Bijlage 5 - Bijlagen concept RES 1.0.pdf
Tekst van het document
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
48
Vooraf Willen we je graag enkele achtergrondvragen stellen. We wijzen je er op dat alle gegevens die je invult anoniem verwerkt worden en vertrouwelijk worden behandeld. Deze achtergrondvragen gebruiken we om de antwoorden achteraf uit te kunnen splitsen naar specifieke kenmerken, zoals leeftijdsgroepen. 1.
Woon je in een huur- of koopwoning?
Koopwoning
2.
Waar woon je?
Landelijk gebied / in het buitengebied (buiten de bebouwde kom)
3.
Wat is je leeftijd?
4.
Wat is je hoogst afgeronde opleiding (met een diploma)?
Lagere school / basisonderwijs / geen onderwijs
Huurwoning van een woningcorporatie Huurwoning via particulier Anders, namelijk: …
Aan de rand van de bebouwde kom met vrij uitzicht (op weilanden, natuur, etc.) Aan de rand van de bebouwde kom zonder vrij uitzicht Midden in de bebouwde kom Anders, namelijk:
Vmbo / mavo Havo / vwo Middelbaar beroepsonderwijs (mbo) Hoger beroepsonderwijs (hbo) Wetenschappelijk onderwijs (universiteit) Wil ik niet zeggen / weet ik niet
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
49
Algemeen 5.
A. De energietransitie gaat over de overgang van traditionele, fossiele brandstoffen als olie, kolen en gas, naar duurzame energie uit bijvoorbeeld zon of wind. Als je kijkt naar wat je nu weet over de energietransitie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover de energietransitie? Klik op de schaal om het handvat te plaatsen. Zeer negatief -------1-------2-------3-------4--------5 ------- zeer positief B. Als je kijkt naar wat je nu weet over duurzame energie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover het stimuleren van duurzame energie in Zuidoost Brabant. Met duurzame energie bedoelen we energie, die wordt opgewekt uit bronnen die niet op kunnen raken, zoals zon of wind. Zeer negatief -------1-------2-------3-------4--------5 ------- zeer positief 6.
Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie Strategie (RES)?
Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud
Nee, ik was hiervan niet op de hoogte
Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud
(Invullen voor de ‘ja’s’ uit vraag 6) 7. Op welke manier ben je aan informatie gekomen over de RES?
Mijn gemeente
De RES-nieuwsbrief
De website van Meteropoolregio Eindhoven / van de Energietransitie regio Zuidoost Brabant Mensen in mijn omgeving Sociale media Televisie, krant of radio Via mijn werk (beroepsmatig) Anders, namelijk: …
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
50
8.
Kun je aangeven in hoeverre jij het eens of oneens bent met de volgende stellingen?
Klimaatverandering is een groot probleem Ik maak mij zorgen over de extreme weersveranderingen van de afgelopen jaren (zoals de hete zomers en stortbuien) Ik vind de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven Het stimuleren van energiebesparing is nutteloos
helemaal eens
eens
niet eens/ niet oneens
oneens
helemaal oneens
n.v.t / dat weet ik niet
9. Als je kijkt naar jouw energiegebruik, wat vind je dan belangrijk? Niet belangrijk
Een beetje belangrijk
Belangrijk
Zeer belangrijk
Dat de energie die ik gebruik altijd beschikbaar is
Dat de energie die ik gebruik geen schade veroorzaakt aan natuur, milieu en klimaat Dat de energie die ik gebruik betaalbaar is
Dat de opwekking van de energie, die ik gebruik, geen hinder oplevert voor omwonenden Dat er zo min mogelijk aan het landschap verandert op plekken waar energie wordt opgewekt Dat de energie die ik gebruik wordt opgewekt met duurzame bronnen, zoals wind, zon en biomassa Dat de opwekking van de energie die ik gebruik veilig is
Dat mijn energiegebruik goed is voor de werkgelegenheid in Brabant Dat de energie die ik gebruik in mijn eigen directe omgeving wordt opgewekt
Dat ik zelf de energie opwek, die ik gebruik
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
51
Energie besparen 10. De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Isoleren van huizen, nieuwe huizen die energieneutraal worden gebouwd en het opslaan van energie zijn daarbij belangrijk. In de RES hebben we de ambitie om het besparen van energie te versnellen. Wie vind je dat daarin het voortouw moet nemen?
De overheid: door goede communicatie, betrouwbare informatie, hulp bij advies, aantrekkelijke aanbiedingen en subsidies
Alle huiseigenaren: iedereen draagt hierin eigen verantwoordelijkheid (zij kunnen dit doen of niet, en eventueel gebruik maken van een duurzaamheidslening of subsidieregeling)
Niemand: deze ontwikkeling gaat vanzelf, extra tijd en geld van de overheid is niet nodig
Zowel de overheid als de huiseigenaren: de overheid faciliteert, de huiseigenaren nemen de eigen verantwoordelijkheid en moeten aan de slag
Anders, namelijk: … Dat weet ik niet / geen mening
11. Waar moet de overheid prioriteit aan geven als het gaat om energiebesparing? Maximaal 2 antwoorden mogelijk.
Advies geven over de mogelijkheden tot aanpassing in en rond de woning
Het verhogen van de urgentie bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen
Verplicht stellen van maatregelen
Verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen Geven van een lening voor energiebesparende maatregelen Organiseren van collectieve acties (zoals het gezamenlijk inkopen van isolatie of interessante aanbiedingen voor duurzame apparaten)
Anders, namelijk…
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
52
12. Om als bewoner (of bedrijf) energie te kunnen besparen zijn verschillende dingen nodig: 1. Gedragsverandering (bijv. thermostaat structureel paar graden lager of korter douchen) 2. Duurzame aankopen (bijv. vervangen oude koelkast door energiezuinige A++-versie) 3. Duurzame verbouwingen (bijv. isolatie van dak of muren). Welke van volgende besparingsactiviteiten doe jij al of overweeg je in de komende 10 jaar te doen?
Ik zet de verwarming een paar graden lager als ik niet thuis ben / gedurende de nacht Ik zet de verwarming op 19 graden en trek een warme trui aan Ik doe het licht uit wanneer ik een ruimte verlaat Ik zet de televisie uit in plaats van op standby als ik geen televisie kijk Ik gebruik energiezuinige huishoudelijke apparaten (met label A+, A++ of A+++) Ik vervang bestaande apparaten versneld voor duurzamere apparaten als ik weet dat ik de besparing terugverdien Ik kies bewust voor een energiezuinige of elektrische auto Ik pas binnen de komende 10 jaar mijn huis aan door duurzame maatregelen te nemen, bijvoorbeeld muur- of dakisolatie of isolerende ramen
Doe ik al
Bereid om dit te gaan doen
Niet bereid om dit te gaan doen
Ben er niet mee bekend
N.v.t. / Dat wee ik niet
12a. Doe jij nog andere dingen of neem jij nog andere maatregelen om energie te besparen?
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
53
Alleen invullen door ‘kopers – vraag 1’ 13. In hoeverre ben jij bereid om de komende tien jaar te investeren in energiebesparing of duurzame energie rondom jouw woning?
Het plaatsen van zonnepanelen op het dak van mijn woning / de woning waarin ik woon Het investeren in isolatie, bijvoorbeeld muur- of dakisolatie of isolerende ramen Het aanschaffen van een elektrische auto Het plaatsen van een warmtepomp Het aanschaffen van energiezuinige apparaten (bijvoorbeeld een energiezuinigere wasmachine of koelkast)
Heb ik al
Bereid om hier in te investeren
Niet bereid om hier in te investeren
Ben er niet mee bekend
N.v.t. / Dat wee ik niet
Zonne- en windenergie In de toekomst willen we maximaal gebruik maken van de energie die we via de zon op daken van huizen en op grote daken van bedrijven kunnen opwekken. 14. Liggen er in 2030 ook zonnepanelen op jouw dak?
