bv Wonen) of gebiedsgericht (bv Centrum) zijn. Het college van B&W is bevoegd om een programma vast te stellen (art. 3.4.OW). Het college moet bij het uitoefenen van die bevoegdheid rekening houden met de taken en bevoegdheden van de raad. (art. 2.2 OW) Voor het verlenen van een omgevingsvergunning blijft - ook in de nieuwe situatie- het college van B&W het bevoegd gezag. De wet kent het college van B&W – in afwijking van de bestaande situatiedaarbij wel de bevoegdheid toe om af te wijken van het Omgevingsplan.
Beweegruimte lokaal ligt achtereenvolgens op: - het vaststellen van het omgevingsplan en delegatie: o de raad wijst gevallen aan waar het college bevoegd is tot vaststelling (delegatie). - het afwijken van het omgevingsplan en de bevoegdheid van de raad om: o Te bepalen voor welke aanvragen het advies van de raad verplicht is (zg bindend adviesrecht raad); o categorieën van afwijkingen van het Omgevingsplan aan te wijzen waar participatie door de initiatiefnemer van ruimtelijk plan verplicht is; Vanwege de samenhang worden deze onderdelen samen in één voorbereidend memo meegenomen. Vervolgens zal met de inbreng van de raad later één raadsvoorstel volgen.
Pagina 2 van 18
3. Vaststellen van het omgevingsplan en delegatie Achtergrond en regeling De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. Hij kan deze bevoegdheid voor delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 2.8 Omgevingswet). Dit betekent dat het college deze taak mag uitvoeren in door de raad aangewezen gevallen. De raad blijft uiteraard de kaderstellende en controlerende taak behouden. Als het gaat om de Omgevingswet zijn er enkele zaken die om praktische redenen zijn te delegeren. Met praktisch wordt bedoeld dat er zaken sneller afgehandeld kunnen worden of dat voorkomen wordt dat zaken dubbel worden gedaan. Dit past ook bij één van de doelen van de Omgevingswet, namelijk een snellere dienstverlening. Het gaat hierbij slechts om aanpassingen van het omgevingsplan die geen betrekking hebben op de kaderstellende taken van de raad. Er zijn nog geen ervaringen met deze vorm van delegatie onder de omgevingswet. De hieronder genoemde situaties zijn ontleend aan wat op dit moment bekend is en op voorbeelden van andere gemeentes (bijlage 4 bevat enige voorbeelden)
a. Concrete keuzes a: het wijzigen van het omgevingsplan als gevolg van een verleende omgevingsvergunning. Toelichting: Onherroepelijke omgevingsvergunningen voor afwijkingen van het omgevingsplan moeten verwerkt worden in het omgevingsplan. Het betreft de verwerking van een besluit dat al eerder is genomen. Een nadere afweging door de raad is onnodig en zorgt enkel voor vertraging in de verwerking. b: wijzigingen noodzakelijk als gevolg van instructieregels van hogere overheden Toelichting: In de loop van de tijd wijzigt wet- of regelgeving. Een wijziging in wet-of regelgeving kan tot gevolg hebben dat bepaalde begrippen, verwijzingen, meetmethodes, normstellingen etc. in het omgevingsplan aangepast moeten worden. Dit betreffen technische aanpassingen waarvoor geen nadere afweging van de raad nodig is. c: wijzigingen die het gevolg zijn van door de raad vastgesteld beleid Toelichting: Door de raad vastgesteld beleid moet vertaald worden in het omgevingsplan. Hier geldt ook de redenering dat het gaat om een verwerking van een besluit dat al genomen is en dat we willen voorkomen dat er dubbele besluitvorming plaatsvindt. Hierbij moet er wel rekening mee worden gehouden dat het detailniveau van beleid kan verschillen. Er is beleid met brede strategische kaders en er is beleid met een concrete uitwerking wat wel en niet toegestaan wordt.
Regels in het omgevingsplan zijn doorgaans heel concreet en het kan dus zijn dat er veel ruimte is tussen een breed strategisch kader en de vertaling naar concrete regels. Het is daarom belangrijk om bij de vaststelling van beleid vervolgafspraken te maken over de verdere invulling van het beleid. Komt het college nog een keer terug bij de raad met een verdere invulling van de kaders of wordt het beleid direct vertaald naar het omgevingsplan? d: wijziging in definities, wijze van meten, e: corrigeren van kennelijke omissies, verschrijvingen en verkeerde verwijzingen Toelichting: De ervaring leert dat er in bestemmingsplannen (en dus ook in het te ontwikkelen omgevingsplan) altijd wat schrijffouten, verkeerde verwijzingen etc. staan. Het is volledig in de lijn met de uitgangspunten van de Omgevingswet om het herstellen van dergelijke foutjes aan het college te laten. Net als bij de punten a en b betreft het technische aanpassingen waarvoor geen nadere afweging van de raad nodig is.
