CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 - Verkennend archeologisch onderzoek Geldrop_Mierlo_Geldrop_Grote_Bos_Strabrechtcollege

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Grote Bos5.014 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bureau voor Archeologie Rapport 1218 Strabrechtcollege, Grote Bos, Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 1218. Strabrechtcollege, Grote Bos, Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

K. Durczak

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

13 juli 2022

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2022042101

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Geldrop-Mierlo

Plaats

Geldrop

Toponiem

Grote Bos

Naam

Strabrechtcollege

Centrum locatie (m RD)

168.110; 382.030 (x; y)

Omvang plangebied

19.910 m2

Omvang onderzoeksgebied booronderzoek 8.077 m2 Kadastrale gegevens

kadastrale gemeentenaam: Geldrop, sectie: F, nummer: 2624

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

5268170100 (ABO)

Soort onderzoek

een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

SAB adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

51G

(RO) kader onderzoek

Bestemmingsplanwijziging

Periode van uitvoering veldwerk

23 juni 2022

Bevoegde overheid

Gemeente Geldrop-Mierlo

Deskundige namens bevoegde overheid

Onbekend

Versie van het rapport

1

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

4

Figuur 1: Ligging van het plangebied (zwarte omlijning) en onderzoeksgebied (rode onderbroken omlijning) (www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

5

Inhoudsopgave 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding........................................................................................................8 1.1 Eerder uitgevoerd onderzoek................................................................8 1.2 Doelstelling en vraagstelling..................................................................8 Gespecificeerde verwachting.....................................................................10 Methode.....................................................................................................12 Resultaten met bodemkundige interpretatie...............................................13 Archeologische interpretatie.......................................................................15 Waardestelling en Selectieadvies...............................................................16 Conclusie...................................................................................................17 Advies........................................................................................................

19 8.1 Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid.......................19 Literatuur....................................................................................................20 Figuren.......................................................................................................21 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................28

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

6

Lijst met Figuren Figuur 1: Ligging van het plangebied (zwarte omlijning) en onderzoeksgebied (rode onderbroken omlijning) (www.opentopo.nl).........................................4 Figuur 2: Luchtfoto actueel (voorjaar 2021) met het onderzoeksgebied (blauwe omlijning)....................................................................................................21 Figuur 3: Toekomstige plannen voor het onderzoeksgebied................................22 Figuur 4: Boorpunten binnen het plangebied (zwarte omlijning) en onderzoeksgebied (blauwe omlijning)........................................................23 Figuur 5: Getekende boorprofielen in schematische noord-zuid doorsnedes......24 Figuur 6: Resultaten van het booronderzoek met KLIC en voormalige en nieuwe bebouwing en waterpartijen........................................................................25 Figuur 7: Bouwtekening van de collegegebouw (bouwdossier 1978; uit: Bosman 2021)..........................................................................................................26 Figuur 8: Foto locatie boorpunt 1.........................................................................27

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

7

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor een herontwikkeling aan de Grote Bos te Geldrop. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4003. Voorafgaand aan dit onderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis daarvan werd geconcludeerd dat de natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit dekzand mogelijk met een oud bouwlanddek (enkeerdgronden). In de top van het dekzand kunnen archeologische resten aanwezig zijn, maar door de bouw en (recente) sloop van de bebouwing is de bodem waarschijnlijk verstoord. De onderzoeker adviseerde daarom om een verkennend archeologisch booronderzoek uit te laten voeren. In het plangebied zijn negen boringen gezet. De einddieptes van de boringen liggen tussen 100 en 200 cm -mv. Het booronderzoek bevestigt dat de natuurlijke ondergrond uit dekzand bestaat. In het hele plangebied bestaat de top van het bodemprofiel uit opgebrachte en omgewerkte grond. Ter hoogte van zeven boorpunten gaat deze opgebrachte en omgewerkte grond scherp over in de C-horizont. Hier is de bodem niet meer intact en zijn de hoge zwarte enkeerdgronden niet aanwezig.

