CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

DEF Wijzigingentabel APV 2025 (2581917) (4.0)

Commissie Algemene Zaken 10 juni 2025, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Actualisatie APV 20253.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzichtstabel wijzigingen APV Geldrop-Mierlo 2025

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen

Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen

1. Het is verboden in het belang van de openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en het milieu ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op alle openbare plaatsen, met uitzondering van de openbare plaatsen op Korte Kerkstraat in Geldrop, Heuvel in Geldrop, en Margrietstraat in Mierlo zoals aangegeven op de bij dit artikel behorende tekeningen.

1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatmuzikant, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.

2. In aanvulling op het eerste lid gestelde verbod geldt dat straatartiesten, straatmuzikanten, straatfotografen, tekenaars, filmoperateurs of gidsen uitsluitend op werkdagen en zaterdagen mogen optreden op de in dat lid genoemde openbare plaatsen waar het is toegestaan om als straatmuzikant op te treden en per plaats daar gedurende maximaal twee uur per dag mogen optreden.

2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Reden wijziging

Deze wijziging vindt plaats omdat de raad niet bevoegd is om (middels een verordening) gebieden, zoals bedoeld in artikel 2:9 van de APV, aan te wijzen of aanvullende regels te stellen. Dit is namelijk een burgemeestersbevoegdheid, gebaseerd op artikel 174 van de Gemeentewet. Artikel 2:9 van de APV is in de huidige vorm in strijd met hogere regelgeving. De gebieden worden daarom door de burgemeester aangewezen in ‘Het uitvoeringsbesluit en aanwijzingsbesluit behorend bij de Algemene plaatselijke verordening gemeente Geldrop-Mierlo 2025’ (hierna: Uitvoerings- en aanwijzingsbesluit). Tevens zullen de beperkingen uit lid 2 van de APV worden geschrapt en in het Uitvoerings- en aanwijzingsbesluit worden opgenomen.

3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg

1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten op voetpaden en van 3 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,5 m wordt gelaten op voetpaden en van 3 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen en andere infrastructuur voor elektrische motorvoertuigen, terrassen, uitstallingen, reclameborden en verkiezings- en referendumborden.

3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen en andere infrastructuur voor elektrische motorvoertuigen, terrassen, uitstallingen, reclameborden en verkiezings- en referendumborden.

Aanpassing van artikel 2:10 zorgt voor betere leesbaarheid en duidelijkere regels. Met twaalf leden en verschillende uitzonderingen zijn de regels niet duidelijk voor een burger/inwoner. Tevens is er sprake van tegenstrijdigheden. Daarom is kritisch bekeken naar de inhoud van alle leden en waar mogelijk zijn leden samengevoegd. Daarom zijn alle uitzonderingen op de hoofdregel, die eerder in verschillende leden waren genoemd, nu samengevoegd in lid 6. Daarnaast is beoordeeld welke artikelleden naar nadere regels kunnen worden overgeheveld en welke regels volledig geschrapt kunnen worden. Lid 3 geeft het college de bevoegdheid om nadere regels ten aanzien van reclame, verkiezingen en referenda te stellen. Daarom is het tegenstrijdig dat leden 8, 9 en 10 enkele nadere regels hierover bevatten. De inhoud van deze leden wordt, voor zover het om verkiezingsreclame gaat, daarom onder lid 6 opgenomen of in het Aanwijzingsbesluit verkiezingsreclame Geldrop-Mierlo 2025. Dit aanwijzingsbesluit is nog niet

Overzichtstabel wijzigingen APV Geldrop-Mierlo 2025 vastgesteld. Het wordt kort nadat de APV is vastgesteld naar het college gebracht.

4. Het bevoegd bestuursorgaan kan in afwijking van het verbod in het eerste lid een vergunning “privaat laden in de openbare ruimte” verstrekken om onder voorwaarden tijdelijk toe te staan dat een oplaadkabel voor elektrische voertuigen over de stoep wordt gelegd.

4. Het bevoegd bestuursorgaan kan in afwijking van het verbod in het eerste lid een vergunning “privaat laden in de openbare ruimte” verstrekken om onder voorwaarden tijdelijk toe te staan dat een oplaadkabel voor elektrische voertuigen over de stoep wordt gelegd.

5. Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een periode van maximaal 2 weken ontheffing verlenen van het verbod in het eerste en achtste lid. Met dien verstande dat ontheffing van het bepaalde in lid 8 onder a uitsluitend mogelijk is voor de aankondiging van incidentele, niet commerciële activiteiten.

5. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste en zevende lid. Met dien verstande dat ontheffing van het bepaalde in lid 7 onder a uitsluitend mogelijk is voor de aankondiging van incidentele, niet commerciële activiteiten.

6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.

