Bijlage Kwaliteiten Geldrop-Mierlo
Tekst van het document
digitale
Kwaliteiten van Geldrop-Mierlo Bijlage bij de visie Geldrop-Mierlo 2044
Inhoud Ontstaansgeschiedenis.................................................................................................................................................................................................................................... 3 De dorpen ....................................................................................................................................................................................................................................................... 6 Geldrop ....................................................................................................................................................................................................................................................... 6 Mierlo ......................................................................................................................................................................................................................................................... 8 Kwaliteit van het landschap ..........................................................................................................................................................................................................................
11 Gijzenrooi .................................................................................................................................................................................................................................................. 12 Molenheide............................................................................................................................................................................................................................................... 12 Mierlo-Oost............................................................................................................................................................................................................................................... 13 Gulbergen en ’t Broek ............................................................................................................................................................................................................................... 13 Watersysteem ...............................................................................................................................................................................................................................................
14 Natuur en groenstructuur ............................................................................................................................................................................................................................. 15
2
Ontstaansgeschiedenis Het grondgebied van de gemeente Geldrop-Mierlo is gelegen in de Centrale Slenk, een lager gelegen zuidoost noordwest lopend gebied in Midden-Brabant dat langzaam daalde langs enkele breuken in de aardkorst (waaronder de Peelrandbreuk van de hoger gelegen Horst). Na de ijstijd had de wind in Nederland vrij spel en is een groot deel van Nederland bedekt onder een laag zand: dekzand. De laaggelegen slenk werd zo opgevuld. Dit dekzand heeft een glooiend landschap opgeleverd. Op een aantal plekken ontstonden hoge ruggen met zandduinen. Op andere meer laaggelegen delen in het landschap sneden tal van grote en kleine beken zich in, wat het hoogteverschil in het landschap verder heeft aangezet. Geldrop wordt doorsneden door de beekdalen van de Kleine Beekloop en de Kleine Dommel, terwijl Mierlo wordt doorsneden door de beekdalen van de Luchensche wetering en de Goorloop. Alleen de Goorloop waterde af op het oostelijk gelegen brede beekdal van de Aa, terwijl de andere beken uiteindelijk uitkwamen in de westelijk lopende rivier de Dommel. Het landschap van Geldrop en Mierlo wordt zodoende gevormd door een aantal hoger gelegen dekzandruggen met daartussen laaggelegen gronden, zoals beekdalen en moerassige laagten. In het lagergelegen gebied treffen we daarnaast enkele kleine dekzandruggen of donken aan.
Historische kaart uit 1925, www.topotijdreis.nl
3
Op de dekzandruggen komen lokaal lagere plekken voor, die soms door hoge grondwaterstanden een zeer voedingsrijke samenstelling hebben. Hier kunnen, zeker in natte tijden, kleine vennen zijn. Juist op de grens van de natte laaggelegen beekdalen en de hooggelegen drogere dekzandruggen ontstonden de eerste nederzettingen, die later uitgroeiden tot de dorpen Geldrop en Mierlo. Rondom de vroegere gehuchten en dorpen ontstonden de oude bouwlanden (de Essen) en de kleinschalige individuele ontginningen (de Kampen). De bouwlanden kenmerken zich door de open akkers met bebouwing en groen aan de randen. De kampen zijn individuele akkers met singels en houtwallen. Ten slotte kent de gemeente enkele plekken waar het bos en de heide pas na WOII zijn ontgonnen. Dit worden ook wel de kleinschalige zandontginningen genoemd. De vier kenmerkende landschapstypen
4
Cultuurhistorie
5
De dorpen Opbouw van de dorpen Op 1 januari 2004 zijn Geldrop en Mierlo samengevoegd tot één gemeente, Geldrop-Mierlo. De gemeente Geldrop-Mierlo is uitgegroeid tot een woongemeente. Vooral Geldrop is eind vorige eeuw flink gegroeid. Mede door de afnemende textielindustrie zijn er verschillende inbreidings- en stadsvernieuwingsplannen in Geldrop uitgevoerd. Beide dorpen hebben een eigen centrum waar alle (winkel)voorzieningen aanwezig zijn. Mierlo en Geldrop hebben beide een breed palet aan functies. In Geldrop zijn er meer winkels, kantoren en industrie, in Mierlo is het percentage logiesfuncties en woon-gezondheidsfuncties hoger. Per wijk zijn er ook verschillen. Zo verschilt de leef-tijd van woningen per wijk, waarbij opvalt dat Mierlo een hoog percentage woningen heeft van na 1980. Daarnaast verschilt het percentage koop- en huurwo-ningen in de wijken. In de Coevering is het percentage huurwoningen het hoogst. Ook verschilt de beleving van inwoners, bijvoorbeeld ten aanzien van de tevredenheid over het aantal ontmoetingsplekken in de wijk. Het aantal inwoners in Mierlo is van 10.075 inwoners in 2013 gegroeid naar 11.255 inwoners in 2024. In Geldrop is het aantal inwoners van 28.695 in 2013 gegroeid naar 29.480 in 2024. Hiernaast is per kern de leeftijdsopbouw per 1 januari 2024 weergegeven.
