Jaarstukken 2020 Geldrop-Mierlo.pdf
Tekst van het document
70
Dekkendheid afvalstoffenheffing
2020
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat
1.213.189
Lasten overige afvalstromen
3.011.098
Kapitaallasten
75.351
Mutatie voorziening
618.045
Lasten vanwege corona
113.873
Totaal kosten afval taakveld 7.3
5.031.556
Lasten corona t.l.v. rijksbijdrage
-113.873
Totaal toerekenbare kosten afval
4.917.683
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
73.469
Kwijtschelding taakveld 6.3
182.916
Straatreiniging taakveld 2.1
109.241
BTW taakveld 0.11
738.313
Totaal toerekenbaar
1.103.939
Totaal lasten
6.021.622
Baten afvalstoffenheffing
4.268.587
Baten milieustraat
666.818
Baten overige afvalstromen
1.086.218
Baten totaal taakveld 7.3
6.021.623
Dekkendheidpercentage afval
100%
Leges Als de gemeente een bepaalde dienst levert kunnen daarvoor leges worden geheven. De raad stelt de tarieven jaarlijks vast in de Tarieventabel bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met door het Rijk vastgestelde maximumtarieven. De leges worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie.
Kostendekkendheid leges Op grond van het BBV zijn gemeenten verplicht de berekening van tarieven en heffingen op begrotingsbasis inzichtelijk te maken. Op begrotingsbasis moet worden duidelijk gemaakt dat de tarieven hoogstens kostendekkend zijn. Hiervoor verwijzen we naar de paragraaf in de meerjarenbegroting. Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als de riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie.
71
Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len). Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend mag zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per titel de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salarislasten en overhead in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken.
Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Baten
Salaris
Overhead Lasten
Percentage
Titel 1
Algemene dienstverlening
Hoofdstuk 1
Burgerlijke stand
-107.229
142.410
112.020
15.107
40%
Hoofdstuk 2
Reisdocumenten
-103.139
193.271
152.027
-
30%
Hoofdstuk 3
Rijbewijzen
-203.820
152.582
120.021
51.918
63%
Hoofdstuk 4
Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen
-7.404
213.615
168.030
-
2%
Hoofdstuk 7
Bestuursstukken
-
10.172
8.001
-
0%
Hoofdstuk 8
Vastgoedinformatie
-
10.172
8.001
-
0%
Hoofdstuk 9
Overige publiekszaken
-11.055
91.549
72.013
5.958
7%
Hoofdstuk 10
Gemeentearchief
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 11
Huisvestingswet
-
-
-
-
0%
Hoofdstuk 12
Leegstandwet
-218
-
-
-
0%
Hoofdstuk 16
Kansspelen
-275
10.172
8.001
-
2%
Hoofdstuk 17
Telecommunicatie, kabels en leidingen
-46.177
20.344
16.003
27.563
72%
Hoofdstuk 18
Verkeer en vervoer
-13.941
20.344
16.003
-
38%
Hoofdstuk 19
Kinderopvang
-1.666
10.172
8.001
-
9%
Hoofdstuk 20
Diversen
-1.098
61.033
48.009
-
1%
-496.021
935.839
736.131 100.545
28%
Totaal titel 1
De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.
72
Baten Titel 2
Salaris Overhead Lasten Percentage
Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen
-
-
Hoofdstuk 2 Principe verzoek / vooroverleg / beoordeling conceptaanvraag
-
-
-
-
-
-
-
-
- 461.318 800.549
362.872 58.232
91%
Hoofdstuk 4 Vermindering
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 5 Teruggaaf
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 6 lntrekking omgevingsvergunning
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning
Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 10
Sloopmelding
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 11
In deze titel niet benoemde beschikking
-
-
-
-
-
362.872 58.232
91%
Totaal titel 2
- 461.318 800.549
De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten Salaris Overhead Lasten Percentage Titel 3
Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn
Hoofdstuk 1
Horeca
1.373 10.172
8.001
-
8%
Hoofdstuk 2
Organiseren evenementen of markten
2.745 50.861
40.007
906
3%
Hoofdstuk 3
Seksbedrijven
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 4
Splitsingsvergunning woonruimte
-
-
-
-
-
Hoofdstuk 5
Marktstandplaatsen
-
8.001
-
0%
Hoofdstuk 6
Winkeltijdenwet
8.001
-
0%
Hoofdstuk 7
In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
-
-
-
-
-4.118 81.377
64.011
906
3%
10.172 10.172
Totaal titel 3
-
Parkeerbelasting De parkeerbelasting is van toepassing op het centrum van Geldrop. De werkelijke opbrengst in 2020 bedroeg € 326.788,-. Dit is het totaal van parkeergelden (€ 301.948,-), leges invalide parkeerkaarten (€ 12.096,-) en de naheffingsaanslagen (€ 12.744,-).
Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van diegene die mensen tegen vergoeding laat overnachten. Het geldt alleen als de persoon die hier verblijft geen inwoner van de gemeente is. In 2020 is het tarief gelijk gehouden aan het tarief van 2019 (€ 1,46 per persoon per overnachting). De opbrengsten uit toeristenbelasting in 2020 bedragen € 513.400,-.
73
Lijkbezorgingsrechten Een klein deel van de begraafplaats ’t Zand in Geldrop is de algemene begraafplaats van de gemeente. De ontvangen lijkbezorgingsrechten hebben betrekking op deze begraafplaats en bedragen € 4.822,- in 2020.
Hondenbelasting De opbrengst uit hondenbelasting wordt ingezet voor de uitgaven hondenbeleid en handhaving hondenbeleid. Aan het einde van het jaar wordt het overschot of het tekort op de inkomsten verrekend met de reserve Hondenbeleid. Wanneer de inkomsten hoger zijn geweest dan de uitgaven in een bepaald jaar, dit wordt toegevoegd aan de reserve en andersom. De tarieven voor 2020 zijn ten opzichte van 2019 verhoogd met het inflatiepercentage. De opbrengsten uit hondenbelasting zijn in 2020 € 199.400,-.