6. Het verbod in het eerste en zevende lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, onder de voorwaarde dat het verkeer niet wordt gehinderd of in gevaar wordt gebracht; d. containers en luchtbuizen, wanneer deze voor een periode van maximaal twee weken worden geplaatst en onder de voorwaarde dat voorafgaand aan de plaatsing een melding wordt gedaan bij het bevoegd gezag; e. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend; f. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Lid 6, onder d wordt toegevoegd zodat de APV de huidige werkwijze reflecteert. In het belang van vermindering van regeldruk is het wenselijk dat containers en luchtbuizen kortdurend in de openbare kunnen worden geplaatst zonder dat daar een aanvraag voor moet worden ingediend. Een melding is dan voldoende.

7. Het is in het belang van de woon- en leefomgeving verboden: a. Voorwerpen waaronder reclameborden en driehoeksborden die betrekking hebben op de aankondiging van zowel (incidentele) commerciële activiteiten als (incidentele) niet commerciële activiteiten op, aan, boven, of zichtbaar vanaf de weg te plaatsen; b. Spandoeken op, aan of boven de weg te plaatsen.

Lid 12 (oud) is verplaatst naar lid 8. Tevens is de zinsnede ‘de vergunning bedoeld in het vierde lid’ toegevoegd. Dit is bij het toevoegen van lid 4 aan artikel 2:10tijdens de vorige APV wijziging per abuis niet meegenomen.

7. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 8. Het is in het belang van de woon- en leefomgeving verboden: a. Voorwerpen waaronder reclameborden en driehoeksborden die betrekking hebben op de aankondiging van zowel (incidentele) commerciële activiteiten als (incidentele) niet commerciële activiteiten op, aan, boven, of zichtbaar vanaf de weg te plaatsen; b. Spandoeken op, aan of boven de weg te plaatsen. 9. Het verbod in het eerste en achtste lid is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, waaronder verkiezings- of referendumuitingen, onder de voorwaarde dat het verkeer niet wordt gehinderd of in gevaar wordt gebracht. 10. In afwijking van het vijfde lid mogen verkiezings- of referendumuitingen vanaf 3 weken voor de verkiezingen/het referendum op, aan, boven of zichtbaar vanaf de weg worden geplaatst en moeten uiterlijk 2 weken na de verkiezingen/het referendum weer verwijderd zijn. 11.

In afwijking van het vijfde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit één van de volgende activiteiten betreft:

8. Op de vergunning bedoeld in het vierde lid en de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

De maximale termijn van twee weken in lid 5 wordt geschrapt. In plaats daarvan wordt aansluiting gezocht bij de model-APV van VNG waarin staat dat het college ontheffing kan verlenen van het verbod, zonder dat daaraan een maximale termijn wordt gebonden. In de praktijk is namelijk gebleken dat de beperking van twee weken een belemmering vormt waarvan niet (onderbouwd) afgeweken kan worden. Bovendien biedt lid 3 ruimte om nadere regels te stellen waarin termijnen kunnen worden opgenomen voor bepaalde soorten ontheffingen.

Lid 7 (oud) is verplaatst naar lid 6. Lid 8 (oud) is verplaatst naar lid 7 Lid 9 (oud) is verplaatst naar lid 6, met uitzondering van zinsnede ‘waaronder verkiezings- of referendumuitingen’, omdat de verkiezingen en referenda door nadere regels in het Aanwijzingsbesluit verkiezingsreclame Geldrop-Mierlo 2025 zullen worden beheerd. Zie hierover ook opmerking over lid 3. Lid 11 (oud) vindt zijn oorsprong in de Wabo. Wabo is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingetrokken. Dit artikellid is uit de model-APV geschrapt, maar per abuis niet uit de APV van Geldrop-Mierlo. Dit wordt nu alsnog gedaan.

Overzichtstabel wijzigingen APV Geldrop-Mierlo 2025 a. het opslaan van roerende zaken op de weg of een weggedeelte in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente; b. het als eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat in een daarbij aangewezen gedeelte van de gemeente roerende zaken worden opgeslagen. 12. Op de ontheffing bedoeld in het vijfde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:54 Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats 1. Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op of aan een openbare plaats of het openbaar water een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden. 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 3. Het in het eerste lid bepaald geldt niet voor vrachtwagenchauffeurs die bij de uitoefening van hun beroep in de cabine van hun vrachtwagen overnachten. Artikel 2:61a Slapen op of aan een openbare plaats 1.

Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op of aan een openbare plaats of het openbaar water een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of ander onderkomen als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden. 2. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. 3. Het in het eerste lid bepaald geldt niet voor vrachtwagenchauffeurs die bij de uitoefening van hun beroep in de cabine van hun vrachtwagen overnachten.

