CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitief rapport Inwonersonderzoek Geldrop-Mierlo.Pdf

Commissie Ruimte 4 oktober 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling Afval- en Grondstoffenplan 2022-2025 (RV GM2021-231195) (Portefeuillehouder Van Otterdijk)8.954 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AFVALONDERZOEK GELDROP-MIERLO

Mira Jongeneelen | Marintel onderzoek & Advies | maart – mei 2021

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1: Verantwoording onderzoek

3

Hoofdstuk 2: Onderzoeksresultaten

9

2.1 Huidig afvalgedrag

10

2.2 Mening over afval scheiden

14

2.3 Tevredenheid over huidige afvalinzameling

16

2.4 Knelpunten, wensen en ideeën

17

2.5 Is beter scheiden mogelijk?

19

2.6 Wat zou helpen voor verbetering afvalscheiding?

21

2.7 Mening over diftar

24

2.8 Omgekeerd inzamelen

26

2.9 Lagere ophaalfrequentie restafval

27

2.10 Ideeën van inwoners

28

Hoofdstuk 3: Conclusies

29

Bijlage 1: Uitnodiging deelname onderzoek Bijlage 2: Vragenlijst Bijlage 3: Open antwoorden (excel)

Marintel onderzoek en advies

2

Hoofdstuk 1: Verantwoording

Achtergrond, onderzoeksdoel, onderzoeksmethodiek Achtergrond In 2021 wordt een nieuw meerjarenbeleidsplan ontwikkeld voor de afvalinzameling in Geldrop-Mierlo. Dit plan wordt onder andere gebaseerd op tevredenheid van de inwoners over de inzameling van afval en het draagvlak van mogelijke wijzigingen in de afvalinzameling. In dit rapport zijn de resultaten uit dit onderzoek (een tevredenheids- en draagvlakonderzoek onder de inwoners van Geldrop-Mierlo) weergegeven. In dit eerste hoofdstuk is uiteengezet hoe het onderzoek uitgevoerd is. Onderzoeksmethodiek: internetvragenlijst Vanwege Covid-19 was persoonlijk contact alleen in dringende gevallen mogelijk. Daarom is in overleg tussen gemeente en onderzoeker besloten om af te wijken van de gebruikelijke methodiek, waarbij schriftelijke vragenlijsten persoonlijk worden afgegeven en opgehaald. Gekozen is voor een internetvragenlijst waarvoor inwoners via briefkaarten en oproepen in kranten / op internet zijn uitgenodigd.

Onderzoeksdoelen De volgende thema’s zijn in het onderzoek aan bod gekomen: • Belang dat men hecht aan afvalscheiding. • Tevredenheid over de afvalinzameling in het algemeen en de inzameling van de diverse soorten afval in het bijzonder. • Knelpunten, wensen en ideeën over de afvalinzameling en –scheiding. • Mogelijkheden tot verbeteringen van de afvalscheiding in Geldrop-Mierlo: wat heeft men nodig, wat heeft men ervoor over om het afval beter te scheiden? • Eerste reacties in wijzigingen in de afvalscheiding.

De internetvragenlijst is in nauw overleg tussen Marintel en de gemeente ontworpen, waarbij gebruik is gemaakt van onze uitgebreide ervaring in soortgelijk afvalonderzoek in andere gemeenten. In die ontwikkeling waren er meerdere feedbackrondes en testmomenten, waarin de begrijpelijkheid, eenduidigheid en logische opbouw van de vragenlijst centraal stonden. De vragenlijst is op maat geprogrammeerd voor bewoners van hoogbouw en laagbouw, omdat zij andere inzamelmiddelen gebruiken voor de inzameling van afval. Zo is aan bewoners van hoogbouw geen vraag gesteld over hoe vaak zij de minicontainer voor restafval aan de straat zetten. U vindt de vragen die gesteld zijn in bijlage 2.

Looptijd onderzoek en respons De werving voor deelname heeft plaatsgevonden in de gehele maand april, de briefkaarten zijn in de eerste week van april verzonden. De internetvragenlijst is van 1 april tot en met 1 mei online gepubliceerd. Er zijn twee e-mails binnengekomen over het onderzoek: één inwoner van GeldropMierlo raakte halverwege het invullen de verbinding kwijt, niet duidelijk is waardoor deze storing is opgetreden. Daarnaast heeft één inwoner op 2 mei een email gestuurd met de opmerking dat hij graag had gezien dat de vragenlijst langer online had gestaan. Beide inwoners hebben een uitgebreide reactie gekregen waarin hulp en uitleg is geboden.

4

Verantwoording van het onderzoek Werving inwoners We verzonden briefkaarten naar 4.000 adressen om zo een netto respons van minimaal 400 inwoners te behalen. De gemeente heeft de briefkaart ontwikkeld in de eigen huisstijl, om zo de kans op respons te verhogen. U vindt de briefkaart in bijlage 1. De link naar de internetvragenlijst is ook gedeeld via de Duurzaamheidskrant, Mierlose krant, Middenstandsbelangen, de website van de gemeente, de Nieuwsbrief van de gemeente en sociale media. Via welke weg respondenten de internetvragenlijst hebben gevonden is weergegeven in onderstaande taartdiagram.

Controle kwaliteit van antwoorden (interne validiteit) • 1.016 mensen klikten op de link naar de vragenlijst • 863 beantwoordden de eerste vraag en 802 beantwoordden de tweede vraag in het onderzoek • 739 beantwoordden de laatste inhoudelijke vraag over de afvalinzameling • Vragen die daarop volgden naar leeftijd en gezinsgrootte zijn door 665 respondenten beantwoord • De afname in aantallen inwoners is gebruikelijk bij onderzoek via internet. We hebben geen aanwijzingen dat één bepaalde vraag problemen opleverde in de beantwoording. Bij internetvragenlijsten is het gebruikelijk dat respondenten “even een kijkje nemen in een vragenlijst” en deze niet volledig invullen. Ook is het een bekend fenomeen dat mensen geen antwoord willen geven op vragen naar leeftijd en gezinsgrootte, ondanks dat is uitgelegd waarom wij deze vragen hebben gesteld (namelijk: om te onderzoeken of deze factoren invloed hebben op de mening van respondenten).

Er is getoetst of er sprake is van een responsbias. Bijvoorbeeld omdat mensen die via een oproep op sociale media reageren een andere mening hebben over het scheiden van afval dan andere respondenten. Deze bias konden we niet vaststellen.

Na een controle op de kwaliteit van de gegeven antwoorden en eventuele inconsistenties, zijn alle antwoorden verwerkt in dit rapport, ook antwoorden van inwoners die niet alle vragen beantwoord hebben. Gesloten (multiple choice) vragen zijn in grafieken omgezet, open vragen turven wij en de meest genoemde antwoorden nemen we op in het rapport. Een overzicht van alle open vragen vindt u in een bijlage bij het rapport. Door naar de laatste open vraag te kijken kunnen we concluderen dat de kwaliteit van de gegeven antwoorden hoog is: ook bij de laatste vraag hebben veel respondenten uitgebreid de tijd genomen om te antwoorden. De gemiddelde invultijd van de vragenlijst was 12 minuten. Dit is langer dan vooraf ingeschat. Er is echter geen verband tussen hoe langzaam of snel de respondent de vragenlijst heeft ingevuld en afhaken tijdens het onderzoek.

