Bijlage 2 - Evaluatie duurzaamheidsnota 2016 2019 Geldrop-Mierlo (003).docx
Tekst van het document
Evaluatie duurzaamheidsnota 2016 – 2019 Geldrop-Mierlo
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .....................................................................................................................................2 1
Opzet evaluatie....................................................................................................................3
1.1
Inleiding...........................................................................................................................................................3
1.2
Ambitie Nota Duurzaamheid 2016-2019 .........................................................................................3
1.3
CO2-reductie .................................................................................................................................................4
1.4
Afbakening evaluatie .................................................................................................................................4
1.5
Uitgangspunten............................................................................................................................................5
2
Energiebalans .......................................................................................................................7
2.1
Totaal: energie en CO2-uitstoot............................................................................................................7
2.1.1
Energie .............................................................................................................................................................7
2.1.2
Vergelijking met 2014...............................................................................................................................8
2.1.3
CO2-uitstoot...................................................................................................................................................8
2.2
Huishoudens/woningen .........................................................................................................................10
2.3
Commerciële dienstverlening..............................................................................................................12
2.4
Publieke dienstverlening........................................................................................................................13
2.5
Industrie en landbouw ...........................................................................................................................15
2.6
Verkeer en vervoer...................................................................................................................................16
2.7
Hernieuwbare opwekking .....................................................................................................................18
2.8
Gemeentelijke organisatie ....................................................................................................................20
3
Effecten projecten.............................................................................................................21
3.1
Werkwijze .....................................................................................................................................................21
3.1.1
Energie...........................................................................................................................................................21
3.1.2
Overige aspecten ......................................................................................................................................21
3.2
Totaal effect 2016-2020.........................................................................................................................22
3.2.1
Energie...........................................................................................................................................................22
3.2.2
Overige aspecten ......................................................................................................................................24
Bijlage 1 - Toelichting berekeningen ............................................................................................25
1
Opzet evaluatie
1.1 Inleiding De gemeente Geldrop-Mierlo heeft zich in 2016 tot doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Om dit te bereiken worden er al enige jaren duurzaamheidsprojecten uitgevoerd op basis van de Nota Duurzaamheid 2016-2019. Als startpunt voor het nieuwe beleid wil de gemeente Geldrop-Mierlo graag eerst de balans opmaken. Met deze evaluatie brengen we in beeld: •
hoe de gemeente Geldrop-Mierlo er voor staat als het gaat om het energiegebruik en de daarmee samenhangende CO2-uitstoot (energiebalans);
•
wat de impact is geweest van de in de afgelopen jaren uitgevoerde projecten. Hierbij kijken we enerzijds naar energie, maar ook naar de onderdelen klimaatadaptatie en circulaire economie;
1.2 Ambitie Nota Duurzaamheid 2016-2019 In de Nota duurzaamheid 2016-2019 heeft de gemeente Geldrop-Mierlo gesteld dat zij duurzaamheidsbeleid breder zien dan alleen klimaatbeleid. De gemeente heeft dan ook niet alleen ambities vastgelegd voor energie, maar ook voor duurzaam bouwen, biodiversiteit, duurzaam inkopen, afval, klimaatadaptatie, communicatie en participatie en tot slot interne professionalisering. In deze rapportage richten we ons wat betreft cijfers vooral op het onderdeel energie. Daarnaast kijken we op kwalitatief niveau ook naar biodiversiteit, circulaire economie en klimaatadaptatie. Wat betreft het onderdeel energie heeft Geldrop-Mierlo de volgende ambities vastgelegd voor de beleidsperiode 2016-2019: Lange termijn: •
Energieneutraal in 2040
Tussendoel voor 2017: •
Energiebesparing 4,4% besparing in 2017 tov 2014
•
Aandeel duurzame energie: 3,5%
Tussendoel voor 2019: •
Energiebesparing 10% besparing in 2019 tov 2014
•
Aandeel duurzame energie: 4,3%
Met energieneutraal wordt bedoeld dat alle energie die wordt gebruikt binnen de grenzen van gemeente Geldrop-Mierlo duurzaam wordt opgewekt.
1.3 CO2-reductie In de Nota Duurzaamheid 2016-1019 wordt niet gesproken over CO2-reductie. Landelijk gezien zijn hier inmiddels wel afspraken over gemaakt. Aansluitend op de Klimaatafspraken uit Parijs, streven we in Nederland naar een reductie van de CO2-uitstoot met tenminste 49% in 2030 en 95% in 2050 (in beide gevallen gerelateerd aan de uitstoot van 1990). Om zich hiermee te vergelijken wil de gemeente Geldrop-Mierlo dan ook graag inzicht in de huidige stand van zaken wat betreft CO2uitstoot. Het is echter niet mogelijk te achterhalen wat de uitstoot in 1990 was en in hoeverre deze uitstoot al is gedaald. Over het jaar 1990 zijn alleen cijfers van de Nederlandse Emissieregistratie bekend, die een beperkte nauwkeurigheid hebben en gebaseerd zijn op globale verdeelsleutels. De cijfers voor Geldrop-Mierlo zijn dan ook niet te vergelijken met de huidige cijfers. Landelijk is de CO2uitstoot in de periode 1990 – 2017 volgens het CBS met 1% gestegen.
1.4 Afbakening evaluatie Bij het bepalen van de nulsituatie en het effect van maatregelen, is het belangrijk om af te spreken welke aspecten wel en welke niet mee worden genomen. Ter illustratie: wordt het verkeer dat via de A67 over het grondgebied van de gemeente Geldrop-Mierlo rijdt, wel of niet meegenomen in de CO2-uitstoot van de gemeente? En hoe zit het met de uitstoot die samenhangt met de productie van bijvoorbeeld vlees dat in Geldrop-Mierlo wordt gegeten maar elders wordt geproduceerd? En met de uitstoot van vliegverkeer in het verkeersruim boven de gemeente? Aan de hand van onderstaande afbeelding leggen we uit wat wel en niet meenemen.
Scope 1:
De uitstoot die echt plaats vindt op het grondgebied van Geldrop-Mierlo en samenhangt met de verbranding van fossiele brandstoffen (bijv. voor de verwarming van huizen en voor verkeer en vervoer m.u.v. vliegverkeer);
Scope 2:
De uitstoot die samenhangt met het elektriciteitsgebruik in Geldrop-Mierlo. Deze uitstoot vindt over het algemeen plaats buiten het grondgebied (bij een energiecentrale die elders staat).
