CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2022 Geldrop-Mierlo.pdf

Commissie Algemene Zaken 28 juni 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Jaarstukken 2022 Geldrop-Mierlo39.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. In 2022 is het tarief gelijk gehouden aan het tarief van 2021 (€ 1,46 per persoon per overnachting). De opbrengsten uit toeristenbelasting in 2022 bedragen € 529.000,-.

Lijkbezorgingsrechten Een klein deel van de begraafplaats ’t Zand in Geldrop is de algemene begraafplaats van de gemeente. De ontvangen lijkbezorgingsrechten hebben betrekking op deze begraafplaats en bedragen in 2022 € 7.000,-.

67

Hondenbelasting De opbrengst uit hondenbelasting wordt ingezet voor de uitgaven hondenbeleid en handhaving hondenbeleid. Aan het einde van het jaar wordt het overschot of het tekort op de inkomsten verrekend met de reserve Hondenbeleid. Wanneer de inkomsten hoger zijn geweest dan de uitgaven in een bepaald jaar, dit wordt toegevoegd aan de reserve en andersom. De tarieven voor 2022 zijn ten opzichte van 2021 verhoogd met het inflatiepercentage van 1,65%. De opbrengsten uit hondenbelasting zijn in 2022 € 220.000,-.

Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in de vastgestelde centrumgebieden ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds. Het tarief van de reclamebelasting is in 2022 verhoogd met de inflatiecorrectie (1,65%). De opbrengsten uit reclamebelasting zijn in 2022 € 106.000,-.

Kwijtscheldingsbeleid Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.

Overzicht tarieven 2020

2021

2022

OZB eigenaar woning

0,0778%

0,0788%

0,0756%

OZB eigenaar niet-woning

0,1610%

0,1728%

0,1792%

OZB gebruiker niet-woning

0,1308%

0,1404%

0,1456%

Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)

128,88

135,00

137,40

Afvalstoffenheffing 80 liter restafval

5,25

5,40

5,49

Afvalstoffenheffing 140 liter restafval

8,90

9,15

9,30

Afvalstoffenheffing 240 liter restafval

14,30

14,70

14,94

Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds

1,85

1,91

1,94

Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds

3,05

3,14

3,19

Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval

2,70

2,78

2,82

Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval

4,60

4,73

4,81

Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval

7,45

7,66

7,78

Rioolheffing < 200 m3

188,40

194,40

199,20

Rioolheffing > 200 m3 t/m 500 m3

251,40

259,20

265,80

Rioolheffing > 500 m3

251,40

259,20

265,80

Toeristenbelasting

1,46

1,46

1,46

Hondenbelasting per hond

49,80

50,88

51,72

Hondenbelasting per kennel

211,20

215,88

219,48

68

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2022 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaar woning

0,0841%

0,1231%

0,1054%

0,0908%

0,0756%

OZB eigenaar niet-woning

0,1969%

0,2411%

0,3109%

0,1995%

0,1792%

OZB gebruiker niet-woning

0,1623%

0,1935%

0,2287%

0,1600%

0,1456%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpers. huishouden)

290

402

347

323

338

Rioolheffing

142

205

168

177

199

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk).

Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter. Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

2020

2021

2022

256.000

275.000

305.000

6,22%

7,42%

10,91%

OZB

199

217

231

Afvalstoffenheffing

227

236

240

Rioolheffing

188

194

199

Totaal

614

647

670

Lastenontwikkeling

6,4%

5,4%

3,55%

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Geldrop-Mierlo. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 26 november 2012 heeft de raad de ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. De beleidsconclusies hieruit zijn: • De gemeenteraad wordt via de planning- en control documenten geïnformeerd over de 10 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen. Tussentijds zal de raad worden geïnformeerd, indien nodig via raadsvoorstellen, bij projecten (> € 200.000,-) waar relevante risico’s worden gelopen; • De ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1);

69

•

Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt.

Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Risico 1) Externe gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident

Kans (%)

Gevolg (€)

Risicowaarde (€)

30% 1.000.000

300.000

Een beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Aan de ene kant wordt ICT steeds complexer, en aan de andere kant blijkt uit de benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen. IBD dreigingsbeeld 2023-2024: "De dreiging van ransomware-aanvallen neemt toe. Aan de lopende band proberen criminelen een ingang te vinden. De (potentiële) gevolgen van een aanval worden ook steeds ernstiger: het wordt merkbaar. Het fenomeen ransomware (gijzelsoftware) komt al jaren voor. Criminelen versleutelen gegevens en persen het slachtoffer af om deze gegevens na het betalen van losgeld weer toegankelijk te maken." De IBD ontving de afgelopen twee jaar steeds meer meldingen van situaties waar gemeentelijke processen langdurig(er) verstoord zijn als gevolg van destructieve gijzelsoftware. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren.

De externe gevolgen van cybercriminaliteit of een beveiligingsincident kunnen groot zijn: - Een getroffen organisatie is vaak weken of maanden bezig om de bedrijfsprocessen en informatiebeveiliging weer op orde te krijgen en de complete gegevensregistraties opnieuw op te bouwen. - Beveiligings- en privacy- incidenten schaden ook het vertrouwen van burgers in de overheid, de reputatie van de organisatie en haar bestuurders. Daarnaast kunnen onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens en overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) leiden tot aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder. Een boete wegens onzorgvuldig handelen met de privacy van inwoners zou bovendien leiden tot grote imagoschade. Drie soorten dreigingen vallen de laatste tijd op: - Meer ransomware, desctructievere gevolgen - Steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in software - Gevaren in ketens

70

Risico 2) Wmo/Jeugd

Kans (%)

Gevolg (€)

Risicowaarde (€)

