Memo Meerjarenprogrammabegroting 2026-2029__2736605____2736605__
Tekst van het document
Memo Aan
: De raad van gemeente Geldrop-Mierlo
Van
: Het college van B&W
Datum
: 28 augustus 2025
Cc
:
Zaaknummer
: 2736539
Documentnummer : 2736605 Onderwerp
: Meerjarenprogrammabegroting 2026-2029
Memo: Geachte raad, Hierbij ontvangt u, ter voorbereiding op de septemberbijeenkomsten, het boekwerk ‘concept meerjarenprogrammabegroting 2026-2029' en het financiële totaaloverzicht.
1. Inleiding Op 10 november 2025 zijn met het presidium en de auditcommissie afspraken gemaakt over het proces van vaststelling van de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029. In deze memo wordt u geïnformeerd over het proces en de maatregelen die zijn getroffen om te komen tot een voorlopig sluitende meerjarenprogrammabegroting 2026-2029. Daarbij is ook de vraag naar nieuw geld meegenomen om, binnen de beschikbare bestedingsruimte van de begroting, knelpunten binnen het bestaande beleid op te lossen. Een toelichting op de vragen naar nieuw geld is opgenomen in het boekwerk ‘Concept meerjarenprogrammabegroting 2026-2029', dat als bijlage wordt meegestuurd. Dit boekwerk bevat de uitwerking van de programma’s 1 tot en met 5. De richting die u op 22 september meegeeft, wordt verwerkt in de definitieve versie. Bij de versie die eind september aan u wordt verstrekt, zijn ook de paragrafen en de financiële begroting toegevoegd. In deze memo wordt ook, vooruitlopend op 8 en 22 september, een voorstel gedaan ten aanzien van de belastingen, als onderdeel van de meerjarenprogrammabegroting 20262029. Op 18 maart 2025 is er een beeldvormende bijeenkomst geweest waarin het huidige beleid op het gebied van onroerendzaakbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing en recreatie en toerisme is toegelicht.
In deze bijeenkomst is het verzoek gekomen om inzichtelijk te maken hoe de lastendruk per doelgroep zicht verhoudt tot elkaar en wat de keuzemogelijkheden hierin zijn. Dit heeft geresulteerd in een dashboard dat in een raadsbijeenkomst op 15 april is besproken. In dit dashboard zijn diverse knoppen aangereikt waarin de gevolgen voor iedere doelgroep inzichtelijk zijn gemaakt. In de auditcommissie van 15 mei is afgesproken om dit voorstel te bespreken in september ten tijde van de besprekingen over de ombuigingen (meerjarenprogrammabegroting 2026-2029).
2. Proces Op 27 mei jl. bent u via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de voorjaarsnota van het Rijk en eerste inschatting van de financiële effecten hiervan voor onze gemeente en wat dit
pagina 1 van 12
Memo betekent voor het proces van de begroting 2026 en de meerjarenramingen 2027-2029 (hierna meerjarenprogrammabegroting 2026-2029). Daarin stond het volgende opgenomen: “Op basis van de voorlopige cijfers ziet het college voldoende aanleiding om terughoudend te zijn met aanvullende bezuinigingsmaatregelen. Voor 2026 verwacht het college en is het streven om een sluitende begroting te kunnen realiseren. Dit vormt ook het uitgangspunt voor de uitgangspunten van de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029. Dit raadsvoorstel zal samen met de strategie 2026-2029 worden behandeld in de raadsvergadering van 30 juni 2025. Het raadsvoorstel hiervoor zal samen met de Strategie op 2 juni 2025 worden aangeboden aan de gemeenteraad. Wij verwachten een eventueel tekort zonder ingrijpende maatregelen te kunnen oplossen.” Dit is het uitgangspunt geweest bij het opstellen van de zogenaamde begroting bestaand beleid. Met daarnaast de uitdrukkelijke oproep dat de financiële situatie zodanig is, dat er geen budget is voor nieuw beleid en dat het college in haar voorstel daarom geen nieuwe voorstellen zal doen. Er kan hierbij wel/slechts sprake zijn van zogenaamd “nieuw geld” als het gaat over autonome ontwikkelingen binnen bestaande budgetten. Zoals in de raadsinformatiebrief van 27 mei jl.
