Memo beantwoording toelichting SAMEN op agendering RIB Brabants Nascheidingsinitiatief
Tekst van het document
Memo Aan
: Raads- en commissieleden
Van
: College B&W
Datum
: 1 juli 2025
Cc
:
Zaaknummer
: 2650168
Documentnummer : 2650541 Onderwerp
: Beantwoording toelichting SAMEN op agendering RIB Brabants Nascheidingsinitiatief
Memo: Naar aanleiding van de agendering van de RIB over het Brabants Nascheidingsinitiatief op de Commissie Ruimte van dinsdag 3 juni j.l. is een toezegging gedaan om schriftelijk te reageren op de toelichting van SAMEN. In deze memo vindt u de toelichting van SAMEN (zwarte tekst) en de beantwoording door GR Cure en het taakveld Afval (groene tekst).
--Toelichting SAMEN: Dag allen, Vanuit de fractie SAMEN hebben wij voor de commissie ruimte een agendaverzoek gedaan. Hierbij de toelichting waarom wij dit graag binnen de commissie ruimte willen bespreken. Voor de volledigheid in de bijlage ook de betreffende rib. Toelichting op agendaverzoek Addendum publiek-publieke samenwerking Midwaste – nascheiding huishoudelijk afval Aanleiding Op 15 april 2025 heeft het college een principeakkoord afgegeven aan de GR Cure voor deelname aan een publiek-publieke samenwerking met Midwaste. Deze samenwerking is gericht op de nascheiding van huishoudelijk restafval en wordt vastgelegd in een addendum op de bestaande standaardovereenkomst. De gemeenteraad is hierover geïnformeerd via een raadsinformatiebrief, zonder dat vooraf een zienswijze is gevraagd. Waarom wij dit in de commissie willen bespreken Als fractie van SAMEN zijn wij uitgesproken voorstander van nascheiding, bij voorkeur op zo kort mogelijke termijn. We zien dit als een logische en toekomstgerichte stap richting een circulaire economie, zeker in een deels stedelijke gemeente als Geldrop-Mierlo. Ook de gedachte achter samenwerking binnen Midwaste – met oog voor publieke belangen, duurzaamheid en risicospreiding – kunnen wij in de basis goed volgen. Tegelijk roept het afgegeven principeakkoord serieuze bestuurlijke vragen op.
Onze grootste zorg betreft de exclusiviteitsverplichting die onze gemeente via Cure aangaat, zónder dat we op dit moment daadwerkelijk instappen in nascheiding. Die constructie voelt onevenwichtig • We verbinden ons contractueel aan Midwaste, terwijl we nog geen lokaal besluit hebben genomen over invoering van nascheiding;
pagina 1 van 1
Memo Alle ingezamelde huishoudelijk afvalstromen binnen gemeente Geldrop-Mierlo worden door Cure via Midwaste vermarkt. Dus via de GR Cure zijn wij als gemeente al deelnemer in de GR Midwaste. Bij dit nascheidingsinitiatief gaat het enkel voor de stroom na te scheiden restafval. De partijen met wie Midwaste spreekt, zijn vooruitstrevend in het verwerken van deze stroom. Omdat we hier te maken hebben met overheidspartijen is dit mogelijk. We zijn via Cure, waarvan gemeente Geldrop-Mierlo onderdeel is, al verbonden met Midwaste. Deelname via Midwaste aan dit initiatief geeft juist flexibiliteit wanneer bijvoorbeeld in de toekomst gekozen wordt om (een deel van) het huishoudelijk restafval te laten nascheiden, mocht daartoe besloten worden. •
We doen dat op basis van exclusiviteit, wat inhoudt dat we geen gebruik meer kunnen maken van andere verwerkingsopties – ook niet als zich in de komende jaren betere, goedkopere of innovatievere alternatieven aandienen; De gemeente gaat een exclusiviteit aan, echter bestaat er geen volumeverplichting aan het initiatief. Midwaste heeft juist samen met haar gemeenten gekozen voor deze vorm om meer grip/regie te kunnen houden voor de gemeenten op toekomstige ontwikkelingen op scheidingstechnieken en veranderende wetgeving zoals Producentenverantwoordelijkheid. Nogmaals het gaat enkel om na te scheiden restafval, wanneer hier gebruik van gemaakt zou worden.