Marintel onderzoek en advies

5

Representativiteit van het onderzoek Steekproef en foutmarge In de gemeente Geldrop-Mierlo woonden op 1 januari 2021 40.059 mensen, verdeeld over 17.747 adressen (bron: https://allecijfers.nl/gemeente/geldrop-mierlo/ . 4.000 van deze adressen ontvingen een uitnodiging voor deelname aan het onderzoek. De steekproeftrekking van adressen is uitgevoerd op basis van toeval, Post NL voerde de verzending uit. 802 inwoners beantwoordden de eerste vragen en 739 beantwoordden alle inhoudelijke vragen. Bij 739 tot 802 respondenten en een populatiegrootte van 17.747, is de nauwkeurigheidsmarge 3,5 tot 3,8. Dat betekent dat als 51% van de respondenten in dit onderzoek zegt afvalscheiding heel belangrijk te vinden, het werkelijke percentage ligt tussen 47,2 en 54,8%. Een foutmarge van 3,8 ligt ruim binnen de normen van de gouden standaard van gedragswetenschappelijk onderzoek (foutmarge 5). Hierbij gaan we uit van het gebruikelijke betrouwbaarheidsniveau van 95%. In dit onderzoek was een steekproef van 400 respondenten voldoende geweest voor een representatief inzicht in de mening van inwoners van Geldrop-Mierlo. Leeftijd De helft van de respondenten die aan het onderzoek deelgenomen hebben zijn in de leeftijd van 55 tot 74 jaar oud. Slechts enkele respondenten zijn jonger dan 24 jaar oud.

De reden hiervoor is waarschijnlijk, dat inwonende (jong-)volwassen kinderen niet hoofdverantwoordelijk zijn voor het afval in een gezin en zich daarom niet aangesproken voelden door de uitnodiging hun mening te geven over dit onderwerp. Gezinsgrootte De grootte van de gezinnen is weergegeven in een grafiek. Gezinsgrootte kan van belang zijn in de hoeveelheden afval dat een gezin produceert en bijvoorbeeld de aanbiedfrequentie van containers met restafval of gft, en om die reden steeds als variabele meegenomen in het onderzoek. Woonkern 66% van de respondenten woont in Geldrop, 30% in Mierlo en 4% in het buitengebied van Geldrop-Mierlo. Er is een lichte ondervertegenwoordiging van inwoners van Geldrop. In de gehele onderzoekspopulatie is de verdeling 73% Geldrop en 27% Mierlo (inclusief buitengebied). Er is dus sprake van een lichte oververtegenwoordiging van inwoners van Mierlo. Om die reden is een statistische correctie waardoor inwoners van beide woonkernen een evenredige invloed hebben op de onderzoeksresultaten. In de analyse van de antwoorden op alle vragen is getoetst of leeftijd, gezinsgrootte en woonkern verband houdt met de mening of afvalgedrag van inwoners. Indien dat verband aanwezig is, is dat steeds genoemd. U mag er dus vanuit gaan dat wanneer er geen verband genoemd is, dit ook niet aanwezig is.

6

Leeswijzer Meervoudige en enkelvoudige vragen Soms kunnen antwoorden optellen tot 99% of tot 101%. Dit zijn afrondingsverschillen die in deze rapportage niet zijn gecorrigeerd. Bij vragen waarbij meer antwoorden mogelijk zijn, tellen de antwoorden logischerwijs op tot meer dan 100%. Vragen op maat Niet alle vragen zijn aan alle inwoners gesteld omdat deze niet voor iedereen relevant zijn. Dat kan betekenen dat het aantal inwoners per vraag anders is. Indien dit zo is, is dit in de tekst vermeld.

Wat was de letterlijke vraag? Voor de leesbaarheid van grafieken is ervoor gekozen om antwoordmogelijkheden af te korten. De letterlijke vraagstelling en eventuele toelichtingen kunt u vinden in bijlage 2. Samenhangen en causaliteit In het rapport is onder de kopjes “verdieping” een groot aantal samenhangen opgenomen, bijvoorbeeld tussen het belang dat mensen hechten aan het scheiden van afval en hoe zij met het afval omgaan. Causaliteit, dus oorzaak en gevolg, kan niet worden vastgesteld door de statistiek. Er kan dus niet geconcludeerd worden dat als inwoners van Geldrop Mierlo afval scheiden belangrijk vinden, zij het gft beter scheiden. Andersom kan ook niet worden vastgesteld dat wanneer inwoners het gft beter scheiden, zij afval scheiden belangrijker gaan vinden. Alle in de database aanwezige variabelen zijn getoetst. Indien een samenhang niet opgenomen is in de tekst, mag u ervanuit gaan dat deze niet aanwezig is. Hierbij gingen wij steeds uit van een significantieniveau van P<0.05, wat gebruikelijk is in gedragsonderzoek.

Spreiding binnen een subgroep (bijvoorbeeld Geldrop versus Mierlo), de verschillen tussen de gemiddelden èn aantallen respondenten die een vraag beantwoorden, hebben invloed op of een gevonden verschil tussen twee groepen toegeschreven dient te worden aan het toeval of ook in werkelijkheid, wanneer alle leden van die subgroep ondervraagd worden, bestaat. Open antwoorden en toelichtingen Bij verschillende vragen is de inwoners de mogelijkheid geboden om hun antwoord toe te lichten. De meest genoemde antwoorden zijn opgenomen in dit hoofdstuk. Een overzicht van alle toelichtingen is bijgevoegd bij dit rapport in een bijlage (bijlage 3). Daarnaast zijn enkele van de toelichtingen letterlijk opgenomen in dit hoofdstuk om een beeld te geven van het brede palet aan meningen van de inwoners van Geldrop-Mierlo. Deze quotes vindt u afgebeeld in een kader en geven een beeld van de reacties, maar zijn niet per definitie representatief voor de mening van alle inwoners van de gemeente.

Marintel onderzoek en advies

7

Hoe voeren wij digitaal onderzoek uit?

De keuze voor de software die wij gebruiken in onze digitale onderzoeken kwam tot stand na een uitgebreide vergelijking op basis van mogelijkheden voor typen vragen. De vragenlijst past zich automatisch aan, zowel aan schermgrootte als het gebruikte apparaat: telefoon, tablet of laptop (de software is responsief). Vanwege corona hebben we afgezien van de voor dit onderzoek gebruikelijke onderzoeksmethodiek, waarbij we vragenlijsten persoonlijk afgeven en ophalen aan de deur (en soms indien zij dat wensen, de vragen voor de mensen oplezen en invullen). Omdat ouderen kwetsbaarder zijn voor dit virus hebben we vooral deze groep in gedachten gehad bij dit besluit. Uit een analyse van de leeftijd blijkt dat 2% van de respondenten ouder is dan 84 en 12% 75 tot 84 jaar oud is. Ouderen zijn in voldoende mate vertegenwoordigd in het onderzoek. Voor digitale toegankelijkheid van internetvragenlijsten hanteren we de richtlijnen van branchevereniging MOA: • Wij hebben een QR-code ontwikkeld om het inwoners gemakkelijk te maken om de vragenlijst te vinden en de url geldrop-mierlo.nl/afvalonderzoek, die gemakkelijk vindbaar was voor de inwoners van de gemeente. • Op de uitnodigingsbriefkaart en de landingspagina van de internetvragenlijst is een mogelijkheid genoemd om contact op te nemen bij vragen of problemen zodat mensen door de vragenlijst geleid konden worden.

• Er is gekozen voor grote grafische elementen zoals bijvoorbeeld “VOLGENDE” zodat ook mensen met een beperktere handfunctie die de vragenlijst op de telefoon invullen, niet “misklikken”. • Wij kiezen voor voldoende grote letters en gebruik van contrasterende kleuren (dus geen donkerblauwe letters tegen een grijze achtergrond). • Wij gebruiken software die rekening houdt met verschillende beeldschermen en daar de vragen op aanpast (telefoon versus tablet en groter beeldscherm). • We gebruiken iconen niet ter vervanging, maar ter verduidelijking van de tekst (in de vragenlijst voor dit onderzoek zijn geen iconen gebruikt). • Als je op een antwoord wil klikken (“eroverheen hovert met je muis”), licht het antwoord op zodat je zeker weet dat je goed klikt. • Steeds is uitgelegd dat bijvoorbeeld een laag rapportcijfer betekent dat men minder tevreden is. • Er is gekozen voor korte en duidelijke vragen en niet te veel leeswerk, eenvoudig en algemeen taalgebruik. • Wij gebruiken geen vakjargon of Engelse termen. • De vragenlijst is getest door een kleine groep kritische testers, waaronder twee ouderen (75+) en drie testers met Nederlands als tweede taal. Gedurende de looptijd van een onderzoek controleren wij altijd de open antwoorden om te zien of alles helder is en de vragenlijst goed ingevuld wordt.