aangegeven, zijn bij de totstandkoming van de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 de volgende aspecten betrokken: 1. Het hergebruiken van de ombuigingsmogelijkheden uit de begroting 2025 voor de begroting 2026; 2. Data-analyse op basis van de jaarrekeningcijfers; 3. Het nog realistischer plannen van investeringen. Ook is in de zomerperiode, na vaststelling van de Strategie door de gemeenteraad op 30 juni 2025, gewerkt aan: • Het opstellen van de inhoudelijke teksten van de vijf begrotingsprogramma’s, waarin wordt beschreven wat we gaan doen om de in de Strategie opgenomen doelen te bereiken. • Het in kaart brengen van budgetten die nog financiële ruimte hebben en worden afgeraamd (de zogenoemde ‘data-analyse’). • Het overzicht van eerder door de gemeenteraad vastgestelde investeringen: wanneer deze zijn uitgevoerd en afgerond, of en wanneer kapitaallasten worden opgenomen, en of het eerste jaar van afschrijving van 2026 kan worden doorgeschoven naar een later jaar. • Het actualiseren van de financieel technische onderdelen. Het resultaat van deze werkzaamheden levert uiteindelijk de begroting bestaand beleid op. Vervolgproces • •
•
Op 26 augustus heeft het college de concept meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 vastgesteld. Tijdens de bijeenkomst op 2 september wordt er een uitleg gegeven over de stelpost loon- en prijsmutaties. Daarnaast bent u in de gelegenheid om technische vragen te stellen over de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 en over het dashboard afval. Op 8 september spreekt u beeldvormend over de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029, alsook over het voorstel m.b.t. de belastingen en het dashboard afval.
pagina 2 van 12
Memo • • •
Op 22 september kunt u richtinggevende uitspraken doen over de hiervoor genoemde onderwerpen. Op 30 september stelt het college de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 vast. Op 3 november vinden de algemene financiële beschouwingen van de meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 plaats en op 10 november is de begrotingsvergadering.
3. Verloop begrotingssaldo De begroting sluit met de volgende saldi, waarbij ‘+’ een positief saldo is en ‘-/-’ een negatief begrotingssaldo. Uit dit overzicht blijkt dat het zogenaamde ravijnjaar is verschoven van 2026 naar 2028. In 2029 wordt weer een positief begrotingssaldo gerealiseerd. Verloop begrotingssaldo Saldo meerjarenbegroting 2025-2028
2026
2027
2028
2029
-1.102.528
291.129
-695.652
2.515.589
Eerdere besluitvorming raad in 2025
58.212
-52.095
-335.378
-484.792
Aankoop opstallen Emopad 15 Geldrop tlv grondbedrijf
120.500
119.840
119.180
118.520
RIB IHP
108.856
211.890
511.829
260.444
Amendement deelname aan Brainport voor elkaar
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
0
0
0
0
Begrotingssaldo subtotaal
-829.960
555.764
-415.021
2.394.761
A. Structurele gevolgen 1e tussentijdse rapportage 2025
-348.073
-465.277
-638.897
-611.263
B. Actualisatie staat van investeringen
566.560
814.969
383.050
316.565
0
0
0
0
D. Actualisatie staat van salarissen
468.412
462.835
455.697
835.528
E. Berekening diverse gesloten exploitaties
-215.036
-167.497
-144.341
-107.992
F. Correcties budgetten bestaand beleid
-179.289
-198.112
-142.829
-142.829
G. Meicirculaire 2025
2.439.956
2.364.511
-242.752
-178.058
H. Actualisatie ombuigingen
-513.130
-198.000
-198.000
-198.000
I. Ombuigingen 2026