Scope 3:
De uitstoot die o.a. samenhangt met het produceren (buiten de gemeentegrenzen) van producten voor inwoners en bedrijven in Geldrop-Mierlo en de verwerking van afval afkomstig uit de gemeente.
Vooralsnog kiezen we voor een afbakening die gebaseerd is op de systematiek die gehanteerd wordt in de landelijke klimaatmonitor. Dit betekent dat we in eerste instantie uitgaan van het energiegebruik op het grondgebied van Geldrop-Mierlo en de CO2-uitstoot die daarmee samenhangt (scope 1 en 2). Het verkeer dat over de A67 rijdt, nemen we dus ook mee in de berekeningen. In een latere fase kan de scope eventueel worden verbreed en kan ook worden gekeken naar andere broeikasgassen en indirecte emissies (emissies die elders plaatsvinden maar wel samenhangen met het gebruik van producten in Geldrop-Mierlo; ook wel ‘embedded emissies’ genoemd). Aan de indirecte emissies kan weliswaar nog niet gerekend worden, maar onder de noemer ‘circulaire economie’ wordt al wel gewerkt aan het terugdringen hiervan. Bij het berekenen van de CO2-emissie hebben we de standaard emissiefactoren gehanteerd die in de Klimaatmonitor zijn opgenomen. Dit zijn landelijke gemiddelden, die per jaar fluctueren. Wanneer een energiegebruiker groene energie inkoopt, is de emissiefactor strikt genomen lager (of zelfs nul). Van de meeste gebruikers in Geldrop-Mierlo (met uitzondering van de gemeente) is niet bekend welke energie ze gebruiken en wat de daadwerkelijke emissiefactor is.
De scope 3-emissies die gerelateerd zijn aan het produceren (buiten de gemeentegrenzen) van producten voor inwoners en bedrijven in Geldrop-Mierlo worden niet meegenomen in de berekeningen. Hetzelfde geldt voor het verwerken van afvalstoffen buiten de gemeentegrenzen. Overigens betekent dit niet dat er geen aandacht is voor deze onderwerpen binnen het duurzaamheidsbeleid van Geldrop-Mierlo. Vanuit andere invalshoeken (bijv. streven naar circulaire economie) kan wel degelijk de focus worden gelegd op duurzaam consumeren, hergebruik en het beperken van restafval.
1.5 Uitgangspunten Bij het bepalen van de balans is gebruik gemaakt van de gegevens die zijn opgenomen in de landelijke klimaatmonitor www.klimaatmonitor.databank.nl. Deze gegevens zijn afkomstig van diverse bronnen waaronder de databestanden van de netwerkbeheerders. De energiecijfers die zijn opgenomen in de landelijke klimaatmonitor worden helaas soms tussentijds bijgesteld vanwege andere inzichten en verdeelsleutels. We zijn bij deze rapportage uitgegaan van de cijfers zoals die medio oktober 2020 in de monitor waren opgenomen. Voor het jaar 2018 zijn de gegevens vrijwel helemaal compleet en definitief. We gaan dan ook uit van dit jaar om de tussenbalans op te maken. Voor de industriesector waar voor 2017 en 2018 geen elektriciteitsgegevens zijn opgenomen in de monitor, zijn de gegevens van 2016 gehanteerd. In de Nota Duurzaamheid 2016-2019 zijn diverse cijfers opgenomen over het energiegebruik en duurzame opwekking over het jaar 2014. Deze cijfers gelden als een nulmeting voor de gemeente Geldrop-Mierlo. Zoals aangegeven worden de cijfers uit de klimaatmonitor tussentijds regelmatig
aangepast. In deze rapportage vergelijken we de cijfers van 2018 met de cijfers die op dit moment in de klimaatmonitor staan voor 2014.
2
Energiebalans
2.1 Totaal: energie en CO2-uitstoot
2.1.1
Energie
Het totale energiegebruik in Geldrop-Mierlo bedroeg in 2018 volgens de landelijke klimaatmonitor: 2.934 TJ als volgt verdeeld over verschillende energiegebruikers:
Energiegebruik Geldrop-Mierlo (2018) 2%
Woningen Publieke dienstverlening
23% 33%
Commerciele dienstverlening Industrie en aanverwante sectoren Landbouw Verkeer en vervoer (excl. snelwegen) Verkeer en vervoer (snelweg)
14% 6% 0% 13%
8%
Hernieuwbare energie (warmte en zonnestroom achter de meter)
Uit de grafiek blijkt dat verkeer en vervoer met 37% verantwoordelijk is voor het grootste deel van het energiegebruik in Geldrop-Mierlo. Iets minder dan een kwart van het totale energiegebruik is gerelateerd aan het verkeer op de snelweg. De woningen leveren met 33% ook een behoorlijke bijdrage. Het aandeel van bedrijven is in Geldrop-Mierlo beperkter dan in veel andere gemeenten. In totaal gaat het om 28%, waarbij de commerciële dienstverlening met 8% de belangrijkste bedrijfstak is. Het landelijk gemiddelde ligt op een aandeel van 43% door bedrijven. Van het totale energiegebruik wordt naar schatting 2% door de gebruiker op een hernieuwbare manier opgewekt. Het betreft de opwekking ‘achter de meter’. Dit is energie die gebruikt wordt maar die we niet terug zien in de gegevens van Enexis. Dit is alleen uit te drukken als besparing op gas en elektra; bijvoorbeeld doordat verwarmd wordt met biomassa of bodemwarmte of doordat de elektra niet teruggeleverd wordt maar direct gebruikt wordt (en dus niet zichtbaar is op de
meter). Deze hernieuwbare opwekking wordt in de monitor nog niet toegerekend aan sectoren. In Geldrop-Mierlo gaat het waarschijnlijk vooral om energieopwekking bij huishoudens, waardoor de bijdrage van huishoudens in het totale energiegebruik nog wat hoger is dan de genoemde 33%. Naast de opwekking ‘achter de meter’ wordt in Geldrop-Mierlo ook hernieuwbare energie terug geleverd ‘aan het net’. Deze is wel terug te zien in de data van Enexis. In paragraaf 4.8 gaan we hier nader op in.
