Memo belastingdruk n.a.v. commissie AZ 07-10-2024 - DEF
Tekst van het document
Memo Aan
: Gemeenteraad Geldrop-Mierlo
Van
: College burgemeester en wethouders
Datum
: 14 oktober 2024
Cc
:
Zaaknummer
: 2322590
Documentnummer : 2343792 Onderwerp
: Memo belastingdruk naar aanleiding van behandeling commissie algemene zaken van 7 oktober 2024.
Memo: Aanleiding De commissie Algemene Zaken (07-10-2024) heeft aangegeven graag nader geïnformeerd te worden via een memo, in plaats van een raadsvoorstel in navolging van de presentatie ‘Afvaltarieven in relatie tot andere heffingen voor de burger’. De eerder verzonden memo gericht op afval en de gepresenteerde uitleg over onroerendzaakbelasting en de algemene uitkering heeft vragen opgeroepen die in deze memo beantwoord worden. De Raad heeft behoefte aan scenario’s waarmee de samenhang van de onroerendzaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing integraal benaderd worden. In deze memo zijn een aantal denkrichtingen uitgewerkt waar door de commissie om gevraagd is. Wij hebben eerder onze beleidskeuzes voor afval gepresenteerd. Uw beraadslagingen daarover zijn voor ons geen aanleiding geweest de begroting daarop aan te passen. Dat geldt ook voor de bijbehorende afvaltarieven van 2025 (bijlage bij deze memo). Wel zullen wij Cure verzoeken inzamelingen van papier, PBD en luiers in 2025 verder te onderzoeken en de resultaten ervan terugkoppelen. Deze kunnen dan gebruikt worden voor de MPB 2026-2029 dan wel voor het te actualiseren Afval- en Grondstoffenplan dat wij voorzien in 2026. Belastingdruk De onroerendzaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolheffing tezamen worden gezien als de heffingen die samen de belastingdruk vormen.
Commissie Algemene Zaken heeft aangegeven behoefte te hebben aan een integrale benadering en toelichting op de verhouding tussen deze heffingen, ondersteund met scenario’s die de effecten van het verschuiven van de belastingdruk illustreren.
pagina 1 van 1
Memo In de Atlas Lokale Lasten van instituut COELO is een ranglijst opgenomen van Nederlandse Gemeenten naar totale belastingdruk. In deze ranglijst staat Geldrop-Mierlo, op basis van de voorstellen van het college zoals opgenomen in de MPB 2025-2028, op de 54e plaats. Waarbij plaats 1 de gemeente is met de laagste werkdruk. Nederland kent 432 gemeenten. Tot op heden is er geen beleid ten aanzien van de gewenste verhouding van de componenten van de totale lastendruk en de afweging tussen belastingdruk voor woningeigenaren en belastingdruk voor huurders. Er is geen doelstelling om een bepaalde plaats op de ranglijst voor woningeigenaren of huurders na te streven. De componenten rioolheffing en afvalheffing tezamen zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde vrij hoog, waarmee Geldrop-Mierlo voor deze onderdelen op de 254e plaats staat; qua onroerendzaakbelasting is het tarief landelijk gezien laag, de 23e plaats. Kanttekening Bij de ranglijst van belastingdruk per huishouden van instituut COELO wordt gewerkt met aannames: er wordt uitgegaan van een gemiddelde woonwaarde om OZB te bepalen en een gemiddeld aantal ledigingen per jaar om de afvalstoffenheffing te benaderen.
Voor Geldrop-Mierlo geldt dat het aantal ledigingen per jaar aanzienlijk lager ligt dan in andere gemeenten door een effectief diftar-beleid, daar staat tegenover dat dit voor andere gemeenten ook het geval kan zijn. Daarnaast geldt voor de bepaling van de fictieve plaats op de ranglijst van belastingdruk per huishouden voor huurders dat dit de optelsom is van afvalstoffenheffing en rioolrecht in alle gemeenten. Voor eigenaren is het de optelsom van OZB, afvalstoffenheffing en rioolrecht. In de praktijk weten we dat een aantal gemeenten rioolrecht alleen bij de woningeigenaren neerlegt. Als deze correctie aan de voorkant meegenomen wordt zou Geldrop-Mierlo niet op de 254e plek staan (zoals in de presentatie van 07-10-2024 genoemd) maar op de 168e plek. Hiermee is de Coelo lijst interessant, maar zeker geen wetmatigheid als het gaat om de plek van vergelijking met andere gemeenten. De commissie Algemene Zaken heeft gevraagd of er opties zijn om de belastingdruk anders te verdelen over deze heffingen. Het effect van het verhogen van de OZB is dat er extra inkomsten ontstaan die een positief effect hebben op het begrotingssaldo. Dat terwijl een verhoging van de afvalstoffenheffing en het rioolrecht niet direct een positieve bijdrage hebben aan het begrotingsresultaat omdat hierbij sprake is van zogenaamde gesloten exploitaties.
