Kadernota 'Beheer bos- en natuurterreinen 2024-2029 Geldrop-Mierlo.docx
Tekst van het document
Kadernota Beheer Bosen Natuurterreinen 2024-2029 Gemeente Geldrop-Mierlo Concept
Colofon Opdrachtgever: Titel: Status: Datum: Auteur(s): Kaartmateriaal:
Gemeente Geldrop-Mierlo Kadernota Beheer Bos- en Natuurterreinen Defintief April 2023 A van Alphen (Bosgroep Zuid Nederland) Copyright © 21, Dienst voor het kadaster en openbare registers, Apeldoorn
Projectnummer:
22262700.091
Inhoudsopgave
1
Inleiding
4
2
Kenschets bos- en natuurterreinen
5
2.1 Ligging en oppervlakte 2.2 Ontstaanswijze 2.3 Bodem en waterhuishouding 2.4 Archeologie en cultuurhistorie 2.5 Flora en fauna 2.6 Recreatief gebruik
5 6 6 6 7 7
Beleid
9
3.1 Provinciaal beleid 3.2 Gemeentelijk beleid
9 10
Nieuwe ontwikkelingen
12
4.1 Klimaatsverandering en verzuring 4.2 Natura 2000 gebied Strabrechtse Heide en Beuven 4.3 Maatschappelijke betrokkenheid 4.4 Dommeldal uit de verf
12 12 12 13
Beheerdoelstelling
14
5.1 Algemene doelstelling 5.2 Verschillen t.o.v. vorige beheerperiode 5.3 Uitwerking
14 14 15
Begroting
20
6.1 Beheerbegroting
20
3
4
5
6
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
3
1
Inleiding
De gemeente Geldrop-Mierlo heeft ruim 300 hectare bos- en natuurterrein in haar eigendom. De gemeente Geldrop-Mierlo heeft in haar ontwerp omgevingsvisie en het concept-omgevingsprogramma Natuur (voorheen Natuurvisie) ambities uitgesproken voor een verdere ontwikkeling van deze bos- en natuurterreinen. Daarnaast staat de kwaliteit en vitaliteit van natuur onder druk door omgevingsfactoren zoals klimaatsverandering en verzuring. Dit vraagt om een gerichte aanpak. Deze ontwikkelingen vormen de aanleiding voor het opstellen van een nieuw kadernota voor het beheer van de bos- en natuurterreinen in eigendom voor de periode 2024-2029. In deze kadernota worden de ambities vertaald naar beheerdoelstellingen. De kadernota 2024-2029 is tevens bedoeld als onderbouwing en verantwoording van de keuze om het beheer van de bos- en natuurterreinen niet meer op een kostenneutrale werkwijze uit te voeren, maar hiervoor meer budget in de begroting op te nemen. Op deze wijze kunnen de nieuwe ambities ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. De kadernota dient als basis voor het op te stellen beheerplan bos- en natuurterreinen. Dit beheerplan vertaalt de beheerdoelstellingen naar streefbeelden en concrete maatregelen voor de periode 2024-2029. Deze kadernota, en het uit te werken beheerplan gaan over het beheer van de bestaande bos- en natuurterreinen van de gemeente Geldrop-Mierlo.
(Her)inrichting van bestaande en nieuwe natuur wordt niet in deze plannen meegenomen.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
4
2
Kenschets bos- en natuurterreinen
2.1 Ligging en oppervlakte De totale oppervlakte bos- en natuurterrein van gemeente Geldrop-Mierlo bedraagt ca. 300 hectare. Van de 300 hectare bestaat bijna 250 hectare uit bos. De resterende oppervlakte bestaat uit droge heide, vennen, natte heide en natuurgrasland. In figuur 1 zijn de bos- en natuurterreinen van de gemeente weergegeven.
Figuur 1: Ligging bos- en natuurterreinen. De gearceerde gebieden vormen de toevoegingen. (©Basisregistratie Topografie, CC-By Kadaster 2015) Molenheide en Coevering vormen de robuuste bosgebieden tussen de kernen Geldrop en Mierlo. In het verleden zijn een aantal bosgebiedjes ingesloten door bebouwing waardoor de huidige Wijkbosjes zijn ontstaan. Het beekdal van de Kleine Dommel is een aantrekkelijke, en waardevolle ecologische verbindende schakel in de kern van Geldrop. Het gebied bij Gijzenrooi bestaat uit bos en landschapselementen in een kleinschalig en afwisselend landschap. Daarnaast liggen nog een aantal kleinere bosjes en landschapselementen verspreid in de gemeente. De oppervlakte bos- en natuurterrein wordt uitgebreid ten opzichte van de laatste kadernota uit 2012 met ca. 50 hectare. Deze uitbreiding is weergegeven in figuur 1. Deze terreinen kenden tot nu toe geen bewust beheer, maar behoren wel tot het eigendom van de gemeente. De terreinen zijn van belang uit oogpunt van ecologie, extensieve recreatie of landschapsbeeld. Om deze reden worden ze toegevoegd aan de gemeentelijke bos- en natuurterreinen. De grootste uitbreiding ligt in het beekdal van de Kleine Dommel. Hier wordt actiever ingezet op de ecologisch verbindende functie, cultuurhistorische waarden en beleefbaarheid. Daarnaast worden de Wijkbosjes, en landschapselementen toegevoegd.
In het dal van de Goorloop zijn een aantal gronden Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
5
weggevallen door verkoop aan, en ruiling met Staatsbosbeheer. Hiervoor in de plaats zijn een aantal landschapselementen van Staatsbosbeheer aan het eigendom van de gemeente toegevoegd. 2.2 Ontstaanswijze Het overgrote deel van de bossen bestaan uit heideontginningsbossen, aangelegd op voormalige heidegronden en stuifzand. Deze heidegebieden zijn in de Middeleeuwen vanuit bos ontstaan door overmatige begrazing, het verwijderen van strooisel en plaggen ten behoeve van de potstal en houtoogst. Bij nog verdere overbegrazing en plaggen konden deze heidevelden veranderen in zandverstuivingen. Door de komst van kunstmest aan het einde van de 19e eeuw werden deze heidevelden overbodig in het toenmalige heide-potstal landbouwsysteem. In de eerste helft van de 20ste eeuw is gestart met het in cultuur brengen van de heide voor landbouw en werden zandverstuivingen beteugeld door aanplant van productiebos voor bijvoorbeeld de mijnbouw. In verband met de arme bodem is hierbij vooral gebruik gemaakt van grove den, Corsicaanse den, Amerikaanse eik en op enkele plaatsen inlandse eik en berk. Kleine fragmenten van heideterreinen, ondermeer bij de vennen, zijn hierbij niet bebost en daarmee bewaard gebleven. Een aantal wijkbosjes vormen de restanten van bossen en bosjes, maar zijn geleidelijk door bebouwing ingesloten. Een klein deel van het bos (Gijzenrooi) is van recentere datum.