Eventuele archeologische resten zijn bij deze boorpunten vergraven. Ter hoogte van twee boorpunten, één in het noorden en één in het zuiden, is nog (een restant van) een podzolbodem (B- en BC-horizont) aanwezig. De zuidelijke zone heeft een geschatte maximale omvang van 120 m2 (een voormalige binnenplaats). De noordelijke zone heeft een geschatte maximale omvang van 960 m2. Bij realisatie van de huidige plannen vinden voor zover bekend alleen ingrepen plaats in de noordelijke zone. Aanbevolen wordt om in deze zone nader te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn (kartering) en of deze behoudenswaardig zijn (waardering). Dit kan het beste worden gedaan door het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Geldrop-Mierlo.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

8

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch booronderzoek uitgevoerd voor herontwikkelen aan de Grote Bos te Geldrop. De ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Eerder uitgevoerd onderzoek Voorafgaand aan dit onderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd in J. Bosman: in voorbereiding: “Archeologisch Bureauonderzoek Strabrechtcollege Grote Bos 2 te Geldrop, gemeente Geldrop- Mierlo”, Omgevingsdienst ZuidoostBrabant rapport 287773, Geldrop. Op basis van de resultaten van dit onderzoek is een vervolgonderzoek in de vorm van verkennend booronderzoek geadviseerd. Geldrop ligt op de Zuid-Nederlandse zandgronden, in het gedeelte dat deel uitmaakt van de Centrale Slenk. Het plangebied ligt in het dekzandgebied ten noordoosten van de kern van Geldrop. Door de ligging van het plangebied op geruime afstand van water, wordt de kans op een vindplaats uit de periode Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum als laag ingeschat. Hoge dekzandkoppen waren gunstige locaties voor nederzettingen uit de Late Prehistorie tot en met de Vroege Middeleeuwen. Daardoor is de verwachting voor resten van bewoning uit deze periode hoog. De nu bekende vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bevinden zich allemaal in lage gebieden (lage zandgronden en lage dekzandkop) en zijn doorgaans aangeduid op historische kaarten. De hoger gelegen gebieden waren in gebruik als akker. Dat leidt tot de conclusie dat de verwachting voor bewoning uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd laag is.

Omdat het onderzoeksgebied uit één perceel bestond is de kans op het aantreffen van perceelsgreppels uit deze periode eveneens laag.

1.2

Doelstelling en vraagstelling Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. 1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

9 De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: 1.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

2.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

3.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?

4.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

10

2

Gespecificeerde verwachting Geldrop ligt op de Zuid-Nederlandse zandgronden, in het gedeelte dat deel uitmaakt van de Centrale Slenk. Het plangebied ligt in het dekzandgebied ten noordoosten van de kern van Geldrop. Door de ligging van het plangebied op geruime afstand van water, wordt de kans op een vindplaats uit de periode Paleolithicum, Mesolithicum en Neolithicum als laag ingeschat. Hoge dekzandkoppen waren gunstige locaties voor nederzettingen uit de Late Prehistorie tot en met de Vroege Middeleeuwen. Daardoor is de verwachting voor resten van bewoning uit deze periode hoog. De nu bekende vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd bevinden zich allemaal in lage gebieden (lage zandgronden en lage dekzandkop) en zijn doorgaans aangeduid op historische kaarten. De hoger gelegen gebieden waren in de 19e en 20e eeuw in gebruik was als akker en later grasland. Dat leidt tot de conclusie dat de verwachting voor bewoning uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd laag is. Omdat het onderzoeksgebied uit één perceel bestond is de kans op het aantreffen van perceelsgreppels uit deze periode eveneens laag. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1.

Datering

De bekende archeologische gegevens geven voor het plangebied voldoende concrete aanwijzingen voor een lage verwachting voor resten van bewoning uit de periodes Paleolithicum en Mesolithicum, een hoge verwachting voor resten van bewoning uit de periode Neolithicum t/m de Vroege Middeleeuwen en een lage verwachting voor resten van bewoning en akkerindeling uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. 2.

Complextype

Archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen, staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. 3.

Omvang

Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit genoemde perioden kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Nederzettingen uit de periode van landbouwsamenlevingen zijn doorgaans 40 X 40 m groot.2 Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4.

