CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Kader Huishoudelijke grond- en afvalstoffen 2026-2030

Commissie Algemene Zaken 19 januari 2026, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Concept Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen 2026-20305.513 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorblad

Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen Geldrop-Mierlo 2026-2030

1.Inleiding Voor een toekomstbestendig Geldrop-Mierlo en leefbare, groene wijken in onze dorpen werkt Gemeente Geldrop-Mierlo continu aan optimale inzameling van huishoudelijk afval. Met dit Kader voor huishoudelijke grond- en afvalstoffen stelt de gemeenteraad de richting en randvoorwaarden vast voor de wijze waarop het college invulling geeft aan de wettelijke taken inzake afvalinzameling. Daarbij hebben we twee doelen voor ogen: 1. voldoen aan de landelijke doelstellingen; 2. maatregelen treffen die aansluiten bij strategische thema’s in onze gemeente. Het huidige beleid is vastgelegd in het Grond- en Afvalstoffenplan 2022-2025, waarmee de gemeente Geldrop-Mierlo al goed op weg is om de landelijke afvaldoelstellingen te behalen. Om in de toekomst te blijven voldoen aan de landelijke doelstellingen, en daarbovenop onze gemeentelijke ambities te behalen, is het noodzakelijk het afvalbeleid te actualiseren. Het kader Huishoudelijke grond- en afvalstoffen, aangevuld door een jaarlijkse uitvoeringsagenda, vervangt het Grond- en Afvalstoffenplan. Naast onze wettelijke taak op basis van de Wet Milieubeheer, benutten we dit kader ook om een bredere maatschappelijke bijdrage te leveren. Denk hierbij aan het versterken van de leefbaarheid in de wijken, het verbeteren van de openbare ruimte en het stimuleren van circulariteit.

De gemeente houdt hierbij rekening met de afvaldriehoek van kosten, service en duurzaamheid. Het kader geeft richting aan de keuzes die de komende jaren gemaakt moeten worden, zodat de maatregelen passen bij het karakter van Geldrop-Mierlo en er tegelijk voor zorgen dat we bijdragen aan de landelijke ambities. Het kader geldt voor meerdere jaren. Mochten er in de toekomst ontwikkelingen zijn waardoor (een deel van) het kader moet worden aangepast, dan pakken we dat op. Daarnaast bekijken we ieder jaar of er thema’s zijn die vragen om een actualisatie.

1

2. Doel en reikwijdte Dit kader benadert huishoudelijke grond- en afvalstoffen vanuit een integraal maatschappelijk perspectief. Door maatregelen in dit kader af te wegen, komt men tot oplossingen die bijdragen aan landelijke en lokale duurzaamheidsdoelstellingen en tegelijkertijd leefbaarheid in onze gemeente waarborgen. In de loop der jaren is het taakveld Afval van een milieukundige, logistieke discipline veranderd naar een vakgebied waar kennis van gedragsverandering en maatschappelijk context onmisbaar is. In dit kader wordt het taakveld Afval gezien als een discipline die even sterk verweven is met de sociale omgeving als met de ruimtelijke omgeving. Desondanks is het kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen primair bedoeld om invulling te geven aan onze verplichting volgens de Wet Milieubeheer om huishoudelijk afval in te zamelen en de VANGdoelstelling om een zo hoog mogelijk scheidingsrendement te behalen. Wet Milieubeheer Het scheiden van huishoudelijk afval is in Nederland sinds 1 juli 2020 wettelijk verplicht voor gemeenten, volgens de Wet milieubeheer en het Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen. Dit betekent dat gemeenten verplicht zijn om verschillende afvalstromen zoals gftafval, papier, metaal, kunststof, glas, textiel en elektronica gescheiden in te zamelen bij alle huishoudens.

VANG doelstellingen Het Rijksprogramma Van Afval naar Grondstof (VANG) heeft vanaf 2015 voor alle Nederlandse gemeenten als streefdoel: de gemiddelde hoeveelheid restafval per inwoner terugbrengen tot onder de 100 kilo. Daar zijn gemeenten goed mee aan de slag gegaan en dat leidde al tot veel minder restafval. Helaas blijkt niet al het gescheiden afval geschikt voor recycling en wordt een deel alsnog verbrand. Ook ligt er vanuit Europa een nieuwe norm: in 2030 moet 60% van al ons afval gerecycled worden, in 2035 is dit 65%. Van enkel zo min mogelijk kilo’s restafval houdt de doelstelling ook rekening met een percentage van het totale huishoudelijke afval dat daadwerkelijk gerecycled wordt. Bron: Besluit gescheiden inzameling huishoudelijke afvalstoffen van 18 juni 2020 (Stcrt. 2020, 197) en Richtlijn van het Europees parlement en de Raad van 19 november 2018 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbL 2008, 312)

Het kader geldt voor alle activiteiten met betrekking tot huishoudelijk afval – waaronder afvalinzameling en -verwerking, woningbouw- en gebiedsontwikkeling, gedragsbeïnvloeding met behulp van communicatie en handhaving. Bedrijfsafval en zwerfafval zijn beide weliswaar aangrenzende problematiek, maar vallen niet primair binnen dit kader. Het kader is voor de periode 2026-2030 richtinggevend voor het college en alle betrokken beleidsvelden van gemeente Geldrop-Mierlo en is tevens het uitgangspunt voor de dienstverlening van Cure Afvalbeheer.