In dit onderzoek is op één aanpassingen doorgevoerd tijdens de eerste dag dat de vragenlijst online stond, namelijk het aanpassen van de antwoordmogelijkheden op “Via welke weg heeft u de vragenlijst gevonden?” op basis van de gegeven antwoorden in de categorie “anders”.

Marintel onderzoek en advies

8

Hoofdstuk 2 Onderzoeksresultaten

Marintel onderzoek en advies 9

2.1. Huidig afvalgedrag Gebruik van containers 77% van de inwoners gebruikt voor het restafval een minicontainer en 23% gebruikt een verzamelcontainer voor restafval. Van de inwoners die voor het restafval een ondergrondse container gebruiken, heeft 5% voor gft een minicontainer aangevraagd. Aan alle respondenten zijn vragen gesteld die passen bij de scheidingsmogelijkheden en afvalmiddelen die zij tot de beschikking hebben op basis van de beantwoording van deze vragen. Zo is aan respondenten die geen minicontainer gebruiken, niet gevraagd hoe vaak zij deze minicontainer aan de straat zetten.

10

Aanbiedfrequentie en gevuldheid van minicontainers Van de inwoners van Geldrop-Mierlo zet 14% de minicontainer voor restafval en 6% de minicontainer voor gft meestal tweewekelijks, tijdens iedere ophaaldag, aan de straat. Restafval 22% van de inwoners zet de minicontainer voor restafval meestal eens per maand aan de straat, 16% meestal eens in de zes weken en 21% eens per twee maanden. Meer dan een kwart zet de minicontainer voor restafval minder vaak dan eens per twee maanden aan de straat. Bijna negen op de tien inwoners zet de minicontainer aan de straat wanneer deze helemaal vol is, op een paar procent na zetten alle overige inwoners de minicontainer aan de straat wanneer deze bijna helemaal vol is. Gft-afval Bijna drie van de tien inwoners zetten de minicontainer voor gft minder vaak dan eens per twee maanden aan de straat. 22% zet de gft-container in de zomer vaker aan de straat dan in de winter en een vijfde zet deze container eens per twee maanden aan de straat. Ook de minicontainer voor gft wordt door de meeste inwoners, namelijk acht van de tien, aan de straat gezet wanneer deze helemaal vol is. De gevuldheid van de gft-container is gemiddeld gezien iets lager dan de container voor restafval.

Stank en ongedierte zijn vaak genoemde redenen om de gft-container wat vaker aan te bieden, zeker in de zomermaanden. Ook in dit onderzoek worden stank en ongedierte genoemd als reden om de gft-container aan de straat te zetten. Marintel onderzoek en advies

11

Toelichting bij aanbiedgedrag restafval en gft 420 respondenten hebben een toelichting gegeven op hoe vaak zij de containers aan de straat zetten en hoe vol deze dan is. De vaakst genoemde opmerkingen zijn: • Ik bied de container pas aan wanneer deze vol is (178 maal genoemd) • Aanbod van gft is afhankelijk van het seizoen en de grootte van de tuin: in de zomer vanwege stank of in het snoei- en bladseizoen vaker dan in de winter (104 maal genoemd) • Door het afval (met name het pbd) goed te scheiden hoef ik het restafval minder vaak aan te bieden (50 maal genoemd) • Wij composteren / hebben een wormenbak / bokashi / vermalen groen afval en verwerken het in de tuin, daarom hebben we minder gft (37 maal genoemd) • Ik ben alleen / wij zijn met twee en daarom heb(-ben) ik / we weinig afval (31 maal genoemd)

“Door heel veel te scheiden is de container minder snel vol. In de zomer gooi ik vleesafval in de container die het eerste geleegd wordt ivm maden. Dus met mooi weer staat ie vaker aan de straat.” “Ik ben alleen dus veel minder afval. Daarbij probeer ik zo in te kopen dat ik weinig afval heb.” “Ik betaal per leging dus ik vind het zonde om een halflege bak aan de straat te zetten. In de zomer zet ik vaker halflege bakken aan de straat omdat er anders maden in komen. Maar dat vind ik wel zonde van het geld.” “De hoeveelheid tuin- en groenteafval kan verschillen naar gelang periode van het jaar (in de zomer in verband met gras maaien, in de herfst in verband met bladeren) . Door goed gebruik van afvalscheiding (PMD) blijft het afval voor de grijze container redelijk hetzelfde.” “Omdat ik afval scheid heb ik minder afval voor de grijze container waardoor deze pas na ongeveer 1 jaar vol is (huishouden alleen). Ik heb een grote tuin met een composteer hoop waar alle GFT naartoe gaat waardoor de GFT nooit opgehaald hoeft te worden. Indien er flink gesnoeid is in de tuin en er te veel tuinafval is dan ga ik ermee naar de te dure millieustraat.

Te duur omdat ik betaal voor GFT maar het nooit gebruik en zelden de grijze bak buiten zet en dan wel weer veel moet betalen de enkele keer dat ik bij de millieustraat kom.” “Ben alleenstaande, eet vaak uit huis, maak alles klein en stamp alles goed aan in de container, kan veel hergebruiken.”

Zie bijlage 3 voor alle open antwoorden en toelichtingen in het onderzoek. Marintel onderzoek en advies

12

Verdieping Aanbiedfrequentie van restafval en hoe vol de container is Minicontainers die tweewekelijks aangeboden worden, zijn gemiddeld minder vol dan minicontainer die minder frequent aangeboden worden. Deze samenhang is niet aanwezig tussen aanbiedfrequentie van de minicontainer voor gft en hoe vol deze is. In de bovenste grafiek is de samenhang tussen aanbiedfrequentie en gevuldheid van de container voor restafval goed zichtbaar. Ter vergelijking en voor de volledigheid is tevens een grafiek opgenomen waarin zichtbaar is hoe vol de containers voor gft zijn, per aanbiedfrequentie. Leeftijd Naarmate men ouder is, is de aanbiedfrequentie van restafval en gft lager. Ten opzichte van de andere inwoners zetten met name inwoners in de leeftijd van 35 tot 44 jaar oud de container voor restafval vaak aan de straat. Gezinsgrootte Naarmate gezinnen groter zijn, zetten zij de container voor restafval vaker aan de straat. Dit geldt met name voor gezinnen van 5 of 6 personen: 27% van deze gezinnen zet het restafval tweewekelijks aan de straat ten opzichte van 7% van alle inwoners in Geldrop-Mierlo, nog eens 10% biedt het restafval “meestal iedere twee weken” aan ten opzichte van 7% van alle inwoners. Een dergelijk verband is niet aanwezig tussen gezinsgrootte en de aanbiedfrequentie van het gft.

Mogelijk speelt het scheidingsgedrag, de afmeting van de tuin en of men al dan niet een compostbak in bezit heeft, een rol in de aanbiedfrequentie van gft bij deze gezinnen. Dat valt echter niet uit dit onderzoek op te maken. Buitengebied – woonkernen In het buitengebied is de aanbiedfrequentie van restafval hoger dan binnen de woonkernen: in het buitengebied zet 14% het restafval tweewekelijks aan de straat en 18% “meestal iedere twee weken”.

