Brede Raadsprogramma 2026-2030
Tekst van het document
Op weg naar een toekomstbestendig Geldrop-Mierlo Breed Raadsprogramma
Ee
nr
ich
ting
gev
end
pro
gra
mm
av
oor
Ge
ldro
p-M
ierl
ov
oor
de
bes
tuu
rsp
erio
de
202
6–2
030
| 0
1-0
6-2
026
Inhoudsopgaven _________________________________________
1.
INLEIDING
4
2.
DE MENS CENTRAAL
5
2.1.
SOCIAAL DOMEIN EN STERKE LOKALE ONDERSTEUNING
5
2.2.
BESTAANSZEKERHEID EN MEEDOEN
6
2.3.
OPGAVE SCHOLENBOUW EN MAATSCHAPPELIJKE VOORZIENINGEN
7
2.4.
VLUCHTELINGENOPVANG
7
3.
STERKE WIJKEN
8
3.1.
GEZOND EN VITAAL LEVEN
8
3.2.
LEEFBAARHEID EN SOCIALE SAMENHANG
8
3.3.
GEBIEDSGERICHT WERKEN
9
4.
VITAAL EN GROEN BUITENGEBIED
10
4.1.
GROEN, BIODIVERSITEIT EN LANDSCHAP
10
4.2.
KLIMAAT EN DUURZAAMHEID
10
5.
TOEKOMSTBESTENDIG GELDROP-MIERLO
13
5.1.
OPGAVE WONEN
13
5.2.
ECONOMIE
14
5.3.
CENTRUMONTWIKKELING
15
5.4.
VERKEER EN MOBILITEIT
15
5.5.
VEILIGHEID EN MAATSCHAPPELIJKE WEERBAARHEID
16
2
6.
ORGANISATIE EN DIENSTVERLENING
18
6.1.
DIENSTVERLENING
18
6.2.
DIGITALISERING
18
6.3.
DATAGEDREVEN WERKEN
19
6.4.
RICHTLIJNEN GEBRUIK AI
19
6.5.
ONDERSTEUNING GEMEENTERAAD
20
6.6.
PARTICIPATIE
20
7.
FINANCIËLE HOUDBAARHEID
22
8.
REGIONALE SAMENWERKING
23
9.
BESTUURLIJKE SAMENWERKING EN BESTUURSCULTUUR
25
9.1.
VERSTERKING SAMENSPEL
25
9.2.
NORMEN, WAARDEN EN POLITIEKE OMGANGSVORMEN
26
9.3.
PARTICIPATIE EN VERBINDING MET INWONERS
26
9.4.
LERENDE BESTUURSCULTUUR
26
10.
SLOTVERKLARING
28
11.
ONDERTEKENING
29
3
Breed Raadsprogramma 2026–2030 1. Inleiding Wij kiezen deze bestuursperiode voor een Breed Raadsprogramma op hoofdlijnen. Onze ambitie zet in op een toekomstbestendig Geldrop-Mierlo vanuit de gedeelde verantwoordelijkheid voor inwoners, ondernemers, verenigingen en maatschappelijke organisaties. De komende bestuursperiode staat Geldrop-Mierlo voor grote maatschappelijke opgaven. De druk op de woningmarkt neemt toe, voorzieningen staan onder druk, de energietransitie vraagt om keuzes, de sociale en financiële druk in het sociaal domein groeit en tegelijkertijd verandert de regionale context door de ontwikkeling van Brainport. Daarnaast nemen verwachtingen van inwoners richting overheid en dienstverlening toe. Wij kiezen daarom voor een koers waarin brede welvaart centraal staat. Dat betekent dat keuzes niet uitsluitend worden beoordeeld op financiële of economische effecten, maar ook op leefbaarheid, gezondheid, sociale samenhang, veiligheid, duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Daarbij blijft de Visie 2044 en de daaruit afgeleide strategie richtinggevend als langetermijnkompas voor de ontwikkeling van onze gemeente. Dit Breed Raadsprogramma is nadrukkelijk geen dichtgetimmerd coalitieakkoord.
Het document beschrijft de gezamenlijke richting, ambities en randvoorwaarden voor de komende bestuursperiode, terwijl tegelijkertijd ruimte blijft bestaan voor politieke verschillen en debat over de verdere uitwerking. Geldrop-Mierlo, 1 juni 2026
4
2.
De mens centraal
2.1.
Sociaal domein en sterke lokale ondersteuning
Wij willen dat iedere inwoner kan rekenen op toegankelijke ondersteuning dichtbij huis. Tegelijkertijd zien we dat de druk op jeugdzorg, Wmo en maatschappelijke ondersteuning de komende jaren verder zal toenemen. We kiezen voor een koers waarin preventie, vroegsignalering en een sterke sociale basis centraal staan. Voor jeugd zetten we in op preventie, mentale weerbaarheid en talentontwikkeling. De gemeente blijft investeren in ondersteuning dichtbij inwoners via sterke lokale teams, samenwerking tussen zorg- en welzijnspartners en wijkgerichte ondersteuning. Daarbij wordt nadrukkelijk ingezet op het voorkomen van zwaardere zorgvragen door eerder ondersteuning te bieden. Daarbij past dat verenigingen en vrijwilligersorganisaties volwaardig onderdeel van de sociale basis zijn. Vrijwilligers en mantelzorgers zijn onmisbaar voor het functioneren van onze samenleving. De gemeente erkent hun waarde en ondersteunt hen actief. Wij kiezen voor een fundamentele versterking van ondersteuning dichtbij inwoners met oog voor de menselijke maat. De gemeente richt de toegang tot ondersteuning eenvoudiger, herkenbaarder en integraler in, zodat inwoners sneller passende hulp ontvangen en professionals beter kunnen samenwerken. De gemeente geeft ruimte aan het uitdaagrecht (right to challenge) door eenvoudige procedures.
Ter begeleiding van dit proces en met het oog op de beheersing van de kosten stellen we een raadswerkgroep in van experts uit de gemeenteraad die haar bevindingen elk kwartaal terugkoppelt aan de gehele gemeenteraad. We houden elkaar scherp op de kaderstellende en controlerende rol van de raad en de investering van tijd en energie. Aan het einde van het jaar wordt het functioneren van de werkgroep geëvalueerd.