Diepteligging

Archeologische resten kunnen volgens Bosman (2021) aanwezig zijn vanaf een diepte van 100 cm onder maaiveld. Aangetekend dient te worden dat het zuidelijke 1/3e deel volgens de waarden- en verwachtingenkaart geen esdek heeft gehad; het archeologische niveau ligt dan ondieper, tussen 30 en 50 cm onder maaiveld.

2

Bosman 2021, 15

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

11 5.

Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit)

Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn geen nadere gegevens bekend. 6.

Locatie

Hele onderzoeksgebied. 7.

Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken):

Archeologische resten kenmerken zich door een spreiding van vuursteenartefacten en houtskool, een spreiding van vuursteen, aardewerk en houtskool en een archeologisch sporenniveau (Neolithicum tot en met de Middeleeuwen), of een archeologisch sporenniveau met veel aardewerkfragmenten en baksteen (Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd). 8.

Mogelijke verstoringen

Door bouw- en sloopactiviteiten kunnen archeologische resten zijn vergraven.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

12

3

Methode De werkwijze is gebaseerd op het advies van het bureauonderzoek waarin op pagina 16 een boorplan was opgenomen.3 Echter, sinds het opstellen van het bureauonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling is gewijzigd. Het te onderzoeken gebied is breder geworden in oost-west richting en minder lang in west-oost richting. Het boorplan is hierop toegespitst. De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor.

Aantal boringen:

Negen.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot in de C-horizont (met een maximale diepte tot 2 m -mv).

Verspreiding:

De boringen zijn verspreid in het plangebied geplaatst rekening houdend met kabels en leidingen (waarvan onbekend zijn of ze allemaal zijn verwijderd) en met verhardingen: in het zuiden ligt repac; in het noorden een puinverharding. De boordichtheid is ongeveer elf boringen per hectare.

Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.4 Locatie bepaling: De X, Y en Z-coördinaten van de locatie van de boringen zijn bepaald met een RTK (06-GPS) met een centimeter nauwkeurigheid. De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 23 juni 2022 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en K. Durczak (junior Prospector). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.

3 4

Bosman 2021 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

13

4

Resultaten met bodemkundige interpretatie De locaties van de boringen zijn in fig. 4 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 5. In fig. 6 zijn de resultaten van het booronderzoek weergegeven, in combinatie met de ligging van de voormalige bebouwing en de te realiseren bebouwing en waterpartijen. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op een vindplaats. Er zijn geen vondsten verzameld. Het grondwater is alleen bij boring 2 aangetroffen en stond daar op ongeveer 170 cm -mv. Natuurlijke ondergrond De natuurlijke ondergrond bestaat uit licht grijs tot oranje grijs, matig siltig afgerond zand. Op basis van de textuur, afronding en landschappelijke ligging kan dit bodemmateriaal als dekzand worden geïnterpreteerd. Het dekzand wordt gerekend tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). De top van het natuurlijke dekzand ligt tussen 15 en 120 cm -mv (2210 en 2120 cm NAP). In boorpunt 2 is op ongeveer 170 cm -mv een leemlaag aanwezig. Bodemvorming Bij boorpunten 1 (in het noorden) en 9 (in het zuiden) zijn resten van bodemvorming aanwezig. Het gaat om een sterk humeuze zwarte grondlaag (Ahorizont) en een bruine B-horizont. De top van de A-horizont ligt tussen 10 en 20 cm -mv (2225 en 2214 cm NAP).

De A-horizont is waarschijnlijk een restant van het oude bouwlanddek dat hier gelegen heeft. Een dergelijk dek ontstaat onder invloed van langdurige potstalbemesting en de aanwezigheid wordt op basis van het bureauonderzoek verwacht. •

Bij boorpunt 9 is de A-horizont slechts 10 cm dik. Hier is waarschijnlijk alleen de basis van de oorspronkelijke A-horizont nog aanwezig.

•

Ter hoogte van boorpunt 1 is de A-horizont 60 cm dik, dit corresponderend met wat bij een oud bouwlanddek kan worden verwacht. Echter, bij dit boorpunt is de bovenste 30 cm van de A-horizont wel verstoord gezien de aanwezigheid van brokken zand met een afwijkende kleur.

