BP Mierloseweg 40 Geldrop - Bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Grondwater (AS3000)
Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 Idem Idem Idem Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17852 Conform AS3110-3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 Idem Idem Idem Conform AS3130-1 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
1,1-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,2-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
1,3-dichloorpropaan
Grondwater (AS3000)
som dichloorpropanen (0.7 factor)
Grondwater (AS3000)
tetrachlooretheen
Grondwater (AS3000)
tetrachloormethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,1-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
1,1,2-trichloorethaan
Grondwater (AS3000)
trichlooretheen
Grondwater (AS3000)
chloroform
Grondwater (AS3000)
vinylchloride
Grondwater (AS3000)
tribroommethaan
Grondwater (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grondwater (AS3000)
Grondwater (AS3000)
Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Conform AS3110-5
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001
B1978724 G6883912 G6888509
23-03-2021 23-03-2021 23-03-2021
23-03-2021 23-03-2021 23-03-2021
ALC204 ALC236 ALC236
Paraaf : SYNLAB Analytics & Services B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Verkennend bodemonderzoek, Mierloseweg 40 Geldrop rapport: 2001774 versie 1, 5 mei 2021
Bijlage 5 : Toetsingstabellen grond en grondwater
Toetsing volgens BoToVa, module T.12-Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 19-04-2021 - 11:52)
Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie
2001774 Mierloseweg, Geldrop B01A-3 B01A (80-130 Grond (AS3000) Overschrijding Achtergrondwaarde BI
SR
SR
Eenheid SR
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten organische stof (gloeiverlies)
% g -
Ja 84.4 <1 Geen
%
4.1
4.1
2.7
2.7
<0.5
0.5
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS 2.7
2.7
2.8
2.8
1.9
1.9
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
BC
2001774 Mierloseweg, Geldrop MM2 B01A (130-150) Grond (AS3000) Voldoet aan Achtergrondwaarde
Analyse
METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
BT
2001774 Mierloseweg, Geldrop MM1 B01A (0-50) B02 Grond (AS3000) Overschrijding Achtergrondwaarde
-
Ja 87.1 <1 Geen
84.4
324 91 -0.21 0.326 <=AW -0.02 9.14 <=AW -0.03 2.8 30.2 16 <=AW -0.07 0.05 0.0699<=AW 0.00 147 98 WO 0.20 0.35 <=AW -0.01 <0.5 6.8 18.7 <=AW -0.25 137 63 <=AW 0.00
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kg <0.01 0.007 fenantreen mg/kg 0.15 0.15 antraceen mg/kg 0.11 0.11 fluoranteen mg/kg 0.62 0.62 benzo(a)antraceen mg/kg 0.62 0.62 chryseen mg/kg 0.46 0.46 benzo(k)fluoranteen mg/kg 0.27 0.27 benzo(a)pyreen mg/kg 0.46 0.46 benzo(ghi)peryleen mg/kg 0.27 0.27 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg 0.28 0.28 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) mg/kg 3.247 3.25 WO 0.05
BT
BC
BI
-
0.007 0.45 0.12 0.91 0.76 0.53 0.3 0.45 0.33 0.29
-
4.147 4.15 WO
BC
Ja 85.6 85.6 <1 Geen
87.1
159 45 -0.62 1.02 WO 0.03 3.39 <=AW -0.07 <1.5 31.5 <=AW -0.06 16 0.09 0.127<=AW 0.00 62.8 WO 41 0.03 0.35 <=AW -0.01 <0.5 4.4 12 <=AW -0.35 224 100 IN 0.15 <0.01 0.45 0.12 0.91 0.76 0.53 0.30 0.45 0.33 0.29
BT
-
54.2 <20 -<0.2 0.241 <=AW -0.03 <1.5 3.69 <=AW -0.06 7.24 <=AW -0.22 <5 <0.05 0.0503<=AW 0.00 11 <10 <=AW -0.08 <0.5 0.35 <=AW -0.01 6.12 <=AW -0.44 <3 33.2 <20 <=AW -0.18 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01
0.07
0.007 0.007 0.007 0.007 0.007 0.007 0.007 0.007 0.007 0.007
0.07 0.07
<=AW -0.04
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 ug/kg <1 PCB 52 ug/kg <1 PCB 101 ug/kg <1 PCB 118 ug/kg <1 PCB 138 ug/kg <1 PCB 153 ug/kg <1 PCB 180 ug/kg <1 som PCB (7) (0.7 factor) ug/kg 4.9
12
<=AW
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
8.54 12.2 26.8 8.54 34.1
----<=AW -0.03
Monstercode 13429149-001 13429149-002 13429149-003
Monsteromschrijving B01A-3 B01A (80-130) MM1 B01A (0-50) B02 (30-80) B03 (20-58) B04 (0-50) B05 (0-50) B06 (0-50) B07 (20-58) MM2 B01A (130-150) B01A (150-200) B02 (150-200)
<5 5 11 <5 <20
1.71 1.71 1.71 1.71 1.71 1.71 1.71
-
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1
2.59 2.59 2.59 2.59 2.59 2.59 2.59
-
4.9
18.1
<=AW
<5 7 18 14 40
13 25.9 66.7 51.9 148
----<=AW -0.01
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 -
BI
3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5 3.5
4.9 24.5 <5 <5 <5 <5 <20
17.5 17.5 17.5 17.5 70
<=AW
-
----<=AW -0.02
Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel BI SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) ) Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat + De normen voor barium zijn ingetrokken. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s (waterbodem) en de interventiewaarde voor landbodem van 920 mg/kg (landbodem). ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd.