Opdracht aan het college Maak van de bestaande kwartaalrapportage sociaal domein een kwartaalrapportage Wmo en Jeugd met daarin: • De actuele status over toegang tot ondersteuning; • Cijfers over bereikbaarheid en wachttijden. Kom uiterlijk aan het einde van het eerste kwartaal van 2027 naar de gemeenteraad met een uitvoeringskader richting 2030 met daarin: • Afspraken met zorg-, welzijns- en onderwijspartners; • Aanpak op vroegsignalering en preventie; • Financieel en organisatorische stand van zaken met indicatoren.
5
2.2.
Bestaanszekerheid en meedoen
Wij vinden dat iedere inwoner mee moet kunnen doen in de samenleving. Bestaanszekerheid gaat daarbij verder dan inkomen alleen. Het raakt ook aan wonen, gezondheid, schulden, werk, participatie en sociale verbondenheid. We kiezen voor een aanpak waarbij toegankelijkheid van regelingen centraal staat. Ondersteuning en vroegsignalering zijn hierbij onderdeel van de aanpak. Er is speciale aandacht nodig voor inwoners die buiten bestaande regelingen vallen maar in de praktijk wel kwetsbaar zijn. De gemeente informeert daarnaast actief bewoners die recht hebben op regelingen, maar daar op dit moment geen gebruik van maken. We kiezen voor een brede benadering van bestaanszekerheid waarin inkomen, schulden, participatie, gezondheid en wonen nadrukkelijk met elkaar worden verbonden. De gemeente organiseert ondersteuning laagdrempelig en zet sterker in op preventie van problematische schulden. Daarbij willen wij dat inwoners sneller passende ondersteuning ontvangen en dat kwetsbare inwoners beter in beeld komen, ook wanneer zij niet direct binnen bestaande regelingen vallen.
Opdracht aan het college Maak van de bestaande kwartaalrapportage sociaal domein een halfjaarrapportage bestaanszekerheid die wordt uitgebreid met: • Een periodieke armoede- en schuldenmonitor; • Meetbare indicatoren voor bereik, gebruik en effectiviteit van ondersteuning; • Impactmetingen (waar mogelijk). Kom uiterlijk aan het einde van het tweede kwartaal van 2027 naar de gemeenteraad met een aanpak op: • Vroegsignalering en preventie; • Toegankelijkheid en de vereenvoudiging van regelingen; • De omgang met maatschappelijke partners en uitvoeringsorganisaties.
6
2.3.
Opgave scholenbouw en maatschappelijke voorzieningen
Wij zien scholen niet alleen als onderwijsvoorziening, maar als belangrijke ontmoetingsplaatsen binnen wijken en dorpen. Onderwijshuisvesting hangt nauw samen met leefbaarheid, woningbouw, bereikbaarheid en maatschappelijke voorzieningen. We zetten daarom in op toekomstbestendige schoolgebouwen die aansluiten bij de ontwikkeling van wijken en dorpen. Schoollocaties worden zoveel mogelijk ontwikkeld als brede voorzieningen waarin onderwijs, ontmoeting, kinderopvang, welzijn, sport en cultuur samenkomen. We kiezen voor een samenhangende aanpak van scholenbouw en maatschappelijke voorzieningen. Schoollocaties worden nadrukkelijk beschouwd als belangrijke ankerpunten binnen wijken en dorpen, waarbij onderwijs, opvang, ontmoeten, bereikbaarheid en leefbaarheid gezamenlijk worden bekeken. Investeringen in onderwijshuisvesting moeten bijdragen aan toekomstbestendige wijken en een sterke sociale infrastructuur.
Opdracht aan het college Breid de meerjarenagenda onderwijshuisvesting uit met: • Mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik van locaties waardoor deze optimaler kunnen worden ingezet voor onze verenigingen en lokale maatschappelijke initiatieven/doelen; • Een jaarlijkse rapportage over de voortgang en risico’s.
2.4.
Vluchtelingenopvang
Wij zien vluchtelingenopvang als een maatschappelijke én bestuurlijke opgave die raakt aan wonen, leefbaarheid, sociale samenhang, participatie, onderwijs en regionale samenwerking. Geldrop-Mierlo zal zich inspannen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van opvang en huisvesting van vluchtelingen en statushouders. Daarbij kiezen we voor een beheerste, evenwichtige en uitvoerbare aanpak waarin opvang zorgvuldig wordt georganiseerd en gekoppeld blijft aan draagkracht, leefbaarheid en maatschappelijke samenhang binnen de gemeente. We vinden het belangrijk dat opvanglocaties passend zijn bij schaal en omgeving en dat participatie plaatsvindt conform het gemeentebrede participatiekader. We kiezen waar mogelijk voor kleinschalige opvang die integratie bevordert. De gemeente zet in op tijdige voorbereiding, regionale samenwerking en een duidelijke verbinding tussen opvang, integratie, participatie en wonen. Daarbij wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan taal, onderwijs, werk en maatschappelijke deelname, zodat integratie vanaf de start zoveel mogelijk wordt bevorderd.
Opdracht aan het college Geef uitvoering aan het bestaande kader vluchtelingenopvang en integratie.
7
3.
Sterke wijken
3.1.
Gezond en vitaal leven
We kiezen voor een beweging van zorg naar preventie. Daarbij gaat het niet alleen om sport of leefstijl, maar ook om mentale gezondheid, preventie, een gezonde leefomgeving en het versterken van zelfredzaamheid. Hierbij houden we rekening met inwoners die een steuntje in de rug kunnen gebruiken. De gemeente zet in op samenwerking tussen zorg, welzijn, onderwijs, sport en maatschappelijke organisaties om gezondheid en preventie structureel sterker te verankeren, waarbij de mens hét uitgangspunt is. Daarmee zetten we in op langdurige gezondheidswinst in plaats van uitsluitend op acute zorgvragen.
Opdracht aan het college Breid uiterlijk medio 2027 het programma “stap naar gezonder” uit met: • concrete gezondheidsdoelen en indicatoren; • wijkgerichte preventieaanpakken; • samenwerking met regionale en lokale partners; • aandacht voor mentale gezondheid en gezondheidsverschillen; • 0-meting van maatschappelijke effecten gevolgd door jaarlijkse monitoring van het programma.
3.2.
Leefbaarheid en sociale samenhang
Wij vinden het belangrijk dat inwoners zich thuis voelen in hun wijk of dorp en dat ontmoeting, inclusie en sociale verbondenheid worden versterkt. Daarom blijven we investeren in ontmoetingsplekken, verenigingen, vrijwilligerswerk en toegankelijke openbare ruimte. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar verschillen tussen wijken en de behoefte aan maatwerk, waarbij met jongeren én omwonenden in gesprek wordt gegaan. Dit sluit aan bij de doelstellingen rondom participatie, inclusief het aspect rondom communicatie en verwachtingen. We kiezen voor sterke, leefbare en inclusieve wijken waarin ontmoeting, verbondenheid en participatie centraal staan. De gemeente ondersteunt inwonersinitiatieven, verenigingen en maatschappelijke organisaties en zet in op een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en meedoen. Daarbij is aandacht voor multifunctioneel gebruik van locaties zoals beschreven bij de opgave voor scholenbouw en maatschappelijke voorzieningen.