70%

350.000

245.000

70%

350.000

245.000

70%

350.000

245.000

50%

350.000

175.000

bedrag

156.600

350.000

105.000

10% 1.000.000

100.000

Wmo en Jeugd is een open-einde regeling. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. De uitgaven jeugdzorg lijken na jaren van stijging enigszins stabiel te zijn. De uitgaven Wmo nemen mede vanwege de invoering van het abonnementstarief toe. Jeugdhulp kan worden toegewezen door medische verwijzers. De gemeente heeft dan beperkt zicht/grip op het proces. 3) Interne gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident Naast de externe gevolgen - die genoemd worden bij risico 1 - loopt de organisatie ook het risico op mogelijk interne gevolgen. Grootste risico's daarbij zijn: - Uitval van dienstverlening en bedrijfsvoering; - Fouten in de dienstverlening; - herstelkosten. 4) Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2022 is besloten om 2 belangrijke wijzigingen in de indexering van de algemene uitkering door te voeren. Ten eerste zal vanaf 2026 niet langer via de normeringssystematiek ('samen de trap op, samen de trap af') geïndexeerd worden. Daarmee vervalt de koppeling aan de rijksuitgaven. Het accres wordt wel bijgesteld als gevolg van jaarlijkse loon- en prijsontwikkelingen.

Ten tweede geldt dat het volumedeel van het accres voor de periode tot en met 2025 is vastgezet op de stand van de meicirculaire 2022. Door het vastzetten van het volumedeel van het accres zijn er bij zowel het Rijk als de gemeenten veel minder budgettaire schommelingen dan voorheen. Dit betekent dat de accresstanden voor deze jaren slechts nog wijzigingen als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen. Het verdeelmodel zal nog verder verbeterd worden. Onderzoeken naar de centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens, inkomstencorrecties WOZ-waarden en de overige eigen middelen (OEM) lopen nog. De eerste resultaten hiervan zijn in de loop van 2023 te verwachten. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. 5) Inkoop - Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; - Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; - Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden.

Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. 6) Dienst Dommelvallei

exact

De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. 7) Belastingaangifte

30%

De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, BTW aangiften, opgave BTW compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. 8) Incidenten Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. 9) GGD Brabant Zuidoost

exact

bedrag

94.483

exact

bedrag

62.100

De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 1.850.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. 10) PlusTeam De samenwerking op het gebied van gecompliceerde zorg verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling PlusTeam. Omdat het PlusTeam geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico’s van de organisatie via de verdeelsleutel belegd bij de beide deelnemende gemeenten. Subtotaal top 10 Overige risico's

1.728.183 332.517

Totaal

2.060.700

Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)

1.854.630

71

Wijzigingen Ten opzichte van de begroting 2023 is de totale risicowaarde gedaald. De volgende risico's zijn aangepast. Het risico "Inkoop" is verlaagd. Het risico ‘Attero – compensatieovereenkomst’ is na de uitspraak van de Hoge Raad verwijderd. Daarnaast zijn de risicowaardes van een aantal andere risico's marginaal aangepast.

Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Incidentele weerstandscapaciteit

Jaarrekening 2022

Algemene reserve

8.281.590

Inkomensreserve Vrij aanwendbare bestemmingsreserves

0 923.232

Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien Totale weerstandscapaciteit

0 9.204.822 57.500 9.262.322

Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit € 9.262.322 / € 1.854.630 = 4,99 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 4,99 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 4,99 is het weerstandsvermogen van Geldrop-Mierlo goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.

72

Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit. De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.

73

74

Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2022 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20222025. De kengetallen voor de begroting 2023 tot en met 2025 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2023-2026. Omschrijving

Realisatie

Begroting

2020

2021

2022

2022

2023

2024

2025

Netto schuldquote

89%

85%

74%

92%

74%

64%

67%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

79%

77%

67%

88%

72%

61%

65%

Solvabiliteitsratio

27%

27%

28%

22%

28%

31%

31%

Grondexploitatie

19%

20%

16%

15%

15%

9%

4%

Structurele exploitatieruimte

0%

2%

6%

-3%

3%

4%

4%

Belastingcapaciteit

79%

83%

83%

81%

75%

75%

75%

Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

89%

92%

85% 74%

74% 64%

79%

88%

77%

72%

67%

61%

2020

2021

67%

2022

REALISATIE

2022

2023

2024

65%

2025

BEGROTING

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

75

Solvabiliteitsratio 35% 30% 25%

27%

27%

28%

31%

31%

2024

2025

28% 22%

20% 15% 10% 5% 0% 2020

2021

2022

2022

REALISATIE

2023

BEGROTING Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie 25% 20%

19%

20% 16%

15%

15%

15%

10%

9%

5%

4%

0% 2020

2021

2022

2022

REALISATIE

2023

2024

2025

BEGROTING Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

76

Structurele exploitatieruimte 7% 6% 5% 4% 3% 2% 1% 0% -1% -2% -3% -4%

6% 4%

4%

2024

2025

3% 2% 0%

-3% 2020

2021

2022

2022

2023

REALISATIE

BEGROTING Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit 86% 84%

83%

82% 80% 78%

83% 81%

79%

76% 74%

75%

75%

75%

2023

2024

2025

72% 70% 2020

2021

2022

2022

REALISATIE

BEGROTING Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten.

77

Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek is de netto schuldquote lager dan in de begroting voorzien. Dit komt doordat enkele grote investeringen nog niet zijn gerealiseerd in 2022. Deze geplande investeringen hebben ook een effect op 2023. Vanaf 2023 wordt deze trend doorbroken naar verwachting. Solvabiliteitsratio Het positieve jaarrekeningresultaat zorgt ervoor dat de ratio hoger is dan verwacht. Grondexploitatie Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek laat de grondexploitatie een lichte daling zien. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bouwgrond in exploitatie iets is afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Structurele exploitatieruimte Er is een positief structureel exploitatiesaldo gerealiseerd in 2022. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. Door de niet sluitende begrotingen was het de afgelopen jaren noodzakelijk om de OZB te verhogen. Daarnaast zijn de kosten van afval en riool gestegen waardoor die heffingen ook verhoogd zijn. Ondanks deze verhogingen blijft de belastingdruk in Geldrop-Mierlo onder het landelijke gemiddelde.