•
En als de dienstverlening van Midwaste tegenvalt, of als de gekozen lijn beleidsmatig niet meer aansluit bij wat Geldrop-Mierlo wil, is uitstappen niet eenvoudig: er geldt een minimale overgangstermijn van twee tot vijf jaar; *Een termijn van tot 5 jaar is ook vergelijkbaar met de huidige situatie. Dergelijke innovaties vragen om investeringen en zekerheid ook voor de partij die de installatie opereert. Daarmee is deze termijn niet raar. *In principe is de overeenkomst zelfs voor onbepaalde tijd. Binnen de samenwerking zijn de (sorteer)prestaties van de nascheidingsinstallatie nadrukkelijke evaluatiecriteria voor een succesvolle samenwerking. Wanneer de nascheidingsinstallatie achterblijft in de afgesproken prestaties dient de verwerker deze in eerste instantie weer op niveau te krijgen. *Beleid is en blijft altijd de keuze van de gemeente. Geldrop-Mierlo gaat zelf over de keuze tussen bron of nascheiding of een combinatie hiervan. Kiest de gemeente Geldrop-Mierlo voor het nascheiden van het Huishoudelijk Restafval zal dat via deze constructie gaan, kiest men nadien toch weer voor volledig bronscheiding levert men geen afval meer.
•
Tegelijkertijd dragen we via Cure wél financieel bij aan het traject, onder meer aan voorbereidingskosten. De voorbereidingskosten zijn gedragen door de initiatiefnemende gemeenten en voor een deel ook nog door de provincie. De verdeling gebeurt op basis van inwoners aantal. De initiatiefnemende gemeenten zijn Eindhoven, Den Bosch, Helmond, Oss, Meierijstad, Oss en Geldrop-Mierlo en Valkenswaard. Praktisch betekent dit dat Geldrop-Mierlo de afgelopen 5 jaren een totaal bedrag van bijna € 9.000,- heeft bijgedragen om de voorbereidingen van dit project te kunnen doen.
pagina 2 van 1
Memo
Wij begrijpen dat Midwaste als coöperatief verband gebaat is bij zekerheid over toekomstige volumes. Maar zolang Geldrop-Mierlo nog geen restafval aanlevert binnen dit model, levert deze afspraak voor ons op korte termijn geen directe beleidsmatige of financiële meerwaarde op. Wat overblijft is een verplichting, zonder opbrengst – en een beperking van onze beleidsvrijheid. Dat is een strategisch kwetsbare positie. De beleidsmatige meerwaarde is dat er een pad geplaveid is om te kunnen nascheiden wanneer Geldrop-Mierlo zou kiezen voor nascheiding van huishoudelijk restafval. Dit kan ook een deel van de huishoudens betreffen. Op dat moment is het door deze constructie mogelijk om deel te gaan nemen zonder op dat moment zelf een dergelijk traject vorm te hoeven geven. Het op een later moment dit traject nog eens (over) doen kost meer dan nu in gezamenlijkheid en vanuit de gedachte van de GR dit samen oppakken. Bovendien maken we ons zorgen over het democratisch proces. De raad wordt nu alleen geïnformeerd via een RIB, maar heeft geen mogelijkheid gehad om vooraf te sturen op de gemaakte keuzes. Terwijl het hier gaat om een afspraak met langjarige impact op het afvalbeleid en de toekomstige ruimte voor marktwerking. Het aangaan van contracten voor verwerking van alle afvalstromen is reeds een verantwoordelijkheid van Cure.