Reclamebelasting Reclamebelasting wordt geheven in de vastgestelde centrumgebieden ten behoeve van de voeding van het ondernemersfonds. Het tarief van de reclamebelasting is in 2020 verhoogd met de inflatiecorrectie (2,5%). De opbrengsten uit reclamebelasting zijn in 2020 € 93.700,-.
Kwijtscheldingsbeleid Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.
74
Overzicht tarieven 2018
2019
2020
OZB eigenaar woning
0,0803%
0,0781%
0,0778%
OZB eigenaar niet-woning
0,1523%
0,1540%
0,1610%
OZB gebruiker niet-woning
0,1238%
0,1251%
0,1308%
Afvalstoffenheffing vastrecht (per jaar)
94,00
112,80
128,88
Afvalstoffenheffing 80 liter restafval
4,15
5,10
5,25
Afvalstoffenheffing 140 liter restafval
7,00
8,65
8,90
Afvalstoffenheffing 240 liter restafval
11,30
13,90
14,30
Afvalstoffenheffing 25 liter ondergronds
1,50
1,80
1,85
Afvalstoffenheffing 40 liter ondergronds
2,40
2,95
3,05
Afvalstoffenheffing 80 liter gft-afval
2,05
2,60
2,70
Afvalstoffenheffing 140 liter gft-afval
3,50
4,45
4,60
Afvalstoffenheffing 240 liter gft-afval
5,65
7,25
7,45
Rioolheffing < 200 m3
174,60
181,20
188,40
Rioolheffing > 200 m3 t/m 500 m3
232,80
241,20
251,40
Rioolheffing > 500 m3
232,80
241,20
251,40
Toeristenbelasting
1,46
1,46
1,46
Hondenbelasting per hond
55,80
48,60
49,80
Hondenbelasting per kennel
236,40
205,80
211,20
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2020 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB eigenaar woning
0,0881%
0,1332%
0,11677%
0,0906%
0,0778%
OZB eigenaar niet-woning
0,1649%
0,2274%
0,30156%
0,1922%
0,1610%
OZB gebruiker niet-woning
0,1407%
0,1826%
0,21892%
0,1543%
0,1308%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)
217
354
319
263
321
Rioolheffing
133
204
144
172
188
(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk).
Ontwikkeling lokale lastendruk De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de OZB (voor eigenaren), afvalstoffenheffing en rioolheffing. Onderstaande tabel geeft de omvang van de lokale woonlasten voor een gemiddeld huishouden in de gemeente Geldrop-Mierlo aan. Voor afvalstoffenheffing is hierbij als aanname gehanteerd: 9 ledigingen restafval van 140 liter en 4 ledigingen gft-afval van 140 liter. Jaar
2018
2019
2020
226.000
241.000
256.000
5,12%
6,64%
6,22%
OZB
181
188
199
Afvalstoffenheffing
171
208
227
Rioolheffing
175
181
188
Totaal
527
577
614
9,50%
6,40%
WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde
Lastenontwikkeling
75
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Geldrop-Mierlo. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 26 november 2012 heeft de raad de ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ vastgesteld. De beleidsconclusies hieruit zijn: • De gemeenteraad wordt via de planning- en control documenten geïnformeerd over de 10 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen. Tussentijds zal de raad worden geïnformeerd, indien nodig via raadsvoorstellen, bij projecten (> € 200.000,-) waar relevante risico’s worden gelopen; • De ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de reserve grondexploitatie, de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen.
In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
Inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren, werken we met klassengemiddelden. Deze gemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico's zich tegelijk manifesteren, wordt hierbij gerekend met een zekerheidspercentage van 90%.
76
Risico
Kans Gevolg Risicowaarde (%) (€) (€) 1.000.000
1) Wmo/Jeugd Wmo en Jeugd zijn open-einde regelingen. Door een mogelijke toename van het aantal aanvragen en/of een andere soort zorginzet bestaat het risico dat het budget wordt overschreden. De uitgaven jeugdzorg lijken na jaren van stijging enigszins stabiel te zijn. De uitgaven Wmo nemen mede vanwege de invoering van het abonnementstarief toe. 2) Cybercriminaliteit
50%
750.000
375.000
exact bedrag
300.000
Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacy risico's. De kans hierop neemt toe, er zijn cyberaanvallen geweest op gemeentes, ziekenhuizen, MKB bedrijven enzovoorts. 3) Kosten nascheidingsinstallatie Begin 2020 heeft het bestuur van Cure besloten om definitief een streep te zetten door de samenwerking met Ørsted voor het Renescience project. Toch blijft de noodzaak tot nascheiding bovenop het bronscheidingssysteem bestaan, omdat zonder nascheiding de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeenten niet kunnen worden gerealiseerd. Bij een onverhoopte negatieve besluitvorming ten aanzien van het doorgaan van het project Nascheidingsfabriek, zou dit direct resulteren in een nadelig resultaat in het jaar dat het besluit definitief genomen is. 281.700
4) Attero Formeel hebben de gewesten in Brabant een contract met Attero over het verbranden van afval. In dit contract is een minimum hoeveelheid opgenomen. Vanaf 2011 is deze minimum hoeveelheid niet aangeleverd door de gewesten gezamenlijk. Momenteel ligt er een claim van Attero over 2015 t/m jan 2017. Er is een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie en de gemeenten zijn daarin in het ongelijk gesteld. Er is een factuur van 6.1 miljoen als naheffing gestuurd naar de MRE. Deze factuur is door het MRE betaald. Inmiddels is vanuit de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. In de tussenliggende periode wordt dit bedrag nog niet verrekend met de gemeenten. Over die verrekening bestaat namelijk binnen het MRE onenigheid tussen de gemeenten. De niet-diftar-gemeenten staan op het standpunt dat zij het tekort niet hebben veroorzaakt en dus ook hiervoor niet gaan betalen. Op dit moment is dus nog niet aan te geven hoe de kosten verdeeld zullen worden over de gemeenten. Ook binnen de gewesten bestaat overigens nog onenigheid over de verdeling van de kosten. De discussie hierover wordt verschoven tot na de uitspraak over de vernietigingsprocedure. 5) Algemene uitkering gemeentefonds
70% 350.000
245.000
Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort. Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. De geplande herijking van de totale algemene uitkering uit het gemeentefonds is doorgeschoven van 2021 naar 2023. Op 2 februari 2020 zijn voor het eerst herverdeeleffecten per individuele gemeente zichtbaar gemaakt. Voor Geldrop-Mierlo gaat het om een nadelig effect van afgerond € 1.250.000,-. Dit effect wordt in jaarlijkse stappen van € 15,- per inwoner doorgevoerd. Het genoemde bedrag is nog onder voorbehoud. Besluitvorming vindt plaats door het nieuwe kabinet, na advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur en consultatie van de VNG. Verder geldt dat de effecten zijn berekend op de maatstafhoeveelheden van 2017. Dit moet uiteindelijk dus 2023 worden. Het kabinet is ook van plan om de Financiële Verhoudingswet te wijzigen. Als tussenvorm tussen de huidige specifieke uitkeringen en de algemene uitkering wil men gerichte uitkeringen introduceren.