78

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf gaan we achtereenvolgens in op de onderdelen: wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, openbaar groen, riolering, gebouwen en speelvoorzieningen.

Wegen Het onderhoud aan de kapitaalgoederen is onderdeel van de uitvoering van programma 9: "Bereikbaarheid en verkeer." Beleid De uitgangspunten voor beheer en onderhoud van de wegen worden door de raad vastgelegd in een Strategisch Beheerplan Wegen. De looptijd van het Beheerplan bedraagt 5 jaar. Het meest recente plan is door de gemeenteraad vastgesteld in 2022 en wordt in 2027 geactualiseerd. Dit Beheerplan is een strategische visie op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke wegen. Deze visie voorziet in de verantwoording die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording nodig is. De onderhoudsprioriteit ligt bij de asfaltwegen en met name de hoofdontsluitingswegen en fietspaden. Bij het vaststellen van het streefniveau voor onderhoud maken we gebruik van de landelijk gehanteerde CROW-systematiek (CROW = Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). We kiezen voor het laagste niveau voor verantwoord onderhoud. Als uitwerking van het Beheerplan stelt het college een operationeel plan vast. In het operationeel plan staat in detail aangegeven welke onderhoudswerken zullen worden uitgevoerd. De operationele plannen worden gebaseerd op een jaarlijkse visuele inspectie van het gehele wegennet, afgestemd met het activiteitenplan en met de bekende (grotere) bouwplannen van derden.

Dit operationeel plan heeft een looptijd van 2 of 3 jaar. Het is flexibel van opzet zodat kan worden ingespeeld op onvoorziene ontwikkelingen en ruimte laat bij de voorbereiding en de uitvoering. Ook kunnen we de onderhoudswerken in een groot werkvolume aanbesteden, wat gunstig is voor de prijsstelling. Beleidsplan Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Beheerplan wegen

2023-2027

26 september 2022

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2026

Uitgangspunten Bij het wegbeheer hanteren wij de richtlijnen van het CROW, die in het maatschappelijk verkeer veelal als norm worden gehanteerd. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel

2022

Geraamde besteding groot onderhoud wegen

950.000

Realisatie groot onderhoud wegen

727.587

Verschil

222.413

Naast bovenstaande bedragen voor het groot onderhoud aan de wegen is nog € 203.464,- besteed aan klein onderhoud (begroot € 176.390,-). Voorziening Groot onderhoud Wegen Het groot onderhoud aan de wegen wordt betaald vanuit de voorziening Groot onderhoud Wegen. Conform het Wegenbeheerplan wordt jaarlijks een bedrag van € 820.073,- gestort in deze voorziening. Achterstallig onderhoud Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel kan sprake zijn van uitgesteld onderhoud. Want wij stemmen de onderhoudsplannen af op het activiteitenplan en de bekende (grotere) bouwplannen van derden. Verschuiving in laatstgenoemde plannen kan leiden tot uitstel van het door ons uit te voeren onderhoud.

79

Openbare verlichting Beleid In april 2021 is het Beleidsplan openbare verlichting voor de periode 2021 t/m 2024 vastgesteld en gekozen voor scenario 2. Hiermee zijn de kaders vastgesteld en de financiële middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoud van de openbare verlichting om uiteindelijk in 2030 aan de energiedoelstellingen te kunnen voldoen. Op basis van het vastgestelde beleid worden de vervangingsplannen opgesteld en vervolgens vertaald naar uitvoeringsplannen. In 2023 wordt voor 2024 voorbereid, in 2024 voor 2025 en in 2025 voor 2026. Het onderhoud van de openbare verlichting is te splitsen in correctief en preventief onderhoud. Onder het correctief onderhoud wordt verstaan het oplossen van storingen en schades. Onder preventief onderhoud wordt verstaan het groepsgewijs vervangen van lampen, armaturen en masten. Dit wordt gebaseerd op de technische levensduur van de onderdelen. Het uitgangspunt bij preventief onderhoud is om in te zetten op energiebesparende verlichting (LED). Het vervangen van oude armaturen levert een besparing op van het energieverbruik en dus op energiekosten. Met het terugdringen van het energieverbruik wordt bijgedragen aan de doelstelling van het Energieakkoord. Beleidsplan Het beleidsplan heeft een looptijd van 2021-2024 en wordt in 2024 opnieuw vastgesteld. Naam

Periode

Beleidsplan openbare verlichting

2021-2024

Vastgesteld in de raad april 2022

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024

Uitgangspunten Elke maand, en indien nodig vaker, worden er vanuit het correctieve onderhoud storingsroutes gereden door de aannemer. In deze storingsroutes worden de storingen en schades verholpen. Indien een storing urgent is in verband met de verkeers- of sociale veiligheid wordt deze meteen verholpen. In 2022 is de nieuwe raamovereenkomst voor het onderhouden en renoveren van de openbare verlichting opgesteld. Op 1-4-2023 gaat deze nieuwe raamovereenkomst in en is het onderhoud en functioneren van de openbare verlichting weer gewaarborgd. Ook worden op basis van de raamovereenkomst de vervangingsopdrachten in 2023 en verder uitgevoerd. Bij het opstellen van onderhoudsmaatregelen worden de mogelijkheden tot energiebesparing en reductie van de CO2-uitstoot meegenomen. Door de (door)ontwikkeling van LED-verlichting en toepassing van dimbare armaturen en energiezuinige lampen wordt het energieverbruik van de openbare verlichting minder. Bij integrale projecten in de MPB en het activiteitenplan wordt vaak de vervanging van armaturen en masten meegenomen. In 2022 zijn er 755 armaturen vervangen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringen Financieel

2022

Geraamde besteding klein onderhoud openbare verlichting

71.459

Realisatie klein onderhoud openbare verlichting

46.844

Totaal

24.615

Financieel

2022

Geraamde besteding groot onderhoud openbare verlichting

29.331

Realisatie groot onderhoud openbare verlichting

17.274

Verschil

12.058

Naast het onderhoud aan de openbare verlichting is er € 178.355,- besteed aan de vervanging van masten en armaturen. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Indien er achterstand op het verhelpen van storingen (correctief onderhoud) dreigt te ontstaan wordt dit ondervangen door extra storingsroutes te rijden.