Deze bossen zijn rond het jaar 2000 aangelegd op landbouwgrond. Ze bestaan voornamelijk uit loofbos, grove den en fijnspar. Het beekdal van de Kleine Dommel is ontstaan doordat de hoger gelegen zandgronden van de Kempen en de Peelvenen overtollig regenwater afwateren naar het lager gelegen Maasdal. In de Middeleeuwen werd de invloed van de mens steeds groter. De gronden in het beekdal werden steeds meer gebruikt als graslandjes voor beweiding. Hierdoor zijn de typische beekdallandschappen ontstaan met kleinschalige graslandjes, houtwallen en singels. Deze historische verkaveling bestaat nog gedeeltelijk. Geleidelijk is het beekdal ingesloten door de bebouwing van Geldrop en zijn ook stedelijke functies toegevoegd zoals een uitloopfunctie voor de inwoners. Het kasteel Geldrop en omliggend park vormt een markant en historisch element aan de rand van het Dommeldal. De landschapselementen bij Gijzenrooi vormen restanten van een historisch agrarisch landschap, of zijn opnieuw aangelegd ter herstel van dit kleinschalige landschap. De landschapselementen aan de noord- en oostzijde van de gemeente zijn aangelegd in de tweede helft van vorige eeuw. 2.3 Bodem en waterhuishouding De bodem van de heideontginningsbossen bestaan uit relatief arme en droge zandgronden. Het betreffen infiltratiegebieden.
Dat wil zeggen dat het overtollige regenwater in een ongestoorde situatie naar beneden zijgt en het grondwater voedt. De beekdalen van de Kleine Dommel, en Gijzenrooi bestaan uit kwelgebieden. Dit zijn over het algemeen relatief rijkere zandgronden, soms met veen en/of leem en staan onder invloed van kwel. Het grondwater uit de hoger gelegen gebieden stroomt ondergronds naar de lager gelegen gebieden en komt daar dicht bij het maaiveld, of zelf boven maaiveld in de laagste en natste delen. Door de aanleg van sloten en waterlopen wordt dit water vaak versneld afgevoerd. 2.4 Archeologie en cultuurhistorie Een klein deel van de gebieden behoort tot een gebied van archeologische waarde. Het merendeel van de gebieden heeft een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. (archeologische beleidskaart 2012, ODZB). Deze indeling geeft de kansrijkdom voor archeologische vondsten in de ondergrond. In enkele gebieden, zoals bij Gijzenrooi en Molenheide en in het Dal van de Kleine Dommel zijn archeologische vondsten bekend (Erfgoedkaart ODZB, CHW 2016, prov NBr.) Een klein deel van de bosgebieden valt onder het archeologische landschap ‘Helmondse Akkers’. De kleine bosgebieden langs de A67 bij Geldrop liggen in het archeologisch landschap ‘Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa’. Dit is één van de archeologisch rijkere landschappen in de provincie Noord-Brabant.
Deze archeologische Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
6
topgebieden zijn ‘samenhangende oude bewoningsgebieden waar nog relatief veel kampementen, nederzettingen, heiligdommen en grafvelden in het bodemarchief bewaard zijn en die in meer dan één gemeente liggen. In deze landschappen werkt de provincie aan afstemming van het archeologiebeleid van de gemeenten. Bij de inzet van middelen focust de provincie op deze landschappen.’ De percelen in de gebieden Gijzenrooi, het Dal van de Kleine Dommel, en Voortje vallen binnen het Cultuurhistorisch Landschap Dommeldal De historische kenmerken in deze landschappen zijn planologisch beschermd (CHW 2016, prov NBr.). Enkele wegen en paden in de gebieden kennen een hoge tot redelijk hoge historische geografie. (CHW 2016, prov NBr.). 2.5 Flora en fauna Landelijk staat de biodiversiteit onder druk door de omgevingsfactoren stikstofdepositie, verdroging, klimaatsverandering en versnippering. De aandacht bij het beheer is dan ook gericht op het zoveel mogelijk wegnemen van de effecten van deze omgevingsfactoren, en zo mogelijk herstel en verbinden van de gebieden. Het dal van de Kleine Dommel was halverwege de vorige eeuw rijk aan bijzondere flora door de basenrijkdom van het opwellende grondwater. Hieronder bevonden zich bijzondere soorten zoals brede orchis, gevlekte orchis, grote keverorchis, waterdrieblad, wateraardbei en grote- en kleine ratelaar.
Ondanks aantasting van het beekdallandschap door bebouwing en ontwatering is de huidige vegetatie nog steeds erg soortenrijk en zijn er fraai ontwikkelde vegetaties van elzenbroekbossen met moeraszegge, gewone dotterbloem, kleine valeriaan, moerasviooltje, koningsvaren, bosbies en bittere veldkers aanwezig. In de graslanden van het beekdal zijn bijzondere flora grotendeels verdwenen. In het Hulsterbroek, dat onderdeel vormt van het dal van de Kleine Dommel, heeft derhalve van 2015 tot 2018 hydrologisch herstel van de natte graslanden en broekbossen plaatsgevonden om de verdroging te verminderen. In het kader van Projectplan ‘Beekdalen verbinden’ zijn tussen 2014 en 2016 maatregelen uitgevoerd ten behoeve van de kleine ijsvogelvlinder in het zuidelijke deel van het dal van de Kleine Dommel. De werkzaamheden focusten zich hoofdzakelijk op de realisatie van bosranden met onder andere wilde kamperfoelie, de waardplant van de kleine ijsvogelvlinder. Binnen het project is onder andere gewerkt aan het verminderen van de barrièrewerking van de A67 voor de kleine ijsvogelvlinder. De vennen en heiden hebben de maken met verdroging en stikstofdepositie. Door de verdroging staan vennen eerder en steeds langer droog. Stikstofdepositie uit zich vooral in vergrassing en overmatig bosopslag op de heide.