Marintel onderzoek en advies

13

2.2. Mening over het scheiden van afval Hoe belangrijk vindt u afval scheiden? 92% van de inwoners van Geldrop-Mierlo vindt het scheiden van afval (heel) belangrijk, 8% reageert neutraal en 2% vindt afvalscheiding (helemaal) niet belangrijk. Wellicht beïnvloedt sociale wenselijkheid de beantwoording van deze vraag. Echter: vergeleken met andere gemeenten is het belang dat men in Geldrop-Mierlo hecht aan afval scheiden hoger: in de onderzoeken die wij uitvoerden vindt gemiddeld ca 80-85% van de ondervraagden afval scheiden (heel) belangrijk.

Verdieping Uit de verdiepende analyses blijkt dat hoe belangrijker men afval scheiden vindt, hoe lager de frequentie waarop men restafval en gft aan de straat zet en hoe minder vol de containers dan zijn.

14

Redenen om afval te scheiden Dat afval scheiden goed is voor het milieu wordt door de meeste inwoners (55%) het belangrijkste gevonden als reden om afval te scheiden, gevolgd door dat het een gewoonte is en omdat het anders geld kost. “Ik scheid niet of nauwelijks afval” wordt door meer dan 9 van de tien inwoners niet gekozen. Ook “Ik scheid mijn afval wel, maar ik vind het geen interessant onderwerp” wordt door een grote groep inwoners niet gekozen (86%). Daarnaast spelen de kosten en het gemak als prikkel om afval beter te scheiden, voor zes op de tien inwoners geen rol. Verdieping Uit de verdiepende analyses blijkt dat grote gezinnen, kosten en gemak belangrijker vinden dan kleine gezinnen. Ook is er een verband tussen het belang dat men geeft aan afval scheiden en dat het goed voor het milieu is.

Marintel onderzoek en advies

15

2.3. Tevredenheid over de inzameling van afval Tevredenheid over voorzieningen, per afvalsoort In de grafiek is de tevredenheid over de voorzieningen per afvalsoort weergegeven in gemiddelde rapportcijfers. Het meest tevreden zijn inwoners over de inzameling van pbd (gemiddeld 8,3) restafval (gemiddeld 8,1), gft (gemiddeld 8,0 onder gebruikers van een minicontainer voor gft) en oud papier en karton (gemiddeld 8,0). Het minst tevreden zijn inwoners over de inzameling van grof tuinafval (gemiddeld 6,0 onder gebruikers van een minicontainer voor gft), de milieustraat (gemiddeld 6,3) en luiers (gemiddeld 6,8). Algemene tevredenheid De algemene tevredenheid van inwoners in Geldrop Mierlo over hoe de gemeente het afval inzamelt of via de brengvoorzieningen, is weergegeven met een gemiddeld rapportcijfer 7,5.

Percentages onvoldoende In het onderstaande overzicht is per afvalsoort en voor de algemene tevredenheid weergegeven, hoeveel procent van de inwoners een onvoldoende heeft gegeven en dus niet tevreden is: • gft: 7% • grof tuinafval: 37% • oud papier en karton: 11% • glas: 10% • luiers: 25% • textiel: 11% • pbd: 6% • milieustraat: 33% • restafval: 6% • algemeen: 10% Verdieping Uit een vergelijking tussen de woonkernen blijkt dat inwoners van Geldrop meer tevreden zijn dan inwoners van Mierlo over de voorzieningen voor: • grof tuinafval (6,4 versus 5,5) • oud papier (8,3 versus 7,5) • de milieustraat (6,5 versus 5,7) 16

2.4. Knelpunten, wensen en ideeën Benodigde ophaalfrequentie voor de vier afvalsoorten die aan huis opgehaald worden. gft Bijna de helft, namelijk 46% van de inwoners die in bezit zijn van een container voor gft, vindt dat het gft minder vaak zou mogen worden opgehaald. Een iets kleinere groep (43%) vindt dat de huidige ophaalfrequentie (tweewekelijks) precies goed is. restafval Iets meer dan de helft (52%) van de inwoners die in bezit zijn van een container voor restafval, vindt dat de huidige ophaalfrequentie van restafval precies goed is. 42% vindt dat het restafval minder vaak opgehaald zou mogen worden. Oud papier en karton Zeven op de tien inwoners van Geldrop-Mierlo vindt dat de huidige ophaalfrequentie van het oud papier en karton precies goed is. 17% vindt dat het oud papier en karton vaker opgehaald zou mogen worden. Hier is een groot verschil tussen Geldrop en Mierlo geconstateerd dat samenhangt met de verschillende ophaalfrequentie van oud papier. In Mierlo, waar het oud papier vierwekelijks opgehaald wordt, vindt 30% dat dit vaker zou mogen. In Geldrop, waar het oud papier tweewekelijks opgehaald wordt, vindt slechts 9% dat het vaker zou mogen worden opgehaald. 17% van de inwoners van Geldrop vindt dat het oud papier juist wat minder vaak zou mogen worden opgehaald ten opzichte van 5% van de inwoners van Mierlo.

Verdieping Grotere gezinnen (die gemiddeld jonger zijn) geven de voorkeur aan een hogere ophaalfrequentie van pbd, oud papier en restafval dan kleinere gezinnen of alleenwonenden.

Plastic, blik en drinkpakken Driekwart van de inwoners van Geldrop-Mierlo vindt dat de ophaalfrequentie van pbd precies goed is. Ongeveer één vijfde (19%) vindt dat het pbd vaker opgehaald zou mogen worden.

Een groter deel van de inwoners die het restafval relatief vaak aanbieden, geven de voorkeur aan een hogere ophaalfrequentie van gft, rest, oud papier en pbd. Een groter deel van de inwoners die het gft relatief vaak aanbieden, geven de voorkeur aan een hogere ophaalfrequentie van gft en restafval.

Marintel onderzoek en advies

17

Verbeteren scheiden gft Aan bewoners van appartementen die geen minicontainers gebruiken, is gevraagd of zij gft zouden scheiden wanneer zij het keukenafval in een speciaal zakje bij het restafval zouden kunnen gooien zodat het na het ophalen kan worden gesorteerd. 31% is hier zeker toe bereid, 30% is hier waarschijnlijk toe bereid. Slechts 10% zou het keukenafval zeker niet scheiden met het speciale zakje en 15% zou dit waarschijnlijk niet doen. Van de inwoners van Geldrop-Mierlo die een minicontainer in gebruik hebben omdat zij in een grondgebonden woning (met tuin) wonen, zou 24% het gft beter scheiden wanneer zij het keukenafval in een speciaal zakje bij het restafval zouden kunnen gooien, 52% zou dit niet doen en 17% zegt dat beter scheiden niet mogelijk is voor hen. Ook is aan deze inwoners gevraagd of zij het gft beter zouden scheiden wanneer zij een handig aanrechtbakje krijgen waar ze even snel het keukenafval in kunnen doen voordat het naar de GFT-container kan. 28% zegt het gft dan beter te scheiden, 40% zegt dat dit geen verschil zou maken en 23% zegt dat beter scheiden niet mogelijk is.