<=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde WO Wonen IN Industrie ,zp Interventiewaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden somIW>1 Interventiewaarde wordt overschreden door som fractie interventiewaarde > 1 (interventie factor) ^ Enkele parameters ontbreken in de som >IND Groter dan industrie Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Roze > Industrie Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) Blauw >= Achtergrond waarde
Normenblad Toetskeuze: T.12: Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Analyse
Eenheid AW
METALEN cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink
mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg mg/kg
Wo
Ind
I
0.6 1.2 4.3 13 15 35 190 190 40 54 190 190 0.15 0.83 4.8 36 50 210 530 530 1.5 88 190 190 35 39 100 100 140 200 720 720
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 mg/kg 1.5 6.8 40 factor)
40
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor) ug/kg
20
40
MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
190
190 500 5000
mg/kg
500 1000
* Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging Legenda normenblad AW = Achtergrondwaarden WO = Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen IND = Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie I = Interventiewaarden Normen en definities http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/downloads
Toetsing volgens BoToVa, module T.13-Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb (Toetsversie 2.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum: 19-04-2021 - 11:52)
Projectcode Projectnaam Monsteromschrijving Monstersoort Monster conclusie
2001774 Mierloseweg, Geldrop PB01-1-1 PB01 (280Grondwater (AS3000) Overschrijding Streefwaarde
Analyse
Eenheid SR
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l
58 58 >S <0.20 0.14 <=S 4.5 4.5 <=S <2.0 1.4 <=S <0.05 0.035<=S <2.0 1.4 <=S 1.4 <=S <2 11 11 <=S 7 <10 <=S
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen
ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l
<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 <0.02
0.14 <=S 0.14 <=S 0.14 <=S 0.07 0.14 0.21 <=S 0.14 <=S 0.014<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l 1,2-dichloorethaan ug/l 1,1-dichlooretheen ug/l cis-1,2-dichlooretheen ug/l trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen (0.7 factor)ug/l dichloormethaan ug/l 1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 1,3-dichloorpropaan ug/l som dichloorpropanen (0.7 factor) ug/l tetrachlooretheen ug/l tetrachloormethaan ug/l 1,1,1-trichloorethaan ug/l 1,1,2-trichloorethaan ug/l trichlooretheen ug/l chloroform ug/l vinylchloride ug/l tribroommethaan ug/l
<0.2 <0.2 <0.1 <0.1 <0.1 0.14 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2 0.42 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.2 <0.2 <0.2 <0.2
0.14 <=S 0.14 <=S 0.07 <=S 0.07 0.07 0.14 <=S 0.14 <=S 0.14 0.14 0.14 0.42 <=S 0.07 <=S 0.07 <=S 0.07 <=S 0.07 <=S 0.14 <=S 0.14 <=S 0.14 <=S 0.14 ---
-
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
<25 <25 <25 <25 <50
17.5 17.5 17.5 17.5 35
-
ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l
ADDITIONELE TOETSPARAMETERS 13429164-001 som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM)
Monstercode 13429164-001
Monsteromschrijving PB01-1-1 PB01 (280-380)
BT
BC BI
----<=S
0.01 -
-
-
-
EenheidBT ug/l DIMSLS
BC
0.77 ^-0.0002
Verklaring kolommen SR Resultaat op het analyserapport BT Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden. BC Toetsoordeel BI SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) ) Verklaring toetsingsoordelen Geen toetsoordeel mogelijk -Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing --Streefwaarde ontbreekt, zorgplicht van toepassing # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat <=AW Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde <=S Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde >S Groter dan de streefwaarde >I Groter dan interventiewaarde >(ind)I INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden ^ Enkele parameters ontbreken in de som Kleur informatie Rood > Interventiewaarde Oranje >= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1) Blauw > streefwaarde
Normenblad Toetskeuze: T.13: Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb
Analyse
Eenheid
S
I
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l
50 625 0.4 6 20 100 15 75 0.05 0.3 15 75 5 300 15 75 65 800
VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen
ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l ug/l
0.2 30 7 1000 4 150 0.2 70 6 300 0.01 70
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l 7 900 1,2-dichloorethaan ug/l 7 400 1,1-dichlooretheen ug/l 0.01 10 dichloormethaan ug/l 0.01 1000 som (cis,trans) 1,2- dichloorethenen ug/l 0.01 20 (0.7 factor) som dichloorpropanen (0.7 factor) ug/l 0.8 80 tetrachlooretheen ug/l 0.01 40 tetrachloormethaan ug/l 0.01 10 1,1,1-trichloorethaan ug/l 0.01 300 1,1,2-trichloorethaan ug/l 0.01 130 trichlooretheen ug/l 24 500 chloroform ug/l 6 400 vinylchloride ug/l 0.01 5 tribroommethaan ug/l 630 MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40
ug/l
50
600
* Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging Legenda normenblad S = Streefwaarden I = Interventiewaarden Normen en definities http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/downloads
Onderbouwing wateraspect Mierloseweg 40, Geldrop
Onderbouwing wateraspect Mierloseweg 40, Geldrop
Aeres Milieu Projectnummer
: AM21063
Status rapport
: Definitief (versie 1)
Datum
: 31 mei 2021
Opdrachtgever
: Reland locatieontwikkeling Burg. Verdijkplein 1 5835 AR Beugen
Opgesteld door
: L. De Graaff, MSc.