Opdracht aan het college Ontwikkel een programmatische aanpak op het gebied van leefbaarheid voor elke wijk en presenteer deze uiterlijk in 2027 met daarin: • De prioriteiten en maatschappelijke opgaven; • Hoe samenwerking met inwoners en organisaties structureel wordt georganiseerd; • De doelen voor sociale samenhang en participatie; • De rol van ontmoetingsplekken en voorzieningen in de wijk.
8
3.3.
Gebiedsgericht werken
In verschillende wijken komen sociale, fysieke en veiligheidsvraagstukken samen. Daarom kiezen we nadrukkelijk voor gebiedsgerichte programmatische aanpak van wijken waarbij er niet alleen naar het heden wordt gekeken maar juist ook naar de gewenste situatie over 20 jaar. Sterke en leefbare wijken vormen de ruggengraat van een gezonde samenleving. De wijken zijn meer dan alleen verzamelingen van huizen en straten; ze zijn de hoekstenen van gemeenschappen waar mensen wonen, werken, leren en samenkomen. Het creëren en onderhouden van sterke leefbare wijken is van cruciaal belang voor het welzijn van de inwoners en de algehele kwaliteit van leven binnen onze gemeente. Voor elke wijk wordt de visie vertaald naar een programmatische aanpak waarbij elke wijk één of meerdere centrale ontmoetingspunten en een vast contactpersoon kent. We willen dat de gemeente langdurig aanwezig en zichtbaar is in wijken waar meerdere opgaven samenkomen. We werken vanuit een centrale visie met samenhang over het geheel van de wijken in denken/werken vanuit ambities. De gemeente werkt per wijk met één integrale wijkagenda waarin sociale, fysieke en veiligheidsopgaven samenkomen. Per wijk worden doelen, uitvoering en monitoring vastgelegd.
Opdracht aan het college Ontwikkel een centrale visie op een toekomstgerichte programmatische aanpak en presenteer deze uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027, waarin is opgenomen: • Een tijdspad om te komen tot een programma per wijk (uiterlijk alle wijken eind 2029); • Integrale doelstellingen voor de wijk; • Samenwerking met maatschappelijke partners in de wijk; • Meetbare indicatoren op leefbaarheid en veiligheid; • Centrale ontmoetingspunten en contactpersonen; • Een jaarlijkse voortgangsrapportage aan de raad.
9
4.
Vitaal en groen buitengebied
4.1.
Groen, biodiversiteit en landschap
Wij zien de grote waarde van groen, natuur en landschap voor gezondheid, biodiversiteit, recreatie en leefbaarheid. We zetten in op bescherming en versterking van groene structuren, biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap. Binnen het groene buitengebied dat opengesteld is voor recreatief gebruik zijn duidelijke routes voor de verschillende typen gebruikers aangegeven. Wij zetten de samenwerking en de gebiedsgerichte aanpak (GGA) Strabrechtse Heide en Grenscorridor Oost (Gijzenrooi) door. Onderdeel van de GGA is een toekomstperspectief voor de agrarische bedrijven. Waar mogelijk geven we ruimte terug aan de natuur. We kiezen voor bescherming en versterking van groen, biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit als leidende uitgangspunten bij ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente werkt aan een klimaatbestendige leefomgeving waarin groenstructuren en ecologische verbindingen behouden en versterkt worden. We houden aandacht voor waterberging en hittestress. Enerzijds door het behoud van water bij droogteperiodes en anderzijds voor de bescherming van de wijken. Daarbij hebben we aandacht voor een goede balans tussen (brand)veiligheid, recreatie en biodiversiteit.
Opdracht aan het college Werk uiterlijk in 2027 een beleidskader groen en een uitvoeringsprogramma groen uit met daarin onder andere: • Prioritaire groenstructuren en ecologische verbindingen; • Maatregelen voor waterberging en hittestress; • Concrete vergroendoelen per wijk en gebied; • Concrete gebiedsgerichte aanpak, gelet op gegeven subsidie; • Een monitoring voor biodiversiteit en klimaatbestendigheid; • Aandacht voor Gulbergen en omgeving, ondersteunen ontwikkeling Herenboeren; • Steunen ontwikkeling van biologisch boeren en duurzame voedselproductie; • Vermindering gebruik gewasbeschermingsmiddelen (GWB) en verbod op PFAS-houdende GWB en glyfosaat.
10
4.2.
Klimaat en duurzaamheid
Wij kiezen voor een duurzame en toekomstbestendige gemeente waarin verduurzaming haalbaar en betaalbaar blijft. We zetten in op energiebesparing, klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte en ondersteuning van inwoners bij verduurzaming. Wij geloven erin dat de beste manier om stappen te zetten is door onze inwoners te verleiden hieraan mee te doen. We stimuleren inwoners om duurzaam te wonen en geven als gemeente meer inzicht in wat de voordelen zijn van verduurzaming, voor comfort en financieel. Dit betreft niet alleen de inzet van energiecoaches, maar ook andere ondersteuning om gebruik te kunnen maken van subsidiemogelijkheden. We kiezen voor een haalbare en betaalbare verduurzaming van de gemeente. De gemeente stimuleert energiebesparing, duurzame gebiedsontwikkeling en klimaatbestendige inrichting van de openbare ruimte, met nadrukkelijke aandacht voor betaalbaarheid voor inwoners. Wij zien duurzaamheid als kans en niet als last. Bijvoorbeeld door slim om te gaan met stroom en energieopslag. In het kader van de energietransitie en netcongestie zetten we in op zelfvoorzienende kleinschalige energiesystemen als tweede lijn naast het versterken van het energienet. Het gaat hier onder andere om een pilot kleinschalige energiesystemen en een onderzoek naar de mogelijkheden en de realisatie van een biocentrale in het buitengebied.