2

3. Relatie met visie en strategie Het Kader huishoudelijke grond- en afvalstoffen sluit aan bij de ambitie uit de Visie Geldrop-Mierlo 2044 om restafval te reduceren, zoals omschreven in het thema Duurzaamheid in de omgevingsvisie. In de visie is circulariteit expliciet benoemd: waar we nu in termen van afval denken, moeten we gaan denken in termen van hergebruik van producten, materialen en grondstoffen. Duurzaamheid en circulariteit betekenen in de context van huishoudelijk afval dat we beter, slimmer en langer met onze grondstoffen moeten omgaan. Het doel in de strategie 2026-2029, als onderdeel van het perspectief Toekomstbestendig Geldrop-Mierlo, is dat in 2035 65% van het huishoudelijk afval recyclebaar is. Deze doelstellingen zijn in lijn met het landelijke afvalbeleid, dat gericht is op het reduceren van de hoeveelheid restafval en het beter scheiden van het huishoudelijk afval. Restafval per inwoner In Geldrop-Mierlo werd in 2025 114 kilo restafval per inwoner ingezameld. Daarmee halen we de landelijke VANG-doelstelling van 100 kilo restafval per inwoner in 2025 nog niet, maar naderen we deze doelstelling gestaag. De recycledoelstelling van 65% herbruikbare grondstoffen in 2035 is ook nog niet behaald. Wel hebben we in Geldrop-Mierlo de recycledoelstelling van 60% in 2035 behaald met 60% in 2024.

Het streven was de hoeveelheid restaval, door vast te houden aan diftar, per inwoner terug te dringen naar 75 kg. Ook is de landelijke ambitie overgenomen om in 2050 nagenoeg 100% circulair te zijn.

Huishoudelijk restafval per inwoner (kg) 150

140,6 134,9

140 130

115,4

kg

120

111,8

116,2

114,7 Geldrop-Mierlo

110

VANG doelstelling

100 90 80

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Voor de scope van dit kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen betekent dit dat we streven naar: -

minder (rest)afval per huishoudens – het ontstaan van (niet-recyclebaar) afval voorkomen en beperken hoog scheidingsrendement van afvalstoffen – zo goed en schoon mogelijk scheiden om grondstoffen zo hoogwaardig mogelijk te kunnen recyclen

3

Daarnaast sluit dit kader aan bij het perspectief Sterke wijken uit de Visie Geldrop-Mierlo 2044, specifiek bij de ambities om leefbaarheids- en veiligheidsgevoel en een gezonde leefomgeving te realiseren. In de hoofdlijnen van de visie is opgenomen dat een schone omgeving bijdraagt aan leefbaarheid. Overlast door het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval doet afbreuk aan de leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Daarom streven we ook naar: -

een opgeruimd straatbeeld in de wijken – het verkeerd aanbieden van huishoudelijk afval voorkomen en ingrijpen op vervuiling

4

4. Uitgangspunten en definities 4.1 Afvaldriehoek Plus: duurzaamheid, kosten en service + leefbaarheid Bij het opstellen van beleid voor huishoudelijk afval wordt over het algemeen de afweging gemaakt tussen de drie punten uit de afvaldriehoek: duurzaamheid, kosten en service. In Geldrop-Mierlo wordt leefbaarheid als vierde punt afgewogen, gezien de verwevenheid van afvaloverlast en leefbaarheid van onze wijken. -

Onder ‘duurzaamheid’ verstaan we in de context van afval het optimaal hergebruiken van afvalstoffen als grondstof. Ook het voorkomen van afval door minder of anders te consumeren valt onder de noemer ‘duurzaamheid’. Tot slot streven we ernaar om een langdurig houdbaar afvalinzamelsysteem te creëren. ‘Kosten’ gaat in eerste instantie over de kosten die een inwoner betaalt in de vorm van afvalstoffenheffing. De hoogte van de afvalstoffenheffing vloeit voornamelijk voort uit de kosten voor het ophalen en verwerken van het afval. Naast de kosten voor de inwoner wordt in dit punt ook de gemeentelijke kosten voor bijvoorbeeld straatreiniging en handhaving meegewogen. De mate van ‘service’ is te omschrijven als het gemak om afvalstoffen gescheiden aan te bieden. Indicatoren zijn onder andere de ophaalfrequentie van de afvalstromen en de aanwezige inzamelmiddelen. Afwegingen in het kader van ‘leefbaarheid’ gaan over de impact van maatregelen op de kwaliteit van de leefomgeving, de woonsituatie en het straatbeeld.

-

-

-

Het college maakt op lokale schaal bij elke set van maatregelen een afweging tussen duurzaamheid, kosten, service en leefbaarheid. Afvaldriehoek in (inter)nationaal beleid: financiële maatregelen restafval Ook de nationale en Europese overheid zet het principe van de afvaldriehoek in de vorm van een financieel instrumentarium in om gemeenten te stimuleren meer en beter grondstoffen te scheiden. -

-

Afvalstoffenbelasting (beter bekend als verbrandingsbelasting) is een nationale belasting van €37,50 per ton restafval dat wordt verbrand, bovenop het poorttarief van de afvalverwerker. Een verhoging van deze belasting per 2028 is aangekondigd. CO2-heffing is een internationale heffing die het verbranden van restafval financieel nog onaantrekkelijker maakt. De exacte hoogte hiervan wordt bepaald wordt door de hoeveelheid fossiele materialen in het restafval.