Paraaf
:
Gecontroleerd door
: ing dhr. M. Vrolix bc.
Paraaf
:
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2
AM21063
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4
2.
BESCHRIJVING BESTAAND WATERSYSTEEM............................................................................................................................................7 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................7
2.2
Watersystemen ...............................................................................................................................................................................................7 Grondwater ...............................................................................................................................................................................................7 Oppervlaktewater...................................................................................................................................................................................8 Afval- en hemelwater ...........................................................................................................................................................................8
3.
PLANVOORNEMEN EN AFWEGINGEN ........................................................................................................................................................... 10
4.
OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ............................................................................................................. 12
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart ............................................................................................................................................................... 13 Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen .............................................................................................................................................................. Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur ..............................................................................................................................................................................
Pagina | 3
AM21063
1. INLEIDING In opdracht van Reland heeft Aeres Milieu een onderbouwing van het wateraspect opgesteld voor de bouw en appartementencomplex aan de Mierloseweg te Geldrop. Het complex zal worden gerealiseerd op de locatie van het (voormalig) bedrijfspand. Onder de nieuwbouw zal een parkeerkelder worden gerealiseerd. De locatie ligt in het bebouwde gebied van Geldrop en is in de huidige situatie nagenoeg geheel verhard. De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op afbeelding 1.
Adres onderzoekslocatie
: Mierloseweg 40, Geldrop
Gemeente
: Geldrop-Mierlo
Waterschap
: De Dommel
Kadastrale registratie
: Geldrop, Sectie F, Nummers 2261
Oppervlakte
: circa 1.218 m2
Peil maaiveld
: 19,0 m +NAP
Peil grondwater
: 17,7 m +NAP
Afbeelding 1.: Luchtfoto en kadastrale situatie met globale begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd). (bron luchtfoto: PDOK-viewer)
Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van de onderbouwing van het wateraspect is de voorgenomen planontwikkeling op het perceel en de verplichting om aan te geven hoe omgegaan wordt met de toekomstige (afval)waterstromen en toekomstige wateroverlast vermeden wordt.
Pagina | 4
AM21063
Het planvoornemen bestaat uit een nieuw te realiseren appartementencomplex op de huidige locatie van het bedrijfspand aan de Mierloseweg 40. Het nieuwe appartementencomplex zal bestaan uit circa 40 appartementen. Tevens zal er onder het pand een parkeerkelder worden gerealiseerd voor circa 45 auto’s. Afbeelding 2 geeft het vlekkenplan uit het planvoornemen weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2.
N
Afbeelding 2: Voorgenomen planontwikkeling (bron: opdrachtgever)
Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw op het perceel voor de waterhuishouding. Hiervoor zijn de bestaande waterhuishouding, gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden tot het bekomen van een duurzame herontwikkeling kort beschreven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder Pagina | 5
AM21063
geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem, zie ook bijlage 3. Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan Noord-Brabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Tevens heeft de provincie in aanloop van het in werking treden van de Omgevingswet reeds een interim Omgevingsverordening opgesteld. Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheer-plan “Waardevol Water” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt bij het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij planontwikkelingen wordt tevens de gemeente betrokken omdat deze meestal het beheer over het lokale (opper)vlaktewater hebben. De drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse Delta hebben hiervoor een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In sommige gevallen volstaat een melding. Uitzonderingen staan beschreven in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in het watersysteem kan een vergunning benodigd zijn. In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022 van de gemeente Geldrop-Mierlo is het beleid ten aanzien van vuil- en regenwater vastgelegd. Bij alle ontwikkelingen en aanpassingen ten aanzien van de bovengrondse inrichting weegt de gemeente de risico’s op wateroverlast mee.
