CConstaterende datGeldrop-Mierlo
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024

Commissie Samenleving 5 maart 2024, gemeente Geldrop-MierloBij agendapunt: Actualisatie PGB in Verordening Jeugdwet- en WMO14.381 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De gemeenschap (inwoners, organisaties en gemeente) zijn samen verantwoordelijk voor het duurzaam in stand houden van een zorgzame gemeenschap en het betaalbaar houden van hulp-op-maat. 6.1 Hoe gaan we met elkaar om? 6.1.1 De rol van de gemeente (Jeugdwet/Wmo/gemeentewet/Awb) 1. De gemeente helpt de inwoner bij het vinden van een oplossing voor zijn hulp-op-maatvraag. Gemeente en inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier met elkaar om. De gemeente zorgt voor het volgende: a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens de gemeente contact met hem onderhoudt. De gemeente streeft ernaar het aantal contactpersonen zo beperkt mogelijk te houden. b. Na melding van de hulp-op-maatvraag, kan de inwoner een gesprek op locatie aanvragen (Wmo). c. De gemeente informeert de inwoner op een passende manier over procedures die worden gevolgd en zorgt er, binnen de wettelijke mogelijkheden, voor dat deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn. d. De gemeente leeft de privacywetgeving na. e. Als er sprake is van hulpvragen op meerdere leefgebieden (multiproblematiek) is het voor de inzet van goede, noodzakelijke hulp is voorwaardelijk om de gegevens binnen het sociaal domein integraal te delen.

De gemeente vraagt de inwoner of jeugdige in die gevallen toestemming voor het uitwisselen van de gegevens die we binnen het CMD op grond van de verschillende domeinwetten over hem zijn verzameld. De gemeente informeert de inwoner of de jeugdige goed en in begrijpelijke taal waarvoor hij de toestemming geeft. Deze informatie bestaat uit het doel van de toestemming, waarvoor de gegevens gebruikt gaan worden, de noodzaak van gegevensdeling, om welke persoonsgegevens het gaat, met wie de gegevens worden gedeeld en dat de gegeven toestemming op elk gewenst moment door de inwoner of de jeugdige kan worden ingetrokken.

24 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

f. De gemeente wijst de inwoner op beschikbare deskundige hulp-op-maat. g. De gemeente biedt onafhankelijke cliëntondersteuning aan, om de inwoner te ondersteunen bij de gesprekken met de gemeente, bij de aanvraag en het maken van afspraken met eventuele leveranciers. De inwoner bepaalt of hij hier gebruik van wil maken. 2. Bij het verzorgen van hulp-op-maat geeft de gemeente bij gelijke passendheid (Jeugdwet) of adequaatheid (Wmo) voorrang aan vrij toegankelijke voorzieningen en hulp-op-maat in groepsvorm ten opzichte van individuele vormen van vrij toegankelijke voorzieningen en hulp-op-maat. 6.1.2 De rol en verantwoordelijkheid van de inwoner (Jeugdwet/Wmo/Gemeentewet/Awb) 1. De inwoner is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn probleem. De gemeente vult de mogelijkheden van de inwoner en zijn sociale netwerk aan als dat nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende: a. De inwoner zet eerst de eigen mogelijkheden in voordat hij hulp-op-maat vraagt aan de gemeente. b. Als de gemeente hulp-op-maat verleent werkt de inwoner mee aan de oplossing van zijn probleem. c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp-op-maat van de gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2. De inwoner werkt mee zodat snel duidelijk is op welke manier zijn probleem zo snel mogelijk kan worden opgelost. Dat betekent het volgende: a.

De inwoner informeert de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk over alles wat van belang is voor het beoordelen van de hulp-op-maatvraag, zoals wijzigingen in de persoonlijke situatie. Dit geldt ook als de hulp al is ingezet. b. De inwoner geeft toestemming voor overleg met de vorige verwijzer en/of huidige behandelaren/professionals in het gezin. c. De gemeente ontvangt alle documenten en bewijsstukken die zij nodig heeft zo snel mogelijk van de inwoner. d. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk op de hoogte van zijn beperkingen, als die van belang zijn voor het contact met de gemeente. e. De inwoner werkt mee aan een (extern) onderzoek als dat nodig is voor het beoordelen van de hulpvraag. 6.2 Beëindigen en terugvorderen voorziening (Jeugdwet/Wmo) 6.2.1 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, wijziging, beëindiging, intrekking of terugvordering (Jeugdwet) 1. Onverminderd artikel 8.1.2 van de Jeugdwet meldt een jeugdige of zijn ouders op verzoek of uit eigen beweging zo snel mogelijk aan de gemeente alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een individuele voorziening. 2.