80

Civiele kunstwerken Beleid De uitgangspunten van het beheer en onderhoud zijn vastgelegd in het Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken. De algemene doelstelling van dit 5-jarig beheerplan is om inzicht te geven in het functioneren en gebruiksgemak, de veiligheid van de kunstwerken, de levensduur en de te verwachten kosten die samenhangen met het beheer daarvan. Het doel is om de civiele kunstwerken in de gemeente te beheren op een vooraf vaststaand en meetbaar kwaliteitsniveau en gesteld risico, het ondervangen van risicoaansprakelijkheid en het waarborgen van een goede bereikbaarheid. Er wordt naar gestreefd de objecten tegen acceptabele kosten en met het behoud van hun eigenschappen een theoretische levensduur te laten bereiken.

Naam

Periode

Beleidsplan civiele kunstwerken

2022-2026

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

28 april 2021

2026

Uitgangspunten In het Beheerplan is gekozen voor een basaal onderhoudsniveau waarbij wordt voldaan aan de minimumeisen voor veiligheid en functionaliteit. Er mag geen sprake zijn van twijfel over de veiligheid, losliggende onderdelen of gevaar van bezwijken. De beheerstrategie is ten eerste gericht op het beheersen van de risico’s. Hierbij worden veiligheid en bereikbaarheid gegarandeerd. Daarnaast sturen we op kwaliteit (technisch en beeld). De keuze voor een basaal kwaliteitsniveau sluit het beste aan bij de sobere en doelmatige uitstraling die we nastreven en kunnen waarmaken. Met deze onderhoudsstrategie bereiken we het meest economische moment van onderhoud, namelijk niet te vroeg en niet te laat en in de juiste mate. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Onderstaand zijn de kosten van het onderhoud opgenomen. Het betreft de vereiste middelen voor de instandhouding. Het is geen projectbegroting of taakstellend budget. Dit overzicht bevat de totale directe kosten aangevuld met kosten onvoorzien, staartkosten en exclusief de eigen uren en btw. Financieel

2022

Geraamde onttrekking (planmatig) onderhoud civiele kunstwerken (voorziening €38.500,- + exploitatie €14.767 ,-)

53.267

Realisatie (voorziening €8.956,- exploitatie €16.881,-)

25.837

Verschil

27.430

Onderhoudskosten De financiering en dekking van het planmatig onderhoud vindt plaats via de voorziening groot onderhoud wegen. De storting bedraagt jaarlijks € 38.500,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Groen De klimaatveranderingen (vooral droogte) en de stikstofproblematiek zetten de kwaliteit van onze bosnatuurgebieden steeds verder onder druk. Het huidige kostenneutrale budget, waarbij de kosten de kosten voor het onderhoud en beheer van onze bos- en natuurgebieden hoofdzakelijk worden gefinancierd uit de houtoogst en de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL), volstaat niet meer. Er zijn in de toekomst extra investeringen nodig om de kwaliteit van de bos- en natuurgebieden te verbeteren en klimaatrobuuster te maken. Ook gelet op de klimaat- en biodiversiteit ambities van de gemeente. Beleid In 2021 is als uitwerking van het groenbeleidsplan de module 'Groenbeheer' opgesteld. Eén van de onderdelen hierin is de herinrichting van de plantvakken die het einde van hun levensduur hebben bereikt. In 2022 zijn ongeveer 50 reconstructies van plantvakken uitgevoerd, variërend van groot naar klein. In 2018 zijn de nieuwe groenonderhoudscontracten opgesteld met Ergon en Senzer voor de onderhoudsjaren 2018-2022. Hierbij is een optie opgenomen 3 x 2 jaar te verlengen bij goede resultaten. In 2022-2023 is het eerste optionele verlengingsjaar ingegaan. We werken inmiddels via deze onderhoudscontracten.

81

Naam

Periode

Groenbeleidsplan

2014-2024

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

10-2-2014

2024 e.v.

Uitgangspunten De werkzaamheden zijn uitbesteed en worden gecontroleerd op basis van het kwaliteitsniveau A (in de centrumgebieden) en B, van de landelijke standaard voor onderhoudsniveaus, zoals beschreven in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte van het CROW. Dit onderhoudsniveau is vastgesteld door de gemeenteraad in 2008. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het groot onderhoud aan het openbaar groen weergegeven. Het betreft hier de bestekken voor de verschillende wijken. Financieel

2022

Raming onderhoud openbaar groen (bestekken)

1.629.513

Realisatie onderhoud openbaar groen (bestekken)

1.514.007

Verschil

115.506

Naast het onderhoud is er in 2022 € 108.788,- geïnvesteerd (begroot € 114.000,-) in groenreconstructies. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Riolering Beleid Het gemeentelijk rioleringsbeleid is vastgelegd in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het GRP is een beleidsinstrument binnen het gemeentelijk milieubeleid voor de aanleg en het beheer van riolering. Het heeft een planmatig en strategisch karakter met een planperiode van 5 jaar (huidige planperiode: 2023–2027). In het GRP zijn 6 speerpunten beschreven waar we ons op gaan richten: 1. Duurzame waterketen De inzameling en het transport van afvalwater moet zo doelmatig mogelijk plaatsvinden zodat de volksgezondheid niet in het geding komt. 2. Een klimaatbestendig watersysteem We gaan het systeem zo inrichten dat we de klimaatveranderingen beter kunnen opvangen. Iedereen heeft hier een verantwoordelijkheid. Bij nieuwbouw moet regenwater voortaan eerst in een berging op eigen terrein worden opgevangen voordat het mag worden geloosd op de openbare riolering. Bij reconstructies streven we er naar om zoveel mogelijk verhard oppervlak at te koppelen. Daarvoor wordt een afkoppelcoach aangetrokken. De inspanningsverplichting van de gemeente ingeval van hinder of overlast door zware regenval is duidelijker omschreven en aangescherpt. 3. Grondwaterhuishouding in balans Perceeleigenaren zijn beginsel zelf verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen tegen gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden.

