CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bodemkwaliteitskaart (inclusief bodemfunctieklassenkaart) gemeente Geldrop-Mierlo.pdf

Commissie Ruimte 29 november 2021, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststellen Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart17.160 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OPDRACHTGEVER: OMGEVINGSDIENST ZUIDOOST-BRABANT

BODEMKWALITEITSKAART GEMEENTE GELDROP-MIERLO

16 JUNI 2021

WSP NEDERLAND B.V. RINGWADE 41 3439 LM NIEUWEGEIN +31 (0)88 910 20 00 wsp.com/nl-NL

PROJECTNUMMER SOB015215 DOCUMENTNUMMER SOB015215.RAP001

COLOFON CONTACTPERSONEN OPDRACHTGEVER Dhr. J. van der Zanden (Gemeente Geldrop-Mierlo) Dhr. P. van Bergen (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant) CONTACTPERSONEN WSP Jeroen Spronk Karin Reezigt-Struijk

AUTORISATIE PROJECTNUMMER

DOCUMENTNUMMER

STATUS

SOB015215

SOB015215.RAP001

Definitief

OPGESTELD DOOR

FUNCTIE

DATUM

Jeroen Spronk

Senior adviseur

16 juni 2021

COLLEGIALE TOETS DOOR

FUNCTIE

DATUM

Karin-Reezigt-Struijk

Adviseur

16 juni 2021

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

PARAAF

PARAAF

WSP 16 juni 2021 pagina 2/20

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Doelstelling

5

2

BODEMFUNCTIEKLASSENKAART

6

3

BODEMKWALITEITSKAART

8

3.1

Stap 1: Opstellen programma van eisen

8

3.2

Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2)

9

3.3

Gegevensverzameling en gegevensbewerking

9

3.3.1

Selecteren beschikbare gegevens

9

3.3.2

Het samenvoegen van punt- en mengmonsters

9

3.3.3

Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet

10

3.3.4

Het opsporen van uitbijters

10

3.4

Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2)

10

Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied

11

3.5.1

Aantal en spreiding meetgegevens

11

3.5.2

Splitsen van deelgebieden

11

3.6

Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden en bodemkwaliteitszones

11

Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones

12

3.8

Stap 8: Bodemkwaliteit

13

3.8.1

Inleiding

13

3.8.2

Kaart met uitgesloten locaties en gebieden

13

3.8.3

Ontgravingskaart

14

3.8.4

Toepassingskaart

15

3.9

Evaluatie eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart

16

3.10

Bijzondere omstandigheden

16

4

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

17

3.5

3.7

BRONVERMELDINGEN

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

20

WSP 16 juni 2021 pagina 3/20

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1

— Begrippenlijst Bijlage 2

— Selectie dataset bodemkwaliteitskaart Bijlage 3

— Specificatie uitbijters Bijlage 4

— Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)

OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage 1 —

Bodemfunctieklassenkaart

Kaartbijlagen 2 —

Ligging bodemkwaliteitszones

Kaartbijlage 3 —

Ontgravingskaart

Kaartbijlage 4 —

Toepassingskaart

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 4/20

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING

Het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie valt onder de regelgeving van het Besluit bodemkwaliteit [1] (hierna ‘het Besluit’). Hiervoor heeft de gemeente Geldrop-Mierlo in 2015 de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer[2] geactualiseerd en bestuurlijk vastgesteld. Omdat de bodemkwaliteitskaart ruim 5 jaar oud is en in de Regeling bodemkwaliteit[3] (artikel 4.3.5; hierna ‘de Regeling’) is aangegeven dat een bodemkwaliteitskaart formeel gezien niet ouder dan 5 jaar mag zijn, wil de gemeente de bodemkwaliteitskaart evalueren. Ook de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart moet worden aangepast. In deze rapportage staat beschreven volgens welke werkwijze de bodemkwaliteitskaart is geëvalueerd en wat de resultaten zijn. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1.

1.2

DOELSTELLING

Het doel van het aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart, is om de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ beter weer te geven. Het doel van de bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de gemeente. De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeente om met de bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit en de Omgevingswet (die naar verwachting op 1 juli 2022 inwerking treedt) bieden: — als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); — bij het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie op en in de landbodem; — als bewijsmiddel bij kleinschalig grondverzet; — om het grondstromenbeleid te optimaliseren; — het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming [4] en het Besluit en de Regeling Uniforme Saneringen[5] [6].

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 5/20

2 BODEMFUNCTIEKLASSENKAART Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor het: — mede bepalen van de eisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.8.4); — vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming. De in 2010 vastgestelde bodemfunctieklassenkaart is aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’ beter weergegeven. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’ vallen. De meest belangrijke aanpassingen zijn: — De Rijkswegen, spoorwegen en gemeentelijke ontsluitingswegen zijn op de kaart weergegeven in de klasse ‘Industrie. — De industrie/bedrijfsterreinen ‘Barrier,’ ‘De Smaale’, ‘Hooge Akker’, ‘Hout’, ‘Spaarpot’ en ‘Vlier’ zijn beter weergegeven. — Woonwijken zoals Luchen en Coevering zijn beter weergegeven. — De oevers van de Kleine Dommel ten oosten van het Centrum van Geldrop vallen nu in de functieklasse ‘Overig’ (was functieklasse ‘Wonen’) en hebben nu dezelfde functieklasse als de andere oevers van de kleine Dommel. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen BODEMFUNCTIEKLASSE

GEBRUIKSVORM

Industrie

— Alle verharde wegen en bijbehorende (onverharde) bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). — De spoorzone (spoorgebonden gronden). — Industriële bedrijven binnen en buiten de bebouwde kom (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). — Parkeerterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan).