Onverminderd artikel 8.1.4 van de Jeugdwet kan de gemeente een beslissing over hulp-op-maat, genomen op basis van deze verordening herzien, wijzigen, beëindigen of intrekken als de gemeente vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en er op basis van juiste of volledige gegevens tot een andere besluit zou zijn gekomen; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen;

25 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb niet meer voldoende is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende PGB, of e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als de gemeente een beslissing op grond van het tweede lid, onder a tot en met e, heeft ingetrokken of opnieuw bekeken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens heeft plaatsgevonden, kan de gemeente van degene die onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten pgb. 4. Een besluit tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken indien blijkt dat het pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5. De gemeente onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s 6.2.2

Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, wijziging, beëindiging, intrekking of terugvordering (Wmo)

1. Onverminderd artikel 2.3.8 van de Wmo meldt een inwoner aan de gemeente op verzoek of uit eigen beweging zo snel mogelijk alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo. 2. Onverminderd artikel 2.3.10 van de Wmo kan de gemeente een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de Wmo herzien, wijzigen, beëindigen of intrekken als de gemeente vaststelt dat: a.de inwoner (opzettelijk) onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c.de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten of het gebruik van een maatwerkvoorziening of het pgb onverantwoord is; d. de inwoner niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of e. de inwoner de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 3. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is gebruikt voor het betalen van de voorziening waarvoor het pgb is toegewezen. 4.

Als de gemeente een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de inwoner opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan de gemeente van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 5. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.

26 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

6. Ingeval het recht op een in bruikleen of via lease verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 7. De gemeente onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. De gemeente kan voor dit onderzoek een extern bureau inschakelen. De inwoner moet zijn medewerking verlenen aan dit onderzoek. 8. De gemeente kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid van dit artikel onder e. 9. De gemeente doet een verzoek zoals genoemd onder lid 1 en 2, van dit artikel, aan de pgb-houder schriftelijk, dat wil zeggen per e-mail of per brief. 6.3 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen? 6.3.1 Controle (Jeugdwet/Wmo) 1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner recht heeft op een voorziening en of hij de juiste voorziening heeft aangevraagd of ontvangt. De gemeente kan daarvoor gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar hoeft dat niet te doen; b.

signalen en tips van organisaties of particulieren; c. jaarlijks kan steekproefsgewijs gecontroleerd worden of het toegekende persoonsgebonden budget op de juiste manier besteed is; d. andere passende onderzoeksmethoden. 2. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 3. Bij de controle van voorzieningen zorgt de gemeente ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd. 4. Bij beëindiging van de voorziening op verzoek van de inwoner, onderzoekt de gemeente wat de reden is van de beëindiging. De gemeente gaat ook na of de voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt. 6.3.2 Voorkomen van fraude (Jeugdwet/Wmo) De gemeente streeft ernaar om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert de gemeente inwoners op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van voorzieningen.

27 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

7. Inspraak inwoners Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. De gemeente is verplicht zich te houden aan haar eigen beleid. Met de ervaringen van de uitvoering van het beleid kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er adviesraden zijn die de collectieve belangen behartigen van inwoners. De gemeente zet zich ervoor in dat er adviesraden zijn die verschillende groepen inwoners vertegenwoordigen voor wie deze verordening zaken regelt. Kernwaarden: De gemeenschap (gemeente, inwoners en organisaties) zijn open en nieuwsgierig door zich actief te verdiepen in elkaars zienswijze-, achtergrond- en wereldbeelden. De gemeente ziet de inwoner als volwaardige partner; daarom werken de inwoner, de vrijwilliger en de professional gelijkwaardig met elkaar samen. De gemeente handelt zorgvuldig. De gemeente geeft de informatie die nodig is en biedt ruimte voor inbreng, wijziging, verbetering en co-creatie. De Wmo-raad en de Jongerenraad kunnen de gemeente gevraagd en ongevraagd adviseren over het te voeren beleid en uitvoering.