Het bos- en natuurgebied de Coeveringse heide bestaat hoofdzakelijk uit bos en droge heide. De heidevegetatie bestaat voornamelijk uit soorten als struikhei, gewone dophei, grove den, grijs kronkelsteeltje en zeer sporadisch pijpenstrootje (jaartal waarnemingen 2020). Op het heideterrein zijn enkele vennen gelegen. In de randen van een van deze vennen zijn veenmos, gewone waternavel en de zeldzame rode lijstsoort grondster waargenomen (jaartal waarnemingen 2022). In bosgebied Molenheide liggen het Molenven en het Lisven en twee poelen. Beide poelen liggen in een laagte in het bos. In 2022 is bij onderzoek naar de kwaliteit de aanwezigheid van de alpenwatersalamander vastgesteld (jaartal waarnemingen 2022). Het Molenven en het Lisven zijn uitgestoven laagten, waarvan het Molenven in de zomer droog valt, maar ’s-winters wel water bevat. Dit ven functioneert dan ook meer als natte laagte met (pioniervegetaties van) vochtige heide dan als ven. Het Lisven bevat permanent water, waardoor deze een belangrijk gebied is voor de voortplanting van amfibieën en libellen. De oevers van deze vennen bevat een aantal zeldzame plantensoorten, zoals klokjesgentiaan, bruine snavelbies, kleine zonnedauw en draadzegge. Rond beide vennen leeft een kleine populatie levendbarende hagedis. In 2021 is voor het eerst rugstreeppad waargenomen.
De omliggende heidevegetatie bestaat uit soorten als gewone dophei, gewone haarmos en pijpenstrootje. Verder is er jonge opslag van de grove den, berken en wilgen (jaartal waarnemingen 2023). De aandacht voor de heideterreinen is vooral gericht op het behouden van de aanwezige populaties planten en dieren en het tegengaan van verbossing en vergrassing.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
7
De ontwikkelingen van de bos- en natuurterreinen worden gemonitord via de monitoringsystematiek voor het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Deze systematiek wordt gebruikt om de natuurkwaliteit in het Natuurnetwerk te volgen. De frequentie en wijze van monitoren is afhankelijk van de betreffende natuurbeheertypen. 2.6 Recreatief gebruik De bosgebieden zijn opengesteld voor extensieve recreatie (wandelen, fietsen en paardrijden). De grootste bosgebieden (Molenbos en Coevering) liggen tussen Geldrop en Mierlo, en worden dan ook graag gebruikt als uitloopgebied. Voor het recreatieve gebruik zijn ook allerlei voorzieningen aanwezig zoals wandelpaden/routes, MTB routes, een trimbaan en een tweetal minder validenpaden. Het recreatieve gebruik van het bos heeft invloed op de natuurfunctie. Een goede balans is daarom belangrijk. In het bijzonder is de ecologisch verbindende functie tussen de Strabrechtse heide aan de zuidzijde en de Stiphoutse bossen aan de noordzijde van belang. Het doorvoeren van een zonering biedt hierin een oplossing. In de gebieden met een verbindende functie is meer aandacht voor natuur. In de uitloopgebieden tegen de kernen is meer aandacht voor recreatief medegebruik. Het gebruik van het Dal van de kleine Dommel is zeer gevarieerd.
Het fungeert als uitloopgebied voor Geldrop, heeft gedeeltelijk een parkfunctie, en wordt op verschillende plekken doorsneden door wegen. Het dal heeft ook een ecologisch verbindende functie. Hier staan natuur en recreatie op gespannen voet. Ook hier is een zonering gewenst. De westzijde van de bossen bij Gijzenrooi worden vanwege de ligging weinig gebruikt door recreanten. De oostzijde van deze bossen, rondom de waterplassen, worden juist druk bezocht. Hier liggen ondermeer wandelpaden en een trimbaan. De plassen zelf worden gebruikt als visvijver.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
8
3
Beleid
3.1 Provinciaal beleid 3.1.1. Brabantse bossenstrategie (2020) De Brabantse bossen zijn traditioneel van belang voor recreatie, houtproductie en biodiversiteit. Er komen echter steeds meer functies bij. Zoals opvang CO2, herstel bodem- en waterkwaliteit en meervoudig gebruik voor recreatie en woon- en werklocaties. Nieuwe bosvormen zijn in opkomst. Denk aan voedselbossen, agroforestry, klimaatbossen, oerbossen en parkachtige zones in stedelijk gebied. En er zijn meer en meer initiatieven om bomen in te zetten voor klimaatopvang, hittestressreductie in steden en hout als duurzame grondstof. Kort samengevat is het doel van de bossenstrategie het areaal bos in Brabant te vergroten, de kwaliteit ervan te verbeteren en de afzet te verduurzamen. Er staan daarbij vijf thema’s centraal. • • • • •
Klimaatadaptatie en bos (revitaliseren bos en bodem) Klimaatmitigatie en bos (13.000 hectare meer bos en hout als duurzame grondstof) Herstel en ontwikkeling van bosbiodiversiteit (streven naar goed ontwikkelde, soortenrijke bossen met een substantieel aandeel natuurbos) Luchtkwaliteit en leefomgeving (schone, bosrijke leefomgeving, reductie hittestress) Bosproducten als duurzame grondstof (circulaire economie, focus op kwaliteitshout en een impuls voor ontwikkeling voedselbossen en agroforestry.