2.1.2
Vergelijking met 2014
Energiegebruik in TJ
2014
2018
Woningen
1021
976
Publieke dienstverlening
171
178
Commerciële dienstverlening
232
235
Industrie en aanverwante sectoren
335
373
Landbouw, bosbouw en visserij
11
13
Verkeer en vervoer, excl. snelwegen en
403
422
Snelwegen
638
679
Hernieuwbare energie (warmte en zonnestroom
56
58
2867
2934
railverkeer
achter de meter) TOTAAL
De berekening van de hoeveelheid energie die de verschillende sectoren gebruikten in 2014 is in de loop van de tijd behoorlijk aangepast, met name bij de sectoren ‘gebouwde omgeving’ en ‘verkeer en vervoer’. In de nota Duurzaamheid van 2016 werd nog uitgegaan van een totaal energiegebruik van 2.987 TJ, terwijl dit nu uitkomt op 2.867 TJ.
2.1.3
CO2-uitstoot
De totale CO2-uitstoot in Geldrop-Mierlo die samenhangt met het energiegebruik is eveneens in beeld gebracht en bedraagt in 2019 ca. 207.800 ton. De uitstoot is bepaald op basis van de verschillende energiecijfers, waarbij vanwege het ontbreken van gegevens voor 2019, deels gebruik is gemaakt van gegevens van 2018. De uitstoot is als volgt verdeeld over de verschillende sectoren:
Verdeling CO2-uitstoot (2019) Woningen 24%
Publieke dienstverlening
31%
Commerciële dienstverlening Industrie en aanverwante sectoren Landbouw 15%
Verkeer en vervoer (exl. snelwegen) Verkeer en vervoer (snelwegen)
6% 0%
8% 16%
De verdeling van de CO2-uitstoot komt vrijwel overeen met de verdeling van het energiegebruik. In onderstaande tabel is de bekende CO2-uitstoot in Geldrop-Mierlo over de jaren heen weergegeven. Daaruit is op te maken dat de uitstoot over de jaren heen fluctueert. De cijfers van Geldrop-Mierlo lopen ongeveer gelijk met de landelijke cijfers (piek in 2013 vanaf 2015 aflopend). De fluctuatie heeft te maken met veel factoren. De warmtevraag wordt alleen voor huishoudens gecorrigeerd voor koude en warme winters, maar voor de andere sectoren niet (reden: omdat niet al het gasgebruik van bedrijven bepaald wordt door de omgevingstemperatuur). Dat heeft natuurlijk invloed, want een deel van het gasgebruik wordt hier wel door beïnvloed. Bij bedrijven en mobiliteit zie je over het algemeen de economische crisis (afname CO2-uitstoot) en de opleving daarna (toename) terug.
CO2-uitstoot in ton/jaar
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
Woningen
76651
74638
75789
75759
74088
74381
70555
69213
66774
63701
16980
15580
16696
17132
16052
17505
16359
15263
14375
12646
26606
23037
25548
25098
23295
24054
22517
21471
19546
17080
sectoren
33355
30924
32674
34874
31631
35646
36008
36000
35882
33054
Landbouw
1123
1010
900
982
1105
1021
932
1472
1365
1268
(exl. snelwegen)
31790
32431
32088
31748
29319
29076
29584
30090
30665
30665
Verkeer en vervoer
42888
43751
44615
45478
46342
47205
47973
48742
49387
49387
Publieke dienstverlening Commerciële dienstverlening Industrie en aanverwante
Verkeer en vervoer
(snelwegen) totaal
229393 221371 228310 231071 221832 228888 223928 222251 217994 207801
CO2-uitstoot in ton/jaar 240000 235000 230000 225000 220000 215000 210000 205000 200000 195000
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2.2 Huishoudens/woningen De huishoudens zijn in Geldrop-Mierlo verantwoordelijk voor ongeveer één derde van het energiegebruik. In deze paragraaf zoomen we wat nader in op het energiegebruik van deze doelgroep. Uit de energiecijfers blijkt dat het gemiddelde gas- en elektragebruik per woning in Geldrop-Mierlo geleidelijk daalt door o.a. energiezuinige nieuwbouw, energiemaatregelen bij bestaande woningen en de vervanging van apparatuur door energiezuinige varianten. Deze daling is ook terug te zien in de CO2-uitstoot.
Gemiddeld energiegebruik woningen Geldrop-Mierlo 4000 3500 3000 2500 2000 1500 1000 500 0
2004
2006
2008
2009
2010
2011
Gemiddeld gasgebruik [m3]
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Gemiddeld elektriciteitsgebruik [kWh]
2019
CO2-uitstoot woningen Geldrop-Mierlo 60000 50000 40000 30000 20000 10000 0
2004
2006
2008
2009
2010
2011
2012
CO2-uitstoot gas [ton]
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
CO2-uitstoot elektra [ton]
Verder zien we ook dat er steeds meer woningen komen met een energielabel A of B. In 2014 had slechts 25% van de woningen met een geldig energielabel label A of B. In 2019 is dit al 43%. Geldige energielabels in 2014 en 2019 in Geldrop-Mierlo (Groen = A++ t/m B)
5% 2%
3% 4% 8%
18%
8%
21%
17% 15% 22%
25%
25%
27%
2014
2019
Label A-A++
384
1666
Label B
762
1735
Label C
1170
2141
Label D
1128
1202
Label E
828
646
Label F
215
249
Label G
100
210
Totaal
4587
7849
woningen met label
26,6%
44,5%
2.3 Commerciële dienstverlening Het energiegebruik van de commerciële dienstverlening in Geldrop-Mierlo bedraagt in 2018 ca. 235 TJ, wat overeenkomt met een uitstoot van bijna 19.545 ton CO2. Net als in de rest van Nederland is de groot- en detailhandel qua energiegebruik en uitstoot veruit de belangrijkste subsector binnen de commerciële dienstverlening. In Geldrop-Mierlo wordt deze subsector op afstand gevolgd door de horeca. Het energiegebruik van de totale sector was in 2018 licht toegenomen met 1,3% t.o.v. 2014. Het gasverbruik is toegenomen met ruim 13%, terwijl het elektriciteitsgebruik juist is afgenomen met ruim 10%. De totale CO2-uitstoot is daardoor in 2018 afgenomen met 16% t.o.v. 2014. De afname in CO2uitstoot is in 2019 naar verwachting zelfs bijna 27% t.o.v. 2014.