310.925
315.925
320.925
320.925
Verrekening tekorten en overschotten met algemene reserve
C. Actualisatie staat van reserves en voorzieningen
J. Financiële mutaties (gekoppeld aan doelen)
K. Stelpost loon- en prijsstijgingen aanvullen
-1.214.671 -1.683.067 -1.649.729 -1.675.125
-326.356
pagina 3 van 12
Memo Ten laste van de algemene reserve
326.356
Begrotingssaldo in MPB 2025-2028
485.694
- waarvan incidenteel
32.875
- waarvan structureel
452.819
1.802.051 -2.271.897 283.749
954.512
-181.000
-152.382
1.518.302 -2.090.897
1.106.894
In onderstaande paragrafen worden de bijzonderheden toegelicht. B. Actualisatie staat van investeringen Zoals hiervoor aangegeven, is kritisch gekeken naar de investeringen die in de staat van activa zijn opgenomen (en dus al door de gemeenteraad zijn besloten): wanneer deze zijn afgerond en of de kapitaallasten al in 2026 van toepassing zijn. Dit leidt tot een verschuiving in de vraag naar middelen ten opzichte van hetgeen in de staat van activa bij de begroting 2025-2028 was opgenomen, wat in de komende begrotingsjaren een aanzienlijk financieel voordeel oplevert.
B. Actualisatie staat van investeringen
2026
2027
2028
2029
566.560
814.969
383.050
316.565
D. Actualisatie staat van salarissen Jaarlijks worden de budgetten voor salarissen geïndexeerd met het prijsindexcijfer dat de gemeenteraad vaststelt bij behandeling van de strategie. Voor de meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 is dit indexcijfer vastgesteld op: Indexcijfers MPB 2026-2029
2026
2027
2028
2029
Loonkostenindex
4,70%
4,70%
4,70%
4,70%
Dit leidde voor de begroting 2025 tot een kostenstijging van circa € 1.500.000, die ten laste kwam van de stelpost loon- en prijscompensatie. Omdat dit budget uiteindelijk onvoldoende toereikend bleek, is het tekort aangevuld vanuit het begrotingssaldo. In het voorjaar van 2025 is de nieuwe CAO Gemeenten vastgesteld. De feitelijke indexatie blijkt substantieel lager uit te vallen dan eerder geraamd. Hierdoor drukt er een lager bedrag op de stelpost voor de jaren 2026 en verder. Omdat in 2025 een deel van de (te hoog ingeschatte) stijging ten laste van het begrotingssaldo is gebracht, kan dit bedrag nu worden toegevoegd aan het saldo. Het gaat hierbij om ruim € 450.000, wat een structureel positief effect heeft.
D. Actualisatie staat van salarissen
2026
2027
2028
2029
468.412
462.835
455.697
835.528
E. Berekening diverse gesloten exploitaties Dit is de actualisatie van de gesloten exploitaties zoals afval, riolering, hondenbeleid, ondernemersinitiatieven en recreatie en toerisme. E. Berekening diverse gesloten exploitaties
2026
2027
2028
2029
-210.036
-167.497
-144.341
-110.146
F. Correcties budgetten bestaand beleid
pagina 4 van 12
Memo Het betreft onder andere budgetaanpassingen van gemeenschappelijke regelingen en andere autonome ontwikkelingen zoals indexatie. F. Correcties budgetten bestaand beleid
2026
2027
2028
2029
-179.289
-198.112
-142.829
-142.829
G. Voorjaarsnota en meicirculaire 2025 Voor de raadscyclus van september 2025 is een raadsvoorstel (Vergaderingen - Commissie Algemene Zaken - 1 september 2025 - iBabs geagendeerd waarin uitleg wordt gegeven over de meicirculaire 2025 uit het gemeentefonds. Met dit raadsvoorstel wordt besluitvorming vastgelegd over verwerking van de financiële mutaties. Hierin zitten voor 2026 en 2027 flinke meevallers, waardoor een sluitende begroting haalbaar is geworden.