3.1.2 Natuurnetwerk Brabant Het merendeel van de bos- en natuurterreinen van de gemeente Geldrop-Mierlo zijn opgenomen in het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het Natuurnetwerk Brabant is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (www.brabant.nl). In het provinciaal Natuurbeheerplan zijn de ambities en huidige natuurbeheertypen vastgelegd. De beheertypekaart is leidend voor de te verkrijgen beheersubsidies. Momenteel staat het merendeel van het bos als bos met productie genoemd, zowel op de ambitiekaart als op de beheertypenkaart. De term productie heeft betrekking op de productie van hout. Een eigenaar van bos- en natuurterreinen kan gemotiveerde wijzigingsverzoeken indienen bij de provincie Noord-Brabant voor bijstelling van de ambitiekaart en beheertypenkaart. De gemeente Geldrop-Mierlo heeft de ambitie de nog in te richten gronden binnen het natuurnetwerk om te vormen naar natuur.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
9
Figuur 2: Provinciale ambitiekaart. Het merendeel van het bos staat als bos met productie (lichtbruin) 3.2 Gemeentelijk beleid 3.2.1 Concept omgevingsprogramma Natuur (voorheen natuurvisie) In de integrale Natuurvisie “Natuur je buur” heeft de gemeente Geldrop-Mierlo haar ambities met betrekking tot haar buitengebied vastgelegd. Belangrijke thema’s zijn klimaat, duurzaamheid en omgevingskwaliteit. Deze natuurvisie is in juli 2022 omgezet en vastgesteld als concept-omgevingsprogramma Natuur en zal in 2023 verder worden uitgewerkt. De belangrijkste speerpunten zijn water vasthouden door het herstel van de sponswerking van de bodem, het beperken van de verdamping door het omvormen van naaldbossen naar loofbossen in de infiltratiegebieden, water vasthouden door het creëren van robuuste beekdalen en creëren van kwelzones, en het juiste sortiment (beplanting) op de juiste plek. Voor het beheer zijn vooral bodemherstel, bosomvorming, en het juiste sortiment op de juiste locatie van belang. Daarnaast kunnen de gebieden een belangrijke verbindende rol naar de omgeving vervullen. Zowel voor de natuur in de vorm van ecologische verbindingen, zoals van de Strabrechte heide naar Gulbergen en de ecologische verbindingen in de beekdalen, als voor extensieve recreatie in de vorm van uitloopgebieden voor haar inwoners.
Dit vraagt wel om zonering van rust en drukte om de natuurwaarden te blijven garanderen. 3.2.2 Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040 (vastgesteld februari 2023) De natuurvisie heeft input geleverd voor de Omgevingsvisie Geldrop-Mierlo 2040 In de omgevingsvisie legt de gemeente haar visie vast op de ontwikkeling van haar grondgebied. De omgevingsvisie wordt opgesteld in het kader van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking treedt. De belangrijkste onderdelen uit de natuurvisie zijn dan ook opgenomen in de omgevingsvisie. Een belangrijk onderdeel is de zonering van de bossen van Molenheide en de Coeveringseheide, waarbij aan de oostrand van Geldrop een rust- en stiltegebied
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
10
wordt beoogd.
Figuur 3: Schetsimpressie gebiedsperspectief Molenheide De omgevingsvisie is in februari 2023 vastgesteld. Er is verder al een aangezet gemaakt in verschillende thematische- en gebiedsomgevingsprogramma’s. Hierin worden de ambities uit de omgevingsvisie al uitgewerkt naar concretere doelen en opgaves. 3.2.3 Klimaatbeleidsplan en - agenda Uitvoering Agenda In het klimaatbeleidsplan en de -klimaatagenda, die begin 2023 is vastgesteld geeft sturing aan de ambities om op een viertal thema’s, te weten wateroverlast, hittestress, droogte en ruimtelijke ontwikkelingen, GeldropMierlo klimaatrobuuster te maken. De gemeente zet in op het beter vasthouden van water, het toepassen van droogteresistente soorten en het realiseren van waterbuffers. Natuurgebieden als het Dommeldal en de bossen van de Molen- en Coeveringse heide spelen een belangrijke rol in deze opgaves. 3.2.4 Bestemmingsplan Buitengebied 2010 De meeste bestaande bos- en natuurterreinen zijn als bos of natuur bestemd. De ontwikkeling is gericht op behoud, herstel of ontwikkeling van bos of natuur. Extensief recreatief medegebruik past binnen de bestemming. In aansluiting op de archeologische verwachtingswaarden kan een dubbelsbestemming archeologie gelden. Bij cultuurhistorisch waardevolle gebieden is een functieaanduiding met deze benaming toegevoegd.
Binnen het Dal van de Kleine Dommel geldt een dubbelbestemming waterstaat-attentiegebied EHS. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
11
4
Nieuwe ontwikkelingen
4.1 Klimaatsverandering en verzuring De natuurlijke bossen en boslandschappen die hier oorspronkelijk waren, hadden een grote biodiversiteit. Dat droeg bij aan hun veerkracht tegen bedreigingen als de natuurlijke verzuring. Met name de rijke boomsoortensamenstelling, het vochtvasthoudend vermogen van de bodem en de recycling van nutriënten, zorgden voor die veerkracht. Tegenwoordig is de veerkracht van de meeste bossen aangetast. Vooral de bossen op zandgronden hebben het zwaar. Zandgronden zijn, ongeacht hun gebruiksdoel, zeer gevoelig voor de droogte vanwege diepwegzakkende grondwaterstanden, en de bosbodems zijn bovendien sterk verzuurd door stikstofdepositie. De gevolgen van verzuring en klimaatverandering zijn dan ook fors. Ze pakken namelijk nog eens extra negatief uit, omdat ze diverse negatieve effecten uit het verleden versterken. Dat geldt met name voor de bossen op voormalige heidegronden. Veel nutriënten zijn in het verleden aan de bodem onttrokken door overexploitatie. De humus is weg. Er zijn vervolgens nieuwe bossen geplant, maar dat was op arme bodem met een slechte vochtvoorziening. Bovendien bestaan deze bossen veelal uit boomsoorten waarvan het strooisel verzurend werkt zoals de grove den. Daarnaast is de bodem op veel plaatsen verdroogd, door een te snelle afvoer van regenwater en het onttrekken van grondwater.