In de top van het dekzand (onder het bouwlanddek) zijn bij deze boorpunten ook podzol B-horizonten aanwezig. De B-horizont is in de top zwak tot matig humeus en heeft een donker grijsbruine kleur. Naar beneden toe neemt het humusgehalte af en wordt de kleur lichter. De overgang van de B- naar de C-horizont is een BC-horizont. Het pakket (B- en BChorizont samen) is 25 tot 40 cm dik. De laagondergrens is geleidelijk. De top van de B-horizont ligt tussen 20 en 80 cm -mv (2204 en 2165 cm NAP). Bodemverstoringen Het bovenste pakket bestaat overal uit zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus met een heterogene structuur, zand. Het pakket is 10 tot 105 cm dik. In het pakket bevinden zich lagen met roest (een spoor). De ondergrens met Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

14 onderliggende pakketten is scherp. In boorprofiel 3 zijn sporen van baksteen aangetroffen. In boorprofielen 5 en 8 bevinden zich sporen van steenkool en kalk. Het gaat om omgewerkte en opgehoogde grond. •

Ter hoogte van boorpunt 1 is recentelijk een betonpad verwijderd en in de omgeving is een (ondergrondse) afvalcontainer geplaatst.

•

Ter hoogte van boorpunt 2 liggen betontegels. Direct onder de betontegels is opgebrachte grond aanwezig.

•

Ter hoogte van boorpunten 3 tot en met 9 is het terrein geëgaliseerd, waarschijnlijk na de sloop van het college gebouw en het verwijderen van de verharding op het parkeerterrein en inrit.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

15

5

Archeologische interpretatie Ter hoogte van boorpunt 1 in het noorden en boorpunt 9 in het zuiden van de onderzoekslocatie zijn B-horizonten aanwezig onder een (restant van) een oud bouwlanddek. In deze zones kunnen archeologische resten aanwezig zijn. De noordkant van de onderzoekslocatie bij boorpunt 1 is niet bebouwd geweest. Ten westen van dit boorpunt ligt de inrit naar de huidige school (fig. 8). Ten westen zijn ook ondergrondse vuilcontainers en enkele ondergrondse leidingen aanwezig. Ten oosten van dit boorpunt bevindt zich een halfverharding (puin) waaronder de bodem nog intact kan zijn. Een aaneengesloten zone met een intacte bodem in het noorden van het onderzoeksgebied bevindt zich dus waarschijnlijk oostelijk van de genoemde inrit. De zuidelijke grens van deze zone kan worden gelegd op vijf meter afstand van de de noordrand van de voormalige bebouwing. Het is dan een zone van maximaal 960 m2 groot, geel gemarkeerd in fig. 6. Aan de zuidkant van de onderzoekslocatie bij boorpunt 9 was wel bebouwing aanwezig. Echter, uit de originele bouwtekeningen (fig. 7) blijkt dat bij dit boorpunt een binnenplaats was en daardoor is het vermoedelijk een niet of weinig vergraven zone. De omvang van de binnenplaats was ongeveer 120 m2 en dat is tevens de geschatte maximale omvang van de zone met intacte bodem, geel gemarkeerd in fig. 6.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

16

6

Waardestelling en Selectieadvies Conform KNA 4.1 vormen een waardestelling (VS06) en selectieadvies (VS07) van vindplaatsen onderdeel van een standaardrapport (VS05). Uit het verkennende booronderzoek blijkt dat in delen van het plangebied resten van de oorspronkelijke bodem nog aanwezig zijn. In deze zones kunnen archeologische resten aanwezig zijn. Echter, er zijn bij dit onderzoek nog geen vindplaatsen zijn aangetroffen. Er is daarom geen waardestelling mogelijk en er is geen selectieadvies opgesteld.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

17

7

Conclusie 1.

Wat is de aard (geologisch en bodemkundig) en intactheid (verstoringen) van het bodemprofiel?

Het booronderzoek bevestigt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand. In boorpunt 2 is onder het dekzand is een leemlaag aanwezig. Deze afzettingen worden tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden gerekend. In de top van het dekzand is een pakket omgewerkte en opgebrachte grond aanwezig. In twee (van de negen) boorprofielen is in de top van het dekzand een B-horizont aanwezig en hierop ligt een restant van een oud bouwlanddek. Deze boorprofielen liggen in het noorden en zuiden van het onderzochte gebied. 2.

Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding daarvan?

In de top van de natuurlijke ondergrond (in de B-horizont en top van de Chorizont) kan een sporenniveau aanwezig zijn als het bodemprofiel voldoende intact is. In alle boringen behalve boorpunt 1 en 9 is dit niveau waarschijnlijk verloren. Ter hoogte van boorpunt 1 ligt de top van het archeologische niveau op 80 cm -mv. Ter hoogte boorpunt 9 ligt de top van het archeologische niveau op circa 20 cm -mv. De zones met deels intacte bodem liggen aan de randen van het onderzochte gebied, en niet aaneensluitend. De omvang van deze zones is niet geheel duidelijk. Het gaat waarschijnlijk om zones van tientallen tot maximaal 960 vierkante meter. 3.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Bij het bouwplan vinden graafwerkzaamheden plaats voor de aanleg van funderingen en voor de aanleg van waterpartijen. De zone bij boorpunt 9 lijkt niet te worden vergraven bij de beoogde ingreep (fig. 6). In de zone bij boorpunt 1 wordt een waterpartij en bebouwing gerealiseerd. De dieptes van de ingrepen zijn nog niet bekend. Als graafwerkzaamheden plaatsvinden dieper dan de top van de B-horizont, dan worden archeologische resten, indien deze aanwezig zijn, vergraven. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? Aanbevolen wordt in de noordelijke zone nader te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn (kartering) en of deze behoudenswaardig zijn (waardering). De zuidelijke zone wordt niet verstoord. Nader onderzoek is hier daarom niet nodig.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

18 4.

Indien vervolgonderzoek nodig is: Welke methode(n), techniek(en) en strategie(ën) van Inventariserend veldonderzoek zijn hiervoor geschikt?

In zandgebieden met een oud bouwlanddek kan er het beste van worden uitgegaan dat eventuele archeologische resten zich manifesteren als een sporenniveau. Dat betekend dat een kartering en waardering moet worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

19

8

Advies Bureau voor Archeologie adviseert in het plangebied rekening te houden met eventuele archeologische resten in de twee zones waar (deels) intact podzolbodems aanwezig zijn. Bij realisatie van de huidige plannen vinden voor zover bekend alleen ingrepen plaats in de noordelijke zone. De omvang van de betreffende zone is niet goed bekend. De zone heeft naar schatting een omvang van maximaal 960 m2 (de gele zone in fig. 6). Aanbevolen wordt om in deze zone nader te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn (kartering) en of deze behoudenswaardig zijn (waardering). Dit kan het beste worden gedaan door het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Geldrop-Mierlo.

8.1

Status en inhoudelijke afstemming bevoegde overheid De resultaten van het onderzoek zijn door Bureau voor Archeologie nog niet afgestemd met het bevoegd gezag.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

20

9

Literatuur Bosch, J.H.A. 2008. ‘Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2’. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Bosman, J. 2021. ‘Archeologisch Bureauonderzoek Strabrechtcollege, Grote Bos 2 Geldrop, gemeente Geldrop- Mierlo’. Omgevingsdienst ZuidoostBrabant 287773. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis3/Zaakdocumenten/514/514 1486/afm/. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

21

Figuren

Figuur 2: Luchtfoto actueel (voorjaar 2021) met het onderzoeksgebied (blauwe omlijning). Op de luchtfoto zijn binnenplaatsen van het gebouw zichtbaar.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

22

Figuur 3: Toekomstige plannen voor het onderzoeksgebied.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

23

Figuur 4: Boorpunten binnen het plangebied (zwarte omlijning) en onderzoeksgebied (blauwe omlijning).

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

24

Figuur 5: Getekende boorprofielen in schematische noord-zuid doorsnedes.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

25

Eenheid

Toelichting Boorpunt met (restant) van B-horizont Boorpunt met verstoorde bodem Contour van toekomstige bodemingrepen (bebouwing, waterpartijen) Ondergrondse kabels en leidingen Maximale omvang van zone met (deels) intacte bodem. Grens van het onderzoeksgebied

Figuur 6: Resultaten van het booronderzoek met KLIC en voormalige en nieuwe bebouwing en waterpartijen.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

26

binnenplaats waar boring 9 is gezet

Figuur 7: Bouwtekening van de collegegebouw (bouwdossier 1978; uit: Bosman 2021)

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

27

Figuur 8: Foto locatie boorpunt 1.