7.1 Inspraak van inwoners (Jeugdwet/Wmo/gemeentewet) 1. De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze verordening worden geregeld. De regels van de Participatie- en inspraakverordening Geldrop-Mierlo 2015 zijn daarop van toepassing, maar deze worden aangevuld met de regels in dit hoofdstuk. Inwoners kunnen inspraak hebben bij: a. plannen voor beleid en regels; b. de manier waarop de gemeente beleid en regels uitvoert; c. de manier waarop medewerkers omgaan met inwoners. 2. Inspraak is ook het doen van voorstellen voor ander beleid, andere regels of een andere uitvoering. 3 De gemeente kan inwoners op de volgende manier inspraak geven: a. doormiddel van gevraagd en ongevraagd advies van adviesraden; b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met enquêtes en bijeenkomsten; c. door samen met inwoners een plan, product of dienst te ontwerpen. 4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past bij het onderwerp en bij de groep die het betreft. 7.2 Medezeggenschap bij leveranciers (Jeugdwet/Wmo/gemeentewet) Leveranciers zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten, inspraak te geven en daarover regels te maken.

28 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

8. Kritiek op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. In dit hoofdstuk staan regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen, een vertrouwenspersoon te spreken of bezwaar te maken. Daarbij is voor klachten aangesloten bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale Ombudsman. Voor bezwaren en klachten wordt de Awb gevolgd. Kernwaarden: De gemeenschap (gemeente, inwoners en organisaties) zijn open en nieuwsgierig door actief te verdiepen in elkaars zienswijze-, achtergrond- en wereldbeelden. De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. De gemeente handelt zorgvuldig. 8.1. Doelen klacht- en bezwaarprocedure (Awb, gemeentewet) 1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als: a. een stimulans om de hulp-op-maatvraag van de inwoner nog eens te onderzoeken; b. een middel voor de inwoner om zijn mening kenbaar te maken; c. een mogelijkheid om de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren; d. een manier om een vertrouwensbreuk (door inzet pre-mediation) te herstellen; en e. een middel om fouten bij de uitvoering van wettelijke taken te repareren. 2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om zijn klacht of bezwaar mondeling toe te lichten.

Voor zover het een klacht betreft, kan van de hoorplicht worden afgezien op grond van de gevallen genoemd in artikel 9:10 lid 2 Awb. Voor zover het een bezwaar betreft, kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien, op grond van de gevallen zoals genoemd in artikel 7:3 Awb. 6. De inwoner kan bij de gemeente een klacht indienen over: a. het gedrag van medewerkers jegens een inwoner; en b. de manier waarop de gemeente meldingen en aanvragen heeft afgehandeld. 4. Tegen een beschikking kan een bezwaarschrift worden ingediend. 5. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijnen, worden afgehandeld. 8.2 Externe commissie gemeente (Awb, gemeentewet) 1. De gemeente heeft een externe en onafhankelijke klachten- en bezwaarschriftencommissie. 2. De klager of bezwaarmaker kan worden uitgenodigd voor een hoorzitting bij de klachten-en bezwaarschriftencommissie. 3. De klachten-en bezwaarschriftencommissie brengt een advies uit aan de gemeente. De gemeente beslist vervolgens of zij dit advies opvolgen of dat zij daar gemotiveerd van afwijken.

29 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

8.3 Klachten over andere personen of organisaties (Wmo/Jeugdwet) 1. De inwoner die een klacht heeft over het gedrag van een persoon of organisatie die door de gemeente is ingehuurd, moet zijn klacht eerst indienen bij die persoon of organisatie. Die persoon of organisatie moet een klachtenregeling hebben. 2. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de ingehuurde persoon of organisatie is afgehandeld, kan de inwoner hiervan melding doen bij de gemeente. 8.4 Klacht over de gemeente als jeugdhulpaanbieder (Jeugdwet) Voor zover er sprake is van een klacht op grond van de Jeugdwet, waarbij de gemeente wordt aangemerkt als jeugdhulpaanbieder, zal de klachtprocedure verlopen zoals omschreven in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. 8.5 Vertrouwenspersoon (Jeugdwet/vertrouwenspersoon) Voor een jeugdige en diens (pleeg)ouder(s) geldt dat een onafhankelijke vertrouwenspersoon op verzoek kan ondersteunen bij problemen, klachten en vragen in verband met de hulp-opmaatverlening door de gemeente, de jeugdhulp-op-maatleverancier, de gecertificeerde instelling jeugdbescherming en jeugdreclassering en het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis).