6
Geldrop Geldrop is van oorsprong een kleine nederzetting rond het kasteel van de heren van Geldrop. De omliggende gehuchten en het kasteel zijn langzaam naar elkaar gegroeid tot het dorp Geldrop. Het kasteel met de kasteeltuin en de oude linten tussen de gehuchten zijn (deels) nog kenmerkend aanwezig door o.a. de aanwezigheid van oudere panden, groenstructuren en omdat ze afwijken van de woonwijken daar tussenin. Doordat het dorp gegroeid is vanuit meerdere kleinere gehuchten is het huidige dorp zichtbaar doorsneden door twee grote structuren: Het Beekdal van de Kleine Dommel en het spoor. Door de aanwezigheid van de Kleine Dommel is de textielnijverheid eeuwenlang de hoofdbron van inkomsten geweest voor Geldrop. Ook nu nog getuigen fabrieksgebouwen van de grote bloei in de 19e eeuw. Ten behoeve van de energievoorziening voor een textielfabriek is in het hart van het dorp in een aftakking van de Kleine Dommel gegraven en een waterrad gebouwd. Het aldus ontstane eiland is nog steeds herkenbaar. Het opnieuw laten meanderen van de Kleine Dommel in de jaren ’90 heeft ervoor gezorgd dat het beekdal meer herkenbaar is geworden in het dorp. Het is een ecologisch en landschappelijk hoogwaardig gebied met de recreatieve nevenfunctie van het kasteel met de kasteeltuinen en het kasteelpark.
Groeicirkels van oud (rood) naar nieuw (donkerblauw)
7
Leeftijd van de gebouwen in Geldrop
8
Groenkaart Geldrop
9
Mierlo Mierlo was een heerlijkheid van de heren van Mierlo, die vanuit hun kasteel aan de Kasteelseweg vanaf de middeleeuwen een groen gebied bestuurden waaronder Mierlo-Hout, Brandenvoort en een groot deel van de Strabrechtse heide. Het huidige Mierlo is ontstaan uit verschillende agrarische gehuchten en buurtschappen. Het agrarische karakter is vooral in het buitengebied nog nadrukkelijk aanwezig door enkele kersenboeren en veehouderijen. De oude akkercomplexen rond Mierlo hebben door de schaalvergroting enige verandering ondergaan. De kern van Mierlo heeft zich door de ligging tussen Eindhoven en Helmond de laatste jaren ontwikkeld tot een woondorp.
Groeicirkels van oud (rood) naar nieuw (donkerblauw)
10
Groenkaart Mierlo
11
Kwaliteit van het landschap Verschillende ruimtelijke structuren, lijnen, verkavelingspatronen en objecten hebben de huidige inrichting van het landschap medebepaald. Een totaalbeeld van de kwaliteiten staat op de erfgoedkaart van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. De beemden, akkers en bossen hebben elk hun eigen kenmerkende verkavelingspatroon. De beemden hebben bijvoorbeeld een fijnmazig patroon dat nodig is voor de ontwatering van deze natte gebieden. De akkers kennen juist een grover en onregelmatig rechthoekig patroon. Deze akkers waren vaak omsloten door houtwallen. Dit patroon is typisch voor kampontginningen. Echter verloor dit verkavelingspatroon haar kleinschaligheid door de industrialisatie van de landbouw na de Tweede Wereldoorlog. De droge productiebossen zijn tot slot deels aangelegd in een orthogonaal grid om de exploitatie te optimaliseren van deze gebieden. De gemeente kent een aantal gebouwen die cultuurhistorisch waardevol zijn. Voorbeelden hiervan zijn de drie molenbiotopen en verschillende hoeves. Ook zijn er enkele landgoederen te vinden zoals bij het kasteel Geldrop. Tot slot zijn er enkele archeologisch waardevolle gebieden die beschermd worden. De ruïnes van het Kasteel Mierlo en het kerkhof in Mierlo behoren tot deze beschermde sites. Tussen de dorpen Geldrop en Mierlo ligt een dekzandrug, waarop de Molenheide ligt.