Ja, ik heb ze nu al → verder naar vraag 17 Ja, omdat … → verder naar vraag 15 en 16 Weet ik niet, ik woon in een huurhuis → verder naar vraag 17 Misschien, omdat … → verder naar vraag 15 en 16 Nee, omdat….→ verder naar vraag 17
15. Wat heb je nodig om in de toekomst zonnepanelen op je dak te leggen? Meerdere antwoorden mogelijk. (routing voor mensen die ja of misschien hebben ingevuld bij vraag 14).
Informatie over zonnepanelen en leveranciers
Anders, namelijk…
Advies op maat wat past bij mijn dak en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn Een aanbod waarbij ik met mijn buren zonnepanelen kan kopen Een duurzaamheidslening, bijvoorbeeld om noodzakelijke aanpassingen te doen aan mijn dak (isolatie) of om zonnepanelen te kunnen betalen
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
54
16. Op welke termijn verwacht je zonnepanelen op jouw dak te installeren?
< 1 jaar 1 – 5 jaar 5 – 7 jaar > 7 jaar Dat weet ik niet
17. Met alleen zonnepanelen op daken kunnen we niet aan de energieopgave voldoen. Ook niet als we maximaal inzetten op energiebesparing. We zullen daarom een combinatie van zonnedaken, zonneparken (parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar) en windmolenparken (parken met meerdere windmolens bij elkaar) moeten toepassen. Welke oplossingen spreken jou het meest aan? Maximaal 3 antwoorden mogelijk.
Windmolens bij boerenbedrijven in mijn gemeente
Zonneparken gekoppeld aan (energie)infrastructuur (zoals wegen, kanalen en hoogspanningslijnen)
Windmolens plaatsen in nieuwe bossen die natuurgebieden uitbreiden en met elkaar verbinden
Zonneparken met ruimte voor biodiversiteit aan de randen van natuurgebieden (biodiversiteit is de aanwezigheid van verschillende soorten dieren en planten in een bepaald gebied)
Ik heb geen voorkeur
Zonneparken bij boerenbedrijven in mijn gemeente Windmolens gekoppeld aan (energie)infrastructuur (zoals wegen, kanalen en hoogspanningslijnen)
Ik wil überhaupt niet dat er wordt geïnvesteerd in zonne- en windenergie.
17a. Kan je jouw bovenstaande antwoord toelichten?
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
55
18. Om een goed beeld te krijgen van wat jij vindt van zonne- en windenergie leggen wij je enkele stellingen voor. Met zonneparken bedoelen we parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar. In hoeverre ben je het eens of oneens met de volgende stellingen?
A. Ik zou willen dat mijn regio volop inzet op windenergie en ook gebieden hiervoor aanwijst in mijn regio B. Ik vind dat windmolens altijd in een cluster van windmolens op enkele aangewezen locaties neergezet moeten worden en niet als een mozaïek door het landschap C. Ik sta sowieso negatief ten opzichte van windenergie, ongeacht waar windmolens geplaatst worden D. Ik zou graag willen dat mijn regio volop inzet op zonneparken en ook gebieden hiervoor aanwijst in mijn regio E. Ik vind dat zonneparken altijd in een cluster op enkele aangewezen locaties neergezet moeten worden en niet als een mozaïek door het landschap F. Ik sta sowieso negatief ten opzichte van zonneparken, ongeacht waar de zonneparken geplaatst worden G. Ik vind dat mijn regio volop moet inzetten op een combinatie van windmolens en zonneparken en ook gebieden aanwijst voor een combinatie van beiden in mijn regio H. Ik zie graag dat in iedere gemeente zonneparken en/of windmolens geplaatst worden en iedere gemeente hiermee bijdraagt aan de energieopgave I. Ik vind dat we 1 tot 3 plekken in mijn regio (ook al is dit bij mij in de buurt) moeten aanwijzen voor de plaatsing van zonneparken en windmolens, dat voldoende is voor de gehele regio
helemaal eens
eens
niet eens/ niet oneens
oneens
helemaal oneens
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
56
Weet / g men
Warmte In de meeste huishoudens is aardgas nu nog een vanzelfsprekende keuze voor verwarmen en koken. Daar komt de komende 30 jaar verandering in. Niet in één keer, maar geleidelijk. De komende periode maakt iedere gemeente een plan hoe de eerste woningen van het aardgas af gaan. 19. Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Als je wilt kun je jouw antwoord toelichten.
A. Het is haalbaar dat alle woningen in 2050 van het aardgas af zijn B. Ik maak mij zorgen over de monopoliepositie van grote energiebedrijven en wat dat betekent voor mijn energierekening C. Ik maak mij zorgen over de kosten om mijn huis aan te passen D. Ik maak mij geen zorgen als het gaat over het verwarmen van mijn woning zonder aardgas. E. Ik vind het ingewikkeld dat ik zelf niet kan kiezen hoe ik mijn woning zonder aardgas ga verwarmen.
helema al eens
eens
niet eens/ niet oneens
helema al oneens
Weet niet / geen mening
N.v.t.
oneens
19a. Als je wilt kun je jouw antwoorden van bovenstaande vraag toelichten.
20. In hoeverre hebben onderstaande warmtebronnen jouw voorkeur? Totaal niet mijn voorkeur -------1-------2-------3-------4--------5 ------- Volledig mijn voorkeur
Warmte uit biomassa (grondstof uit planten, bomen, plantaardig afval dat je als bron voor energie kan gebruiken)
Restwarmte uit industrie (warmte dat vrijkomt bij industrieprocessen)
Warmte uit water (aquathermie, bijvoorbeeld via riool-, afval-, drink- en oppervlaktewater)
Warmte uit de lucht (warmtepomp)
Dat weet ik niet / geen mening
Warmte uit afval (restafval omzetten naar warmte) Warmte uit de aarde (geothermie, gebruikmakend van temperatuurverschillen in de aardoppervlakte, warmte en kou-opslag)
Rechtstreekse warmte van de zon (via zonnecollectoren, die zonlicht omzetten in warmte)
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
57
21. Welke warmtevoorziening heeft de voorkeur voor jouw woning?
Een individuele warmtevoorziening met eigen installaties Een collectieve warmtevoorziening met (deels) gezamenlijke voorzieningen Niet van toepassing, ik woon in een huurhuis Dat weet ik niet / geen mening, omdat: …
Betrokken worden Hoe wil je betrokken worden bij de overstap naar duurzame energie? Moet iedereen kunnen profiteren van de financiële opbrengsten, of profiteren diegenen die investeren? Wil je meepraten en op welke manier? Daarover stellen we je graag enkele vragen. 22. Op welke manier ben jij geholpen om jouw woning te verduurzamen en/of om energie te besparen? Meerdere antwoorden mogelijk.
Door algemene informatie te ontvangen over de mogelijkheden die er zijn
Door ervaringen van anderen te horen die in een vergelijkbare woning wonen
Door algemene informatie te ontvangen over subsidiemogelijkheden Door een keuzehulp of een duurzaamheidsscan van mijn woning Door deel te nemen aan collectieve duurzaamheidsprojecten in mijn omgeving Iets anders, namelijk: Dat weet ik niet / geen mening Ik heb hier überhaupt geen behoefte aan
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
58
23. In hoeverre vind je de volgende aspecten belangrijk?
Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie) Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie)
Heel belangrijk
Belangrijk
Niet belangrijk / niet onbelangrijk
Onbelangrij Weet niet / k geen mening
24. Hoe vind je dat de opbrengsten van een zonnepark (park met zonnepanelen in het landschap) of windpark in jouw gemeente verdeeld zouden moeten worden? Meerdere antwoorden mogelijk.
De grondeigenaren ontvangen de opbrengsten.
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de gemeente, bijvoorbeeld door te investeren in collectieve acties voor isolatie en energiebesparing (denk aan een voetbalclub).
Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de regio door middel van een fonds dat wordt opgericht van waaruit investeringen in de regio worden gedaan.
Alle investeerders ontvangen de opbrengsten, ook als deze niet direct in de regio wonen.
Anders, namelijk: ..
Een deel van de opbrengsten is voor direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis.
Dat weet ik niet
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
59
25. Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windmolen. Zou je daaraan willen meedoen?
Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie Ja, via aandelen, certificaten of obligaties Nee, ik heb hier geen interesse in (routing ->naar vraag 27) Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen (routing ->naar vraag 27) Anders, namelijk…
26. Stel, je overweegt om deel te nemen aan een project op het gebied van duurzame energie bij jou in de gemeente. Wat heeft dan je voorkeur en waarom?
Ik wil deelnemen aan een project met zon op grote daken, omdat … Ik wil deelnemen aan een zonnepark, omdat … Ik wil deelnemen aan een windmolen, omdat… Ik heb hier geen voorkeur voor, omdat… Ik wil niet deelnemen, omdat …
27. Wanneer ben jij bereid om een windpark (park met meerdere windmolens bij elkaar) in jouw directe omgeving te accepteren? Meerdere antwoorden mogelijk.
Als ik heb kunnen meebeslissen over waar het windpark komt
Als ik weet dat er in mijn omgeving op veel andere plekken ook windparken worden geplaatst
Als ik samen met andere inwoners en/of grondeigenaren kan beslissen over het ontwikkelgebied, bijvoorbeeld over de inrichting van het windpark en de verdeling van de opbrengsten
Ik ben hiertoe nooit bereid
Als ik kan investeren en daardoor meeprofiteren van de opbrengsten van het windpark
Dat weet ik niet / geen mening Anders, namelijk: …
28. Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie?
Ja → routing vraag 30 Nee → routing vraag 29
29. Wat is de reden dat je niet mee wilt praten in jouw gemeente over dit onderwerp? → verder met vraag 32
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
60
30. Waar wil je zeker bij betrokken worden? Meerdere antwoorden mogelijk.
Over waar windmolens komen te staan
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden
Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving)
Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie in zijn algemeenheid van mijn gemeente
Over andere zaken, namelijk: …
Over waar zonneparken komen te staan Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente
31. Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.
Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden) Via websites Via een nieuwsbrief Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms) Via de (lokale) krant Via enquêtes / vragenlijsten Via persoonlijk contact Anders, namelijk: …
32. Online doorpraten Graag willen we vanuit de RES Zuidoost Brabant met bewoners doorpraten over de onderwerpen uit deze vragenlijst. Dit doen we via een online besloten platform in januari 2021. Hierop kunnen we op een interactieve, leuke en creatieve manier dieper op thema’s ingaan en met elkaar van gedachten wisselen. Heb je interesse om hier aan deel te nemen? Vul dan hieronder je e-mailadres in zodat we je op een later moment meer informatie over aanmelding kunnen sturen. Op een later moment kan je dus nog beslissen of je mee wilt doen of niet. We gebruiken je e-mailadres alleen om je informatie over het online platform te sturen.
Ja, ik heb interesse. Mijn e-mailadres is: …. Nee, ik heb geen interesse
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
61
33. Heb je nog overige opmerkingen over deze vragenlijst? Dan kun je deze hieronder kwijt.
Wil je meer weten over wat er in het plan van de RES Zuidoost Brabant staat? Klik dan hier voor meer informatie. Hartelijk dank, je antwoorden zijn succesvol opgeslagen. Je kunt deze pagina nu sluiten.
Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s
62
Over Het PON & Telos Maatschappelijke besluitvorming verbeteren Wij zijn een sociale kennisonderneming in het hart van de samenleving. We beschouwen het als onze opdracht om maatschappelijke besluitvorming te verbeteren. Dat doen we door wetenschappelijke kennis met kennis van de praktijk te verbinden. We zijn van data, feiten en cijfers, maar geven die altijd een gezicht. Waarbij iedere stem telt. Voorkeuren en meningen halen we op, onderzoeken we, analyseren we en duiden we. Met prikkelende aanpakken en innovatieve methoden. Daarbij zijn we altijd gericht op duurzaamheid: de harmonieuze verbinding tussen sociale, ecologische en economische doelstellingen. Zo dragen we bij aan de kwaliteit van samenleven, nu en in de toekomst. Met een multidisciplinair en creatief team van bijna 30 adviseurs en onderzoekers werken we vooral voor lokale en regionale overheden in Nederland (met een sterke kennispositie in Noord-Brabant), maar ook voor corporaties, banken, zorg- en welzijnsinstellingen, fondsen en maatschappelijke organisaties. We werken daarbij intensief samen met universiteiten en andere kennisinstellingen en zijn officieel partner van Tilburg University. Met onze kennis en inzichten adviseren we beleidsmakers en bestuurders. Zodat ze afgewogen keuzes kunnen maken. Zodat ze bestuurlijk kunnen vernieuwen.
En zodat ze een positieve impuls kunnen geven aan de samenleving van morgen.
Stationsstraat 20c 5038 ED Tilburg +31 (0)13 535 15 35 info@hetpon-telos.nl hetpon-telos.nl
Regionale Energiestrategie Metropoolregio Eindhoven
1. Participatie
Bijlage 1.2 Financiële participatie en lokaal eigendom
Metropoolregio Eindhoven
1.0
Bijlage 1.2.Model financiële participatie en lokaal eigendom Maximale lokale participatie Als RES Metropoolregio Eindhoven voeren we regie over grootschalige opwek van hernieuwbare energie, energiebesparing en de warmtetransitie in onze regio. We vinden het hierbij belangrijk om gezamenlijk te sturen op het bereiken van de gezamenlijke ambitie zoals vastgelegd in de RES. Daarbij willen we sturend optreden om: • te komen tot acceptatie en draagvlak bij inwoners en bedrijven; • te komen tot een eerlijke verdeling van financiële lasten en lusten en een haalbare en betaalbare transitie; • goede inpassing in de omgeving en kwaliteit bij initiatieven zeker te stellen. Metropoolregio Eindhoven omarmt de doelstelling van minimaal 50% lokaal eigendom van grootschalige opwekinstallaties uit het Klimaatakkoord. We onderscheiden drie vormen van participatie: 1. Procesparticipatie is direct gericht op communicatie over en evt. aanpassing van het project t.b.v. draagvlak en acceptatie. 2. Sociale participatie kan bijdragen aan draagvlak en acceptatie. Dit door de positieve gevolgen van project, niet door zeggenschap bij project (evt. wel zeggenschap bij fonds). 3. Financiële participatie kan bijdragen aan draagvlak en acceptatie. Bij eigendom is er sprake van zeggenschap over project vanaf begin. Bij obligaties/aandelen is dat pas later.
Eigendom, financieel rendement en zeggenschap zijn direct met elkaar verbonden. 50% lokaal eigendom dat ook daadwerkelijk financieel rendement én zeggenschap met zich meebrengt betekent echter actieve participatie vanaf de start van een project. Ofwel: ondernemerschap. Met dat ondernemersrisico’s nemen echter ook de financiële risico’s toe.
Acceptatie en draagvlak In zekere zin dé kernwoorden binnen de strategie, het ultieme eindresultaat van de RES en daarmee de sleutel tot het behalen van de diverse doelen. Lokale financiële participatie is één van de manieren om tot acceptatie en draagvlak onder de lokale omgeving te komen. Een andere zeer belangrijke manier om dit te bereiken is daarnaast procesparticipatie. Het vanaf het begin bij de besluitvorming betrekken van de omgeving en deze daarmee zeggenschap bieden. Mee mogen en kunnen besluiten over het proces; ‘waar in mijn omgeving komt een windpark te staan? Hoe ziet het eruit?’.
