CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

GRP 2023-2027.pdf

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Gemeentelijk rioleringsplan 2023-203731.882 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

We stimuleren een duurzame omgang met water We houden inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers actief op de hoogte van ontwikkelingen op watergebied. Voor veel voorkomende vragen zorgen wij dat informatie beschikbaar is op de gemeentelijke website. We stimuleren de aanleg van groene daken en watertuinen met gebruikmaking van o.a. landelijke publicaties van Stichting RIONED. Er is ook een stimuleringsregeling zodat meer inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers van Geldrop-Mierlo in beweging komen om hemelwater af te koppelen of een groen dak te realiseren. Naast de gemeentelijke subsidie zijn er ook mogelijkheden om subsidie te verkrijgen bij de waterschappen. Van beide regelingen kan tegelijk gebruik worden gemaakt. Goede voorbeelden delen we ter inspiratie met onze inwoners.

We werken samen bij uitvoeringsprojecten We streven er naar binnen het klimaatportaal Zuidoost-Brabant onderhoudsprojecten samen uit voeren. Hierdoor verminderen we de kwetsbaarheid. Daar waar mogelijk wordt ook samenwerking gezocht met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties.

Omgevingsplan

49

4

UITVOERINGSPROGRAMMA RIOLERING EN WATER In het uitvoeringsprogramma zijn activiteiten opgenomen, die deze planperiode ondernomen gaan worden, om in te spelen op de huidige en toekomstige ontwikkelingen ten aanzien van water en riolering. Deze activiteiten zijn onderverdeeld in de categorieën regionale samenwerking, exploitatielasten, vervangingen, operationele investeringen.

4.1

Regionaal uitvoeringsprogramma Regionaal wordt in het klimaatportaal Zuidoost-Brabant samengewerkt in de waterketen. De aanleiding voor deze samenwerking komt uit het bestuursakkoord Water (BAW) van 2011 waarbij kostenbesparing, kwaliteitswinst behalen en kwetsbaarheid verminderen in de waterketen belangrijk doelen waren. Dit zijn vandaag de dag nog steeds actuele doelen waar we samen aanwerken. Door de komst van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) uit 2018 zijn een aantal extra doelen toegevoegd. Tabel 4

Doelen Klimaatportaal Zuidoost-Brabant DPRA doelen

Kostenbeheersing

Kwetsbaarheid in beeld brengen

kwaliteitsverbetering

Risicodialoog voeren en strategie op stellen

Beperking personele kwetsbaarheid

Stimuleren en faciliteren

Omgevingsprogramma

BAW doelen

Meekoppelkansen benutten Uitvoeringsagenda opstellen Reguleren en borgen Handelen bij calamiteiten

Binnen het klimaatportaal Zuidoost-Brabant wordt ieder jaar een jaarplan opgesteld van projecten die gezamenlijk worden opgepakt door de deelnemende gemeenten en het waterschap. Onder het Klimaatportaal zijn twee werkgroepen opgericht. Het eerste deel betreft de BAW-groep (Bestuursakkoord Water), die zich richt op de waterketen en de afstemming tussen waterketen en watersysteem. Het tweede deel betreft de DPRA-groep (Delta Programma Ruimtelijk Adaptatie) met een focus op klimaatadaptatie.

4.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma Het gemeentelijk uitvoeringsprogramma bestaat uit reguliere taken die binnen de exploitatie vallen, instandhouding en vervanging van bestaande voorzieningen en projecten (operationele investeringen). In het voorgaande hoofdstuk is uitvoerig ingegaan op de strategieën en daarmee ook al grotendeels wat we aan reguliere zaken doen. In dit hoofdstuk worden met name de projecten geconcretiseerd in de tijd.

4.2.1

Exploitatielasten De jaarlijkse terugkerende zaken zijn opgenomen binnen de exploitatielasten. Het gaat dan voornamelijk over onderhoudskosten voor alle aanwezige voorzieningen (zie bijlage B3) voor het areaal) en personele uren. Ook zijn bijkomende activiteiten en kosten van bijvoorbeeld energieverbruik, softwarekosten, datacommunicatie, lidmaatschappen en communicatiemiddelen in de exploitatielasten opgenomen. In bijlage B9.2 is een overzicht van de exploitatiekosten weergegeven en in deze paragraaf worden de belangrijkste punten toegelicht.

51

Onderhoudsbestekken Alle objecten van de riolering worden onderhouden om ervoor te zorgen dat ze goed blijven functioneren. Qua onderhoudsfrequenties wijken we niet af van het voorgaande GRP. In Tabel 5 zijn de onderhoudsfrequenties per rioleringsobject weergegeven. Het onderhoudswerk wordt veelal in de vorm van een 3 of 5 jarig onderhoudscontract aanbesteed. In de komende jaren gaan we inzetten op een intensiever toezicht bij de uitvoering van het onderhoudswerk. Tabel 5 Overzicht onderhoudsfrequenties Object

Onderhoud

Frequentie

Vrijvervalriolen

Reiniging

1x per 10 jaar

Inspectie

1x per 10 jaar

Reparaties

n.a.v. inspecties

Legen

2x per jaar

Straatvegen

Vegen

afhankelijk van locatie

Gemalen

Reiniging

2x per jaar

Inspectie

2x per jaar

Reparatie

n.a.v. inspecties

Reiniging

1x per 5 jaar

Inspectie

1x per 5 jaar

Reparatie

n.a.v. inspecties

Reiniging

bij aanleiding

Inspectie

bij aanleiding

Reparatie

bij aanleiding

Reiniging

2x per jaar

Inspectie

2x per jaar

Reparatie

bij aanleiding

Onderhoud

op basis van onderhoudsplan

Kolken

Omgevingsprogramma

Drukriolering

Pers- en drukleidingen

Randvoorzieningen

Drainage

Actualiseren database Goede en actuele gegevens vormen een basis voor veel keuzes in het rioleringsbeheer. We besteden veel aandacht aan het bijhouden van onze gegevens en dat willen we blijven doen. In de afgelopen jaren is de achterstand in gegevens verwerking deels weggewerkt. Maar omdat het rioolstelsel vrijwel dagelijks wijzigt blijft dit een belangrijk aandachtspunt.

Grondwatertaken We hebben een grondwatermeetnet voor actuele gegevens over de grondwaterstanden. We analyseren de grondwatermeetdata om inzicht te krijgen in grondwaterfluctuaties. Hierbij werken wij nauw samen met het Waterschap de Dommel, Brabant Water en een commerciële partij. De grondwatermeetgegevens worden in de komende jaren openbaar toegankelijk via het BROloket.