Verdeling CO2-uitstoot (2019) 4%
Groot- en detailhandel, reparatie van auto's Vervoer en Opslag
5%
8%
Logies-, maaltijd- en drankverstrekking
4%
43%
5%
Informatie en communicatie Financiële activiteiten en verzekeringen Exploitatie van en handel in onroerend goed Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten Administratieve en ondersteunende dienstverlening
27% 3%
CO2-uitstoot commerciële dienstverlening 20000 18000 16000 14000 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0
2010
2011
2012
2013
CO2-uitstoot gas [ton]
2014
2015
2016
2017
CO2-uitstoot elektra [ton]
2018
2019
CO2-uitstoot in ton/jaar
2014
2019
Groot- en detailhandel, reparatie van auto's (SBI G)
11656 1280 4995 1101 1072 1229
7405 532 4578 801 765 1327
-36,5% -58,4% -8,3% -27,2% -28,6% 8,0%
Administratieve en ondersteunende dienstverlening (SBI N)
1034 928
745 927
-27,9% -0,1%
Totaal
23295
17080
-26,7%
Vervoer en Opslag (SBI H) Logies-, maaltijd- en drankverstrekking (SBI I) Informatie en communicatie (SBI J) Financiële activiteiten en verzekeringen (SBI K) Exploitatie van en handel in onroerend goed (SBI L) Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten (SBI M)
Gemiddelde CO2-uitstoot per bedrijf Groot- en detailhandel, reparatie van auto's (SBI G) Vervoer en Opslag (SBI H) Logies-, maaltijd- en drankverstrekking (SBI I) Informatie en communicatie (SBI J) Financiële activiteiten en verzekeringen (SBI K) Exploitatie van en handel in onroerend goed (SBI L) Vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten (SBI M) Administratieve en ondersteunende dienstverlening (SBI N) Totaal
totale uitstoot
aantal uitstoot bedrijven per bedrijf
7405 532 4578 801 765 1327
545
45
13,6 8,2 41,6 6,4 2,5 29,5
745
635
1,2
927
155
6,0
17080
1985
8,6
65 110 125 305
2.4 Publieke dienstverlening Het energiegebruik van de publieke dienstverlening in Geldrop-Mierlo bedraagt in 2018 ca. 178 TJ, wat overeenkomt met een uitstoot van 14.375 ton CO2. De subsector ‘gezondheidsen welzijnszorg’ is duidelijk de grootste energiegebruiker, met ca. 50% van het totaal. Bij de overige sectoren zijn de verschillen wat minder groot. Net als bij de commerciële dienstverlening zien we een toename van het energiegebruik, maar een afname van de CO2uitstoot. Ook hier is het elektriciteitsgebruik gedaald en het gasverbruik toegenomen.
Verdeling CO2-uitstoot (2019) 10%
Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen
15%
12%
Onderwijs 11%
Gezondheids- en welzijnszorg Kunst, amusement en recreatie Overige dienstverlening 52%
CO2-uitstoot publieke dienstverlening 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
2010
2011
2012
2013
2014
CO2-uistoot gas [ton]
CO2-uitstoot in ton/jaar
2015
2016
2017
2018
2019
CO2-uitstoot elektra [ton]
2014
2019
Overige dienstverlening (SBI S)
2951 1372 8368 1922 1439
1913 1455 6523 1494 1261
-35,2% 6,0% -22,0% -22,3% -12,4%
totaal
16052
12646
-21,2%
Openbaar bestuur en defensie; verplichte sociale verzekeringen (SBI O) Onderwijs (SBI P) Gezondheids- en welzijnszorg (SBI Q) Kunst, amusement en recreatie (SBI R)
Bij de sectoren Openbaar bestuur, Onderwijs en gezondheidszorg zijn de aantallen bedrijven niet bekend. Vandaar dat slechts deels in beeld gebracht kan worden wat de gemiddelde uitstoot per bedrijf is.
Gemiddelde CO2-uitstoot per bedrijf
totale uitstoot aantal
Kunst, amusement en recreatie (SBI R)
1494 1261
Overige dienstverlening (SBI S)
gemiddelde 170 255
8,8 4,9
2.5 Industrie en landbouw Omdat bijdrage van de landbouw zeer beperkt is in Geldrop-Mierlo, behandelen we deze sector samen met de sector ‘industrie en aanverwante sectoren’. Het energiegebruik van de overige bedrijven bedraagt in 2018 ca. 386 TJ per jaar, wat overeenkomt met een uitstoot van ruim 37.250 ton CO2. De ‘industrie’ is veruit de belangrijkste subsector, op afstand gevolgd door de overige sectoren. Hierbij wordt wel opgemerkt dat het bij land- en tuinbouw alleen gaat om het energiegebruik en de CO2-uitstoot gerelateerd aan het gebruik van gas en elektra. In de land- en tuinbouw worden vaak nog andere brandstoffen gebruikt waarbij de omvang van het gebruik meestal niet bekend is (m.u.v. mobiele werktuigen die genoemd zijn onder 4.7).
Verdeling CO2-uitstoot (2019) 4% 0%
4%
4%
Landbouw, bosbouw en visserij (SBI A) Industrie (SBI C) Energie en delfstoffen (SBI D) Water; afval(water)beheer en sanering (SBI E) Bouwnijverheid (SBI F) 88%
CO2-uitstoot Industrie en landbouw 30000 25000 20000 15000 10000 5000 0
2010
2011
2012
2013
2014
CO2-uitstoot gas [ton]
2015
2016
2017
2018
2019
CO2-uitstoot elektra [ton]
CO2-uitstoot ton/jaar
2014
2019
Landbouw, bosbouw en visserij (SBI A)
Bouwnijverheid (SBI F)
1105 28629 15 1967 1020
1268 29850 16 1471 1263
14,8% 4,3% 6,7% -25,2% 23,8%
totaal
32736
33868
3,5%
Industrie (SBI C) Energie en delfstoffen (SBI D) Water; afval(water)beheer en sanering (SBI E)
gemiddelde uitstoot per bedrijf ton/jaar
totale uitstoot
aantal bedrijven
gemiddelde
Bouwnijverheid (SBI F)
1268 29850 1471 1263
55 195 5 460
23,1 153,1 294,2 2,7
totaal
33852
715
47,3
Landbouw, bosbouw en visserij (SBI A) Industrie (SBI C) Water; afval(water)beheer en sanering (SBI E)
2.6 Verkeer en vervoer Het verkeer en vervoer op het grondgebied van Geldrop-Mierlo zorgt voor een energiegebruik van 1.101 TJ in 2018, wat overeenkomst met een uitstoot van ruim 80.000 ton CO2. De cijfers voor 2019 zijn in deze sector niet bekend. 61% van het energiegebruik en de CO2-uitstoot vindt plaats op de snelweg. Verder blijkt dat ruim 94% van de uitstoot veroorzaakt wordt door het wegverkeer en een kleine 6% door mobiele werktuigen zoals tractoren, vorkheftrucks en andere rijdende machines. De bijdrage van railverkeer (alleen het dieselgedeelte) is nihil (0,2%).