Dit hoog gelegen bos- en natuurgebied ligt op de waterscheiding van de Dommel en de Aa. Binnen dit zandlandschap met de Molenheide in het midden en het dal van de Dommel met Gijzenrooi aan de ene kant en de Goorloop met het natuurgebied Sang en Goorkens aan de andere kant, ligt een variatie aan kleinschalige landschappen. De cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van de vier landschapstypen worden hieronder verder beschreven.
Gijzenrooi Het landschap van Gijzenrooi is ontstaan in de vroege middeleeuwen door ontginningen. Het gebied heeft van oorsprong een afwisselend landschap met bronbossen en laagveenmoerascomplexen. Door de aanleg van de Beekloop en ontginningen van de bossen en moerassen zijn er een essen- en kampenlandschap en kleinschalige zandontginningen ontstaan. Het gebied kent een zeer complex en fijnmazig watersysteem, omdat boeren het water op allerlei manieren hebben gebruikt, afgevoerd en geborgen. Dit heeft gezorgd voor een groot complex van allerlei bronnen en bergingen, van gecontroleerde opvoer en afvoer. Zo’n watersysteem is uniek voor Brabant. Aan de beplanting is door de eeuwen gebouwd, waardoor er oude houtwallen, beemden met bevloeiingsstelsels en meestromende moerassen aanwezig zijn. Veel van deze unieke beplanting is echter verdwenen. Het oude watersysteem van de Gijzenrooi, waarmee veel water werd vastgehouden en geborgen is hier deels verdwenen.
Molenheide De Molenheide is van oorsprong een uitloper van de Strabrechtse Heide met dekzanden en stuifzandcomplexen. Op verschillende plekken waar water niet goed kan infiltreren zijn vennen ontstaan. Dat zijn nu archeologische vindplaatsen uit de steentijd en ijzertijd. In de middeleeuwen is er geprobeerd om akkerbouw te plegen op de zandgronden, maar vele van deze bouwlanden zijn overstoven door het zand. Daarna werd het centrale gedeelte met heide en vennen gebruikt voor de veeteelt en de randen voor akkerbouw. Delen van de heide waren toen al bebost, waarschijnlijk om overstuiving van de akkers te voorkomen. In de jaren 30 is in het kader van de werkverschaffing een groot oppervlak van het gebied bebost met naaldhout. Het heidelandschap komt nog bij enkele vennen voor waar het gebied open is gehouden. Doordat grote delen van het gebied uit een goed doorlatende zandbodem bestaan, infiltreert veel regenwater in de bodem. Het water dat infiltreert komt via kwelstromen uiteindelijk terecht in de beeksystemen van de Kleine Dommel of Aa.
12
Mierlo-Oost
Gulbergen en ’t Broek
Het gebied ten oosten van Mierlo is van oorsprong een oud dekzandgebied. Door eeuwenlange bemesting van de gronden zijn er essen ontstaan met vruchtbare enkeerdgronden. Deze akkers hebben altijd een open karakter gehad. De beplanting van het gebied bestaat voornamelijk uit bomenrijen en houtwallen langs wegen met af en toe een sloot. Deze elementen zijn positief voor vleermuizen en insecten. Tussen de voormalige dekzanden van Mierlo en de Strabrechtseheide is een lagergelegen brongebied en beekdal ontstaan. Dit is nu het natuurgebied Sang en Goorkens. Het gebied is een brongebied geworden doordat het gevoed wordt door kwelstromen vanuit de omliggende dekzanden.
Het gebied van Landgoed Gulbergen is van vroeger uit een plek geweest waar mensen zich wilden vestigen. Het gebied was in de steentijd aantrekkelijk voor bewoning, hier worden dan ook archeologische vindplaatsen verwacht. Het gebied ligt namelijk op de overgang tussen de hogere dekzandruggen en lagere gebieden met vele waterstromen zoals de Luchenseloop. Gulbergen is nog steeds een kwelwatergebied met veel water. In het gebied zijn de oorspronkelijke landschapspatronen, ondanks de schaalvergroting, nog in het huidige landschap herkenbaar. Agrarisch gebruik vormt een belangrijke functie in het gebied. Ook de voormalige vuilnisstortplaats is onderdeel van het gebied. De vuilnisstortplaats in het hoogste punt van de gemeente en Noord-Brabant. Rond de berg zijn verschillende recreatieve voorzieningen te vinden zoals een mountainbike-route, een golfbaan en het Dierenrijk Europa. ‘t Broek is een historisch boerderijlint, dat als ‘beschermd dorpsgezicht’ bekend staat.