Brancheorganisatie NVRD heeft een rekentool ontwikkeld die inzichtelijk maakt wat de kosten voor het verbranden van restafval per inwoner per jaar zullen zijn ten gevolge van dit nieuwe (inter)nationale beleid, bij een gelijkblijvende de hoeveelheid restafval. Jaar 2026 2030 2035

Huidige financiële maatregelen € 10,24 € 19,00 € 21,12

Toekomstige financiële maatregelen € 10,24 € 34,20 € 34,31 5

Het is voor gemeenten en haar inwoners dus niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt, maar ook vanuit kosten van belang om alle bruikbare grondstoffen uit huishoudelijk afval te recyclen en alleen het overgebleven restafval te verbranden. Bron: Kabinet kondigt forse tariefstijging afvalverbranding aan vanaf 2028 - NVRD, nvrd.nl

4.2 DifTar en bronscheiding als leidend uitgangspunt om afvalscheiding te stimuleren Het huidige afvalbeleid in Geldrop-Mierlo is gebaseerd op DifTar (gedifferentieerd tarief) en bronscheiding. Alle gemeenten hebben zich geconfirmeerd aan de doelstellingen om recyclebare stromen uit het restafval te houden. Het staat gemeenten vrij te kiezen welke scheidingsmethodiek en (financiële) stimulans daarvoor worden ingezet. Gemeente Geldrop-Mierlo hanteert de scheidingsmethodiek bronscheiding, waarbij alle recyclebare stromen gescheiden worden ingezameld. Om inwoners te stimuleren tot het gewenste scheidingsgedrag zet gemeente Geldrop-Mierlo sinds 2018 het DifTar-principe in als financiële prikkel. Dit principe houdt in dat alle inwoners een deel vaste afvalstoffenheffing betalen, en daarbovenop een variabel bedrag afhankelijk van het aantal ledigingen rest- en GFT/E-afval. Afvalstoffenheffing Alle kosten voor afvalinzameling komen direct ten laste van de burger via jaarlijkse afvalstoffenheffing. In Geldrop-Mierlo werken we met het DifTar-principe, waarbij alle inwoners een deel vaste afvalstoffenheffing betalen, en daarbovenop een variabel bedrag afhankelijk van het aantal ledigingen rest- en GFT/E-afval. De gemeenteraad bepaalt elk jaar de hoogte van de afvalstoffenheffing.

Onderzoek naar de totale afvalstoffenheffing per huishouden in verschillende gemeenten in de regio leert dat Geldrop-Mierlo een zeer schappelijke tariefstelling voor afvalstoffenheffing hanteert. Landelijke Benchmark Afvalinzameling In 2024 heeft 59% van de gemeenten DifTar ingevoerd. Bijna alle gemeenten die de VANGdoelstelling behalen hebben sinds de aanvang van het VANG-programma in 2015 een vorm van financieel belonen geïmplementeerd. DifTar-gemeenten Niet-DifTargemeenten

Gemeenten (%) 59 41

Recyclepercentage (%) 65 49

Restafval per inwoner (kg) 107 183

De Landelijke Benchmark Afvalinzameling laat zien dat gemeenten die DifTar hanteren een aanzienlijk hoger gemiddeld recyclepercentage hebben dan gemeenten die dat niet doen. Ook het verschil in hoeveelheid restafval is groot: DifTar-gemeenten hebben 42% minder restafval dan de groep gemeenten zonder DifTar. De benchmark toont bovendien aan dat de afvalbeheerskosten in gemeenten met DifTar gemiddeld 14% lager zijn. Bron: NVRD (2025), Benchmark Huishoudelijk Afval – Analyserapport Peiljaar 2024 Hoewel er door verschillende belanghebbenden in de afgelopen jaren vraagtekens geplaatst zijn bij deze principes, laat de landelijke benchmark zien dat ze duidelijk effect hebben op de resultaten die gemeente Geldrop-Mierlo behaalt op het gebied van afvalscheiding. Tegelijkertijd ontwikkelen de

6

mogelijkheden voor afvalscheiding zich snel. Ontwikkelingen op het vlak van techniek, innovatie en nieuwe beleidsinstrumenten volgen we op de voet. Het kader Huishoudelijke Afval- en Grondstoffen en de bijbehorende uitvoeringsagenda gaan uit van behoud van deze beleidsprincipes. Wel vragen de kwaliteit van de gescheiden afvalstromen en de verschijnselen bijzet en zwerfafval extra aandacht. Het is in die context denkbaar om in delen van de gemeente al eerder een ander afvalscheidingsprincipe te hanteren. Gezocht wordt naar de meest effectieve combinatie van systemen binnen de afvaldriehoek. 4.3 Cure Afvalbeheer Afvalinzameling en -verwerking zijn voor Geldrop-Mierlo ondergebracht in de Gemeenschappelijke Regeling Cure. De GR Cure is een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo en opereert onder de werknaam Cure Afvalbeheer. Ondanks deze intensieve samenwerking stelt de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo de kaders voor het beleid voor afval- en grondstoffenbeheer in onze gemeente vast. Het college van burgemeester en wethouders werkt het beleid uit in uitvoeringsagenda, in samenwerking met Cure Afvalbeheer. Zowel het kader als de uitvoeringsagenda zijn tot stand gekomen door middel van een intensieve samenwerking tussen de gemeenten en Cure Afvalbeheer.