Wonen

— Huidige en toekomstige woonwijken. — Alle (agrarische) bouwblokken met de functie wonen in het buitengebied (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). — Woningen gelegen op industrieterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). — Recreatieterreinen gelegen in of aangrenzend aan de bebouwde kommen. — Alle campings en woonwagenlocaties.

Overig

— — — —

Landbouw- en natuurgebieden; Volkstuinen en moestuinen; Recreatieterreinen in het buitengebied en intensief (gebruikte) grond. Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland.

Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur 2.1): — de erfgrens of; — de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; — de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; — als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos).

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 6/20

Voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.

Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009).

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 7/20

3 BODEMKWALITEITSKAART Deze bodemkwaliteitskaart is opgesteld volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [7]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:

Opstellen programma van eisen. Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Controle indeling van het bodembeheergebied. Verzamelen aanvullende informatie. Vaststellen bodemkwaliteitszones. Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart).

3.1

STAP 1: OPSTELLEN PROGRAMMA VAN EISEN

Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: — Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeente Geldrop-Mierlo. — De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2,0 meter diepte. — De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: • (Voormalige) stortplaatsen. • (Voormalige) saneringslocaties. • Locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. • Locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden. • Locaties waar brand is geweest. • Locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt. • Locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling. • Rijkswegen en spoorwegen inclusief de onverharde bermen. • Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen inclusief de onverharde wegbermen. • Defensieterreinen. • SNB - Slibverwerking Noord-Brabant. • (Voormalige) zinkassenwegen en zinkassenerven. • Opritten aansluitend op (voormalige) zinkassenerven. • Waterbodems (ander bevoegd gezag; de Waterschappen De Dommel en Aa en Maas). • De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. • Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart.

— De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). — De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Geldrop-Mierlo (d.d. 25 januari 2021) waarin zij haar bodemgegevens registreert en beheert.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 8/20

3.2 STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN (1/2) De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Voor deze bodemkwaliteitskaart is in overleg met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en de gemeente Geldrop-Mierlo uitgegaan van de bodemkwaliteitszones zoals die in de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart zijn gedefinieerd. Er is een indeling gemaakt voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte). De volgende voorlopige deelgebieden zijn onderscheiden: 1. Wonen Oud. 2. Wonen Nieuw. 3. Industrie/bedrijven. 4. Buitengebied. Vanwege de aanpassingen in de bodemfunctieklassenkaart zijn ook wijzigingen doorgevoerd in de deelgebieden. Verder zijn enkele kleine bedrijfsterreintjes in Geldrop vervallen naar het omliggende deelgebied.

Tot slot valt het gebied rondom het Weverijmuseum in het deelgebied ‘Wonen Oud’ (was ‘Wonen Nieuw)’; dit doet beter recht aan de historische gebiedsontwikkeling van dit terrein.

3.3 GEGEVENSVERZAMELING EN GEGEVENSBEWERKING 3.3.1 SELECTEREN BESCHIKBARE GEGEVENS De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente GeldropMierlo (d.d. 25 januari 2021) waarin zij haar bodemgegevens registreert en beheert. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor deze bodemkwaliteitskaart te komen. In aanvulling op deze geselecteerde gegevens zijn nog enkele gegevens toegevoegd (zie bijlage 2).

3.3.2 HET SAMENVOEGEN VAN PUNT- EN MENGMONSTERS De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens [8]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 9/20

3.3.3 HET VERVANGEN VAN WAARDEN BENEDEN DE DETECTIELIMIET Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.

3.3.4 HET OPSPOREN VAN UITBIJTERS Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.

3.4 STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN (2/2) Op basis van een eerste berekening van de kwaliteit per voorlopig deelgebied is bepaald of de oorspronkelijke hypothese (onderscheid in bodemkwaliteit per deelgebied op basis van kenmerken van het gebied) juist is. Daarbij is vastgesteld dat de bodemkwaliteit in alle oorspronkelijk gedefinieerde voorlopige deelgebieden hetzelfde is. Op gemeentelijk niveau zijn daarom de voorlopige deelgebieden van de ondergrond samengevoegd tot één deelgebied. Op deze wijze wordt in de ondergrond een robuust en in de praktijk goed handhaafbare gebied gedefinieerd.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 10/20

3.5 STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED 3.5.1 AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: — Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. — De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: • Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. • Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. In overleg met de gemeente is vastgesteld dat geen sprake is van een niet-aaneengesloten deelgebied als gebieden worden gescheiden door: — een watergang; en/of — een weg. Door (de aanleg van) deze watergangen en/of wegen zijn deze niet-aaneengesloten deelgebieden ontstaan maar het gebruik van de gebieden is hetzelfde gebleven. De niet-aaneengesloten deelgebieden hebben dus een gelijke bodemopbouw en gebruikshistorie. Daarom staat de gemeente toe dat minder dan 3 meetgegevens in dit type nietaaneengesloten deelgebied aanwezig mag zijn. De onderscheiden deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten.