Hemelwaterverordening In een hemelwaterverordening worden regels gesteld aan het lozen van hemel- en grondwater. Hierin staan bijvoorbeeld voorwaarden voor nieuwbouw en grondige verbouwingen in relatie tot het aanbieden van hemelwater. Het is een zinvol instrument bij de bestrijding van wateroverlast. Aan de invoering zitten wel de nodige haken en ogen. Een eerder teruggetrokken voorstel zal in 2023 in herziene vorm opnieuw worden voorgelegd.

52

Rioned De Stichting RIONED is dé nationale kennisbank voor de rioleringszorg. Wij zijn begunstiger van deze stichting omdat de kennis vanuit die de stichting op doet in ons dagelijkse werk wordt benut. Deze stichting is voor ons onmisbaar. Voor de plan periode van dit vGRP voorzien wij de volgende onderzoeken: - Optimalisatie beheer wadi’s en waterbergingsvoorzieningen. - Onderzoek naar uitbesteden van het gemalenbeheer.

4.2.2

Vervangingen Bij rioolvervangingen proberen we zoveel mogelijk de openbare terreinen af te koppelen van het gemengde stelsel. Bij verbouw of reconstructie wordt per situatie bekeken of er schoon verhard oppervlak van het gemengde stelsel kan worden afgekoppeld en op andere wijze kan worden verwerkt (zoals infiltratie of afvoer naar oppervlaktewater). Vervanging van rioolbuizen is noodzakelijk om het functioneren van de riolering in stand te houden. Na verloop van tijd gaat de sterkte van rioolbuizen achteruit, bijvoorbeeld door scheuren of aantasting van de binnenwand. De riolen worden dan vervangen of relined. Dit is altijd maatwerk per geval. Wij wegen vooraf of een reconstructie van een hele straat meegenomen kan worden.

Planning vervangingen periode 2023-2027

De planning is gebaseerd op de actuele kwaliteit van de rioleringen. Deze kwaliteit is vastgesteld met inwendige inspecties van de riolen. In de praktijk blijkt dat er gedurende de planperiode wel iets geschoven kan worden in de planning. Anders dan bij voorgaande GRP's is bij het opstellen van de vervangingsplanning gebruik gemaakt van een rekenmodel waarin de kwaliteit van de leidingen in relatie tot de leeftijd wordt gewogen. Een "oude" buis, in goede staat, kan waarschijnlijk nog lang mee in tegenstelling tot een relatief jonge buis die nu al veel scheuren of aantasting vertoont. Hier betaalt ons intensieve inspectieprogramma zich uit. Wij hebben in de afgelopen jaren vele videoinspecties in het stelsel uitgevoerd. Door analyse van het kwaliteitsverloop over de jaren kan tegenwoordig een betrouwbare inschatting worden gemaakt van de restlevensduur van de leidingen. De piek aan vervangingen die wij vreesden voor de komende 15 jaar wordt daardoor afgevlakt.

Afbeelding 15

Vervanging van riolering

Zoals elders in dit rapport is aangegeven zullen we bij elke rioolvervanging een integrale afweging maken met andere disciplines. Indien enigszins mogelijk laten we bovengrondse ruimtelijke ingrepen meeliften. Dit is altijd maatwerk per geval waarbij aanvullende middelen vrij gemaakt moeten worden voor die extra werkzaamheden.

53

Omgevingsprogramma

Tabel 6 geeft een overzicht van de vervangingsprojecten die we hebben gepland voor de periode 2023-2027. Deze planning is ons vertrekpunt voor de komende jaren. Waar mogelijk pakken we deze projecten integraal op met andere vakgebieden binnen de gemeente. Samen zorgen we voor een goede planning van projecten en werkzaamheden, waarbij onderstaand projectenoverzicht het startpunt is voor de inbreng vanuit riolering.

Tabel 6 Overzicht vervangingen in de planperiode

Omgevingsprogramma

straatnaam Adelaartlaan Akert Aragorn Baljuwstraat Berkenhof Bogardeind Bosrand Burgemeester Verheugtstraat Deelenstraat Elendil Elros Elsbroekpad Gersteland Gildestraat Goorstraat Hazelaar Heibeekstraat Herdersveld Hertogenlaan Hofmeierstraat Hoog Geldrop Industrieweg John Davisstraat Kerkakkers Korenland Laan der vier heemskinde Lisdodde Losweg Maarten Trompstraat Mierloseweg Mispelaar Molenakker Morgenland Nijverheidsweg P.J.Zweegersplein Parallelweg Poorterstraat Raamveld Ros Beiaard Schepenenstraat Sint Jozefplein Sluisstraat Suijlke Tarweland Ter Borghstraat Torenakker Tournooiveld Vasco da Gamastraat Vesperstraat Vespuccistraat Waleweinlaan Wersakker Wielewaal Wilhelminastraat Willem Barentszweg Winkelcentrum Coevering Ziggenstraat Zomerland Zonnedauw Eindtotaal

54

2023 (m)

2024 (m)

2025 (m) 648 12

2026 (m)

2027 (m)

364 196 41 1

44 203

396 123 44 40 89 139 26 941 27 24 5 209

27 195

37

1023 85 57 606 75 67

47 30

40 423 49 7 73 30 19 10 66 19 171 52 41

15 48 78

23

10 34 73

38 164 158 25 140 246 34 32 33

106 199 36 130 52 57 932

42 2492

151

48

2376

1070

1919

Totaal Lengte 648 12 364 196 41 46 203 396 123 44 40 89 139 26 941 27 24 27 237 209 1023 85 57 606 123 97 40 423 49 7 73 30 19 10 66 19 171 52 55 48 101 10 72 73 164 158 25 140 246 34 32 33 106 199 36 130 52 255 42 8790

4.2.3

Operationele investeringen (projecten) Doel van deze nieuwe investeringen is het garanderen van goed werkend stelsel voor de afvoer van hemel- en afvalwater. In 2021 hebben we een groot pakket aan maatregelen vastgesteld voor aanpak van wateroverlast. Dit pakket zal medio 2024 vrijwel geheel zijn uitgevoerd. In ons Klimaatbeleid zijn meerdere voorstellen voorgesteld voor de verdere aanpak van de effecten van de klimaatontwikkelingen. Voor zover deze maatregelen gerelateerd zijn aan de gemeentelijke watertaken en rioleringszorg kunnen zij worden bekostigd vanuit het vGRP. Voor deze maatregelen wordt tot en met 2027 in totaal een bedrag van 2 miljoen euro gereserveerd. Voor de periode na 2027 zal de financiering van de maatregelen te zijner tijd opnieuw worden bekeken.