Maatregelen die hierin voorgesteld worden moeten uitvoerbaar zijn binnen de mogelijkheden van Cure Afvalbeheer op het vlak van personeel, technologie en logistiek. Via de GR Cure kan de gemeenteraad sturing geven aan de bedrijfsvoering van Cure Afvalbeheer. Op die manier kan bijvoorbeeld aangestuurd worden op het terugdringen van energieverbruik of CO2uitstoot, ongeacht het gemeentelijk afvalbeleid. Cure Afvalbeheer voert afvalinzameling en aangrenzende diensten uit, en is het eerste aanspreekpunt voor inwoners voor vragen of meldingen over huishoudelijk afval. Het is denkbaar dat Cure Afvalbeheer onderaannemers inhuurt voor specifieke diensten. 4.4 Samenhang andere beleidsvelden Voor succesvol afvalbeleid is het cruciaal dat het taakveld Afval zowel in de beleidsvorming als uitvoering nauw samenwerkt met disciplines in de ruimtelijke omgeving en de sociale omgeving. Bij de totstandkoming van dit kader zijn de taakvelden Projectleiding Ruimte, Buitendienst, Leefbaarheid en Veiligheid, Communicatie, Wijkontwikkeling, Inclusie en Duurzaamheid intensief betrokken. Zowel voor het kader als de uitvoeringsplannen is het belangrijk om het speelveld continu integraal te benaderen: plannen betreffende huishoudelijk afval moeten aansluiten bij ontwikkelingen van andere disciplines en vice versa, en elkaar idealiter versterken.

In de dagelijkse praktijk moet het taakveld Afval sterker geïntegreerd worden in de werkzaamheden van de betrokken beleidsvelden (zoals hierboven genoemd) en aangrenzende beleidsvelden (zoals Facilitaire zaken en Economie). Om hier invulling aan te geven wordt separaat een samenwerkingsnotitie uitgewerkt.

7

5.

Kaders voor huishoudelijk afval

5.1 Maatregelen voor huishoudelijk afval moeten integraal benaderd worden De raad stelt vast dat maatregelen voor huishoudelijk afval altijd integraal moeten worden beoordeeld, voordat ze in uitvoering worden gebracht. Daarbij gelden de uitgangspunten van de afvaldriehoek — duurzaamheid, kosten en service — en leefbaarheid als leidend afwegingskader. De raad bepaalt dat het college bij beleidsvoorstellen duidelijk zichtbaar maakt hoe deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Een maatregel voor huishoudelijk afval staat nooit op zichzelf: de focus op een enkele afvalstroom heeft onontkoombaar effect op andere afvalstromen. Een maatregel gericht op kosten heeft volgens de afvaldriehoek gevolgen voor service of duurzaamheid, en interventies gericht op leefbaarheid hebben ongetwijfeld effect op het beheer van de openbare ruimte of andere vakgebieden. Daarom is het niet voldoende om maatregelen voor huishoudelijk afval vanuit een enkel perspectief te beoordelen. Maatregelen in de uitvoeringsagenda voor huishoudelijke grond- en afvalstoffen moeten integraal benaderd worden, voor besloten wordt deze tot uitvoering te brengen. Niet alleen om de kans van slagen van een maatregel te vergroten, maar ook om de maatschappelijke discussie gefundeerd te voeren.

5.2 Afvalinzameling moet bijdragen aan de vermindering van grondstoffenschaarste De gemeenteraad stelt vast dat afvalinzameling in Geldrop-Mierlo structureel moet bijdragen aan het verminderen van grondstoffenschaarste en aan de overgang naar een circulaire economie. De raad bepaalt dat: -

-

Het DifTar-principe (‘de vervuiler betaalt’) leidend blijft als financieel-prikkelend instrument om afvalscheiding te bevorderen. Het college bij de uitvoering stuurt op vermindering van restafval en verhoging van het scheidingsrendement, met als richtpunt maximaal 75 kg restafval per inwoner per jaar en minimaal 65% hergebruik van grondstoffen. De gemeente elk kwartaal sorteeranalyses uitvoert en de resultaten gebruikt om beleid en uitvoering te toetsen aan deze kaders.

Als gemeente hebben we een sleutelpositie in de keten van de inwoner als consument tot aan de verwerking van het afval. De uitdaging voor de komende jaren is om deze sleutelpositie in de keten optimaal te gaan gebruiken voor het zetten van stappen in de richting van de circulaire economie. 5.3 Afvalinzameling moet bijdragen aan leefbaarheid in onze wijken De raad stelt vast dat maatregelen om afval te verminderen of afvalscheiding te verbeteren op zichzelf niet mogen leiden tot een toename van negatieve verschijnselen in het kader van leefbaarheid, zoals bijzet, een vervuild straatbeeld en ongedierte. Inzameling van afval vindt onvermijdelijk plaats in de openbare ruimte. Het scheiden van huishoudelijk afval begint al bij onze inwoners in huis en het voorkomen van afval grijpt zelfs aan op de dagelijkse consumentengewoonten van huishoudens. Daarmee is huishoudelijk afval nauw verweven met 8