Verdeling van financiële lasten en lusten We geloven in lokaal maatwerk. Niet zozeer per gemeente, maar op het niveau van individuele projecten. Om hierin te garanderen dat er sprake is van 50% lokaal eigenaarschap werken we vanuit het volgende model:
Het model kent de volgende onderdelen: • Oprichting stichting/ontwikkelfonds per gemeente om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen. Opbrengsten vloeien terug in het ontwikkelfonds, dat hiermee maatschappelijke projecten, bij voorkeur op het gebied van de energietransitie, kan financieren. Gemeente en energie coöperatie zijn vertegenwoordigd in de stichting. Als gebruik gemaakt wordt van het Energiefonds Brabant is het mogelijk dat er in de ontwikkelfase geen financiële risico’s zijn voor individuele burgers of leden van energie coöperaties. • Tot maximaal 50% van het eigen vermogen wordt ingebracht door een ontwikkelaar. • Resterende projectkosten (zo’n 80%) worden met vreemd vermogen gedekt.
Inpassing en kwaliteit bij initiatieven We maken gebruik van een afwegingskader dat wordt vastgelegd in het beleid van de individuele gemeenten. Algemene kaders die vastgelegd worden in lokaal beleid omvatten ten minste de volgende zaken: • Een inspanning om te voldoen aan de wensen voor lokaal eigendom en financiële participatie. Elke initiatiefnemer wordt daartoe verplicht. Voorkeuren van participatie zijn: een stichting/ontwikkelfonds oprichten met en door energiecoöperaties (en eventueel gemeente) waarbij zij minimaal 50% eigenaar zijn van het project; daar kan eventueel aan toegevoegd worden het storten van een bijdrage in een energie/omgevingsfonds. • Lokaal eigenaarschap en/of financiële participatie is een vorm van particulier opdrachtgeverschap vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Een voorbeeld is particulier opdrachtgeverschap bij woningbouw t.b.v. een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmen van gronden is slechts een klein onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling. • De beperkte ruimte voor het opwekken van duurzame energie en de maatschappelijke betekenis daarvan omvatten een behoefte aan draagvlak. Hierbij geldt de voorwaarde dat de lokale samenleving betrokken wordt de beoogde ontwikkelingen te steunen door hun geheel of gedeeltelijk de keuze te geven eigenaar te zijn van de beperkte ruimte.
• Initiatiefnemer stelt een participatieplan op met ten minste de volgende onderwerpen: Projectstructuurbeschrijving met daarin de financiële- en eigendomsstructuur, met als uitgangspunt minimaal 50% lokale participatie. Inzicht in de financiën en kasstromen door een geprognosticeerde balans, verlies- en winstrekening en kasstroomberekening aan te leveren, gebaseerd op een reële opbrengstverwachting. Een onderbouwing van het financieel rendement dat geboden wordt aan inwoners bij financiële deelneming. Hoe de initiatiefnemer belanghebbenden in de omgeving van een toekomstig wind- of zonnepark vanaf de start van de planvorming betrekt en welke rol zij belanghebbenden toekennen bij de ontwikkeling en de exploitatie van het wind- of zonnepark. De initiatiefnemer hanteert bij het opstellen van zijn plannen de actuele gedragscodes van Holland Solar en de NWEA als ondergrens. Welke mogelijkheden de omgeving krijgt om financieel te participeren, eventueel onderverdeeld in de categorieën risicovol en risicoarm investeren.
Regionale Energiestrategie Metropoolregio Eindhoven
2. Besparing
Bijlage 2.1 Doelgroep Wonen
Metropoolregio Eindhoven
1.0
Bijlage 2.1: Doelgroep Wonen 1. Ambitie Mensen duurzaam in beweging krijgen zodat ze zoveel mogelijk energie gaan besparen, waarmee we onze CO2-uitstoot kunnen reduceren. De klantreis voor de doelgroep Wonen beter faciliteren. Dit willen we bereiken door bewustwording te creëren, weerstand weg te nemen en handelingsperspectief te bieden. Verder sluit de ambitie aan op de algemene ambitie voor Besparing. 2. Opgave Om de opgave te bepalen zijn verschillende analyses gedaan: doelgroepenanalyse, stakeholderanalyse en middelenanalyse. De grootste uitdaging die volgt uit onze analyse is: hoe gedragsverandering te bereiken en handelingsperspectief te bieden, zodat dit leidt tot meer energiebesparing. Er zijn namelijk verschillende soorten weerstanden die de verschillende doelgroepen kunnen ervaren. Belangrijke weerstanden voor veel mensen zijn: andere prioriteiten (financieel, gezondheid, zorg, drukke baan), het gevoel dat je niet echt kan bijdragen en het gemis aan garanties (ga ik echt besparen?). • Doelgroepen Uit de doelgroepen analyse kwamen de volgende doelgroepen: particuliere woningeigenaren, woningcorporaties, particuliere huurders, VvE's, eigenaren van sociale koopwoningen. Vervolgens hebben we ons voor de RES 1.0 geconcentreerd op particuliere woningeigenaren en woningcorporaties.
Deze twee subdoelgroepen zorgen samen voor 74 procent van het verbruik van de doelgroep Wonen. De keuze voor deze doelgroepen hebben we verder gemaakt omdat woningcorporaties al een georganiseerde doelgroep is die vaak al in gesprek is met de gemeente over verduurzaming van het vastgoed (prestatieafspraken). Tevens vormt de doelgroep particuliere woningeigenaren de grootste doelgroep. Van middelenanalyse naar klantreis-analyse Voor de doelgroep particuliere woningeigenaren hebben we gekeken welke middelen er zijn en hoe deze middelen werken. Vervolgens hebben we de diverse middelenanalyse getoetst aan hun bijdrage aan volgens ons de ideale klantreis en de uitkomsten vastgelegd in een SWOT analyse. Op basis van deze SWOT analyse hebben we een aantal aanbevelingen gedaan (zie bijlage 2.1.1: SWOT Middelen Analyse). De analyse van middelen voor de doelgroep particuliere woningeigenaren leidt tot de volgende conclusies: • De meeste middelen zijn vooral aanbodgericht. Er wordt niet primair uitgegaan van behoeften of vraag, er wordt beredeneerd vanuit wat er beschikbaar is; • Het aanbod wordt met name op generieke wijze aangeboden zonder rekening te houden met verschillende doelgroepen of behoeften; • Er wordt tussen gemeenten nog niet veel samengewerkt of kennis uitgewisseld.
Na de analyses en overleg met vertegenwoordiging van de lokale energiecoöperaties kwamen we tot de conclusie dat er niet alleen naar de middelen (de aanbodkant) moet worden gekeken, maar juist ook naar de behoeften van particuliere woningeigenaren. Stakeholders
We hebben ook een analyse gemaakt van de stakeholders voor de subdoelgroepen woningcorporaties en particuliere woningeigenaren. We kwamen tot de volgende belangrijke stakeholders: gemeenten, lokale energiecoöperaties, woningcorporaties zelf, woningeigenaren. Woningcorporaties Met woningcorporaties zijn veelal op lokaal niveau al prestatieafspraken gemaakt over verduurzaming van het vastgoed. Naar de woningcorporaties is een kwalitatieve uitvraag m.b.t. energietransitie gestuurd. Ze zijn bevraagd over de rol die ze hebben en de zaken waar ze tegenaanlopen. Voor de resultaten zie bijlage 2.1.2: presentatie Inventarisatie. Aanpak Voor de particuliere woningeigenaren en de woningcorporaties hebben we een verschillende aanpak. Dat wordt hieronder nader toegelicht. (bijgaand bijlage 2.1.3: uitwerking van de routes en onze visualisatie) Particuliere woningeigenaren Samen met het Energiehuis en Energieloket hebben we de behoeften van particuliere woningeigenaren in beeld gebracht met 8 routes. Deze routes laten zien welke stappen woningeigenaren doorlopen in het besparen van energie. Deze analyse van de 8 routes leerde ons dat niet alle woningeigenaren hetzelfde zijn en dezelfde route doorlopen.