Basisrioleringsplan en Blauwe Aderplan In 2021 hebben we 2 technische analyses van ons riool- en watersysteem laten uitvoeren, te weten een Basisrioleringsplan en een Blauwe Aderenplan. Het basisrioleringsplan is een hydraulische toetsing van het stelsel aan de actuele omstandigheden. Daarnaast hebben we een Blauwe Aderplan opgesteld. Dit is een lange termijn visie over het omgaan met hemelwater en ook een plan op hoofdlijnen voor de aanleg van aan een gesloten hemelwatersystemen. Beide plannen zijn in de komende jaren de leidraad bij het ontwerp van rioolrenovaties en bij de aanpak van de regenwateroverlast. Beide analyses beperken zich tot de werking van het ondergrondse rioolstelsel. Daar waar het ondergrondse stelsel onvoldoende afvoercapaciteit heeft, ontstaan waterproblemen op maaiveldniveau. De kwetsbaarheden op dat niveau zijn zichtbaar gemaakt in de Klimaatstresstesten die we afgelopen najaar hebben gepresenteerd.

Tabel 7 Samenvatting maatregelen Blauwe Aderenplan nr

straat

van

tot

wat

1 Geldropseweg

Oudvensestraat

Termeerstraat

waterberging

2 Torenweg

Krp Kerkakkers/Santheuvel

Torenweg

waterafbuigen naar berging langs Torenweg

3 Sanghorst

Sanghorst/Beuk

4 Bekelaar

Bekelaar/Loeswijk

5 Oudvensestraat

Geldropseweg

Kanaal

waterberging in bosje

Wilhelminastraat

BvMierlostraat

Blauwe Ader 800 mm naar HWA structuur 4

2023 2024 2025 2026 2027

Wateropvang x x

waterberging

(x)

waterberging

x (x)

HWA structuur 1 Vesperstraat 2 Dorpsstraat

knijpconstructies verwijderen

3 Verheughtstraat

x x

HWA voorzieningen

x

4 Vesperstraat

BvMierlostraat

Santheuvel

Blauwe Ader 800 mm naar berging no 3

5 Kerkakkers

Kerkstraat

Santheuvel

regenwaterriool

6 Reinoutlaan of Goorstraat

Wethouderswijk

Kl.Dommel

regenwaterriool

(x)

7 Bosrand

Heidezoom

Kl.Dommel

regenwaterriool

x

8 Mierloseweg

Dwarsstraat

bestaande stelsels koppelen

9 Mierloseweg

Braakhuizen noord

bestaande stelsels koppelen

10 Sporkehout

Perceel nast bedrijventerrein

inrichten als retentie

(x)

11 Spaarpot-Oost

uitlaat richting Spaarpotloop

inrichten als retentie

(x)

12 Spaarpot

Spaarpot-Oost

Spaarpot-west

bestaande stelsels koppelen

(x)

13 Wielewaal

rotonde

Kl.Dommel

blauwe ader 800 mm

14 Deelenstraat

Kerkstraat

Bleekvelden

blauwe ader 800 mm

15 Jan Raassensweg

Industriepark

A67

verwijderen overstortdrempel

16 Elsbroekpad

Hulst

kl.Dommel

blauwe ader 800 mm

17 Akert

Onderzoek werking overstorten

18 Hoog Geldrop

Papenvoort

Rederijkstraat

blauwe ader 800 mm

19 Beemdstraat

Beemdstraat

Hulsterbroekpad

uitlaat voor HWA over mv?

20 Aragorn

Gijzenrooiseweg

Vijver Smelen

blauwe ader 800 mm

(x) x

(x) (x)

x x x x

x

(x) x

x

(x) x

x

x

x

Overig 1 Duikers

onderhoudsplan maken

x

x

x

(x) = betreft enkel vooronderzoek, realisatie nader te bepalen

55

Omgevingsprogramma

In de analyses van beide plannen worden ook oplossingen op hoofdlijnen geschetst. Voor de ontwerpers is dit de basis van alle ontwerpen bij het vervangen van bijvoorbeeld verouderde riolen. De kosten voor de verbetermaatregelen worden gedeeltelijk opgevangen in de bestaande vervangingsbudgetten. Voor de komende 5 jaar is daarbij een bedrag van 3,5 miljoen opgenomen voor realisatie van verbeteringsmaatregelen uit het Blauwe Aderplan en basisrioleringsplan. Daarnaast nog 1 miljoen euro ter ondersteuning van maatregelen die voortvloeien uit het klimaatbeleidsplan.

Tabel 8 Samenvatting maatregelen BRP nr

straat

van

tot

wat

5.1.1

Gaspeldoorn

Grote Bos

einde

afkoppelen op particulier terrein

Gaspeldoorn

Berging onder de straat

2022 2023 2024 2025 2026 2027 x x

Gaspeldoorn

terugslagklep bij Grote Bos

x

5.1.2

Sporkehout

afkoppelen op particulier terrein

x

5.1.3

Beneden Beekloop

openzetten nooduitlaat op Dommel

5.1.4

Hooge Akker

Onderzoek foute aansluitingen

5.1.5

Parallelweg

berging

x

5.1.6

Gijzenrooiseweg

water via maaiveld

x

5.1.7

Amroth

5.2.1

Gerst

5.2.2

Bekelaar

5.2.3

BT de Smaale

Haesweg

Nijverheidsweg overstort op kanaal maken

x

Brugstraat

Bekelaar

Goorsedijk

Uitlaat maken in BBL

x

Burg.Verheughtstraat Schoolstraat

Santheuvel

Maximaal waterberging maken onder verharding

x

Burg.Verheughtstraat Heuvel

Geldropseweg Afvoerleiding naar berging Oudven

5.2.4 5.2.5

krp Laan van Tolkien

Dorpsstraat

Omgevingsprogramma

(x) = betreft enkel vooronderzoek, realisatie nader te bepalen

56

(x) x

x

Ontluchting verbeteren

x

x

Ovs op particulier terrein opheffen

x

afkoppelen en sloten verruimen

x

Vernauwingen in stelsel opruimen

(x) x

5

BENODIGDE MIDDELEN RIOLERING EN WATER

5.1

Inleiding Voor het beheer van het stedelijk watersysteem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan gemiddeld €4,5 miljoen per jaar uit. Geld dat inwoners en bedrijven via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in Geldrop-Mierlo. Van belang is de stand van zaken op korte en middellange termijn (5 tot 25 jaar) maar in het kostendekkingsplan maken we ook een doorkijk gelijk aan de technische levensduurverwachting van een gemiddeld vrijvervalriool in onze gemeente; deze bedraagt 75 jaar.