Opdracht aan het college Werk vóór medio 2027 een nieuw programma duurzaamheid uit met daarin een uitvoeringsagenda duurzaamheid waarin naast de bestaande doelen, onderstaande onderwerpen zijn opgenomen: • Wijkgerichte verduurzamingsaanpakken, inclusief klimaatkaarten voor alle wijken; • Een concrete uitwerking voor ondersteuning voor inwoners, niet onder dwang van het gas af; • Klimaatadaptatie als standaard onderdeel van gebiedsontwikkeling; • Meetbare CO2- en energiedoelen; • Consequenties van het aansluiten bij het ‘schone lucht akkoord’; • Mogelijkheden voor het energieneutraal maken van (gemeentelijke) gebouwen; • Circulariteit als vast onderdeel van het beleid in de ruime zin van het woord; • Bij de lokale aanpak van de netcongestie de volgende zaken te betrekken: o Pilot buurtbatterij om de energietransitie te bevorderen; o Mogelijkheden voor het slim gebruik maken van overcapaciteit overdag; o Een pilot voor kleinschalige energiesystemen; o Een onderzoek naar een biocentrale in het buitengebied; o Een verkenning naar de mogelijkheden van kleinschalige kernenergie. • De lokale aanpak van de netcongestie in te brengen als onderdeel van de Regionale Energie Strategie 2.0.
11
Werk uiterlijk in 2027 een visie circulariteit uit waarbij: • Mogelijkheden voor hergebruik van grondstoffen in kaart zijn gebracht; • Circulariteit structureel onderdeel is van gemeentelijk beleid, zowel bij eigen beleid als bij inkoop; • Heldere uitleg over het scheiden van afval aan inwoners wordt gegeven en hoe gehandhaafd kan worden op illegale bijzet; • Mogelijkheden voor het ondersteunen van circulair bouwen in kaart gebracht worden.
12
5.
Toekomstbestendig Geldrop-Mierlo
5.1.
Opgave Wonen
Onze gemeente maakt onderdeel uit van een regionale woningmarkt. De woonopgave raakt niet alleen aantallen woningen, maar ook leefbaarheid, voorzieningen, zorg, bereikbaarheid en sociale samenhang. We kiezen voor een evenwichtige woningbouwontwikkeling met aandacht voor diverse aandachtsgroepen, zoals starters, senioren, gezinnen en middeninkomens, op basis van de woningbehoefte van nu en in de toekomst. We willen daarbij mogelijkheden onderzoeken om bij woningbouwprojecten voorrang te verlenen aan mensen die sociaal of economisch gebonden zijn aan Geldrop-Mierlo We zetten in op een gevarieerd woningaanbod, levensloopbestendig wonen en gemengde, veerkrachtige buurten. Om in alle wijken van de gemeente een goede mix van woningen te kunnen realiseren wordt een methodiek ontwikkeld (schuifplaat) die ondersteuning biedt bij het realiseren van de gewenste balans. We hebben aandacht voor duidelijke prioritering in de woningbouwopgave. We kijken naar een behapbaar aantal projecten en/of deelgebieden, én we communiceren hier helder over naar inwoners en projectontwikkelaars. Deze focus zorgt in onze ogen voor versnelling. We kijken bovendien regio-overstijgend naar voorbeelden in andere gemeenten met betrekking tot versnellen van projectontwikkelingen. We willen aandacht voor creativiteit bij deze opgave. We benaderen initiatieven voortaan vanuit het ‘Ja tenzij’ principe.
Daarnaast vinden we het belangrijk dat voor initiatiefnemers duidelijk is wat wél en wat níet kan.
13
Opdracht aan het college Presenteer uiterlijk in het vierde kwartaal van 2026 een integrale woonagenda waarin in elk geval is opgenomen: • De woningbouwprogrammering; • Het in balans brengen van een goede mix van woningen (schuifplaat); • Mogelijkheden voor het voorrang geven aan mensen met een sociaal of economische binding; • De uitwerking van de sterke ambitie voor meer uitbesteding van woningbouwprojecten; • Vorm te geven aan creatieve oplossingen zoals: o Woonoplossingen op eigen grond; o Woon-zorg oplossingen (zoals Knarrenhofjes); o Woningsplitsing, kavelsplitsing en optoppen van woningen; • Doelen voor levensloopbestendig wonen; • Afspraken met corporaties en ontwikkelaars; • Doelstellingen voor leefbaarheid en voorzieningen; • De mogelijkheden voor sociale interactie bij inrichting van de wijk; • Een jaarlijkse monitoring en rapportage van doelen op het gebied van woningbouw en woonbehoefte.
5.2.
Economie
We willen vitale winkelgebieden, sterke lokale ondernemers en een aantrekkelijk vestigingsklimaat behouden. We ondersteunen economische ontwikkeling die past bij schaal, identiteit en leefbaarheid van Geldrop-Mierlo. We actualiseren ons beleid voor bedrijventerreinen en brengen dit in lijn met de regionale visie op werklocaties. Waar mogelijk zoeken we naar kleinschalige uitbreidingen. We zien het ondernemersfonds als een (mogelijk) instrument om werklocaties duurzaam te beheren en om de verbinding te leggen tussen het bedrijfsleven en de sociaal-maatschappelijke organisaties in onze gemeente.
Opdracht aan het college Werk vóór eind 2026 een kader economische kracht uit waarin onder andere is opgenomen: • De vertaling en realisatie van de regionale visie werklocaties naar de gemeente; • Een voorstel voor een ondernemersfonds; • Afwegingen voor de economische ontwikkeling die past bij schaal en identiteit van onze gemeente.
14
5.3.
Centrumontwikkeling
We kiezen voor vitale centra waarin wonen, ondernemen, ontmoeten en bereikbaarheid elkaar versterken. Centrumontwikkeling moet bijdragen aan leefbaarheid, economische vitaliteit en verblijfskwaliteit. Lokale MKB'ers en familiebedrijven zijn het hart van onze economie en gemeenschap. Ondernemers moeten ruimte krijgen om te investeren in hun toekomst. We willen een visie op gebiedsontwikkelingen in Geldrop en Mierlo om beter inzicht te krijgen in de samenhang van wonen, werken en verblijven. Daarom is het belangrijk dat er een integrale centrumvisie voor Mierlo wordt geschreven en dat de integrale centrumvisie voor Geldrop wordt geactualiseerd.