Pagina 3 van 18
f: gevallen waarvoor in het tijdelijk deel van het omgevingsplan een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsbevoegdheid is opgenomen, zoals bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening. Toelichting: In veel bestemmingsplannen heeft de raad het college de bevoegdheid gegeven om het bestemmingsplan te wijzigen of de plicht om het uit te werken. De instrumenten van de wijzigingsbevoegdheid en uitwerkingsplicht vervallen echter onder de Omgevingswet. Op grond van de zogenaamde bruidsschat vormen de wijzigings- en uitwerkingsregels uit bestaande bestemmingsplannen een beoordelingskader voor binnenplanse omgevingsplanactiviteitvergunning voor bouwwerken (artikel 22.32 van de bruidschat). De omgevingsplanactiviteitvergunning voor het verrichten van de bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk kan daarmee worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Belangrijk is te beseffen dat bovenstaande alleen geldt voor activiteiten die het bouwen betreffen. De binnenplanse beoordelingsregel van artikel 22.32 van de bruidsschat voorziet niet in een tijdelijk beoordelingskader voor de toepassing van de wijzigings- en uitwerkingsregels voor andere activiteiten die niet (ook) gepaard gaan met bouwactiviteiten.
Als de wijzigingsbevoegdheid bijvoorbeeld voorziet in (slechts) een functiewijziging van ‘bedrijf’ naar ‘wonen’, zonder dat daarmee een bouwactiviteit gepaard gaat, dan kan niet met toepassing van artikel 22.32 van de bruidsschat een vergunning verleend worden. Door de bevoegdheid te delegeren aan het college om delen van het omgevingsplan vast te stellen met inachtneming van de bestaande wijzigings- en uitwerkingsregels, kan aan initiatieven die voldoen aan deze wijzigings- en uitwerkingsregels worden meegewerkt overeenkomstig de bedoeling van de raad bij de vaststelling van de betreffende bestemmingsplannen. g: het nemen van een voorbereidingsbesluit; Toelichting: Een voorbereidingsbesluit is een verklaring dat een wijziging van het omgevingsplan wordt voorbereid, waarmee een aanhoudingsplicht geldt voor bouw- en aanlegactiviteiten. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het besluit wordt genomen de bestaande situatie als het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor aanpassing van het omgevingsplan bewust een vergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen aanpassing. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt niet vaak voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden.
In de bestaande wetgeving is de raad hiertoe bevoegd. Artikel 4.14, vijfde lid, Omgevingswet maakt het mogelijk om deze bevoegdheid t delegeren aan het college. Acht de raad het zinvol om die bevoegdheid te delegeren aan het college? Colleges – in het algemeenkunnen immers hierin sneller acteren dan de raad. (Uiteraard dien het college de raad te informeren wanneer zij gebruik maakt van het voorbereidingsbesluit.) (tenslotte: bestaande delegatie: art 6 Delegatiebesluit: de raad heeft de bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan cq het besluit om dit niet vast te stellen gedelegeerd aan het college.)
Pagina 4 van 18
4. Het afwijken van het omgevingsplan: adviesrecht van de raad Kern: De Omgevingswet kent het college (nu nog: de raad) de bevoegdheid toe om af te wijken van het omgevingsplan. Alleen bij aanvragen die voorkomen op de lijst waarvoor de raad zich het bindend adviesrecht heeft voorbehouden, is het afwijken gebonden aan het advies van de raad. Adviesrecht gemeenteraad bij afwijken van omgevingsplan De huidige situatie: ‘verklaring van geen bedenkingen (Vvgb)’ Bouwplannen passen niet altijd in het bestemmingsplan. Soms is het ook niet mogelijk om via een binnenplanse afwijking of de zogenaamde kruimelgevallenregeling medewerking te verlenen. Onder de huidige wetgeving kan het college van B&W dan uitsluitend een omgevingsvergunning verlenen met instemming van de gemeenteraad. Om het werkbaar te houden wijst de raad categorieën van gevallen, waarvoor een verklaring van geen bedenkingen dan niet nodig is. Voor alle overige gevallen is instemming van de raad dus wel nodig. De huidige aanwijzing van gevallen waarin een Vvgb niet nodig is, omvat de situaties zoals vermeld in bijlage 2. ( hierin zijn de toevoegingen door de raad (op 2 november 2020) mbt de aanleg van zonneparken meegenomen.