Verdieping • Er is veel overlap tussen de twee opties tot verbeteren van het scheiden van keukenafval: inwoners die zeggen dat zij keukenafval beter zullen scheiden wanneer zij een aanrechtbakje zouden krijgen, zouden dat ook doen wanneer zij het keukenafval met een speciaal zakje in het restafval zouden doen. Dat geldt ook voor de inwoners die zeggen dat beter scheiden niet mogelijk is en inwoners die zeggen dat zij het gft niet beter zouden scheiden. • Inwoners die het restafval vaker dan gemiddeld aan de straat zetten, zeggen vaker het gft beter te scheiden bij ingebruikname van een aanrechtbakje of een speciaal zakje voor het gft, dan inwoners die het restafval nu al minder vaak aanbieden. Een omgekeerd effect is aanwezig bij inwoners die het gft vaak aan de straat zetten: naarmate inwoners het gft vaker aan de straat zetten, zeggen zij vaker dat beter scheiden niet kan. • Inwoners die beide vragen beantwoorden met “beter scheiden kan niet”, zijn meer tevreden over de huidige inzameling van restafval en gft èn geven een hoger algemeen rapportcijfer dan de overige inwoners. • Naarmate inwoners jonger zijn, zeggen zij vaker dat zij het afval beter zouden scheiden wanneer zij hiervoor een speciaal zakje zouden kunnen gebruiken. 18

2.5. Is beter scheiden mogelijk? Aan de respondenten is de volgende tekst voorgelegd:

“Als alle inwoners van Geldrop-Mierlo al het afval zouden scheiden, zou er minder dan 50 kilo restafval per inwoner overblijven, dat is minder dan 1 kilo restafval per inwoner per week! In sommige gemeenten wordt al minder dan 50 kilo restafval per inwoner per jaar opgehaald.” Gewetensvraag: is beter scheiden mogelijk? Aan de inwoners is drie stellingen voorgelegd over het verbeteren van het eigen scheidingsgedrag van grondstoffen. Aan hen is gevraagd met welke stelling zij het meeste eens zijn. Meer dan de helft is het eens met de stelling dat zij alle grondstoffen scheiden van het restafval, iets meer dan een derde vindt dat hij of zij het afval best nog wat beter kan scheiden en een tiende scheidt niet alle grondstoffen en kan dat ook echt niet. De 67 inwoners die de onderste mogelijkheid aangevinkt hebben, is gevraagd waarom zij de grondstoffen ook echt niet beter kunnen scheiden.

De vaakst genoemde toelichtingen zijn: • de gft container is niet snel genoeg vol en het is te duur om halfvol aan de straat te zetten, wegens stank en/of ongedierte wordt dan gft bij het restafval gedaan (14 maal genoemd) • bewoners van appartementen hebben geen mogelijkheid tot het scheiden van gft (13 maal genoemd) • De milieustraat is te duur of te ver weg, men gooit dan grof afval bij het restafval (10 maal genoemd) • Het is te veel gedoe (7 maal genoemd) • Niet alles is goed te scheiden omdat sommige stukken afval bestaan uit meerdere materialen, zoals papier en plastic (6 maal genoemd)

Verdieping Inwoners die zeggen alle grondstoffen van het restafval te scheiden, bieden hun minicontainer voor restafval minder vaak aan dan de overige inwoners. Een grote meerderheid van deze inwoners (80%) biedt de minicontainer met gft tweewekelijks aan, ten opzicht van 20% van de inwoners die zeggen de grondstoffen best nog wat beter kunnen scheiden en geen van de inwoners die zeggen dat zij echt niet in staat zijn de grondstoffen beter te scheiden. Tevens is een verband aangetoond tussen de tevredenheid over de afvalscheiding en in hoeverre zij verbetering mogelijk achten. Dit verband is op de volgende pagina in een tabel weergegeven.

19

Samenhang tevredenheid en in hoeverre verbetering van afvalscheiding mogelijk is In de onderstaande tabel is de tevredenheid in rapportcijfers per afvalsoort opgenomen, voor de groepen inwoners die al dan niet vinden dat verbetering van afvalscheiding mogelijk is. Geconcludeerd kan worden dat er een verband is tussen in hoeverre men de grondstoffen goed scheidt van het restafval en hoe tevreden men is over de voorzieningen die de gemeente beschikbaar gesteld heeft voor de diverse afvalsoorten. Daarnaast is ook een verband aangetoond tussen het afvalscheidingsgedrag en de algemene tevredenheid over de afvalinzameling in Geldrop-Mierlo (meest rechtse kolom). Met een asterix is aangegeven welke verschillen statistisch significant zijn (P<0.05). Dit is afhankelijk van het verschil tussen het gemiddelde, de spreiding rondom het gemiddelde en hoeveel respondenten de vraag beantwoord hebben. Alleen het verschil in tevredenheid tussen de drie groepen inwoners over de milieustraat is niet significant (p=0.145).

Stellingen over afval scheiden Ik scheid al mijn grondstoffen van het restafval Ik kan mijn grondstoffen best wat beter scheiden (maar doe het nog niet altijd)

gft 8,3

grof tuinafval 6,2

oud papier & karton 8,2

glas 8,0

luiers 7,5

textiel 7,8

pbd 8,5

milieustraat 6,4

restafval 8,3

Tevredenheid afvalinzameling 7,7

7,9

6,1

7,6

7,3

5,9

7,4

8,1

6,1

7,9

7,3

Ik scheid niet al mijn grondstoffen van het restafval en dat kan ik ook echt niet

6,6

4,9

8,4

7,4

6,3

7,1

8,1

6,0

7,5

7,1

Gemiddelde

8,0

6,0

8,0

7,7

6,8

7,6

8,3

6,3

8,1

7,5

Marintel onderzoek en advies

20

2.6. Wat zou helpen voor verbetering afvalscheiding? Wat zou helpen om één kilo restafval per inwoner per week over te houden? Een derde van de inwoners scheidt zo goed dat hij of zij nu al amper restafval overhoudt (eén of twee container per jaar). Een kwart zou voor het verbeteren van de afvalscheiding extra scheidingsmogelijkheden, zoals een extra container, nodig hebben en 22% zegt niet voldoende plek hebben voor opslag van herbruikbare grondstoffen. 19% heeft meer informatie nodig over de afvalscheidingsregels en 7% zegt dat beter scheiden echt niet mogelijk is. Deze inwoners zeggen meer restafval te hebben vanwege kattenbakgrit, omdat zij in een appartement wonen met beperkte mogelijkheden, hun leeftijd of lichamelijke beperkingen, “omdat het gewoon niet kan” en omdat beter scheiden te veel tijd en moeite zou opleveren.

Verdieping • Naarmate inwoners jonger zijn, geven zij vaker aan dat extra scheidingsmiddelen hen zou helpen om het afval beter te scheiden. • Met name ouderen in de leeftijd van 84 jaar en ouder, geven aan dat voor hen beter scheiden zodat ze 1 kilo overhouden niet mogelijk is. • Kleinere gezinnen kiezen vaker voor de optie “ik scheid nu zo goed dat ik amper restafval overhoud” en grotere gezinnen zeggen vaker extra scheidingsmiddelen nodig te hebben. • Inwoners die nu al amper restafval overhouden, hebben een (zeer) lage aanbiedfrequentie van restafval. Echter, een lage aanbiedfrequentie van restafval hangt ook samen met een hogere behoefte aan informatie over de afvalscheidingsregels. Inwoners die juist een hoge aanbiedfrequentie van restafval hebben, zeggen vaker dat zij extra scheidingsmiddelen nodig hebben zoals een extra container en dat zij niet voldoende plek voor opslag van de herbruikbare grondstoffen hebben. • Inwoners met een hoge aanbiedfrequentie van gft zeggen vaker dat zij nu al amper restafval overhouden en hebben vaker behoefte extra scheidingsmiddelen en informatie over de scheidingsregels. • Er is een samenhang gevonden in de beantwoording van deze vraag en de tevredenheid over de afvalinzameling. Deze is weergegeven op de volgende pagina.

21

Samenhang tevredenheid en in hoeverre verbetering van afvalscheiding mogelijk is In de onderstaande tabel is de tevredenheid in rapportcijfers per afvalsoort opgenomen, uitgesplitst naar de reactie van inwoners op stellingen over wat nodig is voor het verbeteren van de afvalscheiding. Geconcludeerd kan worden dat er een verband is tussen wat men denkt nodig te hebben voor het verbeteren van de afvalscheiding en hoe tevreden men is over de voorzieningen die de gemeente beschikbaar gesteld heeft voor de diverse afvalsoorten. Met een asterix is aangegeven welke verschillen statistisch significant zijn (P<0.05). Dit is afhankelijk van het verschil tussen het gemiddelde, de spreiding rondom het gemiddelde en hoeveel respondenten de vraag beantwoord hebben.