3.5.2 SPLITSEN VAN DEELGEBIEDEN Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen en minerale olie een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in bijlage 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in geen van de deelgebieden sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt.

3.6 STAP 6: VERZAMELEN AANVULLENDE INFORMATIE EN VASTSTELLEN DEFINITIEVE DEELGEBIEDEN EN BODEMKWALITEITSZONES Stap 6 ‘Verzamelen aanvullende informatie’ is niet uitgevoerd. Zoals in § 3.5.1 is gesteld, voldoen de (nietaaneengesloten) deelgebieden aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens. De onderscheiden deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 11/20

De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeente. Voor de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) en de ondergrond (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) zijn de volgende bodemkwaliteitszones onderscheiden (zie ook de kaartbijlagen 2): — B1. Wonen Oud. — B2. Wonen Nieuw. — B3. Industrie. — B4. Buitengebied. — O1. Ondergrond Geldrop-Mierlo.

3.7 STAP 7: VASTSTELLEN EN KARAKTERISEREN BODEMKWALITEITSZONES De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.8.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In de gemeente Geldrop-Mierlo komt deze situatie niet voor. In tabel 3.1 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt.

In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.8.4). Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt in de gemeente Geldrop-Mierlo niet voor. Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In de gemeente Geldrop-Mierlo is in de meeste bodemkwaliteitszones sprake van sterke heterogeniteit voor zink of minerale olie (zie tabel 3.1). De overzichten van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staan in de bijlagen 4 (kolom 'Heterogeniteit'). Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner.

Voor de bodemkwaliteitszones zijn ruim voldoende meetgegevens aanwezig om het gemiddelde gehalte (en dus de kwaliteit) goed te beschrijven. Hierdoor is de heterogeniteit voor de gemeente geen aanleiding om aanvullend onderzoek voorafgaand aan het grondverzet te eisen.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 12/20

Tabel 3.1 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag STERKE HETEROGENITEIT KWALITEITSBEPALENDE [AANTAL BODEMKWALITEITSZONE BODEMKWALITEITSKLASSE STOF MEETGEGEVENS] Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Wonen Oud.

Landbouw/natuur

-

Zink [77]

B2. Wonen Nieuw.

Landbouw/natuur

-

Zink [271]

B3. Industrie/bedrijven.

Landbouw/natuur

-

Minerale olie [138]

B4. Buitengebied.

Landbouw/natuur

-

-

Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) O1. Ondergrond GeldropMierlo.

Landbouw/natuur

-

Minerale olie [351]

3.8 STAP 8: BODEMKWALITEIT 3.8.1 INLEIDING De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.

3.8.2 KAART MET UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN In § 3.1 zijn de locaties aangegeven die zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De volgende uitgesloten locaties en gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: — (Voormalige) stortplaatsen. — Rijkswegen en spoorwegen inclusief de onverharde bermen. — Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen inclusief de onverharde wegbermen. — (Voormalige) zinkassenwegen. — SNB - Slibverwerking Noord-Brabant. — Waterbodems (ander bevoegd gezag; de Waterschappen De Dommel en Aa en Maas). De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: — (Voormalige) saneringslocaties. — Locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. — Locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden. — Locaties waar brand is geweest. — Locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt. — Locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling. — Defensieterreinen.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 13/20

— (Voormalige) zinkassenerven en aansluitende opritten. — De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. — Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Voor vragen over deze locaties kan contact opgenomen worden met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (bodemloket@odzob.nl, tel: 088-3690369) en de gemeente Geldrop-Mierlo (gemeente@geldrop-mierlo.nl; tel:. 0402893893). Deze bodemkwaliteitskaart kan niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven ter plaatse van de uitgesloten locaties en gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer [9] wordt hier nader op ingegaan.

3.8.3 ONTGRAVINGSKAART De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer [9] wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.7). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’.

In tabel 3.2 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in kaartbijlage 3. De kleuren in tabel 3.2 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlage. Tabel 3.2 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone VERWACHTE BODEMKWALITEITSZONE ONTGRAVINGSKLASSE

KWALITEITSBEPALENDE STOF

95-PERCENTIELWAARDE > INTERVENTIEWAARDE

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Wonen Oud.

Landbouw/natuur

-

-

B2. Wonen Nieuw.

Landbouw/natuur

-

-

B3. Industrie/bedrijven.

Landbouw/natuur

-

-

B4. Buitengebied.

Landbouw/natuur

-

-

Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) O1. Ondergrond GeldropMierlo.

Landbouw/natuur

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

-

-

WSP 16 juni 2021 pagina 14/20

3.8.4 TOEPASSINGSKAART De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer[9] wordt hier nader op ingegaan. In tabel 3.3 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op kaartbijlage 4 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.3 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en kaartbijlage 4 (toepassingskaart). Tabel 3.3 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit

VOOR KOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEITSKLASSE BODEMWKALITEIT

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Wonen Oud.

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie B2. Wonen Nieuw.

Wonen Overig

B3. Industrie/bedrijven.

Industrie Wonen Industrie

B4. Buitengebied.

Wonen Overig

Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) Industrie O1. Ondergrond GeldropMierlo.