-

Het gebruik van openbare plaats als slaapplaats was geregeld in artikel 2:61a van de APV 2024. Nu met de laatste wijziging van het model van de VNG een gelijkluidend verbod werd opgenomen in artikel 2:54, is ervoor gekozen om het artikel te verplaatsen/hernummeren zodat het in overeenstemming is met het artikelnummer in de model-APV. De inhoud is gelijk gebleven.

Zie toelichting bij artikel 2:54 van de APV

Overzichtstabel wijzigingen APV Geldrop-Mierlo 2025 Artikel 5:8 Grote voertuigen

Artikel 5:8 Grote voertuigen

1. Het is verboden in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente en de verdeling van beschikbare parkeerplaatsen een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een breedte van meer dan 2,1 meter te plaatsen of te hebben op alle openbare plaatsen.

1. Het is verboden in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente en de verdeling van beschikbare parkeerplaatsen een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een breedte van meer dan 2,1 meter te plaatsen of te hebben op alle openbare plaatsen.

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet tussen 07.00 uur en 22.00 uur gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet tussen 07.00 uur en 22.00 uur gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

3. In afwijking van het eerste lid is het verboden om het in lid 1 bedoelde voertuig langer dan 30 dagen te plaatsen of te hebben op:

3. In afwijking van het eerste lid is het verboden om het in lid 1 bedoelde voertuig langer dan 30 dagen te plaatsen of te hebben op:

O industrieterrein Spaarpot te Geldrop; O industrieterrein Spaarpot-Oost te Geldrop; O het gedeelte van industrieterrein Hooge Akker vanaf het Dafterrein tot de bovengrondse Hoogspanningsleiding te Geldrop; O Tramweg te Mierlo; O Nijverheidsweg te Mierlo; O Industrieweg te Mierlo; O Haesweg.

O industrieterrein Spaarpot te Geldrop; O industrieterrein Spaarpot-Oost te Geldrop; O het gedeelte van industrieterrein Hooge Akker vanaf het Dafterrein tot de bovengrondse Hoogspanningsleiding te Geldrop; O parkeerterrein bij sportvelden aan de Winde te Geldrop; O Tramweg te Mierlo; O Nijverheidsweg te Mierlo; O Industrieweg te Mierlo; O Haesweg.

4. Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan van de in het eerste en derde lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4. Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 5. Het college kan van de in het eerste en derde lid gestelde verboden ontheffing verlenen. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Bij de vorige wijziging van de APV is het parkeerterrein bij sportvelden aan de Winde te Geldrop per abuis weggevallen. Dit wordt nu weer hersteld.

Overzichtstabel wijzigingen APV Geldrop-Mierlo 2025 Afdeling 9. Verstrooiing Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. 2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. 4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

De tekst van Afdeling 9. Verstrooiing komt uit de model-APV van de VNG, waarbij gekozen is voor de variant waarin wordt aangegeven waar het verstrooien van as niet is toegestaan. Asverstrooiing is om uiteenlopende redenen niet op alle plaatsen even wenselijk. Dit geldt zeker voor plaatsen waar de as niet of nauwelijks in de bodem kan worden opgenomen en door de wind kan gaan dwarrelen. Dit speelt met name een rol op stoepen, straten, pleinen en dergelijke. Daarom is er een verbod opgenomen voor het verstrooien van as op de verharde delen van de weg. Gezien de mogelijke overlast die asverstrooiing op straten en dergelijke kan opleveren voor derden en de kans op het snelle verwaaien van de as, is het overigens niet waarschijnlijk dat nabestaanden de verharde delen van de weg zullen uitkiezen als plaats om de as te verstrooien. Het verbod zal dus naar verwachting geen wezenlijke beperking opleveren voor nabestaanden. Het verstrooien van as is een emotionele gebeurtenis. Zowel voor nabestaanden als voor omstanders die ermee worden geconfronteerd. Het is daarom van belang dat omstanders geen hinder ondervinden van de activiteit op zich en van de as die na de activiteit wordt achtergelaten. Een typerend voorbeeld is het verstrooien van as in de nabijheid van een groep mensen, terwijl er een stevige bries die kant uitwaait. Dit levert vanzelfsprekend een onwenselijke situatie op.

Ook tot enige tijd na de verstrooiing kan as, bijvoorbeeld op de hiervoor aangegeven wijze, hinder opleveren voor omstanders. Daar moet tijdens het verstrooien rekening mee worden gehouden. Dit kan door de as bijvoorbeeld over een groter oppervlak te verspreiden, zodat deze eerder in de bodem wordt opgenomen. Een ander voorbeeld in dit geval is het verstrooien vanaf een gebouw of vanaf een balkon. Er zijn genoeg situaties denkbaar waarin dit hinder oplevert voor het publiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=6568a8ab-7bb7-4c74-a563-e7e675e32e67