Bureau voor Archeologie Rapport 1218

Geldrop Grote Bos

Bijlage 1: Boorbeschrijvingen nr.

grens (cm - mv) grond boven

bijmenging

mediaan

kleur

nieuwvormi interpretatie ngen

overig

onder

1

beschrijver: A. de Boer; datum boring: 23-juni-2022 0

20 zand

zwak siltig; matig grindig

zeer grof

licht-grijs

opgebrachte grond

matig grote spreiding; zand hoekig; basis scherp; opgebrachte grond

20

50 zand

matig siltig; matig humeus

matig fijn

donker-bruingrijs

A-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor zandbrokjes; basis geleidelijk; mogelijk omgewerkt

50

80 zand

matig siltig; sterk humeus

matig fijn

donker-grijs

A-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

80

90 zand

sterk siltig; matig humeus

matig fijn

donker-grijsbruin

B-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; dekzand

90

120 zand

sterk siltig; zwak humeus

matig fijn

bruin-geel

BC-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

120

150 zand

matig siltig

matig fijn

geel

C-horizont

matig grote spreiding; zand afgerond

2

grondwaterstand tijdens boring: 170 (cm – mv); beschrijver: K. Durczak; datum boring: 23-juni-2022 0

7 tegel

basis scherp

7

13 zand

zwak siltig

matig fijn

licht-geel

ophoging

zeer kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; opgebrachte grond

13

30 zand

matig siltig

matig fijn

licht-grijs

ophoging

zeer kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

30

50 zand

zwak siltig; zwak humeus

matig fijn

geel-grijs

omgewerkte grond

zeer kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; recent verstoord

50

80 zand

zwak siltig

matig fijn

licht-grijs-geel

C-horizont

zeer kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

80

130 zand

matig siltig

matig fijn

geel-oranje

weinig C-horizont roestvlekken

zeer kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

130

150 zand

matig siltig

matig fijn

oranje-geel

veel C-horizont roestvlekken

zeer kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp

150

170 zand

matig siltig

matig fijn

licht-grijs-geel spoor C-horizont roestvlekken

zeer kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp

170

200 leem

sterk zandig

matig fijn

licht-oranje-

matig grote spreiding; zand afgerond

C-horizont

nr.

grens (cm - mv) grond boven

bijmenging

mediaan

kleur

nieuwvormi interpretatie ngen

overig

onder grijs

3

beschrijver: A. de Boer; datum boring: 23-juni-2022 0

30 zand

matig siltig; sterk humeus

matig grof

donker-grijs

bouwvoor

matig grote spreiding; zand afgerond; basis scherp; opgebrachte grond; bouwvoor; spoor baksteen

30

95 zand

matig siltig

matig fijn

bruin-grijs

omgewerkte grond

matig grote spreiding; zand afgerond; veel zandbrokjes; basis scherp; omgewerkte grond

95

150 zand

matig siltig

matig fijn

licht-geel

C-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; dekzand

4

beschrijver: A. de Boer; datum boring: 23-juni-2022 0

20 zand

zwak siltig; matig humeus

matig fijn

grijs

omgewerkte grond

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor; droog, los

20

60 zand

matig siltig

matig fijn

grijs

omgewerkte grond

spoor zwarte vlekken; matig kleine spreiding; zand afgerond; spoor zandbrokjes; basis scherp; omgewerkte grond

60

90 zand

matig siltig

matig fijn

licht-bruin-grijs spoor C-horizont roestvlekken

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; dekzand

90

120 zand

matig siltig

matig fijn

oranje-grijs

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

120

150 zand

matig siltig

matig fijn

licht-bruin-grijs weinig C-horizont roestvlekken

veel C-horizont roestvlekken

5

matig kleine spreiding; zand afgerond

beschrijver: K. Durczak; datum boring: 23-juni-2022 0

15 zand

zwak siltig; matig humeus

matig fijn

grijs

omgewerkte grond

matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond

15

40 zand

matig siltig; zwak humeus

matig fijn

licht-bruin

omgewerkte grond

matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond; Steenkool 1, kalkbrokken 1 zandbrokken met roest