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Overig

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 15/20

3.9 EVALUATIE EERDER VASTGESTELDE BODEMKWALITEITSKAART De eerder vastgestelde bodemfunctieklassenkaart is op enkele punten aangepast waarmee de bodemfuncties ‘Wonen’ en ‘Industrie’ beter worden weergegeven (zie hoofdstuk 2). Vanwege de aanpassingen in de bodemfunctieklassenkaart zijn ook wijzigingen doorgevoerd in de deelgebieden. Verder zijn enkele kleine bedrijfsterreintjes in Geldrop vervallen naar het omliggende deelgebied. Tot slot valt het gebied rondom het Weverijmuseum in het deelgebied ‘Wonen Oud’ (was ‘Wonen Nieuw)’. De in de vorige bodemkwaliteitskaart onderscheiden bodemkwaliteitszones van de ondergrond, zijn in deze bodemkwaliteitskaart samengevoegd. De eerder vastgestelde kwaliteit van de boven- en ondergrond is niet gewijzigd.

3.10 BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer [9] wordt hier nader op ingegaan. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/bodematlas.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 16/20

4 SAMENVATTING EN CONCLUSIES Voor de gemeente Geldrop-Mierlo zijn de eerder vastgestelde bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart geactualiseerd. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' weergegeven. Op de ontgravingskaart wordt de te verwachten diffuse milieuhygiënische ontgravingskwaliteit van de gemeente weergegeven. Op de toepassingskaart is weergegeven aan welke kwaliteit de toe te passen grond of gerijpte baggerspecie moet voldoen. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente zijn op basis van gebruik(shistorie) en bodemkwaliteit in totaal 4 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte en 1 bodemkwaliteitszone in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden; zie de kaartbijlagen 2). De volgende uitgesloten locaties en gebieden zijn afgebeeld op de kaartbijlagen: — (Voormalige) stortplaatsen. — Rijkswegen en spoorwegen inclusief de onverharde bermen. — Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen inclusief de onverharde wegbermen. — (Voormalige) zinkassenwegen. — SNB - Slibverwerking Noord-Brabant. — Waterbodems (ander bevoegd gezag; de Waterschappen De Dommel en Aa en Maas).

De ligging van de onderstaande uitgesloten locaties en gebieden zijn, soms vanwege het dynamische karakter of het relatief kleine oppervlak van het gebied, niet op de kaarten weergegeven: — (Voormalige) saneringslocaties. — Locaties waar bodemverontreiniging boven de interventiewaarde is aangetoond. — Locaties waar potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden of vinden. — Locaties waar brand is geweest. — Locaties waar bij calamiteiten mogelijk bodemvreemde stoffen op of in de bodem zijn gelekt. — Locaties die zijn opgehoogd met materiaal van onbekende aard en/of samenstelling. — Defensieterreinen. — SNB - Slibverwerking Noord-Brabant. — (Voormalige) zinkassenerven en aansluitende opritten. — De bodemlaag dieper dan 2,0 meter onder het maaiveld. — Ook het grondwater maakt geen onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart. Voor vragen over deze locaties kan contact opgenomen worden met de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (bodemloket@odzob.nl, tel: 088-3690369) en de gemeente Geldrop-Mierlo (gemeente@geldrop-mierlo.nl; tel:. 0402893893). In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en dieptetrajecten een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen.

Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor de stoffen barium (zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Op de ontgravingskaart (zie kaartbijlage 3) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones. Op de toepassingskaart (zie kaartbijlage 4) zijn de toepassingseisen weergegeven die gelden voor de onderscheiden dieptetrajecten in een gebied als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke toetsingskader van het Besluit. In tabel 4.2 is de grondstromenmatrix weergegeven waarin de

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 17/20

mogelijkheden voor grondverzet inzichtelijk zijn gemaakt als gebruik wordt gemaakt van het generieke kader van het Besluit. De gemeente is voor haar eigen gemeentelijke grondgebied het bevoegd gezag voor het Besluit bij de toepassing van grond en gerijpte baggerspecie op of in de landbodem. Het vaststellen van de generieke bodemkwaliteitskaart kan beschouwd worden als een besluit van algemene strekking en wel een algemeen verbindend voorschrift (avv). Desgewenst kan, voor een breder draagvlaak, de bodemkwaliteitskaart door het college van burgemeester en wethouders worden vastgesteld. Dan is de procedure uit de Algemene wet bestuursrecht, Afdeling 3.4 (Art. 3:10), van toepassing. Vanwege het sinds 8 juli 2019 in werking getreden (tijdelijk) handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie[10], maakt de gemeente gebruik van de bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer PFAS van de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant[11]. De gehalten aan PFAS-verbindingen liggen onder de maximale toepassingswaarden voor de bodemfunctie Landbouw/natuur. Evaluatie eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart De eerder vastgestelde bodemfunctieklassenkaart is op enkele punten aangepast waarmee de bodemfuncties ‘Wonen’ en ‘Industrie’ beter worden weergegeven. Vanwege de aanpassingen in de bodemfunctieklassenkaart zijn ook wijzigingen doorgevoerd in de deelgebieden.