Bij gerichte uitkeringen moet informatie verstrekt worden over het behalen van de vooraf gestelde doelen. Als onderdeel van het compensatiepakket Coronamaatregelen zijn VNG en de Fondsbeheerders overeengekomen de accressen 2020 en 2021 te fixeren op de stand van de meicirculaire 2020. Voor die jaren staat de afrekening dus min of meer vast. Het voorbehoud dat is gemaakt voor onverwachte grote afwijkingen van de werkelijkheid en deze standen mag niet te groot zijn. Bevriezen komt tegemoet aan de wens van rust en stabiliteit van de algemene uitkering.
77
6) Inkoop
70%
350.000
245.000
exact
bedrag
142.560
exact
bedrag
130.609
30%
350.000
105.000
10% 1.000.000
100.000
- Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; - Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; - Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Er zijn verschillende vormen van cybercriminaliteit. Een onoplettende medewerker of een goed uitgevoerde vorm van cybercriminaliteit kan leiden tot problemen op financieel gebied, het verlies van productieve uren of tot grote privacy risico's. De kans hierop neemt toe, er zijn cyberaanvallen geweest op gemeentes, ziekenhuizen, MKB bedrijven enzovoorts. 7) Intergemeentelijke samenwerking - Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten.
8) GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg en de ambulancezorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Het onafgedekte risico, zijnde € 2.550.000, dient te worden op genomen in de eigen risicoparagraaf van de deelnemende gemeentes, herrekend naar de risicowaarde per gemeente. 9) Belastingaangifte De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, BTW aangiften, opgave BTW compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. 10) Incidenten Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. Subtotaal top 10 Overige risico's
2.924.869 632.348
Totaal
3.557.217
Totaal o.b.v. zekerheidspercentage (90%)
3.201.495
Wijzigingen Ten opzichte van de begroting 2021 is de totale risicowaarde fors afgenomen. Dit wordt veroorzaakt door het wegvallen van het risico Participatiewet/Senzer. De risicowaarde van "Cybercriminaliteit", "Kosten nascheidingsinstallatie" en "GGD Brabant Zuidoost" zijn wel toegenomen.
Inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Incidentele weerstandscapaciteit
Jaarrekening 2020
Algemene reserve
3.936.927
Inkomensreserve
1.649.741
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves Stille reserves Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien Totale weerstandscapaciteit
700.000 0 6.286.668 57.500 6.344.168
78
Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt als volgt bepaald: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit/Benodigde weerstandscapaciteit De ratio weerstandsvermogen wordt als volgt vastgesteld: Ratio weerstandsvermogen = € 6.344.168,- / € 3.201.495,- = 1,98 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 1,98 voldoende is om de risico’s op te vangen. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 1,98 is het weerstandsvermogen van Geldrop-Mierlo voldoende. Echter de ratio daalt de afgelopen jaren. Dit wordt vooral veroorzaakt door het afnemen van de beschikbare weerstandscapaciteit.
79
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit. De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
Zie voor de onderlinge verhouding van de kengetallen bij conclusie.
80
81
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2020 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20202023. De kengetallen voor de begroting 2021 tot en met 2023 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2021-2024. Omschrijving
Realisatie
Begroting
2018
2019
2020
2020
2021
2022
2023
Netto schuldquote
57%
70%
89%
52%
90%
92%
80%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
43%
57%
79%
41%
82%
87%
75%
Solvabiliteitsratio
37%
29%
27%
31%
24%
23%
26%
Grondexploitatie
23%
17%
19%
10%
15%
13%
4%
Structurele exploitatieruimte
-3%
2%
0%
-1%
0%
-2%
0%
Belastingcapaciteit
73%
78%
79%
83%
83%
83%
83%
Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).
82
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
83
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld. Voor de provincies wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van het gemiddelde landelijke gehanteerde tarief voor de opcenten.
84
Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Geldrop-Mierlo beïnvloed door 2 oorzaken: • De gemeente heeft in 2020 een extra lening van € 25 miljoen aangetrokken voor de herfinanciering van de bestaande leningenportefeuille. Het rentepercentage voor deze lening is negatief waardoor de rentelasten fors zijn gedaald. Zie ook de tabel leningenportefeuille in de paragraaf financiering. In de begroting 2020 was met de extra lening nog geen rekening gehouden. • Het oplopen van dit kengetal in de begrotingsjaren vanaf 2021 wordt, naast deze extra lening, veroorzaakt door de geraamde investeringen voor: o Centrum Geldrop; o Gecombineerde nieuwbouw Dommeldal - Beneden Beekloop; o Hockeykantine Mierlo; o Aankoop brandweerkazerne Mierlo; o Diverse vervangingsinvesteringen in wegen en riolering. Solvabiliteitsratio De daling in de afgelopen jaren wordt vooral veroorzaakt voor de inzet van de algemene reserve en de inkomensreserve om de tekorten in die jaarrekeningen op te vangen. Dit zet zich voort in de begrotingsjaren 2021 en 2022. Vanaf 2023 is de begroting weer sluitend en laat dit kengetal een lichte stijging zien. Grondexploitatie Zoals blijkt uit bovenstaande grafiek laat de grondexploitatie een daling zien.
Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de bouwgrond in exploitatie afneemt. Dit is een positieve trend, omdat hiermee de grondexploitatierisico’s aanzienlijk dalen. Structurele exploitatieruimte De resultaten van de jaarrekeningen 2018 en 2020 zijn negatief wat effect heeft gehad op de solvabiliteitsratio. De begrotingsjaren 2020 en 2022 zijn ook negatief maar vanaf 2023 is er weer sluitende begroting. Dit betekent dat in die jaren alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. Door de niet sluitende begrotingen was het de afgelopen jaren noodzakelijk om de OZB te verhogen. Daarnaast zijn de kosten van afval en riool gestegen waardoor die heffingen ook verhoogd zijn. Ondanks deze verhogingen blijft de belastingdruk in Geldrop-Mierlo onder het landelijke gemiddelde.
85
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf gaan we achtereenvolgens in op de onderdelen: wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, openbaar groen, riolering, gebouwen en speelvoorzieningen.
Wegen Beleid De uitgangspunten voor beheer en onderhoud van de wegen worden door de raad vastgelegd in een Strategisch Beheerplan Wegen. De looptijd van het Beheerplan bedraagt 4 jaar. Het meest recente plan is door de gemeenteraad vastgesteld in 2019. Dit Beheerplan is een strategische visie op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke wegen. Deze visie voorziet in de verantwoording die volgens het Besluit Begroting en Verantwoording nodig is. De onderhoudsprioriteit ligt bij de asfaltwegen en met name de hoofdontsluitingswegen en fietspaden. Bij het vaststellen van het streefniveau voor onderhoud maken we gebruik van de landelijk gehanteerde CROW-systematiek (CROW = Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek). We kiezen voor het laagste niveau voor verantwoord onderhoud. Als uitwerking van het Beheerplan stelt het college een operationeel plan. In het operationeel plan staat in detail aangegeven welke onderhoudswerken zullen worden uitgevoerd. De operationele plannen worden gebaseerd op een jaarlijkse visuele inspectie van het gehele wegennet, afgestemd met het activiteitenplan en met de bekende (grotere) bouwplannen van derden. Dit operationeel plan heeft een looptijd van 2 of 3 jaar. Het is flexibel van opzet zodat kan worden ingespeeld op onvoorziene ontwikkelingen en ruimte laat bij de voorbereiding en de uitvoering.
Ook kunnen we de onderhoudswerken in een groot werkvolume aanbesteden, wat gunstig is voor de prijsstelling. De raad heeft de wens uitgesproken intensiever betrokken te willen zijn bij projecten in uitvoering. Een aantal van de geplande onderhoudsprojecten komt in aanmerking voor extra toelichting voor de raad: • groot onderhoud Dwarsstraat; • groot onderhoud Bekelaar (samenwerking met de gemeente Someren). Het onderhoud aan deze wegen wordt in 2021 uitgevoerd. Beleidsplan Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan wegen
2019-2022
11 maart 2019
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2022
Uitgangspunten Bij het wegbeheer hanteren wij de richtlijnen van het CROW, die in het maatschappelijk verkeer veelal als norm worden gehanteerd. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel
2020
Geraamde besteding groot onderhoud wegen (uit voorziening wegen)
950.000
Realisatie groot onderhoud wegen
702.093
Verschil
247.907
Naast bovenstaande bedragen voor het groot onderhoud aan de wegen is nog € 213.859,- besteed aan klein onderhoud (begroot € 193.783,-). Voorziening Groot onderhoud Wegen Het groot onderhoud aan de wegen wordt betaald vanuit de voorziening Groot onderhoud Wegen. Conform het Wegenbeheerplan wordt jaarlijks € 820.073,- gestort in deze voorziening. Achterstallig onderhoud Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud. Wel kan sprake zijn van uitgesteld onderhoud. Want wij stemmen de onderhoudsplannen af op het activiteitenplan en de bekende (grotere) bouwplannen van derden. Verschuiving in laatstgenoemde plannen kan leiden tot uitstel van het door ons uit te voeren onderhoud.