De bijzondere geomorfologie van het hele gebied zorgt ook voor een bijzondere cultuurhistorie. In de middeleeuwen werd op een van de bronnen het Kasteel van Mierlo gebouwd. Met de bescherming van het kasteel zijn er later boerderijen rondom verschenen die in eigendom waren van de Heren van Mierlo. In het gebied zijn ook jonge heideontginningen te vinden die nog steeds een open landschap hebben dat nauwelijks is verkaveld. Ten zuidoosten van Mierlo ligt het kleinschalige verkavelde beekdallandschap van de Kasteelloop, Overakkerse Loop en Goorloop. Dit gebied bestaat uit een complex van beemden, oude akkerlanden, broekbossen (met eiken), elzen- en essenhakhout en populierenaanplant.
13
Kwaliteitenkaart Geldrop-Mierlo 14
Watersysteem Het watersysteem bestaat uit vier beken die zorgen voor de hoofdafwatering van het gebied. De Kleine Dommel, Hooidonksebeek en Kleine beekloop zijn zijbeken van de Dommel. De Goorloop is onderdeel van het stroomgebied van de Aa. In de beekdalen is een netwerk van sloten en greppels gegraven om het land in cultuur te brengen als akkers en beemden. Op dit moment is het watersysteem van Mierlo niet verbonden met Sang en Goorkens, omdat de waterkwaliteit niet voldoet aan de kwaliteit voor het natuurgebied. Dit zorgt soms voor wateroverlast in het Mierlose watersysteem. Op de dekzandruggen zijn enkele schijnwaterspiegels te vinden. Dit zijn de vennen die zich hebben ontwikkeld doordat er lokaal in de bodem een ondoordringbare laag ligt. Dit kunnen oerbanken zijn of een laag leem die er ooit is afgezet. Deze vennen waaronder de Galgenven vormen de natte natuurparels in het gebied. Het gebied kent zowel kwel- als inzijggebieden. Kwelgebieden bevinden zich in de beekdalen. Inzijggebieden zitten op hogere dekzandruggen en lage landduinen. Tussen deze twee gebieden ligt er vaak een overgangszone. Langs de Kleine Dommel en Hooidonksebeek zijn verschillende zones aangewezen om water te bufferen. Die zorgen voor extra ruimte als de watergangen tijdelijk een hogere waterafvoer hebben. Langs de twee andere beken is hier (nog) geen sprake van.
Watersysteem (bron: gecombineerd kaartbeeld van kaarten die in de Bodem- en Wateratlas staan van de Kaartenbank Provincie Noord-Brabant)
15
Natuur en groenstructuur De groenstructuur in het buitengebied bestaat uit natte en droge natuur. De natte natuur bevindt zich in de blauwe aders langs de beken en het kanaal. Ze vormen de ecologische verbindingen in het natuurnetwerk van Noord-Brabant. Deze natuur bestaat hoofdzakelijk uit hooilanden, faunarijke graslanden, veenbossen, broek-bossen en rietmoerassen. De droge natuur bestaat voornamelijk uit droge productiebossen en heide. De Molenheide is het grootste bosgebied. In het agrarische buitengebied bestaat de groenstructuur uit houtwallen, kleine bosjes en boomsingels. Deze zijn typerend voor het agrarisch gebied rondom Gijzenrooi, Zesgehuchten, het Broek, Overakker en Bekelaar. De houtwallen zijn overblijfsels van de (om) gesloten akkers en akkerwallen die in deze gebieden zijn aangelegd. Op de meeste plekken in het landschap is het aantal houtwallen en singels afgelopen 50 jaar sterk afgenomen ten behoeve van het verbeteren van de productieomstandigheden in de landbouw. Het historisch groen bestaat voornamelijk uit de overblijfsels van de houtwallen en de bomenrijen die langs de hoofdwegen en het kanaal staan. Verder is een aantal bossen bestempeld als historisch groen. Deze bossen zijn het resultaat van de eerste bosaanleg in de 19de eeuw. Voorbeelden hiervan zijn de Weijer en een gedeelte van de Luchense Heide.