De maximale kostdekking van zowel de afval- als rioolexploitatie is 100%. Overschotten op deze exploitaties worden bij de jaarrekening in de egalisatievoorziening gestort en tekorten op deze exploitaties worden uit de egalisatievoorziening onttrokken. Wanneer de egalisatievoorziening onvoldoende mogelijkheden biedt om tekorten op te vangen, komt het tekort bij de jaarrekening ten laste van de exploitatie.
pagina 2 van 1
Memo Overwegingen met betrekking tot het verschuiven van de lasten met mogelijke gevolgen voor de afvaltarieven zijn: -
Lastenverschuiving van de afvalexploitatie naar de algemene dienst In de gesloten afvalexploitatie wordt het vastrecht berekend door alle lasten die te maken hebben met afval te verdelen over de huishoudens. Geldrop-Mierlo hanteert bovendien hierbij een gedeeltelijke doorbelasting van kosten voor afval die door andere taakvelden gemaakt worden. Het gaat hierbij om kosten voor het verwijderen van bijzetafval, kosten voor straatreiniging en kwijtschelding van afvalstoffenheffing voor huishoudens met een inkomen onder de minima-grens. Het huidige beleid is om deze doorbelasting in de afvalexploitatie, en daarmee in de afvaltarieven, op te nemen met de volgende bedragen: Kostenpost
Begroting 2025
Kwijtschelding Straatreiniging Straatreiniging (bijzetafval)
€ 185.000 € 222.774 € 94.000
Daling vastrecht bij lastenverschuiving €10 €12 € 5
Een alternatieve beleidskeuze kan zijn om de doorbelasting ten laste van de algemene dienst te brengen. Dit nadeel voor de exploitatie zou opgevangen kunnen worden door extra ombuigingen dan wel door te berekenen aan het tarief voor OZB. Scenario’s belastingdruk In de hier gepresenteerde scenario’s wordt de volgende stelregel aangehouden: Een stijging van 1% aan OZB staat gelijk aan een meeropbrengst van € 50.000. Voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde van € 390.000 is dit een bedrag van € 2,50. Scenario 1 – Berekening afvaltarieven zonder de OZB extra te verhogen Het gepresenteerde tarief voor vastrecht in 2025 van € 222 (stijging van € 32 ten opzichte van 2024) is het scenario waarin geen lastenverschuiving is overwogen. De OZB-stijging beperkt zicht tot de 3,3% indexering en de toerekening van de BSOB gelden (4,1%) zoals in de begroting opgenomen. Scenario 2 – Volledige lastenverschuiving straatreiniging & kwijtschelding naar de algemene dienst zonder OZB-verhoging In het scenario waarin de toerekeningen van de taakvelden straatreiniging en kwijtschelding in zijn geheel niet op de afvalexploitatie terechtkomen, maar uit de algemene dienst betaald worden, is een afname van het vastrecht van €27 het resultaat. Dit komt neer op een bedrag van € 501.774.
Op basis van het oorspronkelijke voorstel van het college resulteert dit scenario in een begrotingstekort van € 414.557. (+ 87.217 -/- 501.774), dit vraagt vervolgens om extra ombuigingen. Scenario 3 – Volledige lastenverschuiving straatreiniging & kwijtschelding naar de algemene dienst met OZB-verhoging In het scenario waarin de toerekeningen van de taakvelden straatreiniging en kwijtschelding in zijn pagina 3 van 1
Memo geheel niet op de afvalexploitatie terechtkomen, maar uit de algemene dienst betaald worden, is een afname van het vastrecht van € 27 het resultaat. Dit komt neer op een bedrag van € 501.774 en op een verhoging van de OZB-tarieven met 10.8%. Scenario 4 – Stijging tarief voor vastrecht compenseren met OZB-stijging Een vierde scenario is dat de lastenstijging voor afval in Scenario 1 niet alleen volledig wordt verlegd naar de algemene dienst, maar dat de lastenverschuiving zover wordt doorgevoerd dat het vastrecht van afval gelijk blijft aan 2024. De lastenstijging van € 32 per huishouden wordt in dit scenario opgevangen door een OZB-stijging van 12.8%. Kanttekening Doorbelasting van de kosten van kwijtschelding en straatreiniging wordt niet alleen toegerekend aan de afvalexploitatie, maar ook naar de rioolexploitatie. Zowel in de tarieven voor afvalstoffenheffing als in de tarieven voor rioolheffing heeft dit effect. De scenario’s waarin lastenverschuiving toegepast wordt van afvalexploitatie naar de algemene dienst, kunnen ook overwogen worden voor de rioolexploitatie. Advies College van Burgemeester en Wethouders Het college handhaaft haar voorstel ten aanzien van onroerendzaakbelasting, rioolheffing en afvalstoffenheffing zoals opgenomen in de stukken van de begroting (scenario 1).
Daarnaast geeft het college aan dat zaken als de verdeling van kosten binnen de afvalbegroting en de wijze en frequentie van inzameling onderdeel zullen uitmaken van het te actualiseren Afval- en Grondstoffenplan. Ook de uitkomsten van nog te agenderen stukken m.b.t. nascheiding (verwachting Q1 2025) kunnen bij dit plan worden betrokken. Het college zal in het voorjaar van 2025 ten behoeve van het opstellen van de Strategie 2026 komen met een denklijn hoe in de toekomst te komen tot een grondslag voor de onroerendzaakbelasting. Hierdoor is het mogelijk om bij de vaststelling van de strategie de onderlinge samenhang van de tarieven te behandelen.
pagina 4 van 1