leefbaarheid in de wijken van gemeente Geldrop-Mierlo. Alle beleidskeuzes en maatregelen hebben niet alleen een ruimtelijke impact, maar ook een sociale impact. In de praktijk is het onwaarschijnlijk dat er een directe oorzaak-gevolg-relatie tussen de scheidingsmethodiek voor huishoudelijk afval en leefbaarheid in de wijk is. Uit gesprekken met bewoners en betrokken professionals blijkt echter dat inwoners dit wel zo ervaren. Bij ongewenste effecten op leefbaarheid wordt integraal onderzocht welke gedragingen en gevolgen leiden tot het uiteindelijke effect, zodat op het juiste punt een (gedrags)interventie kan worden ingezet. We gebruiken daarbij de verschillende bewonerstypen (activistische bewoner, betrokken bewoner, gehinderde bewoner, onverschillige bewoner) en hun gedragingen als leidraad. 5.4 In elk gebied moet afvalinzameling passend zijn voor de ruimtelijke en maatschappelijke context Een passende oplossing voor afvalinzameling is afhankelijk van de ruimtelijke en sociale kenmerken van een gebied. Niet elke wijk heeft dezelfde behoeften en mogelijkheden voor een bepaalde vorm van afvalinzameling. Waar in sommige wijken problemen zijn met bijvoorbeeld de PBD-inzameling in zakken, bestaan deze in andere wijken sporadisch of niet. Daarom kunnen voorzieningen ten aanzien van afvalinzameling afwijken per wijk of bebouwingstypen. De raad bepaalt dat: -

-

Bij nieuwbouwprojecten en inbreidingslocaties gekozen kan worden voor een andere vorm van inzameling. Zo kan het voorkomen dat in bepaalde omstandigheden grondgebonden woningen gebruik zullen maken van ondergrondse containers in plaats van minicontainers aan huis. Collectieve inzamelvoorzieningen zoals ondergrondse containers, brenglocaties voor glas en textiel en de milieustraat voor alle inwoners binnen acceptabele afstand bereikbaar moeten zijn.

Dit kader kent echter wel grenzen. De gemeente kan volgens de wet geen wijken uitsluiten van gescheiden inzameling of bijvoorbeeld het DifTar-principe. 5.5 Communicatie en instrumenten voor gedragsbeïnvloeding zijn gericht op preventie Afvalbeleid valt of staat met de bereidwilligheid van inwoners om zich te confirmeren aan het gevraagde scheidings- en aanbiedgedrag. Het is belangrijk om constant in verbinding te zijn met de inwoner van Geldrop-Mierlo om doeltreffende maatregelen in te voeren. Verbinding begint bij een constante, niet-bedreigende aanwezigheid en toenadering vanuit de gemeente naar de inwoners. Dit geldt voor zowel gemeente Geldrop-Mierlo als voor Cure Afvalbeheer. De raad besluit dat: -

Contact met onze inwoners – via ambtenaren, op schrift of in een andere vorm – gericht is op het voorkomen van ongewenst gedrag, in plaats van handhaven. Handhaving proportioneel wordt ingezet, gericht op structurele overtredingen of situaties die de leefbaarheid aantoonbaar verslechteren.

9

-

Communicatie wordt ingezet om afval op een positieve manier onder de aandacht van onze inwoners te brengen. Daarbij sluiten we aan op de drijfveren van de verschillende bewonerstypen.

We maken gebruik van natuurlijke contactmomenten (zoals evenementen in wijkcentra) en bestaande netwerken (zoals verenigingen en internationale gemeenschappen) om onze inwoners op een vertrouwde manier te benaderen. Ook kan gedacht worden aan een beloningsysteem voor scholen en verenigingen. Als tegenprestatie voor de financiële ondersteuning, dragen zij bij aan initiatieven op het gebied van afval en de openbare ruimte. 5.6 Iedere inwoner moet zonder (financiële) belemmeringen deel kunnen nemen aan het afvalinzamelsysteem In de diverse samenleving van Geldrop-Mierlo is het niet vanzelfsprekend dat alle inwoners het afvalinzamelsysteem kunnen gebruiken zoals het bedoeld is. Het wegnemen van belemmeringen voor specifieke groepen stelt ook hen in staat deel te nemen aan het systeem met het gewenste scheidingsgedrag. De raad stelt vast dat: -

-

-

-

Voorzieningen voor afvalinzameling fysiek toegankelijk en bereikbaar moeten zijn voor alle inwoners van Geldrop-Mierlo. Dit geldt voor inzamelmiddelen aan huis, als ook voor collectieve inzamellocaties zoals ondergrondse containers, brenglocaties voor glas en textiel en de milieustraat. Het afvalinzamelsysteem begrijpelijk en duidelijk moet zijn voor alle inwoners van GeldropMierlo. Versimpeling van het beleid, duidelijke uitleg van het gevraagde scheidingsgedrag en positieve, preventieve communicatie zijn mogelijke middelen om dit te bereiken. De kwijtscheldingsregeling voor huishoudens die niet in staat zijn om de afvalstoffenheffing te betalen bereikbaar en laagdrempelig moet zijn voor alle inwoners die daarvoor in aanmerking komen. De milieustraat voor alle inwoners bereikbaar en toegankelijk is, ook voor mensen met een lager inkomen.