We kunnen het daarom het samen beter doen als we: • Vraag gestuurd gaan werken • Handelingsperspectief bieden • Meer met elkaar gaan optrekken en beter samenwerken De 8 verschillende routes zijn als volgt: • Direct besparen (kleine besparingsmaatregelen • Recht op het doel af (weet al wat ze willen, pakken het stapsgewijs aan) • Rustig oriënteren (willen besparen, maar weten nog niet hoe/wat) • Ontzorging (willen wel verduurzamen, maar met zo min mogelijk eigen inspanning) • Wijkaanpak/samen doen (samen met de buren de woningen in de buurt verbeteren) • Eigen oplossingen (willen zelf aan de slag en experimenteren) • Direct vergaand verduurzamen (willen in een keer grote stappen zetten, dus b.v. in één keer met hun woning naar aardgasvrij) • Nieuwbouw (een nieuwe woning laten bouwen) Maar hoe weet een gemeente nou op welke routes zij in kunnen zetten? Hiervoor kunnen zij de 5 persona-types/leefstijlen van het Motivaction onderzoek ‘5 tinten groener’ gebruiken. De leefstijlen helpen bij het bepalen welke routes een bepaalde doelgroep zal doorlopen en welke communicatiestrategie en -middelen daarbij passen.
De verschillende leefstijlen zijn: • Structuurzoekers • Statusbewusten • Plichtsgetrouwen • Verantwoordelijken • Ontplooiers Als gemeentes kunnen we samen onderzoeken wat de representatie van de leefstijlen binnen de verschillende gemeenten is en bij welke groep je denkt de meeste energiebesparing te kunnen
behalen. Op basis daarvan kun je een communicatiestrategie opstellen die uitgaat van de behoefte van inwoners en niet uitgaat van de beschikbare middelen. Zo kun je op effectievere wijze communiceren met de doelgroep particuliere woningeigenaren. De werkgroep wonen heeft voor alle 8 routes uitgewerkte welke persona’s, communicatiestijl en aanpakken hierbij passen. Dit is uitgewerkt in een uitgebreid schema (Zie bijlage 2.1. 4: Schema 8 routes). Hierin wordt ook meegenomen: • Energieadvies • Bereik/impact • Financieringsmogelijkheden • Randvoorwaarden • Of de resultaten meetbaar zijn • De rol van de gemeente • Rol LEC • Mogelijke stakeholders • Voordelen • Uitdagingen • Koppelkansen • Kansen voor regionale samenwerking Deze aanpak biedt gemeenten handvatten voor het opzetten van een communicatiestrategie en besparingsaanpakken. Doel is om gemeenten te enthousiasmeren samen te werken op de verschillende routes. B.v. willen zij inzetten op dezelfde routes en samen nadenken over besparingsaanpakken? Deze aanpak is getoetst bij de ambtenaren wonen, communicatie en duurzaamheid uit de MRE. Grotendeels is men enthousiast over onze aanpak, maar zijn zij in vele gevallen zelf nog zoekende naar op welke routes ze willen inzetten en het maken van een communicatiestrategie. Deze aanpak is ook getoetst bij de LEC’s.
Die waren enthousiast, maar wezen ons erop dat dit voornamelijk nog de analyse kant is. Voor de uitvoering moet je meer concreet worden. Hier wordt m.b.t. de LEC’s onder het kopje ‘uitvoering’ verder over uitgeweid. Conclusie particuliere woningeigenaren Met deze aanpak en door samen te werken zijn we samen slimmer duurzaam bezig. Samen krijgen we mensen duurzaam in beweging. Door meer te luisteren naar de particuliere woningeigenaren, onze activiteiten op hen af te stemmen en weerstanden weg te nemen kunnen we beter inspelen op de persoonlijke behoefte. Zo helpen we elkaar om samen meer energie te besparen. Woningcorporaties Uit de inventarisatie bij de woningcorporaties kwamen de volgende belangrijke punten: • Vastgoed wordt wel verduurzaamd, maar het gedrag van huurders vaak niet (of gaan juist meer energie gebruiken). Gedragsverandering is dus een heel belangrijke opgave. • Woco’s lopen aan tegen praktische uitdagingen, namelijk lokale wet- en regelgeving staat soms verduurzaming van het vastgoed in de weg (b.v. het bestemmingsplan, leges ec.) • Warmtetransitie als leerproces (duidelijkheid over huidige kansen/beperkingen, hoe gaan we elkaar versterken in het proces (zij als kennis van techniek en uitvoering, wij vanuit onze beleidsrol), Kennisuitwisseling, etc.
De inventarisatie maakt duidelijk waar de uitdagingen en kansen liggen. Hoe we nu verder gaan wordt toegelicht onder het kopje ‘uitvoering’. 3. Uitvoering De uitvoering concentreert zich op verschillende onderdelen: van het zoeken van samenwerkingsverbanden, tot het onderzoeken, initiëren en uitvoeren van concrete projecten. Hieronder volgt de opsomming van mogelijke uitvoeringsstappen/-plannen. • Verder overleg en afstemming met LEC's over rol in de uitvoering en samenwerkingen met gemeenten. Zorgen dat gemeenten dit gesprek met hun lokale energiecoöperatie gaan voeren om zo vanuit een eenduidige aanpak en communicatie de doelgroep te benaderen. Vertegenwoordigers van de LEC’s geven aan voor zichzelf de volgende rol te zien: coachende rol, gidsende rol en informerende rol. • We inventariseren welke concrete energiebesparingsprojecten bij de verschillende gemeenten lopen. Gemeentes die willen samenwerken in deze projecten bij elkaar brengen. Zorgen dat kennis over de energiebesparingsprojecten wordt geborgd. • Ook inventariseren/onderzoeken of er kansrijke nieuwe besparingsprojecten kunnen worden opgezet • A2 gemeentes gaan samen werken aan een strategisch communicatieplan. Hiervoor delen zij onderling kennis met Oirschot, die zich in dezelfde fase bezit.
Optie daarna: bekijken of we voor de gehele regio een strategisch communicatieplan kunnen maken? • Onderzoeken vervolg de Groene Zone (maar dan met focus op isolerende maatregelen/besparingsaanpakken) • Gemeente helpen bij het maken van een keuze voor een vervolg van het energieloket. Het huidige energieloket Zuid Oost Brabant wordt april 2021 opgeheven. • Proberen in gesprek te komen met woningcorporaties. Kijken wat toegevoegde waarde is voor samenwerking voor bevorderen gedragsverandering. • Onderzoek Motivaction leefstijlenonderzoek uitvoeren voor de MRE. Idee om nu eerst het onderzoek uit te voeren als pilot te doen voor de A2 gemeenten. Bij succes uitrollen voor de andere MRE gemeenten. Hier zijn kosten aan verbonden. Nader onderzoeken waar de kosten gaan landen. • Organiseren gesprek voor interne organisatie (focus op ambtenaren wonen, duurzaamheid en communicatie) voor kennisoverdracht, bewustwording, gesprek op gang brengen samen verantwoordelijk voor de opgave. Het is niet alleen een opgave voor alleen de ambtenaar duurzaamheid. • Bij eventueel vervolg van de RRE/RREW uitzoeken hoe we regionaal of subregionaal gezamenlijk tot een aanpak kunnen komen. Advies voor vervolgstappen: • Energiebesparing inbedden in uitvoeringsorganisatie RES. • Blijven stimuleren dat energiebesparing voornamelijk een lokale opgave is.
Waarborgen dat gemeentes niet achterover gaan leunen (‘de regio lost het wel op’). • Besparingsacties monitoren.