Bij nieuwbouw, ongeacht de toename van het verhard oppervlak, volgen ze het principe van waterschap De Dommel van ‘Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen’. Dit houdt in dat de nieuwe watersituatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. 60 mm berging in openbaar gebied of bij nieuwbouw (toename verhard oppervlak meer dan 500 m2) is een uitgangspunt in het ontwerp. Bij herinrichtingsplannen is deze 60 mm wel het streven, maar door de soms beperkt beschikbare ruimte en gebrek aan open water kan dit niet altijd ingepast/gegarandeerd worden. De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem. Door middel van deze rapportage wordt het planvoornemen hydrologisch beschreven, waarna toetsing plaatsvindt door het bevoegd gezag.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het huidige watersysteem beschreven met in hoofdstuk 3 de afwegingen van het planvoornemen op dit systeem. In hoofdstuk 4 worden enkele algemene aandachtspunten en randvoorwaarden beschreven. Pagina | 6
AM21063
2. BESCHRIJVING BESTAAND WATERSYSTEEM 2.1
Inleiding
Het plangebied ligt in het centrum van Geldrop. Ten noorden grenst het plangebied aan de Mierloseweg, ten oosten aan de Ter Borghstraat en ten zuiden aan De Bleekvelden. Ten westen ligt het bedrijfspand van de Mierloseweg 38. Het plangebied is nagenoeg geheel verhard. Nabij noordelijk is een kleine groen en grasstrook aanwezig. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie van het plangebied weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Bij nieuwbouw is o.a. voldoende ontwateringsdiepte benodigd om wateroverlast in de toekomst te vermijden. Hierbij is in eerste instantie ook de bestaande hoogteligging van belang. Het plangebied ligt globaal op een aflopende helling richting de Kleine Dommel ten westen van het plangebied. Op perceelniveau is geen hoogteverschil aanwezig met een maaiveldhoogte van circa 19,0 m +NAP. De Bleekvelden (zuid) ligt ongeveer op dezelfde hoogte als het plangebied. De Mierloseweg (noord) en Ter Borghstraat (oost) liggen iets lager dan het plangebied, respectievelijk op circa 18,5 m +NAP en 18,8 m +NAP. Afbeelding 3 geeft de genoemde hoogteverschillen weer.
Afbeelding 3: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)
2.2
Watersystemen
De (water)systemen zoals die in het plangebied en omgeving voorkomen, worden onderverdeeld in grond-, oppervlakte-, afvalen hemelwater. Hieronder zijn deze aspecten kort beschreven.
Grondwater Van de onderzoekslocatie is diverse informatie beschikbaar in het Dinoloket, bodematlas Noord-Brabant, bodemdata Nederland en ons eigen archief. Echter door de stedelijke ligging is het plangebied niet altijd goed gekarteerd op de beschikbare kaarten en is er doormiddel van extrapolatie een inschatting gemaakt. Er is geen veldonderzoek uitgevoerd.
Pagina | 7
AM21063
Naar verwachting ligt het plangebied op de geomorfologische eenheid beekdalbodem met glooiing van beekdalzijde. Deze morfologie is gevormd door de ligging nabij de Kleine Dommel. Op deze beekdalbodem is een vlierveengrond op zand zonder humuspodzol gevormd. Dit bodemtype gaat over in hoge zwarte enkeerdgronden met leemarm en zwak lemig fijn zand. Het plangebied ligt naar verwachting op een van deze twee bodemtypes, waardoor de verwachte infiltratiesnelheid van de bodem matig zal zijn. Op basis van de beschikbare data uit ‘Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond / DINO-loket’ is een verwachte geohydrologische opbouw van de bodem vastgesteld. De schematische bodemopbouw is weergegeven in tabel 1. Uit deze bodemopbouw valt op dat er op circa 1,6 m-mv het laagpakket van Liempde te verwachten is. Deze bodemlaag functioneert als een beperkende factor voor de verticale doorlatendheid van de bodem. Deze bodemlaag gaat over in de matig tot goede doorlatende derde zandige eenheid van de Formatie van Boxtel in de diepere ondergrond. Diepte [m-mv.]