Aanvankelijk slechts die met voorkeursgebied 1; op 2 november 2020 staande de vergadering ook nog een amendement uitgebreid met voorkeursgebied 2.) Omgevingswet: Het adviesrecht vervangt de VVGB Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan is het college bevoegd om af te wijken van het omgevingsplan, in beginsel zelfs met de reguliere procedure (8 weken). De gemeenteraad is echter bevoegd om gevallen aan te wijzen waarin een bindend advies van de raad nodig is om te kunnen afwijken van het omgevingsplan (artikel 16.15 a lid b onder 1 Omgevingswet). Voor niet-aangewezen gevallen geldt geen adviesrecht; het college is daar tot afwijken bevoegd. De status van het advies van raad Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college van B&W mag daar niet van afwijken. Raadsbesluit nodig over adviesrecht Het is dan ook nodig dat de gemeenteraad vooraf bepaalt waar hij wel en geen rol voor zich ziet. Indien de raad gebruik wil maken van het adviesrecht zullen goede afspraken gemaakt moeten worden over de procesgang (agendering en raadscyclus), zodat de beslistermijn niet in het gedrang komt.
De gemeenteraad moet - vóórdat de Omgevingswet in 2023 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin hij zich een bindend advies wil voorbehouden. Het huidige raadsbesluit ‘Aanwijzing categorieën artikel 6.5 lid 3 Besluit omgevingsrecht’ (bijlage 2) vervalt namelijk automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft B&W niet naar de gemeenteraad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.
a. Concrete keuzes Het kan een logische keuze zijn om de bestaande lijst ( bijlage 2) van gevallen waarin voor afwijken van het omgevingsplan geen Vvgb nodig is positief te spiegelen naar een lijst van gevallen waarin het Adviesrecht van de raad nodig is. Dit resulteert dan in de lijst zoals vervat in bijlage 3. De lijst is geactualiseerd met een verwijzing naar de CIG en de visie Zon en Wind (inclusief amendement).
Pagina 5 van 18
Toelichting De bestaande lijst heeft niet tot problemen geleid. Gezien de ontwikkelingen in het centrum is het ook te rechtvaardigen dat de bestaande lijst voor de nabije toekomst het uitgangspunt blijft. Voor projecten die verband houden met de CIG en overeenkomstig de visies zijn, die door de raad zijn vastgesteld, is het adviesrecht ook niet meer noodzakelijk. Eenvoudigere en snellere procedures Voor de context van dit besluit is het relevant dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. De kruimelgevallenregeling is niet meer mogelijk en ook niet meer nodig. Het college kan immers in beginsel iedere afwijking van het omgevingsplan via een omgevingsvergunning toestaan. Daar komt bij dat op alle aanvragen voor een omgevingsvergunning – dus ook bij grote afwijkingen van het omgevingsplan- de reguliere procedure van toepassing is (in principe 8 weken, optioneel 6 weken verlening). Hoewel er enkele gevallen zijn waarbij de termijn kan worden verlengd (onder meer op verzoek van aanvrager of als bevoegd gezag dat beslist) is de planning van de raadscyclus – en daarmee het agenderen in de gemeenteraad – daarbij echter geen reden om de procedure te verlengen. Voor voorbeelden van hoe andere gemeentes dit adviesrecht hebben vorm gegeven verwijs ik naar bijlage 4.
Namelijk van: Horst aan de Maas, Asten, Purmerend, Betuwe, Nuenen.
5. Afwijken van omgevingsplan en Participatie Participatie in de Omgevingswet De Omgevingswet schrijft voor dat (een wijziging van) de omgevingsvisie en het omgevingsplan worden voorbereid met de uitgebreide procedure. Participatie is niet verplicht, maar kan wel onderdeel vormen van de motiveringsplicht. Die motiveringsplicht geldt met name voor de gemeente. De gemeente kan zichzelf binden aan beleidsregels over participatie. Bij een omgevingsvergunning is participatie niet verplicht. De aanvrager hoeft alleen aan te geven óf hij aan participatie heeft gedaan en wat hij met eventuele reacties heeft gedaan. Hij mag ook volstaan met de opmerking dat hij niet aan participatie heeft gedaan. Dit op zich kan niet resulteren in een buitenbehandelingstelling of een weigering. Mogelijke Invloed van de gemeente De verantwoordelijkheid voor participatie van belanghebbenden wordt dus in zijn geheel bij de initiatiefnemer gelegd. Niettemin kan de gemeente daarop wel invloed uitoefenen. Op twee manieren kan de gemeente aan de voorkant invloed aanwenden om een initiatiefnemer tot participatie te bewegen; namelijk: - Vaststellen lijst van buitenplanse omgevingsplan activiteiten (BOPA) waar participatie verplicht is (geldig na 1 januari 2023); - In het kader van dienstverlening initiatiefnemers stimuleren tot participatie.