Bijlage 2.1.1: SWOT Middelen Analyse Voor de doelgroep wonen zijn verschillende middelen in de klantreis in een middelenmatrix geïnventariseerd. Hieronder worden de verschillende stappen in de klantreis geanalyseerd. Dit gebeurt aan de hand van een SWOT-analyse en de inventarisatie van de middelen binnen de klantreis. Ten slotte worden conclusies getrokken over de desbetreffende stap in de klantreis. Dit zijn algemene conclusies die per doelgroep kunnen verschillen.
1. Bewustwording De eerste stap in de klantreis is het creëren van bewustwording van het feit dat particuliere woningeigenaren energiebesparende maatregelen in hun woning kunnen nemen en hoe ze dit moeten doen. In de middelenmatrix zijn de volgende middelen geanalyseerd: • • • • • • • • • •
Gemeentelijke communicatiecampagne Duurzaamheidsprijs Voorlichting op beurzen Bewonersbijeenkomsten Kennisdagen Bewonersbrieven Social media Media (tv, krant etc.) Bewustwording op scholen Voorlichting via scholen
• • • • • • • • •
Energieloket Sociaal netwerk Informatieverstrekking Warmtefoto’s Makelaars Veranderen regelgeving Voorlichting via de LECs Energieadviseurs Goede voorbeelden: storytelling en ambassadeurs
Analyse Strenghts •
• •
• • •
Met goede informatievoorziening weten bewoners wat een logisch stappenplan voor hen is om energie te besparen. Voorlichting moet onafhankelijk en objectief zijn. Landelijk zijn er al informatiebronnen met een goede inhoud (zoals MilieuCentraal) Via diverse trajecten is er al veel ervaring opgedaan, maar onduidelijk is wat het resultaat van die trajecten is. Voorbeelden van trajecten zijn campagnes, acties etc. Gemeente is betrouwbare informatiebron voor de meeste inwoners en werkt samen met partners die als betrouwbaar worden gezien. Samenwerking met partners (scholen, LECs, energieloket) kan bewustwording versterken. Biedt inspiratie/een voorbeeld voor de inwoners die nog geen actie ondernemen
Opportunities • Koppeling met andere lopende opgaven kan versterken, bijvoorbeeld: verduurzaming huis bij het levensloopbestendig maken. • Regionale samenwerking in het opstellen van een communicatieboodschap met een lokale uitvoering/uitzending. • Het aanwijzen van energie ambassadeurs en het tonen van goede voorbeelden, goed voorbeeld doet volgen • Inspelen op natuurlijke momenten (bijvoorbeeld bij een verhuizing of verbouwing) • Bij het benaderen meer richten op een specifieke doelgroep. Aansluiten op momenten en aanpakken die voor die doelgroep logisch zijn. • Integreren in bestaande activiteiten (er zijn namelijk enorm veel contactmomenten tussen overheid en burger/bedrijf)
Weaknesses • Geeft niet altijd handelingsperspectief • Geeft niet altijd een stappenplan op lange termijn • Geeft niet altijd informatie die van toepassing is op de situatie van de inwoner en de woning • Voorlichting komt voort uit technische inzichten, dus is niet voor iedereen begrijpelijk of spreekt niet iedereen aan • Geen goede afstemming van de communicatiestrategieën op de verschillende doelgroepen (in de breedste zin van het woord: jongeren/ouderen, pessimisten/optimisten, particuliere woningen/woningcorporaties, etc.) • Onduidelijkheid over wie de boodschap verspreidt en wat de belangen erachter zijn • Het stimuleren van bewustwording is een nieuwe en ook lastige rol voor de gemeenten, anders dan de traditionele overheidsrollen. • Niet elke LEC ziet voor zichzelf een directe rol weggelegd in de bewustwordingsfase. • Er is vaak geen direct verband te leggen tussen bewustwordingsactiviteiten en resultaat aan het eind van het proces. • Veel activiteiten ‘stokken’ in het proces. • Veel focus op perfectie, weinig op het uitvoeren, vanwege weinig ervaring gemeente met bewustwordingsprocessen.
Threaths • Niet iedereen zal uit eigen beweging gebruik maken van of geïnteresseerd zijn in voorlichting • Kansen worden gemist door niet goed samen te werken met andere beleidsvelden en partners/initiatieven • Onvoldoende aandacht onder gemeentebestuur voor energiebesparing, waardoor er (te) weinig middelen beschikbaar worden gesteld doordat de focus ligt op andere zaken, b.v. (grootschalige) duurzame energieopwekking • Verwarring door tegenstrijdige adviezen en gebrek in kennis over de techniek
Conclusie • Wanneer er plannen worden gemaakt voor de bewustwordingsfase, dan moeten deze sterk georiënteerd zijn op de uitvoering. Veel aandacht in de overheid gaat in de praktijk echter naar de planvorming. De uitvoering gaat vaak ‘verloren’ of er is onvoldoende aandacht voor het nemen van de stap naar uitvoering. Het resultaat is dat er relatief veel papier wordt geproduceerd, maar weinig activiteiten. • Een goede samenwerking met andere initiatieven en beleidsvelden is van groot belang. Waar mogelijk energiebesparing als meekoppelkans. • De overheid is een belangrijke informatiebron, want wordt gezien als betrouwbaar. De gemeente moet hierbij ook de koppeling weten te maken met andere opgaven die er spelen, hier liggen kansen. Het is nog niet duidelijk op welk overheidsniveau de informatie het beste georganiseerd kan worden. • Er moet duidelijke informatievoorziening komen die afgestemd is op het individu en de unieke situatie (b.v. woningtype, doelgroep). • Er moeten mogelijkheden worden geboden om na de informatievoorziening direct stappen te kunnen nemen. • De focus moet mede liggen in het organiseren van activiteiten op bepaalde doelgroepen/situaties. • Regionale bewustwordingsprocessen hebben tot op heden niet het gewenste resultaat behaald binnen de MRE. Daarom is het onduidelijk welke bewustwordingsprocessen goed regionaal georganiseerd/uitgevoerd kunnen worden.
2. Overweging De tweede stap binnen de klantreis is het overwegen van de opties en welke keuzemotieven hierin een rol spelen. In de middelenmatrix zijn de volgende middelen geanalyseerd: • Goede voorbeelden. • Energiecoaches/adviseur. • Integraal advies. • Begeleiding. Analyse Strenghts • • •
Duidelijkheid zijn over het te volgen stappenplan. Geven van handelingsperspectief Samenwerking initiatieven / partners en gemeente geeft inwoner vertrouwen • Persoonlijk advies door een adviseur is een advies op maat voor de eigen woning, waardoor er inzicht ontstaat in het stappenplan Opportunities • Kan samenwerking worden gezocht met andere (buurt)bewoners. Samen oppakken van de opgave maakt het makkelijker. • Advies afstemmen op doelgroepen Handelingsperspectief kan uiteindelijk gekoppeld worden aan de toekomstige warmteoplossing.
Weaknesses • Kwaliteit advies moet goed bewaakt worden. Vaak is hier geen controle op • Een te diversiteit van adviezen kan verlammend werken • Particulieren willen niet betalen voor persoonlijk advies, vanwege diverse redenen. • Niet elk advies geeft evenveel handelingsperspectief. • Begeleiding van het vervolgproces ontbreekt vaak Threaths • Ingewikkelde regels of subsidieregelingen zorgen voor onduidelijkheid. • Onvoorspelbaarheid in beschikbaarheid subsidiemogelijkheden, creëert een afwachtende houding. • Onvoldoende capaciteit/middelen bij gemeente voor het aanbieden/ondersteunen van handelingsperspectief • Er moet voldoende aanbod zijn van goed gekwalificeerde adviseurs of uitvoerders voor het vervolgproces. • Door weinig aanbod kunnen er hoge prijzen voor het nemen van de maatregelen ontstaan. • Wachten op nieuwe technieken leidt tot uitstelgedrag.