Opdracht aan het college Voeg voor het einde van 2026 alle deelplannen met betrekking tot het centrum van Mierlo samen tot een integrale centrumvisie Mierlo met daarin: • Een economische en ruimtelijke ontwikkelrichting inclusief de herontwikkeling van huidige gebouw van de dienst Dommelvallei; • Voorstellen voor bereikbaarheid en verblijfskwaliteit; • Samenwerking met ondernemers, vastgoedeigenaren en sociaal-maatschappelijke partners; • Uitvoeringsmaatregelen en investeringsvoorstellen; • Mogelijkheden van horeca- en winkelaanbod. Actualiseer uiterlijk halverwege 2027 de integrale centrumvisie Geldrop met daarin opgenomen: • Een economische en ruimtelijke ontwikkelrichting; • Voorstellen voor bereikbaarheid en verblijfskwaliteit; • Samenwerking met ondernemers, vastgoedeigenaren en sociaal-maatschappelijke partners; • Uitvoeringsmaatregelen en investeringsvoorstellen; • Mogelijkheden van horeca- en winkelaanbod.
15
5.4.
Verkeer en mobiliteit
We kiezen voor een veilige, bereikbare en leefbare gemeente. Verkeersveiligheid krijgt prioriteit, met speciale aandacht voor woonwijken, schoolroutes en fietsverbindingen. We zetten in op veilige woonwijken, goede fietsverbindingen en een evenwichtige benadering van bereikbaarheid en leefbaarheid. Het uitgangspunt is dat iedere wijk tenminste twee ontsluitingswegen heeft.
Opdracht aan het college Werk een meerjarig mobiliteitsprogramma uit met: • Monitoring van verkeersdruk; • Maatregelen ter verbetering van de bereikbaarheid van station en ziekenhuis vanuit zowel Mierlo als Geldrop; • Stimuleren van het gebruik van de fiets, OV en deelmobiliteit; • Blijvende lobby voor de verbreding van de A67; • Ontsluiting van Luchen en Hulst; • Mogelijkheden voor laadinfrastructuur standaard opnemen in woningbouwplannen; • Onderzoek naar deelmobiliteit in beide kernen. Werk een meerjarig verkeersveiligheidsprogramma uit met: • Maatregelen ter verbetering op de prioritaire schoolroutes en verkeersknelpunten; • Maatregelen tegen sluipverkeer en verkeersonveiligheid; • Integrale koppeling met woningbouw en gebiedsontwikkeling.
5.5.
Veiligheid en maatschappelijke weerbaarheid
We willen een veilige en weerbare samenleving waarin inwoners zich veilig voelen en maatschappelijke onrust zoveel mogelijk wordt voorkomen. We zetten in op samenwerking met veiligheid, zorg, onderwijs en maatschappelijke partners. We kiezen voor een brede benadering van veiligheid waarin preventie, maatschappelijke weerbaarheid en samenwerking centraal staan. Veiligheid wordt nadrukkelijk verbonden met zorg, jeugd, leefbaarheid en digitale weerbaarheid. Wij omarmen inclusie: iedereen kan en mag volwaardig meedoen in de maatschappij, op school of op het werk. Het gaat over gelijke kansen, acceptatie en omarmen van verschillen, ongeacht iemands achtergrond, gender, leeftijd of beperking.
16
Opdracht aan het college Werk vóór medio 2027 aanvullingen uit op de programma’s maatschappelijke weerbaarheid en veiligheid uit waarin: • Samenwerking tussen veiligheid, zorg en onderwijs wordt versterkt; • Aandacht bestaat voor digitale veiligheid en ondermijning; • Maatregelen voor preventie worden uitgewerkt, met nadruk op oefeningen en het vergroten van bewustwording bij inwoners; • Jaarlijkse rapportage over veiligheidsontwikkelingen plaatsvindt. • Aandacht wordt besteed aan veiligheid zowel op straat als achter de deur, met specifieke aandacht voor de veiligheid van vrouwen.
17
6.
Organisatie en dienstverlening
6.1.
Dienstverlening
Wij willen een betrouwbare, toegankelijke en begrijpelijke overheid. Digitalisering biedt kansen voor betere dienstverlening, maar mag niet leiden tot uitsluiting van inwoners. Wij vinden het belangrijk dat dienstverlening zowel digitaal als fysiek toegankelijk blijft. We vinden goede communicatie naar onze inwoners erg belangrijk. Doorlopende communicaties over de activiteiten van onze gemeente zorgen ervoor dat de afstand tussen de inwoners en de gemeente wordt verkleind. Hiertoe wordt een strategisch communicatieplan ontwikkeld met als uitgangspunt dat de inwoners optimaal geïnformeerd worden over de werkzaamheden van de gemeente en over de voortgang van projecten. De gemeente blijft zowel digitaal als fysiek toegankelijk. Dit is niet alleen een afspraak op papier, maar dit wordt ook daadwerkelijk zo ingericht. Naar inwoners communiceren we op een heldere en duidelijke manier. Dit zorgt ervoor dat iedereen de informatie kan begrijpen. Dit is essentieel voor gelijke toegang tot diensten.
Opdracht aan het college Werk uiterlijk in 2027 een (verbeter)programma dienstverlening uit met: • Servicenormen (smart geformuleerde prestatie indicatoren) voor bereikbaarheid en dienstverlening en voer een 0-meting uit. Neem hierin de Net Promotor Score mee; • Verbetering van digitale toegankelijkheid; • Behoud van fysieke ondersteuning en analoge communicatie; • Periodieke inwonerstevredenheidsmetingen uit te voeren en duidelijk te maken hoe deze plaatsvinden; • Het opstellen van een strategisch communicatieplan; • Alle inwonersgerichte gemeentelijke communicatie moet helder en duidelijk zijn, op maximaal B1-niveau.
6.2.
Digitalisering
Wij zien digitalisering als een organisatiebrede veranderopgave die invloed heeft op dienstverlening, besluitvorming, bedrijfsvoering en democratische controle. Digitale toepassingen moeten bijdragen aan een toegankelijke, transparante en efficiënte overheid, zonder dat de afstand tussen gemeente en inwoners groter wordt. Daarbij staan digitale inclusie, gebruiksvriendelijkheid en mensgericht werken centraal.
18
We willen doorgroeien naar volwassenheidsniveau 3 op het gebied van digitalisering en informatievoorziening, zodat wordt voldaan aan relevante wet- en regelgeving en de organisatie toekomstbestendig kan functioneren.
Opdracht aan het college Werk vóór eind 2027 een visie en uitvoeringsprogramma digitalisering uit waarin: • Digitale inclusie en toegankelijkheid centraal staan; • De digitale dienstverlening verder wordt verbeterd; • Wordt toegewerkt naar volwassenheidsniveau 3 conform relevante wet- en regelgeving; • De informatiepositie van organisatie en gemeenteraad wordt versterkt; • Jaarlijks aan de raad wordt gerapporteerd over voortgang en maatschappelijke effecten.
6.3.