Bij alle ontwikkelingen in gebieden moeten we er voor zorgen dat er geen dusdanige wijzigingen in de grondwaterstand ontstaan die aanleiding kunnen geven tot hinder of schade. We streven er naar om zoveel mogelijk regenwater in de bodem te brengen. Dit kan rechtstreeks door terreinen onverhard te laten of te maken, dan wel via infiltratievoorzieningen. 4. Water als ordenend principe Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen moet het water leidend zijn in de planvorming. Dat betekent dat eerst moet worden gekeken hoe het water kan worden opgevangen en verwerkt, en dat de rest van de ontwikkeling zich daar omheen moet plooien. 5. Gezond, schoon en beleefbaar water Door het gescheiden inzamelen en gescheiden houden van regen - en afvalwater voorkomen we onnodige belasting van de waterzuivering maar voorkomen we ook onnodige natuurschade (riool overstorten).

82

6. Samen werken aan water De gemeente werkt samen met andere partners in de waterketen. Dit zijn de gemeenten, de waterschappen en Brabant Water. De samenwerkingsverbanden zijn een uitvloeisel van het Bestuursakkoord Water 2011. Met deze platforms wordt kennis uitgewisseld maar ook (rijks-) subsidies aangevraagd. De gemeenten trekken hierbij samen op met het Waterschap de Dommel om maatregelen te treffen die de kwaliteit van het oppervlakte water (na lozing vanuit het rioolstelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie) verbeteren. Door gezamenlijke aanpak levert dit naast kwaliteit ook kostenbesparing op. De doelstellingen op het vlak van waterkwaliteit komen voort uit Europese regelgeving. Koppeling met het Klimaatbeleid In ons Klimaatbeleid zijn meerdere voorstellen voorgesteld voor de verdere aanpak van de effecten van de klimaatontwikkelingen. Voor zover deze maatregelen gerelateerd zijn aan de gemeentelijke watertaken en rioleringszorg kunnen zij worden bekostigd vanuit het vGRP. Beleidsplan Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)

2023-2027

26 september 2022

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2027

Uitgangspunten De functionele doelen, eisen en maatstaven zijn vastgelegd in het vGRP. Uitgangspunt is dat de bedrijfszekerheid van de riolering gegarandeerd moet zijn tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. Vervangingen Vervanging van rioolbuizen is noodzakelijk om het functioneren van de riolering in stand te houden. Na verloop van tijd gaat de sterkte van rioolbuizen achteruit, bijvoorbeeld door scheuren of aantasting van de binnenwand. De riolen worden dan vervangen of relined. Dit is altijd maatwerk per geval. Wij wegen vooraf of een reconstructie van een hele straat meegenomen kan worden. In de komende 5 jaar wordt bijna 8,5 kilometer rioolbuis vervangen. Daarnaast worden doorlopend ook gemalen en de elektrische installaties vervangen. Aanpak wateroverlast en klimaatadaptatie In de afgelopen jaren hebben we € 1,5 miljoen geïnvesteerd in de aanpak van wateroverlast. Het eerste project zal medio 2024 vrijwel geheel zijn uitgevoerd. Ondertussen starten we met maatregelen zoals uitgewerkt in het Basisrioleringsplan en het Blauwe Aderenplan. Dit zijn technische analyses van ons riool- en watersysteem. En de laatste vooral een lange termijn visie over het omgaan met hemelwater en ook een plan op hoofdlijnen voor de aanleg van aan een gesloten hemelwatersystemen.

In ons Klimaatbeleid zijn meerdere voorstellen voorgesteld voor de verdere aanpak van de effecten van de klimaatontwikkelingen. Voor zover deze maatregelen gerelateerd zijn aan de gemeentelijke watertaken en rioleringszorg kunnen zij worden bekostigd vanuit het vGRP. Dagelijks onderhoud Alle objecten van de riolering worden onderhouden om ervoor te zorgen dat ze goed blijven functioneren. Dit is niet alleen het repareren van schade en het verhelpen van verstopping, maar ook het uitvoeren van metingen en onderzoeken, als ook het bijhouden van gegevens. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de kosten voor het onderhoud aan het rioolstelsel. Daarnaast zijn er ook kosten voor o.a. planvorming, kapitaallasten en interne uren. De vervangingsinvesteringen zijn gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan en zijn opgenomen op het activiteitenplan. Financieel

2022

Geraamde onderhoudskosten riolering

651.180

Gerealiseerde onderhoudskosten riolering

710.436

Verschil

-59.256

83

Achterstallig onderhoud De riolering vereist dagelijks investeringen voor instandhouding en verbetering. Jaarlijks worden grotere en kleinere onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Het beheer van de data is op orde. Er is dan ook geen sprake van achterstallig onderhoud.