We hebben bovendien nog te maken met monoculturen, waarbij destijds maar één boomsoort is geplant. Dat alles maakt de bossen extreem kwetsbaar voor het uitvallen van boomsoorten door droogte of ziekten. Inmiddels is duidelijk dat verschillende boomsoorten het moeilijk hebben. Denk hierbij aan de fijnspar (letterzetter), de es (essentaksterfte) en de eik (eikensterfte). Het is niet te voorspellen wat de gevolgen van verzuring en klimaatverandering voor het bos precies gaan zijn. Maar deze ontwikkelingen vragen wel om ingrijpen. De belangrijkste maatregel is het terugdringen van de stikstofdepositie en het afremmen van de klimaatverandering. Maar door de bossen zelf ook sterker en veerkrachtiger te maken, worden ze weerbaarder tegen deze externe invloeden. 4.2 Natura 2000 gebied Strabrechtse Heide en Beuven De bos- en natuurterreinen van de gemeente Geldrop-Mierlo liggen aan de zuidzijde tegen het Natura2000 gebied Strabrechtse Heide en Beuven. De effecten van klimaatsverandering en stikstofdepositie op N2000 gebieden hebben momenteel alle aandacht. Mogelijk liggen er kansen om in randzone rondom de Strabrechtse Heide maatregelen te treffen die het N2000 gebied versterken, danwel van meerwaarde zijn voor het herstel van het N2000 gebied. Dit zal in het komende jaar worden uitgewerkt. De gemeente is betrokken bij de Gebieds Gerichte Aanpak (GGA) Strabrechtse heide.
In dit proces wordt met alle betrokken partijen aan een gezamenlijke aanpak voor herstel van het N2000 gebied gewerkt. 4.3 Maatschappelijke betrokkenheid De maatschappelijke betrokkenheid in natuur is zeer divers. De belangrijkste betrokkenheid uit zich vooral als gebruiker in de vorm van natuurbezoek. Dit bezoek is in Nederland in de afgelopen jaren gestegen, met name onder ouderen. Onder kinderen en jongeren daalt het natuurbezoek echter [Bredenoord et al. (2020), Maatschappelijke betrokkenheid bij natuur in beleid en praktijk - Verkennende studie onder burgers en bedrijven, Den Haag: PBL]. Als uiting van actieve maatschappelijke betrokkenheid kan de beweging naar vermaatschappelijking van het natuurdomein worden gezien. Dit betekent dat burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven initiatieven nemen, participeren en soms ook verantwoordelijkheid nemen voor publieke waarden op het gebied van natuur.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
12
Er hebben zich een aantal initiatiefnemers gemeld bij de gemeente voor actieve participatie door middel van financiering of actieve participatie in de realisatie van nieuwe natuur en beheer. Het is nog onduidelijk of deze trend zich gaat voortzetten of uitbreiden. 4.4 Dommeldal uit de verf Het beekdal van de Kleine Dommel en de Dommel tussen de A67 (Geldrop) in het zuiden en de Planetenlaan (Son en Breugel) in het noorden, is een prachtig gebied waar natuur, recreatie en cultuurhistorie samenkomen. Het ligt midden in de stedelijke omgeving van Eindhoven en omliggende dorpen (Website Brabants Landschap 2020). Het Dal van de Kleine Dommel maakt onderdeel uit van deze ontwikkeling. Om die reden is gemeente GeldropMierlo actief betrokken. Het doel is het realiseren van het Natuurnetwerk waardoor de beek haar functie als ecologische verbinding beter kan vervullen, herstellen en zichtbaar maken van de cultuurhistorie en de opvang van water en voorkomen van hittestress uit oogpunt van klimaatsveranderingen. De inrichting van de nieuwe natuur valt buiten de kaders van dit plan. Het beheer van de bestaande en ingerichte natuur maakt wel onderdeel uit van dit plan.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
13
5
Beheerdoelstelling
5.1 Algemene doelstelling Op basis van voorgaande beleidskaders en nieuwe ontwikkelingen wordt de volgende doelstelling voor de bosen natuurterreinen van de gemeente Geldrop-Mierlo nagestreefd:
Natuur en extensieve recreatie vormen de belangrijkste functies in de gemeentelijke bosen natuurgebieden en worden waar mogelijk versterkt en verder ontwikkeld. Daar waar functies kunnen conflicteren zoals bij specifieke waarden voor natuur wordt een ruimtelijke zonering ingesteld. Houtproductie wordt ingezet als sturingsmiddel voor beide functies tijdens de omvormingsfase en geleidelijk afgebouwd. Het beheer wordt gefinancierd uit gemeentelijke middelen, subsidie inkomsten en opbrengsten uit houtverkoop. 5.2 Verschillen t.o.v. vorige beheerperiode In de vorige beheerperiode werden de volgende uitgangspunten voor het beheer gehanteerd: • het realiseren en in stand houden van afwisselende bosgebieden met meerdere vormen van extensieve recreatie; • het in stand houden en waar mogelijk verhogen van de (aanwezige) natuurwaarden; • houtoogst als separaat doel, gericht op houtkwaliteit voor een zo groot mogelijke houtoogst én ter ondersteuning van de functies natuur en recreatie. Inkomsten uit de houtoogst worden ingezet om een deel van de kosten van het beheer te dekken. In de komende beheerperiode wordt zwaarder ingezet op de ontwikkeling van natuurwaarden met extensieve recreatie. Dit heeft als gevolg dat houtproductie met ingang van deze beheerperiode geen doel meer is. Houtproductie wordt nog wel ingezet als middel om de bosontwikkeling te sturen in de gewenste richting.
In deze beheerperiode wordt nadrukkelijker gekozen voor het ontwikkelen van relevante verbindingen voor natuur en recreatie. Hiervoor wordt ook een zonering doorgevoerd. Dat betekent dat op basis van ligging en potentie keuzes worden gemaakt voor verdere ontwikkeling. In de voorgaande beheerperioden werden de functies min of meer gelijkwaardig overal nagestreefd. Dit leidt concreet tot de volgende veranderingen: Uitbreiding van de oppervlakte bos- en natuurterreinen in beheer De grootste uitbreiding ligt in het beekdal van de Kleine Dommel. Hier wordt actiever ingezet op de ecologisch verbindende functie, cultuurhistorische waarden en beleefbaarheid. Een aantal terreinen in het beekdal in gemeentelijk eigendom worden toegevoegd als natuurterrein om dit mogelijk te maken. Daarnaast worden de Wijkbosjes, en landschapselementen toegevoegd aan de oppervlakte bos- en natuurbeheer. Deze terreinen kenden geen actief beheer en worden nu toegevoegd als bos- en/of natuurterrein. Actieve verlofing (omvorming naaldbos naar loofbos en gemengd bos) In de vorige beheerperiode was het bevorderen van een gemengd bos en verlofing al een aandachtspunt. Met de huidige klimaatsverandering en verzuring, en in aansluiting op de Concept omgevingsprogramma Natuur (voorheen natuurvisie), wordt zwaarder ingezet op verlofing.