Lithostratigrafie
Lithologie
0-1,6
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
1,6-2,4
2,4-16,5
Formatie van Boxtel, Laagpakket
Lemig/kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem, met weinig fijn en
van Liempde
midden zand en een spoor veen en grof zand
Formatie van Boxtel
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
16,5-18,5
Formatie van Boxtel
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, midden en fijn zand, met weinig klei, veen en grof zand
Tabel 1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Om grondwateroverlast te voorkomen en schade aan huizen te vermijden is voldoende ontwateringsdiepte benodigd. Hierbij wordt gestreefd naar een minimale ontwateringsdiepte van 0,7 m-mv bij bebouwing en 0,5 m-mv bij tuinen. Hierbij is de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) van belang. Nabij het plangebied zijn enkele grondwatermeetpunten aanwezig waarin de grondwaterstand gemonitord wordt. Hieruit blijkt dat de gemiddelde grondwaterstand voorkomt op circa 17,7 m +NAP en de GHG op circa 18,1 m +NAP. Volgens de grondwaterkaarten van TNO stroomt het freatisch grondwater globaal in noordwestelijke richting. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en voor zover bekend wordt er geen grootschalige grondwaterhoeveelheid onttrokken ter plaatse of in de nabije omgeving.
Oppervlaktewater Binnen het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Wegens de ligging in het stedelijk gebied is er in de directe omgeving ook geen oppervlaktewater aanwezig. Op circa 200 meter ten westen van het plangebied ligt de Kleine Dommel. welke in noordwestelijke richting stroomt. Deze watergang heeft een meanderzone van 25 meter aan beide zijdes. Het plangebied ligt niet in of nabij deze beschermingszones. Vanuit het plangebied is derhalve geen directe invloed op het oppervlaktewater te verwachten.
Afval- en hemelwater Het huidige pand en deze in de omgeving zijn aangesloten op het gemengd gemeentelijk rioolstelsel. De gemeente heeft als doelstelling om zoveel mogelijk panden af te koppelen van dit gemengd stelsel Pagina | 8
AM21063
Bij nieuwbouw dient men een eigen DWA- en RWA-stelsel aan te leggen, zodat bij de toekomstige scheiding van het gemeentelijk rioolstelsel het hemel- en afvalwater gescheiden afgevoerd kan worden. Afbeelding 4 geeft het overzicht van het rioolstelsel in de omgeving weer, afkomstig uit het Rioleringsplan 2018-2022.
Plangebied
Afbeelding 4: Uitsnede uit de overzichtskaart van de riolering in Geldrop, rode stip is plangebied. Bron: Rioleringsplan 2018-2022
Volgens de bodematlas van Noord-Brabant ligt het plangebied op de overgang van een kwel- naar een infiltratiegebied. Op basis van de bodemsamenstelling wordt er een matige doorlatendheid verwacht met beperkte verticale infiltratie door de leemlaag (laagpakket van Liempde) op ca. 1,6 m-mv. Ter plaatse is (vooralsnog) geen infiltratieonderzoek uitgevoerd. Het afkoppelen en infiltreren van neerslag levert een positieve hydrologische bijdrage, mits de juiste milieuhygiënische maatregelen worden getroffen (zie ook hoofdstuk 4). Bij nieuwe ontwikkelingen dient hemelwater, afkomstig van ‘schoon’ afvoerend oppervlak, waar mogelijk, ter plaatse geïnfiltreerd te worden. Naar verwachting zal in de toplaag wel horizontale verspreiding/infiltratie optreden. In de huidige situatie is het plangebied nagenoeg geheel verhard. Dit hemelwater wordt afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel. Vanuit de gemeente is het beleid om bij nieuwe planontwikkelingen een bui van 60 mm op eigen terrein te kunnen verwerken of vertraagd af te voeren naar het gemeentelijk stelsel. Bij kleinere herontwikkelingen zal door de ligging in stedelijk gebied en de beperkte ruimte dit niet altijd mogelijk zijn en dient zoveel mogelijk ter plaatse verwerkt te worden uit duurzaam oogpunt. Dit is tevens afhankelijk van de voorgenomen planinvulling. Deze mogelijkheden zijn in volgend hoofdstuk toegelicht.
Pagina | 9
AM21063
3. PLANVOORNEMEN EN AFWEGINGEN Het planvoornemen betreft de realisatie van een appartementencomplex na sloop van de bestaande bebouwing aan de Mierloseweg 40 te Geldrop Onder het volledige complex zal een parkeerkelder aangelegd worden. Het plangebied ligt momenteel op circa 19,0 m +NAP en kent nauwelijks een hoogteverschil. De GHG heeft een verwachte hoogte van circa 18,1 m +NAP. Ter plaatse wordt derhalve net voldaan aan de benodigde ontwateringsdiepte. Uitgangspunt is hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de huidige grondwaterstanden en het oppervlaktewatersysteem in het gebied worden gehandhaafd. De parkeerkelder dient waterdicht uitgevoerd te worden en instroom vanaf openbaar gebied dient voorkomen te worden. Voor de aanleg zal een tijdelijke bronnering benodigd zijn. Afhankelijk van de duur dient hiervoor een melding of vergunning aangevraagd te worden (Lozing buiten inrichtingen). Om instroom te vermijden wordt geadviseerd om de bebouwing 20-30 centimeter hoger te plaatsen als het nabijgelegen wegniveau (zoals bestaand). De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Binnen en nabij de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. Hierdoor is er geen direct nadelig effect te verwachten door de planontwikkeling op het bestaande oppervlaktewaterstelsel.