Opgehaalde Inbreng raad Tijdens de raadspresentatie van 5 juli 2021 is de volgende tendens opgehaald: - Tendens naar verplichte participatie bij alle afwijkingen van het omgevingsplan; - Maatwerk naar de grootte en het effect van de afwijking van het omgevingsplan. Wat doet gemeente Geldrop-Mierlo? Leidraad participatie bij initiatieven Pagina 6 van 18
Uit het oogpunt van dienstverlening heeft het college een Leidraad participatie bij initiatieven (B&W besluit d.d. 21 juni 2022) vastgesteld. Daarbij is meegenomen dat de mate van participatie in verhouding moet staan tot het effect dat het initiatief op de omgeving kan hebben. Over het algemeen geldt hoe groter en veelomvattender het initiatief, hoe belangrijker participatie is. Daarnaast spelen ook factoren als politieke gevoeligheid en de te verwachten overlast een rol. Voor het proces van de participatie benadrukt de gemeente in de Leidraad dat het belangrijk is dat bij de participatie een goede afspiegeling van de omgeving is betrokken (representativiteit). En ook of de meest belanghebbenden de grootste invloed in het proces hebben gekregen (proportionaliteit).
a. Concrete keuze mbt verplichte participatie De volgende opties zijn mogelijk bij BOPA’s: - nooit verplichte participatie; - Altijd verplichte participatie - Aanwijzing van gevallen waar participatie verplicht is. Het is echter lastig om categorieën aan te geven waar participatie verplicht zou moeten zijn, omdat een kleine ruimtelijke afwijking toch een grote impact kan hebben. Voorstel voor de Lijst verplichte participatie Deelt de raad het uitgangspunt dat bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) participatie altijd verplicht is, mede gelet op het feit dat er bij zo’n initiatief immers nog nooit participatie heeft plaatsgevonden? Bij alles wat in het omgevingsplan is opgenomen is al eerder aan participatie gedaan. Bij alle buitenplanse opa’s dus nog niet. De raad tendeerde tijdens de presentatie ook naar een verplichte participatie bij alle afwijkingen van het Omgevingsplan. In combinatie met de Leidraad kan het maatwerk worden bepaald: afhankelijk van de grootte en het effect van de afwijking van het omgevingsplan betekent dit dat in zeer kleine gevallen een zeer lichte vorm van participatie geïndiceerd is. Kortom participatie is altijd verplicht, maar de mate waarin een initiatiefnemer zijn omgeving betrekt is afhankelijk van de (impact van) van zijn plan.
Bij omgevingsvergunningen die niet afwijken van het omgevingsplan kan participatie niet verplicht worden gesteld. Voorbeelden van hoe andere gemeentes hiermee om gaan bevinden zich onder bijlage 4.
6. Alternatieven Delegatiebesluit: De raad kan ervoor kiezen om de bevoegdheid tot het vaststellen van het omgevingsplan in minder of juist meer gevallen aan het college te delegeren. Bij het inperken van het delegatiebesluit dient uw raad rekening te houden met een hogere werkdruk. Adviesrecht gemeenteraad: De lijst met gevallen is gebaseerd op de huidige rolverdeling tussen uw raad en het college van burgemeester en wethouders. De raad kan ervoor kiezen de lijst uit te breiden, omdat er in uw ogen belangrijke onderwerpen missen. Anderzijds is het mogelijk om de lijst in te perken, waardoor het college meer aanvragen zelfstandig kan afhandelen. Verplichte participatie: Het voorstel is om participatie altijd verplicht te stellen in het geval van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiermee onderstrepen we het belang van de omgevingsdialoog. Alternatief voor het nemen van een algemeen besluit is het aanwijzen van specifieke gevallen. De vraag die we dan met elkaar moeten beantwoorden is waar de grens ligt. Pagina 7 van 18
7. Gevolgen en risico’s Delegatiebesluit: De delegatie is een nieuw instrument. De raad geeft hiermee iets uit handen. Belangrijk daarbij is dat de raad de mogelijkheid van sturing aan de voorzijde en controle achteraf benut. De balans tussen de uitoefening van de bevoegdheden tussen raad en college kan met opgedane ervaringen steeds opnieuw gezocht worden in het licht van de doelen van de omgevingswet. Naar verwachting zal de komende jaren uit jurisprudentie duidelijk worden hoe de maatstaf “voldoende concreet en objectief” verder nog ingevuld kan worden. Adviesrecht gemeenteraad: Het bindend adviesrecht is een nieuw instrument, al is de praktische invulling vaak nog gerelateerd aan de bestaande praktijk. De lijst met gevallen waarin uw raad advies mag uitbrengen is limitatief. De praktijk en evaluatie moeten uitwijzen of er onderwerpen ontbreken op de lijst of dat er juist onderwerpen op de lijst staan waarvan de raad van mening is dat het college die zelfstandig moet kunnen afhandelen. Hierbij is het belangrijk een balans tussen de rol van de raad enerzijds en de verbeterdoelen van de Omgevingswet (versnellen en vereenvoudigen van procedures) anderzijds voor ogen te houden. Zie onder paragraaf 8 Evaluatie Verplichte participatie: Het voorstel is om participatie te verplichten voor alle aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
De vraag is of het juridisch gezien mogelijk is om dit in zijn algemeenheid te besluiten. In lid 7 van artikel 16.55 Ow is namelijk opgenomen “gevallen van activiteiten”. Wij gaan ervan uit dat hieronder ook alle BOPA’s vallen. Helemaal zeker is dit nog niet. Het risico bestaat dat we in de toekomst alsnog concrete gevallen moeten aanwijzen. Vooralsnog zijn er meer gemeentes die hetzelfde besluit nemen en afwachten wat er in de toekomst door jurisprudentie of digitale structuur noodzakelijk zal blijken.