86
Openbare verlichting Beleid Het onderhoud van de openbare verlichting is te splitsen in correctief en preventief onderhoud. Onder het correctief onderhoud wordt verstaan het oplossen van storingen en schades. Onder preventief onderhoud wordt verstaan het groepsgewijs vervangen van lampen, armaturen en masten. Dit wordt gebaseerd op de technische levensduur van de onderdelen. Er is nog geen direct vastgesteld beleid voor het onderhoud van de openbare verlichting. In 2020 is het beleidsplan opgesteld en de planning is om dit in 2021 vastgesteld te hebben. Op dit moment is het uitgangspunt om bij preventief onderhoud in te zetten op energiebesparende verlichting (LED). Het vervangen van oude armaturen levert een besparing op van het energieverbruik en dus op energiekosten. Met het terugdringen van het energieverbruik wordt bijgedragen aan de doelstelling van het Energieakkoord. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Planning vaststelling nieuw beleidsplan Q2-2021
Uitgangspunten Elke maand, en indien nodig vaker, worden er vanuit het correctieve onderhoud storingsroutes gereden door de aannemer. In deze storingsroutes worden de storingen en schades verholpen. Indien een storing urgent is in verband met de verkeers- of sociale veiligheid wordt deze meteen verholpen. Vanuit het preventieve onderhoud worden de lampen om de drie en vier jaar vervangen. Armaturen worden om de ca. 20 vervangen en masten om de ca. 40 jaar. Bij het opstellen van onderhoudsmaatregelen worden de mogelijkheden tot energiebesparing en reductie van de CO2-uitstoot meegenomen. Door de (door)ontwikkeling van LED-verlichting en toepassing van dimbare armaturen en energiezuinige lampen wordt het energieverbruik van de openbare verlichting minder. Bij integrale projecten in de MPB en het activiteitenplan wordt vaak de vervanging van armaturen en masten meegenomen. In 2020 zijn in het kader van preventief onderhoud ca. 500 armaturen vervangen. Jaarlijks groot onderhoudsbudget en investeringen Financieel Geraamde besteding groot onderhoud openbare verlichting
2020 21.353
Realisatie groot onderhoud openbare verlichting
9.004
Verschil
12.349
Naast het groot onderhoud aan de openbare verlichting is er € 65.895,- besteed aan het klein onderhoud (begroot € 65.113,-). Ten slotte is er € 248.676,- besteed aan de vervanging van masten en armaturen. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
87
Civiele kunstwerken Beleid De uitgangspunten van het beheer en onderhoud zijn vastgelegd in het Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken. De algemene doelstelling van dit 5-jarig beheerplan is om inzicht te geven in het functioneren en gebruiksgemak, de veiligheid van de kunstwerken, de levensduur en de te verwachten kosten die samenhangen met het beheer daarvan. Het doel is om de civiele kunstwerken in de gemeente te beheren op een vooraf vaststaand en meetbaar kwaliteitsniveau en gesteld risico, het ondervangen van risicoaansprakelijkheid en het waarborgen van een goede bereikbaarheid. Er wordt naar gestreefd de objecten tegen acceptabele kosten en met het behoud van hun eigenschappen een theoretische levensduur te laten bereiken. Uitgangspunten In het Beheerplan is gekozen voor een basaal onderhoudsniveau waarbij wordt voldaan aan de minimumeisen voor veiligheid en functionaliteit. Er mag geen sprake zijn van twijfel over de veiligheid, losliggende onderdelen of gevaar van bezwijken. De beheerstrategie is ten eerste gericht op het beheersen van de risico’s. Hierbij worden veiligheid en bereikbaarheid gegarandeerd. Daarnaast sturen we op kwaliteit (technisch en beeld). De keuze voor een basaal kwaliteitsniveau sluit het beste aan bij de sobere en doelmatige uitstraling die we nastreven en kunnen waarmaken.
Met deze onderhoudsstrategie bereiken we het meest economische moment van onderhoud, namelijk niet te vroeg en niet te laat en in de juiste mate. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Onderstaand zijn de kosten van het onderhoud opgenomen. Het betreft de vereiste middelen voor de instandhouding. Het is geen projectbegroting of taakstellend budget. Dit overzicht bevat de totale directe kosten aangevuld met kosten onvoorzien, staartkosten en exclusief de eigen uren en btw. Financieel
2020
Geraamde onttrekking (planmatig) onderhoud civiele kunstwerken (voorziening € 25.250,- + exploitatie € 42.752,-)
68.002
Realisatie (voorziening € 35.500,- exploitatie € 42.529,-)
78.029
Verschil
-10.027
Onderhoudskosten De financiering en dekking van het planmatig onderhoud vindt plaats via de voorziening groot onderhoud wegen. De storting bedraagt jaarlijks € 25.250,-. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
88
Groen Beleid In 2018 zijn nieuwe groenonderhoudscontracten opgesteld met Ergon en Atlant voor de onderhoudsjaren 2018-2021. Hierbij is een optie opgenomen 3 x 2 jaar te kunnen verlengen bij goede resultaten. We werken inmiddels via deze onderhoudscontracten. Beleidsplan Naam
Periode
Groenbeleidsplan
2014-2024
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
10-2-2014
2024
Uitgangspunten De werkzaamheden zijn uitbesteed en worden gecontroleerd op basis van het kwaliteitsniveau A (in de centrumgebieden) en B, van de landelijke standaard voor onderhoudsniveaus, zoals beschreven in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte van het CROW. Dit onderhoudsniveau is vastgesteld door de gemeenteraad in 2008. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het groot onderhoud aan het openbaar groen weergegeven. Het betreft hier de bestekken voor de verschillende wijken. Financieel
2020
Raming onderhoud openbaar groen (bestekken)
1.341.041
Realisatie onderhoud openbaar groen (bestekken)
1.428.669
Verschil
-87.628
Naast het onderhoud is er in 2020 € 137.073,- geïnvesteerd (begroot 125.000,-) in groenreconstructies. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
89
Riolering Beleid Het gemeentelijk rioleringsbeleid is vastgelegd in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het GRP is een beleidsinstrument binnen het gemeentelijk milieubeleid voor de aanleg en het beheer van riolering. Het heeft een planmatig en strategisch karakter met een planperiode van 5 jaar (huidige planperiode: 2018-2022). In het GRP is uiteengezet welke activiteiten er in de planperiode worden opgepakt. Zo zal de riolering in een aantal straten worden vervangen. In de komende jaren worden (in verband met de levensduur) steeds meer riolen vervangen. Daarnaast is er een aantal andere in het oog springende activiteiten: • Zowel bij nieuwbouw als bij reconstructies zullen we er naar streven om de openbare ruimte “klimaat-adaptief” in te richten; • We gaan de haalbaarheid van een Hemelwaterverordening onderzoeken. Dit kan een bruikbaar instrument zijn bij de verwezenlijking van bovengenoemde maatregelen; • We blijven actief samenwerken met waterschappen en de regiogemeenten op het gebied van riolering en waterbeheer; • Het inspelen op klimaatverandering kan de gemeente niet alleen. We gaan de burgers en bedrijven actief opzoeken en we proberen samen oplossingen te vinden voor de uitdagingen waar we samen voor staan.