Door de bouw van een appartementencomplex wordt geen toekomstige (grond)waterverontreiniging verwacht door het voldoen aan de milieu hygiënische randvoorwaarden, zie ook hoofdstuk 4. Bij de nieuwbouw zal een gescheiden stelsel aangelegd worden. Door de bouw van 40 appartementen neemt de verwachte afvalwaterstroom toe tot circa 12 m3/dag. Naar verwachting zal deze toename in het bestaande rioolstelsel van de gemeente verwerkt kunnen worden. Voor de wijziging aan de rioolaansluiting op het gemeentelijk stelsel dient te zijner tijd bij de gemeente Geldrop-Mierlo een aansluiting aangevraagd te worden. Indien mogelijk dient het gescheiden gehouden hemelwater op eigen terrein verwerkt te worden. Vanuit het waterschap is gezien de bestaande situatie en het kleine plangebied van 1218 m2 geen retentie vereist bij de afkoppeling. Volgens het beleid van de gemeente dient het gehele perceel minimaal afgekoppeld te worden en indien mogelijk dient er gestreefd te worden naar de verwerking van een bui van 60 mm op eigen terrein. Bij kleinere herontwikkelingen in het stedelijk gebied is dit niet altijd haalbaar door gebrek aan ruimte en dient dit dan ook met de gemeente meegedeeld te worden. Door het planvoornemen wordt het perceel grotendeels bebouwd met in totaal 3 verdiepingen. Het pand wordt volledig voorzien van een parkeerkelder.
Momenteel is noordwest- en noordoostelijk enig groen (gras en struiken) aanwezig (ca. 200 m2). Hierdoor zal de hoeveelheid hemelwater welke afstroomt uit het plangebied licht toenemen. Ter plaatse is weinig ruimte aanwezig om hemelwater te verwerken. Verwerking in de bodem is ter plaatse moeilijk toe- en inpasbaar door de gewenste nieuwbouw op basis van de huidige planinvulling. Rondom het pand kunnen kleine tuintjes op het parkeerdek aangebracht worden. Overige mogelijkheden voor een duurzame(re) herontwikkeling zijn de opvang en hergebruik van hemelwater als toiletspoeling (opvang in kelder, bijvoorbeeld onder oprit). Verder kan op het dak een groen/sedum dak of daktuin gerealiseerd worden. Naast een vertraagde (piek)afvoer van het hemelwater draagt het groene dak bij aan een verminderde hittestress en bevordert het de biodiversiteit in het stedelijk gebied. Aanvullend kan groen op de terrassen of gevels aangebracht worden. De resterende waterhoeveelheid zal dan vertraagd afvoeren naar het gemeentelijk stelsel bij gebrek aan alternatieven. Pagina | 10
AM21063
Bij het in acht nemen van de genoemde voorwaarden een aandachtspunten uit deze rapportage is door het planvoornemen met een kleine verhardingstoename en de bestaande situatie op het kleine perceel geen directe wateroverlast te verwachten. Voor een waterneutrale tot duurzame ontwikkeling dienen aanvullende maatregelen ingepast te worden. Het volledig verwerken van 60 mm voor het gehele kleine perceel is niet mogelijk bij het huidig planvoornemen. De gescheiden aansluiting op het gemeentelijk stelsel dient te zijner tijd met de gemeente Geldrop-Mierlo concreter afgestemd te worden. Bij de nadere planinvulling dient er zoveel mogelijk aandacht gegeven te worden aan bijkomende hemelwateropvang (desnoods in het nabijgelegen openbaar gebied) zodat piekafvoeren zoveel mogelijk afgevangen worden. Voorafgaand aan de omgevingsvergunning wordt een nadere planinrichting opgemaakt met het HWA- en DWA-stelsel dat voldoet aan de aansluiteisen van de gemeente. Eventueel benodigde vergunningen worden niet middels deze waterparagraaf geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing/infiltratie of werkzaamheden in (de buurt van) een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden middels het Omgevingsloket.
Pagina | 11
AM21063
4. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Afkoppelen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •
Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.
•
Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen.
•
Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.
Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.
Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen.