G. Meicirculaire 2025
2026
2027
2028
2029
2.439.956
2.364.511
-242.752
-178.058
H. Actualisatie ombuigingen Bij de vaststelling van de meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 zijn veel ombuigingsvoorstellen aangenomen. Het merendeel daarvan is gerealiseerd, en in sommige gevallen is zelfs meer bereikt dan oorspronkelijk tot doel was gesteld. Het totaalresultaat van de gerealiseerde ombuigingen bedraagt: € 3.085.970,-. In een beperkt aantal gevallen is het (nog) niet gelukt om de geplande ombuigingen volledig te realiseren. Dit betreft in totaal een bedrag voor 2026 van: € -/- 513.130,-.Omdat een aantal ombuigingen incidenteel waren, of later alsnog worden behaald, is het bedrag vanaf 2027 € 198.000,-. Ombuiging
Mutatie in de begroting in 2026
Regie op indicaties
-35.000
Niet betrekken indexeringsmethodiek 10voordejeugd
-231.380
Geen bladkorven vanaf 2026
-48.750
Aframen budget preventief jeugdbeleid
-50.000
Vermakelijkheidsretributie: € 0,50 Eindhoven Zoo
-148.000
De niet-gerealiseerde ombuigingen met de hoogste bedragen worden hieronder nader toegelicht. • Niet betrekken indexeringsmethodiek 10voordejeugd (205 en 2026) In de meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 was voor de indexatie van de Wmo- en jeugdhulpbudgetten gerekend met 4,18%, conform het raadsbesluit van 2022 over de herijking van de systematiek voor de taskforce Sociaal Domein. De daadwerkelijk vastgestelde indexatie bedroeg echter 4,91%. Hierdoor komt het oorspronkelijke ombuigingsvoorstel niet overeen met de realiteit en kan het niet volledig worden gerealiseerd. Daarnaast is deze hogere indexatie destijds niet structureel in de meerjarenprogrammabegroting doorgevoerd. • Vermakelijkheidsretributie € 0,50 Eindhoven ZOO (miv 2026) Het ombuigingsvoorstel is niet gerealiseerd om de feitelijke grondslag voor de belastingheffing ontbreekt. Op 11 maart 2025 heeft het college besloten dit voorstel niet
pagina 5 van 12
Memo langer mee te nemen in de begroting. Dit besluit is op 18 maart 2025 ook toegelicht tijdens de raadsbijeenkomst over de belastingverordeningen. Verloop begrotingssaldo
2026
2027
2028
2029
H. Actualisatie ombuigingen 2025
-513.130
198.000
198.000
198.000
I. Ombuigingen 2026 In de inleiding van dit memo hebben we eerder uitgelegd dat we op een drietal manieren ombuigingen in beeld brengen. Dit zijn de volgende 3 manieren: 1. Het hergebruiken van de ombuigingsmogelijkheden uit de begroting 2025 voor de begroting 2026; 2. Data-analyse op basis van de jaarrekeningcijfers; 3. Het nog realistischer plannen van investeringen. Hergebruiken ombuigingsmogelijkheden voor 2026 Ombuiging
2026
Sleutelplan sporthalbeheer
142.804
Duurzaamheidsbeleid
30.000
Jaarlijkse subsidies
22.901
• Sporthalbeheer In de afgelopen jaren zijn er aanzienlijke overschrijdingen geweest in de kosten voor tijdelijke inhuurkrachten. Landelijk is er een ontwikkeling zichtbaar waarbij steeds vaker sleutelbeheer wordt toegepast in de avonduren en weekenden. In het kader van de noodzakelijke financiële ombuigingen zetten wij dit systeem nu ook in bij onze sporthallen, waarbij aandacht is voor controle en veiligheid. In de praktijk wordt onderzocht hoe het plan het beste tot uitvoering komt en blijft er ruimte voor aanvullende maatregelen indien nodig. Door de invoering van het sleutelplan wordt de inzet van externe sporthalbeheerders verminderd en realiseren wij een besparing van € 142.804,-. • Duurzaamheidsbeleid en jaarlijkse subsidies Deze onderwerpen zijn in de meerjarenbegroting 2025-2028 opgenomen en hebben tot een hogere