Verdeling CO2-uitstoot Verkeer 6%
0%
Mobiele werktuigen 27%
Railverkeer (alleen diesel) Wegverkeer bebouwde kom (< 60 km/h) Wegverkeer buitenwegen (> 59 km/h, < 100 km/h)
62% 5%
Wegverkeer auto(snel)wegen (> 99 km/h)
CO-2 uitstoot Wegverkeer 60000 50000 40000 30000 20000 10000 0
2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
Wegverkeer bebouwde kom (< 60 km/h, scope 1, tier 1) Wegverkeer buitenwegen (> 59 km/h, < 100 km/h, scope 1, tier 1) Wegverkeer auto(snel)wegen (> 99 km/h, scope 1, tier 1)
CO2-uitstoot verkeer
2014
2018
Mobiele werktuigen
Wegverkeer auto(snel)wegen (> 99 km/h)
4272 176 20949 3922 46342
4743 121 21966 3955 49387
11,0% -31,3% 4,9% 0,8% 6,6%
totaal
75661
80172
6,0%
Railverkeer (alleen diesel) Wegverkeer bebouwde kom (< 60 km/h) Wegverkeer buitenwegen (> 59 km/h, < 100 km/h)
Verdeling CO2-uitstoot naar vervoersmiddel 0% 1%
autobus (diesel)
11%
bestelauto (diesel) personenauto (benzine)
34%
personenauto (diesel) personenauto (lpg) 38% 1% 1% 14%
tweewielers zware bedrijfsvoertuigen excl. autobussen overige voertuigen
2.7 Hernieuwbare opwekking Een deel van de energie die in Geldrop-Mierlo wordt gebruikt, wordt nu al op een hernieuwbare manier opgewekt. De hoeveelheid hernieuwbare energie (incl. zon achter de meter) bedraagt in 2018 132 TJ, wat overeenkomt met ca. 4,5% van het totale energiegebruik. Dit komt overeen met een vermeden CO2-uitstoot van 9.840 ton. Dit betreft overigens een grove inschatting omdat bijv. de warmte die gegenereerd wordt met houtkachels moeilijk te meten is. Het daadwerkelijke percentage hernieuwbare opwekking is hoger. Ook de hernieuwbare warmte door zonneboilers en luchtwarmtepompen is niet in Klimaatmonitor opgenomen.
Hernieuwbare energie in TJ
2014
2018
Biobrandstoffengebruik in wegverkeer (bijgemengd)
5 44 1 11 36
25 43 1 8 55
400,0% -2,3% 0,0% -27,3% 52,8%
totaal
97
132
36,1%
Zonnestroom Houtkachels woningen hern. Warmte Houtskool hern. Warmte WKO bodemenergie utiliteitsbouw
Vermeden CO2-uitstoot 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0
2010
2011
2012
2013
2014
2015
bekende hern. elektriciteit (excl. wind op zee)
2016
2017
2018
2019
bekende hernieuwbare warmte totaal
bekende hernieuwbare energie in verkeer en vervoer
Wat opvalt is dat met name de hernieuwe elektriciteit sterk toeneemt. In 2019 werd 35 TJ hernieuwbaar opgewekt. Dit is ten opzichte van 2014 een stijging van 600%. De hernieuwbare elektriciteit wordt in onze gemeente volledig op dak opgewekt. Met name bij particulieren neemt het aantal zonnepanelen sterk toe. In 2019 had 16,1% van de woningen zonnepanelen en 4,8% van de bedrijven.
Opgesteld vermogen zonnepanelen 12000 10000 8000 6000 4000 2000 0
2012
2013
2014
2015
2016
woningen
2017
2018
2019
bedrijven
Daarnaast zien we dat het aantal subsidieaanvragen voor duurzame warmte ook toeneemt.
Verleende ISDE-subsidies zakelijke biomassaketels particuliere biomassaketels zakelijke pelletkachels particuliere pelletkachels zakelijke warmtepompen particuliere warmtepompen
2016
2017
1 5 0 11 1 5
2018
0 1 0 13 0 11
2019
1 1 1 21 4 36
0 0 0 22 27 35
particuliere zonneboilers
4
4
2
5
totaal
27
29
66
89
2.8 Gemeentelijke organisatie De gemeentelijke organisatie hoort bij de subsector ‘Openbaar bestuur’ van de sector Publieke Dienstverlening. Vanwege de voorbeeldrol van de gemeente, zoomen we in deze rapportage wat nader in op de bijdrage van de gemeentelijke organisatie. Op basis van aangeleverde cijfers is een inschatting gemaakt van het energiegebruik en de daarmee samenhangende CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie. Daarbij zijn we ervan uitgegaan dat de gemeente groene stroom inkoopt en dit dus geen CO2-uitstoot oplevert. Daarom is alleen voor het gasgebruik de CO2-uitstoot berekend.
3
Effecten projecten
In dit hoofdstuk geven we weer wat de effecten zijn van de projecten uit het uitvoeringsprogramma dat behoort bij de Nota Duurzaamheid 2016-2019. De berekeningen die hieraan ten grondslag liggen zijn terug te vinden in het Excel-bestand ‘Projectdoorrekening Geldrop-Mierlo’. Bij de effecten kijken we naar de energietransitie, maar ook naar de onderdelen klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit.
3.1 Werkwijze 3.1.1
Energie
Bij het maken van de effectberekeningen hebben we zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de in de gemeente aanwezige informatie. Daarnaast is gebruik gemaakt van diverse bronnen zoals de Klimaatmonitor, het CBS, Milieucentraal en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Bij sommige projecten hebben we aannames gedaan en inschattingen gemaakt. Zo is in een aantal gevallen een percentage deelnemers aan een bepaalde actie of een besparingspercentage ingeschat. Deze aannames zijn gemaakt op basis van ervaringen, maar zijn geen wetenschappelijk onderbouwde cijfers. In het Excel-bestand ‘Projectdoorrekening Geldrop-Mierlo’ zijn al deze aannames op een rij gezet. Verder is bij alle berekeningen uitgegaan van de landelijke emissiecijfers per energiedrager van 2017. De uitkomst van de berekeningen geven dan ook een doordachte indicatie van de energie- en CO2-besparing.