5.2

Analyse personele middelen

In de Kennisbank worden de volgende taken onderscheiden: 1. Planvorming 2. Onderzoek 3. Onderhoud van het areaal 4. Maatregelen en investeringen 5. Facilitair De uitkomst van de modellen geeft een situatie waarbij de gemeente zoveel als mogelijk in eigen hand houdt en een situatie waarbij de gemeente maximaal uitbesteed. Door de werkelijke uitbesteding aan te geven, krijgen we inzicht in de benodigde formatie. In onze situatie zijn wij uitgegaan van de maximaal mogelijke uitbesteding (volledige regiegemeente). Uit de berekening volgt dat wij een formatie van 5,7 fte nodig hebben om alle gemeentelijke watertaken te kunnen uitvoeren. Zie Tabel 9 voor de uitkomsten van de berekening. Tabel 9

Samenvatting berekende tijdsbesteding

Activiteit

Tijdsbesteding in dagen

fte (175 d/j)

planvorming, onderzoek, facilitair

403

2,3

onderhoud

248

1,4

maatregelen

357

2

Totaal

1008

5,7

In de afgelopen jaren hadden we hiervoor 4 fte beschikbaar, bijgehouden middels ons urenregistratiesysteem. Dat betekent dat we te maken hebben met een onderbezetting, met als gevolg dat sommige taken minder aandacht hebben gekregen. Denk bijvoorbeeld aan structureel onderhoud van duikers, wadi’s e.d., toezicht op onderhoudswerkzaamheden, de analyses van risico’s, en het uitwerken van oplossingen voor bijvoorbeeld overlastsituaties.

57

Omgevingsprogramma

Om de beschreven rioleringstaken goed te kunnen uitvoeren, hebben we personeel nodig. Alle voor het rioleringsen waterbeheer benodigde activiteiten zijn vertaald naar takenpakketten (kernfuncties) die door personen moeten worden ingevuld. In de Kennisbank van Stichting RIONED zijn modellen opgenomen om de benodigde formatie op gemeentelijke watertaken te kunnen bepalen. Deze modellen zijn afhankelijk van de mate van uitbesteding en de omvang van de gemeente.

Omdat deze taken wel tot de benodigde werkzaamheden behoren, willen we in de komende planperiode extra capaciteit inzetten. Hiervoor nemen we in het kostendekkingsplan extra lasten op bij de exploitatielasten. De personele krapte op de arbeidsmarkt noopt hier wel tot enige creativiteit. Meer dan voorheen zullen we werkzaamheden gaan uitbesteden bij externe partijen maar dit is niet zaligmakend. Lokale kennis is en blijft nodig en controle en begeleiding van externe partijen vraagt ook capaciteit. Het aantal projecten wat het eigen personeel kan begeleiden is daarbij ook begrensd.

5.3

Uitgaven rioleringen

Omgevingsprogramma

Voor de kostendekkingsberekening hebben wij ons eigen rekenmodel gebruikt. Aan de hand van de totale uitgaven (kosten) zijn de benodigde inkomsten (baten) berekend om kostendekkend te zijn. We hebben hiervoor de financiën beschouwd over een periode van 60 jaar, zijnde de financiële afschrijvingstermijn van een vrijverval riool in onze gemeente (2023 tot 2083). In deze periode worden de rioleringsobjecten minstens één keer vervangen. Hiermee zijn alle kosten voor de rioleringszorg meegenomen in de berekeningen. De uitgaven bestaan uit exploitatielasten en kapitaallasten van gerealiseerde projecten (oude kapitaallasten), nieuwe investeringen en vervanging of renovatie van het areaal. Daarnaast hebben wij een voorziening waaruit toekomstige pieken in de vervanging van het rioolstelsel worden betaald. In dit vGRP zijn alle genoemde bedragen exclusief btw, tenzij anders vermeld. In de kostentoerekening wordt de BTW op grond van artikel 229b van de gemeentewet meegenomen als last. De bedragen zijn prijspeil 2022 en moeten jaarlijks worden geïndexeerd met de dan optredende inflatie. In bijlage B9 zijn overzichten opgenomen van de belangrijkste uitgaven in de komende planperiode. De totale uitgaven zijn in Afbeelding 16 grafisch weergegeven en in de volgende paragrafen nader toegelicht.

58

Afbeelding 16

5.3.1

Lasten en stand van voorziening

Voorziening

5.3.2

Exploitatielasten De jaarlijks terugkerende kosten voor dagelijks onderhoud bedragen ongeveer €2,36 miljoen. Dit zijn lasten voor personeel, reparaties, maar ook voor stortkosten van slib, en onderzoekskosten. Ook de jaarlijkse bijdrage aan de activiteiten en investeringen die in het kader van de regionale samenwerking worden gedaan, staan hier genoemd. De rioolheffing die wordt kwijtgescholden in het kader van het minimabeleid behoort ook tot de exploitatiekosten. Voor een overzicht wordt verwezen naar bijlage B9.2.

5.3.3

Kapitaallasten gerealiseerde projecten en nieuwe projecten Onder kapitaallasten worden de afschrijvingsbedragen tezamen met de rente bedoeld van rioleringsprojecten die door de gemeente in het verleden zijn, of in de toekomst nog worden uitgevoerd. Deze projecten worden op annuïtaire basis afgeschreven. Investeringen in nieuwe rioolaanleg in bestemmingsplannen vallen hier niet onder. Die worden betaald via de exploitatie van het betreffende bestemmingsplan. Na verloop van tijd zullen deze riolen onderhouden en uiteindelijk ook vervangen moeten worden. De kosten daarvan vallen wel binnen de taken van het vGRP en worden op dat moment wel gedekt uit de rioolheffing.

5.3.4

Vervangingen In de komende periode investeren we €19 miljoen voor de vervanging van riolen, gemalen, drukriolering en randvoorzieningen. De kosten voor deze activiteiten worden over een kortere of langere periode afgeschreven, afhankelijk van het betreffende object. De daarmee samenhangende kapitaallasten lopen daardoor op tot circa €1,3 miljoen per jaar in 2028. Van alle objecten in het rioolstelsel zijn vervangingsplanningen opgesteld, gebaseerd op leeftijd en kwaliteit. Daarnaast zijn deze planningen onderling en met ander plannen afgestemd. Voor het berekenen van de benodigde investeringen is gebruik gemaakt van kostencalculaties van de Stichting RIONED en onze eigen kostengegevens. De vervangingskosten van de vrijvervalriolering zijn inclusief de kosten voor aanleg van een apart regenwater riool. Daarnaast investeren we ook in de aanpak van wateroverlast.