Datagedreven werken
Datagedreven werken biedt kansen voor betere beleidsvorming, efficiëntere processen en sterkere informatievoorziening. Wij vinden het belangrijk dat data op een zorgvuldige, transparante en controleerbare manier wordt gebruikt, met duidelijke aandacht voor privacy, governance en publieke waarden. Dat vraagt om bestuurlijke regie en verdere kennisontwikkeling binnen zowel organisatie als gemeenteraad. We willen doorgroeien op het gebied van datagedreven werken, zodat processen, datakwaliteit en governance voldoen aan relevante wet- en regelgeving. Een register van algoritmes en een ethische beoordeling zijn daarbij onontbeerlijk.
Opdracht aan het college Werk vóór eind 2027 kaders uit voor datagedreven werken waarin: • Heldere richtlijnen voor verantwoord datagebruik worden vastgesteld; • Privacy en gegevensbescherming zijn geborgd; • Datakwaliteit, governance en transparantie worden versterkt; • Wordt toegewerkt naar conformiteit met relevante wet- en regelgeving; • De raad beter wordt ondersteund met betrouwbare sturings- en verantwoordingsinformatie; • Planmatige aandacht voor een optimale veiligheid voor de digitale systemen van de gemeente en Dienst Dommelvallei.
19
6.4.
Richtlijnen gebruik AI
Kunstmatige intelligentie (AI) biedt mogelijkheden om dienstverlening en besluitvorming te ondersteunen, maar vraagt tegelijkertijd om duidelijke bestuurlijke kaders. Wij willen AI verantwoord, transparant en mensgericht inzetten, met aandacht voor ethiek, uitlegbaarheid, informatiebeveiliging en digitale weerbaarheid. We maken geen gebruik van ‘open’ AI. AI mag nooit leiden tot uitsluiting, discriminatie of vermindering van de menselijke maat in het contact met inwoners. Wij willen op het gebied van AI en algoritmisch werken doorgroeien, zodat toepassingen beheerst, uitlegbaar en in lijn met relevante wet- en regelgeving kunnen worden ingezet.
Opdracht aan het college Werk vóór eind 2027 een beleidskader en uitvoeringsprogramma AI uit waarin: • Kaders voor verantwoord gebruik van ‘gesloten’ AI worden vastgesteld; • Aandacht bestaat voor informatiebeveiliging en digitale weerbaarheid; • Wordt toegewerkt naar conformiteit met relevante wet- en regelgeving; • Waarbij bij gebruik maken van AI de eis is dat een mens de vraag stelt, de machine (AI) antwoorden geeft, en dat een mens deze antwoorden beoordeelt en toetst op realiteitsgehalte/zinvolheid (mens-machine-mens).
6.5.
Ondersteuning gemeenteraad
Een goede ondersteuning van de gemeenteraad vinden wij van groot belang. De griffie moet beschikken over voldoende personele capaciteit, expertise en middelen om de gemeenteraad tijdig, onafhankelijk en deskundig te ondersteunen. De griffier is daarbij een strategisch adviseur van de gemeenteraad. Daarnaast willen wij de communicatie vanuit de gemeenteraad versterken en hiervoor een eigen multimediaal informatiekanaal ontwikkelen. Samen met de griffie wordt er gekeken naar mogelijkheden voor de ontwikkeling van de raadscommunicatie.
20
6.6.
Participatie
Wij vinden het belangrijk dat inwoners vroegtijdig betrokken worden bij ontwikkelingen in hun leefomgeving. Participatie is het middel waarbij de overheid inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties vroegtijdig betrekt bij ontwikkelingen en besluitvorming. Participatie vraagt duidelijke verwachtingen aan de voorkant, goede communicatie, transparantie en goede terugkoppeling. Participatie betekent niet automatisch dat je ook je zin krijgt. We willen schijnparticipatie voorkomen. Om dit te waarborgen wordt de participatieladder ingezet, hiermee weet men wat er met hun participatie gebeurt. Participatie moet leiden tot betere besluiten, meer draagvlak en sterkere verbinding met de samenleving.
Opdracht aan het college Werk uiterlijk in 2026 een nieuw participatiekader uit waarin is opgenomen: • Geldende uitgangspunten en eisen voor participatie worden vastgelegd en uitgevoerd volgens de participatieladder; • Geldende uitgangspunten over communicatie zijn opgenomen; • Afspraken over terugkoppeling en mate van invloed; • Evaluatie en monitoring structureel zal plaatsvinden; • Uitgewerkte participatie-eisen voor ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen; • Hoe participatie wordt gekoppeld aan wijkgericht en gebiedsgericht werken; • Wat de ingang is waar inwoners eigen initiatieven kunnen neerleggen en hoe zij hierbij eventueel ambtelijke ondersteuning kunnen krijgen; • De mogelijkheid om in deze bestuursperiode een raadgevend referendum te organiseren; • Participatie vraagt duidelijke verwachtingen, transparantie en goede terugkoppeling.
21
7.
Financiële houdbaarheid
De financiële vooruitzichten van onze gemeente zijn niet rooskleurig. De komende jaren hebben wij de gezamenlijke opdracht om de financiën van onze gemeente in balans te houden. Daarom kiezen wij voor een financieel verantwoord, realistisch en toekomstbestendig beleid. We zien dat onze gemeente de komende jaren te maken krijgt met grote financiële onzekerheden, stijgende kosten binnen het sociaal domein, druk op gemeentelijke voorzieningen, oplopende investeringsbehoefte en onzekerheid over rijksfinanciën en gemeentefondsontwikkelingen. Wij vinden dat financiële stabiliteit een noodzakelijke randvoorwaarde is om maatschappelijke opgaven daadwerkelijk te kunnen realiseren. Ruimte voor nieuwe ambities is er niet, en op bestaand beleid zullen stevige heroverwegingen gemaakt moeten worden. We kiezen nadrukkelijk voor focus en prioritering boven stapeling van ambities. We vinden het belangrijk dat financiële keuzes uitlegbaar blijven richting inwoners. Eventuele verhogingen van de lasten moeten in verhouding blijven staan tot kwaliteit van voorzieningen en dienstverlening. Tegelijkertijd zien wij ook dat maatschappelijke ontwikkelingen en regionale groei de komende jaren extra investeringen kunnen vragen en dat niet alle ambities gelijktijdig gerealiseerd kunnen worden.