3.1.2
Overige aspecten
De onderdelen klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit zijn (vooralsnog) niet te kwantificeren. In hoeverre projecten aan deze thema’s bijdragen geven we dan ook kwalitatief weer in een diagram. Hoe voller de grafiek, hoe groter de bijdrage aan de thema’s. Daarbij geven we niet alleen aan wat de bijdrage van de afgelopen periode is geweest, maar schatten we ook in wat de toekomstige bijdrage kan zijn. Er zijn immers diverse projecten die nog in een voorbereidende fase zitten. Dit levert nog geen zichtbaar resultaat op, maar is wel noodzakelijk voor verdere uitvoering. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een het uitvoeren van maatwerkadviezen voor de gemeentelijke gebouwen of een onderzoek naar mogelijkheden voor grootschalige duurzame opwek. Deze stappen zijn nodig om vervolgens in de uitvoering tot daadwerkelijke besparingen te komen.
3.2
Totaal effect 2016-2020
3.2.1
Energie
In onderstaande tabel is aangegeven wat de projecten afgelopen jaren aan energie en CO2-uitstoot hebben bespaard. Dit is een som voor de hele periode. Een besparing die dus in 2016 al gerealiseerd is, telt ook mee voor de jaren erna. Een concrete maatregel die pas onlangs is uitgevoerd, heeft daarmee ook minder effect op de hele periode. Daarnaast is in de kolom “noodzakelijke randvoorwaarde” aangegeven of het een project betreft dat nodig is om randvoorwaarden te scheppen om op langere termijn een groter effect te bereiken. Reductie energiegebruik
Reductie uitstoot in
Noodzakelijke randvoorwaarde
2016-2020 (TJ)
2016-2020 (ton CO2)
1. Verduurzamen gemeentelijk vastgoed totaal
14,2
1.354
- Besparing
13,1
1.211
- Opwek
1,2
143
Geen energiebesparing
Geen CO2-winst
ja
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
ja
Nog te bepalen
Nog te bepalen
ja
1,1
101
nee
6. Verduurzamen openbare verlichting
4,7
590
nee
7. Gemeentelijke mobiliteit verduurzamen
0,14
9,4
nee
8. Duurzaam inkopen
0,7
64,6
ja
Is niet te berekenen
Is niet te berekenen
ja
Geen energiewinst
Geen CO2-winst1
ja
Geen energiewinst
Geen CO2-winst
nee
54,2
3.066
ja
16,7
2.561
2. Beleid opstellen voor investering in energiebesparing en opbrengsten 3. Gemeentelijke gebouwen voorzien van een energielabel en maatwerkadvies 4. Duurzame nieuwbouw gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed 5. Energiemanagement gemeentelijke aansluitingen
9. Duurzaamheid integreren in gemeentelijk beleid 10. Aanleggen ecologische verbindingszone tussen natuurgebieden 11. FSC certificering houtproductie gemeentelijk bos 12. Prestatieafspraken sociale woningen
nee
13. Stimuleren energiebesparing koopwoningen: stimuleringsregeling duurzaamheid totaal - Besparing door duurzaamheidslening
1,3
72
- Besparing door Buurkracht
2,0
116
- Opwek door duurzaamheidslening
8,5
1.066
- Opwek door Groene Zone
4,8
596
- Opwek door Buurkracht
0,1
11
- Voucherregeling kleine maatregelen
Is niet berekend
599
- Inkoopactie Winst uit je woning
Is niet berekend
100
1
nee
Er wordt door de nieuwe beplanting wel CO2 opgenomen ofwel vastgelegd. Dit valt echter onder de zogenaamde
‘embedded’ CO2 (onderdeel van producten en grondstoffen), en valt het buiten het monitoringsprotocol (scope 3).
14. Stimuleren energiebesparing woningen: informeren via media, evenementen 15. NulopdeMeter proof maken gemeente, faciliteren energetisch renoveren 16. Faciliteren verenigingen met energiebesparing
29,0
2.595
ja
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
ja
2,0
87
nee
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
ja
Zie project 14
Zie project 14
nee
Geen energiebesparing
Geen CO2-winst
ja
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
ja
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
ja
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
ja
Zie overige projecten
Zie overige projecten
ja
Zie overige projecten
Zie overige projecten
ja
Geen energiebesparing
Geen CO2-winst
ja
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
ja
17. Faciliteren particulieren bij het opzetten van lokale (zelfleverings) Duurzame Energie productie 18. Stimuleren energiebesparing koopwoningen: faciliteren energiecoöperatie 19. Faciliteren laadinfrastructuur elektrische auto’s 20. Onderzoeken mogelijkheden voor en faciliteren realisatie grootschalige duurzame energieopwekking 21. Innovatie, pilots faciliteren 22. Faciliteren betrekken gemeenschap Geldrop-Mierlo 23. Communicatie: informeren over duurzaamheidsbeleid en activiteiten 24. Deelnemen aan landelijke en lokale bewustwordingsactiviteiten 25. Monitoring voortgang projecten 26. Duurzaamheid in ruimtelijke ontwikkelingen
Theoretische
Theoretische CO2-
energiebesparing
winst
64,3
5.729
nee
29. Aanpak regenwateroverlast
Geen energiebesparing
Geen CO2-winst
nee
30. Hergebruik huishoudelijk afval
Geen energiebesparing
Geen CO2-winst
Ja
31. Coördinatie, verslaglegging
Geen energiebesparing
Geen CO2-winst
Ja
32. Bevorderen biodiversiteit
Geen energiebesparing
Geen CO2-winst
Ja
Indirecte energiebesparing
Indirecte CO2-winst
Ja
27. Stimuleren duurzame nieuwbouw 28. Energiebesparing via toezicht en handhaving
33. Warmtetransitievisie
ja
Wanneer het effect van alle bovengenoemde ontwikkelingen wordt opgeteld, gaat het in totaal om een besparing van ca. 187 TJ en 16.156 ton CO2 in de periode 2016-2020. Hierbij wordt nog eens herhaald dat bij het maken van de berekeningen voor een deel is uitgegaan van aannames en inschattingen (‘best guesses’ op basis van huidige inzichten).