8. Evaluatie: De raad heeft de mogelijkheid om aan de voorzijde kaders voor de uitvoering meegeven aan het college. Ook kan zij achteraf de uitvoering controleren. In ieder geval zal worden voorgesteld om de werking van voorliggende keuzes 1,5 jaar tot 2 jaar na inwerkingtreding te evalueren. Verwachting is dat we op dat moment voldoende kennis en ervaring met de nieuwe instrumenten hebben opgedaan. Indien nodig is het natuurlijk altijd mogelijk om eerder bij te sturen.
Pagina 8 van 18
Bijlage 1 DELEGATIE – mogelijkheden en keuzes het delegeren van de bevoegdheid om het omgevingsplan op onderdelen te wijzigen aan het college van burgemeester en wethouders in de volgende gevallen: a. Het wijzigen van het omgevingsplan als gevolg van een onherroepelijke verleende omgevingsvergunning; b. Wijzigingen die noodzakelijk zijn als gevolg van instructieregels van hogere overheden; c. Wijzigingen die het gevolg zijn van door raad vastgesteld beleid; d. Wijzigingen in definities of de wijze van meten; e. corrigeren kennelijke omissies, verschrijvingen en verkeerde verwijzingen; f. gevallen waarvoor in het tijdelijk deel van het omgevingsplan een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsbevoegdheid is opgenomen, zoals bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening; g. het nemen van een voorbereidingsbesluit.
Pagina 9 van 18
Bijlage 2 (GM). Verklaring van geen bedenkingen (bestaande huidige regeling) Huidige wetgeving: aanwijzing van categorieën van gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenking niet is vereist. Het college van B&W kan zonder toestemming van de gemeenteraad van het bestemmingsplan afwijken: Als categorieën van gevallen als bedoeld in artikel 6.5, lid 3, van het Besluit omgevingsrecht worden aangewezen: 1. Voor stedelijk gebied (binnen de bebouwde kom): a. project van 25 woningen of minder met bijbehorende bouwwerken; b. project van voorziening (maatschappelijk, cultuur, ontspanning, sport, recreatie en dergelijke ) of bedrijvigheid (bedrijf, detailhandel, horeca, kantoor en dergelijke ) met terreinomvang van 5 ha of minder; c. project op het gebied van infrastructuur en de openbare ruimte; 2. Voor niet-stedelijk gebied (buiten de bebouwde kom): a. project van 10 woningen of minder met bijbehorende bouwwerken; b. project van agrarisch of ander bedrijf van 2 ha of minder; c. project van voorziening (maatschappelijk, cultuur, ontspanning, sport, recreatie en dergelijke) of bedrijvigheid (bedrijf, detailhandel, horeca, kantoor en dergelijke) met terreinomvang van 2 ha of minder; d. project op het gebied van natuurontwikkeling, infrastructuur en de openbare ruimte. e.
project van aanleg van zonneparken in zoekgebied voorkeur - 1 uit paragraaf 3.3.3 en bijlage 3 van de gemeentelijke beleidsvisie Zon en wind; f. project van aanleg van zonneparken in zoekgebied voorkeur -2 uit paragraaf 3.3.3. en bijlage 3 van de gemeentelijke beleidsvisie Zon en Wind Met ‘terreinomvang’ zoals genoemd onder 1 b en 2 c wordt de omvang van de projectlocatie bedoeld. Deze omvang staat los van perceels- of inrichtingsgrenzen.