Conclusie • Gemeente moet inzetten op samenwerking partners & stakeholders/initiatieven met meerdere betrouwbare routes voor advies. • Er moet voldoende handelingsperspectief vanuit de bedrijven zijn richting de inwoners, om ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. • Er moet duidelijkheid zijn over wie de proceskosten betaalt om tot uitvoering te komen. Onderzoeken of dit door de gemeente of Rijksoverheid kan worden gefaciliteerd/gefinancierd. • Advies moet worden gegeven in de context van het verduurzamen van de woning en de route naar een aardgasvrije woning. • Overheid staat aan de lat om te zorgen dat er voldoende capaciteit is aan adviseurs en technische bedrijven. Afspraken maken met onderwijsinstellingen voor regelmatige bijscholing m.b.t. nieuwe ontwikkelingen/technieken.
3. Aankoop De derde stap in de klantreis is aankoop. In deze SWOT analyse wordt deze onderverdeeld in financiering en in leveranciers selecteren/uitvoering. 3.1 Financiering In de middelenmatrix voor het onderdeel financiering zijn de volgende middelen geanalyseerd: • Duurzaamheidslening/energiebespaarlening • Hypotheek • Grond gebonden hypotheek • ESCO’s • Voorfinanciering • Subsidies • Garanties • Duurzaamheidsfonds • Verzilverlening Analyse Strenghts • Strengths • Stimuleert inwoners om daadwerkelijk stappen te nemen. Investeringskosten kunnen voor hen worden verlaagd • Ook voor inwoners met minder te besteden een mogelijkheid bieden om hun woning te verduurzamen • Overheid kan door financieringsmogelijkheden te bieden laten zien dat ook zij haar verantwoordelijkheid neemt • Verzilverlening maakt het ook mogelijk voor ouderen (75+) om geld te lenen (financiering d.m.v. overwaarde). • Opportunities • Inspelen op natuurlijke momenten (bijvoorbeeld bij een verhuizing of verbouwing). • Meekoppelkansen mogelijk, b.v. een financiering voor levensloopbestendig maken combineren met verduurzamen van de woning • Verschillende financieringsmogelijkheden door overheid, ESCO’s en banken op elkaar af stemmen voor versterkend effect. • Financieringsopties voor verduurzamingsmaatregelen meer naar voren laten komen bij financiële instellingen.
• De rente voor leningen overheid of hypotheek is laag. • Ervaring opdoen met innovatieve financieringsconstructies, zoals het woningabonnement in Eindhoven.
Weaknesses • BKR registratie vormt in sommige gevallen een belemmering voor het verstrekken van leningen/hypotheken, terwijl uiteindelijk het besteedbaar inkomen door energiebesparing toe kan nemen • Kan bij gemeentelijke financiering veel capaciteit kosten voor administratie, juridica en aanbesteding. • Gemeente heeft weinig invloed op het aanbieden van financieringsmogelijkheden door andere partijen (banken, ESCO’s, etc.) • Niet iedereen wil of kan een lening aangaan om maatregelen te financieren. Threaths • Bij het ontstaan van een financiële crisis zitten bewoners met nog meer leningen dan alleen een hypotheek • Leningen en subsidies moeten wel direct gekoppeld zijn aan energiebesparende maatregelen. Goede waarborging nodig. • De berekende terugverdientijd kan langer zijn dan verwacht door verschillende omstandigheden. • Financieringsmaatregelen worden vooral toegepast voor energiebesparende maatregelen die zichzelf terug verdienen. Onduidelijk hoe dit straks moet functioneren in de laatste stap van aardgasvrij.
Conclusie • Het bieden van extra financieringsmogelijkheden kan een stimulerend effect hebben op het nemen van energiebesparende maatregelen. • De gemeente heeft echter weinig invloed op wat andere partijen, zoals banken of ESCO’s, aanbieden, maar misschien dat er op regio en op rijksniveau wel afspraken kunnen worden gemaakt. • Het is daarom belangrijk om te bekijken wat de gemeente zelf (of regionaal) als financieringsmogelijkheden kan bieden en waar de gemeente kan samenwerken met reeds bestaande initiatieven die financieringsmogelijkheden bieden. • Het bieden van financieringsmogelijkheden moet altijd worden gecombineerd met goede voorlichting en betrouwbare handelingsopties.
3.2 Leveranciers selecteren /uitvoering In de middelenmatrix zijn leveranciers selecteren/uitvoering de volgende middelen geanalyseerd: • Platform. • EC: advies offertes. • Certificering/keurmerken. • Training/kwaliteit handelen. • Opleiden van voldoende personeel. Analyse Strenghts
Weaknesses
•
•
Opportunities
Een krapte op de arbeidsmarkt voor praktische technische beroepen zorgt voor weinig aanbod en wellicht een hogere prijs. • Nieuwe technologieën zorgen voor wisselende kwaliteiten van de uitvoering • Voor particulieren niet duidelijk waar ze goede uitvoerders kunnen vinden. • Mogelijkheid in het ontstaan van verschil van mening over gegeven het advies tussen adviseur en uitvoerder. • Niet alle uitvoerende partijen zijn op dit moment in staat om deskundig advies te geven omdat de kennis van nieuwe ontwikkelingen ontbreekt. Threaths
•
•
•
• • •
Steeds meer bedrijven zijn kwalitatief goed in het verduurzamen van de woning. Kwaliteit en opleiding wordt landelijk steeds verder vormgegeven.
Regionale en/ landelijke aanpak voor het arbeidsmarktvraagstuk. Kans voor de regio voor ontwikkeling van extra banen. Ontwikkeling van nieuwe kwaliteitskeurmerken om zekerheid aan de consument te bieden Lokaal aanbod op één plek/platform zichtbaar maken en daardoor de lokale ondernemers een stimulans bieden
•
•
• • • •
De gewenste energiebesparing wordt niet gerealiseerd als de kwaliteit van de uitvoering onvoldoende is. Vraag die soms gecreëerd wordt door grootschalige acties, zorgt vaak voor kwalitatieve uitdagingen in de uitvoering. Grootschalige activiteiten zetten lokale, kleinere uitvoerders onder druk. Grotere bedrijven kunnen makkelijker voldoen aan de vraag. De aanstaande warmtetransitie gaat nog meer druk zetten op de kwaliteit van uitvoeren. Niet elke bewoner wil betalen voor kwaliteit Door grote vraag naar uitvoerders blijven ook slechte partijen op de markt. Er zijn onvoldoende mensen die kunnen worden opgeleid als installateur of isolatie specialist.
Conclusie • Wanneer de vraag naar uitvoerders vanwege de warmtetransitie (of andere grote projecten) toeneemt is het niet zeker of er voldoende (uitvoerings)aanbod is en of deze kwalitatief goed is. Het regionaal Energieloket heeft b.v. lijsten van gekwalificeerde leveranciers. • Belangrijk is om in de energietransitie lokale (uitvoerings)partijen een kans te bieden. • Grote gemeentelijk of regionale projecten kunnen (tijdelijk) vastlopen op de uitvoering, als het aanbod de toegenomen vraag niet aankan (zie b.v. start Groene Zone). • Regionaal en landelijk moet worden ingezet op het opleiden van voldoende experts/uitvoerders en het regelmatig bijscholen.
4. Service De laatste stap in de klantreis is service (b.v. in de vorm van nazorg). In de middelenmatrix zijn de volgende middelen geanalyseerd: - Persoonlijke verhalen/ervaringen delen - Perspectief op vervolg handelen Analyse Strenghts
Weaknesses
•
•
•
Sociaal netwerk (mond-op-mond reclame) is belangrijk in het vinden van goede partijen Doordat er vertrouwen is, is de kans groter dat de volgende stap gemakkelijker wordt genomen.
•
Wat voor de een slecht is bevallen, wil nog niet zeggen dat dat ook geldt voor een ander (persoonlijk). Iedereen heeft zijn eigen voorkeuren. Wat voor de een werkt, werkt niet perse voor de ander. Er moet altijd goed advies worden ingewonnen.