Uit het resultaat zou kunnen worden afgeleid dat het effect van de uitgevoerde projecten relatief klein is ten opzichte van het totale energiegebruik (2.934 TJ/jr) en CO2-uitstoot (207.800 ton/jr). Dat is echter maar ten dele waar. Zoals al eerder aangegeven zijn sommige projecten nodig om de
randvoorwaarden te scheppen om op langere termijn een groter effect te bereiken. Het voorbereidende werk is nodig om in een latere fase tot uitvoering te komen. Andere projecten zorgen vooral voor bewustwording, draagvlak en kennisvergroting bij de doelgroepen die uiteindelijk zelf maatregelen moeten gaan treffen die leiden tot energiebesparing en – verduurzaming. Ook zijn er projecten geformuleerd die weliswaar geen direct CO2-effect hebben, maar op een andere manier wel degelijk bijdragen aan betrokkenheid van inwoners bij hun wijk, hergebruik van materialen en grondstoffen en andere duurzaamheidsthema’s. Tot slot moet niet vergeten worden dat ca. een kwart van het totale energieverbruik en CO2-uitstoot veroorzaakt wordt door verkeer en vervoer van de snelweg. Op dit punt heeft de gemeente weinig tot geen invloed. Desondanks kan worden geconcludeerd dat er een flinke versnelling nodig is om de ambitie Energieneutraal in 2040 te realiseren.
3.2.2
Overige aspecten
Als we kijken naar wat de projecten bijdragen aan duurzaamheid in de brede zin, zien we dat de nadruk tot nu toe erg lag op de energietransitie en het creëren van draagvlak en maatschappelijke acceptatie (zie onderstaande grafiek). Dit was ook te verwachten, omdat de focus in de Nota Duurzaamheid 2016-1019 ook op dit thema lag.
Toch bieden de projecten wel potentie om in de toekomst ook aan andere thema’s bij te gaan dragen. Door bv. bij duurzaam inkopen niet alleen naar energie te kijken, maar ook naar circulaire aspecten. Of door de communicatie naar inwoners te verbreden naar o.a. klimaatadaptatie. In bijlage 2 vindt u een kwalitatieve beoordeling van de projecten uit de duurzaamheidsnota 20162019.
Bijlage 1 - Toelichting berekeningen Hieronder wordt per project kort toegelicht welke aannames zijn gehanteerd bij het berekenen van de energie- en CO2-besparing.
1.
Verduurzamen gemeentelijk vastgoed
Uitgegaan van totale gas- en elektraverbruik van subsector ‘Openbaar bestuur’ uit de Klimaatmonitor. Op basis van het verloop van deze cijfers en op basis van de maatregelen die uitgevoerd zijn, is de aanname gemaakt dat jaarlijks 3% minder energie wordt verbruikt. Daarnaast is een berekening gemaakt van de opbrengsten van de zonnepanelen die na 2016 op gemeentelijk vastgoed is gelegd.
2.
Beleid opstellen voor investeringen in energiebesparing en opbrengsten
Het beleid is niet opgesteld, de gewenste werkwijze past lastig met de gebruikelijke financiële werkwijze. 3.
Gemeentelijke gebouwen voorzien van energielabel en maatwerkadvies
Dit betreft het uitvoeren van onderzoek. Dit levert (nog) geen besparing op. Uitvoering van maatregelen moet nog plaatsvinden.
4.
Duurzame nieuwbouw gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed
Het betreft onderzoek naar de kansen voor verduurzaming van het Strabrecht College. De nieuwbouw is gerealiseerd. Dit levert besparing op die we (nog) niet hebben kunnen kwantificeren, omdat we de gegevens niet hebben.
5.
Energiemanagement gemeentelijke aansluitingen
Uitgegaan van totale gas- en elektraverbruik van subsector ‘Openbaar bestuur’ uit de Klimaatmonitor. Op basis van aangeleverde overzichten beredeneerd dat ca 25% van het energiegebruik uit de klimaatmonitor via het energiemanagementsysteem wordt gemonitord. Besparing door middel van monitoring is ingeschat op 5% op basis van gegevens van Stimular.
6.
Verduurzamen openbare verlichting, extra budget
Besparing berekend door de gegevens uit de Klimaatmonitor van het onderdeel Openbare Verlichting met elkaar te vergelijken. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van de jaarlijks uitgevoerde monitor over de openbare verlichting (Nobralux).
7.
Gemeentelijke mobiliteit verduurzamen
Uitgegaan van de vervanging van 3 auto’s voor handhaving en 1 Isuzu voor de buitendienst. Verwachting is dat vervangen Isuzu’s in 2019 nauwelijks van invloed zijn. Voor Isuzu is aanname gemaakt dat deze 10% zuiniger is in dieselverbruik dan vorige auto.
8.
Duurzaam inkopen
De effecten van duurzaam inkopen zijn erg complex om te kwantificeren. Bovendien is de energieen CO2-besparing die ermee gerealiseerd wordt in veel gevallen niet aan de gemeente GeldropMierlo toe te wijzen. De producten die ingekocht worden, worden immers ergens anders gefabriceerd. Dit is de zogenaamde ‘embedded’ CO2 (onderdeel van producten en grondstoffen), en valt het buiten het monitoringsprotocol (zie paragraaf 1.4 Afbakening evaluatie, scope 3). De berekening is gebaseerd op de resultaten van de aanbesteding van het leerlingenvervoer, gericht op zero emissie.
9.
Duurzaamheid integreren in gemeentelijk beleid
Het integreren van duurzaamheid in andere beleidsvelden en de medewerkers van de gemeente bewust maken van de keuzes die ze kunnen maken, heeft een impact op de energie- en CO2besparing. Deze impact is echter niet te kwantificeren, tenzij er concrete projecten uit voort komen.
10.
Aanleggen ecologische verbindingszone tussen natuurgebieden
Betreft uitvoering van de EVZ Gijzenrooi.
11. FSC certificering houtproductie gemeentelijk bos Aanname gemaakt dat het geen toename van het aantal m2 bos oplevert en daarom geen CO2winst. 12.
Prestatieafspraken besparingen sociale woningen
Door aangeleverde gegevens is bekend welke energielabels de corporatiewoningen hadden in 2017. Op basis van informatie van Milieucentraal is berekend wat een labelsprong aan besparing op kan leveren. De inschatting is gemaakt dat gemiddeld ieder jaar 4% van de woningvoorraad verduurzaamd wordt.
13.