Er staan tot slot enkele monumentale bomen in de dorpskernen. Dit is het op het landgoed van het kasteel Geldrop, de Heilige Geeststraat en de Stationsstraat.
De Gijzenrooise Zegge In het laagstgelegen deel van de Gijzenrooi ligt de Gijzenrooise Zegge, een ondoordringbaar elzenbroekbos. In het natste deel van het natuurgebied ligt een zone van natte graslanden met pinkster- en koekoeksbloemen. Op de hoogste delen van de Gijzenrooi zijn de onregelmatige verkavelde bolakkers waar naast biologisch geteeld graan ook korenbloemen, klaprozen en kamilles te vinden zijn.
De Gijzenrooi is niet alleen een heel aantrekkelijk foerageergebied, voor onder andere vogels. Dankzij de (meidoorn)heggen zijn er veel beschermde broedgelegenheden voor zangvogels. Naast een interessante plek voor vogels is de Gijzenrooise Zegge ook een paradijs voor amfibieën. Er zijn acht verschillende soorten te vinden, waaronder de zeer zeldzame knoflookpad. Die gedijen bij een gebied met zandgronden en voedselrijke waterpoelen in de buurt. Deze combinatie, met deze overgangen komt niet vaak voor.
Sang en Goorkens Sang en Goorkens is een natuurreservaat waar de waterhuishouding sterke invloed heeft op de flora. Het natuurgebied kent afwisselende gebieden met elzenbroekbossen, schraalgraslanden, elzenhakhout, populierenaanplant en op wat drogere delen, eikenbos. Door het lichtglooiende beekdallandschap wisselen de nattere weilanden en broekbossen elkaar af met de drogere delen. Door de invloed van het kalkrijke kwelwater vanuit de Strabrechtse heide is het bosgedeelte een laagveenbos waar voornamelijk de zwarte els en moerasplanten groeien. Er komen verschillende orchideeën voor. Door de aanwezigheid van deze planten zijn er ook karakteristieke dagvlinders, zoals de kleine ijs-vogelvlinder te vinden. De schrale graslanden zijn gevoelig voor veranderingen, zoals verdroging, verzuring en vermesting.
De Molenheide en de Luchense Heide De Molenheide en Luchense Heide bestaan nu voornamelijk uit een droog productiebos. De voedselarmere delen worden grotendeels gedomineerd door den, eik en beuk, op de wat rijkere bodems is er een hogere groei van beuk, Douglas, lariks en spar. Het bos heeft een mindere natuurwaarde dan andere natuurgebieden in de gemeente, omdat de biodiversiteit relatief laag is. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de uniforme aanleg en beheer in het verleden, door de jonge leeftijd van de bossen en onvoldoende abiotische kwaliteit als gevolg van verzuring en vermesting. Naast de bossen zijn er op de Molenheide
16
ook nog kleine gebieden met droge en natte heide te vinden. De vegetatie op de droge heide wordt gekenmerkt door dwergstruiken waarvan struikheide meestal de dominante soort is. Op de natte heide komt vaker de dophei voor en zijn er verschillende warmteminnende diersoorten als adder en levendbarende hagedis te vinden. Voor zowel de droge als de natte heide geldt dat deze natuur in standgehouden moet worden door groei van bomen en struiken te voorkomen. Op de meest natte plekken van de Molenheide waar het water niet kan infiltreren zijn vennen te vinden die vaak bestaan uit relatief zuur water, omdat deze uitsluitend gevoed worden met zuurder regenwater of grondwater dat nog sterk op regenwater lijkt.
Kleine Dommel De Kleine Dommel is een natuurlijke beek die tussen hogere zandruggen door Brabant stroomt. Hierdoor is er een uitgerekt beekdalsysteem te vinden dat dwars door Brabant loopt. De beek wordt zowel gevoed door regenwater als grondwater vanuit de hogere flanken. Het gebruik van het Dommeldal is heel gevarieerd. Deels wordt het gebruikt als park, rond het centrum lopen stedelijke functies soms tot in het beekdal, verder naar het noorden is het Dommeldal veel natuurlijker en daarom ook minder toegankelijk. Het Dommeldal in onze gemeente is bijzonder vanwege de combinatie van cultuurhistorie en ecologische kwaliteiten. Bijzondere kwaliteiten zijn de watermolen in combinatie met het Weverijmuseum en het landgoed kasteel Geldrop. Het kasteel-complex van kasteel Geldrop is onderdeel van het Dommeldal, waardoor ook een hoger gelegen zandgrond onderdeel is van het beekdal.
17