Pagina 10 van 18
Bijlage 3 Adviesrecht raad (voorstel omgevingswet): Een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient in de volgende gevallen ter advisering aan de gemeenteraad te worden voorgelegd: 1. Voor stedelijk gebied (binnen de bebouwde kom): a. project van meer dan 25 woningen met bijbehorende bouwwerken; tenzij het project in overeenstemming is met de CIG- vastgesteld op…. b. project van voorziening (maatschappelijk, cultuur, ontspanning, sport, recreatie en dergelijke ) of bedrijvigheid (bedrijf, detailhandel, horeca, kantoor en dergelijke ) met terreinomvang van meer dan 5 ha; 2. Voor niet-stedelijk gebied (buiten de bebouwde kom): a. project van meer dan 10 woningen met bijbehorende bouwwerken; b. project van agrarisch of ander bedrijf van meer dan 2 ha; c. project van voorziening (maatschappelijk, cultuur, ontspanning, sport, recreatie en dergelijke) of bedrijvigheid (bedrijf, detailhandel, horeca, kantoor en dergelijke) met terreinomvang van meer dan 2 ha; a. project dat voorziet in de aanleg van zonneparken, met uitzondering van zonneparken in zoekgebied voorkeur – 1 en 2 uit paragraaf 3.3.3. en bijlage 3 van de gemeentelijke beleidsvisie ‘Zon en wind’ Met ‘terreinomvang’ zoals genoemd onder 1 b en 2 c wordt de omvang van de projectlocatie bedoeld. Deze omvang staat los van perceels- of inrichtingsgrenzen.
Het verzwaard adviesrecht voor de aangewezen gevallen geldt alleen voor gevallen die niet in strijd zijn met instructie(regel)s.
Pagina 11 van 18
Bijlage 4: Lijst van buitenplanse activiteiten waar participatie verplicht is: Alle buitenplanse activiteiten.
Pagina 12 van 18
Bijlage 5 Voorbeelden andere gemeentes over delegatie, adviesrecht raad en categorie verplichte participatie Delegatie voorbeelden:
Voorbeelden Delegatie, voorbeeld Nuenen: Het gaat hierbij om aanpassingen van het omgevingsplan die geen betrekking hebben op de kaderstellende taken van de raad, te weten: 1. het vertalen van verleende omgevingsvergunningen in afwijking van het omgevingsplan in het omgevingsplan; 2. wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving; 3. corrigeren kennelijke omissies, verschrijvingen en verkeerde verwijzingen; 4. het vertalen van vastgesteld beleid in het omgevingsplan; 5. het nemen van een voorbereidingsbesluit; 6. initiatieven die voldoen aan wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheden uit de geldende bestemmingsplannen. Daarnaast kunnen ook aanpassingen gedelegeerd worden ten behoeve van initiatieven met een relatief beperkte impact. Voorgesteld wordt om hierbij aan te sluiten bij de bestaande door de raad vastgestelde lijst met categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is. Het gaat dan om de volgende initiatieven: 7. de bouw van maximaal 5 woningen in het bestaand stedelijk gebied; 8. de bouw van maximaal 5 ruimte-voor-ruimte woningen buiten het bestaand stedelijk gebied; 9. het toestaan van een plattelandswoning; 10. de plaatsing van tijdelijke woonunits, voor een termijn van niet langer dan 20 jaar; 11. de bouw van een meergeneratiewoning; 12. het behoud van of de ontwikkeling van natuur; 13.
activiteiten voor de omschakeling naar nieuwvestiging van, uitbreiding en/of wijziging van een grondgebonden landbouwbedrijf; 14. de aanpassing van bestaande weg-, water-, parkeer- en groenvoorzieningen; 15. het oprichten van bouwwerken geen gebouw(en) zijnde.
Delegatie voorbeeld Horst aan de Maas De wijziging van (delen van) het omgevingsplan te delegeren aan het college voor zover het gaat om: 16. Het wijzigen van het omgevingsplan als gevolg van een al verleende vergunning; 17. Gebruikmaking van een in het omgevingsplan van rechtswege opgenomen uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheid; 18. Wijzigingen die het gevolg zijn van instructieregels van hogere overheden; 19. Wijzigingen die het gevolg zijn van door raad vastgesteld beleid; 20. Wijzigingen in definities of de wijze van meten; 21. Het besluit tot het toewijzen, wijzigen of schrappen van de functie-aanduiding gemeentelijk monument, alsmede het nemen van een voorbereidingsbesluit daartoe; 22. Wijzigingen waarvoor op grond van de onder beslispunt 1 genoemde lijst geen adviesplicht geldt.