5.7 Hergebruik en reparatie moet op lokale schaal beschikbaar zijn Materiaal en spullen als waardevolle grondstof of product voor een volgende gebruiker behandelen in plaats van als afval, draagt significant bij aan het behalen van de doelstellingen voor huishoudelijk afval. Voor een circulaire economie op lokale schaal is het zinvol om in te zetten op hergebruik en reparatie. De raad besluit dat: -

-

Hergebruik en reparatie op lokale schaal beschikbaar, laagdrempelig en bekend moeten zijn voor inwoners. Denk hierbij aan kringloopactiviteiten, lokale reparatie en deel- en ruilinitiatieven. Inwoners moeten worden gemotiveerd om minder te verspillen, producten langer te gebruiken en slimmer af te danken, ondanks dat het motiveren om duurzaam te consumeren geen wettelijke taak van gemeenten is. 10

Het opbouwen en benutten van een (buurt)netwerk voor hergebruik en reparatie op wijkniveau brengt als vanzelf sociale interacties met zich mee. Daardoor wordt het voorkomen van afval een bespreekbaar onderwerp en een middel om cohesie binnen de wijk te verbeteren.

11

6.

Uitvoering en toepassing

6.1 Verantwoordelijkheden en toepassing van het kader Het kader Huishoudelijke grond- en afvalstoffen wordt vastgesteld door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo en toegepast door de ambtelijke organisatie op beleidskeuzes die zij adviseren aan het college van Burgemeester en Wethouders. De gemeenteraad stelt met dit kader de doelen, uitgangspunten en randvoorwaarden vast voor de periode 2026–2030. Binnen deze kaders werkt het college jaarlijks een uitvoeringsagenda uit met concrete activiteiten als onderdeel van de Meerjarenplanbegroting. Via deze weg kan de raad kennisnemen van de voorgenomen uitvoeringsagenda en deze toetsen aan de vastgestelde kaders. Maatregelen die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Cure worden separaat aan de raad voorgelegd via de Begroting GR Cure, waar de raad haar zienswijze op kan geven. Twee maal per jaar rapporteert het college via de TURAP over de voortgang op de doelstellingen en uitvoering binnen deze kaders. En jaarlijks bij de jaarrekening. Eventuele tussentijdse aanpassingen op de Meerjarenplanbegroting worden via de reguliere P&C-cyclus aan de raad voorgelegd. 6.2 Kaders toegepast in de praktijk Aan de doelen op het gebied van huishoudelijke grond- en afvalstoffen wordt in de periode 2026-2030 gefaseerd invulling gegeven.

Sorteeranalyses van huishoudelijk restafval tonen kansen voor het verbeteren van het scheidingsrendement. We houden daarbij de volgende grove fasering aan, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen de bebouwingstypen hoogbouw en laagbouw. Met name GFT/Eafval en PBD vallen op en hebben bij toekomstige maatregelen prioriteit. Onderstaande tabel is een grove weergave van de focus van de komende jaren voor verbetering van het scheidingsrendement en de leefomgeving. Een gedetailleerde uitvoeringsagenda wordt per jaar vastgesteld door het college, waarin ook andere afvalstromen zijn opgenomen. GFT/E Laagbouw 2027 GFT/E-afval scheiden van restafval verbeteren 2028

Hoogbouw GFT/E-afval scheiden van restafval introduceren

PBD Laagbouw Hoogbouw Kwaliteit PBD uit het bronscheiding PBD straatbeeld krijgen verbeteren Inzamelmethode PBD heroverwegen en implementeren

2029 GFE-afval scheiden van tuinafval 2030

12

6.2.1 Groente-, Fruit-, Tuin- en Etensresten (GFT/E) De sorteeranalyses geven aan dat etensresten nog niet in de minicontainer voor GFT/E-afval wordt aangeboden: het restafval bestaat in Geldrop-Mierlo voor meer dan 40% van het gewicht uit GFT/Eafval, waarvan ongeveer driekwart uit etensresten. Er zijn verschillende oorzaken denkbaar: men weet niet dat etensresten in de groene container thuishoren, er zijn praktische bezwaren om GFT/E-afval gescheiden te houden of de financiële prikkel voor afvalscheiding werkt niet goed genoeg voor deze afvalstroom. In de komende jaren richten we ons voor zowel hoogbouw als laagbouw op het faciliteren en stimuleren van het scheiden van GFEafval in de keuken.

Samenstelling restafval Geldrop-Mierlo (% gewicht) Groente-, Fruit-, Tuin- en Etensrestenafval

0% 1% 1% 1% 2% 4%

Hygienisch papier

15%

Plastic, Blik en Drankenkartons Textiel Oud papier en karton

41%

Overige kunststoffen Glas

4%

Metalen

4%

Puin en keramiek Hout

6%

Elektrische apparaten

7%

Klein chemisch afval

14%

Overig

Het GFT/E-afval dat in de laagbouw via minicontainers wordt ingezameld bevat voornamelijk uit tuinafval, terwijl slechts een klein deel bestaat uit etensresten. Vanaf 2028 verschuift de focus voor de laagbouw naar het scheiden van GFE-afval van het tuinafval, zodat deze afvalstromen apart kunnen worden verwerkt. Daarnaast zal de hoeveelheid van GFE-afval worden teruggedrongen door in te zetten op het voorkomen van voedselverspilling. 6.2.2 Plastic, Blik en Drankenkartons (PBD) De afvalscheiding en- inzameling van huishoudelijk afval kan op een aantal plekken in Geldrop-Mierlo kan beter en efficiënter. Een groot probleem voor leefbaarheid is de inzameling van zakken PBD. De zakken worden te vroeg (buiten de inzameldagen) en verkeerd (vervuild met etensresten of op een verkeerde plek) aangeboden, wat ongedierte aantrekt en mogelijk zwerfafval veroorzaakt. Tegelijkertijd tonen sorteeranalyses aan dat ruim 7% van het gewicht aan restafval nog uit PBD bestaat.