In het kader van het bestuursakkoord Water zijn middelen gereserveerd voor maatregelen in de waterketen (ook bekend onder de noemer Waterportaal Zuid Oost Brabant). Gemeente trekt hierbij samen op met het Waterschap de Dommel om maatregelen te treffen die de kwaliteit van het oppervlakte water (na lozing vanuit het rioolstelsel en de rioolwaterzuiveringsinstallatie) verbeteren. Door gezamenlijke aanpak levert dit naast kwaliteit ook kostenbesparing op. De doelstellingen op het vlak van waterkwaliteit komen voort uit Europese regelgeving. Beleidsplan Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)
2018-2022
6-11-2017
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2022
Uitgangspunten De functionele doelen, eisen en maatstaven zijn vastgelegd in het vGRP. Uitgangspunt is dat de bedrijfszekerheid van de riolering gegarandeerd moet zijn tegen aanvaardbare maatschappelijke kosten. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de kosten voor het onderhoud aan het rioolstelsel. Daarnaast zijn er ook kosten voor o.a. planvorming, kapitaallasten en interne uren. De vervangingsinvesteringen zijn gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan en zijn opgenomen op het Activiteitenplan. Financieel
2020
Geraamde onderhoudskosten riolering
558.000
Gerealiseerde onderhoudskosten riolering
480.719
Verschil
77.281
Achterstallig onderhoud De riolering vereist dagelijks investeringen voor instandhouding en verbetering. Jaarlijks worden grotere en kleinere onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Het beheer van de data is op orde. Er is dan ook geen sprake van achterstallig onderhoud.
90
Gebouwen Beleid De belangrijkste beleidsuitgangspunten voor gemeentelijke gebouwen: • Het in eigendom hebben van vastgoed is geen gemeentelijke kerntaak; • De gebouwen voor eigen gebruik behoren wel tot de kernvoorraad van gemeentelijk vastgoed en blijven dus in eigendom; • Gemeentelijk vastgoed ten behoeve van maatschappelijke functies wordt kostendekkend verhuurd; Gemeentelijk vastgoed ten behoeve van commerciële functies wordt marktconform verhuurd; • De (financiële) toegankelijkheid van gebouwen met een maatschappelijke functie wordt mogelijk gemaakt door het toekennen van huisvestingssubsidie op basis van het accommodatiebeleid. Hoewel het in eigendom hebben en beheren van vastgoed geen gemeentelijke kerntaak is, kunnen er redenen zijn om maatschappelijk vastgoed in eigendom te houden. Zo kunnen de ontwikkelingen binnen het sociale domein (inwoners langer thuis laten wonen) de vraag naar maatschappelijk vastgoed doen toenemen (voorzieningen zo dicht mogelijk bij de inwoners realiseren). De gemeente Geldrop-Mierlo streeft naar een gezond en sociaal klimaat. Initiatieven en organisaties die een bijdrage leveren aan een duurzame ontwikkeling van de gemeenschap krijgen de ruimte om activiteiten te ontplooien. Goed onderhouden accommodaties zijn daarbij een belangrijke randvoorwaarde.
Het Strategisch beheer maatschappelijk vastgoed is er op gericht om te komen tot een compacte vastgoedportefeuille, waarbij accommodaties zo optimaal en intensief mogelijk worden gebruikt. De gemeente stemt daarbij het aanbod af op de behoefte van de inwoners en kan door een flexibele opstelling inspelen op nieuwe ontwikkelingen en trends. Eerder is aangegeven dat de financiële behoefte mogelijk beperkt kan worden tot circa € 900.000,gemiddeld per jaar vanwege: • Feitelijke gerealiseerde verkopen van vastgoed; • Actualisatie van de conditie waarin gebouwen verkeren met mogelijk gunstige effecten op de onderhoudsplanningen. Alle gebouwen zijn in 2016 geïnspecteerd en beoordeeld op de actuele onderhoudstoestand. In de actualisatie zijn ook de twee nieuwe brede scholen toegevoegd. De inspectie heeft geresulteerd in een aanpassing van de reservering voor het groot onderhoud in de begroting 2016 en verder. Uit de geactualiseerde meerjarenonderhoudsplanning volgt een benodigd onderhoudsbudget van gemiddeld € 905.000,- per jaar (op basis van termijn van 15 jaar). Voor de twee scholen wordt van de schoolbesturen jaarlijks € 31.000,- ontvangen. Zodoende bedraagt de jaarlijkse storting per saldo € 874.000,-. Beleidsplan In het najaar van 2016 heeft u de vastgoedstrategie voor de komende jaren vastgesteld.