Aanpak op financiën • • • • • • • • • •
Het college krijgt de opdracht om voor 2027 een sluitende begroting te presenteren; Gezien de onzekerheden voor 2028 en verder wordt gekozen om pas keuzes over die jaren te maken wanneer er meer duidelijkheid is; In september 2026 vindt een tussenstap plaats voor de begroting 2027 waarbij mogelijkheden voor bezuinigingen en extra inkomsten worden besproken; We geven prioriteit aan wettelijke taken en maatschappelijke basisvoorzieningen (zoals het minimabeleid); We zijn kritisch op hogere bijdrages aan gemeenschappelijke regelingen; Richting de begroting 2027 en in de toekomst zullen ingrijpende keuzes noodzakelijk zijn; We sturen op structurele oplossingen en niet op incidentele meevallers of bezuinigingen; We zoeken naar mogelijkheden om met slimme investeringen (bijvoorbeeld in duurzaamheid), structureel middelen te besparen; We zoeken naar mogelijkheden om door preventieve inzet, op langere termijn, structureel middelen te besparen; We zoeken naar mogelijkheden van regionale samenwerking en cofinanciering, externe investeringsmogelijkheden en subsidies om de investeringen in de groei van de regio te kunnen betalen.
22
8.
Regionale samenwerking
Wij zien regionale samenwerking als een noodzakelijke voorwaarde om maatschappelijke opgaven op het gebied van wonen, economie, mobiliteit, energie, zorg, arbeidsmarkt en veiligheid effectief aan te kunnen pakken. Geldrop-Mierlo maakt onderdeel uit van een zich snel ontwikkelende regio waarin de schaalsprong van Brainport grote kansen biedt, maar tegelijkertijd ook aanzienlijke druk veroorzaakt op de woningmarkt, infrastructuur, voorzieningen en leefomgeving. Wij staan niet aan de zijlijn, maar dragen actief bij aan een sterke, innovatieve en toekomstbestendige Brainportregio. Daarbij kiezen we nadrukkelijk voor een positie waarin economische ontwikkeling hand in hand gaat met leefbaarheid, sociale samenhang, bereikbaarheid en brede welvaart. Wij willen dat de gemeente zich binnen de regio profileert als een aantrekkelijke woongemeente met hoogwaardige voorzieningen, sterke sociale structuren, groene leefomgeving en goede verbindingen met de economische kern van Brainport. De gemeente profileert zich daarbij nadrukkelijk als het Stadteland van de Brainport regio. Daarbij zien we kansen op het gebied van kennisontwikkeling, innovatie, onderwijs, arbeidsmarkt, duurzaamheid en gezondheid. Tegelijkertijd mag regionale groei niet ten koste gaan van de identiteit en leefbaarheid van Geldrop-Mierlo.
De gemeente blijft daarom actief sturen op balans tussen regionale ambities en lokale kwaliteit van leven. Regionale samenwerking vraagt om wederkerigheid: wanneer Geldrop-Mierlo bijdraagt aan regionale groei, moeten investeringen in bereikbaarheid, voorzieningen, woningbouw, leefbaarheid en maatschappelijke infrastructuur daarin mee ontwikkelen. Wij willen binnen regionale samenwerkingsverbanden zichtbaarder en strategischer opereren. Wij zoeken hierbij de samenwerking met andere gemeenteraden uit de regio op. De gemeente wil vroegtijdig betrokken zijn bij regionale besluitvorming en nadrukkelijker invloed uitoefenen op regionale agenda’s. We kiezen voor een actieve lobby richting regio, provincie, Rijk en maatschappelijke partners. We zien in het bijzonder kansen om de positie van Geldrop-Mierlo binnen Brainport te versterken op de volgende thema’s: • Toekomstbestendige woningbouw en leefbare woonmilieus; • Bereikbaarheid en duurzame mobiliteit; • Talentontwikkeling, onderwijs en arbeidsmarkt; • Gezondheid, sport en vitaliteit; • Innovatie en digitalisering; • Klimaat, energie en circulaire economie; • Behoud en versterking van groen en landschap; • Sterke en vitale centra.
23
De gemeente wil daarnaast beter gebruikmaken van regionale samenwerking voor het aantrekken van investeringen, subsidies en innovatieve projecten. Daarbij wordt nadrukkelijk gezocht naar verbinding tussen lokale maatschappelijke opgaven en regionale ontwikkelkansen. De gemeenteraad spreekt uit dat regionale samenwerking transparant, democratisch, controleerbaar en ondersteunend aan de schaal, identiteit en leefbaarheid van Geldrop-Mierlo moet blijven. De raad wil beter in positie worden gebracht bij regionale besluitvorming en tijdig betrokken worden bij strategische keuzes. Het is van groot dat belang dat alle gemeenschappelijke regelingen tijdig, periodiek en transparant communiceren over hun werkzaamheden. De gemeenteraad moet voldoende gelegenheid krijgen om het debat te voeren over de beslissingen die genomen moeten worden met betrekking tot gemeenschappelijke regelingen.
Opdracht aan het college Werk uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 een strategische regionale agenda Geldrop-Mierlo uit waarin: • De positionering van Geldrop-Mierlo (en de lokale belangen) binnen Brainport wordt uitgewerkt; • Regionale ambities worden gekoppeld aan lokale leefbaarheid en brede welvaart; • Concrete lobbydoelen richting regio, provincie en Rijk zijn opgenomen; • Kansen voor subsidies, investeringen en innovatieprogramma’s inzichtelijk worden gemaakt; • Regionale samenwerkingsverbanden en bestuurlijke rollen worden geëvalueerd; • De raad structureel wordt betrokken bij regionale strategievorming en besluitvorming; • Voor alle gemeenschappelijke regelingen in beeld is wat de gevolgen (financieel en op uitvoering) zijn van de schaalsprong voor de gemeenschappelijke regeling en de gemeente.
24
9.
Bestuurlijke samenwerking en bestuurscultuur
Samen het juiste doen voor de inwoners van Geldrop-Mierlo, dat is wat ons verbindt. Lokaal bestuur vraagt wat ons betreft om een professionele, betrouwbare en constructieve samenwerking tussen de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie. De kwaliteit van die samenwerking is een bepalende factor voor het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur én voor de kwaliteit van besluitvorming en uitvoering. Wij kiezen voor openheid, betrouwbaarheid, rolvastheid, respect en samenwerking. Verschillen van inzicht horen bij de democratie en vragen om een actief en inhoudelijk debat. Een goede samenwerking vraagt om een duidelijke rolverdeling, tijdige informatievoorziening en wederzijds vertrouwen. De gemeenteraad heeft daarbij een volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol. Het college bestuurt en voert beleid uit binnen de door de raad vastgestelde kaders. De ambtelijke organisatie ondersteunt en adviseert professioneel en onafhankelijk.