Pagina 13 van 18
Voorbeelden adviesrecht raad en verplichte participatie
Horst a/d maas
Asten
Adviesrecht raad Bedrijven (Substantiële uitbreidingen of nieuwvestiging in het buitengebied)(niet geregeld in OP) Grote energieprojecten (niet geregeld in OP), zoals b.v. windturbines of zonneparken van de categorie ‘groot’, (oppervlakte van 15 hectare of groter) Huisvesting arbeidsmigranten (vzv niet geregeld in OP) Wonen Bebouwde kom> 5 woningen >20 woningen, bij functiewijziging/ woningsplitsing 1.2 Buitengebied: - Het toevoegen één of meer woningen, met uitzondering van: Zie onder 1.3 - Het huisvesten van arbeidsmigranten in recreatieve voorzieningen. - De realisatie van een huisvestigingslocatie (geclusterde huisvesting) voor meer dan 100 arbeidsmigranten. 2. Bedrijvigheid 2.1 Omschakelen van een (voormalig) agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf, (muv. Zie onder ) 2.2 Het uitbreiden van bestaande en het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen. 3. Detailhandel, horeca en recreatie 3.1 Het toevoegen van perifere detailhandel op de bedrijventerreinen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 5.000 m2. 3.2 Het realiseren van nieuwe, zelfstandige horecalocaties buiten het centrum van één van de dorpskernen (bestemming ‘Centrum’, ‘Centrum – 1’ of ‘Centrum – 2’). 3.3 Het realiseren van nieuwe, grootschalige recreatiebedrijven en -terreinen, zoals (VB campings, hotels, golfbanen, vakantie- en recreatieparken, (muv..) 4.
Maatschappelijk 4.1 Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals scholen, religieuze voorzieningen, multifunctionele accommodaties (MFA’s) en gezondheidscentra. 4.2 Het realiseren van grootschalige sportvoorzieningen, zoals sportparken,
Verplichte participatie Bedrijven (Substantiële uitbreidingen of nieuwvestiging in het buitengebied)(niet geregeld in OP) Grote energieprojecten (niet geregeld in OP), zoals b.v. windturbines of zonneparken van de categorie ‘groot’, (oppervlakte van 15 hectare of groter) Huisvesting arbeidsmigranten (vzv niet geregeld in OP) Alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten
Pagina 14 van 18
sporthallen en zwembaden. 5. Agrarisch 5.1 Het opslaan, bewerken en verwerken van mest, niet zijnde mest van het eigen bedrijf. 5.2 Het vergroten van een agrarisch bouwperceel, muv gevallen delegatiebesluit) 5.3 Het omschakelen naar andere agrarische bedrijfsvorm, met uitzondering van gevallen die onderdeel uitmaken van het delegatiebesluit. 6. Infrastructuur 6.1 De bouw en aanleg van grootschalige infrastructurele (kunst)werken. 7. Energieopwekking 7.1 Het oprichten van windturbines. 7.2 Het aanleggen van zonnevelden. 7.3 Projecten voor andere vormen van collectieve energieopwekking en -opslag, zoals buurtbatterijen, collectieve warmtevoorzieningen, biomassacentrales en waterstofinstallaties. 8. Algemeen 8.1 Het oprichten van gebouwen hoger dan 14 meter. 8.2 Aanvragen die – naar mening van het college van burgemeester en wethouders – moeten worden aangemerkt als politiek gevoelig Purmerend A Aanvragen met een grote maatschappelijke impact Dit gaat om bouwplannen die een verwachte grote maatschappelijke impact hebben op de leefomgeving. Met deze norm wordt voorkomen dat het adviesrecht van de raad met een uitputtende lijst van categorieën wordt vastgezet. Het is mogelijk dat een bouwplan wordt ingediend dat niet van tevoren is voorzien, maar waar het advies van de raad wel van meerwaarde is.
Met deze norm ontstaat een samenspel tussen de raad en het college waarmee maatwerk wordt geleverd voor het adviesrecht. B realisatie van meer dan 80 woningen C Aanvragen die afbreuk doen aan de kernkwaliteiten van het UNESCO werelderfgoed Droogmakerij De Beemster en/of de Stelling van Amsterdam Bouwplannen of ontwikkelingen in het buitengebied zijn van een ander karakter dan in stedelijk gebied.