Pagina | 12
AM21063
Bijlage 1: Topografische overzichtskaart
Pagina | 13
AM21063
Pagina | 14
AM21063
Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen
Pagina | 15
AM21063
leek
veld
en
BLOK BLEEKVELDEN/ TERBORGSTRAAT
Terb
orgs
traa
t
De B
BLOK MIERLOSEWEG
Mierloseweg Inrichtingsplan
CONCEPT
Nieuwbouw appartementen Bouwadres: schaal: datum:
Mierloseweg 40 - Geldrop 1:100 12-05-2020
45 parkeerplaatsen stallingsgarage
CONCEPT
Nieuwbouw appartementen Bouwadres: schaal: datum:
Mierloseweg 40 - Geldrop 1:100 12-05-2020
53 m2
73 m2
88 m2
76 m2
67 m2
118 m2
92 m2
Bouwlaag 0
CONCEPT
Nieuwbouw appartementen Bouwadres: schaal: datum:
Mierloseweg 40 - Geldrop 1:100 12-05-2020
63 m2 82 m2 75 m2 71 m2
66 m2
92 m2
80 m2
61 m2
72 m2
72 m2
89 m2
Bouwlaag 1
CONCEPT
Nieuwbouw appartementen Bouwadres: schaal: datum:
Mierloseweg 40 - Geldrop 1:100 12-05-2020
63 m2 83 m2 75 m2 71 m2
66 m2
92 m2
80 m2
61 m2
72 m2
72 m2
89 m2
Bouwlaag 2 & 3
CONCEPT
Nieuwbouw appartementen Bouwadres: schaal: datum:
Mierloseweg 40 - Geldrop 1:100 12-05-2020
Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur Wet- en regelgeving •
Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2022, Gemeente Geldrop-Mierlo;
•
Waterbeheerprogramma ‘Waardevol Water’ 2016-2021, Waterschap De Dommel;
•
Keur, Waterschap De Dommel;
•
Watervisie, provincie Noord-Brabant, 2016-2021;
•
Provinciale Milieuverordening, Noord-Brabant (PMV) en interim omgevingsverordening Noord-Brabant 2019;
•
Landelijke Handreiking Watertoets;
•
Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;
•
Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;
•
Waterwet;
•
Het Nationaal Waterplan, 2016-2021;
•
Kader Richtlijn Water;
•
Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.
Overige literatuur •
Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;
•
ruimtelijke plannen Nederland;
•
Bodematlas provincie Noord-Brabant.
Internet •
www.geldrop-mierlo.nl
•
www.dommel.nl
•
www.brabant.nl
•
www.dinoloket.nl
•
www.ahn.nl
•
www.pdok.nl
Pagina | 16
AM21063
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RZKGBGuRGYCE (24 maart 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Reland Adviseurs B.V.
Mierloseweg 40, 5666KA Geldrop
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Sloop en herbouw appartementencomplex (aanlegfase)
RZKGBGuRGYCE
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
24 maart 2021, 15:51
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
57,60 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Sloop huidige bebouwing en realisatie nieuw appartementencomplex (aanlegfase)
Situatie 1
RZKGBGuRGYCE (24 maart 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Transport aanlegfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
19,90 kg/j
Grondverzet aanlegfase Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
37,71 kg/j
RZKGBGuRGYCE (24 maart 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Transport aanlegfase 167558, 382064 19,90 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Licht verkeer
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
8,0 / etmaal NOx NH3
7,79 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
8,0 / etmaal NOx NH3
11,20 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RZKGBGuRGYCE (24 maart 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Voertuig
Omschrijving
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
Mobiele kraan of gelijkwaardig
STAGE IV, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2015 (Diesel) STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
Grondverzet aanlegfase 167397, 381877 37,71 kg/j < 1 kg/j
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
4.500
72
6,0 NOx NH3
17,71 kg/j < 1 kg/j
Minikraan of gelijkwaardig
900
24
3,5 NOx NH3
3,42 kg/j < 1 kg/j
Tractor met dumper of gelijkwaardig
3.000
48
6,0 NOx NH3
11,81 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= Bulldozer of kW < 300, bouwjaar gelijkwaardig 2014 (Diesel)
600
5
14,0 NOx NH3
2,54 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 56 <= kW < 75, bouwjaar 2015 (Diesel)
750
0
3,5 NOx NH3
2,23 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Overig, zoals wackers, trilplaat, shovels
RZKGBGuRGYCE (24 maart 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RZKGBGuRGYCE (24 maart 2021) pagina 6/6
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rcs7PUd77UL3 (24 maart 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Reland Adviseurs B.V.