59

Omgevingsprogramma

De uit het vGRP voortvloeiende kosten voor rioleringszorg worden voor 100% gedekt door de rioolheffing. De (begrote) overschotten worden in de voorziening gestort (een voorziening door derden beklemde middelen) en (begrote) tekorten worden aangevuld uit deze voorziening. Bij het bepalen van de heffing streven we naar een evenwichtig beeld tussen de stortingen in de voorzieningen en de onttrekkingen aan de voorziening, beschouwd over een periode van 30 jaar. De voorziening mag in die periode niet negatief zijn. Bij de beoordeling van de berekening wordt enkel de periode tot 2053 beschouwd. Op mogelijk geprognosticeerde tekorten in de daarop volgende periode kan in de loop van de tijd met gewijzigde berekeningen worden ingespeeld. De stand van de voorziening op 31 december 2021 bedroeg € 6.691.017,- positief.

Omgevingsprogramma

Afbeelding 17

5.3.5

Vervangingskosten

Operationele investeringen Voor het realiseren van de klimaat adaptieve maatregelen naar aanleiding van de wateroverlast in 2020 en 2021, is tot en met 2027 in totaal een bedrag van €7 miljoen gereserveerd. Voor de periode na 2027 zal de financiering van de maatregelen te zijner tijd opnieuw worden bekeken. De kosten voor de (verbeter-) maatregelen uit het BRP en blauwe aderenplan zijn opgenomen in de vervangingsbudgetten omdat deze ook gerelateerd zijn aan de straten.

5.4

Kostendekkingsberekening Op basis van de in voorgaande paragrafen beschreven uitgaven aan exploitatiekosten, verbeterinvesteringen, onderzoeken en vervangingen is een op termijn kostendekkende rioolheffing berekend. Uitgangspunt is dat de heffing over de gehele looptijd gelijk blijft (exclusief inflatie) en dat de heffing aan het einde van de rekenperiode kostendekkend is. Bij de kostendekkingsberekening zijn de uitgangspunten gehanteerd die zijn weergegeven in bijlage B9.1 Belangrijk aspect hierbij is de rentestand. Wij hanteren gemeente breed voor de gehele begroting voor de activa één rentetarief. Bij het vaststellen van het vorige GRP is een rente van 2,5% op jaarbasis gehanteerd. In 2021 heeft de gemeente een aantal kapitaallasten geherkapitaliseerd. De thans gehanteerde rente op de vaste activa bedraagt 0.00%. Het moge duidelijk zijn dat dit een risico factor vormt. Jaarlijks wordt het model herberekend en wordt de actuele index en inflatie toegepast. Op het moment dat het rentepercentage gaat stijgen dan stijgen daarmee ook de kosten voor riolering. Dit leidt tot een sneller uitputting van de voorziening of een verhoging van de heffing.

60

5.5

Uitkomsten berekening rioolheffing In het vorige GRP is ervoor gekozen om de rioolheffing jaarlijks 1,75% boven op de inflatie te laten stijgen. In de daar aan vooraf gaande planperiodes steeg de heffing met 2,25% per jaar. Om de stijging van de heffing in de komende planperiode te beperken hebben we kritisch gekeken naar de aan de riolering toe te rekenen kosten. Om een goede afweging te kunnen maken hebben we enkele scenario’s doorgerekend. Uit de doorrekening van deze scenario’s blijkt dat een stijging van de rioolheffing in de komende jaren niet noodzakelijk is. Wij hebben een uitgebreid rekenmodel opgesteld waarin alle kosten die samenhangen met de rioleringszorg zijn opgenomen en waarin ook het beoogde aantal heffingseenheden is opgenomen. Uit de berekening blijkt dat de heffing niet hoeft te stijgen. De voornaamste reden hiervoor is dat de vervangingsinvesteringen minder hoog uitpakken dan verwacht, dit is in paragraaf 4.2.2 nader toegelicht. In de zomer van 2020 vond een herkapitalisatie plaats van de investeringen uit het verleden. Daardoor drukken de rentelasten veel minder zwaar. Al met al ontstaat ruimte voor investeringen op het gebied van klimaat adaptieve maatregelen maar ook voor het uitvoering van maatregelen uit het Blauwe Aderplan en voor de aanpak van wateroverlast. Evengoed blijven de uitgaven dusdanig dat de rioolheffing niet hoeft te stijgen.

De ontwikkeling van de tarieven voor de rioolheffing zijn dan zoals weergegeven in Tabel 10. Tabel 10 Rioolheffing per categorie 2022 € 199,20 € 265,80 € 265,80 € 199,20 € 265,80 € 265,80

2023 € 199,20 € 265,80 € 265,80 € 199,20 € 265,80 € 265,80

Tarieven in jaar: 2024 2025 € 199,20 € 199,20 € 265,80 € 265,80 € 265,80 € 265,80 € 199,20 € 199,20 € 265,80 € 265,80 € 265,80 € 265,80

2026 € 199,20 € 265,80 € 265,80 € 199,20 € 265,80 € 265,80

2027 € 199,20 € 265,80 € 265,80 € 199,20 € 265,80 € 265,80

Met de voorgestelde rioolheffing blijft de voorziening riolering de komende 30 jaar positief. De in Afbeelding 18 weergegeven situatie beslaat enkel de eerstkomende 30 jaar. Vanaf circa het jaar 2045 treedt een terugloop op van de stand van de Voorziening. In de daarop volgende 20 jaar zijn de uitgaven dusdanig dat de voorziening negatief dreigt te staan. Dit is een ongewenste situatie. Er is echter nog voldoende tijd om de heffing te zijner tijd bij te stellen zodat een negatieve voorziening kan worden voorkómen.

61

Omgevingsprogramma

Categorie Staffeling in drinkwaterverbruik Cat. 1: woningen (0 - 200 m3) Cat. 2: woningen (200 - 500 m3) Cat. 3: woningen (> 500 m3) Cat. 4: niet-woningen (0 - 200 m3) Cat. 5: niet-woningen (200 - 500 m3) Cat. 6: niet-woningen (> 500 m3)

Afbeelding 18

Omgevingsprogramma

5.5.1

Ontwikkeling voorziening bij het voorgestelde scenario.

Volgende planperiodes Ook na deze planperiode zal de heffing in tenminste eenzelfde orde van grootte blijven stijgen. Gezien de onzekerheden die op deze termijnen spelen moet dit worden gezien als een tendens, eerder dan als een vaststaand gegeven. Uit een gevoeligheidsanalyse blijkt in elk geval wel dat in de eerste 20 jaar de jaarlijkse verhoging niet te laag moet zijn om in de periode daarna voldoende middelen beschikbaar te houden en het schommelfonds niet negatief te laten worden. Het is hoe dan ook altijd nodig het kostendekkingsplan periodiek te herzien (bij elke herziening van het vGRP), en zo nodig de heffing bij te stellen.

5.6

Risico’s en aanbevelingen Op basis van de kostendekkingsplanberekening in dit vGRP zijn de volgende risico’s te benoemen en worden de volgende aanbevelingen gedaan: 1. 2. 3.

4.

5.

6.

7.