ombuiging geleid dan vooraf ingeschat. Data-analyse jaarrekeningcijfers In de begroting bestaand beleid 2026-2029 is ook een zogenoemde ‘data-analyse’ doorgevoerd. Hierbij gaat het om het in kaart brengen van budgetten die nog financiële ruimte hebben en mogelijk kunnen worden afgeraamd en vice versa. Dit heeft een positief gevolg voor het begrotingsresultaat: € 115.220,-. Realistischer plannen van investeringen Dit is een onderdeel van B. actualisatie van investeringen. Totaal Per saldo resulteert dit in de volgende reeks: I. Ombuigingen 2026
2026
2027
2028
2029
310.925
315.925
320.925
320.925
pagina 6 van 12
Memo J. Financiële mutaties (gekoppeld aan doelen) Zoals in de inleiding aangegeven is de financiële situatie zodanig, dat er geen budget voor nieuw beleid is. Wel kan er (slechts) sprake zijn van een vraag naar “nieuw geld”. Deze vraag hangt vaak samen met knelpunten in bestaand beleid, uitbreiding van bestaand beleid en autonome ontwikkelingen (vanuit medebewind). Het gaat dan bijvoorbeeld om verplichte uitgaven die voortvloeien uit besluiten van een algemeen bestuur binnen een gemeenschappelijke regeling. Voor de gemeente betekent dit dat het om een onvermijdelijke uitgave gaat; dit valt onder de rubriek ‘knelpunt bestaand beleid’. Daarnaast is vanuit de beschouwingen op de strategie al amendement meegenomen in de begroting, te weten: • Brainport voor Elkaar Daarnaast wordt voorgesteld om investeringskredieten op te nemen, voortkomend uit moties en amendementen: • Buitensportfaciliteit Mierlo (2026) • Buitensportfaciliteit Geldrop (2027) • Openbare toiletten • Extra kunstgrasveld V.V. Mifano • Hockeyvelden (veld 2 en 4 HC Geldrop en veld 3 Hockey Mierlo) • Inrichting pand horeca sporthal De Weijer Om ervoor te zorgen dat niet al deze investeringen een structurele druk op de begroting veroorzaken, wordt voorgesteld om voor een gedeelte van deze investeringskredieten dekkingsreserves in te stellen.
Het gaat hierbij met name om de investeringen Hockeyvelden en het extra kunstgrasveld V.V. Mifano. In afwijking van de aangenomen motie is de buitensportfaciliteit in Geldrop niet in de begroting 2026 opgenomen, maar in 2027. De reden hiervoor is dat er kansen liggen om de ontwikkeling van deze voorziening mee te nemen in de bestaande gebiedsplannen en de ruimtelijke visie voor locatie Bosrand in de Coevering. Door deze samenhang te benutten kan de voorziening doelmatiger en kwalitatief beter worden gerealiseerd. In de begroting 2027 is hiervoor een voorbereidingskrediet opgenomen. Tot slot is kritisch bekeken of de vraag naar nieuw geld, al dan niet gedeeltelijk, binnen bestaande budgetten kan worden opgevangen. Na deze analyse is de totale vraag naar nieuw geld vastgesteld op € 1.214.671,- in 2026. Verloop begrotingssaldo J. Financiële mutaties (gekoppeld aan doelen)
2026
2027
2028
2029
-1.214.671
-1.683.067
-1.649.729
-1.675.125
K. Stelpost loon- en prijsstijgingen aanvullen Bij het opstellen van de begroting met betrekking tot indexeringen wordt gewerkt met een stelpost voor loon- en prijsmutaties. Deze stelpost wordt gevoed vanuit de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de verwachte stijging van de opbrengsten uit de onroerendezaakbelasting. De budgetten worden vervolgens geactualiseerd en de verschillen worden ten laste van de stelpost gebracht. Als de stelpost onvoldoende is, dient het tekort te worden aangevuld. In de voorliggende conceptbegroting wordt voor 2026 een tekort van € 326.356,- verwacht. pagina 7 van 12
Memo 2026 K. Stelpost loon- en prijsstijgingen aanvullen