Stimuleren energiebesparing koopwoningen: stimuleringslening duurzaamheid
Uitgangspunten zijn het gemiddelde elektriciteits- en gasgebruik en aantal koopwoningen in 2017 volgens de Klimaatmonitor. Daarnaast is uitgegaan van overzichten van uitgevoerde maatregelen vanuit de Stimuleringslening duurzaamheid, De Groene Zone en Buurkracht. De gemiddelde besparing per maatregel zijn afkomstig van Milieucentraal, waarbij enkele aannames zijn gemaakt over de exacte uitvoering. Mogelijk overlappen de maatregelen vanuit Buurkracht en de duurzaamheidslening elkaar gedeeltelijk. Dit is buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is gebruik
gemaakt van cijfers over CO2 besparing van Winst uit je woning. Deze cijfers zijn tot en met maart 2021. Van deze maatregelen ontbreken de gegevens om ze als energiebesparing te kunnen berekenen.
14.
Stimuleren energiebesparing woningen: informeren via media, evenementen
Uitgangspunten zijn het gemiddelde elektriciteits- en gasgebruik en het totaal aantal woningen in 2017 volgens de Klimaatmonitor. Bij de inschatting van het percentage woningen dat bereikt wordt en daadwerkelijk tot actie overgaat, zijn ook de projecten 15, 18, 22 en 23 meegenomen. Daarnaast is rekening gehouden dat er een overlap zit met de maatregelen die voortvloeien uit project 13 (stimuleringsregeling). Dat brengt ons tot een aanname van 3% bereik, dat ieder jaar met 1% toeneemt. Voor de plaatsing van zonnepanelen is uitgegaan van 1%, aangezien vanuit de stimuleringsregelingen al veel panelen gelegd zijn. Verder nemen we aan dat degenen die tot actie overgaan, 10% energie besparen. Alle aannames zijn grove inschattingen.
15.
NulopdeMeter proof maken gemeente, faciliteren energetisch renoveren
Er is een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om het complex van een VvE in Coevering te verduurzamen naar NulopdeMeter. Deze VvE is nu bezig om dit te vertalen naar een plan voor uitvoering. Voor zover het al uitvoering betreft zijn de effecten hiervan meegenomen in de berekeningen van project 14.
16.
Faciliteren verenigingen met energiebesparing
Uitgangspunt is het door de gemeente aangeleverde overzicht van uitgevoerde maatregelen en behaalde besparingen. Daarbij hebben we gekeken welke maatregelen effect hebben op het gasgebruik en welke op het elektriciteitsgebruik. Dit is vervolgens omgerekend naar CO2-winst.
17. Faciliteren particulieren bij het opzetten van lokale (zelfleverings) Duurzame Energie productie Betreft voorbereidende werkzaamheden, nog geen uitvoering.
18.
Stimuleren energiebesparing koopwoningen: faciliteren energiecoöperatie
Effecten hiervan zijn meegenomen in de berekeningen van project 14.
19.
Faciliteren laadinfrastructuur elektrische auto’s
Het is de verwachting dat de mogelijkheid om een laadpaal aan te vragen niet leidt tot de aanschaf van meer elektrische auto's. In de periode 2016-2020 was de strategie namelijk “paal volgt auto”, inwoners die een elektrische auto aanschaffen konden een laadpaal aanvragen. In de hierna volgende periode waarbij juist proactief laadpalen worden geplaatst is de verwachting dat dit wel leidt tot de aanschaf van meer elektrische auto’s.
20. Onderzoeken mogelijkheden voor en faciliteren realisatie grootschalige duurzame energieopwekking Dit betreft het uitvoeren van onderzoek. Dit levert geen directe duurzame energieopwek op. Uitvoering moet nog plaatsvinden.
21.
Innovatie, pilots faciliteren
Dit betreft o.a. het uitvoeren van onderzoek naar de mogelijkheden voor een collectieve warmte opwekking bij nieuwbouw in Luchen. Daarnaast heeft de gemeente gepoogd medewerking te verlenen aan een oplaadvoorziening voor vrachtauto’s (tevens snellader voor personenauto’s) in de openbare ruimte, het blijkt echter lastig te zijn tot een locatie te komen die aan alle wensen van de betrokken partijen voldoet.
22.
Faciliteren betrekken gemeenschap Geldrop-Mierlo
Effecten hiervan zijn meegenomen in de berekeningen van project 4.
23.
Communicatie: informeren over duurzaamheidsbeleid en activiteiten
Effecten hiervan zijn meegenomen in de berekeningen van project 14 of bij projecten zelf.
24.
Deelnemen aan landelijke en lokale bewustwordingsactiviteiten
Effecten hiervan zijn meegenomen in de berekeningen van project 14.
25.
Monitoring
Dit is ondersteunend van aard en levert niet direct een besparing op.
26.
Duurzaamheid in ruimtelijke ontwikkelingen
Betreft voorbereidende werkzaamheden en/of nieuwbouw, die op termijn een besparing opleveren.
27.
Stimuleren duurzame nieuwbouw
Dit project betreft nieuwbouw. Dit betekent dat er geen energie bespaard wordt. Wel zijn een theoretische energie besparing en vermeden CO2-uitstoot berekend, oftewel de uitstoot die voorkomen is doordat kavelkopers maatregelen hebben doorgevoerd n.a.v. de adviezen die ze hebben gekregen. Deze theoretische besparingen zijn weliswaar berekend, maar niet in het totaal meegeteld.
28.
Energiebesparing via toezicht en handhaving
Aangenomen wordt dat van 2016-2019 ieder jaar 5% van de bedrijven bereikt wordt op het thema energiebesparing en in 2020 10% van de bedrijven vanwege de energiecontroles vanuit de
Versterkte Uitvoering Energiebesparing. Aangenomen wordt dat die bedrijven een besparing van 10% op gas- en elektraverbruik realiseren.
29.
Aanpak regenwateroverlast
Dit project heeft geen effect op energiegebruik
30.
Hergebruik huishoudelijk afval
De mogelijke productie van groen gas is nog niet in uitvoering en heeft dus nog effect op het energiegebruik.
31.
Coördinatie, verslaglegging
Dit project heeft geen effect op energiegebruik
32.
Bevorderen biodiversiteit
Dit project heeft geen effect op energiegebruik
33.
Warmtetransitievisie
Betreft voorbereiding van beleid, nog geen uitvoering en dus ook geen effect op het energiegebruik.
Bijlage 2 – kwalitatieve effecten projecten