Meer boomsoorten in het bos vergroten de weerbaarheid tegen klimaatsveranderingen. Loofbomen met een zogenaamd mild strooisel bevorderen de bodemontwikkeling, en daarmee het water- en mineralenvasthoudend vermogen. Daarnaast verdampt open loofbos minder water dan (donker) naaldbos, waardoor meer water kan infiltreren in de bodem. Geleidelijk afbouw van de houtproductiefunctie Het produceren van hout wordt niet meer gezien als een doel, maar als een middel om het bos te sturen in de gewenste ontwikkeling. Dat betekent dat niet meer wordt beheerd op verbetering van de houtkwaliteit. De inkomsten uit houtverkoop kunnen een bijdrage leveren in de beheerkosten. De rol van houtoogst zal geleidelijk steeds minder worden. Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
14
Zonering In de lijn met de natuur- en omgevingsvisie zal een zonering worden doorgevoerd, gericht op de gewenste kwaliteitsverbetering. Het merendeel van de bos- en natuurterreinen is gericht op de ontwikkeling van natuur met extensieve recreatie. Daar waar natuurwaarden in de knel komen, wordt een zwaarder accent op natuur gelegd. Hierbij wordt gelet op het ecologisch verbinden van natuurgebieden. Daarentegen wordt bij bosgebieden tegen de woonkernen extra gelet op de beleefbaarheid door middel van een ‘netter’ bosbeeld. Maatschappelijke betrokkenheid De gemeente verwelkomt participatie in het beheer, mits passend binnen de gewenste ontwikkelingen, er geen gebieden worden afgesloten en het geen onevenredige zware verplichtingen met zich meebrengt. Boomveiligheid In de komende beheerperiode wordt meer aandacht besteed aan de boomveiligheid langs bospaden en routes. Dit is nodig door klimaatsverandering en verdroging. Hierdoor neemt de kans op sterfte en kwijnende bomen toe, en daardoor de kans op vallende bomen en takken. De controle wordt planmatig opgepakt. FSC certificering De gemeente Geldrop-Mierlo kiest ervoor haar bosbeheer FSC te laten certificeren. Met deze certificering borgt de gemeente haar duurzame bosbeheer. 5.3 Uitwerking 5.3.1 Recreatie & Maatschappelijke betrokkenheid De bossen vormen voor de inwoners van de gemeente een belangrijke ontspanningsmogelijkheid.
Om deze reden streeft de gemeente naar recreatief aantrekkelijke bossen. In de bosgebieden is plaats voor extensieve recreatie: wandelen, hardlopen, fietsen, ATB en paardrijden. De gemeente vindt het belangrijk dat omwonenden van de bos- en natuurterreinen en andere belanghebbenden zich kunnen vinden in het gemeentelijk bos- en natuurbeleid. Daarom wordt getracht op voorhand inwoners te betrekken en voor en tijdens de uitvoer van maatregelen te informeren over de werkzaamheden. Aanwezige recreatieve voorzieningen worden beheerd op hun functie. Het beheer en onderhoud van elementen die vallen onder het veiligheids- en attractiebesluit vallen buiten het bos- en natuurbeheer. Actieve participatie in de vorm van financiële ondersteuning bij bosrevitalisering en natuurbeheer wordt positief ontvangen, mits de maatregelen passen in de gewenste ontwikkeling, de verplichtingen niet onevenredig zwaar zijn, en geen afgesloten gebieden ontstaan. Actieve participatie in de vorm van de realisatie van nieuw bos- en natuuraanleg dient zoveel mogelijk een bijdrage te leveren aan de gewenste ecologische verbindingen binnen de gemeente, danwel het robuuster maken van de bestaande terreinen.
5.3.2. Natuur & Biodiversiteit De gemeente Geldrop-Mierlo bestaat uit een gevarieerd landschap met bos en heide op droge zandgronden, open landbouwgebieden en beekdalen. Verschillende dier- en plantensoorten vinden hun plek binnen dit landschap. De nadruk ligt op verbetering en verbinden van leefgebieden, waar meerdere soorten van profiteren, in plaats van soort-specifieke maatregelen. Er wordt gestuurd op robuuste en betaalbare natuurgebieden voor gezonde veerkrachtige natuur, waarvan het beheer op de lange termijn betaalbaar blijft. Bosgebieden Het uitgangspunt van de functie natuur in de bosgebieden is een bos dat qua structuur en soortensamenstelling aansluit op een natuurlijke referentie van de groeiplaats met een groot aandeel inheems loofhout. De aanwezigheid van een verschillende leeftijdsopbouw, structuur en soortensamenstelling is de waarborg voor behoud en versterking van biodiversiteit binnen de bosgebieden.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
15
De grotere aaneengesloten bosgebieden zijn aangemerkt als natuurbos. Hier is ruimte voor extensieve recreatie en natuur. Houtproductie heeft een ondersteunende rol in de omvormingsfase. De huidige bossen op de zandgronden zijn door de ontstaanswijze als heide ontginningsbos nog in de pionierfase. Deze arme bossen zijn kwetsbaar voor verzuring en klimaatsveranderingen. De aandacht is dan ook gericht op: •
het stoppen van de achteruitgang van biodiversiteit, welke het gevolg is van stikstofemissies
•
het duurzaam herstellen van de bosgebieden die als gevolg van de overmaat aan stikstofdepositie zijn achteruitgegaan
•
het verhogen van de ecologische kwaliteit en veerkracht van bodem en vegetatie waardoor biodiversiteit kan toenemen.
Om een optimaal effect te bereiken wordt een bosrevitaliseringsproject opgestart waarin de maatregelen gericht zijn op: •
een zo bestendig mogelijke wijze aanvullen van door stikstofdepositie uitgespoelde mineralen zonder daarmee de ecologische condities van het bodemmilieu te ondermijnen
•
het op de groeiplaats afgestemd bijmengen van loofboomsoorten met goed verteerbaar strooisel waardoor het bodemleven ondersteund wordt bij het herstel van de door stikstofdepositie verstoorde mineralenbalans
•
het waar mogelijk stimuleren van denitrificatie door herstel van de hydrologie, het langer vasthouden van water in het gebied en zo mogelijk het plaatselijk verhogen van de grondwaterstanden. Op basis van de Landschapsecologische systeemanalyse (LESA) wordt bepaald of en waar hydrologische maatregelen getroffen kunnen worden om gebiedseigen water langer vast te houden.