-326.356
Ten laste van de algemene reserve
326.356
2027
2028
2029
Een belangrijk aandachtspunt blijft het risico rond de beschikbaarheid van voldoende budget voor loon- en prijsmutaties. In de afgelopen jaren zijn hier tekorten ontstaan, maar het tekort in 2026 is aanzienlijk lager dan dat in 2025. Dit is vooral het gevolg van de ontwikkeling van de personeelskosten, waarbij de vastgestelde nieuwe CAO lager uitvalt dan eerder was begroot. Voor 2025 wordt dit voordeel verwerkt in de 2e tussentijdse rapportage. Het verloop van de stelpost loon- en prijsstijgingen is als volgt: Stelposten
2026
Loon- en prijsbijstellingen
2027
2028
2029
0 336.047 3.382.484 3.363.845
Te zien is dat er in 2027 een beperkt saldo beschikbaar is. Dit saldo wordt mogelijk via de komende circulaires aangevuld. De verwachting hierbij is dat dit niet voldoende gaat zijn en dat ook volgend jaar een tekort gaat ontstaan op deze post.
4. Algemene reserve 4.1 Inzet jaarrekening resultaat 2024 Het overschot van de jaarrekening 2024 (3,34 miljoen) is gestort in de algemene reserve. Om dit incidentele geld structureel in te kunnen zetten wordt voorgesteld om voor enkele nieuwe investeringskredieten dekkingsreserves te vormen (zie paragraaf 3.1). Hieruit kunnen de afschrijvingslasten worden gedekt, waardoor deze geen negatief effect meer hebben op het structurele begrotingssaldo. Het gaat hierbij om een bedrag van 1,79 miljoen ten laste van de algemene reserve en een voordeel voor de exploitatie van circa € 100.000. Daarnaast wordt het tekort op de stelpost loon- en prijsbijstellingen in 2026 ook hieruit gedekt. 4.2 Saldo algemene reserve In onderstaande tabel is het verloop van de algemene reserve in beeld gebracht. Algemene reserve
2025
2026
2027
2028
2029
Stand per 1 januari
10.898.516
14.234.882
11.937.238
11.352.265
11.153.301
Afwaarderen boekwaarde scholen (IHP)
-56.288
-584.973
-198.964
-232.562
Dekking tekort stelpost loon- en prijsbijstellingen
-326.356
Algemeen risicovermogen Stichting Weeffabriek
-125.000
11.352.265
11.153.301
10.920.739
Jaarrekeningresultaat 2024
3.336.366
Instellen dekkingsreserves voor kredieten sport
Begrote stand per 31 december
-1.790.000
14.234.882
11.937.238
Verloop algemene reserve (incl. exploitatieresultaat MPB 2026-2029)
pagina 8 van 12
Memo Begrote stand per 31 december
14.234.882
12.422.932
13.640.010
11.169.149
11.891.099
Vanwege de beschikbare saldi in de algemene reserve is er niet voor gekozen om een hoger begrotingsresultaat te presenteren dan noodzakelijk. De algemene reserve fungeert namelijk al als buffer voor onvoorziene kosten.
5. Prognose 2028 Het jaar 2028 wordt landelijk aangeduid als het ‘ravijnjaar’, omdat in de huidige verdeling van de algemene uitkering vanuit het gemeentefonds sprake is van een forse daling van middelen. Zo ook voor de gemeente Geldrop-Mierlo. In de begroting is hier al deels op vooruitgelopen door een aantal aannames te verwerken. Daarmee ontstaat een zo realistisch mogelijk beeld van de financiële positie in dat jaar. Tegelijkertijd is het belangrijk te benadrukken dat de uiteindelijke omvang van dit tekort in hoge mate afhankelijk is van de keuzes die het Rijk de komende jaren maakt. De uitkomsten van de meicirculaires en septembercirculaires zullen daarin bepalend zijn. Op dit moment is het dus nog afwachten welke middelen gemeenten daadwerkelijk ter beschikking krijgen. Het college blijft dit nauwgezet volgen en zal, zodra er meer duidelijkheid komt, de financiële gevolgen voor onze gemeente inzichtelijk maken en hierover de raad informeren.