Gebouwen Beleid De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor gemeentelijke gebouwen: • Het in eigendom hebben van vastgoed is geen gemeentelijke kerntaak; • De gebouwen voor eigen gebruik behoren wel tot de kernvoorraad van gemeentelijk vastgoed en blijven dus in eigendom; • Gemeentelijk vastgoed ten behoeve van maatschappelijke functies wordt kostendekkend verhuurd; Gemeentelijk vastgoed ten behoeve van commerciële functies wordt marktconform verhuurd; • De (financiële) toegankelijkheid van gebouwen met een maatschappelijke functie wordt mogelijk gemaakt door het toekennen van huisvestingssubsidie op basis van het accommodatiebeleid. Hoewel het in eigendom hebben en beheren van vastgoed geen gemeentelijke kerntaak is, kunnen er redenen zijn om maatschappelijk vastgoed in eigendom te houden. Zo kunnen de ontwikkelingen binnen het sociale domein (inwoners langer thuis laten wonen) de vraag naar maatschappelijk vastgoed doen toenemen (voorzieningen zo dicht mogelijk bij de inwoners realiseren). De gemeente Geldrop-Mierlo streeft naar een gezond en sociaal klimaat. Initiatieven en organisaties die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling van de gemeenschap krijgen de ruimte om activiteiten te ontplooien. Goed onderhouden accommodaties zijn daarbij een belangrijke randvoorwaarde.

Het Strategisch beheer maatschappelijk vastgoed is er op gericht om te komen tot een compacte vastgoedportefeuille, waarbij accommodaties zo optimaal en intensief mogelijk worden gebruikt. De gemeente stemt daarbij het aanbod af op de behoefte van de inwoners en kan door een flexibele opstelling inspelen op nieuwe ontwikkelingen en trends. Bij vaststelling van het MJOP in 2016 is aangegeven dat de financiële behoefte circa € 900.000,gemiddeld per jaar bedraagt vanwege: • Feitelijke gerealiseerde verkopen van vastgoed; • Actualisatie van de conditie waarin gebouwen verkeren met mogelijk gunstige effecten op de onderhoudsplanningen. Nu zijn alle gebouwen in 2022 opnieuw geïnspecteerd en beoordeeld op de huidige actuele onderhoudstoestand. Uit de nieuwe geactualiseerde meerjaren onderhoudsplanning (MJOP 20232032), dat in april 2023 door de raad is vastgesteld, blijkt een nieuw onderhoudsbudget van gemiddeld € 1.464.000,- per jaar benodigd te zijn (op basis van een termijn van 10 jaar). Het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed is inmiddels ook een doel. Hiervoor is een apart investeringskrediet opgenomen. Verduurzaming bij onderhoudswerkzaamheden zijn wel onderdeel van het MJOP. Naam

Periode Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Kwaliteitsniveau onderhoud gebouwen

31-10-2016

n.v.t.

Strategisch Beheer Maatschappelijk Vastgoed GeldropMierlo

31-10-2016

n.v.t.

Meerjaren Onderhoudsplanning gebouwen 2023 - 2032

03-04-2023

2028

Uitgangspunten Het onderhoudsniveau van gemeentelijke gebouwen is vastgesteld op ‘redelijk’, zoals gedefinieerd in de Nederlandse norm NEN 2767.

84

Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen 2022 Nieuwe dotatie voorziening

874.000

Uitgaven uit voorziening

713.355

Saldo

160.645

Saldo voorziening per 31-12

872.130

Een vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel. Er worden panden verkocht en aangekocht c.q. nieuwbouw gepleegd. Hierdoor zal iedere vijf jaar een nieuwe inventarisatie op basis van de dan geldende situatie plaatsvinden. De jaarlijkse dotatie wordt dan weer opnieuw bepaald. In 2019 is voor het gebouw waarin de Brede School De Coevering is gevestigd, een separate onderhoudsvoorziening ingesteld. Bij dit gebouw zijn twee externe partijen (onderwijsstichtingen) bij betrokken en zij wilden graag goede inzage in het verloop van de onderhoudsvoorziening hebben. Achterstallig onderhoud Er is in technische zin geen sprake van achterstallig onderhoud. Er zijn wel huurders die wensen hebben voor het gebouw dat zij huren.

Speelvoorzieningen Beleid Het speelruimteplan geeft een actueel inzicht in de speelbehoeften van alle leeftijdsgroepen en biedt een handvat voor noodzakelijke en wenselijke verbeteringen in het aanbod aan speelruimte en voorzieningen in Geldrop en Mierlo. De gemeente gebruikt dit plan als toetsingskader bij het beoordelen van wensen van inwoners op het gebied van speelruimte en speelvoorzieningen. Beleidsplan Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Speelruimteplan

2020-2025

Oktober 2019

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024

Uitgangspunten De speelplekken moeten voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Hiervoor is regelmatig inspectie en onderhoud nodig om de kwaliteit te waarborgen. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het onderhoud aan de speelvoorzieningen. Dit budget omvat o.a. onderhoud, inspectie kleine vervangingen en schoonmaak van de val-ondergrond van de speelvoorzieningen. Nieuwe speeltoestellen worden aangemerkt als investering. Financieel

2022

Raming exploitatiebudget speelvoorzieningen

60.382

Realisatie exploitatiebudget speelvoorzieningen

45.684

Verschil

14.698

Naast bovenstaande onderhoudsuitgaven is in 2022 € 53.258,- uitgegeven aan investeringen. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

85

Financiering Inleiding De paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in het BBV en in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan. Conform het nieuwe BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd. Interne- en externe ontwikkelingen De ECB heeft in 2022 een ruim monetair beleid gevoerd en de rentetarieven zijn laag gebleven. De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2022 is vastgesteld op -/- 0,27% BBP. De individuele EMU-referentiewaarde voor Geldrop-Mierlo is voor 2022 vastgesteld € 4.317.000,-. Dit betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Omschrijving

2022

1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves

2.840

2 Mutatie (im)materiële vaste activa

-3.005

3 Mutatie voorzieningen

873

4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)

1.914

5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa

0

EMU-saldo

2.622

De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken op basis van begroting en werkelijkheid. De bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend. Renteschema

Begroting

Realisatie

Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond

2,00%

2,00%

Rente grondexploitatie

0,09%

0,67%

Rente activa afgerond

0,50%

0,40%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend op basis van de wettelijke voorschriften. Renteresultaat Stap Renteschema

2022 Totaal 2022

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

731

De externe rentebaten

-159

1 Saldo rentelasten en rentebaten

572

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-134

De rentebaten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-22

De rentelasten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

18

2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 3 Rente over eigen vermogen 3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

-139 0 4

4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)

438

5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-480

Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)

-42

86

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld Treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte Beleidsvoornemen financiering. Het beleid van 2022 is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. We houden daarbij rekening met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen.

