CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Overzicht aanvullingen enof wijzigingen concept APV Geldrop-Mierlo 2022.pdf

Commissie Algemene Zaken 24 mei 2022, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Algemene Plaatselijke Verordening Geldrop-Mierlo 20221.580 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht en toelichting van de aanvullingen en/of wijzigingen in de APV GeldropMierlo 2022 Onderstaand overzicht geeft de aanvullingen en/of wijzigingen weer ten opzichte van de APV die in augustus 2021 is vastgesteld. De wijzigingen zijn in het kort toegelicht. 1. Artikel 2:5 Voorwerpen op of aan de weg Vanwege de toenemende interesse dan wel het toenemend aantal laadpalen en/of andere infrastructuur voor elektrische motorvoertuigen, wenst de afdeling verkeerd hierover beleidsregels op te stellen. Op dit moment voorziet onze APV echter niet in een mogelijkheid om hieromtrent beleidsregels op te stellen terwijl deze bevoegdheid ons wel toekomt. Het advies is daarom om het vijfde lid van artikel 2:5 aan te vullen met de zinsnede ‘laadpalen en andere infrastructuur voor elektrische motorvoertuigen’. De afdeling verkeer kan dan overgaan tot het opstellen van beleid om ervoor te zorgen dat de kabels e.d. van dergelijke laadstations niet voor overlast zorgen in de openbare ruimte. 2. Artikel 2:8 Begripsomschrijvingen In dit artikel is in lid 1 onder d de Drank- en Horecawet vervangen door Alcoholwet daar de Alcoholwet de Drank- en Horecawet per 1 juli 2021 heeft vervangen. 3.

Artikel 2:10 Ordeverstoring Bij arrest van 24 december 2021 heeft de Hoge Raad het in de APV opgenomen ‘colorverbod’ onverbindend verklaard, omdat dit in strijd is met het in artikel 7, derde lid, van de Grondwet neergelegde recht op vrijheid van meningsuiting (ECLI:NL:HR:2021:1946). Gemeenten die het colorverbod in hun APV hebben staan, moeten dit laten vervallen en handhavingsacties stopzetten. Voorheen stond er in artikel 2:10 in het VNG model het volgende: ‘1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.’. Zowel lid 2 als 3 van artikel 2:10 komen te vervallen. 4. Artikel 2:26a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties Dit artikel komt te vervallen i.v.m. het colorverbod, zie toelichting bij artikel 2:10. 5.

Artikel 2:44 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet In dit artikel is een zorgplicht opgenomen voor gebruikers en verhuurders van woningen om geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden te veroorzaken. De burgemeester kan op grond hiervan gedragsaanwijzingen geven aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen en – indien nodig – aan hun verhuurders. Tot 1 januari 2021 was de gedragsaanwijzing aan verhuurders alleen mogelijk als de persoon die overlast gaf niet als ingezetene in de desbetreffende gemeente stond ingeschreven. Met de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (Stb. 2020, 460) op 1 januari 2021 is die beperking vervallen. In verband hiermee is artikel 2:44 aangepast.

Om woonoverlast beter tegen te gaan, geldt de zorgplicht voortaan in alle gevallen voor verhuurders van woonruimten. Verhuurders moeten er dus voor zorgen dat geen overlast wordt veroorzaakt vanuit hun verhuurde woningen. Als de verhuurder zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder, kan de burgemeester direct een verhuurder aanspreken en hoeft de burgemeester daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Dit is wenselijk wanneer verschillende huurders van dezelfde verhuurder hinder hebben veroorzaakt. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn in panden waar meerdere huurders wonen of waar huurders snel wisselen. De burgemeester kan dan dus – als ultimum remedium – direct aan een verhuurder een last onder bestuursdwang of dwangsom opleggen. 6. Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik Een algemeen, voor de gehele gemeente geldend gebruiksverbod stuit op belangrijke juridische bezwaren en is vanuit oogpunt van proportionaliteit niet te verdedigen. Daarmee zou er geen evenredigheid meer zijn tussen middel en doel, en dat zou in strijd met artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Daarom beperkt het verbod in dit artikel zich tot concrete situaties van oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik, die gepaard gaan met verstoring van de openbare orde, nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat of anderszins hinder tot gevolg hebben. Bij de handhaving moet de gemeente kunnen aantonen dat genoemde situaties de oorzaak zijn van de overlast en dergelijke. Het model van de VNG biedt het college daarnaast de mogelijkheid om openbare plaatsen aan te wijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In het aanwijzingsbesluit moet het college motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Het college kan – als dat afdoende lijkt te zijn – in het aanwijzingsbesluit opnemen dat het verbod op bepaalde tijden geldt, bijvoorbeeld tijdens de uitgaansavonden (derde lid). Op dit ogenblik houdt de politie geen rapporten bij van dergelijke voorvallen, hierover is met hen contact geweest.