6. Belastingen Op basis van de uitkomsten van het dashboard en de gemaakte afwegingen wordt voorgesteld om: • Geen verschuivingen tussen de belastingen door te voeren. De huidige verdeling tussen onroerendzaakbelasting, rioolheffing, afvalstoffenheffing en toeristenbelasting blijft daarmee in stand. •
Normale indexeringen toe te passen conform de uitgangspunten van de begroting. Dit waarborgt een evenwichtige en voorspelbare ontwikkeling van de tarieven. • Een tarief voor eenpersoonshuishoudens in te voeren binnen de rioolheffing. Door de huidige categorie tot 200 m³ te splitsen in 0–80 m³ en 81–200 m³ wordt beter aangesloten bij de feitelijke belasting van het riool en ontstaat een eerlijker verdeling tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. •
Voor de afvalstoffenheffing een maatregel te treffen door het instellen van een maximumaantal kwijtgescholden ledigingen voor huishoudens die in aanmerking komen voor kwijtschelding. Het DifTar-beleid, waarbij huishoudens per lediging een bedrag betalen, geeft een financiële prikkel om afval te scheiden. Volledige kwijtschelding van alle ledigingen neemt deze prikkel weg voor huishoudens in de minimaregeling. Huishoudens in de minimaregeling hebben gemiddeld een hoger aantal ledigingen dan andere huishoudens – 2 x zoveel ledigingen in de laagbouw en zo’n 1,5 x zoveel ledigingen in de hoogbouw. Onbegrensde kwijtschelding maakt dat de kostenpost Kwijtschelding slechts op basis van de begroting en realisatie van voorgaande jaren kan worden ingeschat in een begroting. In werkelijkheid kan de kostenpost aanzienlijk hoger uitvallen. Door het maximeren van het aantal ledigingen kan nauwkeurig worden berekend hoe hoog de kostenpost Kwijtschelding
pagina 9 van 12
Memo maximaal is. Voorgesteld wordt om hierbij uit te gaan van het gemiddeld aantal ledigen per huishouden in Geldrop-Mierlo De voorgestelde wijzigingen zijn budgettair neutraal of leiden tot een structureel lagere kostenraming: • De aanpassing in de rioolheffing leidt niet tot hogere opbrengsten, aangezien de tariefdifferentiatie binnen het bestaande totaalbedrag wordt vormgegeven. • De maximering van de kwijtschelding bij de afvalstoffenheffing maakt dat de kostenpost Kwijtschelding in 2026 circa € 35.000,- lager kan worden begroot dan in voorgaande jaren. Met deze maatregelen wordt een evenwichtige verdeling van de lokale lasten nagestreefd, waarbij zowel de uitvoerbaarheid als de voorspelbaarheid van de begroting wordt versterkt.