30 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

9. Kwaliteit en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten. Kernwaarden: Diensten en producten van de gemeente zijn kwalitatief goed en passend bij de situatie van de inwoner. De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. De gemeente werkt efficiënt en doelgericht om gewenste resultaten te behalen. De hulp-op-maat die de gemeente inzet, sluit aan bij de inwoner, is betrouwbaar en is in samenhang met andere mogelijke ondersteuning of hulp-op-maat. 9.1 Kwaliteit 1. Alle diensten en producten die de gemeente in het kader van deze verordening, door middel van zorg in natura, aanbiedt moeten van goede kwaliteit zijn. 2. De diensten en producten: a. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de inwoner; b. voldoen aan normen en eisen die door de beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn aanvaard; c. respecteren de rechten van de inwoner; d. worden afgestemd op andere diensten of producten die aan de inwoner worden geleverd. 3.

De gemeente maakt afspraken over de kwaliteitseisen van de diensten en producten met leveranciers en controleert of deze eisen door leveranciers worden nageleefd. 9.2 Inkoop en aanbesteding 1. De gemeente zorgt ervoor dat de kwaliteit van de diensten en producten in het kader van deze verordening een belangrijke rol speelt bij de inkoop en de aanbesteding. 2. De gemeente houdt rekening met een goede prijs-kwaliteitsverhouding bij de vaststelling van de tarieven. De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen rekening met: a. het soort dienst of product; b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van de beroepskrachten; c. een redelijke toeslag voor overheadkosten; d. andere personeelskosten die niet direct met de dienstverlening te maken hebben, zoals kosten voor bijscholing, ziekte en verlof van personeel; e. reis- en opleidingskosten; f . het jaarlijks aanpassen van de kostprijs in verband met stijging van de kosten; g. andere kosten die het gevolg zijn van verplichtingen voor leveranciers, zoals rapportage- en administratieve verplichtingen.

31 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

10. Van oud naar nieuw In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke verordeningen vervangen worden door deze verordening en wanneer deze verordening ingaat. Hier is ook opgenomen dat de gemeente bepalingen uit deze verordening kan uitwerken of verder invullen, dat met regelmaat beoordeeld wordt of de verordening nog goed werkt, wat de officiële naam is van deze verordening en dat de gemeente van deze verordening kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden: De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus. De gemeente werkt efficiënt en doelgericht om gewenste resultaten te behalen. 10.1 Uitvoeringsregels De gemeente kan uitvoeringsregels maken over de onderwerpen die in deze verordening zijn geregeld. Deze uitvoeringsregels kunnen de vorm hebben van beleidsregels of van een nadere regeling. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met een bepaalde bevoegdheid omgaat. Met een nadere regeling worden bepaalde regels van de verordening verder uitgewerkt. De mogelijkheid om deze uitvoeringsregels te maken wordt begrensd door de wet.

10.2 Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) De gemeente kan in het voordeel van belanghebbenden afwijken van een bepaling uit deze verordening als toepassing van die bepaling volgens de gemeente een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor een ander die direct bij het besluit betrokken is. 10.3 Intrekken oude verordeningen De volgende verordeningen worden ingetrokken op de datum dat deze verordening ingaat: Verordening Jeugdhulp en Wmo 2022 Gemeente Geldrop-Mierlo 10.4 Overgangsrecht 1. Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de ingetrokken verordening, totdat de gemeente een nieuw besluit heeft genomen. 2.Een aanvraag die de inwoner heeft ingediend vóór 01-04-2024 waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, handelt de gemeente af volgens deze verordening. 3. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van een van de bij 10.3 genoemde ingetrokken verordeningen, past de gemeente de op dat moment geldende verordening toe. 10.5 Ingangsdatum en naam 1.Deze verordening wordt genoemd: Verordening Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Geldrop-Mierlo 2024. 2. Deze verordening treedt in werking op 01-04-2024.

Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst?

32 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

• Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat zoveel mogelijk is aangesloten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. • Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. • Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een algemeen gebruikelijke of een algemene voorziening zijn.

Beperking: de vermindering van mogelijkheden als gevolg van een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische of een andere chronische psychische aandoening of beperking, dan wel om een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, die het functioneren op sociaal of maatschappelijk gebied belemmert. Bezwaar: wanneer men het niet eens is met een besluit van het bestuursorgaan kan daartegen bezwaar worden gemaakt. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Onderaan het besluit staat aangegeven hoe een bezwaarschrift kan worden ingediend, wat de termijn hiervoor is en welke eisen er aan een bezwaarschrift worden gesteld. Ook kan bezwaar worden gemaakt wanneer de gemeente weigert een besluit te nemen of een besluit uitblijft. Alleen belanghebbenden of hun gemachtigden kunnen bezwaar maken. Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een voorziening is en om de duur en hoogte van de voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.

Gebruikelijke hulp-op-maat: de hulp-op-maat die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende jeugdigen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulp-op-maatvraag, zijn persoonlijke situatie en het resultaat dat hij wil bereiken bespreekt. Hulp-op-maat: maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en jeugdhulp-op-maat als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

33 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

Hulp-op-maat: een op de inwoner afgestemde voorziening. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Wmo: een maatwerkvoorziening. • Als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jeugdige of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet. Hulp-op-maatvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Inspraak: inspraak als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet. Inwoner: de persoon die zijn woonplaats heeft binnen de gemeente Geldrop-Mierlo volgens de regels van het Burgerlijk Wetboek (titel 3, Boek 1 BW) en die daar rechtmatig verblijft. Gaat het om Wmohulp-op-maat, dan betreft het de ingezetene van de gemeente Geldrop-Mierlo als bedoeld in artikel 1.2.1 van de Wmo en de ingezetene van Nederland die zich bij de gemeente Geldrop-Mierlo meldt voor maatschappelijke opvang. Daar waar inwoner staat zou men moeten lezen: alle tot het huishouden behorende personen en de wettelijke vertegenwoordigers van een jeugdige als die elders woont. Er wordt een individuele voorziening aangevraagd, maar voor de beoordeling heb je het totaal nodig. Voor jeugdigen wordt aansluiting gezocht bij het woonplaatsbeginsel zoals omschreven in de wet woonplaatsbeginsel behorende tot de Jeugdwet. Jeugdhulp-op-maat: hulp-op-maat als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jeugdige: de minderjarige.

Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening kinderen en jeugdigen tot 18 jaar en jongvolwassenen vanaf 18 jaar tot 23 jaar die al jeugdhulp-op-maat ontvingen toen zij 18 waren en die deze hulp-op-maat vanaf hun 18e nog nodig hebben. Klacht: over het gedrag van een bestuursorgaan of een persoon werkzaam onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan kan door een ieder een klacht worden ingediend. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Ook vaak een aanbieder of zorgaanbieder genoemd. Medewerker: de persoon die namens het college van burgemeester en wethouders optreedt. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente in overleg met de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp-op-maat wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Ouder: gezaghebbende ouder, adoptieouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde als pleegouder. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner.

Persoonlijk plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner ervaart en de gewenste hulp-op-maat wordt geïnventariseerd. Gaat het om jeugdhulp-opmaat, dan wordt hieronder verstaan: een familiegroepsplan. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp-op-maat(middelen) in kan kopen.

34 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp-op-maat die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulp-opmaatverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp-op-maat gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp-op-maat gewaarborgd worden. Professional: iemand die beroepsmatig hulp-op-maat verleent en voldoet aan de eisen die daaraan gesteld zijn. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Voorziening: hulp-op-maat in de vorm van een dienst, activiteit, product, pgb of geldbedrag. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Wmo-hulp-op-maat: de maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 1.2.1.

35 Verordening Jeugdhulp en Wmo 2024 - gemeente Geldrop-Mierlo

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GeldropMierlo&id=2e817140-7ef0-4087-ade4-1cc51c044063