We willen met hen afspreken dat zij dit voortaan wel gaan doen zodat inzichtelijk wordt op welke plaatsen sprake is van voornoemde handelingen. Dit zou ertoe leiden dan wel eraan bijdragen dat we voldoende draagkracht verkrijgen om deze gebieden aan te wijzen als gebied waarin lachgas is verboden. Kanttekening hierbij is dat dit welllicht overbodig wordt omdat discussie is of lachgas wordt opgenomen in de Opiumwet. Als dit gebeurt, is opnemen in de APV niet meer nodig daar de formele wet daarin dan al voorziet. 7. Artikel 3:3 Vergunning Aan dit artikel is een zesde lid toegevoegd dat luidt als volgt: ‘6. De burgemeester maakt de eventuele beschikbaarheid van deze schaarse vergunning via de gemeentelijke website bekend onder de vermelding van de wijze en het moment waarop de gelegenheid tot mededinging wordt geboden.’. Deze wijziging was nodig omdat nog niet werd aangegeven op welke manier de beschikbaarheid van een vergunning m.b.t. een seksinrichting bekend wordt gemaakt. Blijkens een uitspraak van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:661) is bekendmaking via de gemeentelijke website voldoende om aan de bekendmakingseisen te voldoen. Hoe concreet invulling wordt gegeven aan de verdelingsprocedure, zal door het college nader worden uitgewerkt.

8. Artikel 3:7 Weigeringsgronden In het nieuwe model van de VNG is dit artikel geactualiseerd, het betreft een tekstuele wijziging in de eerste volzin (was ‘Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als:’ en wordt nu: ‘Een vergunning wordt geweigerd als:’). Deze zinsnede is gewijzigd omdat het in tegenspraak was met artikel 3:1 van de APV. Daarin staat dat artikel 1:8 (algemene weigeringsgronden) niet van toepassing is op het prostitutiehoofdstuk. Bij de aanpassing van de APV in 2020 heeft het VNG deze zinsnede abusievelijk toegevoegd. In het tweede lid, aanhef en onder b, wordt een schikking met een veroordeling gelijkgesteld. Hiervoor is in het verleden aansluiting gezocht bij het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. De verwijzing naar de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) is geactualiseerd. De schikking is in die wet vervangen door een bestuurlijke strafbeschikking, waarin een geldboete kan worden opgelegd (artikel 76, tweede lid, AWR). Ook in het Alcoholbesluit dat het Besluit eisen zedelijk gedrag Dranken Horecawet per 1 juli 2021 vervangt, is deze wijziging op deze wijze doorgevoerd. In verband hiermee is ook het woord ‘vrijwillige’ voor ‘betaling’ geschrapt.

Voor de schikking op grond van artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht volgt de vrijwilligheid uit het accepteren van de schikkingsvoorwaarden.

9. Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten In het derde lid van dit artikel stond: ‘3. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.’. Van de afdeling vernam ik dat dit onjuist is en dat alle zaken hieromtrent in het Evenementenbeleid staan, geadviseerd wordt om het derde lid te laten vervallen en te verwerken in het eerste lid daar ook het eerste lid dient te worden gewijzigd. In het eerste lid stond: ‘1.De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:4 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen, dagdelen of delen van de gemeente.’. De afdeling gaf aan dat de collectieve dagen al jaren hetzelfde zijn en dat deze in de praktijk niet jaarlijks worden vastgesteld maar dat deze in het Evenementenbeleid staan. Voorstel is daarom om het als volgt te wijzigen: ‘1. De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:4 van deze verordening gelden niet voor de door het college in het evenementenbeleid in artikel 3.2.3 aangewezen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aangewezen dagen, dagdelen of delen van de gemeente.’ Door deze wijziging is het artikel in overeenstemming met ons Evenementenbeleid.

Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.d. In het tweede lid van dit artikel is Tournooiveld verwijderd omdat daar vanwege de bouw van Jonkvrouw geen parkeerruimte meer is. Daarvoor is – in overeenstemming met artikel 5.8 van de APV – De Haesweg te Mierlo in de plaats gekomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=c0304891-9c6a-4022-b043-3af84d8638ec