Wat we met deze bespreking willen bereiken Met dit agenderingsverzoek willen wij: • Inzicht krijgen in de overwegingen van het college om deze exclusieve verplichting nu al aan te gaan; • Duidelijkheid over de juridische, financiële en beleidsmatige gevolgen van het addendum; De Algemene ledenvergadering van Midwaste heeft het bureau (KplusV) opdracht gegeven om juist dit tot in detail uit te werken. Ook zij moeten akkoord gaan om dit traject samen met ons te ontwikkelen. • Bespreken of er ruimte is voor bijstelling of aanvullende waarborgen voor de gemeenteraad; Geldrop-Mierlo krijgt dezelfde bepalingen, voorwaarden enz. krijgen als alle deelnemende gemeenten aan dit project. • En reflecteren op de bredere vraag hoe we als raad tijdig en volwaardig betrokken kunnen worden bij dit soort samenwerkingsconstructies – in lijn met eerder uitgesproken wensen van de raad. Vraag is wat het verschil is tussen een samenwerkingsconstructie en het afsluiten van een contract voor de aanschaf van voertuigen met een afschrijvingstermijn van 12 jaar. Midwaste zal in de toekomstige situatie via Cure de deelnemende gemeenten via regiobijeenkomsten betrekken in de huidige prestaties van de nascheidingsinstallaties en de toekomstige ontwikkelingen. We zijn benieuwd hoe andere fracties aankijken tegen dit traject.
Vinden jullie het passend dat de raad bij een stap met structurele gevolgen alleen per raadsinformatiebrief is geïnformeerd, zonder voorafgaand debat of zienswijze? En hoe kijken jullie aan tegen het feit dat dit besluit formeel via Cure loopt,
pagina 3 van 1
Memo maar wél inhoudelijk bindend is voor onze gemeente? Wat vinden jullie van de exclusiviteitsverplichting, terwijl we nog geen restafval aanleveren? Zien jullie ook risico’s in het uitsluiten van toekomstige marktopties of in het feit dat we bij onvrede aan een lange opzegtermijn vastzitten? Het verbrandingscontract is ook een bevoegdheid van Cure en loopt van 1 februari 2017 tot 1 februari 2028. Gft contracten lopen altijd 4 jaar met verlengingsopties, legio contracten hebben dezelfde lengte. Al deze contracten kennen dezelfde voorwaarde, geen volume verplichting wel exclusiviteit. Het verschil met deze contracten en waar we nu voor staan is dat bij wetswijzigingen of andere maatschappelijk wendingen die beleidswijzigingen tot gevolgen hebben, de private contracten uitsluitend kunnen worden afgekocht. Waar we nu voor staan is ‘een volledige samenwerking tussen overheidspartijen’, waarin we allen voor dezelfde uitdagingen staan bij maatschappelijke wijzigingen. Daarmee zullen we vanzelf wendingen zien zonder het afkopen van contracten. Daarnaast vragen we ons af of er voldoende inzicht is gegeven in de financiële bijdrage via Cure, en of het verstandig is om deze lijn nu al vast te leggen terwijl onze huidige verwerkingsovereenkomst pas in 2028 afloopt.
Tot slot: vinden jullie dat Geldrop-Mierlo nu een koers moet bepalen in het afvalbeleid, of dat we eerst het inhoudelijke debat over nascheiding in onze gemeente moeten voeren? *In het concept Afsprakenblad (bijlage D bij de RIB) staat dat het nascheidingstarief lager dan wel gelijk moet zijn aan het verbrandingstarief. Exacte getallen kunnen natuurlijk pas worden afgegeven in 2028. Private verwerkers zullen nu ook geen tarief afgeven voor 2028. Of met inbegrip van alle mogelijk risico’s. *Dat de gemeenten en Midwaste nu al bezig zijn met het op een juiste manier laten verwerken (nascheiding) van het Huishoudelijk Restafval heeft mede te maken met de verdere verhoging van de verbrandingsbelasting, CO2-belasting en een mogelijke plastictaks die geheven gaat worden op het te verbranden van huishoudelijk Restafval. Het is daarom dat het verder reduceren van de hoeveelheid huishoudelijk restafval ter verbranding financieel noodzakelijker wordt dan ooit en heeft derhalve een enorme financiële impact voor de gemeenten. Namens fractie SAMEN, Mariëlle Verdouw en Daan Jansen
pagina 4 van 1