9.1.
Versterking samenspel
Wij zien het versterken van het dualisme (het samenspel tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouder) als een belangrijke randvoorwaarde voor goed bestuur, transparante besluitvorming en een krachtige maatschappelijke verbinding. Strategische keuzes en grote ontwikkelingen zijn primair aan de gemeenteraad. De gemeenteraad zit hierbij aan de voorkant van de trajecten, zodat kaderstelling tijdig en zorgvuldig kan plaatsvinden. Deze ontwikkelingen worden zo veel als mogelijk in scenario’s aan de gemeenteraad voorgelegd. Belangrijk is een open informatievoorziening en een cultuur waarin de gemeenteraad tijdig en volledig wordt meegenomen in relevante ontwikkelingen. Alle raadsleden hebben gelijke toegang tot informatie. Daarnaast willen wij investeren in versterking van onze eigen informatiepositie, kennisontwikkeling en ondersteuning. De griffie vervult hierin een belangrijke ondersteunende rol. Het debat vindt plaats in de raadszaal. In de raadsvergaderingen zetten wij actief in op onderling debat. Nadrukkelijk willen we geen eenzijdig vraaggesprek richting het college, maar willen wij standpunten en ideeën onderling uitwisselen. We zijn niet alleen agendavolgend, maar ook agendabepalend waarbij wij actief ‘de instrumentenkoffer’ inzetten. De richtinggevende uitspraken in dit Breed Raadsprogramma vragen om wethouders die verbinden en die lef tonen.
Meerderheden voor voorstellen zijn niet altijd vanzelfsprekend, dus zal een wethouder tijdig de verbinding en samenwerking met de gemeenteraad moeten zoeken.
25
In de samenwerking met het college zijn er korte lijnen tussen de raads- en de collegeleden. Collegeleden zijn benaderbaar voor alle raadsleden, van alle partijen. Hierbij past een cultuur waarbij de deur van de collegeleden ‘open’ staat. Raads- en collegeleden investeren actief en structureel in goede relaties. Binnen het politiek-bestuurlijk samenspel moet de ambtelijke organisatie voldoende ruimte krijgen om professioneel te adviseren, risico’s te benoemen en bestuurlijke dilemma’s inzichtelijk te maken. Mochten er vragen of een behoefte aan verduidelijking zijn vanuit raadsleden dan zijn ambtenaren bereikbaar, al dan niet met tussenkomst van de griffie. Daarbij hoort een veilige werkomgeving, duidelijke prioriteiten en realistische verwachtingen ten aanzien van uitvoerbaarheid en capaciteit.
9.2.
Normen, waarden en politieke omgangsvormen
Een goed samenspel tussen raad, college en ambtelijke organisatie gaat niet alleen over formele rollen, maar ook over houding en gedrag. Een goede duale samenwerking vraagt om onderling respect, integriteit, rolvastheid, transparantie en wederzijds vertrouwen. Persoonlijke aanvallen, polarisatie en het bewust verspreiden van onjuiste informatie passen wat ons betreft niet bij de manier waarop in Geldrop-Mierlo politiek wordt bedreven. Iedereen moet zich veilig voelen binnen het lokaal bestuur en het publieke debat. Wanneer dit toch plaatsvindt spreken we elkaar daarop aan. Daarnaast heeft de burgemeester als voorzitter van de gemeenteraad een actieve rol in de normstelling en het bevorderen van het groepsgevoel. Discriminatie, intimidatie, bedreiging of ander grensoverschrijdend gedrag zijn onacceptabel. Samenwerking in de gemeenteraad vindt nadrukkelijk niet alleen op de formele momenten plaats, maar juist ook op de informele momenten. Een drankje na een vergadering, samen fietsen naar een bijeenkomst en een heidag met de gemeenteraad zijn daar voorbeelden van.
9.3.
Participatie en verbinding met inwoners
Wij zijn zichtbaar, toegankelijk en aanspreekbaar voor inwoners. Volksvertegenwoordiger zijn betekent niet alleen besluitvorming in de raadzaal, maar ook aanwezigheid in wijken, buurten, verenigingen en maatschappelijke netwerken. We kiezen voor een actieve verbinding met de samenleving en willen inwoners vroegtijdig betrekken bij ontwikkelingen en keuzes. Participatie vraagt om duidelijke verwachtingen, transparantie over invloed en goede terugkoppeling.
9.4.
Lerende bestuurscultuur
De samenwerking tussen raad, college en organisatie is gericht op één gezamenlijk doel: het versterken van vertrouwen van inwoners in het lokaal bestuur en het realiseren van zichtbare maatschappelijke resultaten voor Geldrop-Mierlo. Hierbij past een lerende bestuurscultuur. Dit is een continu proces waarbij we actief op zoek gaan naar reflectie, evaluatie en ontwikkeling.
26
Opdracht aan onszelf Wij geven onszelf de opdracht om: • • • • • • •
Respectvol met elkaar en met inwoners om te gaan; Het politieke debat te voeren op inhoud; Ruimte te geven aan verschillende opvattingen; Actief naar elkaar en naar inwoners te luisteren; Aanspreekbaar te zijn op gedrag en besluitvorming; Zorgvuldig en integer te handelen; Verantwoord om te gaan met publieke middelen en publieke informatie.
We hebben de ambitie om: • • • • •
Een levendige debatcultuur te ontwikkelen waarbij de ambitie bestaat om bij elke commissie een goed debat te voeren; We passen waar nodig de vergaderstructuur aan om deze debatcultuur te bevorderen; Actief en terugkerend trainingen en workshops te volgen om de kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen; Jaarlijks met elkaar samen te komen op een heidag om de onderlinge samenwerking te bespreken; Actief betrokken te zijn bij het bevorderen van haar informatiepositie, bijvoorbeeld bij keuzes rondom een raadsinformatiesysteem en tijdlijnen voor langlopende dossiers.
27
10.
Slotverklaring
Met dit Breed Raadsprogramma spreekt de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo de gezamenlijke ambitie uit om de komende bestuursperiode samen te werken aan een toekomstbestendige gemeente. De raad kiest voor een koers waarin brede welvaart, leefbaarheid, bestuurlijke betrouwbaarheid en realistische uitvoerbaarheid centraal staan. Daarbij blijft ruimte bestaan voor politieke verschillen, maar wordt tegelijkertijd gezamenlijk verantwoordelijkheid genomen voor de toekomst van Geldrop-Mierlo.
28