Opportunities
Threaths
•
•
•
Regionaal delen van de resultaten uit nazorg zodat dit niet lokaal allemaal hoeft te worden uitgezocht. Van fouten kan worden geleerd.
Door slechte verhalen wordt de vervolgstap niet genomen.
Conclusie • Goede voorbeelden en verhalen delen via het sociale netwerk (online en offline) is van belang om ook de rest van de inwoners in beweging te krijgen. • Van belang is dat er per geval goed advies wordt ingewonnen. Expertise van de leveranciers is hierbij van belang, zij kunnen ook zorgen wegnemen.
5. Ontzorgen In onze matrix hebben we nog een analyse van de middelen toegevoegd die de inwoners ontzorgen in de klantreis. In de middelenmatrix zijn de volgende middelen geanalyseerd: • De groene zone • Buurkracht • Woningabonnement • Intermediaire (Susteen, WUJW) • LEC’s Analyse Strenghts
Weaknesses
•
•
Opportunities
Deels afhankelijk van de inzet van overheden (met b.v. bewonersbrieven, proceskosten dekken, etc.). • Vraagt vaak een participatieve overheid die durft nieuwe dingen uit te proberen. • Afhankelijk van 1 bedrijf / organisatie (als er maar bij 1 partij wordt aanbesteed). • Regionaal weinig ervaring met commerciële partijen die ontzorging aanbieden. • Sommige partijen zijn alleen actief voor de korte termijn (eenmalige), hierdoor kan geen vertrouwensband worden opgebouwd. Threaths
•
•
• • • • • •
• • •
Minder processtappen voor woningeigenaren en dus tijdswinst Logische aaneenschakeling van de klantreis Gericht op de doelgroep die het niet zelf wil uitzoeken Er kunnen per actie grote slagen gemaakt worden. Vaak gericht op kleine stappen, dus behapbaar voor de inwoner Vele kleine stappen maken samen een grote stap Zorgt voor een vermindering van overhead kosten in de uitvoering.
Mogelijkheid om ervaring op te doen met commerciële partijen die ontzorging aanbieden. Initiatieven die goed werken kunnen verder uitgebouwd worden Grote initiatieven bieden een kans om personen met minder vermogen mee te laten doen. Regionale samenwerking kunnen dit soort processen versterken
• • •
•
Onevenwichtige afweging tussen commerciële en publieke belangen De kans op te veel focus op de quick-wins Vaak geen sprake van langdurige samenwerking. Onduidelijk of er voor de inwoner ook daadwerkelijk financiële voordelen aan zitten. Echter, ontzorging kan in zichzelf wel een weloverwogen voordeel zijn. Is er voldoende capaciteit bij bedrijven aanwezig om het ontzorgen ook daadwerkelijk waar te maken (link met de arbeidsmarkt)
Conclusie • Er zit voldoende potentie in de verschillende ontzorgingstrajecten om hier verder mee door te gaan. Het vraagt wel om een andere houding van gemeenten. • Komende tijd zijn er in veel gemeenten aanpakken van Winst uit je Woning en/of Buurkracht. Ervaringen hiervan kunnen regionaal worden gedeeld en hiervan kan worden geleerd. • Tevens moeten de resultaten van dergelijke projecten worden gemonitord; wordt er uiteindelijk extra energie bespaard? • Kortom: regionale samenwerking en kennisuitwisseling m.b.t. dergelijke ontzorgingstrajecten is van groot belang.
Bijlage 2.1.2: presentatie Inventarisatie
1.
3.
2.
4.
5.
7.
6.
8.
9.
11 .
10 .
12 .
13 .
15 .
14 .
16 .
17 .
19 .
18 .
20 .
21 .
23 .
22 .
24 .
25 .
27 .
26 .
28
Bijlage 2.1.3: uitwerking van de routes Route 1: direct besparen Meteen aan de slag kunnen gaan met simpele, snel te realiserende energiebesparende maatregelen. Dit gaat om energiebesparende maatregelen die direct zichtbaar zijn op de energierekening. Vraagt in veel gevallen om een relatief lage investering. De simpele energie besparende maatregelen zijn in te delen in twee categorieën. 1. Energiebesparing door aanpassing van gedrag 2. Energiebesparing door kleine investeringen in materiaal (LED verlichting, tocht strips, vervanging oude apparatuur etc.) Voor wie is deze route interessant • Voor iedereen interessant: met kleine stappen kan al energie worden bespaard. Specifiek interessant voor: • Mensen die nog geen plan hebben om hun woning bouwtechnisch te verduurzamen, maar die wel al op korte termijn iets willen doen. • Mensen die voornemens zijn te gaan verhuizen, dus geen grote investeringen meer gaan doen in het huis, maar wel energie willen besparen. • Mensen met een smalle beurs. Tips voor deze route • Wil je je gedrag aanpassen, kijk dan voor tips: MilieuCentraal • ‘Leer je apparaten kennen. Kijk naar wat er staat. Hoe oud is het. Gebruik b.v. een energiemeter om het energiegebruik van je apparaten te meten. Kijk waar je onderhoud of vervanging verwacht .
Bekijk in de folders van je wit, grijs- & bruingoed wat het normale verbruik is (en vergelijk dat met de huidige modellen (denk aan oude koelkast versus nieuwe: soms is vervroegd vervangen heel interessant). • ‘Leer je woning kennen’: loop door je woning en kijk of je al tocht strips, radiatorfolie, waterbesparende douchekop, brievenbusborstel etc. hebt. • Laat een energiescan maken van je huis. Dit maakt duidelijk op welke plekken je warmte verliest. • Indien nodig: win meer informatie in door websites zoals MilieuCentraal te bezoeken of vraag advies van je lokale energie coöperatie. • Onderzoek wat voor lokale en landelijke regelingen/acties er zijn voor energiebesparende maatregelen. Dit kan financieel voordeel opleveren. • Maak een lijst van wensen en een tijdpad waarin je je wensen zou willen realiseren. Onderzoek de haalbaarheid: kijk of je inzicht in kosten en baten kunt krijgen. Tips voor vervolgroute Als je deze route hebt doorlopen en verder wil gaan met energiebesparingsmaatregelen: maak met het advies van de energiecoach of adviseur opnieuw een overweging. Wil je met grotere maatregelen aan de slag en weet je b.v. al wat je wilt? Of wil je eerst je opties verkennen? De overweging maakt duidelijk welke vervolgroute u kunt kiezen. Zie stroomschema.
Route 2: Recht op het doel af Ik wil op korte termijn, grotere stappen kunnen zetten die direct resultaat opleveren in de vorm van een lagere energierekening en/of meer comfort in het huis. Dit kan aan de hand van verschillende maatregelen zoals: isoleren, zonnepanelen, isolerend glas of vergelijkbaar. Ik weet al welke maatregel ik wil nemen. Voor wie is deze route interessant • Voor iedereen die weet wat voor stap ze willen zetten in het verduurzamen/aanpassen van hun woning. • Voor iemand die één of meerdere maatregelen wil uitvoeren. • Voor mensen die technische aanpassingen aan hun woning moeten doen vanwege vervanging/onderhoud. Tips voor deze route • Kijk naar de onderhoud staat van je woning. Wat wil je vervangen of onderhouden, kun je daarbij gelijk jouw gekozen maatregel nemen, of is het slimmer deze uit te stellen? • Denk hierbij ook na over hoe tevreden je bent over comfort en gebruik van de woning, wat zou je willen verbeteren en wat heeft prioriteit? Sluit jouw gekozen maatregel door op aan? • Heb je een (oudere) CV-ketel die je wil vervangen? Bedenk of je je woning al aardgasvrij kan en wil verwarmen. Kan dit nog niet, bekijk dan de mogelijkheden voor een nieuwe HR-ketel. Vraag ook bij de gemeente naar de plannen voor het aardgasvrij maken van je wijk. Als dit al op korte termijn is, moet je je bedenken of het nog de investering in een CV ketel waard is.