Verder zijn enkele kleine bedrijfsterreintjes in Geldrop vervallen naar het omliggende deelgebied. Tot slot valt het gebied rondom het Weverijmuseum in het deelgebied ‘Wonen Oud’ (was ‘Wonen Nieuw)’. De in de vorige bodemkwaliteitskaart onderscheiden bodemkwaliteitszones van de ondergrond, zijn in deze bodemkwaliteitskaart samengevoegd. De eerder vastgestelde kwaliteit van de boven- en ondergrond is niet gewijzigd. Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfuncties conform het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit.

VOOR KOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES

VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER BESLUIT BODEMWKALITEIT

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1. Wonen Oud.

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie B2. Wonen Nieuw.

Wonen Overig

B3. Industrie/bedrijven.

Industrie Wonen Industrie

B4. Buitengebied.

Wonen Overig

Ondergrond (traject vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte) Industrie O1. Ondergrond GeldropMierlo.

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Overig

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 18/20

Toepassingslocatie

Uitgesloten gebied Onbekend

Overig

B4. Buitengebied Landbouw/natuur

O1. Ondergrond Geldrop-Mierlo

B3. Industrie Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

B2. Wonen Nieuw Landbouw/natuur

Ondergrond 0,5-2,0 m-mv

B1. Wonen Oud Landbouw/natuur

ontgravingskwaliteit

Verwachte

Bovengrond 0-0,5 m-mv

Tabel 4.2 Mogelijkheden grondverzet generiek kader van het Besluit.

Toepassingseis

Bovengrond 0-0,5 m-mv B1. Wonen Oud

Landbouw/natuur

B2. Wonen Nieuw

Landbouw/natuur

B3. Industrie/bedrijven

Landbouw/natuur

B4. Buitengebied

Landbouw/natuur

Ondergrond 0,5-2,0 m-mv O1. Ondergrond GeldropMierlo

Landbouw/natuur

Overig Uitgesloten gebied

Onbekend

Toepasbaar, mits de ontgravingslocatie én toepassingslocatie (ontvangende bodemlaag) onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart Voorafgaand aan het grondverzet moet de ontvangende bodem en/of de toe te passen grond worden onderzocht conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de resultaten kan het grondverzet plaatsvinden.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 19/20

BRONVERMELDINGEN [1] [2] [3] [4] [5] [6] [7] [8] [9] [10] [11]

Besluit bodemkwaliteit, publicatie Staatsblad nr. 469, 3 december 2007. Actualisatie bodemkwaliteitskaart Gemeente Geldrop-Mierlo, projectnummer: 227291, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 27 oktober 2015. Regeling bodemkwaliteit, publicatie Staatscourant nr. 247, 21 december 2007 en latere wijzigingen. Wet bodembescherming, publicatie Staatsblad, nummer 404, 1986 en latere wijzigingen. Besluit Uniforme Saneringen, publicatie Staatsblad nr. 54, 9 februari 2006 en latere wijzigingen. Regeling Uniforme Saneringen, publicatie Staatsblad nr. 54, 9 februari 2006 en latere wijzigingen. Richtlijn bodemkwaliteitskaarten, Ministerie van VROM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 3 september 2007 en latere wijzigingen. Handreiking Achtergrondgehalten. Begeleidingscommissie actief bodembeheer, TNO MEP-R98/283.IPO/TNO, 1998. Nota bodembeheer gemeente Geldrop-Mierlo, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 2021. Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, kenmerk IENW/BSK2019/131399, 8 juli 2019; aangepast op 29 november 2019 en op 1 juli 2020. Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant, kenmerk: 0462683.100, Anteagroup, 28 oktober 2020. Nota bodembeheer PFAS voor de deelnemende gemeenten in Noord-Brabant, kenmerk: 0462683.100, Anteagroup, 28 oktober 2020

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 20/20

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1

— Begrippenlijst Bijlage 2

— Selectie dataset bodemkwaliteitskaart Bijlage 3

— Specificatie uitbijters Bijlage 4

— Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem)

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 1/1

BIJLAGE

1

BEGRIPPENLIJST

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo – Bijlage 1 Begrippenlijst SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 1/9

BEGRIPPENLIJST Bagger(specie) Baggerspecie is materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organisch stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature wordt aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Baggerspecie die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Barium Voor barium bestaat op dit moment geen norm. De destijds voor deze stof geldende normen zijn per 4 april 2009 (Staatscourant nr. 67, publicatie 7 april 2009) ingetrokken omdat de interventiewaarde lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Dit blijft gehandhaafd. De onderzoeksgegevens over barium moeten wel in de bodemkwaliteitskaarten worden meegenomen, aangezien barium onderdeel uitmaakt van het stoffenpakket, met dien verstande dat geen eisen worden gesteld aan het aantal waarnemingen. Deze gegevens kunnen namelijk een indicatie zijn voor de aanwezigheid van antropogene bronnen die ook andere verontreinigingen met zich mee kunnen brengen.

Als verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrondwaarden worden aangetroffen als gevolg van een menselijke activiteit, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds (bij standaardbodem lutum 25%, organisch stof 10%). Bodembeheergebied Een aaneengesloten, door het bestuursorgaan (bijvoorbeeld een gemeente, waterschap of Rijkswaterstaat) afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer beheerders. Bodemfunctieklassenkaart Kaart waarop de verschillende bodemfuncties zijn aangegeven, waarbij het bodemgebruik is ingedeeld in de klassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig’. Onder het laatstgenoemde gebruik vallen landbouw en natuur. Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart (deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast). De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. 3. De toepassingskaart (deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen).