Scheid grondstoffen zo goed amper restafval Oneens Eens

gft * 7,8 8,4

grof tuinafval 6,0 6,2

oud papier & karton * 7,8 8,4

glas * 7,4 8,3

luiers 6,5 7,2

textiel * 7,4 7,9

pbd * 8,2 8,7

milieustraat (grof afval) 6,2 6,4

restafval * 7,9 8,4

Tevredenheid afvalinzameling * 7,4 7,8

Gemiddelde

8,0

6,1

8,0

7,7

6,8

7,6

8,3

6,3

8,1

7,5

Ik heb dan extra scheidingsmiddelen nodig zoals een extra container Oneens Eens

gft 8,1 7,9

grof tuinafval 6,0 6,1

oud papier & karton * 8,2 7,5

glas * 7,9 7,1

luiers 7,1 6,2

textiel * 7,7 7,3

pbd * 8,4 8,1

milieustraat (grof afval) 6,3 6,1

restafval * 8,2 7,9

Tevredenheid afvalinzameling * 7,6 7,2

Gemiddelde

8,0

6,1

8,0

7,7

6,8

7,6

8,3

6,3

8,1

7,5

Ik heb niet voldoende plek voor opslag van de herbruikbare grondstoffen Oneens Eens

gft * 8,2 7,5

glas * 7,9 7,1

luiers 7,0 6,1

textiel * 7,7 7,3

pbd * 8,5 7,9

Gemiddelde

8,0

7,7

6,8

7,6

8,3

grof oud papier & tuinafval * karton * 6,2 8,2 5,3 7,5 6,1

8,0

Marintel onderzoek en advies

milieustraat (grof afval) * restafval * 6,4 8,2 5,9 7,7 6,3

8,1

Tevredenheid afvalinzameling * 7,6 7,1 7,5

22

Een extra minicontainer voor papier? Aan inwoners die gebruik maken van minicontainers, is de volgende vraag gesteld:

“In gemeenten waar het papier in containers wordt opgehaald in plaats van in dozen, wordt papier en karton beter gescheiden. Als u dat zo leest, wat is dan uw mening?” 49% van de inwoners wil geen extra minicontainer voor papier, 42% wil dit wel en 9% heeft geen mening over de ingebruikname van een extra minicontainer voor papier. Verdieping • De bereidheid om een extra container voor papier in gebruik te nemen is groter naarmate men jonger is en de gezinsgrootte toeneemt. • Er is geen significant verschil tussen Geldrop en Mierlo in de bereidheid een extra minicontainer voor papier in gebruik te nemen. • Naarmate de aanbiedfrequentie van het restafval hoger is, is er een hogere bereidheid om een extra minicontainer voor papier in gebruik te nemen. • Inwoners die vinden dat de ophaalfrequentie van papier omhoog mag, zijn meer bereid om een minicontainer voor papier in gebruik te nemen dan inwoners die vinden dat de ophaalfrequentie van papier precies goed is om omlaag mag. • Inwoners die nu al amper restafval overhouden, zijn minder bereid om een minicontainer voor papier in gebruik te nemen dan de overige inwoners. • Inwoners die eerder aangaven extra scheidingsmiddelen voor grondstoffen nodig te hebben om één kilo restafval per persoon per jaar over te houden, hebben een hogere bereidheid om een minicontainer voor papier in gebruik te nemen dan de overige inwoners.

• Inwoners die bereid zijn om een extra minicontainer voor papier in gebruik te nemen, zijn minder dan de overige inwoners tevreden over glas, papier en pbd (glas: 7,5 versus 7,9; papier: 7,3 versus 8,5 en pbd 8,1 versus 8,5). Ook beoordelen zij de algemene tevredenheid over de afvalinzameling in Geldrop-Mierlo lager (7,2 versus 7,7).

23

2.7. Mening over diftar Diftar Aan inwoners die gebruik maken van minicontainers, is de volgende vraag gesteld:

“Het huidige diftar-systeem gaat er vanuit dat als u grondstoffen goed scheidt, u ook een lagere afvalstoffenheffing heeft. Goed scheiden wordt dus beloond. Waar zou u voor kiezen?“ 85% is een voorstander van het huidige systeem. 5% wil liever een vast tarief voor alle huishoudens en 3% is bereid extra te betalen wanneer dan al het afval nagescheiden wordt in de fabriek, na inzameling van het afval. Verdieping • Inwoners die wekelijks restafval aan de straat zetten, zijn minder voorstander van het huidige systeem dan inwoners die dat minder vaak doen (68% versus gemiddeld 85%). Zij kiezen vaker voor een vast tarief voor alle huishouden (14% versus gemiddeld 5%). • Inwoners die nu het afval al zo goed scheiden dat ze nauwelijks afval overhouden, zijn vaker voorstander van het huidige systeem dan de overige inwoners (93% versus gemiddeld 85%). • Inwoners die niet voldoende plaats hebben voor het opslaan van herbruikbare grondstoffen, zijn minder vaak voorstander van het huidige systeem (77% versus gemiddeld 85%). • Voorstanders van diftar, het huidige systeem, zijn meer tevreden over de voorzieningen die de gemeente beschikbaar gesteld heeft voor de diverse afvalsoorten èn over de afvalinzameling in het algemeen.

Voorstanders van een vast tarief voor iedereen en inwoners die extra willen betalen om geen afval meer te hoeven scheiden (nascheiding) zijn minder dan gemiddeld tevreden over de voorzieningen en de inzameling. Op de volgende pagina is deze samenhang in tabellen weergegeven.

24

Samenhang tevredenheid en mening over diftar In de onderstaande tabel is de tevredenheid in rapportcijfers per afvalsoort opgenomen, uitgesplitst naar de mening van inwoners over hoe de afvalstoffenheffing berekend wordt. Met een asterix is aangegeven welke verschillen significant zijn. Geconcludeerd kan worden dat er een verband is tussen hoe tevreden men is over de voorzieningen die de gemeente beschikbaar gesteld heeft voor de diverse afvalsoorten en de voorkeur voor berekenen van de afvalstoffenheffing.

grof tuinafval oud papier & * karton 4,6 7,8

glas * 7,0

luiers * 5,8

textiel * 7,0

pbd * 7,9

milieustraat (grof afval) * 5,0

restafval * 7,0

Tevredenheid afvalinzameling * 6,4

8,1

7,8

7,1

7,7

8,4

6,5

8,3

7,7

6,1

8,0

7,7

6,8

7,6

8,3

6,3

8,1

7,5

gft * 8,1

grof tuinafval 6,1

oud papier & karton 8,1

glas * 7,8

luiers * 7,1

textiel * 7,6

pbd * 8,4

milieustraat (grof afval) * 6,3

restafval * 8,2

Tevredenheid afvalinzameling * 7,6

eens

6,7

5,7

7,3

6,7

5,0

6,7

7,7

5,4

7,0

6,6

gemiddeld

8,0

6,1

8,0

7,7

6,8

7,6

8,3

6,3

8,1

7,5

Nascheiden oneens

gft * 8,1

glas * 7,7

luiers 6,8

textiel 7,6

pbd * 8,4

milieustraat (grof afval) 6,3

restafval * 8,1

Tevredenheid afvalinzameling * 7,5

eens

6,6

4,3

7,7

6,8

7,8

6,8

7,6

5,4

7,3

6,5

gemiddeld

8,0

6,1

8,0

7,7

6,8

7,6

8,3

6,3

8,1

7,5

Het huidige systeem oneens

gft * 6,9

eens

8,2

6,3

gemiddeld

8,0

Alle huishoudens evenveel oneens

grof tuinafval oud papier & * karton 6,1 8,0

Marintel onderzoek en advies

25

2.8. Omgekeerd inzamelen Omgekeerd inzamelen Aan inwoners die gebruik maken van minicontainers, is de volgende vraag gesteld:

“Zou u bereid zijn om uw zak met restafval zélf weg te brengen naar een ondergrondse container in de buurt?” 40% zou bereid zijn om het restafval zelf weg te brengen, 49% zou hiertoe niet bereid zijn en 12% weet dat (nog) niet. Verdieping • Inwoners die niet veel plek hebben om het afval op te slaan, zijn vaker bereid om het restafval weg te brengen dan inwoners die wel voldoende opslagruimte hebben (47% versus 38%). • Inwoners die geen extra minicontainer in gebruik willen nemen voor papier, zijn minder bereid dan inwoners die wel een papiercontainer in gebruik willen nemen of dat nog niet weten, om het restafval weg te brengen naar een ondergrondse container in de buurt (34% versus 45% en 45%). • Met uitzondering van de tevredenheid over de inzameling van restafval en luiers, is er geen samenhang tussen de huidige tevredenheid over de afvalinzameling van de diverse afvalsoorten en de bereidheid om het restafval weg te brengen naar een ondergrondse container. Juist de groep inwoners die nog niet weten of zij bereid zouden zijn om het restafval weg te brengen, is het meest tevreden (8,5 versus 7,9 “ja” en 8,2 “nee”. Dit geldt ook voor de tevredenheid over de inzameling van luiers (“weet niet” 8,3; “ja” 7,1 en “nee” 6,4).

26

2.9. Lagere ophaalfrequentie restafval Omgekeerd inzamelen Aan inwoners die gebruik maken van minicontainers, is de volgende vraag gesteld:

“Als het afval goed gescheiden wordt en u minder restafval overhoudt, hoe vaak moet volgens u dan het restafval nog ingezameld worden? “ Eens per maand is het meest gekozen antwoord 36%, gevolgd door eens per twee maanden (21%), eens per zes weken (17%) en iedere twee weken (16%). 11% van de inwoners vindt dat het restafval minder vaak dan eens per twee maanden zou hoeven worden opgehaald. Verdieping • Naarmate men ouder is, vindt men een lagere ophaalfrequentie nodig. • Grotere gezinnen vinden een hogere ophaalfrequentie nodig dan kleinere gezinnen. • Inwoners die een hogere ophaalfrequentie van restafval nodig vinden, zetten vaker en vollere containers voor restafval aan de straat en zij zetten óók vaker de container voor gft aan de straat, deze is dan wel minder vol. Zij geven ook aan dat zij vinden dat het oud papier, gft en restafval vaker opgehaald zou moeten worden dan nu. • Inwoners die nu aangeven dat zij het afval nu al zo goed scheiden dat ze amper restafval overhouden, vinden vergeleken met andere inwoners dat een lagere ophaalfrequentie nodig is. • Inwoners die zeggen weinig ruimte te hebben voor opslag van gescheiden grondstoffen, vinden een hogere ophaalfrequentie nodig. • Inwoners die zeggen dat beter scheiden voor hen niet mogelijk is, vinden een hogere ophaalfrequentie nodig.

• Inwoners die voorstander zijn van diftar, vinden een lagere ophaalfrequentie nodig en inwoners die voorstander zijn van een vast tarief voor iedereen, vinden een hogere ophaalfrequentie nodig. • Naarmate men meer tevreden is over de inzameling van de diverse afvalsoorten en ook de algemene tevredenheid over de inzameling van afval in Geldrop-Mierlo hoger is, vindt men een lagere ophaalfrequentie van restafval nodig.

27

2.10. Ideeën van inwoners Aan alle inwoners is gevraagd of zij nog andere ideeën hebben om het afval beter te scheiden. 630 inwoners hebben deze vraag beantwoord. De vaakst genoemde ideeën zijn: • 173 maal genoemd: Ik heb geen andere ideeën. • 76 maal genoemd: Geef voorlichting over hoe te scheiden, waarom te scheiden en / of zorg voor ander gedrag. • 70 opmerkingen over de milieustraat en/of grof vuil: zorg voor één of meerdere gratis ophaalroutes, maak de kosten lager en/of richt in Mierlo een extra milieustraat in. • 60 opmerkingen over oud papier: inwoners van Mierlo zeggen dat zij vinden dat het papier vaker opgehaald moet worden of dat er een brengvoorziening in Mierlo ingericht dient te worden. Daarnaast opmerkingen over een extra container voor papier.

“Karton/papier en PBD beter inzamelen met container.” “Container voor papier is niet de oplossing, die gaan snel vol door karton waardoor je sneller kiest voor restafval.” “Voorlichting in de Middenstandsbelangen en op de website van de gemeente: zo'n 4 keer per jaar een artikel waarin het scheiden van afval uitgelegd en onder de aandacht blijft. Een rekenvoorbeeld over hoeveel bewoners kunnen besparen door goed te scheiden, want minder container legen is lagere kosten.” “De milieustraat is te duur. Papier moet in een container.” “Meerdere afvalbrengstations zouden behulpzaam zijn (combi glas, papier, luiers, plastic etc). Zo voorkom je stapels rotzooi thuis. Ophalen kan dan als aanvullende dienst. Dat wordt dan duurder belast. Laat via video's 'een dag uit het leven van een afvalscheider zien'. Een doorn in het oog is ook dat afvalscheiden niet nodig is bij de straatafvalbakken. Die zouden ook gescheiden vakken moeten hebben.” “Ook in Mierlo een milieu straat faciliteren, omdat de afstand vanuit Mierlo naar de milieu straat in Geldrop best ver is. Je hebt de neiging om b.v. metalen bij het restafval te gooien. De kosten van de milieu straat verlagen, omdat de kosten hoog zijn gooien mensen (denk ik) meer bij het restafval. Hierdoor voorkom je ook dat mensen in bossen e.d. hun grof afval dumpen. ”

Zie bijlage 3 voor alle open antwoorden en toelichtingen in het onderzoek. 28

Hoofdstuk 7 Conclusies en advies

Marintel onderzoek en advies

29

3.1 Inleiding Dit onderzoek geeft inzicht in de tevredenheid van inwoners van Geldrop-Mierlo over de afvalinzameling en het draagvlak voor eventuele nieuwe maatregelen die het scheiden van herbruikbare grondstoffen van restafval zouden kunnen verbeteren. De volgende thema’s kwamen in het onderzoek aan bod: • • • • •

Belang dat men hecht aan afvalscheiding. Tevredenheid over de afvalinzameling in het algemeen en de inzameling van de diverse soorten afval in het bijzonder. Knelpunten, wensen en ideeën over de afvalinzameling en –scheiding. Mogelijkheden tot verbeteringen van de afvalscheiding in Geldrop-Mierlo: wat heeft men nodig, wat heeft men ervoor over om het afval beter te scheiden? Eerste reacties in wijzigingen in de afvalscheiding.

Dit hoofdstuk geeft per thema de conclusies weer. Aanbevelingen voor verbetering van beleid worden toegevoegd na bespreking van de conclusies. Wij gaan hierbij uit van de mening en tevredenheid van de inwoners die uit dit representatieve onderzoek naar voren komen. Het serviceniveau staat dus centraal. In onze adviezen is geen doorberekening gemaakt naar kosten en milieurendement. 3.2 Belang dat men hecht aan afvalscheiding 91% van de inwoners van Geldrop-Mierlo vindt het scheiden van afval (heel) belangrijk. Slechts 2% vindt het scheiden van afval (helemaal) niet belangrijk. Het milieu is voor 55% van de inwoners de belangrijkste reden om afval te scheiden, voor nog eens 20% is het de op één na belangrijkste reden. 24% zegt dat de gewoonte de belangrijkste reden is om afval te scheiden. Gemak en kosten is voor zes van de tien inwoners geen reden om afval te scheiden. 3.3 Tevredenheid De tevredenheid over de afvalinzameling in Geldrop-Mierlo is ruim voldoende, met een rapportcijfer 7,5. Eén op de tien inwoners geeft een onvoldoende. Ook per afvalstroom is men gemiddeld gezien tevreden, met als hoogste rapportcijfers een 8,3 voor pbd, 8,1 voor restafval en een 8,0 voor gft en oud papier in karton. Het minst tevreden zijn inwoners over de inzameling van grof tuinafval (6,0), de milieustraat (6,3) en luiers (6,8).