Liquiditeit In 2022 zijn de liquide middelen met kasgeldleningen gefinancierd.

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld, en moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap

Omschrijving

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal Percentage regeling 1 Toegestane kasgeldlimiet

114.669

114.669

114.669

114.669

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

9.747

9.747

9.747

9.747

4.667

5.000

667

3.000

Vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Schuld in rekening courant

0

0

500

104

Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar

120

124

131

130

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

0

0

0

0

4.787

5.124

1.298

3.234

2 Totaal vlottende korte schuld Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

6

8

15

16

2.534

4.263

668

744

0

0

0

0

3 Totaal vlottende middelen

2.540

4.271

683

760

4 Totaal netto vlottende schuld (2-3)

2.247

854

615

2.474

7.500

8.893

9.132

7.273

Ruimte (+) / Overschrijdingen (-) (1-4)

87

Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap

Omschrijving

Begroting

Begroting na wijziging

1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 (1+2)

Renterisico 4 Begrotingstotaal 2022

6 (4 x 5)

0

0

2.832

2.832

2.832

2.832

114.669

146.586

5 Percentage regeling

20%

20%

Renterisiconorm

22.934

29.317

20.102

26.486

7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)

Kredietrisicobeheer Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. De gemeente heeft in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. Deze hebben onder andere betrekking op de verstrekte leningen in het kader van de publieke taak, zoals de startersleningen. Deze leningen zijn afgesloten onder Nationale Hypotheek Garantie. Dit betekent dat de aflossing bij gedwongen verkoop altijd gegarandeerd is.

Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen

(bedragen x € 1.000,-)

Leningverstrekker

Looptijd van

1-1-2022

31-12-2022

BNG

2020

2025

-0,10%

25.000

25.000

25.000

Prov. NB

2018

2033

1,13%

1.211

985

908

Prov. NB

2018

2033

1,18%

908

75

69

Prov. NB

2019

2034

1,28%

606

531

494

BNG

2020

2040

0,23%

54.215

51.505

48.794

81.941

78.096

75.264

Totaal

Looptijd t/m

Rente

Oorspronkelijk

88

Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de burger door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.

Organisatieontwikkeling Als organisatie zijn we in beweging en zetten stappen op verschillende fronten: visie, strategie, besturen, sturen, werken met programma’s, waarden, gedrag. Ondertussen werken we door aan de basis. Die willen we op orde hebben, zodat we een betrouwbare overheid zijn. Het is een beweging van ons samen, van bestuurders, leiding en medewerkers. Deze beweging is in 2022 opgestart onder de noemer 'Durven en Doen'. De beweging is opgedeeld in 4 ontwikkelsporen: Visie en strategie Binnen dit ontwikkelspoor maken we ons het werken vanuit een visie en met een strategie eigen. De gedachte hierachter is dat we daardoor gerichter werken, meer focus aanbrengen in wat we doen en we ook de samenhang tussen verschillende ontwikkelingen beter borgen. Naast onderwerpen als visie en strategie komt in dit ontwikkelspoor ook het versterken van het strategisch vermogen van de organisatie aan de orde. In 2022 is de visie Geldrop-Mierlo 2040 uitgewerkt en door de raad vastgesteld. Ook is vervolgens in sneltreinvaart de strategie 2023-2026 uitgewerkt, om een brug te hebben tussen de visie en de begroting 2023. Deze strategie is in november tezamen met de begroting door de raad vastgesteld. Nog in december is het proces voor de strategie 2024-2027 opgestart.

Hierin vindt niet alleen een actualisatieslag plaats, omdat we weer een jaar verder kijken; het is ook een doorontwikkeling van het instrument 'strategie', bijvoorbeeld door het concreter maken van doelen. Met deze geactualiseerde en verbeterde strategie komen we direct in de beoogde routine terecht dat de strategie samen met de kadernota wordt vastgesteld. Besturen en sturen Bestuurders en leidinggevenden gebruiken de visie, strategie en het uitvoeringsplan om de organisatie te richten, zodanig dat wordt uitgevoerd wat bestuurlijk is besloten, er wordt geprioriteerd en er is samenhang in keuzes en inzet. In 2022 hebben we o.a. de capaciteitsplanning doorontwikkeld, een aanzet gemaakt om te komen tot een nieuwe indeling van begrotingsprogramma's en de opzet verbeterd van het beleidsgedeelte van de begroting (2023). Meer dan voorheen hebben we de visie en strategie als uitgangspunt genomen voor het opstellen van programmabeschrijvingen. Hierdoor zijn deze gestructureerd van opzet: beleidsvoornemens staan niet op zichzelf, maar zijn onderdeel van een hoger gelegen doel (strategie) of ambitie/opgave (visie). In 2023 gaan we verder met de doorontwikkeling ervan. Werken met programma's Ook het werken met programma's helpt ons om met meer focus en meer in samenhang te werken.

Bovendien helpt het ons om ontwikkelingen meer mét inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere overheden op te pakken. Het werken met programma's is wel een behoorlijke ommezwaai voor bestuur en organisatie. Daar geven we handen en voeten aan binnen het ontwikkelspoor werken met programma's. In 2022 is gewerkt aan de architectuur: welke programma's, hoe grijpen de programma's aan op de visie en strategie en hoe werken ze door in de kadernota en begroting. Ook zijn sommige beleidsontwikkelingen al in de trant van programma's vormgegeven, denk bijvoorbeeld aan het programma duurzaamheid. Daarnaast zijn er diverse bijeenkomsten geweest met college, leidinggevenden en medewerkers om met elkaar de omslag te kunnen maken.