7. Voorstel aan de raad De raad wordt voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de concept meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 en de maatregelen die het college getroffen heeft om financiele ruimte te creëren. 2. Investeringskredieten op te nemen voortkomend uit moties en amendementen: 2.1. Buitensportfaciliteit Mierlo (2026) 2.2. Buitensportfaciliteit Geldrop (2027) 2.3. Openbare toiletten 2.4. Extra kunstgrasveld V.V. Mifano 2.5. Hockeyvelden (veld 2 en 4 HC Geldrop en veld 3 Hockey Mierlo) 2.6. Inrichting pand horeca sporthal De Weijer 2.7. Sportveldverlichting naar LED 3. Dekkingsreserves in te stellen voor de bij punt 2 genoemde investeringskredieten 1,2, 4, 5 en 6 om te voorkomen dat deze investeringen structureel op de begroting gaan drukken. 4. De algemene reserve in te zetten om het tekort op de stelpost loon- en prijsstijgingen in 2026 te dekken. 5. Nieuw geld op te nemen voor: Programma 1 De mens centraal 5.1. Kleinschalig verblijf gesloten jeugdhulp 5.2. Kleinschalig verblijf segment 1 5.3. Zorg in onderwijstijd 5.4. Voortzettend Mantelzorgsteunpunt 5.5. Mijn Huis Past 5.6. Het goede gesprek en ‘DE STAP naar Gezonder Kaart’ 5.7. Dementievriendelijke Geldrop-Mierlo 5.8. Heppie Thuis 2026 Programma 2 Sterke wijken 5.9. Maatwerkafspraken jeugdgezondheidszorg (JGZ) GGD Brabant-Zuidoost
pagina 10 van 12
Memo 5.10. 5.11. 5.12. 5.13. 5.14.
Programmatische opgave woningbouw Urgentieregeling onder de Huisvestingsverordening Subsidie t.b.v. uitbuiting horeca sporthal De Weijer door MFA Patronaat Subsidie t.b.v. uitbuiting horeca sporthal De Kiviet (als PM-post) Inrichting pand horeca sporthal De Kievit (kapitaallasten) (als PM-post)
Programma 4. Toekomstbestendig Geldrop-Mierlo 5.15. Structurele kosten formatie DIT coördinator 5.16. Veiligheidsmonitor 5.17. Subsidie Stichting Weeffabriek 5.18. Ondernemersfonds 5.19. Plateau Bisschop van Mierlostraat (kapitaallasten) 5.20. Genoenhuizerweg fietsstraat (kapitaallasten) 5.21. Langzaam verkeersplan (kapitaallasten) 5.22. Fietspaden Laan der vier Heemskinderen (Oost) (kapitaallasten) 5.23. Voorbereidingskrediet busbaan Gijzenrooiseweg (kapitaallasten) 5.24. Realisatie busbaan Gijzenrooiseweg (kapitaallasten) 5.25. Geldropseweg toplaag vervangen (kapitaallasten) 5.26. Vervanging VRI Bogardeind -Emopad (kapitaallasten) 5.27. Ombouw rotonde Nuenenseweg – Spaarpot (kapitaallasten) 5.28. Ombouw rotonde Brugstraat/Industrieweg (kapitaallasten) 5.29. Afsluiting Brugstraat (kapitaallasten) 5.30. Betaald parkeren de Meent (kapitaallasten) Programma 5. Organisatie 5.31. Opgave datagedreven werken - Inventarisatie Technology stack (inventariseren toekomstbestendigheid van technologie) 5.32. Uitbreiding capaciteit ambtenaar rampenbestrijding 5.33. Inkoopbegeleiding Bizob 5.34. WPG (wet politie gegevens) Audit Geldrop-Mierlo 5.35. Dienstverlening 5.36. Verhogen opkomst gemeenteraadsverkiezingen en opleiding nieuwe raadsleden 5.37. Vervanging servicewagens (kapitaallasten) Ten aanzien van belastingen: 6. Geen verschuivingen tussen de belastingen door te voeren. 7.
Normale indexeringen toe te passen conform de uitgangspunten van de begroting. 8. Een tarief voor eenpersoonshuishoudens in te voeren binnen de rioolheffing, door de huidige categorie tot 200 m³ te splitsen in 0–80 m³ en 81–200 m³. 9. Voor de afvalstoffenheffing een maatregel te treffen door het instellen van een maximumaantal kwijtgescholden ledigingen voor huishoudens die in aanmerking komen voor kwijtschelding.
Bijlagen pagina 11 van 12
Memo -
Boekwerk ‘concept meerjarenprogrammabegroting 2026-2029' - programma 1 t/m 5
pagina 12 van 12