Over de voorzieningen voor deze inzamelmiddelen is een derde (milieustraat en grof tuinafval) van de inwoners ontevreden en een kwart van de inwoners die de inzameling van luiers heeft kunnen beoordelen. Inwoners suggereren om de kosten voor de milieustraat te verlagen en geven aan dat daarmee ook de afvalscheiding zou kunnen verbeteren, omdat de kosten de drempel om de milieustraat te bezoeken hoger maakt. Daarnaast zou voor inwoners van Mierlo ook de afstand tot de milieustraat een negatief effect hebben op de tevredenheid. Dat geldt ook voor grof tuinafval, dat ook via de milieustraat afgevoerd dient te worden. Uit de verdiepende analyses blijkt dat de tevredenheid van hoger is van inwoners die nu het restafval al goed scheiden, de restafvalcontainer laagfrequent aanbieden en goed uitkomen met de inzamelfrequentie van de vier afvalstromen die aan huis worden opgehaald: gft, restafval, papier en karton en plastic verpakkingen, blik en drankpakken (pbd).

Marintel onderzoek en advies

30

Prioriteitenmatrix In de prioriteitenmatrix rechts is het belang en de tevredenheid over de voorzieningen voor de verschillende afvalsoorten en de algemene tevredenheid weergegeven, waarbij het belang is weergegeven door de samenhang met de algemene tevredenheid: naarmate deze samenhang hoger is, is het belang groter. Zo ziet u dat het belang van textiel en luiers relatief laag is: de samenhang met de algemene tevredenheid is minder sterk. Verondersteld kan worden dat het vergroten van de service op afvalsoorten die relatief belangrijk zijn, een hogere algemene tevredenheid tot gevolg hebben. Daarbij geeft u de prioriteit aan de voorzieningen waarover men nu nog relatief ontevreden is: milieustraat en voorzieningen voor grof tuinafval. De service op afvalsoorten waarover men zeer tevreden is en die sterk samenhangen met de algemene tevredenheid dient u te bewaken. Bespaard zou kunnen worden op de voorzieningen voor afvalsoorten waarover men zeer tevreden is en die weinig samenhangen met de algemene tevredenheid, terwijl de afvalsoort waarover men relatief niet zo tevreden is maar die ook niet veel samenhangt met de algemene tevredenheid genegeerd zou kunnen worden. Nota bene: in de prioriteitenmatrix staat de samenhang tussen algemene tevredenheid en tevredenheid over de diverse afvalsoorten centraal.

Kosten en milieu, zoals gemiddeld aantal kilo’s restafval per inwoner per jaar, worden hierin niet meegenomen.

Marintel onderzoek en advies

31

3.4 Knelpunten, wensen en ideeën; mogelijkheden tot verbetering van de afvalscheiding Negen van de tien inwoners vinden afval scheiden belangrijk, toch geeft meer dan een derde aan de herbruikbare grondstoffen nog best wat beter te kunnen scheiden van het restafval, maar dit nog niet altijd te doen. Een derde van de inwoners geeft overigens nu al aan amper restafval over te houden. Vaakst genoemde knelpunten zijn dat men extra scheidingsmiddelen zoals een extra container nodig heeft (genoemd door een kwart van de inwoners), dat men niet voldoende ruimte voor opslag heeft (een vijfde van de inwoners) en dat men meer informatie nodig heeft over de scheidingsregels (ook één op de vijf inwoners). Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de ophaalfrequentie aan huis van restafval, gft, papier en karton en pbd, voor acht à negen op de tien inwoners voldoende is. Bijna de helft van de inwoners vindt zelfs dat de ophaalfrequentie van restafval en gft lager mag (restafval 42%, gft 46%). Voor de ophaalfrequentie van oud papier geldt dat 30% van de inwoners van Mierlo, waar het papier vierwekelijks opgehaald wordt, dat dit vaker zou mogen. In Geldrop, waar het papier tweewekelijks opgehaald wordt, is dat slechts 9%. Tenslotte zou één vijfde van de inwoners graag zien dat het pbd vaker zou worden opgehaald.

Zes van de tien bewoners van een appartement zou keukenafval gaan scheiden met een speciaal zakje in het restafval. Een kwart van de bewoners van een grondgebonden woning, die een gft-container gebruikt, zou het gft beter gaan scheiden met een dergelijk zakje en drie van de tien bewoners van een grondgebonden woning zou afval beter gaan scheiden wanneer zij een aanrechtbakje in gebruik zouden nemen voor het keukenafval. Geconcludeerd kan dus worden dat beide opties het scheiden van keukenafval kunnen verbeteren. Uit open vragen komt vaak naar voren dat voorlichting over zowel de afvalscheidingsregels als motiverende campagnes een bijdrage zou kunnen leveren aan verbetering van de afvalscheiding in Geldrop-Mierlo. Daarnaast geven inwoners aan dat het verbeteren van de dienstverlening in de milieustraat (kosten en locatie), zou ervoor kunnen zorgen dat herbruikbaar grof vuil beter gescheiden wordt. 3.5 Eerste reacties op wijzigingen op mogelijke wijzigingen in de afvalinzameling Vijf van de tien inwoners van Geldrop-Mierlo wil geen minicontainer voor papier, vier van de tien inwoners wil dat juist wel en een tiende twijfelt nog. Onder inwoners die nu al goed scheiden en tevreden zijn met de voorzieningen, is het enthousiasme over een extra minicontainer minder groot dan onder inwoners die het afval nog minder goed scheiden en een hoge aanbiedfrequentie van restafval hebben.

Diftar wordt door een grote meerderheid van de inwoners van Geldrop-Mierlo, namelijk 85%, omarmd. 5% van de inwoners hebben een voorkeur voor een vast tarief voor iedereen, waaronder relatief veel mensen die veel restafval produceren en minder tevreden zijn over de afvalinzameling in Geldrop-Mierlo. Meer afvalstoffenheffing betalen voor nascheiding vindt slechts 3% van de inwoners een goed idee. Vier van de tien inwoners van Geldrop-Mierlo is bereid om het restafval naar een ondergrondse container in de buurt te brengen, de helft van de inwoners is hiertoe niet bereid. Een vergelijking met eerdere onderzoeken die wij uitvoerden is het draagvlak voor omgekeerd inzamelen groot, ook al is een meerderheid geen voorstander. Dat is opmerkelijk, omdat in de vragenlijst niet is aangekondigd dat de dienstverlening op de herbruikbare afvalsoorten bij omgekeerd inzamelen uitgebreid wordt. Het verlagen van de ophaalfrequentie van restafval is voor de meeste van de inwoners van Geldrop-Mierlo zeker mogelijk: voor één op de zes inwoners is het nodig om het restafval tweewekelijks op te halen. Een derde van de inwoners vindt maandelijks voldoende en de helft van de inwoners vindt eens in de zes weken of minder voldoende vaak. Met name relatief jonge inwoners met grotere gezinnen en inwoners met weinig opslagruimte hebben behoefte aan een tweewekelijkse inzamelfrequentie.

Marintel onderzoek en advies

32

Einde rapport

Rapportage door Marintel Onderzoek en Advies mira@marintel.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=18b06a97-5329-450c-b78f-58c5ce5906bf