Bodemkwaliteitsklasse In het Besluit bodemkwaliteit worden bodemkwaliteitszones afhankelijk van de gemiddelde kwaliteit ingedeeld in één van de drie onderscheiden bodemkwaliteitsklassen: — Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden – AW2000). — Klasse Wonen. — Klasse Industrie. Bij de toetsingsmethodiek voor de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ wordt uitgegaan van een staffel voor het aantal toegestane overschrijdingen (zie onderstaand). Voor de bodemkwaliteitskaart van de gemeente is het basispakket van toepassing. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse ‘Wonen’ is minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie het kopje ‘Ontgravingskaart’ in deze bijlage). Met SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo – Bijlage 1 Begrippenlijst SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 2/9

de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse Industrie. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Tabel B1 Staffel toegestane aantal overschrijdingen. AANTAL GEMETEN STOFFEN

AANTAL TOEGESTANE OVERSCHRIJDINGEN

1-6

0

Basispakket (7-15)

2

16-26

3

27-36

4

37-48

5

Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): — Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. — De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. — De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: — Alle gehalten voldoen aan de klassegrens Wonen, met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. — De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Wonen plus de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. — De overschrijding mag maximaal de norm voor de klassegrens Industrie bedragen. Klasse Industrie: — Als de indeling niet leidt tot de indeling in klasse Wonen of Achtergrondwaarden (AW2000) wordt de bodemkwaliteit ingedeeld in de klasse Industrie. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Bodemkwaliteitszone Een deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat er sprake is van een zelfde gebiedseigen bodemkwaliteit, waarbij zowel de verwachtingswaarde als de mate van variabiliteit van belang zijn.

De spreiding van gehalten binnen een bodemkwaliteitszone is relatief laag. Een bodemkwaliteitszone is begrensd in het horizontale vlak én het verticale vlak (diepte). Wanneer een bodemkwaliteitszone uit meerdere gebieden bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten bodemkwaliteitszone’. Bijzondere omstandigheden Voor een binnen een bodemkwaliteitszone liggend gebied geldt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden, als er voor dat gebied een afwijkende verwachtingswaarde geldt ten opzichte van de verwachtingswaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone. Te denken valt aan voor bodemverontreiniging verdachte locaties, onderzochte locaties, locaties waar een sanering heeft plaatsgevonden of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Ook beschermde gebieden zoals bijvoorbeeld voor de ecologie, archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie vallen onder de bijzondere omstandigheden. In gebieden met bijzondere omstandigheden kunnen vanuit andere wet- en regelgeving aanvullende eisen worden gesteld.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo – Bijlage 1 Begrippenlijst SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 3/9

Deelgebied Deel van een bodembeheergebied waarvoor geldt dat dit op eenduidige wijze kan worden gekarakteriseerd door middel van de voor het bodembeheergebied geldende onderscheidende gebiedskenmerken. In tegenstelling tot de bodemkwaliteitszone is er voor het deelgebied nog geen toetsing uitgevoerd of het daadwerkelijk een bodemkwaliteitszone is. Wanneer een deelgebied uit meerdere terreinen bestaat die niet aan elkaar grenzen, worden de individuele gebieden aangeduid als ‘niet-aaneengesloten deelgebieden’. Diffuse chemische bodemkwaliteit De diffuse chemische bodemkwaliteit in een bepaald gebied is de verdeling van gehalten van stoffen in dat gebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart is vastgesteld. Deze verdeling kan worden gekwantificeerd door statistische parameters (gemiddelde, percentielwaarden).

Aantal w aarne m inge n

Frequentieverdeling

140 120

50-perc gemiddelde

100 80

95-perc

60 40 20 0

Gehalten (mg/kg)

Grond Onder dit begrip vallen onder andere: zand, veen, klei en löss. Het Besluit bodemkwaliteit definieert grond als volgt: ‘Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie.’ Ook verontreinigde grond die is gereinigd en ontwaterde of gerijpte baggerspecie worden als grond beschouwd. Grond die in het kader van het Besluit bodemkwaliteit nuttig wordt toegepast mag maximaal 20 gewichtsprocent aan bodemvreemd materiaal bevatten. Heterogeniteit Wanneer de diffuse bodemverontreiniging in een zone zeer heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone ook kleiner. Bij zones met een hoge heterogeniteit kan de gemeente besluiten dat de bodemkwaliteitskaart in bepaalde situaties niet gebruikt mag worden als bewijsmiddel. Het vastgestelde gemiddelde gehalte heeft naar mening van de gemeente dan een te lage betrouwbaarheid. Een zekere heterogeniteit op zich hoeft overigens geen probleem te zijn zolang er geen sprake is van een gebruiksrisico.