De nota biedt handreikingen voor het strategisch beheer van de vastgoedportefeuille van de gemeente. De uitgangspunten van de nota Strategisch beheer maatschappelijk vastgoed zijn in een brede sessie geconfronteerd met de uitgangspunten uit het Kernakkoord 2018-2022. Belangrijke vraag was hoe op de lange termijn om te gaan met de welzijnsaccommodaties. De samenleving verandert continue. Het is daarom zaak je als gemeentelijke organisatie flexibel op te stellen, zodat je beter op nieuwe ontwikkelingen/trends kunt inspelen en het aanbod afstemt op de behoefte van de inwoners. Het Kernakkoord is daarbij het uitgangspunt. Naam
Periode Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Kwaliteitsniveau onderhoud gebouwen
31-10-2016
2021
Strategisch Beheer Maatschappelijk Vastgoed Geldrop-Mierlo
31-10-2016
2021
91
Uitgangspunten Het onderhoudsniveau van gemeentelijke gebouwen is vastgesteld op "redelijk", zoals gedefinieerd in de Nederlandse norm NEN 2767. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen 2020 Nieuwe dotatie voorziening
897.957
Uitgaven uit voorziening
785.285
Saldo
112.672
Saldo voorziening per 31-12
147.422
Een vastgoedportefeuille is een dynamisch geheel. Er worden panden verkocht en aangekocht c.q. nieuwbouw gepleegd. Hierdoor zal iedere vijf jaar een nieuwe inventarisatie op basis van de dan geldende situatie plaatsvinden. De jaarlijkse dotatie wordt dan weer opnieuw bepaald. In 2018 is de voorziening Onderhoud gebouwen onderwijs opgeheven. Het saldo uit deze voorziening - conform het onderhoudsplan gymzalen - is overgeheveld naar de voorziening Groot onderhoud Gebouwen. Dit besluit is genomen bij de actualisatie van de nota Reserves en Voorzieningen 2017 (RB2017.007080A d.d. 18-12-2017). In 2019 is voor de het gebouw waarin de Brede School De Coevering is gevestigd, een separate onderhoudsvoorziening ingesteld. Bij dit gebouw zijn twee externe partijen (onderwijsstichtingen) bij betrokken en zij wilde graag goede inzage in het verloop van de onderhoudsvoorziening hebben. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Speelvoorzieningen Beleid Het speelruimteplan geeft een actueel inzicht in de speelbehoeften van alle leeftijdsgroepen en biedt een handvat voor noodzakelijke en wenselijke verbeteringen in het aanbod aan speelruimte en voorzieningen in Geldrop en Mierlo. De gemeente gebruikt dit plan als toetsingskader bij het beoordelen van wensen van inwoners op het gebied van speelruimte en speelvoorzieningen. Beleidsplan Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Speelruimteplan
2020-2024
Oktober 2019
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024
Uitgangspunten De speelplekken moeten voldoen aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Hiervoor is regelmatig inspectie en onderhoud nodig om de kwaliteit te waarborgen. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het onderhoud aan de speelvoorzieningen. Dit budget omvat o.a. onderhoud, inspectie kleine vervangingen en schoonmaak van de val-ondergrond van de speelvoorzieningen. Nieuwe speeltoestellen worden aangemerkt als investering. Financieel
2020
Raming exploitatiebudget speelvoorzieningen
64.400
Realisatie exploitatiebudget speelvoorzieningen
43.771
Verschil
20.629
Naast bovenstaande onderhoudsuitgaven is in 2020 € 49.495,- uitgegeven aan investeringen. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
92
Financiering Inleiding De paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in het BBV en in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering is de manier waarop wij de benodigde geldmiddelen aantrekken en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen beleggen. Dit gebeurt binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving geldt voor de gemeente een Treasurystatuut. Dit statuut bevat regels om de financieringsfunctie te sturen, beheersen en controleren. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000,-. Door de afronding op duizendtallen kunnen er afrondingsverschillen ontstaan. Conform het nieuwe BBV moet deze paragraaf inzicht geven in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Toerekening aan de taakvelden is gedaan met de rentepercentages die hieronder zijn genoemd.
Interne- en externe ontwikkelingen De ECB heeft in 2020 een ruim monetair beleid gevoerd en de rentetarieven zijn laag gebleven. De EMU-tekortruimte voor gemeenten in 2020 is vastgesteld op -/- 0,27% BBP. De individuele EMU-referentiewaarde voor Geldrop-Mierlo is voor 2020 vastgesteld € 3.905.000,-. Dit betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat de gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Omschrijving
2020
1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
8
2 Mutatie (im)materiële vaste activa
-27.533
3 Mutatie voorzieningen
1.949
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
-2.355
5 Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
0
EMU-saldo
-27.931
De renteberekening voor activa mag conform BBV 25% afwijken op basis van begroting en werkelijkheid. De bespaarde rente en bouwgrondexploitaties wordt bij de jaarrekening op werkelijke basis toegerekend. Renteschema
Begroting
Realisatie
Bespaarde rente over reserves
3,37%
1,33%
Bespaarde rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
2,00%
Rente grondexploitatie
2,27%
0,95%
Rente activa
3,50%
1,50%
In onderstaand schema is het renteresultaat berekend op basis van de wettelijke voorschriften.
93
Renteresultaat Stap Renteschema De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie
2020 Totaal 2020 1.165 0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden
0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig
31
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering
-30
De externe rentebaten
-301
Rente voorzieningen
3
1 Saldo rentelasten en rentebaten
867
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-156
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-11
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-167
3 Rente over eigen vermogen
576
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente (1+2+3)
1.276
5 De aan taakvelden toegerekende rente
-1.410
Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
-134
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld Treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
Financieringsbehoefte Beleidsvoornemen financiering. Het beleid van 2020 is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. We houden daarbij rekening met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over 3 maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien de rentevisie, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de rente dit jaar laag blijft en komende jaren licht kan gaan oplopen, kan voorlopig aan deze strategie worden vastgehouden. Zodra de rentevisie wijzigt en uitgaat van een stijgende rente op korte termijn kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.
Liquiditeit In 2020 zijn de liquide middelen met kasgeldleningen en één langlopende lening gefinancierd.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt, moet er een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld, en moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal.
94
Stap
Omschrijving
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal per 2020
108.660
108.660
108.660
108.660
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
9.236
9.236
9.236
9.236
31.333
32.000
2.667
4.333
Schuld in rekening courant
176
0
95
125
Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar
120
115
118
105
Percentage regeling 1 Toegestane kasgeldlimiet Vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar
Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 2 Totaal vlottende korte schuld
0
0
0
0
31.630
32.115
2.880
4.563
10
3
7
8
1.569
4.941
1.243
282
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar 3 Totaal vlottende middelen 4 Totaal netto vlottende schuld (2-3) Ruimte (+) / Overschrijdingen (-) (1-4)
0
0
0
0
1.579
4.945
1.250
290
30.051
27.170
1.630
4.273
-20.815
-17.934
7.606
4.963
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap
Omschrijving 1 Renteherzieningen
3 (1+2)
Begroting na wijziging 0
0
2 Aflossingen
3.427
45.257
Renterisico
3.427
45.257
4 Begrotingstotaal 2020
6 (4 x 5)
Begroting
108.660
116.263
5 Percentage regeling
20%
20%
Renterisiconorm
21.732
23.253
18.305
-22.004
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)
Kredietrisicobeheer Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. De gemeente heeft in beperkte mate te maken met kredietrisico’s. Deze hebben onder andere betrekking op de verstrekte leningen in het kader van de publieke taak, zoals de startersleningen. Deze leningen zijn afgesloten onder Nationale Hypotheek Garantie. Dit betekent dat de aflossing bij gedwongen verkoop altijd gegarandeerd is.