Niet bekend
Pagina 15 van 18
D Aanvragen die evident afwijkt van een eerder door de raad vastgestelde omgevingsvisie, ontwikkelvisie of gebiedsvisie Bijvoorbeeld een initiatief op een locatie waar geen ontwikkeling werd verwacht. Deze initiatieven kunnen wel een meerwaarde hebben of bijdragen aan de ontwikkeling of doelstellingen van de gemeente. Als de aanvraag niet past in deze door de raad vastgestelde kaders dan ligt het voor de hand de raad daarover een advies te vragen. Een initiatief hoeft dan niet meteen afgewezen te worden. Dat sluit goed aan bij de ‘ja, mits’ gedachte van de Omgevingswet. E Aanvragen waarvoor een milieueffectrapportageplicht geldt Betuwe west
Woningen Het toevoegen van 5 woningen of meer (binnen de bebouwde kom)
Woningen Het toevoegen van 1 woning binnen bebouwde kom
Het toevoegen of bouwen van 1 of meer woningen in het buitengebied, tenzij sprake is van de regeling voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing
Het toevoegen/bouwen van 1 of meer woningen in het buitengebied, ook als sprake is van de regeling voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing;
Bedrijvigheid Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat, in de bebouwde kom en op bedrijventerreinen Het oprichten, veranderen of uitbreiden van nietagrarische bedrijvigheid in het buitengebied, tenzij er sprake is van de regeling voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing antennes en lichtreclamemasten Het oprichten of veranderen van een antenneinstallatie hoger dan 40 meter
Bedrijvigheid Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een andere categorie dan het omgevingsplan toestaat, in de bebouwde kom en op bedrijventerreinen Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied, ook als er sprake is van de regeling voor Vrijkomende Agrarische Bebouwing
Antennes lichtmasten Het oprichten of veranderen van (licht)reclamemasten, ongeacht de hoogte of oppervlakte;
Antennes lichtmasten Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie, ongeacht hoogte; Het oprichten of veranderen van (licht)reclamemasten, ongeacht de hoogte of oppervlakte
Intensieve recreatie Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen);
Intensieve recreatie Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen); Pagina 16 van 18
Opwek en opslag energie Het realiseren van minimaal één windturbine, ongeacht de hoogte; Het realiseren van weiden met zonnepanelen van minimaal 1 hectare, tenzij passend binnen het beleidskader zon; Opwekken/ opslag andere vormen van energie
Opwek en opslag energie Het realiseren van minimaal één windturbine, ongeacht de hoogte Het realiseren van weiden met zonnepanelen, ongeacht de grootte en of het project past binnen het beleidskader zon; Opwekken/opslag van andere vormen van energie
Maatschappelijke voorzieningen Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijsvoorzieningen, religieuze voorzieningen, gezondheidszorg, een multifunctionele accommodatie (MFA) of multifunctioneel centrum (MFC); Het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen; Infrastructurele projecten Het aanleggen/ bouwen van grootschalige infrastructurele (kunst)werken;
Maatschappelijke voorzieningen Het realiseren van maatschappelijke voorzieningen Het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen
Gevoelige onderwerpen Indien - naar mening van het college - sprake is van maatschappelijke onrust of anderszins politiek gevoelige initiatieven
Nuenen
Welllicht/ embargo/nog niet vastgesteld: het bouwen van meer dan 5 woningen; het realiseren van windmolenparken en weiden met zonnepanelen; indien de activiteit strijdig is met: de omgevingsvisie Nuenen; de structuurvisie Nuenen; de structuurvisie Nuenen-Zuid; de structuurvisie Gerwen; de structuurvisie Nederwetten; de structuurvisie Rijk van Dommel en Aa; de Landschapsvisie Buitengebied Nuenen; amendement 22 Initiatiefvoorstel Kaders voor hoger bouwen Nuenen c.a. van 17 februari 2022; de notitie Bouwen in het buitengebied van Nuenen, Richtlijn voor Ruimte voor Ruimte-initiatieven in bebouwingsconcentraties; het Programma Wonen.
Het aanleggen/ bouwen van infrastructurele (kunst)werken;
n.v.t.
Welllicht/embargo/nog niet vastgesteld : het bouwen van meer dan 5 woningen; het realiseren van windmolenparken en weiden met zonnepanelen; indien de activiteit strijdig is met: de omgevingsvisie Nuenen; de structuurvisie Nuenen; de structuurvisie Nuenen-Zuid; de structuurvisie Gerwen; de structuurvisie Nederwetten; de structuurvisie Rijk van Dommel en Aa; de Landschapsvisie Buitengebied Nuenen; amendement 22 Initiatiefvoorstel Kaders voor hoger bouwen Nuenen c.a. van 17 februari 2022; de notitie Bouwen in het buitengebied van Nuenen, Richtlijn voor Ruimte voor
Pagina 17 van 18
Ruimte-initiatieven bebouwingsconcentraties; het Programma Wonen.
Pagina 18 van 18
in