13

Tot en met 2027 onderzoeken we hoe door de inzet van doelgerichte communicatie meer PBD uit het restafval gehaald kan worden. Daarnaast onderzoeken we middels een proef gericht op hoogbouwlocaties of we de verrommeling van het straatbeeld kunnen tegen gaan door aanpassingen aan de fysieke omgeving. In 2028 loopt het huidige contract voor restafval af, waardoor de overweging om een ander inzamelsysteem te introduceren relevant is. 6.2.3 Overige afvalstromen Textiel Om meer textiel uit het restafval te krijgen de inzet van verenigingen als inzamelpunt uitgebreid. Daarnaast zal de aanpak voor hergebruik en reparatie zich met name richten op textiel. Oud papier en karton Op basis van de sorteeranalyse van het huishoudelijk restafval lijkt er geen noodzaak om wijzigingen aan te brengen aan de inzameling van oud papier en karton. Vanwege de inzamellogistiek en het zwerfvuil dat ontstaat door verwaaiing bij het aanbieden in dozen kijken wij komende jaren waar verbetering mogelijk is. Grof afval Kleine hoeveelheden grof afval die op de milieustraat moeten worden ingeleverd verdwijnen nog vaak in het restafval, bij gebrek aan een laagdrempelig inzamelpunt op buurtniveau. Het gaat bijvoorbeeld om apparaten, vlakglas, klein chemisch afval, metalen, hout, piepschuim en harde plastics.

We verkennen de mogelijkheden om via een mobiel Grondstoffen InleverPunt (ook wel GRIP-wagen) een lokaal bereikbaar alternatief voor de milieustraat aan te bieden. Hygiënisch papier Ondanks dat een groot deel van het restafval uit hygiënisch papier bestaat, is er geen focus op deze afvalstroom. De recyclemogelijkheden zijn in Nederland beperkt, waardoor gescheiden inzameling geen duurzaamheidsvoordelen oplevert. 6.2.4 Omgekeerd inzamelen Een maatregel op het punt ‘service’ uit de afvaldriehoek is het beperken van de dienstverlening voor restafval, bijvoorbeeld door het invoeren van ‘omgekeerd inzamelen’. In dit systeem wordt de inzameling van restafval aan huis afgeschaft, waardoor inwoners geforceerd worden om hun restafval te brengen naar een ondergrondse container. In theorie wordt het gescheiden aanbieden van andere reststromen daarmee aantrekkelijker, hoewel het effect van deze maatregel op de scheidingsresultaten wisselend blijkt. Desondanks kan het systeem ruimtelijk ook voordelen bieden: bij nieuwbouw en inbreidingslocaties kan overwogen worden om voor geselecteerde straten en gebieden over te stappen op (deels) collectieve inzameling van bijvoorbeeld restafval, zodat de ruimte op de percelen efficiënter benut kan worden.

Gezien de ambities en prioriteiten die in dit Kader worden vastgesteld is een gemeente-brede overstap naar omgekeerd inzamelen tijdens de looptijd van dit kader niet voor de hand liggend. Wel blijft de mogelijkheid om op vrijwillige basis afstand te doen van de restafvalcontainer bestaan.

14

7

Evaluatie en vervolg

Het Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen wordt voor een periode van vier jaar vastgelegd. Elke twee jaar wordt geëvalueerd of het kader werkbaar is gebleken, en eventueel aanpassing vraagt. De evaluatie wordt uitgevoerd met ten minste alle taakvelden binnen Gemeente Geldrop-Mierlo die bij de totstandkoming van dit Kader betrokken zijn geweest en Cure Afvalbeheer. Tussentijds wordt bij alle uitgevoerde plannen volgens de richtlijnen van dit kader gevraagd naar de ervaringen over de toepassing, als input voor de evaluatie halverwege en aan het einde van de looptijd van het kader. Het is denkbaar dat grote maatschappelijke of wettelijke veranderingen ertoe leiden dat het Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen herzien wordt. Doet dit zich voor, dan wordt in principe het evaluatiemoment halverwege of aan het einde van de looptijd van het kader aangegrepen. Ook is het denkbaar om op dat moment te overwegen de reikwijdte van het kader te verruimen naar bijvoorbeeld zwerfafval of bedrijfsafval, wanneer blijkt dat het kader dusdanig succesvol is. Jaarlijks werkt het college een uitvoeringsagenda uit met concrete activiteiten als onderdeel van de Meerjarenplanbegroting. Twee maal per jaar rapporteert het college via de TURAP over de voortgang op de doelstellingen en uitvoering binnen dit kader.

Eventuele tussentijdse aanpassingen op de Meerjarenplanbegroting worden via de reguliere P&C-cyclus aan de raad voorgelegd.