89

Waarden en gedrag Het doel van dit ontwikkelspoor is dat iedereen in de organisatie (medewerkers, leidinggevenden en bestuurders) zich herkent in en gedraagt naar de waarden die we belangrijk vinden. In mei heeft er een organisatie dag voor alle medewerkers plaatsgevonden. Het eindresultaat van deze dag is de beeldplaat 'durven en doen' waarbij we met elkaar verkend hebben wat we als ambtelijke organisatie moeten doen om een bijdrage te leveren aan het realiseren van de visie 2040. In de periode september – december 2022 zijn we gestart met de 1e opdracht binnen het ontwikkelspoor: het ontdekken en definiëren van organisatiewaarden. Op 24 november 2022 hebben er 3 waardensessies plaatsgevonden. In totaal zijn ongeveer 90 collega’s het gesprek met elkaar aangegaan over wat het droombeeld ‘Durven en Doen’ betekent voor ons handelen. Daarna is met een co-creatieteam gekeken welke 3 waarden uit het droombeeld het meeste aanspreken. Deze waarden zijn vertaald naar concreet gedrag.

Strategisch HRM plan Elementen vanuit (maatschappelijke) ontwikkelingen sluiten aan bij het strategisch HRM-plan. In het HRM-plan zijn de onderdelen HRM-visie en -beleid uitgewerkt voor de vier Dommelvalleiorganisaties. In 2022 is uitvoering gegeven aan het HR-jaarplan: Hybride werken De vergoedingsregeling voor de inrichting van de thuiswerkplek is vastgesteld. Herijking gesprekscyclus Vanuit de breed gedeelde behoefte is in juni 2022 het co-creatieteam ‘het goede gesprek’ gestart om de huidige werkwijze van medewerkersgesprekken te hervormen. Dit heeft geresulteerd in een aantal uitgangspunten, die op 1 september 2022 door het MT zijn vastgesteld. Hierna zijn de uitgangspunten vertaald naar een nieuw instrument 'In gesprek', als vervanger van de huidige regeling medewerkersgesprekken. Doorontwikkeling management Om een goed beeld te krijgen op het eigen gedrag en die van elkaar zijn het MT en de teammanagers eind 2021 gestart met de beweging op het eigen gedrag met de Birkman methode. In 2022 hebben er diverse intervisies plaatsgevonden wat geleid heeft tot een gemeenschappelijke visie op leiderschap , scherpere rolduiding en is de vertaalslag gemaakt naar hoe men zich verhoudt tot het gewenste leiderschap en de rolinvulling. Arbeidsmarktstrategie In 2022 is een Dommelvallei brede analyse gemaakt van de arbeidsmarktvraagstukken.

Deze analyse dient als input voor de op te leveren arbeidsmarktstrategie. Los hiervan zijn er diverse activiteiten opgepakt (zoals het wervingsfilmpje) om de wervingskracht van de organisatie te vergroten. Onboarding Om nieuwe medewerkers op een efficiënte en moderne manier, voorafgaand aan de startdatum, kennis te laten maken met onze organisatie is een onboarding app ingericht. BRUIS Het team van BRUIS richt zich op het enthousiasmeren, meenemen en stimuleren van medewerkers om (meer) regie te nemen voor een vitaal leven. BRUIS staat voor Blij, Relax, Uitdaging, Ik en Samen. Het team van BRUIS heeft activiteiten uitgevoerd op het gebied van workshops (creatief denken, vitamine A, denk-eet-beweeg je fit), sport (wandelen) en ontspanning (stoelmassages). E-HRM De verdere doorontwikkeling van de digitale HR-service is een permanent proces. In 2022 is gewerkt aan het digitaliseren van HR-processen, zoals het brievenboek en de digitale handtekening en het digitaliseren van personeelsdossiers. Overig Toekomstgericht ontwikkelen en HRD is onderdeel van het ontwikkelspoor waarden en gedrag geworden en krijgt in 2023/2024 vorm.

90

Ontwikkeling formatie De formatie (207,79 FTE) is in de periode 1-1-2022 tot en met 31-12-2022 ongewijzigd gebleven.

Ziekteverzuim Vanaf eind 2021 zien we een stijging in de verzuimcijfers, een trend die zich in 2022 heeft voortgezet. Vanaf begin 2022 kreeg de organisatie te kampen met een forse stijging van het verzuim, door: 1. De intrede van de Omnikronvariant van het corona virus. Deze stijging komt deels overeen met de landelijke tendens waarbij het verzuim, als gevolg van deze variant, in deze periode in alle sectoren fors is gestegen. 2. Toegenomen werkdruk, wat niet alleen het gevolg is van het corona virus en het hybride werken, maar ook de implementatieproblemen van nieuwe systemen en het (onvoldoende) maken van keuzes. 3. Hoge terugkeerdrempel, uitval van medewerkers heeft tot gevolg dat het werk met minder personen gedaan moet worden, waarbij de druk onverminderd hoog blijft of zelfs hoger wordt. Door de krapte op de arbeidsmarkt of om financiële redenen lukt het niet altijd om tijdig de juiste vervanging te regelen. Dit leidt enerzijds tot meer kans op uitval bij niet verzuimende medewerkers en anderzijds wordt de werkhervattingsdrempel voor de verzuimende medewerker verhoogt. De verzuimende medewerker wil niet terugkeren in dezelfde omgeving, met dezelfde werkdruk, als waarin de medewerker is uitgevallen. Het verzuim is in 2022 gestegen van 5,51% naar 9,81%. De verzuimfrequentie is gestegen van 0,79 naar 1,28.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=2609297e-34ba-4c32-b079-3de0c6d8cb90