62

Er is rekening gehouden met alle maatregelen en investeringen die nodig zijn om de riolering in stand te houden (beheer en onderhoud, reparatie en renovatie, relinen en vervangen). Investeringen worden op de huidige wijze gefinancierd. Dat wil zeggen afschrijving op de bij het object horende financiële afschrijvingstermijn en op annuïtaire basis. Uit de berekening van de restlevensduur van de geïnspecteerde vrijverval riolering (ca. 85% van het stelsel) blijkt dat een gemiddeld riool in onze gemeente ca. 75 jaar mee gaat. De berekening van de kosten voor vervanging is hier in dit vGRP op aangepast. De vervangingskosten zijn prijspeil per 01/01/2022 aangehouden. Een groot risico zijn onverwachte prijsstijgingen als gevolg van ontwikkelingen wereldwijd. Een stijging van enkele procenten in kostprijs heeft een groot effect op de benodigde inkomsten (rioolheffing). Het is aan te bevelen om de prijsstijgingen goed in de gaten te houden en hier in toekomstige kostendekkingsplannen op in te spelen. In dit vGRP hebben wij een rente op afschrijvingen gehanteerd van 0%. Ook dit is een groot risico. Het percentage rente heeft een grote invloed op de berekening van de rioolheffing. Daarom is het zaak om de ontwikkeling van de rente goed in de gaten te houden. Beter iets te hoog dan iets te laag inzetten. Dan valt het effect achteraf alleen maar mee.

Op basis van onze situatie (regiegemeente) is 5,7 fte nodig voor de rioleringszorg binnen onze gemeente. Door krapte op de arbeidsmarkt zullen we hier creatief mee om moeten gaan om onze rioleringszorg toch op peil te krijgen en te houden. Voor de komende 30 jaar is onze rioolheffing kostendekkend. Echter omdat de piek aan vervangingen dan aan de gang is, zullen we ook de tendens in de gaten moeten houden

BIJLAGEN

B1 AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN B1.1 Afkortingen en betekenis Afkorting AMvB BBB BBV BENG Blah Blbi BRO BRP BTW DWA GRP GWSW HWA IBA IT-riool IPO KCS KRW NBW RWZI SSW (V)GS VNG Wabo Wibon Wm Ww

Betekenis Algemene Maatregel van Bestuur BergBezinkBassin Besluit Begroting Verantwoording voor provincies en gemeenten Bijna Energie Neutraal Gebouwd

Besluit lozing afvalwater huishoudens Besluit lozen buiten inrichtingen Basisregistratie Ondergrond Basisrioleringsplan (wordt opgevolgd door het SSW) Belasting over de Toegevoegde Waarde Droogweerafvoer (vuilwater) Gemeentelijk Rioleringsplan Gegevenswoordenboek Stedelijk Waterbeheer (van Stichting RIONED) Hemelwaterafvoer / Regenwaterafvoer Individuele Behandeling Afvalwater Infiltratieriool Interprovinciaal overleg Klant Contact Systeem Kaderrichtlijn Water Nationaal Bestuursakkoord Water Rioolwaterzuiveringsinstallatie Systeemoverzicht Stedelijk Water (opvolger van het BRP) (Verbeterd) Gescheiden Stelsel Vereniging Nederlandse Gemeenten Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken Wet Milieubeheer Waterwet

B1-1

B1.2 Begrippenlijst Begrip Afkoppelen

Afvalwater Afvoerend oppervlak Basisinspanning

Basisrioleringsplan

Bedrijfsafvalwater

Berging Droogweerafvoer Foutieve aansluiting

Gemengd riool(stelsel) Gescheiden riool(stelsel)

Hemelwater Hemelwaterafvoer Hemelwater particulier verwerken of centraal

Hemelwaterriool(stelsel) Huishoudelijk afvalwater Hydraulische berekening Hydraulische controleberekening

B1-2

Begripsomschrijving Het onderbreken van de afvoer van op bestaand verhard oppervlak en/of daken vallend hemelwater via een gemengde of (verbeterd) gescheiden riolering naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie en in plaats daarvan: − Hergebruik − Via infiltratie in de bodem brengen − Afvoeren naar oppervlaktewater via oppervlakkige afstroming, rechtstreekse aansluiting of hemelwaterriolering. Alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen Het op de riolering afwaterend verhard oppervlak (verharding en daken) − voor een gemengd rioleringsstelsel is de referentie: een berging van 7 mm, aangevuld met 2 mm berging in een bergbezinkbassin en een pompovercapaciteit van 0,7 mm/ uur, zijnde de gelimiteerde doorvoer van het hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) of een inspanning met een vergelijkbaar milieurendement; − voor nieuwe stelsels en/of bestaande gescheiden stelsels een verbeterd gescheiden rioleringsstelsel met een berging van 4 mm en een pompovercapaciteit van 0,2 mm/uur, zijnde de gelimiteerde doorvoer van het hemelwater naar de RWZI of een inspanning met een vergelijkbaar milieurendement Plan waarin de resultaten van rioleringsberekeningen met composietbuien en meerjarige neerslag zijn weergegeven.

Met de berekeningen worden de rioolbuiscapaciteiten en de vuiluitworp op oppervlaktewater getoetst en verbetervoorstellen gedaan. Afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is. N.B. Bedrijven lozen dus ook huishoudelijk afvalwater. Afvalwater van toiletten van werknemers of eventueel gasten (bij hotels of restaurants) is altijd huishoudelijk afvalwater. Het afvalwater uit professionele keukens is geen huishoudelijk afvalwater, omdat dat niet bij huishoudelijke werkzaamheden vrijkomt. De waterbergende inhoud van de riolering uitgedrukt in m3 of mm ten opzichte van het afvoerend oppervlak De hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droogweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd Foutaansluitingen op het riool waarbij: − afvalwater wordt geloosd in een hemelwaterriool − of hemelwater en/of grondwater wordt geloosd in een vuilwaterriool Riool(stelsel) waarbij het afvalwater gemengd met hemelwater door één leidingstelsel wordt getransporteerd Rioolstelsel waarbij het gescheiden hemelwater en/of grondwater door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater of een infiltratievoorziening wordt afgevoerd.