15

8

Participatie

Bij de totstandkoming van het Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen hebben meerdere taakvelden met relevante kennis en ervaring over afval binnen Gemeente Geldrop-Mierlo en Cure Afvalbeheer intensief meegedacht in drie ontwerpsessies. De input vanuit zowel sociale als ruimtelijke beleidsvelden – met dagelijkse activiteiten variërend van de abstracte planfase tot dagelijkse aanwezigheid in de wijken – is verwerkt tot een integrale benadering van het Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen. Het startpunt voor de ontwerpsessies zijn zowel de dagelijkse ervaringen van Cure Afvalbeheer als eerder uitgevoerd onderzoek naar afvalproblematiek in De Coevering geweest, waarvoor straatgesprekken met inwoners en professionals in de wijk gehouden zijn. Voor de invoering van maatregelen worden inwoners, lokale partners en netwerken en collega’s betrokken voor een succesvolle toepassing van het kader. Afhankelijk van de aard van de beoogde maatregel is de betrokkenheid meedenkend of een coproductie. Evaluatie van het Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen wordt elke twee jaar ondersteund met een bewonersenquête over het afvalbeleid.

Het doel van zo’n enquête is om de ervaringen van inwoners, professionals en collega’s bij de toepassing van de kaders en implementatie van maatregelen in specifieke situaties aan te vullen met de beleving van een doorsnede van de inwoners uit de hele gemeente.

16

Kader Huishoudelijke Grond- en Afvalstoffen voor Gemeente Geldrop-Mierlo samengevat 5.1 Maatregelen in de uitvoeringsagenda voor huishoudelijke grond- en afvalstoffen moeten integraal benaderd worden, voor besloten wordt deze tot uitvoering te brengen. 5.2 Afvalinzameling in Geldrop-Mierlo moet structureel bijdragen aan het verminderen van grondstoffenschaarste en aan de overgang naar een circulaire economie; -

-

Het DifTar-principe (‘de vervuiler betaalt’) blijft leidend als financieel-prikkelend instrument om afvalscheiding te bevorderen. Het college bij de uitvoering stuurt op vermindering van restafval en verhoging van het scheidingsrendement, met als richtpunt maximaal 75 kg restafval per inwoner per jaar en minimaal 65% hergebruik van grondstoffen. De gemeente elk kwartaal sorteeranalyses uitvoert en de resultaten gebruikt om beleid en uitvoering te toetsen aan deze kaders.

5.3 Afvalinzameling moet bijdragen aan leefbaarheid in onze wijken. Maatregelen om afval te verminderen of afvalscheiding te verbeteren op zichzelf niet mogen leiden tot een toename van negatieve verschijnselen in het kader van leefbaarheid, zoals bijzet, een vervuild straatbeeld en ongedierte. 5.4 In elk gebied moet afvalinzameling passend zijn voor de ruimtelijke en maatschappelijke context; -

-

Bij nieuwbouwprojecten en inbreidingslocaties gekozen kan worden voor een andere vorm van inzameling. Zo kan het voorkomen dat in bepaalde omstandigheden grondgebonden woningen gebruik zullen maken van ondergrondse containers in plaats van minicontainers aan huis. Collectieve inzamelvoorzieningen zoals ondergrondse containers, brenglocaties voor glas en textiel en de milieustraat voor alle inwoners binnen acceptabele afstand bereikbaar moeten zijn.

5.5 Communicatie en instrumenten voor gedragsbeïnvloeding zijn gericht op preventie; -

Contact met onze inwoners – via ambtenaren, op schrift of in een andere vorm – gericht is op het voorkomen van ongewenst gedrag, in plaats van handhaven. Handhaving proportioneel wordt ingezet, gericht op structurele overtredingen of situaties die de leefbaarheid aantoonbaar verslechteren.

5.6 Iedere inwoner moet zonder (financiële) belemmeringen deel kunnen nemen aan het afvalinzamelsysteem; -

Voorzieningen voor afvalinzameling fysiek toegankelijk en bereikbaar moeten zijn voor alle inwoners van Geldrop-Mierlo. Dit geldt voor inzamelmiddelen aan huis, als ook voor collectieve inzamellocaties zoals ondergrondse containers, brenglocaties voor glas en textiel en de milieustraat.

17

-

-

-

Het afvalinzamelsysteem begrijpelijk en duidelijk moet zijn voor alle inwoners van GeldropMierlo. Versimpeling van het beleid, duidelijke uitleg van het gevraagde scheidingsgedrag en positieve, preventieve communicatie zijn mogelijke middelen om dit te bereiken. De kwijtscheldingsregeling voor huishoudens die niet in staat zijn om de afvalstoffenheffing te betalen bereikbaar en laagdrempelig moet zijn voor alle inwoners die daarvoor in aanmerking komen. De milieustraat voor alle inwoners bereikbaar en toegankelijk is, ook voor mensen met een lager inkomen.

5.7 Hergebruik en reparatie moet op lokale schaal beschikbaar zijn; -

-

Hergebruik en reparatie op lokale schaal beschikbaar, laagdrempelig en bekend moeten zijn voor inwoners. Denk hierbij aan kringloopactiviteiten, lokale reparatie en deel- en ruilinitiatieven. Inwoners moeten worden gemotiveerd om minder te verspillen, producten langer te gebruiken en slimmer af te danken, ondanks dat het motiveren om duurzaam te consumeren geen wettelijke taak van gemeenten is.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=760ea528-e73d-413d-a543-6f71e8cd1fdc