Naarmate het bos zich door deze maatregelen verder ontwikkeld kan er een rijkere bosbodem ontstaan en wordt de groeiplaats steeds geschikter voor een soortenrijker bos.
Figuur .. Een gemengde opstand bestaande uit voornamelijk inheemse (licht)boomsoorten.
Op basis van de aanwezige bodem en de geomorfologische kaart is te verwachten dat over een tijdsperiode van ongeveer 50 jaar het bos zich op de geschikte groeiplaatsen zal ontwikkelen richting relatief rijkere omstandigheden met meer soorten. Hierbij valt te denken aan Winterlinde, Gewone esdoorn en Zoete kers.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
16
Een aanzienlijk deel van de huidige naaldboomsoorten zoals Grove den, Douglas en Corsicaanse den zullen er dan ook nog staan, maar wel gemengd met loofboomsoorten zoals Inlandse eik, Berk en Beuk en de eerder genoemde soorten. De armere groeiplaatsen worden ontwikkeld tot meer open loofbostypen. Deze bostypen dragen bij aan beperking van de verdamping. Wijkbosjes De ontwikkeling van de wijkbosjes, die meestal in of tegen de bebouwde kom zijn gelegen, is gericht op een veilig en vitaal uitloopgebied met een aantrekkelijk (bos)beeld, een gemengde bossamenstelling en gevarieerde bosstructuur. Landschapselementen De landschapselementen en -bosjes liggen in het landelijke gebied. Deze elementen, vaak in de vorm van houtsingels, dienen ter bevordering van de biodiversiteit, als landschappelijke aankleding en beleving. De elementen zijn structuurrijk en bestaan uit meerdere boom- en struiksoorten. Natuurterreinen Heide De heideterreinen bestaan uit een mozaïek van droge en natte heide, open zandige plekken, grazige vegetaties, kleine stilstaande wateren, lokaal struweel en solitaire bomen. De gebieden zijn toegankelijk voor extensieve recreatie via paden. De open natuurterreinen herbergen een rijke biodiversiteit en bieden een weids uitzicht voor recreanten.
Vennen met oeverzone De vennen binnen de bos- en natuurterreinen van de gemeente Geldrop-Mierlo hebben als belangrijkste functie natuur. Veel bijzondere soorten zijn afhankelijk van de vennen en de inrichting van de gebieden in de directe omgeving hiervan is afgestemd op deze soorten. De vennen zijn zoveel mogelijk beleefbaar voor recreanten, maar dit mag niet ten koste gaan van aanwezige natuurwaarden. Dal Kleine Dommel In het Dal van de Kleine Dommel is het streefbeeld gericht op een afwisseling van bos en open beekdallandschap. De delen van het gebied die op basis van kwel kansrijk zijn wordt aangestuurd op ontwikkeling van soortenrijke broekbossen en hooilanden. De keuze voor bosontwikkeling borduurt voort op de autonome ontwikkeling van verbossing die in het beekdal al gaande is. In de bospercelen kan de natuur haar gaan wat garant staat voor rust, maar ook voor beperking van beheerkosten. De open terreinen moeten er juist voor zorgen dat het beekdal en de beek zichtbaar blijven. Hier komt het historisch beeld van het beekdal meer naar voren komen en krijgen soorten van de tegenwoordig zeer zeldzaam geworden natte schraallanden meer kans. Het open houden van deze terreinen zal een belangrijke kostenpost betekenen maar de meerwaarde voor de beleving van het landschap en voor de planten en dieren die hiervan afhankelijk zijn is groot.
De afwisseling in open en gesloten landschap zorgt ervoor dat de afstanden tussen de terreintypen gering zijn en overbrugbaar voor plant en dier. Door het centrum is een smalle zone voorzien met kleine bosjes, bloemenweitjes, struikranden en waar mogelijk een poel. In principe is het gehele beekdal toegankelijk voor extensieve recreatie. Gebieden die vaak nat zijn worden gemeden wat voor de rust kan zorgen die bepaalde diersoorten weer nodig hebben. In randzone zijn er mogelijkheden voor intensievere vormen van recreatie zoals picknick plaatsen en speelveldjes. De terreinkenmerken zullen leidend zijn bij de uitwerking van de recreatieve zonering. 5.3.3 Zonering Daar waar recreatie op gespannen voet staat met natuurwaarden, wordt een zonering ingesteld, waarbij natuurwaarden een zwaarder accent krijgen. Het beheer wordt hier extensiever met extra aandacht voor flora
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
17
en fauna. Er zal ook worden gekeken of paden moeten worden afgesloten om grotere rustgebieden te creëren. Bij belangrijke recreatieve uitloopgebieden wordt juist extra aandacht aan het bosbeeld geschonken. De zonering voor natuurwaarden wordt gebaseerd op de relevante ecologische verbindingen en natuurwaarden. In figuur 4 is de zonering op hoofdlijnen weergegeven. In het op te stellen beheerplan wordt de zonering verder uitgewerkt.
Figuur 4: Zonering tbv ecologische verbindingen. © Basisregistratie Topografie, CCBY Kadaster 2015 5.3.4 Cultuurhistorische elementen Een belangrijk cultuurhistorisch element in het bosgebied is de voormalige Molenberg op de Molenheide, die enkele jaren geleden is hersteld. Aanwezige cultuurhistorische elementen met een oorsprong van voor de bosaanleg worden behouden en zijn zichtbaar voor recreanten. Gijzenrooi is nog een vrij gaaf kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. De bestaande houtsingels op de gemeentelijke gronden zijn voor een klein deel nog oude landschapselementen, maar zijn grotendeels rond 2010 aangelegd. Hier is het oorspronkelijke kleinschalige landschap weer in ere hersteld. De geschiedenis van Geldrop en de Kleine Dommel zijn nauw met elkaar verweven. Geldrop is waarschijnlijk rond 1200 ontstaan, op een hoge plek, “heuvel”, dicht bij de beek. Het historisch beekdal met de zogenaamde beemden (natte beekbegeleidende hooilanden) is op een paar plaatsen bewaard gebleven. De ontstaansgeschiedenis hiervan gaat terug naar de 15e eeuw of nog daarvoor. Het historische beemdenlandschap wordt in stand gehouden. 5.3.5 Ontsluiting en veiligheid In het bosgebied zijn calamiteitenroutes aangewezen voor hulpdiensten. Deze routes kunnen tevens dienen als hoofdwegen voor de bosexploitatie. Langs bospaden en routes wordt ‘voldoende’ onderhoud uitgevoerd t.a.v. boomveiligheid.