Het vuilwater wordt via een separate leiding afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. Alle vormen van neerslag De hoeveelheid neerslag die per tijdseenheid in een regenweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd Hemelwater afkomstig van verhard oppervlak kan op eigen particulier terrein worden verwerkt door hergebruik en/of aanleg van berging in combinatie met infiltratie inclusief noodoverlaat voorziening. Centraal verwerken betekent dat het hemelwater van meerdere particulieren in de openbare ruimte wordt verwerkt in een waterberging door infiltratie of het vertraagd afvoeren naar oppervlaktewater Riool(stelsel) alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden Het doorrekenen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel Berekening ter controle van het hydraulisch functioneren van (onderdelen van) een Rioolstelsel

Begrip Inbreiding lozingspunt Neerslag Nooduitlaat Onderhoud Onderzoek Overstorting Overstortingsfrequentie

Overstortput Pompovercapaciteit Randvoorziening Riolering Rioolgemaal Rioolstelsel(s) Rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI) Riothermie Stedelijk afvalwater Uitbreiding Verbeterd gescheiden rioolstelsel

Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan (vGRP)

Vuiluitworp Vuilwaterriool(stelsel) Waterketen Watersysteem

Begripsomschrijving Het bouwen binnen de grenzen van een bestaande woonkern Het punt waar afvalwater het in beschouwing genomen rioolstelsel in- of uitstroomt De massa waterdeeltjes, zowel vloeibaar als vast, die vanuit de atmosfeer het aardoppervlak bereikt Constructie voor de lozing van afvalwater of hemelwater in het oppervlaktewater bij calamiteiten Herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd wordt gehandhaafd Verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de riolering De lozing van gemengd rioolwater of hemelwater via een overstortdrempel Gemiddeld theoretisch totaal aantal overstortingsgebeurtenissen per jaar berekend conform Kennisbank “Modelleren hydraulisch functioneren”, opgesteld door de Stichting RIONED, op basis van een simulatie met een meerjarige standaardneerslagreeks van De Bilt 1955-1979 Rioolput voorzien van een overstortdrempel naar een oppervlaktewater Het deel van de pompcapaciteit dat beschikbaar is voor de hemelwaterafvoer Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel, die als doel heeft de lozing van vuil uit het gemengde rioolstelsel in oppervlaktewater te verminderen Het geheel aan voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater met uitzondering van zuiveringstechnische

werken Voorziening waarmee het rioolwater wordt over- of doorgepompt Samenhangend geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater Het van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van stedelijk afvalwater De benaming van de energie die uit afvalwater van het riool wordt gehaald. Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Bouwen aan de buitengrenzen van een bestaande woonkern Riool(stelsel) met dezelfde technische kenmerken als een gescheiden rioolstelsel doch waarbij ten opzichte van een gescheiden stelsel de vuiluitworp naar oppervlaktewater of een infiltratievoorziening beperkt wordt door de eerste hoeveelheid afstromend hemelwater (4 mm per oppervlakte eenheid) af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Plan als bedoeld in de Wet milieubeheer waarin het gemeentelijk beleid ten aanzien van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater is beschreven inclusief een overzicht van het rioolstelsel en het beheer en onderhoud met de kostenconsequenties Het totaal aan stoffen (niet zijnde water) geloosd uit een rioolstelsel in het oppervlaktewater via overstortputten en/of lozingspunten Riool(stelsel) alleen bestemd voor de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater, niet zijnde

neerslag De waterketen is het gebruik van water in het proces van neerslag-grondwateroppervlaktewater-drinkwater-afvalwater. Samenhang van grondwater, oppervlaktewater, onderwaterbodems, oevers, technische infrastructuur en alles wat daarmee samenhangt.

B1-3

B2 WETTELIJKE KADERS A) Europees 1.

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)

B) Nationaal 1. Waterwet (Ww) 2. Wet Milieubeheer (Wm) 3. Lozingen besluit Afvalwater 4. Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) 5. Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon) 6. Basisregistratie Ondergrond (BRO) 7. Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991) 8. Nationaal Waterplan 2022-2027 9. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 10. Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 11. Gemeentewet

C) Nadere informatie

Omgevingsplan

B2-1

A.1 Europese Kaderrichtlijn Water (2009) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht op Europees niveau de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen te reduceren. Verder is het de bedoeling het duurzame gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. De KRW stelt voor alle water een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Vooral voor water met een verhoogde natuurdoelstelling kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. De toekomstige invulling van het waterkwaliteitsspoor wordt sterk gerelateerd aan de bedoelingen van de KRW. Op basis van gebiedsrapportages worden de monitoringsprogramma’s en beheersplannen voor heel Nederland en Europa opgesteld. Kenmerkend voor de KRW is dat er sprake is van een resultaatsverplichting in plaats van de inspanningsverplichting die voorheen gebruikelijk was. Sinds de implementatie van de Kaderrichtlijn Water heeft Nederland veel werk verzet ter verbetering van de waterkwaliteit. Dit werk gaat in ieder geval door tot 2027, het einde van de derde KRW-planperiode. Dat is nodig, want er ligt op veel plaatsen nog een opgave om het doel, een goede toestand, te bereiken. Voor Nederland is het uitgangspunt daarbij het bereiken van de doelen die wij voor de KRW-waterlichamen hebben vastgesteld.

Voor de derde planperiode (2022-2027) gaan de verantwoordelijke partijen voor het Nederlandse waterkwaliteitsbeheer de ecologische KRW-doelen voor oppervlaktewateren opnieuw tegen het licht houden, zoals de KRW voor elke planperiode vereist.

Omgevingsplan

B.1 Waterwet De Waterwet heeft acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland vervangen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet is gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan vooral een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Door de Waterwet zijn Waterschappen, Gemeenten en Provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op grond van toegekende functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en inrichting van het water. De Waterwet introduceert drie zorgplichten voor gemeenten namelijk afvoer van afvalwater, hemelwater en grondwater. De aanpassing van de Wet milieubeheer geeft een voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater en geeft gemeenten de mogelijkheid om bij verordening regels te stellen voor het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater.

De aanpassing van de gemeentewet geeft gemeenten meer mogelijkheden om de kosten te verhalen die gepaard gaan met de gemeentelijke wateropgave. Watervergunning De Watervergunning integreert alle vergunningstelsels van de verschillende waterwetten. Daarmee gaan zes vergunningen uit de eerdere waterbeheerwetten op in één Watervergunning. Het gaat hierbij om een scala van handelingen in watersystemen die voorheen door de afzonderlijke wetten werden gereguleerd, zoals het lozen van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater of het dempen van een sloot. Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het Waterschap of de Provincie zijn.

B2-2

Activiteiten waarvoor een Watervergunning nodig is, zijn: - Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; - Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; - Stoffen in zee brengen; - Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen). Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); - Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; - Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; - Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken; - Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.

Uitsnede hemelwaterzorgplicht Artikel 3.5 Waterwet 1. De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is voor de perceeleigenaar om het hemelwater zelf te verwerken, treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Hierbij gaat het dus om het aanbieden van een voorziening die op basis van lokale afwegingen bekostigd kan worden vanuit de rioolheffing. De gemeente kan haar zorgplicht zowel invullen via een gemengd systeem als via een gescheiden systeem. De wetgeving en het rijksbeleid verplichten de gemeente niet tot gescheiden inzameling.