De heterogeniteit van een stof in een zone wordt bepaald door een index die volgt uit de volgende formule: (𝑃95 − 𝑃5) ℎ𝑒𝑡𝑒𝑟𝑜𝑔𝑒𝑛𝑖𝑡𝑒𝑖𝑡 = (𝑚𝑎𝑥𝑖𝑚𝑎𝑙𝑒 𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 𝑖𝑛𝑑𝑢𝑠𝑡𝑟𝑖𝑒 − 𝐴𝑐ℎ𝑡𝑒𝑟𝑔𝑟𝑜𝑛𝑑𝑤𝑎𝑎𝑟𝑑𝑒 De beoordeling van de heterogeniteitsindex is als volgt: Index < 0,2 : weinig heterogeniteit 0,2 < Index < 0,5 : beperkte heterogeniteit 0,5 < Index < 0,7 : er is sprake van heterogeniteit Index > 0,7 : sterke heterogeniteit SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo – Bijlage 1 Begrippenlijst SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 4/9

Interventiewaarde Wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming wordt gesproken over een sterke verontreiniging of een sterk verhoogd gehalte. De interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009, zoals gewijzigd op 1 juli 2013 (gepubliceerd in de Staatscourant nr. 16675, d.d. 27 juni 2013). Lokale bron (puntbron) Duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen). Niet gezoneerd gebied Gebieden kunnen worden gezoneerd wanneer er voldoende meetgegevens beschikbaar zijn om te voldoen aan de eisen uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Wanneer er onvoldoende meetgegevens beschikbaar zijn, kan de actuele diffuse chemische bodemkwaliteit van het gebied niet met een voldoende onderbouwing en betrouwbaarheid worden bepaald en wordt het deelgebied niet gezoneerd. Een gebied kan ook niet worden gezoneerd als niet wordt voldaan aan de eisen voor de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Een niet gezoneerd gebied kan ook ontstaan als de gemeente er bewust voor kiest een gebied niet op te nemen in de bodemkwaliteitskaart (zie ook: Uitgesloten locaties en gebieden). Voor niet-gezoneerde gebieden geldt het generieke kader van het Besluit.

Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie de kaart in bijlage 5). Anderzijds moet de kwaliteit van de ontvangende bodem worden onderzocht om vast te stellen of de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie van een betere of vergelijkbare kwaliteit is. Op basis van de systematiek van het generieke kader van het Besluit wordt de toepassingseis bepaald. Deze wordt vastgesteld op basis van de bodemfunctieklasse en de kwaliteit van de ontvangende bodem waarbij de meest strenge eis leidend is. Dus als de bodemkwaliteit in de klasse ‘Wonen’ valt en de bodemfunctieklasse is ‘Industrie’, dan is de toepassingseis kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (zie ook de kopjes 'Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem' en 'Toetsing toepassen grond' van deze bijlage). Niet-verdachte locatie voor bodemverontreiniging Een locatie waar geen lokale bron, bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank of een chemische wasserij, of een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is (geweest). Onderscheidende gebiedskenmerken Kenmerken in een gebied waarvan verwacht wordt dat deze een verband vertonen met de bodemkwaliteit.

Bijvoorbeeld: bodemtype, geomorfologie, landgebruik, historie, gebiedsontwikkeling en huidig gebruik. Bij het actualiseren van een bodemkwaliteitskaart kan de vastgestelde bodemkwaliteit in de huidige kaart ook als (aanvullend) onderscheidend gebiedskenmerk worden vastgesteld. Ontgravingskaart De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. De ontgravingskwaliteit is gebaseerd op de te verwachten gemiddelde gehalten van een zone en getoetst aan de toetsingswaarden uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. De kaart doet dus alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit kan vallen in één van de vier onderscheiden klassen: — Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000). — Klasse Wonen. — Klasse Industrie. — Klasse Niet toepasbaar. Bij de toetsingsmethodiek voor Landbouw/natuur wordt uitgegaan van een staffel (zie tabel B1 bij 'Bodemkwaliteitsklasse') voor het aantal toegestane overschrijdingen.

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo – Bijlage 1 Begrippenlijst SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 5/9

Klasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000): — Alle gehalten voldoen aan de Achtergrondwaarden (AW2000), met uitzondering van een aantal overschrijdingen, zie staffel tabel B1. — De overschrijding mag maximaal twee maal de norm voor de klassegrens Achtergrondwaarden (AW2000) bedragen. — De overschrijding is lager dan de norm voor klassegrens Wonen (exclusief nikkel, zie tabel B2 bij 'Toetsingswaarden Besluit bodemkwaliteit'). Klasse Wonen: — De gehalten voldoen niet aan de klasse Landbouw/natuur en de norm voor klassegrens Wonen wordt niet overschreden. Klasse Industrie: — De norm voor klassegrens Wonen wordt overschreden. — De norm voor klasse grens Industrie wordt niet overschreden. Klasse Niet toepasbaar: — De norm voor klassegrens Industrie wordt overschreden. Voor het effect van gehalten aan PFAS-verbindingen op de indeling in kwaliteitsklassen, zie het kopje ‘PFAS-gehalten en effect op de kwaliteitsklassen’. Percentiel/percentielwaarde Waarde waar beneden een bepaald percentage van de analyseresultaten gelegen is. Bijvoorbeeld 90-percentiel: 90% van de analyseresultaten ligt beneden deze waarde. Standaarddeviatie Ook wel ‘standaardafwijking’ genoemd. Het geeft de mate aan voor de spreiding van meetgegevens in een dataset. De berekening hiervan is als volgt:

√

n

stdev = (1/n⋅ ∑ ( x− ̄ x )2 ) x= 1

Hierbij is n het aantal analyseresultaten, x een individueel analyseresultaat en ¯x het gemiddelde van de analyseresultaten. Toepassingseis toe te passen grond op of in de bodem Deze kaart geeft de maximale kwaliteitseisen weer waaraan de toe te passen grond moet voldoen. Bij de toepassingskaart wordt gekeken naar de vastgestelde bodemkwaliteit en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld. BODEMFUNCTIEKLASSE

BODEMKWALITEITSKLASSE

TOEPASSINGSEIS

Overig

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Overig

Wonen

Landbouw/natuur

Overig

Industrie

Landbouw/natuur

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie

Wonen

Wonen

Industrie

Industrie

Industrie

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo – Bijlage 1 Begrippenlijst SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

WSP 16 juni 2021 pagina 6/9

Toetsing toepassen grond Om te beoordelen of het toepassen van grond is toegestaan wordt de kwaliteit van de toe te passen grond vergeleken met de toepassingseis die geldt voor de ontvangende bodem. De kwaliteit van de toe te passen grond kan worden bepaald op basis van een bodemkwaliteitskaart, partijkeuring of een ander erkend bewijsmiddel. De toepassingseis kan worden bepaald op basis van de bodemkwaliteitskaart (gezoneerde gebieden) of bodemonderzoek van de ontvangende bodem (niet gezoneerde gebieden). KWALITEIT TOE TE PASSEN GROND

TOEPASSINGSEIS

Wonen

Wonen

Ja

Industrie

Wonen

Nee

Landbouw/natuur

Wonen

Ja

Wonen

Industrie

Ja

Industrie

Industrie

Ja

Landbouw/natuur

Industrie

Ja

Wonen

Landbouw/natuur

Nee

Industrie

Landbouw/natuur

Nee

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Ja

SOB015215 - Bodemkwaliteitskaart gemeente Geldrop-Mierlo – Bijlage 1 Begrippenlijst SOB015215.RAP001 Opdrachtgever: Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant

TOEPASSINGSEIS TOEGESTAAN?

WSP 16 juni 2021 pagina 7/9

Toetsingswaarden Besluit en Regeling bodemkwaliteit Om een zone te karakteriseren moet een toetsing plaatsvinden aan de gestelde normen uit het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Deze toetsingsnormen zijn in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel B2 Toetsingsnormen (in mg/kg ds voor standaardbodem -lutum 25%, org.stof 10%-).

STOF Arseen

MAXIMALE WAARDEN ACHTERGRONDWAARDEN (AW2000, MAXIMALE LANDBOUW/NATUUR) WAARDEN WONEN 20

Barium *

27

MAXIMALE WAARDEN INDUSTRIE 76

n.v.t.

Cadmium

0,60

1,2

4,3

Chroom

55

62

180

Kobalt

15

35

190

Koper

40

54

190

Kwik

0,15

0,83

4,8

Lood

50

210

530

Molybdeen

1,5

88

190

Nikkel *

35

39

100

Zink

140

200

720

Som PAK

1,5

6,8

40

Som PCB

0,02

0,04

0,5

Minerale olie

190

190

500

*

De normstelling in de regeling bodemkwaliteit voor barium en nikkel zijn door het voormalige Ministerie van VROM sinds 1 april 2009 gewijzigd (Staatscourant, 7 april 2009). Voor nikkel vindt voor schone grond (klasse Landbouw/natuur) geen toetsing meer plaats aan de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse wonen. Voor barium is besloten alle toetsingsnormen tijdelijk in te trekken als aangetoond kan worden dat er geen sprake is van een verontreiniging veroorzaakt door activiteiten van de mens. Als een verhoogd gehalte van barium is veroorzaakt door een activiteit door de mens, kan dit gehalte door het bevoegd gezag worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium: 920 mg/kg ds.

Uitbijters Een uitbijter is een gehalte in het gegevensbestand dat niet representatief is voor de diffuse chemische bodemkwaliteit in een deelgebied. De (potentiële) uitbijters worden met een visuele methode (scatterplots) inzichtelijk gemaakt. Het niet representatieve gehalte is het gevolg van duidelijk aantoonbare menselijke activiteiten: puntverontreinigingen, verdachte locaties, typfouten tijdens invoer. Uitgesloten locaties en gebieden Uitgesloten locaties en gebieden zijn terreinen die op beleidsmatige grond niet kunnen worden opgenomen in de bodemkwaliteitskaart of niet voldoen aan de minimumeisen voor het aantal en de spreiding van de meetgegevens uit de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. Voorbeelden zijn onder andere terreinen waar sprake is van een sanering of verontreiniging door een lokale activiteit. Ook terreinen die in het beheer zijn van andere organisaties zoals Rijkswaterstaat (rijkswegen) of de provincie (provinciale wegen) worden soms uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Voor de uitgesloten locaties en gebieden geldt het generieke kader van het Besluit. Dit betekent dat de kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie enerzijds moet voldoen aan de maximale waarden van de bodemfunctieklasse die voor de ontvangende bodem is aangegeven op de bodemfunctieklassenkaart (zie de kaart in bijlage 5).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=10c60ab4-f143-4b22-a91e-e77c85eaf159