95
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet als volgt uit: (bedragen x € 1.000,-). Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker
1-1-2020
31-12-2020
BNG
2020
2025 -0,10%
25.000
0
25.000
BNG
2002
2027
5,21%
4.000
1.280
0
BNG
2002
2027
5,18%
4.000
1.280
0
BNG
2003
2028
4,52%
4.000
1.440
0
BNG
2003
2028
4,80%
4.000
1.440
0
BNG
2005
2030
3,73%
5.000
2.200
0
BNG
2006
2031
3,98%
6.000
2.880
0
BNG
2008
2033
4,49%
15.000
7.950
0
Prov. NB
2018
2033
1,13%
1.211
1.137
1.061
Prov. NB
2018
2033
1,18%
908
853
81
Prov. NB
2019
2034
1,28%
606
606
569
Prov. NB
2019
2034
1,33%
303
303
0
BNG
2010
2035
4,19%
15.000
9.150
0
BNG
2011
2036
4,65%
13.000
8.450
0
BNG
2012
2037
3,75%
9.000
6.480
0
BNG
2013
2038
3,06%
2.000
1.520
0
BNG
2020
2040
0,23%
54.215
0
54.215
163.243
46.968
80.926
Totaal
Looptijd van
Looptijd t/m
Rente
Oorspronkelijk
96
Bedrijfsvoering Inleiding Het doel van de bedrijfsvoering is het zo goed mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de burger door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • de beschikbaarheid over gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.
Coronavirus Corona heeft een behoorlijke impact gehad op ons werk. De inhoud daarvan en de manier waarop. De coronapandemie heeft enorme impact op de gemeenschap en daarmee ook op de gemeente. Direct vanaf de start heeft onze organisatie te maken met werkzaamheden die niet eerder op deze manier aan de orde zijn geweest. Dit heeft natuurlijk ook gevolgen gehad voor de reguliere werkzaamheden. Naast de inhoud is ook de manier van werken gewijzigd. Met de oproep om thuis te werken is het integraal werken en afstemmen van werkzaamheden in een nieuwe dimensie terecht gekomen. Het is ons gelukt om in zéér korte tijd beeld vergaderen mogelijk te maken. Binnen dit kader hebben wij gezorgd om binnen de coronamaatregelen de dienstverlening voortgang te laten vinden. We hebben onze medewerkers en bestuurders vanaf het tweede kwartaal zo goed als mogelijk gefaciliteerd om op een ergonomisch verantwoorde wijze, waar mogelijk uiteraard, thuis te kunnen werken. In het vierde kwartaal is de "Tijdelijke vergoedingsregeling corona en thuiswerken" vastgesteld waarbij medewerkers hun thuiswerkplek bij wijze van semi permanente oplossing nog verder konden optimaliseren.
Organisatieontwikkeling Eind 2018 is gestart met een traject van organisatie ontwikkeling. Een traject waarbij nadrukkelijk de verbinding is gemaakt tussen de Strategische visie “Geldrop-Mierlo, een plek met een hart” en het kernakkoord van het college. De strategische visie noemt als kernwaarden voor de organisatie dat wij geloven dat iedereen als mens gezien en behandeld wil worden, dat wij openstaan voor de samenleving waarvan wij deel uitmaken en dat wij doen wat we zeggen en meedenken in oplossingen. Deze ontwikkelingen vragen om een robuuste, maar flexibele organisatie. Een organisatie die zich aan past aan de ontwikkelingen binnen onze maatschappij. Op 1 april 2020 is de nieuwe structuur van de organisatie een feit geworden. Er zijn 3 afdelingsmanagers benoemd die leiding geven aan de afdelingen Samenleving, Ruimte en Dienstverlening. De afdelingen zijn onderverdeeld in teams en daarvoor zijn 11 teammanagers benoemd die hiërarchische bevoegdheden hebben gekregen. Voor de leidinggevenden zijn ontwikkelingsplannen opgesteld zodat zij zich verder kunnen ontwikkelen conform de visie van de nieuwe organisatie. Op gebied van leiderschap willen we meer vanuit verbinding en vertrouwen werken, de samenwerking opzoeken en eigenaarschap stimuleren. Vooruit kijken, kansen en uitdagingen zien voor de toekomst en weten hoe we daarop kunnen anticiperen.
Dit vraagt om vitale teams en medewerkers. De organisatie veranderen in "Corona-tijd" vraagt veel van de communicatie naar de medewerker. Medewerkers zijn veelal thuis en contacten onderling onderhouden vraagt expliciet aandacht van de leidinggevenden. In 2020 zijn er acties ondernomen om de bestuurlijke planning op te stellen. Inzicht in de werkvoorraad van medewerkers is cruciaal. In 2020 is het concernplan opgesteld. Het concernplan bevat de reguliere werkzaamheden van medewerkers (periodiek terugkerend) en bevat werkzaamheden vanuit projecten, programma's en vanuit het kernakkoord en de meerjarenbegroting. Het concernplan is een dynamisch instrument. Een instrument waar gedurende het jaar keuzes gemaakt kunnen en moeten worden. Dit om betrouwbaar te zijn in de oplevering van zaken en diensten en producten voor de inwoners van onze gemeente en ook voor de gemeenteraad. Het concernplan is ook een belangrijk instrument om de werkvoorraad en daarmee de werkdruk van onze medewerkers acceptabel te houden. De onderwerpen die in de commissie- en raadsvergaderingen aan de orde moeten komen zijn opgenomen in de bestuurlijke planning. Deze planning zal verder verbeterd moeten worden.