40

80 zand

zwak siltig; zwak humeus

matig fijn

bruin

80

105 zand

zwak siltig

matig fijn

oranje-geel

105

125 zand

zwak siltig

matig fijn

oranje-geel

125

140 zand

zwak siltig

matig grof

licht-grijs-geel spoor

spoor omgewerkte grond roestvlekken omgewerkte grond spoor C-horizont roestvlekken C-horizont

matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis scherp; omgewerkte grond matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond; humus brokken ca. 90 cm- mv matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis geleidelijk; leembrokken matig kleine spreiding; zand matig afgerond; basis geleidelijk

nr.

grens (cm - mv) grond boven

bijmenging

mediaan

kleur

nieuwvormi interpretatie ngen

overig

onder roestvlekken

140

150 zand

zwak siltig

matig fijn

geel

spoor C-horizont roestvlekken

6

beschrijver: A. de Boer; datum boring: 23-juni-2022 0

15 zand

matig siltig; sterk humeus

matig fijn

grijs

bouwvoor

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor

15

40 zand

matig siltig

matig fijn

grijs-geel

C-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; dekzand

40

60 zand

zwak siltig

matig fijn

licht-bruin-grijs weinig C-horizont roestvlekken

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

60

80 zand

matig siltig

matig fijn

licht-oranje

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

80

125 zand

zwak siltig

matig fijn

licht-bruin-grijs spoor C-horizont roestvlekken

C-horizont

7

matig kleine spreiding; zand afgerond

beschrijver: A. de Boer; datum boring: 23-juni-2022 0

30 zand

matig siltig; sterk humeus

matig fijn

donker-grijs

omgewerkte grond

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; bouwvoor

30

50 zand

matig siltig

matig fijn

licht-geel-grijs

C-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

50

115 zand

matig siltig

matig fijn

oranje

veel C-horizont roestvlekken

matig grote spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

115

125 zand

matig siltig

matig fijn

licht-oranjegrijs

spoor C-horizont roestvlekken

matig kleine spreiding; zand afgerond

8

9

matig kleine spreiding; zand matig afgerond

beschrijver: K. Durczak; datum boring: 23-juni-2022 0

15 zand

zwak siltig; matig humeus

matig fijn

grijs

omgewerkte grond

matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis geleidelijk; omgewerkte grond

15

80 zand

matig siltig; zwak humeus

matig fijn

bruin

omgewerkte grond

matig grote spreiding; zand matig afgerond; basis scherp; omgewerkte grond; kalkbrokken

80

150 zand

zwak siltig

matig fijn

licht-geel

spoor C-horizont roestvlekken

matig grote spreiding; zand matig afgerond

beschrijver: A. de Boer; opmerking algemeen: mogelijk met restant podzol; datum boring: 23-juni-2022

nr.

grens (cm - mv) grond boven

bijmenging

mediaan

kleur

nieuwvormi interpretatie ngen

overig

onder

0

10 zand

zwak siltig; sterk humeus

matig fijn

grijs

omgewerkte grond

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis scherp; droog, los

10

20 zand

matig siltig; sterk humeus

matig fijn

zwart

A-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

20

30 zand

zwak siltig; zwak humeus

matig fijn

donker-grijsbruin

B-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk; dekzand

30

45 zand

matig siltig

matig fijn

grijs-bruin

BC-horizont

matig kleine spreiding; zand afgerond; basis geleidelijk

45

100 zand

zwak siltig

matig fijn

licht-bruin-grijs spoor C-horizont roestvlekken

Coördinaten van de boringen: nr.

X (m RD)

Y (m RD)

Z (cm NAP)

1

168118

382096

2093

2

168100

382081

2093

3

168132

382076

2093

4

168165

382073

2102

5

168105

382038

2073

6

168145

382044

2073

7

168168

382034

2075

8

168090

382018

2072

9

168130

382012

2072

matig kleine spreiding; zand afgerond

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=d4246d37-77ed-44a8-a911-b16c8e49eebe