Mierloseweg 40, 5666KA Geldrop
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Gebruik en extra verkeer t.a.v. appartementencomplex (gebruiksfase)
Rcs7PUd77UL3
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
24 maart 2021, 15:43
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
50,44 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruik en extra verkeer t.a.v. appartementencomplex (gebruiksfase)
Situatie 1
Rcs7PUd77UL3 (24 maart 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Extra verkeer gebruiksfase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Appartementen en kantoor gebruiksfase Plan | Plan
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
6,05 kg/j
-
44,40 kg/j
Rcs7PUd77UL3 (24 maart 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
60,0 / etmaal NOx NH3
6,05 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) NOx
Sector
Resultaten
Extra verkeer gebruiksfase 167557, 382063 6,05 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
Categorie
Omschrijving
Woningen (nieuwbouw): Appartement
Appartementen
Appartementen en kantoor gebruiksfase 167397, 381877 44,40 kg/j
Eenheden Stof
Emissie
40,0 NOx
44,40 kg/j
Rcs7PUd77UL3 (24 maart 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
Rcs7PUd77UL3 (24 maart 2021) pagina 5/5
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING MIERLOSEWEG 40 TE GELDROP
Colofon
Quickscan soortenbescherming Projectnummer: EP.21.1016 Versie: 1 Datum: 11 maart 2021 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Mierloseweg 40 te Geldrop Opdrachtgever Reland locatieontwikkeling Burgemeester Verdijkplein 1 5835 AR Beugen Contactpersoon Anton van Zeeland T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 E: a.vanzeeland@agrifirm.com Uitvoerders Ing. A. van Zeeland L.F.A. van Sleeuwen LL.B. Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
2 Quickscan Flora- en Fauna – Mierloseweg 40 te Geldrop
Inhoudsopgave
Quickscan soortenbescherming INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
6 6
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
9 9
HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE
19 19
LITERATUUR
20
WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN
21 26
3 Quickscan Flora- en Fauna – Mierloseweg 40 te Geldrop
Inleiding
Planbeschrijving
Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Mierloseweg 40 te Geldrop. Op dit adres is een bedrijfspand gevestigd. De plannen omvatten de sloop van het bedrijfspand en de bouw van een appartementencomplex. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Geldrop in de gemeente Geldrop-Mierlo. Het plangebied bevindt zich binnen de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Geldrop.
Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl, geraadpleegd op 02/03/2021)
4 Quickscan Flora- en Fauna – Mierloseweg 40 te Geldrop
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de waarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde diersoorten in het object voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het object. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het object daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Wet natuurbescherming. Op woensdag 3 maart 2021 is het object tussen 14:00 en 15:00 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of de mogelijk aanwezige soorten een zodanige belangrijke status hebben dat een aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 6 graden Celsius en bewolkt. Op basis van de kenmerken is beoordeeld of het object geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.
Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de waarden, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
5 Quickscan Flora- en Fauna – Mierloseweg 40 te Geldrop
Hoofdstuk 1
1 Toetsingskader Wet natuurbescherming De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen van de provincies gekomen.
1.1
Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst.
In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee, tenzij”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vind net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.
6 Quickscan Flora- en Fauna – Mierloseweg 40 te Geldrop
1.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming deelt soorten in drie beschermingsregimes in. Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn 3) Beschermingsregime ander soorten 4) Vrijgestelde soorten 5) Jaarrond beschermde vogelnesten Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: • Opzettelijk vogels te doden of te vangen; • Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; • Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; • Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd.
Wat betreft deze soorten is het verboden om: • Opzettelijk dieren te doden of te vangen; • Opzettelijk dieren te verstoren; • Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; • Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te kopen, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten.
Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten niet onder beschermingsregime van de Wet natuurbescherming en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten.
7 Quickscan Flora- en Fauna – Mierloseweg 40 te Geldrop
Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit de voormalige Flora- en faunawet en meegenomen is onder de Wet natuurbescherming. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
1.3
Houtopstanden De regels van de Boswet zijn grotendeels onveranderd opgenomen in de Wet natuurbescherming. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte van 10 are of meer beslaat ofwel een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Buiten de bescherming vallen: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom (voor deze wet); • houtopstanden op erven of in tuinen • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar • kweekgoed; o uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; • Het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend per hectare per beplantingseenheid o bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter; o zijn aangelegd na 1 januari 2013.
8 Quickscan Flora- en Fauna – Mierloseweg 40 te Geldrop
Hoofdstuk 2
2 Onderzoeksresultaten 2.1
Bronnenonderzoek De gegevens van websites als www.waarneming.nl geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Deze gegevens zijn niet inhoudelijk voor deze quickscan gebruikt. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het onderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het object ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Strabrechtse Heide & Beuven”. Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Het is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden.
Zo wordt de biodiversiteit (het totaal aan planten en dieren) bevorderd. Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken nog veel gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Vanwege de klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Zij moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te kunnen blijven vinden en zich voort te planten. Maar het Natuurnetwerk is er niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor mensen. Mensen genieten, recreëren en ontspannen in de natuur en voelen zich gelukkiger. Natuur schept kansen voor ondernemers die natuur en hun bedrijf willen combineren en helpt tegen de gevolgen van klimaatverandering. De provincie Noord-Brabant heeft een Natuurbeheerplan opgesteld. Het Natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat daarbij om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het Natuurbeheerplan beschrijft per (deel)gebied welke natuur- en landschapsdoelen nagestreefd worden.