Doelmatigheid is het centrale criterium bij de gemeentelijke keuzes (beleidsvrijheid). Grondwaterzorgplicht Gemeenten hebben een zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De wetgeving geeft aan dat de burger met grondwateroverlast bij de gemeente met zijn probleem terecht moet kunnen. De gemeente is het eerste aanspreekpunt ((water)loket) voor de burger.

B2-3

Omgevingsplan

Hemelwaterzorgplicht De wetgeving geeft gemeenten een zorgplicht voor duurzame en doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. Het gaat hierbij om hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf op eigen terrein kunnen verwerken. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor hemelwater op eigen terrein. De zorgplicht legt de nadruk op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. De wetgeving en zorgplichtformulering geven aan dat de uitwerking uit twee stappen bestaat: - Gemeente moet beoordelen in welke situaties zij redelijkerwijs van de particulier kan vragen om zelf het hemelwater aan de bron te verwerken, hiervoor kunnen hulpmiddelen worden ontwikkeld zoals verordeningen en maatwerkvoorschriften. - Indien verwerking van het hemelwater aan de bron redelijkerwijs niet mogelijk is moet de gemeente voorzieningen treffen om het overtollige hemelwater af te voeren via een gemeentelijk systeem.

Uitsnede grondwaterzorgplicht Artikel 3.6 Waterwet 1. De gemeenteraad of het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

Omgevingsplan

B.2 Wet Milieubeheer Het wettelijk kader van het vGRP werd gevormd door de Wet milieubeheer, 4.22 en 4.23 (straks geen verplichting meer). Artikel 4.22 1. De gemeenteraad stelt telkens voor een daarbij vast te stellen periode een gemeentelijk rioleringsplan vast. 2. Het plan bevat ten minste: a) een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater als bedoeld in artikel 10.33, alsmede de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater als bedoeld in artikel 3.5 van de Waterwet, en maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, als bedoeld in artikel 3. van laatstgenoemde wet en een aanduiding van het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn; b) een overzicht van de in de door het plan bestreken periode aan te leggen of te vervangen voorzieningen als bedoeld onder a ; c) een overzicht van de wijze waarop de voorzieningen, bedoeld onder a en b , worden of zullen worden beheerd; d) de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen als bedoeld onder a, en van de in het plan aangekondigde activiteiten; e) een overzicht van de financiële gevolgen van de in het plan aangekondigde activiteiten. 3.

Indien in de gemeente een milieubeleidsplan geldt, houdt de gemeenteraad met dat plan rekening bij de vaststelling van een rioleringsplan. 4. Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, aan gemeenten de plicht opleggen tot prestatievergelijking ten aanzien van de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10.33, alsmede de taken, bedoeld in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de frequentie, inhoud en omvang van de prestatievergelijking. Artikel 4.23 Het gemeentelijke rioleringsplan wordt voorbereid door burgemeester en wethouders. Zij betrekken bij de voorbereiding van het plan in elk geval: a. gedeputeerde staten, b. de beheerders van de zuivering technische werken waarnaar het ingezamelde afvalwater wordt getransporteerd, en c. de beheerders van de oppervlaktewateren waarop het ingezamelde water wordt geloosd. Zodra het plan is vastgesteld, doen burgemeester en wethouders hiervan mededeling door toezending van het plan aan de in het eerste lid, onder a tot en met c, genoemde instanties, en Onze Minister. Burgemeester en wethouders maken de vaststelling bekend in één of meer dag- of nieuwsbladen die in de verspreid worden. Hierbij geven zij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.

De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. Stedelijk afvalwater Stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.

B2-4

Uitsnede afvalwaterzorgplicht Artikel 10.33 Wet milieubeheer De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet . De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten.

B.3 Lozingenbesluiten afvalwater Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels. Deze zijn opgeschreven in Algemene maatregelen van Bestuur (AMvB) onder de Waterwet en de Wabo. We noemen ze voor afvalwater de lozingbesluiten. Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: · Particulieren: Besluit lozing afvalwater huishoudens · Bedrijven: Activiteitenbesluit Milieubeheer · Openbaar gebied: Besluit lozen buiten-inrichtingen

Besluit lozing afvalwater huishoudens (Blah) Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater niet mogen worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is.

Activiteitenbesluit Milieubeheer Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is.

Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi) Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend hemelwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door bedrijven als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt.

B2-5

Omgevingsplan

Naast de drie lozingsbesluiten zijn een aantal categorieën lozingen geregeld met speciale besluiten: · Het toepassen van bouwstoffen in oppervlaktewater: het Besluit bodemkwaliteit. · Lozen door (beroeps)scheepvaart: Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart. · Bepaalde lozingen die vallen onder Mijnbouwwetgeving, volgens artikel 6.12 Waterwet en artikel 1.2 Besluit lozen buiten inrichtingen.

Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen).

B.4 Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Omgevingsplan

De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunning plichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: VROM-wetten Woningwet (bouwvergunning) Gebruiksbesluit (vergunning en melding) Wet milieubeheer (milieuvergunning en meldingsplicht) Wet ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) Monumentenwet (monumentenvergunning); Mijnbouwwet (mijnbouwmilieuvergunning); Wet verontreiniging oppervlaktewateren (indirecte lozingen); Flora- en faunawet (ontheffing). Natuurbeschermingswet (handeling in een beschermd natuurgebied met gevolgen voor habitat en soorten); Diverse gemeentelijke en provinciale (zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning verordeningen en de aanlegvergunning)

B.5 Wet informatie uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (2018) Deze wet schrijft de wijze van informatie-uitwisseling tussen netbeheerders en grondroerders voor. Dit houdt in: het aanleveren van netinformatie volgens het Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL) de berichtenuitwisseling via het Berichtenmodel Kabels en Leidingen (BMKL) Een netbeheerder moet zich registreren bij het Kadaster volgens de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON).

B.6 Basisregistratie ondergrond (BRO) Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Bedrijven en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond (DINO) van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen.

B2-6

B.7 Wet op de lijkbezorging en besluit op de lijkbezorging (1991) In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen omtrent begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders. De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid.

In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven.

B.8 Nationaal Waterplan 2022-2027

In het Nationaal Water Programma 2022-2027 worden de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen beschreven aan de hand van drie hoofdambities voor het waterbeleid: -

Een veilige en klimaatbestendige delta Een concurrerende, duurzame en circulaire delta Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur

Belangrijke onderdelen van het Nationaal Water Programma 2022-2027 zijn de stroomgebiedbeheerplannen, het overstromingsrisicobeheerplan en het Programma Noordzee, die als wettelijke bijlagen zijn opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=315f3bc5-9c38-4a20-a97f-0436d44083b9