Dit verkleint de kans op aansprakelijkheid. In het beheerplan wordt dit verder uitgewerkt. Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
18
5.3.6 FSC certificering De gemeente Geldrop-Mierlo kiest ervoor de bosgebieden onder de FSC certificering te brengen. Met het FSC certificaat kan de gemeente aantonen dat ze een duurzaam bosbeheer voert. Omdat FSC gericht is op bosbeheer in relatie tot houtoogst, betreft het de gebieden met een groter aangesloten oppervlakte bos. 5.3.7 Grondverkoop- en grondruil De gemeente streeft naar behoud van het gemeentelijk bos- en natuurbezit. Door behoud van het eigendom houdt de gemeente de controle op de handhaving en invulling van de functievervulling en kan de gemeente blijvend zorg dragen voor een optimale dienstbaarheid van de gemeentelijke bos- en natuurterreinen aan de samenleving. De gemeente staat open voor het ruilen of aankopen van gronden om het gemeentelijk eigendom robuuster en/of meer aaneengesloten te maken, bijvoorbeeld in samenwerking met andere natuurorganisaties. Voor een efficiënte uitvoering van het terreinbeheer is het wenselijk dat de verschillende gemeentelijke bos- en natuurgebieden zo aaneengesloten mogelijk liggen. Ook vanuit het oogpunt van biodiversiteit en natuurwaarde geniet een meer aaneengesloten terrein de voorkeur.
In een groter terrein is het leefgebied van soorten groter en daardoor minder kwetsbaar en kunnen deelpopulaties van een soort gemakkelijker een ander deel van het terrein koloniseren Wanneer terreinen en/of landschapselementen wel worden afgestoten zal dit met een instandhoudingsverplichting van het terrein of element zijn. 5.3.8 Jacht De jacht, of faunabeheer, binnen de gemeentelijke bossen en natuurterreinen is verpacht tot en met 2025. In het kader van dit plan wordt dit als een gegeven beschouwd.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
19
6
Begroting
6.1 Beheerbegroting In bijgaande beheerbegroting zijn de kosten voor het beheer van de bos- en natuurterreinen geraamd. De bedragen zijn begroot in gemiddelde jaarlijkse kosten en opbrengsten, exclusief btw en inflatiecorrectie. Deze bedragen kunnen variëren per jaar omdat de inspanningen niet elk jaar gelijk zullen zijn. De inkomsten uit hout zijn marktgevoelig. Dat betekent dat de inkomsten over de jaren kunnen dalen en stijgen. Er is rekening gehouden met de gemiddelde inkomsten over de afgelopen 6 jaren. Afhankelijk van de snelheid van verloven zullen jaarlijks de houtinkomsten dalen De kosten zijn gestegen ten opzichte van de vorige beheerperioden om redenen zoals beschreven in deze kadernota. Daarnaast is er meer aandacht voor veiligheid, specifiek meer controle op dode en gevaarlijke bomen bij bospaden en recreatieve routes. Ook is voorzien in het opruimen van tak—en tophout na dunningsmaatregelen bij de drukkere paden in de uitloopgebieden bij de woonkernen. De beheersubsidies leveren een bijdrage in het beheer van de terreinen, onder voorwaarde dat de betreffende natuurbeheertypen in stand worden gehouden, en opengesteld zijn voor extensieve recreatie.
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
20
Concept Beheerbegroting Gemeente Geldrop-Mierlo Begroting op basis van gemiddelde kosten/opbrengsten per jaar, exclusief btw en inflatiecorrectie (prijspeil 2022)
# ha
€/ha
€
Natuurbeheer Beheer uitgaven Bosbeheer Bosverjonging Inbrengen opvolgende soorten
1/6 jaar
37,50 €
175,00 €
6.562,50
Structuurmaatregelen in bos Uitzetten structuurmaatregelen en begeleiding Opruimen tak- en tophout in drukkere delen
1/6 jaar 1/6 jaar
50,00 € 25,00 €
137,50 € 400,00 €
6.875,00 10.000,00
0,50 €
10.000,00 €
5.000,00
jaarlijks 1/3 jaar jaarlijks 1/3jaar
€ € € €
16.000,00 2.200,00 2.200,00 2.700,00
jaarlijks
€ €
7.500,00 10.000,00
1/5jaar
€
5.000,00
290,00 € 50,00 €
5,00 € 50,00 €
1.450,00 2.500,00
controle en verwijderen dode bomen, takken routes en bosranden
340,00 €
35,00 €
8.925,00
controle en onderhoud recreatieve voorzieningen, slagbomen, openstellingsborden
340,00 €
55,00 €
18.700,00
€ €
7.500,00 1.750,00
overleg, alg. beheer, voorlichting en communciatie, advies en verslaglegging
€
6.000,00
Totaal beheer uitgaven
€
120.862,50
€
81.828,92
Structuurmaatregelen in Wijkbosjes
Natuurbeheer Dommeldal Maaien en afvoeren droog en nat hakhoutbeheer inzaaien en akkerbeheer bosbeheer Coevering/De Meer en Molenven/Lisven begrazing, incl. kleine reparaties raster Verwijderen opslag, incl. beheer bosrand bij Coevering
Landschapselementen snoei overhangende takken, structuurverbetering
Recreatie, ontsluiting Onderhoud bospaden, inclusief calamiteitenroutes padherstel controle en verwijderen dode bomen/takken bospaden
1/6 jaar
Beheer en werkplanning werkplanning, projectleiding Beheerplanning
Algemeen beheer
Tabel 1: Beheerbegroting 2024-2028. Financiering Gemeentelijke bijdrage Beheersubsidies SNL (looptijd 2019 - 2024)
Na 2024 nieuwe aanvraagperiode
€
15.708,58
Houtinkomsten Houtopbrengst bos
op basis van afgelopen 6 jaren
€
23.325,00
€
120.862,50
Totaal beheer inkomsten
Kadernota Bos- en natuurterreinen gemeente Geldrop-Mierlo
21